direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Boekelo 2015
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0153.BP00104-0003

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding bestemmingsplan

Het bestemmingsplan Boekelo 2015 ” heeft als doel de bestemmingen van de binnen het plan gelegen gronden en de bouw- en gebruiksmogelijkheden daarvan vast te leggen.

De wet verplicht dat elke 10 jaar een bestemmingsplan opnieuw wordt vastgesteld. Een bestemmingsplan dat ouder is dan tien jaar wordt als niet meer actueel beschouwd.

Het voorliggende bestemmingsplan beoogt voor het plangebied "Boekelo 2015" een actuele planologisch-juridische regeling te geven. Het plan beschermt bestaande waardevolle ruimtelijke structuren en legt hoofdzakelijk het bestaande gebruik en de bestaande bebouwing ter plaatse vast. Het bestemmingsplan maakt slechts zeer beperkt nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk.

Een aantal delen van het plangebied (Bleekerij) is nog niet gerealiseerd. De realisatie is reeds mogelijk op grond van het bestemmingsplan Bleekerij 2007. De bouw- en gebruiksmogelijkheden op deze locatie worden in dit bestemmingsplan opnieuw opgenomen.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied

Het gebied waarop het bestemmingsplan Boekelo 2015 ” betrekking heeft, betreft de bebouwde kom van het dorp Boekelo. Het gebied is te verdelen in twee gedeelten, het dorp ten westen van de Boekelerbeek en het dorp ten oosten van de Boekelerbeek. In afbeelding 1 hieronder is het plangebied weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0001.png"

Afbeelding 1: Plangebied (rode lijn)

1.3 Geldende juridische regelingen

Het bestemmingsplan "Boekelo 2015" herziet de bestemmingsplannen "Boekelo 2005" en "Bleekerij 2007". Het bestemmingsplan "Boekelo 2005'' is op 18 december 2006 vastgesteld door de gemeenteraad, de "Bleekerij 2007" is op 28 juni 2010 vastgesteld. Beide plannen zijn onherroepelijk.

Voor een aantal locaties in het plangebied is in de afgelopen jaren een omgevingsvergunning verleend of is middels een vrijstellingsprocedure van het bestemmingsplan afgeweken. Deze toestemmingen zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. Het gaat onder andere om de locaties Jan van Elburgstraat/naast Weleweg 150 (toevoeging bestemming/bouwvlak wonen), Diamantstraat 17 (toevoeging bouwvlak wonen) en de Beckumerstraat 1-3 (vestiging kookstudio).

1.4 Wettelijk kader

Het wettelijk kader van een bestemmingsplan is de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro).

Wet ruimtelijke ordening (Wro)

De Wro schrijft voor dat de gemeenteraad "voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in dat plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven".

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

In het Bro is geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen er uit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegewogen moet worden (artikelen 3.1.2 t/m 3.1.7 en artikelen 3.2.1 t/m 3.2.4 Bro). In artikel 3.1.6 van het Bro is bepaald dat elk bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. In de toelichting moet worden vermeld wat de uitkomsten zijn van onderzoeken over ecologie/flora/fauna, hoe het is gesteld met de waterhuishouding, of de Wet milieubeheer van toepassing is voor bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapport (MER), of sprake is van archeologische/cultuurhistorische waarden, welke milieukwaliteitseisen wat betreft lucht, bodem, geluid bij het plan betrokken zijn en welk beleid van gemeente, provincie en Rijk een rol speelt.

Een bestemmingsplan is daarom een juridisch ruimtelijk beleidsdocument, waarin de bestemming van de gronden met inbegrip van de daarop van toepassing zijnde gebruiks- en bouwregels en de daarop aanwezige bebouwing worden vastgelegd, maar waarin ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen.

Digitalisering

Alle ruimtelijke plannen moeten voor iedereen digitaal beschikbaar en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. Er moet gewerkt worden via landelijk vastgestelde regels (artikel 1.2.1 en 1.2.2 Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening).

Kosten

In de wet is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten worden vastgesteld in een exploitatieplan, maar ze kunnen ook op een andere wijze verhaald worden bijvoorbeeld door het sluiten van een overeenkomst (afdeling 6.4 Wro).

1.5 Adviezen, vooroverleg en procedure

Adviezen

Voorafgaand aan het in procedure brengen van een bestemmingsplan vragen burgemeester en wethouders aan het binnen het plangebied werkzame erkende wijkorgaan advies uit te brengen over het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan. Dit is geen wettelijke procedurestap maar een binnen de gemeente Enschede gehanteerde werkwijze die is vastgelegd in de Regeling Wijkorganen 2008 en nader uitgewerkt in de notitie Wijkorganen en Adviesafspraken.

Binnen het plangebied van het bestemmingsplan Boekelo 2015 ” is het erkende wijkorgaan dorpsraad Boekelo actief.

