| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Woudse Erven II |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0203.TAMOP0017-0001 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op de ontwikkeling van een nieuw gedeelte van woonwijk De Burgt aan de zuidzijde van de kern Barneveld. Het vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22q) van het omgevingsplan van de gemeente Barneveld. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (https://www.ruimtelijkeplannen.nl). Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22q van het omgevingsplan van de gemeente Barneveld. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22q.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22q. gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22q, tenzij hierna daarvan is afgeweken.
Aanvullend gelden voor de toepassing van hoofdstuk 22q de volgende begripsbepalingen:
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Woudse Erven II met identificatienummer NL.IMRO.0203.TAMOP0017-0001 van de gemeente Barneveld.
Het omgevingsplan van de gemeente Barneveld.
beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend;
een regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg;
het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd;
het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben;
aspecten die van invloed zijn op de beleving van de ruimtelijke omgeving en objecten in de omgeving zoals structuur, identiteit en belevingswaarde;
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een niet voor bewoning bestemd vrijstaand of aangebouwd gebouw, dat een gebruikseenheid vormt met en dienstbaar is aan de bij omschrijving van de hoofdbestemming opgesomde functies, zoals een garage, huishoudelijke bergruimte of hobbyruimte;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op (ongeveer) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
een constructie ter vergroting van een gebouw die zich tussen de dakvoet en de daknok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de daknok is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst;
bij de functie behorende gronden waarvan het gebruik ten dienste van deze functie is;
het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;
een geluidwerende voorziening in de vorm van bijvoorbeeld een scherm of een wal;
gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in Bijlage I bij artikel 1.1. van het Besluit activiteiten leefomgeving, zoals deze bepaling luidde op het moment van de inwerkingtreding van dit plan, met inbegrip van eventuele latere wijzigingen;
persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen;
onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 1, sub d van de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur Gemeente Barneveld, zoals deze geldt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak;
een weg uitsluitend bedoeld en bestemd voor langzaam verkeer;
het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven;
grootte van de oppervlakte van een bouwlaag;
een constructie, geen bouwwerk zijnde;
activiteit inhoudende de bewoning van een woonruimte;
een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in art. 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag (zoals deze geldt op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan) en ten hoogste een bedrag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middenhuur Gemeente Barneveld (zoals deze geldt op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan);
In aanvulling op respectievelijk in afwijking van artikel 22.24 van het omgevingsplan gelden de volgende meetbepalingen:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, luchtbehandelingskasten en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
vanaf de buitenwerkse gevelvlakken dan wel, indien sprake is van overstekende daken met een overstekend gedeelte van meer dan 0,75 m, respectievelijk overstekken van meer dan 0,75 m, vanaf de buitenrand van het overstekende dak/de overstek, neerwaarts geprojecteerd, tot de kadastrale zijgrens van het perceel;
boven de vloeren, tussen de binnenwerkse gevelvlakken en/of scheidingsmuren.
Alle maten zijn tenzij anders weergegeven:
buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 m buiten beschouwing blijven.
De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g, h, i, j, of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in artikel 3.3, zijn niet van toepassing.
De regels in afdeling 22.2 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in artikel 3.3, voor zover die regels in strijd zijn met de regels in dit hoofdstuk.
De regels in dit hoofdstuk (Hoofdstuk 22q) zijn van toepassing op de locatie Woudse Erven II, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0203.TAMOP0017-0001 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk. Als de regels uit paragraaf 22.5.2 in de toekomst een andere plek in de structuur van het omgevingsplan krijgen, blijven die regels van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de daarop doorgevoerde wijzigingen.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toebedeelde functies en activiteiten.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Agrarisch -
Onbebouwd'.
Op de als 'Agrarisch - Onbebouwd' aangewezen locatie zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
met daaraan ondergeschikt:
met daarbij behorende:
Op de als 'Agrarisch - Onbebouwd' aangewezen locatie mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' want daar geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan op de verbeelding is weergegeven.
Op de als 'Agrarisch - Onbebouwd' aangewezen locatie is het volgende gebruik niet toegestaan:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als `Groen - In de kernen'.
Op de als 'Groen - In de kernen' aangewezen locatie zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbij behorende:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Het volgende gebruik van de gronden met de functie 'Groen - In de kernen' is verboden:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Tuin'.
Op de als 'Tuin' aangewezen locatie zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
met de daarbij behorende:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken en ondergeschikte bouwdelen van het hoofdgebouw op aangrenzende gronden, gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Verkeer - In de kernen'.
Op de als 'Verkeer - In de kernen' aangewezen locatie zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
met de daarbij behorende:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Voor een als 'Verkeer - In de kernen' aangewezen locatie kunnen burgemeester en wethouders maatwerkvoorschriften stellen voor de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Water - In de kernen'.
Op de als ''Water - In de kernen' aangewezen locatie zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
met de daarbij behorende:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen - I'.
