direct naar inhoud van BIJLAGEN BIJ DE REGELS
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22q Kranenburgweg, Berkummerdijck
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0193.TAMh22q-0004

BIJLAGEN BIJ DE REGELS

Bijlage 1 Beeldkwaliteit bouwwerken

Criteria Bebouwing

Navolgende aspecten zijn relevant voor de na te streven beeldkwaliteit en geven richting aan de stedenbouwkundige en architectonische uitwerking van Berkummerdijck. De volgende richtlijnen gelden voor de beeldkwaliteit van de bebouwing:

Massa en vorm

  • Het woongebied Berkummerdijck vormt een samenhangende enclave: een buurtschap binnen Berkum. Het maakt een totaalcompositie tussen bebouwing en buitenruimte.
  • Binnen het totaalensemble bestaan twee deelsferen. Het westelijke deel maakt gevel en adres naar de Kranenburgweg en vormt hier een bescheiden hoekaccent. Het oostelijk deel gaat meer op in het landschap en beweegt van de Kranenburgweg af mee met de richting van de dijk.
  • De enclave is aan zuid- en oostzijde begrensd door een watergang en landschappelijke randen: aan de zuidzijde in combinatie met een groen beplant en relatief besloten talud. Aan de oostzijde grenzen zijtuinen en de collectieve buitenruimte aan bestaand groengebied van Berkum. Erfafscheidingen en overgangen naar deze rand zijn groen vormgegeven.
  • De bouwvorm bestaat uit grondgebonden woningen met kap, met uitzondering van het accentgebouw: dat bestaat uit drie verdiepingen met appartementen. De kapvorm van het accentgebouw zoekt met een flauwe kap balans tussen het 'accent vormen' en de aansluiting bij de gehele compositie. De korrelgrootte van de gebouwen ondersteunt de compositie van het ensemble als geheel. De basis bestaat uit korte rijtjes, waarbij de korrelgrootte richting de zuidkant losser wordt met 2^1 kap woningen en richting het accentpunt aan de Kranenburgweg juist steviger met een koppeling van het accentgebouw aan een kort rijtje grondgebonden woningen. Waarbij zowel in het rijtje als in de koppeling tussen appartementen en rij is voorzien in een gevelsprong.
  • De kappen zijn overwegend langskappen. Het accentgebouw vormt de uitzondering: het tekent zich met twee deel-kopgevels af richting de Kranenburgweg en vormt zo een silhouet. Het middelste bouwblok in het straatbeeld vanaf de Kranenburgweg maakt twee deel-dwarskappen en pakt daarmee de nuance tussen samenhang en variatie.
  • In het oostelijk deel hebben de rijwoningen dakoverstekken, benadrukkend aan de aansluiting bij het landschap. Aan de westzijde (de combinatie accentgebouw en de twee aanliggende blokjes rijwoningen) worden geen grotere dakoverstekken toegepast en sluiten kap en gevels strakker gesneden op elkaar aan.
  • Aan- en bijgebouwen zijn samen met pergola-constructies mee-ontworpen met de overgang naar de collectieve en openbare buitenruimtes. Zodoende vormt de opbouw berging - pergola's- haag en ombouwen voor afvalcontainters de samenhangende en representatieve overgang van hoofdgebouw naar buitenruimte. Bij de rijwoningen wordt vanaf de bouwfase direct deze complete overgangszone gerealiseerd en is er geen aanleiding en ruimte voor aanvullende constructies. Bij de 2^1 kap-woningen dienen eventueel toegevoegde bijgebouwen en bouwwerken in verwantschap met het totaalontwerp te worden uitgevoerd.
  • De voortuinzones vormen overwegend smalle groene zones die bijdragen aan het collectieve woonlandschap. Aan westzijde van het accentgebouw zijn de voorzones ingericht als woonstoep.

Gevels, kleur en materiaal

  • De grondgebonden woningen zijn opgebouwd uit korte rijen, in de basis uitgevoerd in baksteen in aardetinten, aansluitend bij het landschap. Hout in een voorvergijsde uitvoering wordt als tweede gevelmateriaal toegepast, het zet in op verzachting van het gevelbeeld en de aansluiting bij het landschap. Het blokje rijwoningen aan de zuidzijde van het accentgebouw is volledige houtbouw.
  • De gevelgeleding ondersteunt in hoofdlijn de totaalcompositie. Als tweede laag kent het gevelbeeld aan de Kranenburgweg asymmetrie in de gevelgeleding. In het binnengebied wordt met de gevelgeleding ingezet op de samenhang, de lange lijn en de aansluiting bij het collectieve landschap.
  • De gevelgeleding van het accentgebouw is meer opgericht, de schaal en hoogte van het gebouw benadrukkend. Aan de Kranenburgweg heeft dit vorm middels verticaal gerichte geveldetaillering, samen met grotere vensters die een subtiele asysmmetrie kennen in uitwerking. De zijgevel kent daarbij een eigen compositie met vensters in een asymmetrische compositie, bijdragend als secundaire zichtgevel richting het binnengebied.

Detaillering, kleur en materiaal

  • Vensteromlijstingen zijn sober vormgegeven, bij de grondgebonden woningen als subtiel onderdeel in het gevelvlak. In het accentgebouw en aanliggende rij worden juist enkele vensters iets meer aangezet om de aandacht te vestigen.
  • Horizontale gevelbelijningen benadrukken in het oostelijk gedeelte de lange lijn en de samenhang van de compositie. Het blokje houtbouw doet subtiel mee in deze belijning, en maakt daarmee onderdeel uit van de samenhang. Het accentgebouw en aanliggend blokje rijwoningen onttrekt zich van de horizontale belijning en staat daarmee meer 'rechtop' aan de Kranenburgweg. Zodoende wordt subtiel de accentwerking iets zwaarder neergezet.
  • Kleine accenten in de vorm van baksteenverband en/of nestkasten dragen bij aan de dorpse gevelcompositie als geheel.
  • Hout wordt binnen de venstervlakken toegevoegd als tweede materiaal, ondersteunend aan de gelaagdheid van de gevel.