| Plan: | TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01 |
Dit plan wijzigt het Omgevingsplan gemeente Aalten in die zin dat na hoofdstuk 22 van het 'Omgevingsplan gemeente Aalten' [een hoofdstuk 22c] wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.
De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van [hoofdstuk 22c] van het 'Omgevingsplan gemeente Aalten'. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22c.]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22c.]' gelezen worden.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4.
De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-Omgevingsplan woongebied Barlo (hoofdstuk 22c), waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01.
In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.7 gehanteerd.
Bodemgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Het TAM-omgevingsplan Lichtenvoordsestraatweg 69 (hoofdstuk 22c) met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01 van de gemeente Aalten.
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
Een geometrisch bepaald vlak dat in de regels is aangewezen voor een gebruiksdoel.
Gebruiken van een woning of wooneenheid voor het huisvesten van niet meer dan één huishouden.
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.23 van dit omgevingsplan, gelden de meetbepalingen zoals opgenomen in artikel 2 het bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2015' met identificatienummer NL.IMRO.0197.BP00075-VG04, vastgesteld op 21 maart 2017.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01 is aangewezen als 'Agrarisch met waarden.
Een locatie die is aangewezen als 'Agrarisch met waarden' heeft de volgende functies:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 4.2 genoemde functies van de gronden.
Tot een gebruik, strijdig met deze functie, zoals bedoeld in lid 4.2 wordt in ieder geval gerekend:
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01 is aangewezen als 'Groen'.
Een locatie die is aangewezen als 'Groen' heeft de volgende functies:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 5.2 genoemde functies van de gronden.
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Burgemeester en wethouders kunnen vergunningsvoorschriften stellen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 van het omgevingsplan, ten behoeve van:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01 is aangewezen als 'Natuur'.
Een locatie die is aangewezen als 'Natuur' heeft de volgende functies:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 6.2 genoemde functies van de gronden.
Op of in de gronden mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op de voor Natuur aangewezen locaties de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren:
Een omgevingsvergunning mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de natuur- en landschapswaarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 6.5.1 is niet vereist voor:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01 is aangewezen als 'Tuin - Gaarde'.
Een locatie die is aangewezen als 'Tuin - Gaarde' heeft de volgende functies:
en daarmee gelijk te stellen doeleinden.
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 7.2 genoemde functies van de gronden.
Tot een gebruik, strijdig met deze functie, zoals bedoeld in lid 7.2 wordt in ieder geval gerekend:
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
Voor het bouwen van de in lid 7.4.1 sub b genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
Burgemeester en wethouders kunnen vergunningsvoorschriften stellen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 van het omgevingsplan, ten behoeve van:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01 is aangewezen als 'Verkeer - Verblijfsgebied'.
Een locatie die is aangewezen als 'Verkeer - Verblijfsgebied' heeft de volgende functies:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 8.2 genoemde functies van de gronden.
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Burgemeester en wethouders kunnen vergunningsvoorschriften stellen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 van het omgevingsplan, ten behoeve van:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01 is aangewezen als 'Wonen'.
Een locatie die is aangewezen als 'Wonen' heeft de volgende functies:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 9.2 genoemde functies van de gronden.
Tot een gebruik, strijdig met deze functie, zoals bedoeld in lid 9.2 wordt in ieder geval gerekend:
Tot een gebruik in overeenstemming met deze functie, zoals bedoeld in 9.2 wordt in ieder geval gerekend het gebruik van ruimten voor een aan-huis-gebonden-beroep en/of een aan-huis-gebonden-bedrijf, waarbij het gezamenlijke vloeroppervlak ten behoeve van het aan-huis-gebonden-beroep of aan-huis-gebonden-bedrijf niet meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van de begane grondbouwlaag van de gebouwen op het betreffende bouwperceel tot een maximum van 50 m2 mag bedragen in verband met het aan huis verbonden beroep of bedrijf geldt dat de parkeerdruk in de omgeving niet onevenredig mag toenemen.
Tot een gebruik in overeenstemming met deze functie, zoals bedoeld in 9.2 wordt in ieder geval gerekend het gebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor (niet-zelfstandige) bewoning voor zover:
Tot een gebruik in overeenstemming met deze functie, zoals bedoeld in 9.2 wordt in ieder geval gerekend het gebruik van ruimten binnen het hoofdgebouw en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor een bed & breakfast, met dien verstande dat ten dienste van deze functie maximaal twee (slaap)kamers voor toeristisch-recreatief nachtverblijf mogen worden gebruikt.
Voor het bouwen van de in lid 9.4.1 sub b genoemde woningen (i.c. hoofdgebouwen) gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van de in lid 9.4.1 sub b genoemde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van de in lid 9.4.1 sub b genoemde overkappingen gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van de in lid 9.4.1 sub b genoemde kelders gelden de volgende bepalingen:
Van het bepaalde in 9.4.3 onder c, d en f en van het bepaalde in 9.4.4 onder b ten aanzien van de situering en maatvoering van bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag worden afgeweken, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:
Het gebruik van gronden en gebouwen overeenkomstig de in artikel 9.2 genoemde functies is in strijd met het omgevingsplan indien:
De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het plangebied zoals opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het in stand houden van bouwwerken waarvan de maatvoering afwijkt van het bepaalde in dit TAM-omgevingsplan is toegestaan indien de bestaande maatvoering bestond op het moment dat dit artikel in werking is getreden en het bouwwerk is gerealiseerd overeenkomstig een daartoe verleende omgevingsvergunning.
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
Burgemeester en wethouders passen deze parkeerregels toe met inachtneming van de beleidsregels met betrekking tot het parkeren, de beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten. De beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten is opgenomen in Bijlage 3.
Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden op de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden. De toename van de parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de beleidsregels. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, dan gelden de gewijzigde regels.
Hierbij geldt ter plaatse van de volgende gebiedsaanduiding de parkeernormen behorende bij het gebied zoals opgenomen in de beleidsregel:
Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte, in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op die gronden of op de bij die bouwwerken behorende en daartoe bestemde gronden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de beleidsregels. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, dan gelden de gewijzigde regels.
Hierbij geldt ter plaatse van de volgende gebiedsaanduiding de parkeernormen behorende bij het gebied zoals opgenomen in de beleidsregel:
Ruimte voor parkeren en stallen van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels wordt geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.
Burgemeester en Wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.2.1 tot en met 14.2.5. Burgemeester en wethouders nemen hierbij, conform de beleidsregels, in overweging of:
Burgemeester en Wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van:
De in lid 15.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts worden verleend indien en voorzover:
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, regenpijpen, stoeptreden, luifels, installaties, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen is overschrijding van de bouwhoogte toegestaan door ondergeschikte bouwdelen, als gevelversieringen, ventilatiekanalen, installaties, regenpijpen, liftkokers e.d., mits de overschrijding van de maximaal toegestane bouwhoogte niet meer dan 1 m bedraagt.
In aanvulling op artikel 22.26 en 22.35 van het omgevingsplan mogen bodemgevoelige bijbehorende bouwwerken niet groter zijn dan 50 m2.
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM20240003-VG01 is aangewezen als 'Groene ontwikkelingszone'.
Een locatie die is aangewezen als 'Groene ontwikkelingszone' heeft mede als functie de bescherming en ontwikkeling van landschappelijke en ecologische waarden.