direct naar inhoud van 4.7 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Plan: Buitengebied, partiële herziening Kolleweg 7
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0158.BP1078-0003

4.7 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.7.1 Kader

Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.(-beoordelings)-plichtig in het andere geval dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

4.7.2 Onderzoek

In het plangebied is sprake het verdwijnen van een intensieve veehouderij. In de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage is de ontwikkeling in voorliggend bestemmingsplan opgenomen in de D-lijst als: "De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren."

De huidige activiteiten op het gebied van mesttransport worden voortgezet. Het beëindigen van een intensieve veehouderij en het op beperkte schaal continueren van het mesttransportbedrijf wordt niet gezien als een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit omdat er door intrekking van de milieuvergunning juist sprake is van een afname van intensieve agrarische bedrijfsactiviteiten. Door het beëindigen van de intensieve tak zal er sprake zijn van een afname van 2.250 kg ammoniak en verminderd de uitstoot van fijnstof en andere mogelijk schadelijk stoffen. In het kader van de voorbereiding is geconstateerd dat het plan niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied ligt. Dit is bekrachtigd in de uitgevoerde onderzoeken, waaronder het uitgevoerde flora- en faunaonderzoek welke is opgenomen in Bijlage 2 bij deze toelichting.

De dichtstbijzijnde Natura2000 gebieden zijn het Teeslinkven, het Boddenbroek en het Buurserzand/Haaksbergerveen. Deze gebieden liggen respectievelijk 7,5 km ten zuidwesten, 2,7 km ten noordwesten en 4,5 km ten oosten van de planlocatie. Ten behoeve van deze ontwikkeling is onderzocht of er effecten zijn op dit Natura 2000 gebied. Uit de quickscan Natuuronderzoek uit Bijlage 2 blijkt dat, als gevolg van deze planologische regeling, er geen toename is van verstorende invloeden op deze Natura 2000-gebieden. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op de instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen en dat er geen nadelige effecten zijn te verwachten.

4.7.3 Conclusie

Het plan is niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied gelegen en heeft ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving. De in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling van in het betreffende gebied is niet m.e.r.-beoordelingsplichtig.