| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoog- en middenspanningsstation Grondmanstraat Oldenzaal |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0173.BP16058-va01 |
Preambule
Dit TAM-IMRO omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22, hoogspanningsstation Grondmanstraat en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Oldenzaal. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Oldenzaal. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a.' gelezen worden.
Dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoog- en middenspanningsstation Grondmanstraat Oldenzaal is onderdeel van het omgevingsplan Oldenzaal.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn op de locatie, bedoeld in het eerste lid, van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet.
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met de regels in dit hoofdstuk.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoog- en middenspanningsstation Grondmanstraat Oldenzaal, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0173.BP16058-on01.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn ook van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij artikel 2.2 t/m 2.23 een afwijkende of aanvullende begripsomschrijving bevat.
In aanvulling en in afwijking op het bepaalde in in lid 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de volgende aanvullende begrippen gehanteerd onder 2.3 tot en met 2.23:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
de bebouwde oppervlakte van de gebouwen uitgedrukt in procenten van de totale oppervlakte van nader aangegeven gronden;
een bedrijfseconomische eenheid, gericht op het behalen van winst;
bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van de TAM-Omgevingsplan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd krachtens een omgevingsvergunning;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
een grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
iedere bovenbeïndiging van een gebouw;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
een geluidsaandachtsgebied is het gebied rondom een geluidsbron (zoals een weg, spoorweg of industrieterrein) waar de geluidbelasting hoger kan zijn dan de standaardwaarde en waarvoor specifieke geluidregels gelden onder de Omgevingswet;
etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A) op een bepaalde plaats;
een woning, ander geluidgevoelig gebouw of geluidsgevoelig terrein zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder – gelezen in samenhang met artikel 3.6 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet – zoals deze luiden op het moment van ter inzagelegging van dit plan;
een op grond van de Wet geluidhinder – gelezen in samenhang met artikel 3.6 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, zoals deze luidt op het moment van ter inzagelegging van dit plan – vastgelegde zone rond een industrieterrein, weergeven met de aanduiding Waarde – geluidzone – industrie, waarbuiten de geluidbelasting ten gevolge van dat industrieterrein niet meer mag bedragen dan 50 dB(A);
een geluidproductieplafond is een omgevingswaarde die de maximaal toegestane hoeveelheid geluid aangeeft, uitgedrukt in Lden en Lnight, op een geluidreferentiepunt nabij een geluidbron zoals een weg, spoorweg of industrieterrein;
een installatie voor het schakelen van hoogspanningsverbindingen en/of het transformeren van elektrische energie en/of het regelen en meten ten behoeve van het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van het hoogspanningsnet;
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied;
werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden waaronder begrepen de handhaving dan wel realisering van de functie;
het omgevingsplan van de gemeente Oldenzaal.
In aanvulling op artikel 22.24 van het omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2. van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken.
met daarbij horende:
Het is ter plaatse van 'veiligheidszone – hoogspanningsverbinding' verboden om zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare- en kwetsbare locaties, waar kwetsbare doelgroepen kunnen verblijven, als nieuwe functie toe te voegen.
De in dit artikel vastgestelde geluidsproductieplafonds gelden voor het gebied met de aanduiding 'Waarde - overig zone - Industrieterrein gpp', dat wordt begrensd door de locatie 'Bedrijf - Nutsvoorziening'.
Als omgevingswaarde voor de geluidproductieplafonds van het hoogspanningsstation gelden de geluidwaarden afkomstig van het in lid 11.1 bepaalde begrenzing van het industrieterrein uitgedrukt in Lden en Lnight, ter plaatse van het geluidreferentiepunt zoals, tezamen met het geluidaandachtsgebied is, vastgelegd in de Centrale Voorziening Geluidgegevens.
De geluidreferentiepunten zoals bedoeld in lid 11.2 zijn vastgelegd op coördinaten zoals opgenomen in de hierna weergegeven tabel.
Ter plaatse van de geluidreferentiepunten zoals bedoeld in lid 11.3 gelden de omgevingswaarden in Lden en Lnight zoals opgenomen in de hierna weergegeven tabel als geluidproductieplafonds.
Tabel 2: geluidproductieplafonds ter plaatse van geluidreferentiepunten
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die liggen binnen het geluidaandachtsgebied zoals aangewezen in de Centrale Voorziening Geluidgegevens.
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels die, op grond van de besluiten van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, reeds voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk van toepassing waren, op de gronden binnen het geluidaandachtsgebied, zoals bedoeld in lid 12.1.
In het geluidaandachtsgebied, zoals bedoeld in lid 12.1, geldt aanvullend op de regels die van toepassing zijn op die gronden, zoals bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, dat het realiseren of toevoegen van geluidgevoelige gebouwen niet is toegestaan.
Ter plaatse van de locatie 'Bedrijf - Nutsvoorziening' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwen van bouwwerken verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Ter plaatse van de locatie 'Bedrijf – Nutsvoorziening' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwen van bouwwerken verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten binnen de locatie 'Waarde – Archeologie'.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 14.1, is niet benodigd indien;
Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 14.1, wordt verleend indien met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met de oprichting van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de archeologische waarden.
Indien er al elders in dit hoofdstuk een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, dan gelden de beoordelingsregels in dit artikel aanvullend op de in dit hoofdstuk gestelde beoordelingsregels voor bouwen en de geldt de vergunningplicht, zoals bedoeld in artikel 14.1 niet.
Het gebruik van het hoogspanningsstation is niet toegestaan indien de landschappelijke inpassingsmaatregelen, zoals beschreven in het ruimtelijk inpassingsplan in bijlage Bijlage 2 Ruimtelijke inpassing van dit TAM-omgevingsplan, niet binnen drie jaar na realisatie van het eerste gebouw zijn uitgevoerd conform artikel 13 en duurzaam in stand gehouden.
Afwijken van het eerste lid via een omgevingsvergunning is toegestaan, mits wordt aangetoond dat de alternatieve inpassing gelijkwaardig bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit en binnen drie jaar na realisatie van het eerste bouwwerk is uitgevoerd conform artikel 13 en duurzaam in stand gehouden.
Het gebruik van het hoogspanningsstation is niet toegestaan indien, na de realisatie van een waterberging met een inhoud van ten minste 84,7 m3, zoals weergegeven op de wadi- inrichtingstekening in bijlage Bijlage 3 Wadi Grondmanstraat van dit TAM-omgevingsplan, niet binnen drie jaar na de realisatie van het eerste gebouw uitvoering is gegeven conform artikel 13 en duurzaam in stand gehouden.
Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit archeologie, als:
Ter plaatse van 'Waarde – Archeologie' is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit archeologie te verrichten.
Het verbod, bedoeld in lid 17.2, geldt niet als de bedoelde activiteiten:
De omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wordt alleen verleend als door de genoemde werken en werkzaamheden de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wordt in ieder geval een archeologisch onderzoek verstrekt waarin is aangetoond dat de archeologische waarden door de activiteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.
Voordat wordt besloten over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wint het bevoegd gezag advies in bij een archeologisch deskundige.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.