| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Boelenhoefseweg 3 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0307.TAM016-0301 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het vastleggen van de regeling voor de herontwikkeling van het perceel aan de Boelenhoefseweg. Voor deze locaties is het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s Boelenhoefseweg als een nieuw hoofdstuk 22s opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22s van het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort.
In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22s.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22s.' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22s. Aanvullend op deze begripsbepalingen gelden voor de toepassing van dit hoofdstuk de volgende begripsbepalingen:
Eén of meer bouwwerken.
Constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart.
Civiel-technisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen waterkeringen en of leidingen en niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf, zoals een brug, duiker of viaduct.
Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes/kasten, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
Het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort.
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22s 'Boelenhoefseweg 3' met identificatienummer NL.IMRO.0307.TAM016-0301 van de gemeente Amersfoort.
Het werkingsgebied begrenst (met coördinaten/geometrie) de juridische werking van de tekst: het duidt aan dat de tekst alleen binnen dit werkingsgebied een juridische werking heeft.
Het bepaalde in artikel 22.24 van het omgevingsplan Amersfoort is van toepassing op de regels in hoofdstuk 22s. Daarnaast gelden de volgende meetbepalingen bij toepassing van de regels.
de kortste afstand van enig punt van een bouwwerk tot een bepaalde grens van het erf;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine;
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
tussen de lijnen, getrokken door de buitenzijde van de gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren;
bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken worden niet meegerekend (gedeelten van) bijbehorende bouwwerken gelegen binnen het bouwvlak, met dien verstande dat erkers, etc. voor de voorgevel niet meetellen bij de berekening van de oppervlakte;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De regels in dit plan zijn van toepassing op de locaties waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0307.TAM016-0301, zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
De regels in dit plan zijn integraal onderdeel van de geconsolideerde versie van het 'Omgevingsplan gemeente Amersfoort' zoals dat is gepubliceerd op de landelijke voorziening https://omgevingswet.overheid.nl/home.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locaties in dit plan.
De regels in Hoofdstuk 3 Thematische regels zijn gesteld met het oog op:
Aan de regels van Hoofdstuk 3 Thematische regels wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
De omgevingsvergunning als bedoeld in 6.2 wordt verleend als:
Op grond van de beoordelingsregels als bedoeld in 6.4, onder b kunnen de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning als bedoeld in 6.2 worden verbonden:
Voor het verrichten van bodemingrepen, dient in verband met veiligheid kennis te worden genomen van de explosievenkaart en bijbehorend beleid van de gemeente Amersfoort (zie www.overheid.nl).
Dit artikel gaat over het toevoegen van nieuwe geluidgevoelige gebouwen bij bouwactiviteiten waarvoor op grond van artikel 12.3 van dit omgevingsplan een vergunning nodig is.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning geluidgevoelige gebouwen toe te voegen.
De omgevingsvergunning als bedoeld in 12.3 wordt verleend als:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 12.3 wordt een akoestisch onderzoeksrapport aangeleverd.
In het werkingsgebied Wonen zijn bij elke woning beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten toegestaan, met dien verstande dat de activiteit geen waarneembare geluid, geur of trillingen buiten de woning en de bijbehorende bouwwerken mag veroorzaken op 20 meter van de gevel of in aanpandige resp. geluid-, geur-, of trillings gevoelige gebouwen.
Dit artikel gaat over groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden van de groenvoorzieningen en inrichting voor recreatief medegebruik.
De omgevingsvergunningen als bedoeld in 12.3 en artikel 15.2 wordt verleend als wordt voldaan aan de beoordelingsregels in het door het bevoegd gezag goedgekeurde inrichtingsplan voor de herontwikkeling van het landgoed aan de Boelenhoefseweg 3, zoals opgenomen in bijlage Inrichtingsplan landgoed Boelenhoef bij deze regels. Specifiek voor de erfinrichting moet worden getoetst aan de overzichtstekening in bijlage 2
Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, is alleen toegestaan zolang de in 9.2 bedoelde groenmaatregelen in stand worden gehouden.
Dit artikel gaat over het parkeren bij bouwactiviteiten waarvoor op grond van 12.3 van dit omgevingsplan een vergunning nodig is, waarbij sprake is van:
De omgevingsvergunning als bedoeld in 12.3 wordt verleend als wordt voorzien in (de aanleg van) voldoende parkeergelegenheid, zoals vastgelegd in de gemeentelijke Nota Parkeernormen 2009, Beleidsregel Toepassing Parkeernormen 2024 en rechtsopvolgende beleidsregels inzake het parkeren zoals die gelden tijdens het indienen van de omgevingsvergunning (zie www.overheid.nl).
Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, is alleen toegestaan zolang de in 10.2 bedoelde parkeergelegenheid in stand wordt gehouden.
De regels in Hoofdstuk 4 Activiteitgerichte regels zijn gesteld met het oog op:
Aan de regels van Hoofdstuk 4 Activiteitgerichte regels wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Deze regels zijn van toepassing op het bouwen en in stand houden van gebouwen en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 5.5 van het omgevingsplan Amersfoort.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning zoals benoemd in artikel 5.5 van het omgevingsplan Amersfoort een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, tenzij anders aangegeven.
Het is verboden om een bouwwerk te bouwen voor een gebruiksactiviteit die niet is toegestaan volgens Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten.
De omgevingsvergunning als bedoeld in 12.3 wordt voor een hoofdgebouw verleend als wordt voldaan aan de beoordelingsregels in 13.2 tot en met 13.6
De maximum bouwhoogte is voor bestaande bebouwing gelijk aan de bestaande bouwhoogte of voor nieuwbouw maximaal 10 meter.
De maximum goothoogte is voor bestaande bebouwing gelijk aan de bestaande goothoogte of voor nieuwbouw maximaal 3,5 meter.
In het werkingsgebied ‘vrijstaande woningen’ wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in 12.3 alleen verleend voor vrijstaande woningen.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 12.3 wordt verleend voor bijbehorende bouwwerken:
Dit artikel gaat over het aanleggen van werken, geen bouwwerken zijnde en over het uitvoeren van werkzaamheden.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren in de buitenruimte:
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 15.2 wordt verleend als door de werken en/of werkzaamheden de natuurlijke of landschappelijke waarden niet in onevenredige mate worden aangetast.
Dit hoofdstuk gaat over gebruiksactiviteiten.
De regels in Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten zijn gesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Aan de regels van Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Het is verboden om in het plangebied andere gebruiksactiviteiten te verrichten dan genoemd in de regels van een werkingsgebied van een gebruiksactiviteit zoals bedoeld in 17 Landgoed en Artikel 18 Wonen.
In het werkingsgebie 'Landgoed' mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor:
In het werkingsgebied 'Wonen' mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor wonen in een woning.
In het werkingsgebied 'Wonen' mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten bij elke woning als: