| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Stoerwoud, Doesburg |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0221.TAM22DHBE-VA01 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van woningbouwontwikkeling op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Stoerwoud, Doesburg en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22d) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Doesburg. Dit hoofdstuk 22d is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk 22d conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan van de gemeente Doesburg. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22d' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22d' gelezen worden.
Dit plan wijzigt het omgevingsplan Doesburg in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan Doesburg een hoofdstuk 22d wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.
De regels in afdeling 22.2 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in artikel 1.4, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk 22d.
De regels in dit hoofdstuk 22d zijn van toepassing op de locatie Stoerwoud waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0221.TAM22DHBE-VA01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
in aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk 22d de
het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Stoerwoud, Doesburg met identificatienummer NL.IMRO.0221.TAM22DHBE-VA01 van de gemeente Doesburg bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0221.TAM22DHBE-VA01 met de in dit plan opgenomen regels en de daarbij behorende bijlagen.
een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel.
een bedrijf, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt. Hier worden onder verstaan de onder 'bedrijf aan huis' genoemde bedrijven in bijlage 2 en daaraan naar aard en omvang gelijk te stellen bedrijven.
een beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, (ontwerp)technisch of kunstzinnig gebied, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt. Hier worden onder verstaan de onder 'beroep aan huis' genoemde bedrijven in bijlage 2 en daaraan naar aard en omvang gelijk te stellen beroepen.
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer hoofdgebouwen.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
het bedrijfsmatig vervaardigen en/of bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen.
de vloer van een gebouw niet zijnde een keldervloer, op het peilniveau.
een al dan niet vrijstaand gebouw, dat architectonisch zowel als functioneel ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en ten dienste staat van dat hoofdgebouw.
een activiteit bestaand uit bouwen.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
de grens van een bouwvlak.
een geheel van op gelijke of nagenoeg gelijke vloerhoogte gelegen ruimten in een gebouw uitgezonderd kelders.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
een grens van een bouwperceel.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
gebouw dat als centrum dient voor het sociale en culturele leven van een buurt met plaats voor vergaderingen en voorzieningen voor activiteiten van recreatieve en educatieve aard.
iedere bovenbeëindiging van een gebouw.
een constructie ter vergroting van een gebouw die zich boven de dakvoet bevindt waarbij deze constructie deels boven de daknok van het oorspronkelijke hoofdgebouw uitkomt en de onderzijden van de constructie in een of beide dakvlakken is zijn geplaatst.
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit en waarbij een showroom en/of verkoopruimte ter plaatse aanwezig is; horeca-activiteiten zijn hieronder niet begrepen.
voorzieningen ten behoeve van het behoud, het herstel en/of ontwikkeling van natuurwaarden, zoals faunapassages, faunaduikers, faunarasters, nest- of vleermuiskasten, insectenhotels, vleermuisvriendelijke verlichting en kleinschalige natuurontwikkeling.
de grens van een functievlak.
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
zijde van een woning waar het gezamenlijke geluid niet meer bedraagt dan 50 dB.
gezamenlijk geluid als bedoeld in artikel 3.39 Besluit kwaliteit leefomgeving.
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als er meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is.
persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen.
een dakconstructie van een gebouw gevormd door ten minste twee dakschilden met een geheel of gedeeltelijk hellend dakvlak van elk tenminste 15° en ten hoogste 75°.
onder de begane grondvloer, of, voor zover de begane grondvloer niet overeenkomt met peil, onder peil, aanwezige constructiedeel of -delen worden niet meegerekend voor zover die zijn gelegen binnen de denkbeeldig doorgetrokken buitenwerkse gevelvlakken (en/of harten van de scheidingsmuren) én voor zover niet rechtstreeks buiten de woning bereikbaar via een hellingbaan, trap of soortgelijke toegang.
onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is.
een voorziening ten behoeve van het openbare nut zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van ondergrondse afvalinzamelijk en apparatuur voor telecommunicatie.
onder peil.
ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en naar aard en omvang daaraan gelijk te stellen bouwonderdelen.
een functie welke dient ter ondersteuning van de hoofdfunctie en daar onderdeel van uitmaakt, waarbij de functie qua oppervlakte, aard en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt is aan de hoofdfunctie, de functie uitsluitend te bereiken is via de entree van de hoofdfunctie en de openingstijden van de functie niet afwijken van de openingstijden van de hoofdfunctie.
het hoofdgebouw is zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. Van het hoofdgebouw te onderscheiden aan- en uitbouwen, die als functioneel onderdeel van het hoofdgebouw op basis van de vergunning tegelijkertijd zijn meegebouwd, worden geacht deel uit te maken van het oorspronkelijk hoofdgebouw. Het moet dan gaan om aan- of uitbouwen waarin gebruik wordt gerealiseerd dat gelet op de bestemming het belangrijkst is. In bouwkundige zin van het hoofdgebouw te onderscheiden aangebouwde bouwwerken waarin slechts ondergeschikte functies plaatsvinden – zoals aangebouwde garage/berging – maken geen deel uit van het hoofdgebouw en dus ook niet van het oorspronkelijk hoofdgebouw.
een bouwwerk met een draagconstructie niet door wanden van zichzelf omsloten en voorzien van een dak.
parkeereis als bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Doesburg 2025', waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op de nota.
parkeerplaatsen t.b.v. (vracht)auto's en overige verkeersvoertuigen waarbij voldaan dient te worden aan het gemeentelijke parkeerbeleid en, voor zover van toepassing, mede dient te worden voldaan aan de eisen t.b.v. de ontsluiting en bevoorrading als opgenomen in het gemeentelijke beleid. Indien het gemeentelijke beleid over een bepaald onderwerp geen (volledig) beeld geeft gelden de meest recente normen van het CROW als beleidsdocument.
parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
een open, vrijstaand of aangebouwd bouwwerk (geen gebouw zijnde), zonder dak of dichte wanden, bestaande uit verticale palen of kolommen die horizontaal met elkaar verbonden zijn;
een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice.
een inrichting of instelling gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel voor detailhandel in seks- en/of porno-artikelen, zoals een seksbioscoop, seksclub, seksautomaat of sekswinkel.
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
het al dan niet geheel afbreken van gebouwen en andere bouwwerken.
onverminderd het bepaalde in het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt onder straatmeubilair voor de werking van dit omgevingsplan mede verstaan: papier-, glas- en andere inzamelbakken, toegangsconstructies voor ondergrondse voorzieningen; kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame, alsmede abri's en kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen.
een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen, alsmede door garages geschakelde woningen waarbij het hoofdgebouw aan één zijde op de zijdelingse perceelsgrens gebouwd mag worden.
een als vergroting van het hoofdgebouw gebouwd gebouw, hetwelk door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en daar in architectonisch opzicht ondergeschikt aan is, maar in functioneel opzicht wel deel uitmaakt van dat hoofdgebouw.
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt.
de lijn die gelijk loopt aan voorgevel(s) van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan.
het gehuisvest zijn in een woning/wooneenheid.
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de permanente huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten.
een woning.
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van dit
omgevingsplan, gelden de volgende meetbepalingen:
het deel van het bouwperceel uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden, tenzij in de regels anders is vermeld.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
van de bovenkant van de goot dan wel de druiplijn, het boeiboord of een gelijk daaraan te stellen constructiedeel, tot aan de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen en met uitzondering van ondergrondse bouwwerken.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping.
de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak.
bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
De bouwgrenzen mogen in afwijking van de verbeelding en het bepaalde in Hoofdstuk 2 van deze regels uitsluitend worden overschreden door tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen, hellingbanen, funderingen en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 m.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met
identificatienummer NL.IMRO.0221.TAM22DHBE-VA01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Groen.
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Groen heeft de volgende functies:
met daarbij behorende bouwwerken, voorzieningen en onbebouwde gronden.
Bouwwerken zijn alleen toegestaan als zij ten dienste staan van de functies genoemd in lid 4.2.
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met
identificatienummer NL.IMRO.0221.TAM22DHBE-VA01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Verkeer.
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Verkeer heeft de volgende functies:
met daarbij behorende bouwwerken, voorzieningen en onbebouwde gronden.
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in lid 5.2.
Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met
identificatienummer NL.IMRO.0221.TAM22DHBE-VA01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen.
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen heeft de volgende functies:
met de daarbij behorende bouwwerken, voorzieningen en onbebouwde gronden.
Het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven.
Het gebruik van de gronden en gebouwen overeenkomstig het bepaalde in lid 6.2 is alleen toegestaan als:
Het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak bedraagt maximaal 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijgebouwen met een maximum van 50 m².
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in lid 6.2.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Bijbehorende bouwwerken (in de vorm van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) mogen niet zonder omgevingsvergunning worden gebouwd.