Op de als 'Wonen - I' aangewezen locatie zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbij behorende:
Voor het bouwen van niet-gestapelde woningen gelden de volgende regels:
| Ter plaatse van de aanduiding | Bouwwijze |
| aaneengebouwd | aaneengebouwd |
| twee-aaneen | twee-aaneen en/of vrijstaand |
| vrijstaand | vrijstaand, per bouwvlak 1 woning |
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij niet-gestapelde woningen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Voor de als 'Wonen - I' aangewezen locatie kunnen burgemeester en wethouders maatwerkvoorschriften stellen voor de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
Op de als 'Wonen - I' aangewezen locatie is het volgende gebruik rechtstreeks toegestaan:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Wonen - II.
Op de als 'Wonen - II' aangewezen locatie zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbij behorende:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen voor gestapelde woningen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, balkons en ondergeschikte bouwdelen voor hoofdgebouwen voor gestapelde woningen gelden de volgende regels :
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
Voor een als 'Wonen - II' aangewezen locatie kunnen burgemeester en wethouders maatwerkvoorschriften stellen voor de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
Op de als 'Wonen - II' aangewezen locatie is het volgende gebruik rechtstreeks toegestaan:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen - nader uit te werken'.
De functie is gericht op het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, met de mogelijkheid om hergebruik voor wonen toe te staan zodra een concreet plan is uitgewerkt dat recht doet aan de cultuurhistorische waardestelling.
Op de als 'Wonen - nader uit te werken' aangewezen locatie zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
Nieuwbouw is uitsluitend toegestaan voor ondergeschikte voorzieningen:
Burgemeester en wethouders kunnen toestaan dat (een deel van) de bestaande monumentale bebouwing wordt gebruikt voor wonen, mits:
[GERESERVEERD]
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Cultureel erfgoed in de kernen'.
De als 'Waarde - Cultureel erfgoed in de kernen' aangewezen locaties zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor het behoud en de bescherming van cultuurhistorische waarden van de op die gronden aanwezig cultureel erfgoed.
De hoofdvorm van bouwwerken, bepaald door de gevelbreedte, goothoogte, bouwhoogte, dakhelling, nokrichting en oppervlakte van het grondvlak, zoals die hoofdvorm bestond op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, moet worden gehandhaafd.
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van artikel 14.3 om de hoofdvorm van het bouwwerk op een andere manier te realiseren.
2. De omgevingsvergunning als bedoeld in het vorige lid wordt uitsluitend verleend, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden en na advies van de Commissie Omgevingskwaliteit.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 1'.
De als 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen locaties zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen wordt slechts verleend indien het bouwplan:
Indien sprake is van strijd tussen bepalingen van Hoofdstuk 2 Regels over functies en activiteiten en het Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan (2025), dan gaan de planregels van dit Hoofdstuk 2 voor.
Dit artikel geldt voor gronden met de gebiedsaanduiding 'gebiedsgebonden geluidnorm', zoals aangegeven op de verbeelding. De gebiedsaanduiding bevat het maximale gezamenlijk geluidniveau (in dB Lden) dat voor deze locatie geldt.
Het waarborgen van een aanvaardbaar binnenklimaat in geluidsgevoelige gebouwen, uitgaande van het voor het gebied vastgestelde maximale gezamenlijk geluidniveau.
De beoordeling van de binnenwaarde vindt plaats overeenkomstig de voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), of diens opvolger.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1' geldt - in afwijking van de daar geldende functie(s) - dat het gebruik volgens de functie(s) alleen is toegestaan op voorwaarde dat binnen twee jaar na het inwerkingtreden van de omgevingsvergunning voor het bouwen van XX, zoals bedoeld in artikel XX, de gronden binnen deze functie zijn ingericht en vervolgens ingericht blijven overeenkomstig het inrichtingsplan en beheersplan, zoals opgenomen in Bijlage XX; Indien niet aan deze verplichting wordt voldaan is het als zodanig gebruiken van de gronden waarvoor een verplichte inrichting is voorgeschreven in strijd met deze functie.
Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - voorwaardelijke verplichting 2' geldt dat - in afwijking van de daar geldende functie(s) - het gebruik volgens de functie(s) alleen is toegestaan op voorwaarde dat het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein zoals weergegeven in bijlage 2 is aangelegd en vervolgens in stand wordt gehouden. Indien niet aan deze verplichting wordt voldaan is het als zodanig gebruiken van de gronden behorende bij die parkeerplaats(en), waarvoor een verplichte inrichting is voorgeschreven in strijd met deze functie.
Als gebruik overeenkomstig de functie wordt aangemerkt:
Het volgende gebruik is niet toegestaan:
Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (zoals nieuwbouw- of verbouwplannen) waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is, geldt dat voldoende parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn (en te blijven) conform de Nota Parkeernormen 2020 (zie Bijlage 1 bij hfst. 22q Nota Parkeernormen (2020). Indien de nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, wordt rekening gehouden met die wijziging.
Het in bepaalde in 20.1.1 is niet van toepassing op het vergroten van een woning.
Ter plaatse van de aanduiding 'bebouwingscontour geur' geldt een bebouwingscontour geur, als bedoeld in artikel 5.97 van het Besluit kwaliteit leefomgeving met een grenswaarde toelaatbare geur van 8 OUE/m3 .