Met de dorpsraad Boekelo heeft overleg plaats gevonden. Het verslag van dit overleg is opgenomen in bijlage 4.

Vooroverleg

In het Bro is voorgeschreven (artikel 3.1.1) dat burgemeester en wethouders voorafgaand aan het in procedure brengen van een nieuw bestemmingsplan overleg moeten plegen met de besturen van eventueel betrokken andere gemeenten, het waterschap, de provincie en met die diensten van het Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Van het wettelijke vooroverleg met Rijk en provincie kan in de praktijk in veel gevallen worden afgezien. De provincie Overijssel en het Rijk hebben beleid vastgesteld, waarin is bepaald dat zij een bestemmingsplan alleen nog voor vooroverleg willen ontvangen, indien dat bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt die raken aan bepaalde ruimtelijke belangen van de provincie of het Rijk.

Het bestemmingsplan Boekelo 2015 ” maakt geen ontwikkelingen mogelijk waarbij ruimtelijke belangen van andere gemeenten, het waterschap Vechtstromen, de provincie Overijssel of het Rijk in het geding zijn. Daarom is voor dit bestemmingsplan afgezien van het plegen van vooroverleg. Wel is het ontwerpbestemmingsplan ter kennisname toegezonden aan het waterschap Vechtstromen.

Procedure

Vooraankondiging

Burgemeester en wethouders moeten burgers en anderen informeren over het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden op verzoek van een derde of uit eigen beweging. Dat voornemen wordt gepubliceerd in het gemeentelijk huis-aan-huisblad en op internet. In Enschede wordt geen gelegenheid geboden om zienswijzen hieromtrent naar voren te brengen (artikel 1.3.1 Bro).

In dit geval is het voornemen om een nieuw bestemmingsplan genaamd Boekelo 2015 ” in voorbereiding te nemen op 28 januari 2015 gepubliceerd in het gemeentelijk blad “Huis aan Huis" en op de website van de gemeente Enschede.

Terinzagelegging ontwerpplan

In de Wro staat dat op de procedure van een bestemmingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent dat het ontwerp van een bestemmingsplan gedurende een periode van zes weken ter inzage moet worden gelegd. Deze terinzagelegging biedt iedereen de mogelijkheid om gedurende die periode zienswijzen naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Die terinzagelegging wordt gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant en in het gemeentelijk blad "Huis aan Huis" en langs “elektronische weg”, dus internet.

De aankondiging van de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan Boekelo 2015 ” en de mogelijkheid om tijdens die periode een zienswijze naar voren te brengen is op 22 juni 2016 gepubliceerd in "Huis aan Huis", in de Staatscourant, op de website van de gemeente Enschede en op de website www.officielebekendmakingen.nl.

Zienswijzen

Van de eventueel ingekomen zienswijzen en de gemeentelijke beantwoording daarvan wordt een verslag gemaakt dat als bijlage bij het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan wordt gevoegd.

Rechtsbescherming

Na vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad staat voor belanghebbenden nog de mogelijkheid open om bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan.

Hoofdstuk 2 Planologisch beleidskader

2.1 Ruimtelijk beleid en regels van het Rijk

2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau staat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De structuurvisie is sinds maart 2012 van kracht en vormt de kapstok voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

In de SVIR beschrijft de Rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland in de richting van het jaar 2040. Eén van de kernbegrippen in de SVIR is decentralisatie. Het kabinet wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij burgers en bedrijven brengen. Provincies en gemeenten krijgen letterlijk de ruimte om maatwerk te leveren voor regionale opgaven.

Het kabinet heeft dertien nationale (gelijkwaardige) belangen opgesteld. Dit zijn concrete belangen waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Bro.

Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Binnen drie jaar moet het onderwerp zijn opgenomen in een bestemmingsplan.

2.1.3 Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van het Rijk

Er zijn geen rijksbelangen van invloed of van toepassing op het bestemmingsplan "Boekelo 2015".

2.2 Ruimtelijk beleid en regels van de provincie Overijssel

2.2.1 Omgevingsvisie Overijssel

Het ruimtelijk beleid van de provincie Overijssel staat vooral in de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening die Provinciale Staten van Overijssel op 1 juli 2009 hebben vastgesteld en geactualiseerd bij besluit van 3 juli 2013. De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren.

De hoofdambitie van de visie is een toekomst vaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. In het beleid van de provincie staan daarom de zorg voor ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid centraal. De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door vooral in te zetten op het beschermen van bestaande kwaliteiten en deze te verbinden met nieuwe ontwikkelingen. Het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving staat voorop, in combinatie met een goed vestigingsklimaat, een goede woonomgeving en een fraai buitengebied. De essentiële gebiedskenmerken zijn daarbij het uitgangspunt.