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken (in de vorm van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen) gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de functie wonen gelden de volgende regels:
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidbeperkende maatregelen' bedraagt het gezamenlijke geluid op de gevels maximaal 57 dB.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geluidbeperkende maatregelen' geldt dat aan de bouwkundige schil bouwkundige, geluidbeperkende maatregelen getroffen moeten worden om te voldoen aan het wettelijke bepaalde binnenniveau.
De regels in dit hoofdstuk 22d zijn van toepassing op de locatie Stoerwoud waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0221.TAM22DHBE-VA01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het bepaalde in lid 10.2 geldt in plaats van het bepaalde in artikel 22.29 lid 1 onder b en lid 2 en artikel 22.35 sub i van dit omgevingsplan.
Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken kunnen met betrekking tot het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk voorschriften worden verbonden die nodig zijn met het oog op het in het eerste lid van 10.2.2 genoemde belang.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor bouwen worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt voor de toetsing aan het bepaalde in 10.2.2:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
Het is in ieder geval verboden om:
Het oprichten van gebouwen en/of gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ter plaatse van het besluitgebied, is alleen toegestaan indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het oprichten van gebouwen en/of gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken wordt alleen verleend als aan de parkeereis op eigen bouwperceel wordt voldaan.
Of wordt voldaan aan de parkeereis wordt beoordeeld volgens:
Met een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.1.1 indien strikte toepassing van dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen gerechtvaardigd wordt, waarbij een naar aard en omvang gelijkwaardige voorziening wordt getroffen die voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.35 en paragraaf 22.5.2 worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld onder 12.1.1 voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Indien de functie van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen met bijbehorende voorzieningen, wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het oprichten van gebouwen en/of gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken alleen verleend als op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen.
Of wordt voldaan aan op eigen terrein voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen wordt beoordeeld volgens de richtlijnen van de CROW.
Met een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in 12.2.1 indien strikte toepassing van dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen gerechtvaardigd wordt, waarbij een naar aard en omvang gelijkwaardige voorziening wordt getroffen die voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
In aanvulling op het bepaalde in paragraaf 22.5.2 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels genoemd in 12.2.2.
Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het oprichten van gebouwen en/of gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor de functie wonen binnen het gebruiksdoel Wonen alleen verleend als aan de hemelwaterbergingseis wordt voldaan.
| Totale neerslaghoeveelheid (mm) | 111 |
| Afvoer via oppervlaktewater (mm) | 28 |
| Berging dak/straat/etc. (mm) | 3 |
| Maatgevende buiduur (uur) | 48 |
| Afvoer T=100 (l/s/ha) | 1,6 |
| Afvoer T=1 (l/s/ha) | 0,8 |
| Benodigde berging | 80 |
| Wijze van bergen | statisch |
| Infiltratiecapaciteit | 10 mm/u |
| vrijstaande woningen | 70% |
| twee-onder-één-kap woningen | 80% |
| aaneengebouwde woningen | 90% |
| gestapelde woningen | 100% |
| wegen en paden | 100% |
| parkeren op grasbetonstenen | 70% |
Met een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.3.1 indien strikte toepassing van dit artikel leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen gerechtvaardigd wordt, waarbij een naar aard en omvang gelijkwaardige voorziening wordt getroffen die voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.35 en paragraaf 22.5.2 worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld onder artikel 12.3.1 voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De regels in dit hoofdstuk 22d zijn van toepassing op de locatie Stoerwoud waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0221.TAM22DHBE-VA01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Een locatie die is aangewezen als Leiding - Beschermingszone elektriciteitskabel heeft mede als functie de bescherming van de aanwezige elektriciteitskabel.
Het is verboden om op of in de gronden bedoeld in lid 13.1, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunnning de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren:
Het in lid 13.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die:
De in 13.4.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien:
De regels in dit hoofdstuk 22d zijn van toepassing op de locatie Stoerwoud waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0221.TAM22DHBE-VA01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologie heeft mede als functie de bescherming van de archeologische verwachting en de archeologische waarden.
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld onder 14.4.1 goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waarin de archeologische waarde van de gronden die blijkens de aanvraag worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
Een omgevingsvergunning mag alleen worden verleend, indien is gebleken dat de in 14.3 en 14.4 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd.
De regels in dit hoofdstuk 22d zijn van toepassing op de locatie Stoerwoud waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0221.TAM22DHBE-VA01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 16.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 16.1.1 met maximaal 10%.
Het bepaalde in 16.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 16.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in 16.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde in 16.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit plan.