direct naar inhoud van 4.3 Scheiden van functies
Plan: Bedrijventerrein Overvecht, 1e Herziening
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0344.HZBEDOVER1HERZ-0601

4.3 Scheiden van functies

Huidige opzet bedrijventerrein
De wens om nieuwe functies te regelen in een bestemmingsplan heeft een aantal consequenties met ruimtelijke impact. Bij 'ruimtelijke ordening' gaat het om de verdeling van de ruimte voor verschillende functies. Daarbij worden keuzes gemaakt omdat ruimte schaars is. Met dat doel, worden alle ruimtelijk relevante aspecten geordend en de verschillende belangen afgewogen. Bij een goede belangenafweging dient altijd duidelijk te zijn waar welke functie gewenst is en waarom die functie juist daar nodig is. Het resultaat hiervan dient te voldoen aan het vereisten van 'een goede ruimtelijke ordening' (artikel 2.1. lid 1 Wro).

Van de gewenste functies uit de ruimtelijke visie nemen de 'gevoelige' functies, zoals het wonen en onderwijs, een bijzondere plaats in. Dit is vanwege het feit dat deze functies de meeste bescherming genieten ten opzichte van overige functies, zoals 'sport' en 'detailhandel'.

Goede ruimtelijke ordening
Het begrip 'goede ruimtelijke ordening' komt tot uiting in het voorkomen van onderlinge hinder door het scheiden van verschillende functies. In het bijzonder 'gevoelige' functies (wonen, lesfuncties en in minder mate kinderopvang en hotel.) en bedrijven uit de zwaardere milieucategorie (3.1, 3.2 en meer).. Tussen dit type bedrijvigheid en 'gevoelige' functies gelden indicatieve afstandsnormen ten aanzien van geluid, geur, stof en externe veiligheid. Zo wordengevoelige functies beschermd tegen bijvoorbeeld te hoge geluidbelasting. Aan de andere kant geeft die afstand bedrijven de nodige milieuruimte, bijvoorbeeld om tot een bepaald nivo te produceren.

De afstandsnormen zijn gebaseerd op de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Opzet en werkwijze hiervan zijn breed geaccepteerd in Nederland en bevestigd door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Voor risico houden we vast aan de richtafstand voor een gemengd gebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0344.HZBEDOVER1HERZ-0601_0005.jpg"

Tabel 4.1: Afstandsnormen VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'

Bij de opstelling van een bestemmingsplan dienen ook de gevolgen voor het woon- en leefmilieu te worden meegenomen in het kader van de belangenafweging. Er dient te worden beoordeeld of, uitgaande van de maximale mogelijkheden van het plan, geen onoverkomelijke problemen zijn te verwachten. De belangenafweging kan niet, in een later stadium, worden volledig 'doorgeschoven' naar de milieuvergunningverlening (ABRS 6-07-2005, nr. 200408416/1).

Milieucategorieën
Op het bedrijventerrein komen hoofdzakelijk bedrijven voor met een lichte milieucategorie. Drie bedrijven uit categorie 4.1 zijn, bij uitzondering, afzonderlijk bestemd op het bedrijventerrein (bestemmingsplan Bedrijventerrein Overvecht en omgeving). Het gaat om een kunstofverwerkende bedrijven zonder fenolharsen (sbi-code 252.1) aan de Arkansasdreef 24 (inmiddels niet meer actief) en een producent van snacks (sbi-code 1589) met een grootste afstand tot gevoelige functies van 200 m ten aanzien van geur. Daarnaast betreft het een aanhangwagen- en opleggerfabriek aan de Coloradodreef (sbi-code 3420.2) met een grootste afstand tot gevoelige functies van 200 m ten aanzien van geluid.

Hieronder is een indicatief beeld opgenomen van de huidige feitelijke situatie. Hierbij wordt opgemerkt dat het slechts een momentopname (april 2010) is en dat niet alle maatbestemde bedrijven in de categorie 4.1 hierin zijn opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0344.HZBEDOVER1HERZ-0601_0006.png"

Figuur 4.1 Milieucategorie gevestigde bedrijven

Eén van de strategieën om te komen tot revitalisering is het geven van ruimere gebruiksmogelijkheden dan de huidige bestemming voor de bedrijven toelaat. Het gaat daarbij onder meer om het mogelijk maken van 'gevoelige' functies.

Door incidenteel 'gevoelige' functies door het gehele plangebied toe te laten zou de opzet van het bestemmingsplan teveel verlaten worden. Ten eerste brengen gevoelige functies belemmeringen met zich mee voor omliggende bedrijven. Uitbreiding is niet meer zonder meer mogelijk. Daarnaast kunnen, zoals hierboven aangegeven, er – in bepaalde gevallen - niet zomaar nieuwe bedrijven in dezelfde milieucategorie voor terug kunnen komen.

In het bestemmingsplan zijn dan ook zones aangegeven waarbinnen gevoelige functies mogelijk gemaakt kunnen worden. Op deze manier worden gevoelige functies daar gesitueerd waar ze wenselijk zijn en kunnen bijdragen aan de levendigheid. Tevens blijft er ruimte op het bedrijventerrein voor (uitbreiding van) categorie 3.2 bedrijven en hebben reeds gevestigde bedrijven zekerheid over toekomstige milieumogelijkheden.

Aangezien economische verlevendiging van het bedrijventerrein het belangrijkste doel is voor het toevoegen van deze functies, is het belangrijk dat deze functies bij voorkeur aan de belangrijkste openbare ruimte grenzen. Andere overwegingen betreffen: zichtbaarheid, parkeren en bereikbaarheid. Langs de randen van het bedrijventerrein liggen bovendien de beste kansen voor een prettig verblijfklimaat door de nabijheid van openbaar groen. Zogenoemde 'gevoelige' functies kunnen dan ook gefaciliteerd worden langs de Franciscusdreef, de Floridadreef, beide zijden van de Mississippidreef en rondom het centrale parkeerplein aan de St. Laurensdreef. Deze bestemmingen zijn in deze zones mogelijk gemaakt door middel van afwijkingsregels en wijzigingsbevoegdheden, waarbij het eventuele planschaderisico wordt gedragen door de private initiatiefnemer en een afweging per concreet initiatief kan plaatsvinden.