Om deze ambities waar te kunnen maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. De filosofie van dit model is dat de provincie samen met partners een gezamenlijke visie of doel deelt en dat vervolgens elke partij in de eigen verantwoordelijkheidssfeer in actie komt. Het uitvoeringsmodel heeft drie niveaus: generieke beleidskeuzes, ontwikkelperspectieven en gebiedskenmerken. Aan de hand van deze niveaus wordt duidelijk of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en of er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe de ontwikkeling uitgevoerd kan worden.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie

In onderstaande afbeelding staat de “vishaak” van het uitvoeringsmodel en de niveaus daarin toegelicht.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0002.jpg"

Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit beleid van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalen of een ontwikkeling nodig is of mogelijk. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend.

Een voorbeeld van een generieke beleidskeuze is dat gemeenten hun ruimtelijke ontwikkelingsplannen moeten afstemmen met hun buurgemeenten, om te voorkomen dat inefficiënte concurrentie tussen gemeenten ontstaat. Een ander voorbeeld is de 'SER-ladder', die inhoudt dat eerst bestaande bebouwing en herstructureringsmogelijkheden worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden.

Ontwikkelingsperspectieven Na de toetsing aan de generieke beleidskeuzes komen de ontwikkelingsperspectieven aan de orde. In de Omgevingsvisie staan zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelperspectieven zijn flexibel voor de toekomst en geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden.

Gebiedskenmerken Tot slot zijn de gebiedskenmerken van belang, die bestaan uit vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisure-laag). Voor elke laag gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

Omdat dit bestemmingsplan conserverend van aard is en er slechts sprake is van zeer beperkte ruimtelijke ontwikkelingen, is het niet nodig om nader in te gaan op de generieke beleidskeuzes, de ontwikkelingsperspectieven en de gebiedskenmerken die van toepassing zijn op het plangebied.

2.2.2 Omgevingsverordening Overijssel

De hoofdlijnen van de Omgevingsvisie zijn juridisch geborgd in de Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de visie die de provincie zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd.

In de verordening staan algemene regels op het gebied van de ruimtelijke ordening, mobiliteit, milieu, water en bodem. De verordening als juridisch instrument om de doorwerking van provinciaal beleid af te dwingen, is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening geeft regels aan gemeenten die bij het maken van bestemmingsplannen in acht genomen moeten worden.

2.2.3 Toetsing bestemmingsplan aan beleid en regels van de provincie Overijssel

Het plangebied kent in de Stedelijke laag de aanduiding 'woonwijken 1955-nu' en voor een gedeelte 'bedrijventerreinen 1955-nu' (bedrijven de Plooij en Bleekerij). Beleidsuitgangspunt voor de 'woonwijken 1955-nu' is het behouden van het eigen karakter van deze wijken. Markante gebouwen blijven waar mogelijk behouden door ze een nieuwe functie te geven.

Voor de 'bedrijventerreinen 1955-nu' is het beleidsuitgangspunt om dit vitale werklocaties te laten zijn, waar nodig door vernieuwing en herstructering van bedrijventerreinen.

Wat betreft de lust- en leisurelaag is een gedeelte van het plangebied aangemerkt als 'stads- en dorpsranden'. Ambities voor de stads- en dorpranden is het verbinden van van woon-, werk- en recreatiemilieus in de stads- en dorpsranden aan hun omgeving met landschappelijke structuren en routes, het tegengaan van verrommeling in de randzones en het bijdragen aan aantrekkelijke mix-, woon-, werk en recreatiemilieus.

De in het bestemmingsplan "Boekelo 2015" mogelijk gemaakte beperkte ruimtelijke ontwikkelingen en de actualisatie van de bestaande planologische regelingen voor de in dit vbestemmingsplan begrepen gronden zijn in overeenstemming met de regels en het beleid van de provincie Overijssel.

2.3 Gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

Deze paragraaf bevat een korte beschrijving van het algemene ruimtelijke relevante beleid van de gemeente Enschede. De inhoud van deze toelichting is zodanig opgebouwd dat eerst algemene informatie aan de orde komt en vervolgens onderwerpen die specifiek aan dit bestemmingsplan zijn toegeschreven. Het sectorale beleid wordt daarom verderop in deze toelichting behandeld.

2.3.1 Toekomstvisie Enschede 2020 en uitwerkingsvisies

De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 de Toekomstvisie Enschede 2020 vastgesteld, waarin de hoofdlijnen en doelstellingen voor het gemeentelijke beleid tot 2020 staan. Het document geeft richting aan het beleid, dat nader uitgewerkt wordt in andere beleidsstukken.

De ruimtelijk relevante aspecten van de hoofdlijnen en beleidsdoelstellingen in de Toekomstvisie zijn uitgewerkt in de Herijking van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie, die op 22 juni 2009 door de gemeenteraad is vastgesteld. Integraal onderdeel hiervan is een visie op de binnenstad (Binnenstadsvisie) en mobiliteit (Mobiliteitsvisie). Vervolgens is de inhoud van het document Herijking RO-Visie, binnenstadsvisie inclusief mobiliteitsvisie is ruimtelijk vertaald in de Structuurvisie Enschede, die in één van de volgende paragrafen aan de orde komt.

