| Plan: | TAM-omgevingsplan H22D Hengelosestraat 750 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0153.TAMH22D-0003 |
Er is een aanvraag om wijziging van het Omgevingsplan ingediend voor het realiseren van een Rood voor Rood woning en een tweede woning in het kader van de landhuisregeling op en nabij het plangebied aan de Hengelosestraat 750 (landgoed de Tol). Deze woningen moeten dienen als economische drager van het landgoed.
De locatie ligt in stadseel noord, de wijk Drienerveld/universiteit Twente, in het Buitengebied van de gemeente Enschede.
Afbeelding: ligging en begrenzing wijzigingsgebied (indicatief)
De beoogde ontwikkelingen betreft ten eerste de realisatie van een woning op het perceel aan de Hengelosestraat 750 te Enschede, omdat de agrarische bedrijfsvoering ter plaatse beëindigd is. Deze wijziging van het Omgevingsplan betreft de realisatie van een vrijstaande woning van 750 m3 en vrijstaand bijgebouw van 100 m2 in het achtererf. Hiervoor is het noodzakelijk dat de functie "Wonen" wordt vastgelegd in het Omgevingsplan met de daarbij behorende activiteiten voor het gebruik, het bouwen, het aanleggen en het slopen.
De tweede ontwikkeling is de realisatie van een woning in het kader van de landhuisregeling. Deze wijziging van het Omgevingsplan betreft de realisatie van een vrijstaande woning. Hiervoor is het noodzakelijk dat ede functie "Wonen wordt vastgelegd in het Omgevingsplan met de daarbij behorende activiteiten voor het gebruik, het bouwen, het aanleggen en het slopen.
Onderstaande afbeelding geeft de beoogde inrichting van het erf/een impressie van de ontwikkeling weer.
Vanwege het besluit van de provincie Overijssel om het bouwen van een boswoning in het Natuur Netwerk Nederland gebied te verbieden, is er besloten om te zoeken naar een nieuwe geschikte locatie voor de beoogde ontwikkeling.
De nieuwe locatie is gelegen aan de Hengelosestraat, op het Erf (Erve Waanders). Dit erf bestaat uit een recent afgebrande woning (voormalige boerderij) met een schuur en enkele kleine schuren en bijgebouwen. Het perceel wordt ontsloten door een oprit naar de Hengelosestraat.
Afbeelding: ligging plangebied en de huidige situatie van erve Waanders.
Voor de beoogde ontwikkeling wordt de reeds afgebrande boerderij opnieuw opgebouwd en wordt de schuur met het pannendak opgeknapt, de rest van de bebouwing op het erf wordt gesloopt. Er worden twéé woningen toegevoegd van 750 m3 op het erf met beide een bijgebouw van maximaal 100 m2. Één woning komt te staan op een kunstmatige es, en krijgt de uitstraling van een eswoning. De tweede woning krijgt de uitstraling van een schuurwoning. De reeds afgebrande boerderij (hierna boerderij) krijgt een bijgebouw van maximaal 100 m2. De boerderij krijgt een inhoud van 980 m3. De ontsluiting van het plangebied vind op dezelfde manier plaats als in de oude situatie, via een oprit naar de Hengelosestraat. Er wordt voldoende parkeergelegenheid (6 parkeerplekken) gerealiseerd op het erf. De woningen worden ingepast in het landschap en krijgen een agrarische uitstraling waardoor het als een geheel erf oogt. Ook wordt er meer groen toegevoegd op het erf voor een betere inpassing en om de privacy te waarborgen. In het plangebied wordt extra groen toegevoegd, tevens wordt er buiten het Natuurnetwerk Nederland gebouwd om deze ecologische structuren te waarborgen.
Afbeelding 2: Toekomstige situatie Erve Waanders
Ook wordt er ten noorden van Erve Waanders een oud pad hersteld en afgemaakt om de historische contouren van het landschap terug te brengen.
Afbeelding 3: Historische kaart van erve Waanders. In rood de hengelosestraat.
De sloopmeters van de gesloopte gebouwen op Erve Waanders worden ingezet voor de Rood voor Rood regeling. Het totaal aan landschap ontsierende bebouwing wat gesloopt wordt op Erve Waanders bedraagt 579 m2. De overige sloopmeters die nodig zijn om aanspraak te kunnen maken op de Rood voor Rood regeling (420 m2) worden aangekocht van percelen elders buiten de bebouwde kom in Enschede.
De wijziging van het omgevingsplan betreft voor de schuurwoningen de inzet van de Rood voor Rood regeling en de landhuisregeling. Ook wordt de woonfunctie verplaatst en worden er functies toegevoegd. Dit wordt hieronder nader toegelicht.
Het plangebied valt onder het bestemmingsplan “Drienerbraken – Kristalbad", dat is vastgesteld op 27 mei 2013 door de gemeente Enschede.
Het perceel heeft daarin deels de bestemming ‘’Groen – Landgoedpark’’en deels de bestemming ‘’Wonen’’.
Daarnaast gelden de (paraplu)bestemmingsplannen: "Aanpassing binnenplanse afwijkingsbevoegdheden" "Kwalitatief sturen op appartementen" (datum), "Parkeren Enschede" (11-3-2019), "Buitengebied - zonnepanelen" (02-07-2018), "Voormalige vlliegbasis Twenthe - Zones" (12-03-2018), "Onzelfstandige bewoning Enschede" (13-11-2017), "Cultuurhistorie" (6-2-2017) en "Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risicovol, geluid) (18-11-2014).
Afbeelding 4. Bestemmingsplan Drienerbraken-Kristalbad en de geldende bestemming op het perceel.
Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 27-05-2013. Dit bestemmingsplan geeft de bestemmingsvlakken weer van de percelen gelegen in het geldende gebied. In dit bestemmingsplan heeft het Erf de functie 'wonen'. Het plangebied voor de beoogde ontwikkeling heeft daarnaast nog de functies: "Groen - Landgoedpark" en "Agrarisch met waarde - Agrarische functie met landschapswaarde". Verder heeft het plangebied de specifieke aanduidingen: "Geluidzone - luchthaven >35 ke" en "Archeologisch onderzoeksgebied B". Het huidige bestemmingsplan laat het niet toe om een schuurwoning met bijgebouw en een eswoning met bijgebouw toe te voegen op Erve Waanders. Door het veranderen van het bestemmingsplan kan dit wel mogelijk worden gemaakt.
In de toekomstige situatie wordt er op het perceel van Erve Waanders de functies "Bos", "Groen - Landgoedpark" en "Agrarisch met waarde -Agrarische functie met landschapswaarde" toegevoegd. De functie "Wonen" wordt verplaatst, maar wordt niet groter in oppervlakte.
De functie "Bos" wordt toegevoegd aan de zuidelijke perceelsgrens met de Hengelosestraat. Deze functie is gelegen binnen het NatuurNetwerk Nederland.
Ook wordt aan deze zuiderlijke perceelsgrens de functie "Agrarisch met waarde - Agrarische functie met landschapswaarde" toegevoegd. De functie "Wonen" wordt verplaatst van deze plek naar verderop het erf, om daarbinnen twee woningen te realiseren. Deze functie wordt ook toegevoegd aan de westelijke kant van het plangebied om een rand van 50 meter om de functie "wonen" te waarborgen, waarbinnen geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt kunnen worden. Deze voorwaarden is opgenomen in de planregels.
De functie "Wonen" wordt op het perceel deels verplaatst om twee woningen verder op het erf te kunnen realiseren. Binnen deze functie worden twee nieuwe bouwvlakken toegevoegd voor de realisatie van de twee nieuwe woningen. Ter compensatie van de nieuw te realiseren bouwvlakken wordt het bestaande bouwvlak verkleind tot om de boerderij heen. De bouwvlakken krijgen elk een eigen aanduiding. De woonfunctie wordt netto niet groter.
Ten behoeve van het landgoed wordt de functie "Groen - Landgoedpark" toegevoegd op het erf. Een deel van deze gronden worden opengesteld voor het publiek. Dichtbij de nieuwe woningen ligt binnen de functie "Groen - Landgoedpark" de schuur met het rode pannendak. Deze schuur is niet bestemd voor het wonen en krijgt de aanduiding "beheersgebouw", ten behoeve van het beheer van het landgoed
Afbeeldint omgevinsplanwijziging.
Dit "paraplu"bestemmingsplan is vastgesteld op 13-05-2024. De bestemmingsplannen die sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 onderdeel uitmaken van het (tijdelijke) omgevingsplan, bevatten diverse binnenplanse afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. Daarmee kan worden afgeweken van de harde normen in het bestemmingsplan. Echter onder de Omgevingswet is er deels geen mogelijkheid meer om toepassing te geven aan een binnenplanse afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden. Als gevolg verwijdert dit parapluplan de binnenplanse afwijkingsbevoegdheden die niet geschikt (te maken) zijn om te worden omgezet naar een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA) en wijzigingsbevoegdheden die geen bouwtitel bevatten uit de geldende bestemmingsplannen.
Dit "paraplu" bestemmingsplan dat is vastgesteld op 30 september 2019, zorgt voor kwalitatieve sturing op de realisatie van appartementen. Dit bestemmingsplan is het toetsingskader voor inkomende aanvragen.
Er worden geen appartementen gerealiseerd in de beoogde ontwikkeling, waardoor dit bestemmingsplan niet van toepassing is.
Dit "paraplu" bestemmingsplan dat is vastgesteld op 11 maart 2019, zorgt ervoor dat de beleidsregel 'Parkeernormennota Enschede 2017' van toepassing is op (bijna) de hele gemeente, waaronder het plangebied. De relevante regels zijn doorvertaald in voorliggend plan. De werking van het bestemmingsplan "Parkeren Enschede" vervalt met de in werkingtreding van voorliggend omgevingsplan voor het plangebied.
Dit "paraplu"bestemmingsplan is vastgesteld op 12-03-2018. Dit bestemmingsplan maakt deel uit van verschillende bestemmingsplannen die gaan over de ruimtelijke en functionele invulling van het restant van de voormalige vliegbasis Twenthe. Specifiek geeft dit bestemmingsplan geluidzones en vrijwaringszones weer.
Gezien de grote afstand tussen het plangebied en de voormalige vliegbasis Twenthe zijn deze zones niet van toepassing op het plangebied.
Dit 'paraplu'bestemmingsplan is vastgesteld op 2 juli 2018 en maakt het mogelijk om in het plangebied zonnepanelen op het maaiveld te plaatsen. Het is niet wenselijk om in het plangebied van voorliggend plan zomaar zonnepanelen toe te staan, vanwege de cultuurhistorische waarde van het landgoed en het perceel. De regels voor zonnepanelen zijn daarom niet opgenomen in voorliggend plan. De werking van het bestemmingsplan "Buitengebied zonnepanelen" vervalt met de inwerkingtreding van voorliggend omgevingsplan voor het plangebied. De realisatie van een zonneveld wordt rechtstreeks in het onderhavige omgevingsplan geregeld.
Dit "paraplu" bestemmingsplan dat is vastgesteld op 13 november 2017 en heeft als doel om een duidelijk kader te geven waarin medewerking kan worden verleend aan het realiseren van onzelfstandige bewoning.
Er is geen sprake van onzelfstandige bewoning (kamerverhuur) in de beoogde ontwikkeling waardoor dit bestemmingsplan niet van toepassing is.
Dit "paraplu"bestemmingsplan is vastgesteld op 6 februari 2017. Het plan geldt als een aanvulling op alle geldende bestemmingsplannen binnen het plangebied van bestemmingsplan "Cultuurhistorie". Het plangebied van voorliggend plan valt daar binnen. Het plangebied valt geheel binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - cultuurhistorie'. Er zijn echter geen gebouwen aangeduid als 'karakteristiek'. Er zijn daarom geen regels doorvertaald in voorliggend bestemmingsplan. De werking van het omgevingsplan "Cultuurhistorie" vervalt met de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan voor het plangebied
Dit "paraplu'bestemmingsplan is vastgesteld op 18 november 2014 en bevat regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk, risicovolle inrichtingen en geluidszoneringsplichtige inrichtingen. Onderhavige gronden hebben de aanduiding 'vuurwerk uitgesloten' en 'risicovolle inrichtingen uitgesloten'. Dit is doorvertaald in de regels van het onderhavige bestemmingsplan. De werking van het bestemmingsplan "Bedrijven met milieuzones (vuurwerk, risico, geluid)" vervalt met de inwerkingtreding van voorliggend omgevingsplan voor het plangebied.S
Met deze motivering wordt aangetoond dat de deze wijziging van het Omgevingsplan in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de geldende beleids- en toetsingskaders van Rijk, provincie, waterschap en gemeente geen belemmeringen vormen voor de uitvoerbaarheid van de activiteit(en).
Bij het wijzigen van het Omgevingsplan moet de gemeente aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Daarbij moet worden aangegeven op welke wijze het gemeentelijke participatiebeleid is toegepast. Gemeente Enschede heeft de 'Participatieverordening gemeente Enschede 2022' en de op basis daarvan opgestelde "handreiking participatie voor initiatieven Omgevingswet".
Uit de handreiking volgt dat de beoogde ontwikkeling valt onder 'categorie 2: middel'. Dit betekent dat de initiatiefnemer mensen in de buurt kennis moet geven over de beoogde ontwikkeling. Dit kan middels een brief. De initiatiefnemer heeft ervoor gekozen om persoonlijk aan de buren zijn plannen uit te leggen.
In juni van dit jaar heeft de gemeenteraad nieuwe samenwerkingsafspraken tussen de gemeente en dorps- en wijkraden vastgesteld. Deze afspraken zijn het resultaat van een coproductieproces tussen de gemeente en de buurtkringen, dorpsraden en wijkraden van Enschede. In 18 wijken in Enschede is een wijkorgaan actief die gesubsidieerd wordt door de gemeente. Er zijn 3 samenwerkingsniveaus voor 2024 vastgelegd. Voor alle wijkorganen geldt dat tijdig informeren over ontwikkelingen een uitgangspunt is. Een wijziging van het omgevingsplan valt onder samenwerkingsniveau 2. De beoogde ontwikkeling valt niet onder een wijkraad.
De procedurebepalingen voor het wijzigen van een omgevingsplan staan in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. Hieronder zijn de procedurestappen in verkorte vorm weergegeven.
Deze wijziging van het Omgevingsplan betreft een ontwikkeling waarbij ruimtelijke belangen van andere gemeenten, het waterschap Vechtstromen, de provincie Overijssel of het Rijk in het geding zijn. Daarom wordt er een vooroverleg ingepland
Nieuwe initiatieven en plannen in het landelijk gebied en de stadsrand worden voor instemming voorgelegd aan de provincie als het een ontwikkeling betreft waarbij:
In het beoogde initiatief worden er twee nieuwe woningen gerealiseerd, en wordt er een boerderij herbouwd. De schuurwoningen worden gebouwd met behulp van de Rood voor Rood en VAB regeling. Hierdoor is een vooroverleg met de provincie in het verleden geweest. De provincie had bezwaren tegen een eerder ontwerp waarbij een boswoning werd geprojecteerd in de NNN. Het advies van de provincie was om de woningen buiten de NNN te ontwikkelen. Dit nieuwe plan komt overeen met de gewenste situatie van de provincie Overijssel.
De gemeente heeft op 26 februari 2025 in het gemeenteblad kennis gegeven van het voornemen om een omgevingsplan te wijzigen (artikel 16.29 Omgevingswet).
In de kennisgeving staat onder andere hoe de gemeenteraad burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding gaat betrekken (zie paragraaf 2.1 t.a.v. participatie).
Het ontwerpbesluit is voor een periode van zes weken digitaal ter inzage gelegd. Deze terinzagelegging biedt een ieder de mogelijkheid om tijdens die periode zienswijzen naar voren te brengen . De bekendmaking van de terinzagelegging en de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen is digitaal gepubliceerd in het Gemeenteblad en daarnaast ook in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis". Er zijn geen zienswijzen ingediend. Het plan kan worden vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders.
De wijziging van het omgevingsplan treedt in werking 4 weken na de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt.
Tegen een wijziging van het Omgevingsplan staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de kennisgeving van de wijziging van het omgevingsplan staat hoe dat moet en wanneer dat kan.
De Omgevingswet biedt ruimte voor de ontwikkeling van activiteiten in de fysieke leefomgeving. Voor de ontwikkeling van gebieden moet de gemeente kosten maken. Dit zijn bijvoorbeeld kosten voor de aanleg van openbare voorzieningen en het wijzigen van het omgevingsplan. De gemeente is verplicht om in bepaalde gevallen deze kosten te verhalen. Het sluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur.
Als het niet gelukt is een overeenkomst af te sluiten, dan verhaalt de gemeente de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Zolang de kostenverhaalbijdrage niet is betaald, is het verboden om de bouwwerkzaamheden uit te voeren.
De beoogde ontwikkeling betreft een bouwplan zoals bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit waarvoor kostenverhaal wettelijk verplicht is. Met initiatiefnemer is een anterieure exploitatieovereenkomst gesloten.
Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat het kostenverhaal voldoende anderszins is verzekerd en is de economische uitvoerbaarheid van het nu voorliggende bestemmingsplan voldoende aangetoond.
In deze paragraaf wordt de wijziging van het Omgevingsplan getoetst aan beleid en regelgeving van het Rijk, zoals benoemd in de instructieregels voor omgevingsplannen in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl; afdelingen 5.1, 5.2 en 5.3).
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk tot 2050 op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Verschillende ministeries werken aan de uitwerking van diverse beleidsthema's in de vorm van Nationale Programma's.
Opgaven
Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven:
In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren:
Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waarin Regio Twente onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. Enschede is hierin genoemd vanuit de afspraak "Samenhang topwerklocaties en stationsgebieden in Twente" tussen de regio Twente en het Rijk. De afspraak behelst dat Regio en Rijk gezamenlijk onderzoek doen naar mogelijkheden van het versterken van agglomeratiekracht door ontwikkeling van wonen en werken in de samenhangende stationsgebieden Hengelo-Kennispark-Enschede (de Innovatiedriehoek). De aaneengesloten stationsgebieden Hengelo-Kennispark-Enschede moeten doorgroeien als compact centrum van de integrale ontwikkelas Zwolle-TwenteMünster, met een vestigingsmilieu van vernieuwende combinaties van duurzaam wonen, werken, ondernemen en studeren.
Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Het doel is het versnellen van besluitvorming omtrent samenhangende ruimtelijke keuzes en de uitvoering van maatregelen, zodat plannen toekomstbestendig, met ruimtelijke kwaliteit, en in samenhang gerealiseerd kunnen worden. De gemeente Enschede maakt geen onderdeel uit van een door het Rijk aangewezen NOVI-gebied.
De Omgevingswet geeft de maatschappelijke doelen van de wet. Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang:
Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels voor het omgevingsplan, voortkomend uit de beleidsdoelen van de Omgevingswet. Met zo'n instructieregel geeft het Rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels. Regels die in acht moeten worden genomen. Regels waar rekening mee moet worden gehouden en regels die moeten worden betrokken bij de wijziging. 'In acht nemen' is dwingender, in die zin dat een bestuursorgaan aan de instructieregel moet voldoen.
Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels:
Voor het plangebied gelden geen instructieregels buiten de instructieregels voor onderwerpen die aan bod komen in paragraaf 3.6 (omgevingsaspecten).
Met dit wijzigingsbesluit wordt het project tot realisatie van twéé schuurwoningen en het herbouwen van één boerderij op een bestaand erf buiten de bebouwde kom van Enschede mogelijk gemaakt. Met deze wijziging wordt, met in acht neming van de beleidsdoelen zoals verwoord en uitgewerkt in rijksbeleid en -regelgeving, tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties gekomen. Deze motivering geeft de onderbouwing hiervan.
Deze wijziging van het Omgevingsplan voldoet aan de instructieregels van het Rijk.
In deze paragraaf wordt de wijziging van het omgevingsplan getoetst aan beleid en regelgeving van de provincie Overijssel. Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Het gaat alleen om de instructieregels die relevant zijn voor deze omgevingsplanwijziging. Het gaat in deze paragraaf ook alleen om instructieregels voor onderwerpen die niet aan bod komen in paragraaf 3.6 (omgevingsaspecten).
De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit, sociale kwaliteit en gezondheid zijn daarbij de leidende principes of 'rode draden'. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren.
De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsverordening zijn instructieregels gesteld waar het voorliggende plan rekening mee dient te houden.
In het navolgende wordt invulling gegeven op welke wijze het voorliggende plan aansluit bij de provinciale doelstellingen voor ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit, aanvullende eisen op de Ladder voor duurzame verstedelijking en is gericht op concentratie van stedelijke functies in kernen, het bevorderen van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en toekomstbestendigheid.
In afdeling 4.3 van de omgevingsverordening is opgenomen dat omgevingsplannen een onderbouwing moeten bevatten waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Daarbij moet het plan getoetst worden aan het 'uitvoeringsmodel' en de 'catalogus gebiedskenmerken' uit de Omgevingsvisie Overijssel (artikel 4.9).
In het uitvoeringsmodel staan de stappen 'of', 'waar' en 'hoe' centraal. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door provinciale generieke beleidskeuzes (of), de ontwikkelingsperspectieven geven richting aan waar wat ontwikkeld kan worden (waar) en de gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief ingepast kan worden (hoe).
In het kader van de toelichting wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. De locatie is gelegen binnen de ontwikkelingsperspectieven: "Bijzondere gebiedscondities benutten: landgoederen", "Ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap" en "Stads- en dorpsranden"
Bijzondere gebiedscondities benutten: landgoederen
Het ontwikkelingsperspectief: "Bijzondere gebiedscondities benutten: landgoederen" richt zich op het verbinden van initiatieven in de Groene omgeving aan de versterking van de bestaande landgoederenstructuur in Overijssel. Landgoederen zijn een mooi voorbeeld van functiecombinaties en illustreren dat natuurwaarden, cultuurhistorische waarden en economische waarden goed te combineren zijn. Vrijkomende agrarische erven en gebouwen op landgoederen zijn erg geschikt voor hergebruik door andere functies, om zo het landgoed, en de landgoederenstructuur in Overijssel, financieel in stand te houden,
In het beoogde initiatief worden er in het plangebied twee nieuwe schuurwoningen gebouwd op het bestaande woonerf ten behoeven van de financiële draagbaarheid van het landgoed. In deze schuurwoningen worden cultuurhistorische waarden teruggebracht en worden deze als één geheel ingepast. Hierdoor draagt het beoogde initiatief bij aan het ontwikkelingsperspectief "bijzondere gebiedscondities benutten: landgoederen".
Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap
In het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' staat de ambitie 'voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen' voorop. Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Daarnaast gelden bij alle ontwikkelingsperspectieven de ruimtelijke kwaliteitsambities:
Het voorliggende plan past binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Voorliggen plan tast het zichtbare en beleefbare mooie landschap niet aan. De toevoeging van de 2 woningen is gesitueerd ter plaatse van de voormalige agrarische bebouwing. Over of direct aangrenzend aan het erf lopen geen watergangen en is oppervlakte water aanwezig, waarmee in de landschappelijke inrichting rekening gehouden kan worden. Tevens levert het plan geen extra belemmeringen voor de functies in de nabije omgeving van het plangebied. Het plan past binnen de uitgangspunten van het ontwikkelingsperspectief.
Stads- en dorpsranden
De stads- en dorpsrandgebieden vormen de overgang tussen de Stedelijke en Groene omgeving. Het vormgeven van deze overgang is een belangrijk kwaliteitsdoel. Landgoederen zijn in deze randgebieden van toegevoegde waarde: ze versterken de identiteit en kwaliteit van de stad en natuur, én zijn belangrijke dragers van en voor sociaal-economische, culturele en recreatieve ontwikkelingen.
Het beoogde initiatief in het plangebied zorgt voor een kwaliteitsimpuls in de omgeving; landschapsontsierende wordt gesloopt en er worden twee nieuwe woningen samen met een hergebouwde boerderij ingepast in het landschap. Ook worden er cultuurhistorische kenmerken opgenomen in de bebouwing. Hierdoor wordt de identiteit en kwaliteit van het landgoed en natuur verbeterd waardoor dit initiatief past binnen het ontwikkelingsperspectief "stads- en dorpsranden"
Conclusie
Het beoogde initiatief past binnen de ontwikkelingsperspectieven uit de omgevingsvisie van Overijssel.
Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. De generieke beleidskeuzes zijn normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel 2024.
Afdeling 4.2 van de verordening geeft instructieregels gericht op concentratie van stedelijke functies in kernen, het bevorderen van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en toekomstbestendigheid. Het omgevingsplan kan woningbouw toelaten als voorzien wordt in een bovenregionale behoefte. Woningbouw in de Groene Omgeving (buitengebied) kan alleen onder voorwaarden, onder andere als aannemelijk is gemaakt dat in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied. Woningbouw kan alleen mogelijk worden gemaakt als aannemelijk is dat deze toekomstbestendig is.
Paragraaf 4.5.1 geeft instructieregels over woningbouw. Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten.
De behoefte van de woningen wordt nader getoetst in paragraaf 3.3, maar is kortweg passend binnen regionale woonafspraken. De woningbouwlocatie is gelegen op een voormalig agrarisch erf en wordt gesitueerd ter plaatse van landschapontsierende, technisch verouderde, agrarische bebouwing. Er is dus geen sprake van extra ruimtebeslag buiten een bestaand erf. Het voldoet daarmee aan de eis van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.
De locatie van de agrarische schuren is in verval geraakt, een nieuwe invulling draagt bij aan de toekomstbestendigheid. De ontwikkeling vervult de behoefte naar uitbreiding van de woningvoorraad van de gemeente Enschede.
In de toelichting op het plan wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In navolgende motivering is beschreven dat de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de provinciale gebiedskenmerken. De gebiedskenmerken zijn beschreven in meerdere lagen. Voor het plangebied zijn de volgende lagen van belang:
a. Natuurlijke laag
Het plangebied ligt binnen de gebiedskenmerken van de 'Dekzandvlakte en ruggen'. Ontstaan na de ijstijden toen, na het verdwijnen van het ijs, in grote delen van Overijssel een reliëfrijk, door de wind gevormd zandlandschap overbleef. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan door natuurlijkere watersystemen en door beplanting met 'natuurlijke soorten'. En door de strekkingsrichting van het landschap meer zichtbaar te maken. Sturing kan door het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem.
Het bestaande reliëf zal met dit planvoornemen niet aangetast worden.
b. Stedelijke laag
De stedelijke laag heeft de gebiedsaanwijzing "Informele trage netwerk" en "Verspreide bebouwing". Het informele trage netwerk bestaat uit de wandelpaden, fietspaden, ruiterpaden, etc. die deel uitmaken van het netwerk voor langzaam vervoer dat delen van het agrarisch cultuurlandschap en de natuurlijke laag toegankelijk en ervaarbaar maakt. Vanaf oudsher verbonden deze routes de kernen van het ommeland met elkaar. Discontinuïteit ligt hierbij op de loer. De ambitie van de provincie is hierbij dat het fiets- en wandelpaden netwerk op regionaal niveau wordt geïntegreerd, waarbij erfgoed langs het informele trage netwerk wordt benut om de toeristische aantrekkelijkheid van gebieden te vergroten.
De gebiedsaanwijzing "verspreide bebouwing"
Agrarische erven hebben van oudsher een sterke relatie met het omliggende landschap waarbij de opbouw en het gebruik van het erf afgestemd waren op lokale omstandigheden en het landbouwsysteem, wat leidde tot de herkenbare samenhangende landschappen. De provincie heeft de ambitie om deze samenhang tussen erf en landschap te behouden door voort te bouwen op de cultuurhistorie en karakteristieken van de erven.
Door het opstellen van een landschappelijk inrichtingsplan wordt er rekening gehouden met de cultuurhistorische samenhang van het erf, waarbij de karakteristieken worden meegenomen. Het aangenaam houden van de wandelpaden wordt meegenomen in het inrichtingsplan om een sterk informeel netwerk te creëren en te behouden. Deze wandelpaden zouden eventueel aangesloten kunnen worden op het regionale netwerk van wandelpaden.
c. Laag van beleving
De laag van beleving heeft de gebiedsaanwijzing "Stads- en dorpsranden". De stads- en dorpsrandgebieden vormen de overgang tussen de Stedelijke en Groene omgeving. Het vormgeven van deze overgang is een belangrijk kwaliteitsdoel. Landgoederen zijn in deze randgebieden van toegevoegde waarde: ze versterken de identiteit en kwaliteit van de stad en natuur, én zijn belangrijke dragers van en voor sociaal-economische, culturele en recreatieve ontwikkelingen.
Door de ontwikkeling van het Landgoed en het toevoegen van twee schuurwoningen als economische drager voor dit gebied, zorgt de ontwikkeling voor een versterking van de identiteit en kwaliteit van de stadsrand van Enschede. Eveneens wordt de kwaliteit van het landgoed gewaarborgd door de opbrengsten van de schuurwoningen terug in het onderhoud van het Landgoed te stoppen.
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende plan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
Deze wijziging van het Omgevingsplan voldoet aan de instructieregels van de provincie.
De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is.
De behoeftebepaling is vergelijkbaar zoals die vòòr de Omgevingswet gold en beschreven was in Besluit ruimtelijke ordening, waarmee ondanks artikel 5.129g Bkl geen grens vastlegt over wat 'voldoende substantieel' is, aan de hand van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een lijn is uitgezet wat hieronder verstaan kan worden. In de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, zie uitspraken 201310814/1/R1 en 201311211/1/R3, is inmiddels de lijn te ontdekken dat wanneer er sprake is van bestaande bebouwing en geen toename van het ruimtebeslag, er in dat geval geen sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Ook bij nieuwbouw hoeft volgens de jurisprudentie, zie uitspraak 201310222/1/R6, niet altijd sprake te zijn van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. Dit geldt bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een feitelijke capaciteitsafname doordat er minder commercieel vloeroppervlak wordt teruggebouwd dan er is afgebroken. Ook wanneer er sprake is van 'saldering' (verplaatsing van een stedelijke ontwikkeling, zonder netto extra (planologisch) ruimtebeslag of waarbij bebouwing wordt gereduceerd, zoals de 'Ruimte voor Ruimte' regelingen) is er meestal geen sprake van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro. In de uitspraak 201608869/1/R3 geeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht op hoofdlijnen van alle relevante aspecten waaraan moet worden getoetst om te bepalen of er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in het Bro en zo ja, welke eisen er worden gesteld aan de beschrijving van de behoefte aan de betreffende stedelijke ontwikkeling.
Wanneer de 'stedelijke ontwikkeling' die een plan mogelijk maakt alleen betrekking heeft op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet, heeft het onderzoek naar de behoefte slechts tot doel om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
'Stedelijke ontwikkeling' en deze wijziging van het Omgevingsplan
In het voorliggende plan worden er twee woningen gerealiseerd en wordt de afgebrande boerderij herbouwd op het erf. Deze schuurwoningen worden gerealiseerd met behulp van de Rood voor Rood regeling en de landgoederenregeling. Er is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld om de beeldkwaliteit van het Landgoed te waarborgen. De voorgenomen ontwikkeling betreft geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, omdat woningbouwontwikkelingen pas bij de realisatie van 12 woningen of meer aangemerkt worden als nieuwe stedelijke ontwikkeling (ECLI:NL:RVS:2015:953).
De provincie Overijssel hanteert een vergelijkbare ladder, echter deze legt de focus op ruimtebeslag, gericht op voorkomen van (extra) verstening van het buitengebied. Deze ontwikkeling maakt gebruik van een rood voor rood regeling en de landgoederenregeling, ter plaatse van een bestaande voormalig agrarische schuur en vraagt daardoor geen extra ruimte van het landelijk gebied.
In deze paragraaf wordt de wijziging van het Omgevingsplan getoetst aan gemeentelijk beleid dat relevant is voor deze wijziging. In paragraaf 3.6 (Omgevingsaspecten) komen, voor zover relevant voor deze wijziging, sectorale beleidsstukken aan bod, zoals het Water- en Klimaatadaptatieplan (WEK) en het archeologiebeleid.
De gemeente Enschede heeft de Omgevingsvisie in voorbereiding. In de huidige situatie ligt de ontwerp Omgevingsvisie tot 19 maart 2025 ter inzage. Vooruitlopend op de vaststelling van de Omgevingsvisie wordt onderhavig plan hieronder alvast getoetst aan de Omgevingsvisie.
De Omgevingswet (en daarmee de Omgevingsvisie) heeft als doel het bereiken van een balans. Een balans tussen een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie is een lange termijnvisie die inzicht in en richting geeft aan de samenhang tussen alle aspecten die de kwaliteit van de fysieke leefomgeving beïnvloeden. Het begrip fysieke leefomgeving omvat alle elementen die de kwaliteit van de ruimte bepalen voor mens, plant en dier. Denk aan bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur en cultureel erfgoed. Er is ook een sociale leefomgeving. Denk aan hoe we met elkaar omgaan, hoe we elkaar ontmoeten, de voorzieningen die er zijn in een buurt, de werkgelegenheid die er is, bereikbaarheid van voorzieningen en het veiligheidsgevoel van inwoners. En aan de organisaties die onze sociale leefomgeving ondersteunen. Bijvoorbeeld zorg- en welzijnsinstellingen, buurtcentra en andere voorzieningen die welzijn stimuleren en sociale contacten mogelijk maken.
Het plangebied is gelegen in een gebied die in de Omgevingsvisie is aangemerkt als 'Boslandschap - zeer hoge waarde', wat betekent dat de strategie inpassen van toepassing is. Voor gebieden die zijn aangemerkt als Boslandschap is het belangrijk dat elk initiatief zorgvuldig wordt ingepast, en aansluit op de gebiedskenmerken. Er is een inrichtingsplan gemaakt om de beoogde ontwikkelingen zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij de inrichting van het Landgoed.
Conclusie
De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de Omgevingsvisie van Enschede
In de Visie landelijk gebied Enschede wordt aangegeven dat de gemeente grote waarde hecht aan de historische landgoederen in Enschede. De historische ontwerpen van landgoederen, zijn door de grote fysieke en maatschappelijke veranderingen in de huidige tijd, vaak toe aan een vernieuwingsslag. Een meer op de huidige tijd aangepaste vormgeving en gebruik, mits zorgvuldig en in samenhang ontworpen, kan de waarde en betekenis van landgoederen voor de komende decennia borgen. De gemeente steunt, binnen haar beperkte mogelijkheden, de landgoedeigenaren bij nieuwe ontwikkelingen.
De gemeente wil haar profiel als stad met veel landgoederen benadrukken en benutten. De Visie landelijk gebied stelt daarover: 'De variatie aan landgoederen, met elk hun eigen kwaliteiten vraagt om maatwerk, waarbij de eigenaren flexibel kunnen inspelen op de bijzondere omstandigheden op hun landgoed. Daarbij zet de gemeente het publiek belang altijd voorop'. De Visie verwijst bij het publiek belang naar natuur, landschap en/of cultuurhistorie en naar de zichtbaarheid en toegankelijkheid van landgoederen. De gemeente heeft voorkeur voor ontwikkelingen die bijdragen aan de duurzame en toekomstgerichte exploitatie. Met andere woorden: bij maatwerk kan het behoud van de bijzondere cultuurhistorische waarde van het landgoed een overweging zijn om ontwikkelingen op het landgoed toe te staan die bijdragen aan de financiering van het beheer van het landgoed.
Er is een inrichtingsplan (bijlage1) opgesteld voor het Landgoed om de kwaliteit van het landgoed te waarborgen. In dit inrichtingsplan wordt o.a. rekening gehouden met de cultuurhistorie, karakteristieken en de natuur van het landgoed. Er wordt bij gedraagt een de toekomstige exploitatie door twee schuurwoningen te realiseren en te verhuren door middel van een pachtovereenkomst, zodat er een economische drager is voor het onderhoud van het Landgoed.
Conclusie
De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de Visie landelijk gebied Enschede.
De gemeente Enschede heeft de Gids Buitenkans 2022 opgesteld als een uitwerking van de Visie Landelijk Gebied. Dit beleidsdocument biedt concrete richtlijnen en kaders voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en dient als leidraad bij de beoordeling van initiatieven. De nadruk ligt op de regels die de vier ontwikkelingsprincipes uit de visie vertalen naar de praktijk.De Gids Buitenkans benoemt drie kernprincipes:
Daarnaast behandelt de gids vier regelingen voor bouwen en slopen in het landelijk gebied: Rood voor Rood, de Sloopregeling, Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB-regeling) en Rood voor Groen. Deze regelingen geven afwegingsruimte voor nieuwe ontwikkelingen en dragen bij aan de vernieuwing en verdere ontwikkeling van het buitengebied.De Gids Buitenkans 2022 wordt door de gemeente gebruikt om initiatieven te beschermen en te beoordelen. Het document draagt bij aan de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied door richting te geven aan nieuwe ontwikkelingen en deze in lijn te brengen met het gemeentelijk beleid.
De gemeente hecht grote waarde aan de historische landgoederen in Enschede.De gemeente steunt binnen haar beperkte mogelijkheden landgoederen in hun ontwikkeling. De regels van de Gids zijn afzonderlijk en in combinatie in te zetten.De speciale regeling uit de Gids van 2014 voor vijf landgoederen over de mogelijkheid van nieuwe bebouwing vervalt met een overgangstermijn van één jaar.
In de Gids Buitenkans worden de randvoorwaarden voor het inzetten van de Rood voor Rood regeling en de sloopregeling benoemd. Hier moet de beoogde ontwikkeling aan voldoen om een extra schuurwoning te bouwen (de tweede woning wordt middels de landgoederen regeling gerealiseerd). Deze randvoorwaarden gaan voornamelijk over het slopen van niet waardevolle vrijkomende bedrijfsbebouwing en het aankopen van sloopmeters om te voldoen aan de voorwaarden voor Rood voor Rood. De initiatiefnemer heeft op het erf aan de Hengelosestraat 750 landschapsontsierende bebouwing gesloopt, en heeft elders in Enschede sloopmeters aangekocht om te voldoen aan de regeling.
Conclusie
De beoogde ontwikkeling voldoet aan het beleid van de Gids buitenkans 2022.
In de woonvisie van de gemeente Enschede is opgenomen dat er geen woningen aan het buitengebied mogen worden toegevoegd, tenzij er sprake is van een bijdrage aan de hoofdopgaven van de stad. Het verdere beleid voor wonen in het Landelijk gebied wordt toegelicht in de visie landelijk gebied (3.4.2) en de Gids Buitenkans (3.4.3). Er wordt landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied van Enschede gesloopt, waardoor er netto geen bebouwing wordt toegevoegd.
Conclusie
De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de Woonvisie van Enschede.
De Woondeal Twente 2022-2030 is een langjarige samenwerking tussen gemeenten, de provincie Overijssel en het Rijk om de woningbouw in Twente te versnellen en beter af te stemmen op de veranderende woonbehoefte. In de Woondeal worden afspraken gemaakt over de versnelling van de woningbouw, de betaalbaarheid, duurzaamheid en regionale samenwerking. Er wordt gestreefd naar de bouw van minimaal 14.100 woningen in Twente tot 2030, waarvan tweederde betaalbare huur- en koopwoningen moeten zijn.De Woondeal richt zich op verschillende speerpunten om de woningbouwopgave in Twente succesvol te realiseren, de belangrijkste zijn:
Deze woondeal is verder uitgewerkt in de Woonvisie van Enschede. Deze is behandeld onder het kopje 3.4.4 (woonvisie Enschede)
Conclusie
De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de woondeal Twente 2022-2030
De Energievisie van Enschede beschrijft maatregelen die leiden tot energiebesparing, de overschakeling van fossiele naar duurzame bronnen van energie en de opslag en vastlegging van koolstofdioxide in de bodem en gewassen.
Zonnepanelen in het maaiveld of op de schuurwoningen passen niet bij de cultuurhistorische en landschappelijke inpassing van het beoogde initiatief. Er wordt gebouwd met duurzame materialen, en het onderhouden van het landgoed gebeurt op een duurzame manier. De Energievisie is verder niet van toepassing op het beoogde initiatief.
Conclusie
De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de Energievisie van de gemeente Enschede.
In deze paragraaf wordt de wijziging van het Omgevingsplan getoetst op de omgevingsaspecten die relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling. Waarom is de ontwikkeling op deze locatie niet onuitvoerbaar en welke randvoorwaarden en eisen worden daarbij gesteld?
De instructieregels in paragraaf 5.1.5 van het Bkl, over het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden, zijn niet van toepassing op Enschede. Deze gaan over de Waddenzee en de kust.
Welstand en beeldkwaliteit
In de Welstandsnota "Bouwen aan identiteit" is aangegeven aan welke welstandseisen bouwplannen moeten worden getoetst. Daartoe zijn in de Welstandsnota voor het gehele grondgebied van de gemeente Enschede welstandsidentiteiten opgenomen.
Voor het gebied van deze wijziging van het Omgevingsplan geldt de welstandsidentiteit 'Buitenplaatsen en landgoederen'.
Op een buitenplaats werd meestal alleen gewoond. Een typische buitenplaats heeft een chique hoofdhuis met één of twee bijgebouwen, bijvoorbeeld een koetshuis en een theekoepel, in een speciaal aangelegde parktuin. Op een landgoed werd -en wordt ook gewerkt en geproduceerd. Een landgoed heeft daarom meer bijgebouwen, zoals een pachtboerderij en een oranjerie, en behalve een park ook landerijen. Maar kenmerkend voor zowel een landgoed als ook een buitenplaats i dat gebouwen en park onderdeel zijn van een specifiek ontworpen harmonische constructie. De gebouwen hebben een bijzondere, expressieve architectuur en esthetiek. Omdat door de eeuwen heen steeds veranderingen hebben plaatsgevonden, zijn bij veel landgoederen en buitenplaatsen sporen van allerlei stijlen te zien. De eclectische architectuur en samenspel tussen bebouwing en landschap maakt elk landgoed en elke buitenplaats uniek en een cultuurhistorisch monument op zich. Vanuit de welstand worden aanbevelingen gedaan:
Bij de beoogde ontwikkeling veranderd de welstandsidentiteit niet. Er is een ontwikkelplan voor het Landgoed opgesteld om, onder andere, aan de welstandseisen te voldoen. Tevens wordt er bij de inrichting van het toekomstige erf rekening gehouden met de cultuurhistorische karakteristieken van het Landgoed, door deze op te nemen in de toekomstige bebouwing. Hierdoor blijft de welstand gewaarborgd en gaat de kwaliteit van het landgoed niet achteruit. Tevens leidt de beoogde ontwikkeling niet tot een onaanvaardbare aantasting van monumentale waarden en is deze niet in strijd met de redelijke eisen van welstand. Om de kwaliteit verder te waarborgen is een ontwikkelplan opgenomen als voorwaardelijke verplichting bij de regels. Voor meer informatie zie bijlage 5 Ontwikkelplan. Voor de vaststelling van dit plan zal er een aanscherping van de kwaiteitseisen plaatsvinden. Deze kwaliteitseisen kunnen leiden tot aanpassing van de regels.
Conclusie
De beoogde ontwikkeling voldoet aan de welstandseisen.
Landschappelijke waarden
Het plangebied ligt in het landelijk gebied buiten de stad Enschede. Nieuwe initiatieven dienen rekening te houden met kaders vanuit de Visie Landelijk gebied. De Visie gaat over het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving in het landelijk gebied.
Figuur 3.1 Visiekaart landelijk gebied
Het plangebied is op de Visiekaart behorende bij ontwikkelprincipes aangewezen om bij nieuwe initiatieven te ontwikkelen vanuit het principe van 'inpassen'. Gezien het planvoornemen van de realisatie van 2 erfwoningen en de herbouw van een boerderij op een bestaand erf, ingevoegd binnen de bestaande bebouwing, dan wel vervangende nieuwbouw, wordt ruimschoots voldaan aan het principe van inpassen.
Het plangebied ligt op de visiekaart in het deelgebied Stadsrand.
Dit deelgebied heeft geen gevolgen voor de voorgenomen ontwikkeling, gezien het plan in de huidige situatie al een woonerf is, wat met dit plan niet zal wijzigen.
Conclusie
Het plan voldoet in grote lijnen aan de eisen voor de landschappelijke waarden.
Beschermwaardige bomen
De bescherming van bomen is geregeld in de Verordening kwaliteit leefomgeving (VKL). Op het bij de VKL behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven, voor het vellen waarvan in ieder geval een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de VKL is vereist. De VKL is alleen van toepassing op bomen binnen de bebouwde kom.
Uit de kaart "beschermwaardige bomen" van de gemeente Enschede blijkt dat geen beschermwaardige bomen in het plangebied staan. Tevens worden er in de beoogde ontwikkeling geen bomen op het plangebied gekapt.
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een onaanvaardbare aantasting van de ruimtelijke kwaliteit en is niet in strijd met redelijke eisen van welstand.
Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving volgt dat gemeenten voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime moeten opnemen in het omgevingsplan. Het Bkl bevat hiervoor instructieregels in artikel 5.130 (par 5.1.5.5; behoud cultureel erfgoed). Ook de Omgevingsverordening van de provincie bevat instructieregels voor cultureel erfgoed (artikel 4.12).
Waarden en deze omgevingsplanwijziging
In het gebied van deze wijziging van het Omgevingsplan komen wel cultuurhistorisch waardevolle objecten, elementen en structuren voor.
In het plangebied zijn geen karakteristieke objecten, monumenten en waardevolle structuren aanwezig. Oude weggevaagde cultuurhistorische elementen, zoals het zandpad worden toegevoegd.
Conclusie
De cultuurhistorische-waarden worden gerespecteerd en waar nodig beschermd. Daarmee wordt voldaan aan de instructieregels van het Rijk (Bkl) en de provincie (Omgevingsverordening).
In de gemeente Enschede is een archeologisch beleidskaart opgesteld. Op basis van deze kaart valt het gebied van deze omgevingsplanwijziging onder de aanduiding 'archeologisch onderzoeksgebied b' en onder 'gebieden met lage verwachting' valt.
Afbeelding: uitsnede archeologische beleidskaart van Enschede
In 'archeologisch onderzoeksgebied b' mogen geen bouwwerken worden gebouwd en/of werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden worden uitgevoerd die een bodemverstoring veroorzaken dieper dan 50 cm onder het maaiveld en een bodemverstoringsoppervlakte meer dan 2.500 m² hebben.
De beoogde ontwikkeling wordt in de zone 'gebieden met lage verwachting' gebouwd, waardoor archeologisch onderzoek niet nodig is.
Conclusie
Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de archeologische waarde(n) geen belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van de voorgestelde wijziging van het Omgevingsplan.
Daarmee wordt ook voldaan aan de instructieregels van het Rijk in artikel 5.130 (par 5.1.5.5) van het Bkl (behoud cultureel erfgoed).
Het plangebied heeft een eigen ontsluiting die uitkomt op de Hengelosestraat. Vanuit deze ontsluitingsweg heb je zicht op het verkeer vanuit beide kanten, wat geen belemmering voor de verkeersveiligheid oplevert.
De Hengelosestraat ligt buiten de bebouwde kom van Enschede, tussen Enschede en Hengelo in. Er mag 80km/u gereden worden. Naast verkeer van beide kanten ligt er midden op de weg een busbaan. Ook is de Hengelosestraat toegankelijk voor langzaam verkeer. De dichtstbijzijnde bushalte is op loopafstand (10 min. lopen).
De Hengelosestraat kent alleen in de bebouwde kom van Enschede kruispunten en stoplichten. Ter hoogte van het plangebied zijn geen kruispunten, stoplichten of rotondes.
Op het erf aan de Hengelosestraat 750 worden twee schuurwoningen gerealiseerd, en de afgebrande boerderij wordt herbouwd. Uit de Nota "Parkeernormen Enschede 2017" blijkt dat woningen buiten de bebouwde kom, met een gebruikersoppervlakte van méér dan 120 m2 een parkeernorm van 2,0 parkeerplekken per woning geldt. Dit betekent dat voor de beoogde ontwikkeling 6 parkeerplekken vereist zijn. ten behoeve van de verkeersveiligheid. worden deze parkeerplekken op eigen terrein gerealiseerd.
Afbeelding: ontsluiting perceel op de Hengelosestraat.
De beoogde ontwikkeling die deze wijziging van het Omgevingsplan mogelijk maakt is getoetst aan beleid en regelgeving van het Rijk, zoals benoemd in de instructieregels voor omgevingsplannen in hoofdstuk 5 Bkl (paragraaf 5.1.4.5) .
Ook is het getoetst aan de instructieregels van de provincie voor omgevingsplannen. Voor bodem- en grondwaterkwaliteit zijn deze grotendeels uitgewerkt in het provinciaal 'Voorbereidingsbesluit Omgevingsverordening 2021' (dat gaat o.a. over bodem- en grondwaterbescherming https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR708880). Verder staan in Afdeling 4.12 (Ondergrond) van de omgevingsverordening onder andere regels over zout- en zandwinningslocaties.
Bodem- en grondwaterkwaliteit en deze wijziging van het Omgevingsplan (ontwikkelingsgericht plan)
Deze wijziging van het Omgevingsplan maakt het mogelijk om twee nieuwe woningen te realisen en een afgebrande woning te herbouwen.
Voor de beoogde ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Zie bijlage 4 Bodem.. Hieruit is naar voren gekomen dat binnen het wijzigingsgebied lokaal sprake is van bodemverontreiniging met asbest. Dit betekent dat de initiatiefnemer bij plannen tot herontwikkeling, uitbreiding en/of functiewijziging rekening moet houden met de aanwezigheid van deze bodemverontreiniging. De aanwezigheid van de geconstateerde bodemverontreiniging belemmert de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet zodanig, dat de realisatie in het geding komt. De betreffende bodemverontreiniging kan functiegericht en kosteneffectief worden gesaneerd. Deze bodemsaneringswerkzaamheden dienen voordat het plangebied bouwrijp wordt gemaakt, te worden uitgevoerd.
PFAS
Het plangebied is historisch gezien onverdacht wat betreft het voorkomen van PFAS. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 29 november 2019 een aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie opgesteld. Het aangepaste tijdelijk handelingskader PFAS heeft betrekking op het grondverzet in Nederland. Indien bij toekomstige werkzaamheden binnen het plangebied grond vrijkomt die elders wordt toegepast of wordt afgevoerd naar een grondbank of verwerker, kan het nodig zijn dat van de partij grond dient te worden bepaald of deze wel of niet voldoet aan het aangepaste tijdelijk handelingskader PFAS.
Conclusie
Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de bodemkwaliteit wel/geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van de wijziging van het Omgevingsplan. De planwijziging voldoet aan de instructieregels.
De gemeenteraad heeft op 25 oktober 2021 het Water- en Klimaatadaptatieplan 2022-2026 (WEK) vastgesteld. Dit beleidsplan beschrijft hoe Enschede toewerkt naar een waterrobuuste en klimaatbestendige en gemeente in 2050. Enschede wordt nog 'groener' en 'blauwer' om goed voorbereid te zijn op een nattere, hetere en drogere toekomst. Water de ruimte geven en stenen vervangen door planten en bomen gaan wateroverlast, hittestress en verdroging tegen. Zo werkt Enschede verder aan een aantrekkelijke 'duurzame en groene stad' waar mensen graag wonen, leven en werken! Nu en in de toekomst.
Hemelwater
Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat in bestaand stedelijk gebied hemelwater zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering en in het buitengebied hemelwater niet wordt afgevoerd via de riolering. Bij een toename van verhard oppervlak komt meer hemelwater versneld tot afvoer, hierop is de riolering en het oppervlaktewatersysteem niet berekend. Het extra afstromend hemelwater moet derhalve op eigen terrein worden verwerkt.
Voor nieuwbouw en hernieuwbouw geldt per vierkante meter verharding (daken en bestrating op openbaar en particulier terrein) een waterbergingseis van 55 millimeter.
Vervuiling van hemelwater dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken.
Waterberging en van deze planwijziging
In de nieuwe situatie zal er 300. m2 verhard oppervlak aanwezig zijn in het wijizgingsgebied. Berging van 55 millimeter over genoemd oppervlak betekent een bergingsopgave van 165 m3 voor de particuliere ruimte
In de particuliere ruimte zal 165 m3 regenwater middels het uitdiepen van een bestaande vijver geborgen worden.
Conclusie hemelwaterberging
In het plangebied is ruim voldoende bergings- en infiltratiecapaciteit aanwezig om te voldoen aan de bergingsopgave van 55 millimeter over het verharde oppervlak.
Afvalwater
Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. In nieuwe situaties (nieuwbouw, herontwikkeling) wordt afvalwater gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd. In principe zorgt de gemeente er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. Er is of komt niet overal in de openbare ruimte een systeem voor de afvoer van afvalwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA) worden ingericht.
Voor deze omgevingsplanwijziging geldt dat het afvalwater niet kan worden afgevoerd naar het openbaar gemengde rioolstelsel.
Oppervlaktewater
Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijft. Bij de herinrichting van het oppervlaktewatersysteem zijn de benodigde afvoercapaciteit, de streefbeelden en de kwaliteitsdoelstellingen van het waterschap Vechtstromen leidend. Het oppervlaktewater wordt geïntegreerd in het stedenbouwkundig plan, zodanig dat het water beleefd kan worden en goed te beheren is.
Voor deze omgevingsplanwijziging geldt dat er voldoende ruimte is en dat de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen geen invloed heeft op het bestaand oppervlaktewater.
Grondwater en ontwatering
In de Waterwet is vastgelegd dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel. De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Onder ontwatering wordt verstaan: het verschil tussen het peil van de weg of van de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG).
| Bestemming | Ontwatering in m t.o.v. GHG |
| Primaire wegen | 0,7 |
| Secundaire wegen en erfontsluiting | 0,5 |
| Bouwwerken met kruipruimten | 0,7 |
| Bouwwerken zonder kruipruimten | 0,5 |
| Groen | 0,5 |
Tabel: Minimale ontwateringsdieptes (gerelateerd aan de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG))
Voor deze omgevingsplanwijziging geldt dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand 24,5 m. t.o.v. NAP bedraagt. Vanwege grondwater is als bouwpeil gekozen om 25,5 +NAP in de regels op te nemen als peil voor het bouwen van de nieuwe woningen.
Voor deze omgevingsplanwijziging geldt dat er geen sprake is van nadelige effecten als gevolg van ondergronds bouwen die voldoende worden gecompenseerd.
Afwatering
Om op perceelniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt, gelden de volgende adviezen:
Voor deze omgevingsplanwijziging geldt dat het straatpeil 25,5 m. t.o.v. NAP bedraagt . Mocht uit een aangeleverd onderzoek blijken dat een ander peil beter is, dan kan dit worden meegenomen bij de vaststelling van dit plan.
Conclusie
Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat door de aanleg en instandhouding van waterbergende en afvoerende voorzieningen planologisch te waarborgen in voldoende mate rekening wordt gehouden met voor de toekomst noodzakelijke waterhuishouding Daarmee vormt de waterhuishouding geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgestelde wijziging van het Omgevingsplan.
De planwijziging voldoet ook aan de instructieregels van het Rijk uit paragraaf 5.1.3 van het Bkl (Waarborgen van de veiligheid). Voor Enschede betekent dat dat rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de ontwikkeling voor het watersysteem en dat het (belang van het) waterschap wordt betrokken (artikel 5.37; weging van het waterbelang). De overige instructieregels in paragraaf 5.1.3 van het Bkl zien op primaire waterkeringen, de kust de grote rivieren en het IJsselmeer. Deze zijn niet gelegen op Enschedees grondgebied.
Het gebied van deze wijziging van het Omgevingsplan ligt niet in de nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000 gebied of bijzonder nationaal natuurgebied.
Het betreft het Natura 2000 gebied "Het Lonnekermeer" ligt respectievelijk 3 kilometer ten noorden van het gebied van de wijziging.
Stikstofdepositie
Voor de beoogde ontwikkeling is voor de aanleg- en de gebruiksfase een Aeriusberekening uitgevoerd. Voor de resultaten wordt verwezen naar bijlage 3 Stikstof..
Uit de stikstofdepositieberekeningen blijkt dat de stikstofdepositie tijdens zowel de aanleg- als de gebruiksfase niet hoger zal zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Daarom kan met voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat het (ontwerp)wijzigingsbesluit geen significant negatieve effecten op het realiseren van de instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebieden zal hebben.
Conclusie Natura 2000:
Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat Natura 2000 "Het Lonnekermeer" geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden.
De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. De regels met betrekking tot het NNN uit de provinciale verordening voor zover gelegen in het buitengebied zijn vertaald naar de Gids Buitenkans 2022. De Gids Buitenkans 2022 is van toepassing als toetsingskader als het gaat om het Natuur Netwerk Nederland (NNN).
In het oorspronkelijke initiatief was men voornemens om een boswoning te bouwen gelegen binnen het NatuurNetwerk Nederland (NNN), maar gezien de reactie van de provincie is het initiatief aangepast en wordt er nu gebouwd buiten de NNN.
Het NNN en deze wijziging van het Omgevingsplan
Het gebied van de wijziging van het Omgevingsplan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die onderdeel uitmaken van het NNN liggen op circa 1,5 meter ten noorden en zuiden van het plangebied gelegen. Een verdere toetsing aan het NNN kan daarom achterwege blijven.
Afbeelding: ligging NNN
Conclusie NNN
Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat het NNN geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
De wijziging van het Omgevingsplan maakt het mogelijk om een <korte beschrijving ruimtelijke ontwikkeling> te realiseren. Om te bepalen of de realisatie van deze ontwikkeling(en) mogelijk negatieve gevolgen heeft voor de functionele leefomgeving en/of de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten is een verkennend ecologisch onderzoek (quidkscan) uitgevoerd.
Uit de onderzoeksrapportage (rapport nr. 22250630, d.d. datum, zie bijlage 2 Quick Scan WMO) blijkt dat negatieve gevolgen op voorhand met voldoende zekerheid kunnen worden uitgesloten. Een verdere toetsing aan de Omgevingswet voor wat betreft de bescherming van soorten kan daarom achterwege blijven.
Bevindingen soortgericht nader veldonderzoek
Conclusie uit het rapport met betrekking tot de vleermuizen: neem bij het plaatsen van verlichting de maatregelen in acht om verstoring op vleermuizen te voorkomen. Indien dit wordt gedaan is er geen sprake van overtreding van de Omgevingswet. Conclusie uit het rapport met betrekking tot grondgebonden zoogdieren: nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit voor grondgebonden zoogdieren niet noodzakelijk. Conclusie uit het rapport met betrekking tot vogels: nader onderzoek of een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is voor vogels niet aan de orde. Bij de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met (in gebruik zijnde) nesten van vogels. Geadviseerd wordt om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Conclusie uit het rapport met betrekking tot reptielen: nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is voor reptielen niet noodzakelijk. Conclusie uit het rapport met betrekking tot amfibieën: nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is voor amfibieën niet noodzakelijk.
Conclusie
Indien rekening wordt gehouden met broedende vogels worden met de voorgenomen ontwikkelingen geen negatieve effecten verwacht op beschermde soorten.
Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid en andere activiteiten die hinder kunnen veroorzaken, kan onder de Omgevingswet gebruik gemaakt te worden van de publicatie 'Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (Milieuzonering Nieuwe Stijl)', zoals gepubliceerd in 2024 door de VNG. Hiermee kan worden gemotiveerd dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat op een locatie en/of dat nabijgelegen bedrijven niet beperkt worden door deze ontwikkeling.
Milieuzonering en deze wijziging van het Omgevingsplan
De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 2 woningen en de heropbouw van een afgebrande boerderij. De beoogde woningen betreffen gevoelige functies in het kader van activiteiten en milieuzonering. Hiertoe dient rekening te worden gehouden met de afstand tot bestaande bedrijfs- en andere relevante activiteiten in de omgeving. Deze kunnen invloed hebben op de beoogde ontwikkeling van de woningen hebben en vice versa.
De bedrijven en voorzieningen op het Business & Science Park en de campus van de Universiteit Twente liggen op ruime afstand van de woningen in het plangebied en hebben geen invloed op het woon- en leefklimaat.
Naast het plangebied is een kwekerij gelegen waar bomen (niet zijnde fruitbomen) worden gekweekt. Voor een bomenkwekerij is nog geen beleid geschreven vanuit de Gemeente. Er zit meer dan 30 meter tussen de beoogde ontwikkeling en de bomenkwekerij, waardoor deze bomenkwekerij geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat het aspect 'activiteiten en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
Een toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet nodig als een project of activiteit maar weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging. In juridische termen heet dat: niet in betekenende mate (NIBM).
Het plan heeft betrekking op 2 woningen, waardoor op grond van artikel 5.54 Bkl er sprake is van NIBM.
Afbeelding/tabel: resultaat NIBM-tool (https://iplo.nl/thema/lucht/betekenende-mate-bijdragen/nibm-tool/)
Conclusie
Het plan draagt niet in betekende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. De planwijziging voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor deze wijziging van het Omgevingsplan.
Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Ieder bevoegd gezag heeft de algemene taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' (artikel 4.2, Omgevingswet) bij de belangenafweging over beschermen en benutten. Instructieregels die deze algemene taak invullen staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels bedoeld voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Het bevoegd gezag moet rekening houden met gezondheid (artikel 2.1 lid 4, Omgevingswet).
De centrale regels voor beoordeling van geluid door activiteiten, lokale (spoor)wegen en op geluidgevoelige gebouwen staan in de artikelen 5.59, 5.78l en 5.78s van het Bkl. Het vaststellen van het omgevingsplan die deze toelaten, moet aan twee eisen voldoen:
Wegverkeerslawaai
Met de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling worden er geluidsgevoelige gebouwen aan de omgeving toegevoegd. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen van een geluidbronsoort.
Daarnaast dienen in het kader van wegverkeerslawaai in een onderzoek alle wegen betrokken te worden die een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 verkeersbewegingen per etmaal kennen. Dat is wel het geval.
Om te bepalen wat het effect is van wegverkeerslawaai op de gevels van de beoogde geluidgevoelige gebouwen, zijn regels opgenomen om te te voorkomen dat nieuw te bouwen woningen niet voldoen aan het Besluit Kwaliteit Leefomgeving.
Conclusie wegverkeerslawaai
Het aspect 'wegverkeerslawaai' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling omdat er regels zijn opgenomen.
Railverkeerslawaai
Er geldt van rechtswege voor elke spoorlijn een zone die moet worden aangemerkt als 'geluidaandachtsgebied'. Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit.
Conclusie railverkeerslawaai
De hoofdspoorweg Enschede-Zwolle heeft een zonebreedte van 100 meter. De planlocatie ligt buiten deze zone waardoor toetsing van railverkeerslawaai achterwege kan blijven.
Industrielawaai
Zoals vastgesteld in paragraaf 3.6.10 zijn er in de omgeving van het plangebied geen bedrijven of inrichtingen gesitueerd die mogelijk voor geluidhinder ter plekke van de beoogde woningen aan de Hengelosestraat 750 kunnen zorgen. Derhalve is onderzoek naar effect van industrielawaai op de beoogde woningen niet noodzakelijk. Omgekeerd hebben de beoogde woningen geen effect op omliggende gevoelige functies.
Conclusie industrielawaai
Het aspect 'industrielawaai' vormt geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
Conclusie
Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De planwijziging voldoet aan de instructieregels in de paragrafen 5.1.4.2 en 5.1.4.2a van het Bkl.
Het onderdeel trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trilling gevoelige ruimte van een trilling gevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 van de Bruidsschat en artikel 5.87 Bkl.
Trillinghinder en deze wijziging van het Omgevingsplan
Er zijn in de omgeving van de planlocatie geen bronnen aanwezig die mogelijk trillinghinder kunnen veroorzaken, zoals spoorlijnen. Er wordt verondersteld dat trillingen op deze locatie geen problemen opleveren. Het aspect 'trillingen' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De planwijziging voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl.
In het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 Bkl. De geur van een activiteit moet op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat het bevoegd gezag moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. Het bevoegd gezag bepaalt zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt.
Geurhinder en deze wijziging van het Omgevingsplan
Zoals vastgesteld in paragraaf 3.6.10 zijn er in de omgeving van het plangebied geen bedrijven of inrichtingen gesitueerd die mogelijk voor geurhinder ter plekke van de beoogde woningen kunnen zorgen. verder onderzoek naar geurhinder is niet noodzakelijk. Omgekeerd hebben de beoogde woningen geen effect op omliggende gevoelige functies.
De planwijziging voldoet aan de instructieregels in paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl.
Externe Veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl (Waarborgen van de veiligheid).
De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan. Het betreft onder andere regels over het plaatsgebonden, risico, aandachtsgebieden, belemmeringengebieden voor buisleidingen en risico- en explosieaandachtsgebieden.
Ook zijn in bijlage 7 van het Bkl activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreffen de volgende activiteiten:
Tot slot bevat paragraaf 4.10.4 van de provinciale omgevingsverordening ook instructieregels ten aanzien van externe veiligheid. Deze gaan onder andere over het provinciaal routenetwerk voor transport van gevaarlijke stoffen.
Hierna gaan wij in op de diverse risicovolle activiteiten in relatie tot deze omgevingsplanwijziging.
Stationaire risicovolle activiteiten
In de gemeente Enschede liggen bedrijven waar risicovolle stationaire activiteiten plaatsvinden, zoals opslag van (verpakte) gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit kunnen er levensbedreigende effecten ontstaan, zoals een brand, explosie en/of gifwolk. Veel van deze activiteiten kennen daarom aandachtsgebieden waarbinnen we rekening houden met de bescherming van mensen tegen deze effecten. Voor sommige activiteiten moeten de aandachtsgebieden per geval worden berekend. Voor andere activiteiten staan er vaste afstanden in bijlage VII tot en met X van het Besluit kwaliteit leefomgeving, zoals voor LPG-tankstations en propaantanks.
Voor deze omgevingsplanwijziging zijn stationaire activiteiten niet relevant. Er liggen namelijk geen bronnen nabij de Hengelosestraat 750.
Transportactiviteiten door buisleidingen
In de gemeente Enschede bevinden zich meerdere hogedruk aardgasleidingen. De hogedruk aardgasleidingen liggen in de bodem en zijn daardoor in de basis goed beschermd. Door bijvoorbeeld (graaf)werkzaamheden kan er een breuk ontstaan. Het aardgas stroomt dan onder hoge druk uit de leiding. Het brandbare gas zal waarschijnlijk ontsteken, waardoor een fakkelbrand optreedt met een hoge hittestraling. Omdat een fakkelbrand het enige denkbare scenario is, hebben alle hogedruk aardgasleidingen een brandaandachtsgebied, maar geen explosie- en gifwolkaandachtsgebied.
Het Rijk regelt in het Bkl de reservering van gebieden voor de eventuele aanleg van nieuwe buisleidingen van nationaal belang. Binnen de reserveringsgebieden worden geen nieuwe activiteiten toegelaten die een belemmering kunnen vormen voor de aanleg van deze buisleiding. In de gemeente Enschede ligt in het zuidwesten een reserveringsgebied.
Voor deze omgevingsplanwijziging geldt dat er geen transportactiviteiten nabij het plangebied gelegen zijn. Tevens ligt het plangebied niet binnen een reserveringsgebied voor de aanleg van nieuwe buisleidingen.
Transportactiviteiten over de weg
Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg kan in een gemeente plaatsvinden over rijkswegen (basisnetroutes), provinciale en gemeentelijke wegen. Het vervoer kan bestaan uit brandbare, explosieve en giftige stoffen variërend van klein verpakkingen tot bulktanks. Afhankelijk van de frequentie, de aard en het verpakkingsvolume van het vervoer van gevaarlijke stoffen kan het risico van een wegvak op het gebied van externe veiligheid worden bepaald. Door de gemeente Enschede loopt de rijksweg A1, A35 en N18 (basisnetroutes). Er is bij alle drie de wegen sprake van een brandaandachtsgebied van 30 meter, een explosieaandachtsgebied van 200 meter en een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter.
De gemeente Enschede heeft bepaald dat vervoer van gevaarlijke stoffen alleen via de A35,N35 en de N18 kunnen plaatsvinden (inclusief Westerval en de Usselerrondweg, tot en met de Haaksbergerstraat). Er kan alleen met toestemming gevaarlijke stoffen buiten het basisnet worden vervoerd. Verder geldt Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Circulaire Vervoer Gevaarlijke Stoffen als het wettelijk kader.
In paragraaf 4.10.4 van de provinciale omgevingsverordening staan instructieregels ten aanzien van transportactiviteiten over de weg in relatie tot externe veiligheid. De omgevingsplanwijziging voldoet hieraan, aangezien het plangebied niet nabij de basisnetroutes gelegen is, waardoor de beoogde ontwikkeling voldoet aan de instructieregels van de provincie.
Transportactiviteiten over het spoor
De spoorlijn Enschede - Oldenzaal doorkruist de gemeente Enschede. Over deze spoorlijn vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het vervoer kan bestaan uit brandbare, explosieve en giftige stoffen. Bij beide spoorlijnen is sprake van een brandaandachtsgebied van 30 meter, een explosieaandachtsgebied van 200 meter en een gifwolkaandachtsgebied van 300 meter. O
Voor deze omgevingsplanwijziging geldt dat deze buiten het brandaandachtsgebied, buiten het explosieaandachtsgebied en buiten het gifwolkaandachtsgebied ligt. Hierdoor hebben de transportactiviteiten geen invloed op de beoogde ontwikkeling.
Transportactiviteiten over het water
In de gemeente Enschede ligt het Twentekanaal waarover (licht) ontvlambare vloeistoffen vervoerd mogen worden. Het risicogebied voor het Twentekanaal is 100 meter.
Voor deze omgevingsplanwijziging geldt dat deze buiten het risicogebied van het Twentekanaal bevindt, waardoor de veiligheid van de beoogde ontwikkeling niet in het geding is.
Bereikbaarheid
de planlocatie wordt ontsloten via de Hengelosestraat 750. Dit is een doorgaande weg waarmee de planlocatie aangesloten is op het regionale wegennet. Het gedegen wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede.
Hulpdiensten kunnen goed ter plaatse komen.
Zelfredzaamheid
Als gevolg van een incident met toxische stoffen geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in dit scenario is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen, denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Instructie met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS), het luchtalarm. Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaalpakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media.
Ter plaatse van de planlocatie wordt woningbouw mogelijk gemaakt. De aanwezige personen zullen over het algemeen zelfredzaam zijn.
Het omgevingsplan moet een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bevatten. De gemeente moet daarbij de kwaliteit van de fysieke leefomgeving waarborgen. Dat belang krijgt een bredere invulling dan het belang van een goede ruimtelijke ordening (in de situatie vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet). In de brede belangenafweging weegt het bevoegd gezag het belang van de gezondheidsbescherming samen met andere belangen af. Het bereiken van een gezonde fysieke leefomgeving is één van de doelstellingen van de wet (artikel 1.3, onder a, van de Omgevingswet). Het bevoegd gezag moet motiveren hoe het de verschillende belangen heeft gewogen.
Gezondheid is een thema waar de Omgevingswet geen inhoudelijke eisen over stelt. Als gevolg kan het verschillende onderwerpen raken. Naast milieunormen om de volksgezondheid te beschermen, kunnen overheden ook eigen gezondheidsambities uitwerken en vastleggen. Gemeente Enschede heeft echter nog geen uitgewerkt gemeentelijk kader voor het thema gezondheid.
In algemene zin wordt vereist dat bij de een evenwichtige toedeling van functies rekening gehouden dient te worden met het beschermen van de gezondheid (art. 2.1 lid 4 Omgevingswet)
Gezondheid en de onderhavige wijziging van het omgevingsplan
Een gezonde leefomgeving wordt beïnvloed door zowel fysieke als sociale factoren, die onderverdeeld kunnen worden in gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering.
Gezondheidsbescherming
Voor de aspecten die vallen binnen gezondheidsbescherming zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd die in dit hoofdstuk (3) zijn getoetst. Hierbij valt te denken aan aspecten, zoals verkeersveiligheid, geluid, luchtkwaliteit en geur. Uit de afweging voor deze aspecten blijkt dat geen van deze thema's zorgt voor een verslechtering van de fysieke leefomgeving.
Aanvullend op deze al genoemde aspecten is het planvoornemen getoetst aan de volgende relevante punten:
Voor het plan is onder meer een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Hierin is aangegeven waar er rond de woningen ruimte komt voor groen en recreatie. Ten opzichte van de huidige situatie zal er meer kwalitatief groen binnen het plangebied worden toegepast. Daarnaast wordt er ruimte vrijgemaakt voor het realiseren van een kleine hoogstamboomgaard met speelruimte voor kinderen. Deze functies dragen bij aan meervoudig gebruik van de openbare ruimte; naast wonen en parkeren is er ook ruimte voor spelen en recreëren.
Voor ontwikkelingen in het landelijk gebied relevant:
In de omgeving van het plangebied liggen agrarische bedrijfsgronden (feitelijk in gebruik als grasland, zonder bebouwingsmogelijkheden) die op grond van het geldende bestemmingsplan gebruikt kunnen worden voor akkerbouw, waaronder het telen van kleinfruit (zoals aardbei, bosbes, rode bes, witte bes, zwarte bes, kruisbes, braam, framboos) en daarmee in aard vergelijkbare agrarisch bedrijvigheid. Er is op deze gronden gebruik mogelijk, waarbij gewasbeschermingsmiddelen (kunnen) worden ingezet.
Gewasbeschermingsmiddelen kunnen stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de mens, dus zonder een voldoende ruime zone komt de gezondheid van omwonenden in gevaar. In de rechtspraak wordt een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, als redelijk beschouwd (o.a. AbRvS 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:804).
Ter voorkoming dat op de in dit plan voorziene gronden met een agrarische functie dichterop de bestaande woningen gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden toegepast, is in de regels opgenomen dat binnen 50 meter tot een voor gewasbescherming gevoelige functies (als wonen) dit gebruik niet toegestaan is. Dit betekent dat een nabijgelegen boomkwekerij op deze gronden haar werkzaamheden zal beeindigen. Dit wordt door de intiatiefnemer geregeld worden in de pachtovereenkomst en in de planregels van dit plan.
Bovendien geldt een zorgplicht. In het Omgevingsplan Gemeente Enschede is onder artikel 22.44 een specifieke zorgplicht opgenomen. Die zorgplicht houdt in dat degene die een activiteit verricht en weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de gezondheid, is verplicht maatregelen te treffen om gevolgen te voorkomen of beperken. Indien de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt dat dan die voorgenomen activiteit achterwege wordt gelaten.
Gezondheidsbevordering
In een gezonde leefomgeving is niet alleen sprake van gezondheidsbescherming, maar ook van gezondheidsbevordering. Dit betekent dat de omgeving uitnodigt tot gezond gedrag met invloed op zowel de fysieke als de mentale gezondheid. De volgende aspecten dragen bij aan onder andere ontspanning, beweging en ontmoeting. Bevorderen van de gezondheid sluit aan bij de Handreiking 'Gezonde leefomgeving in het omgevingsplan' uit mei 2021 van de GGD.
- ontspannen
Groen en water in de leefomgeving hebben een positief effect op de gezondheid, zowel fysiek als mentaal. Het plangebied ligt in een groene omgeving. Het landgoed "De Tol"l igt in het landelijk gebied en de wandelpaden zijn vrij toegankelijk. Het is mogelijk voor de omwonenden om het landgoed te ervaren en dat draagt bij aan een positief effect op de gezondheid.
- bewegen
Hiervoor is de laag beweegvriendelijkheid benadert van de website Atlas Leefomgeving (www.atlasleefomgeving.nl). Stedelijke gemeenten scoren hoger dan overige gemeenten in de Kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving. Dit komt vooral doordat ze hoger scoren op de nabijheid van voorzieningen, de aanwezigheid van sport- en speelplekken en de aanwezigheid van sportaccomodaties. Daar staat tegenover dat de niet-stedelijke gemeenten hoog scoren op de aanwezigheid van recreatief groen en blauw.
Het plangebied ligt buiten de stedelijke omgeving en scoort laag op aanwezigheid van voorzieningen, maar hoog op recreatief groen en blauw. De locatie kent daarom een middelhoge score die met het planvoornemen niet wijzigt.
- ontmoeten
Een sociaal duurzame leefomgeving is een aantrekkelijke leefomgeving die inclusief en toegankelijk is en waar de mogelijkheid wordt geboden om te ontmoeten.
In dit plan wordt een historisch pad rondom de nieuwe woning gerealiseerd. . De beschrijving plan biedt meer ruimte voor sociale controle en ontmoeten en daarmee indirect de sociale veiligheid.
Conclusie
Tot slot is in voorgaande paragrafen onderzocht welke effecten het planvoornemen ondervindt van aspecten met betrekking tot een gezonde leefomgeving, zoals geluid, geur en luchtkwaliteit. Uit de afweging voor deze aspecten blijkt dat geen van deze thema's zorgt voor een verslechtering van de fysieke leefomgeving.
Bij de planvorming is rekening gehouden met het belang van bescherming van de gezondheid. Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
Bij een wijziging van het omgevingsplan moet beoordeeld worden of er eventueel een milieueffectrapportage (m.e.r.), een m.e.r.-beoordeling of geen van deze twee nodig is. In hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit en de bijbehorende Bijlage V is geregeld voor welke ontwikkelingen en besluiten een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden.
M.e.r. en deze wijziging van het Omgevingsplan
De omgevingsplanwijziging maakt twee woningen mogelijk.
Dit is geen activiteit die is genoemd of bedoeld in bijlage V van het Omgevingsbesluit, waaruit volgt dat er voor de omgevingsplanwijziging géén m.e.r. plicht geldt.