| vastgesteld |
| NL.IMRO.0268.PB29W75-VG01 |
Ten behoeve van de aanleg van een nieuwe uit- en inrit naar de Sophiaweg wordt een smalle bosstrook met de bestemming bos doorsneden. De doorsnijding is 4,5 m breed en circa 9 m lang. Voor deze strook dient een projectbesluit genomen te worden. Door deze wijziging dient met het EHS-beschermingsregime rekening te worden gehouden.
Voor de aanleg van de in- en uitrit dient een oppervlakte van circa 50 m2 herbestemd te worden. Zowel op basis van het uitgevoerde ecologische onderzoek naar beschermde flora- en faunawetsoorten als op basis van het beheertype: droog bos met productie, worden bij de realisatie van deze ingreep (aanleg van de aansluiting), de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied niet aangetast. Binnen het kader van het EHS beschermingsregime is deze ingreep hierom niet bezwaarlijk en hiermee toegestaan. Een nadere afweging ten aanzien van alternatieven, maatschappelijk belang, mitigatie en compensatie is hiermee niet aan de orde.
In de Flora- en faunawet is een zorgplicht opgenomen. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen geen nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet. In het geval van beschermde planten of dieren geldt de zorgplicht ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht voor dieren betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, met zo min mogelijk lijden gepaard gaat. De Flora- en faunawet bevat daarnaast een aantal verbodsbepalingen om ervoor te zorgen dat in het wild levende soorten zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Deze verbodsbepalingen houden onder andere in dat (beschermde) planten niet geplukt mogen worden. Dieren (beschermd of niet) mogen niet gedood, verwond of gevangen worden. Ook de plaatsen waar dieren verblijven zijn beschermd. Het uitzetten van dieren of planten in de vrije natuur is niet toegestaan, net zomin als het kopen of verkopen van (beschermde) planten of dieren, of producten die van (beschermde) planten of dieren zijn gemaakt.
Bij ruimtelijke ingrepen dient er altijd te worden nagegaan of er een vergunning nodig is op grond van de internationale en nationale Flora en Fauna wetgeving. Dit kan aan de hand van een flora en fauna onderzoek. Dit is gebeurd aan de hand van een Onderzoek beschermde natuurwaarden klooster Mariënbosch te nijmegen, 2011.3123 die als bijlage onderdeel uitmaakt van het besluit.
Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de beplanting rond het gebouw Mariënbosch is bovendien broedtiotoop voor niet-jaarrond beschermde vogelsoorten. Overige beschermde soorten, anders dan de onderzochte soortgroepen, zijn niet aangetroffen.
Wanneer de aangegeven voorzorgsmaatregelen worden uitgevoerd en nieuwe alternatieve verblijfsplaatsen worden gecreëerd, dan is er geen natuurschade te verwachten. Met deze maatregelen blijft de functionaliteit van het leefgebied van aangetroffen beschermde soorten behouden en kan bij vleermuizen zelfs worden uitgebreid. Onder deze omstandigheden is geen ontheffing op de FFW, dan wel een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) noodzakelijk.
De voorgestelde maatregelen om natuurschade te voorkomen en te mitigeren is uitgewerkt in een mitigatieplan.
De bomen aan de Sophiaweg zijn onderdeel van de primaire hoofdbomenstructuur. Deze laanbomen dienen optimaal beschermd te worden. Vandaar dat de inrit niet breder dient te zijn dan strikt noodzakelijk. Ook dienen maatregelen te worden getroffen om schadelijke effecten tegen gaan, die kunnen optreden door het aanleggen van de inrit.
De inrit wordt maximaal 4,5 m breed en er worden geen bochtstralen toegepast. Er komt een kantopsluiting van 10/20 banden die in zand worden gesteld (niet in zand/cement mix). Er wordt maximaal 25 cm ontgraven en tot maximaal 2,0 Mpa verdicht. Op de ontgraving wordt eerst een drukverdelingsmat aangebracht, daarna volgt de fundering en open verharding.
Wanneer er toch wortels met een dikte van 50 mm of meer worden aangetroffen deze sparen en niet onafgedekt laten. Wanneer wortels van kleinere afmeting verwijdert dienen te worden, deze verwijderen zonder de wortels te breken of te trekken. Door de hier voorgeschreven maatregelen is de afstand tussen de bomen en werkzaamheden altijd minimaal 3,5 meter.