2.3.2 Stedelijke Koers

Onder de noemer "Stedelijke Koers" heeft de gemeenteraad op 24 september 2012 ingestemd met een andere koers voor Enschede. Dat was nodig omdat vraag en aanbod in de vastgoedmarkt op het gebied van wonen, bedrijventerreinen en kantoren flink uit balans zijn. De maatschappij is veranderd. Het aantal projecten, de ambities en de plannen in Enschede die werden voorbereid en uitgevoerd pasten niet meer bij de huidige en toekomstige vraag. Om dit terug te brengen naar een realistisch aanbod heeft de gemeenteraad gekozen voor de plannen en projecten die het meest waardevol zijn voor de toekomst van Enschede en die de economie van Enschede en de regio zoveel mogelijk stimuleren. De financiële uitwerking hiervan vond plaats tijdens de behandeling van de Programmabegroting op 12 november 2012.

In Enschede zullen niet alleen minder woningen worden gebouwd, maar ook andere soorten: minder appartementen en meer woningen met een tuin. De prognose voor de verkoop van grond voor bedrijventerreinen wordt naar beneden bijgesteld. Voor de kantorensector wordt naast verlagen van het aantal te bouwen kantoren ook gekeken naar hergebruik van bestaande kantoren, omdat er sprake is van leegstand.

Ten aanzien van de keuzes die gemaakt zijn in de Stedelijke Koers met betrekking tot het al dan niet doorgaan van woningbouwprojecten, zijn de projecten Bleekerij (Texoprint/Boekelosestraat Collectief Particulier Opdrachtgeverschap, 11 kavels) en Texoprint (67 kavels) opgenomen als projecten die doorgang kunnen vinden.

2.3.3 Structuurvisies

De Wro verplicht iedere gemeente om voor het hele grondgebied één of meer structuurvisies vast te stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Een soortgelijke verplichting geldt ook voor de provincies en het Rijk.

In een gemeentelijke structuurvisie staan de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied en de hoofdzaken van het ruimtelijk beleid. De structuurvisie bevat ook een uitvoeringsparagraaf waarin de raad aangeeft via welke instrumenten en bevoegdheden de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd zal kunnen worden.

Structuurvisie Enschede

De gemeenteraad van Enschede heeft op 26 september 2011 de Structuurvisie vastgesteld. Hierin is het bestaande ruimtelijk beleid uit de hieronder genoemde gemeentelijke nota's opgenomen en met elkaar in relatie gebracht.

  • Groenstructuur Actieplan, bevat de belangrijkste gemeentelijke ambities op het gebied van behouden en versterken van parken en groenstructuren;
  • Beleidskader kleine windturbines, hierin zijn mogelijke locaties voor kleine windturbines aangewezen;
  • Mobiliteitsplan 2004-2015, bevat de gemeentelijke ambities voor de verkeerscirculatie en bereikbaarheid van de stad. Hieruit zijn de belangrijkste verkeersprojecten voor auto, openbaar vervoer en fiets in de Structuurvisie opgenomen;
  • Nieuwe Energie voor Enschede, bevat de gemeentelijke duurzaamheidsambities voor nieuwe ontwikkelingen, herstructurering en renovatie. Hierbij staat de reductie van CO2 centraal.
  • Gids Buitenkans, bevat op basis van landschapstypologieën en -plekken het kwalitatieve kader voor ontwikkelingen in het buitengebied;
  • Hotelnota, hierin zijn de ontwikkellocaties voor hotels aangewezen;
  • Structuurvisie Luchthaven Twente en omgeving, bevat het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de herontwikkeling van het terrein van de voormalige militaire vliegbasis Twente;
  • Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001, bevat belangrijke gemeentelijke ontwikkellocaties en infrastructuurprojecten. Hieruit zijn de nog actuele projecten en locaties in de Structuurvisie opgenomen;
  • Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie en Binnenstadsvisie 2009, bevat het actuele integrale kader voor ruimtelijke ontwikkeling, verkeer, economie en de ontwikkeling van de binnenstad;
  • Ontwikkelingskader Horeca 2005-2015, hierin zijn de horecaconcentratiegebieden en horeca-ontwikkellocaties aangewezen.

Met uitzondering van de Ruimtelijke Ontwikkelingsvisie 2001 zijn de individuele beleidsnota's nog steeds van kracht omdat deze meer bevatten dan wat is opgenomen in de Structuurvisie.

In de Structuurvisie gaat het om de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de toekomst op het gebied van wonen, groen, economie, verkeer, milieu en gebiedsontwikkeling.

Het doel van de Structuurvisie is het in samenhang presenteren van de hoofdlijnen van sectoraal of gebiedsgericht beleid. Het gaat om de hoofdlijnen van ruimtelijk beleid op de lange termijn, zodat er op projectniveau voldoende flexibiliteit is om in te kunnen spelen op veranderingen.

De Structuurvisie is continu in ontwikkeling. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en nieuw stedelijk beleid wordt de Structuurvisie aangevuld of nader uitgewerkt, zodat het een actueel strategisch en integraal kader vormt.

Sectorale en gebiedsgerichte structuurvisies

In aanvulling op de eerder genoemde integrale Structuurvisie, heeft de gemeenteraad van Enschede ook drie sectorale structuurvisies vastgesteld. Hierin worden specifieke onderwerpen geregeld.

Woonvisie Op 12 maart 2012 is de Woonvisie Enschede 2025 vastgesteld. De Woonvisie vormt een nadere uitwerking van de Structuurvisie, specifiek toegespitst op de gemeentelijke beleidsdoelstellingen ten aanzien van het wonen.

Waar de Woonvisie 2005 - 2015 nog uitging van optimistische groeiscenario's, wordt op dit moment een ontspannen woningmarkt ervaren waarin de dynamiek als gevolg van de economische omstandigheden ontbreekt. Deze conjuncturele trendbreuk ten opzichte van het groeidenken, heeft zowel de vragers op de woningmarkt als de aanbieders aan het denken en handelen gezet. De 'oude' tijden van ongebreidelde groei manifesteren zich niet meer. De woonconsument is kritisch en wil voortaan kunnen kiezen of hij/zij nu een nieuwe woning wil of de huidige woning wil aanpassen vanwege comfort, energieverbruik of voorzieningen voor zorg. De Woonvisie stuurt vooral op de kwaliteit van de voorraad. Woonwensen zijn leidend geworden voor de verdienmodellen van marktpartijen. Uitgangspunten daarbij zijn: de zelfstandige woonconsument, meer markt en minder overheid (loslaten).

Het bestemmingsplan "Boekelo 2015" is conserverend van aard en heeft hoofdzakelijk betrekking op een bestaande situatie.

Detailhandelsstructuurvisie Op 23 januari 2012 is de Detailhandelsstructuurvisie Enschede 2012 vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staan de hoofdlijnen van het gemeentelijk detailhandelsbeleid voor de komende vier jaar. Na een technische aanpassing in de besluitvorming op 12 november 2012 is dit formeel een structuurvisie zoals bedoeld in artikel 2.1 van de Wro.

In deze visie wordt als beleidskader gehanteerd:

  • Versterking van de binnenstad door bundeling van marktinitiatieven;
  • Een fijnmazige, duurzame structuur van sterke boodschappencentra in elke wijk;
  • Herpositionering en kwaliteitsverbetering van lokaal verzorgende woonboulevard;
  • Versterking van een gevarieerd aanbod doe-het-zelfartikelen op aanvaardbare afstand van de consument;
  • Behoud van gevarieerd tuincentrumaanbod op bestaande (winkel-)locaties;
  • Zo mogelijk behoud voorzieningen in kleine kernen.

In de visie is opgenomen dat zo mogelijk winkels in de kleine kernen, zoals Boekelo, behouden blijven. Vanwege het beperkte draagvlak is uitbreiding van het aanbod niet mogelijk. Op verzoek wordt medewerking verleend aan beperkte uitbreiding van bestaande winkels. De Detailhandelsstructuurvisie geeft daarnaast, onder voorwaarden, mogelijkheden voor ondergeschikte detailhandel bij bedrijven zonder detailhandelsbestemming.

Watervisie Op 27 mei 2013 is de Watervisie 2013-2025 vastgesteld. Deze sectorale structuurvisie richt zich op het samen met partners in de waterketen aanpakken van waterknelpunten in Enschede op het gebied van hemelwateroverlast, grondwateroverlast, grondwaterverontreiniging en waterkwaliteit. De watervisie heeft twee sporen, het oplossen van knelpunten en het realiseren van een zestal waterambities.

De op te lossen knelpunten zijn:

  • Overbelasting van het rioolstelsel.
  • Grondwateroverlast.
  • Problemen met waterkwaliteit.

De Enschedese waterambities zijn:

  • Daar waar het kan is het regenwaterwater afgekoppeld van het gemengde riool.
  • De beleving van de groene en blauwe kwaliteit van Enschede versterken door water zichtbaar te maken.
  • Water in de buitenruimte wordt zoveel mogelijk benut voor het opvangen van extreme regenbuien en om bij warme perioden de stad te verkoelen.
  • De watergerelateerde component van de (woon)lasten blijft beheersbaar.
  • Enschedeers gaan bewuster met water om en zijn meer betrokken bij de watervoorzieningen in de stad.
  • De waterpartners zorgen samen voor een goede waterkwaliteit en – kwantiteit in Enschede.

Structuurvisie Cultuurhistorie Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Cultuurhistorie vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid voor het bij ruimtelijke plannen en ontwikkelingen omgaan met het aanwezige cultuurhistorisch erfgoed. Daarbij wordt onder cultuurhistorisch erfgoed verstaan: alle cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, objecten en structuren in de gemeente Enschede, met uitzondering van gemeentelijke monumenten, rijksmonunumenten en archeologische waarden. Voor monumenten en archeologische waarden is reeds in afzonderlijke gemeentelijke beleidskaders vastgelegd hoe daarmee dient te worden omgegaan in het kader van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen.

Op de Cultuurhistorische beleidskaart die onderdeel uitmaakt van de structuurvisie is het centrum van Boekelo en een gedeelte van de Beckumerstraat aangegeven als "koesteren stad". Op dit moment geldt een voorbereidingsbesluit met als doel cultuurhistorische waarden te behouden en beschermen, vooruitlopend op een nog vast te stellen beleidsregel Cultuurhistorie en het daaropvolgende (paraplu)bestemmingsplan.

Structuurvisie Externe Veiligheid Op 8 december 2014 is de Structuurvisie Externe Veiligheid vastgesteld. In deze sectorale structuurvisie staat het gemeentelijk beleid met betrekking tot het beheersen van risico's die mensen lopen door de opslag, de produktie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is vastgelegd wat in Enschede nog als een toelaatbaar risico wordt beschouwd en hoe ongewenste situaties zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen of beperkt. In deze structuurvisie is tevens het beleid voor opslagplaatsen en verkooppunten van consumentenvuurwerk vastgelegd.

2.3.4 Toetsing bestemmingsplan aan het gemeentelijk ruimtelijk relevant strategisch beleid

In de strategische beleidsdocumenten Stedelijke Koers, Structuurvisie Cultuurhistorie en detailhandelsstructuurvisie zijn voor het plangebied van het bestemmingsplan "Boekelo 2015" specifieke beleidsdoelstellingen of ontwikkelingsrichtingen benoemd. In de voorgaande paragraaf zijn deze besproken.

In het bestemmingsplan "Boekelo 2015" is rekening gehouden met de beleidsuitgangspunten zoals verwoord in bovengenoemde beleidsdocumenten. Het bestemmingsplan past binnen het gemeentelijk beleid.

Hoofdstuk 3 Gebiedsbeschrijving

3.1 Ruimtelijke en functionele structuur

3.1.1 Ruimtelijke structuur en functies

Tot omstreeks 1880 bestond Boekelo slechts uit een aantal boerderijplaatsen; tijdens de industrialisatie ontstond er pas een dorps karakter. Vooral na de vestiging van een blekerij in 1888 ontwikkelde het dorp zich tot een arbeidersnederzetting met sterk agrarische inslag. Ook de vestiging van de zoutindustrie aan de spoorlijn, in 1918, was van belang voor de verdere industriële ontwikkeling.

Uniek voor Enschede is de ligging op de flanken van de noord-zuid lopende stuwwal met de daaraan gekoppelde oost-west georiënteerde beeklopen. Boekelo ligt op de uitloper van de stuwwal en is ontstaan op hogere gronden (dekzandgebieden) gelegen aan waterlopen ten zuidwesten van de stad Enschede. Het dorp is door de rijksweg A35 gescheiden van de stad en heeft, in tegenstelling tot het dorp Glanerbrug, zijn solitaire ligging behouden.

De wegenstructuur van Boekelo heeft van oudsher een radiaalvormig karakter. De radialen komen samen in een knoop. Langs deze wegen heeft zich in de loop der tijd lintbebouwing ontwikkeld, die zich kenmerkt door een grote variatie in bouwstijlen en materiaal. Er zijn wel overeenkomsten in hoogte en type bebouwing. Dit bepaalt voornamelijk het dorpse karakter. Hier en daar zijn enkele oude boerenerven bewaard gebleven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0003.jpg"

Afbeelding 2: hoofdstructuurdragers: Boekelerbeek, dorpsstraat, spoorlijn

Op de voormalige woeste gronden rondom Boekelo zijn bossen en landgoederen te vinden die daar eind vorige eeuw door rijke industriëlen gesticht zijn, zoals het Hof te Boekelo (een oorspronkelijke havezathe uit 1570), De Weele, Zonnebeek en ‘t Stroot.

Er zijn nog een tweetal beeklopen in Boekelo. De Teesinkbeek loopt noordelijk van de Boekelerbeek en doorsnijdt een deel van het bebouwd gebied in noordwestelijk-zuidoostelijke richting. De Boekelerbeek (verder stroomafwaarts Rutbeek genaamd) verdeelt het dorp in twee kernen. Deze tweedeling in met iedere kern een eigen kerk is een bijzonder kenmerk van het dorp. Aan de westzijde van het beekdal van de Boekelerbeek ligt de kleine kern met (een voormalige) Roomskatholieke kerk en aan de oostzijde de hoofdkern van Boekelo met een voormalige Nederlands Hervormde kerk.

De hoofdkern wordt nabij de knoop diagonaal doorsneden door een spoorlijn, die vroeger Hengelo met Winterswijk verbond. Momenteel bestaat alleen het deel tussen Haaksbergen en Boekelo nog met enkel een toeristisch/recreatieve functie (museumstoomtrein MBS). Aan de westzijde van het snijpunt van de radiaal lopende wegen en de spoorlijn ligt het dorpshart van de hoofdkern aan de Boekelosestraat. De winkel- en horecavoorzieningen concentreren zich rond de Beckumerstraat nabij de knoop. Hier steekt ook een belangrijke groene wig in de vorm van erve Kwinkeler in het bebouwde gebied.

Na de industriële ontwikkeling zijn de gebieden tussen de linten bebouwd waardoor er een lobvormig patroon is ontstaan. Die latere invullingen zijn wat meer eenvormig en standaard van aard (stratenrijtjes) of juist vrij van vorm en met een ruimere en groene uitstraling (vrije kavels). In beide dorpskernen zijn woonbuurten aanwezig die geen dorps karakter hebben en in de jaren 70 tot 90 overal in Nederland werden gebouwd.

De lobben hebben allen hoofdzakelijk een woonfunctie, op twee na: de genoemde groene wig ten noorden van de knoop en de lob ten noordoosten van de knoop (voormalige Texoprintterrein en De Plooy).

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0004.png"

Afbeelding 3: lobben: wonen (geel), bedrijven (roze), groene wiggen (groen)

De Plooy is een traditioneel bedrijven- en industrieterrein. Het voormalige Texoprintterrein is deels ontwikkeld en deels nog in ontwikkeling. Grote delen van de nieuwbouwplannen van de Bleekerij zijn reeds uitgevoerd. Op het terrein van het voormalige industrieterrein is een nieuwe, moderne wijk ontstaan. Door de projectmatige realisatie onder beeldregie is een sterk samenhangende buurt ontstaan. Het industrieel erfgoed aan het spoor, de voormalige blekerijcomplexen, zijn herbestemd voor wonen en de kleinere gebouwen hebben andere functies gekregen. Aan de noord- en oostzijde van het terrein van de Bleekerij is bedrijvigheid gelegen. Het grote bedrijfsterrein van het voormalige Boekelo Decor is er gelegen en aan de Verzetslaan is reeds een aantal bedrijven (soms met bedrijfswoning) gevestigd. Een aantal percelen ligt op dit moment nog braak.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0005.jpg"

Afbeelding 4: zicht op Boekelo, knooppunt Kwinkelerweg, Beckumerstraat en Windmolenweg

3.1.2 Water

Hoogte De kern Boekelo ligt ten westen van de bebouwing van Enschede. Het plangebied omsluit de gehele kern van Boekelo. Het gebied ligt ten westen van de Enschedese stuwwal. Boekelo is gelegen aan het eind van de westflank van de stuwwal, waardoor het hoogteverschil minimaal is. Het gebied wordt globaal in het midden doorsneden door de 25-meter hoogtelijn. Globaal wordt verondersteld dat het maaiveld in het oosten op NAP+26 m en in het westen op NAP+24 m ligt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0006.jpg"

Afbeelding 5: hoogtekaart Boekelo

Grondwater Vanwege de ligging en het (geringe) hoogteverloop binnen en in de omgeving van het gebied stroomt het grondwater in de natuurlijke situatie richting het noordwesten. Ook het oppervlaktewater stroomt af richting het westen. In de gemeente Enschede worden de grondwaterstanden en -stromingen sterk beïnvloed door verschillende grondwateronttrekkingen, zoals de onttrekking voor Grolsch en de Westerval. In het verleden heeft het voormalige bedrijf Texoprint veel grondwater opgepompt ten behoeve van eigen gebruik. Deze onttrekking is afgebouwd en met ingang van 2005 geheel en definitief gestopt. Het waterschap heeft met een grondwatermodelberekening aangetoond dat hierdoor, vooral in het zuidoostelijk deel van Boekelo, een stijging van de grondwaterstand merkbaar kan zijn. Onzeker is of dit zal leiden tot overlast, gezien de onzekerheden in het grondwatermodel.

De kern Boekelo is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied, intrekgebied (potentiële) waterwinning of waterwingebied, waardoor geen aanvullende eisen gelden met betrekking tot de infiltratie van hemelwater en het grondgebruik binnen de grenzen van het plangebied.

Uit periodieke stijghoogtemetingen (elke 14 dagen) in de aanwezige peilbuizen in Boekelo blijkt dat de gemiddelde grondwaterstand zich globaal tussen 0,9 en 1,5 meter onder maaiveld bevindt. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ligt op 0,5 tot 0,7 meter onder maaiveld.

Oppervlaktewater Het westelijk deel van Boekelo, ten westen van de Boekelerbeek, behoort tot het stroomgebied van de Twentekanalen, het oostelijk deel daarentegen behoort tot het stroomgebied van de Bovenregge (Waterdocumenten Waterschap Vechtstromen).

In en in de omgeving van het plangebied is relatief veel oppervlaktewater aanwezig. Op onderstaande kaart is de ligging van de watergangen en beken weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0007.png"

Afbeelding 6: ligging van de beken en watergangen in en rondom Boekelo

Riolering Het rioleringsstelsel in de kern Boekelo behoort in zijn geheel tot het gemengde type. De riolering dateert van na 1950, waarbij het oudste deel van het stelsel zich bevindt in de zuidoosthoek van de kern.

3.1.3 Groen

Boekelo kent vijf groentypes die waardevol zijn en bijdragen aan het structureel groen. Dit zijn:

  • 1. de beken met de bijbehorende beekdalen zoals de Boekelerbeek en de Teesinkbeek;
  • 2. het Teesinkbos aan de zuidoostzijde van Boekelo;
  • 3. de groene wig in het noorden, gevormd door erve de Kwinkel;
  • 4. de lijnen die beplant zijn met bomen, zoals de Boekelosestraat, Beckumerstraat, Windmolenweg, kwinkelerweg en de spoorzone;
  • 5. het oude erf aan de Beckumerstraat 51.

Naast dit structurerende groen kent Boekelo in de verschillende wijken het traditionele buurt- en straatgroen. Er zijn geen parken of groenvoorzieningen met een wijkverzorgende functie aanwezig, vanwege de schaal en omvang van Boekelo en de nabijheid van het groene buitengebied.

Lijnstructuren Ruimtelijke structuurdragers in het plangebied worden gevormd door het beekdal van de Boekelerbeek, de radiale wegen vanuit de windrichtingen en door de spoorlijn door de het dorp. De beek en spoorlijn vormen daarbij meer of minder goed oversteekbare barrières. Onderstaand kaartje geeft een overzicht van de ruimtelijke structuurdragers in de bebouwde kom van Boekelo.

Gebieden De twee kernen van Boekelo aan weerszijden van de Boekelerbeek zijn als twee afzonderlijke gebieden herkenbaar. Binnen de “hoofdkern” ten oosten van de beek zijn de lobben als herkenbare gebieden te kenschetsen. De groene wig en de “bedrijven”lob vormen daarin aparte gebieden qua functie.

Beschermwaardige bomen in het plangebiedEr zijn geen monumentale bomen in het plangebied aanwezig. Wel zijn er bomen in het plangebied aanwezig die als 'beschermwaardige boom' of als 'beschermwaardig boomgebied' zijn aangemerkt in de Algemene Plaatselijke Verordening en de bijbehorende nadere regels bomen (bescherming) in Enschede.

In het bij de APV behorende bomenoverzicht zijn de beschermde bomen en boomgroepen weergegeven waarvan een omgevingsvergunning (kapvergunning) op grond van de APV voor het vellen is vereist.

Op het bomenoverzicht zijn niet alle beschermde bomen weergegeven. Ook de gemeentelijke bomen die niet op het bomenoverzicht zijn weergegeven, zijn beschermd op grond van de APV.

De locaties van deze bomen zijn te vinden op de interactieve bomenkaart die is te raadplegen op de website van de gemeente Enschede.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0008.png" afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0009.png"

Afbeelding 7: uitsnede kaart beschermwaardige bomen in Enschede

3.1.4 Verkeer

Boekelo is vanuit Enschede bereikbaar via twee routes. Vanuit het oosten via Usselo en de Boekelosestraat en vanuit het noorden via de Windmolenweg. Deze weg geeft verbinding met de belangrijkste bedrijventerreinen in Enschede-West. Vanuit de richting Hengelo loopt de Kwinkelerweg naar het dorp. De ontsluiting vanuit het westen en het zuiden loopt respectievelijk via de Beckumerstraat en de Weleweg. In de woonlobben binnen deze radialen is een fijnmazige ontsluitingsstructuur van woonstraten aanwezig. Alle wegen binnen de bebouwde kom zijn aangewezen als 30 km-zone en kennen een kleinschalige inrichting, die past binnen het dorpse woonmilieu. Onderstaand kaartje geeft een overzicht van de aanwezige verkeersstructuur in de bebouwde kom van Boekelo.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0010.png"

Afbeelding 8: verkeersstructuur Boekelo

Door de radiale ontsluitingsstructuur moet doorgaand verkeer bijna altijd de dorpskern passeren. Door afwikkelingsproblemen op hoofdwegen in de omgeving van Boekelo, met name op de relatie tussen Haaksbergen en Enschede, is er dagelijks tijdens de spitsuren een stroom dorpsvreemd verkeer via het dorp waar te nemen. Dat geeft wel overlast maar leidt niet tot onacceptabele situaties. De aanleg van de N18, die een verbinding tussen de Achterhoek en de A35 geeft, zal hierin verbetering moeten brengen.

Hoewel Boekelo dichtbij de A35 is gelegen, is de aansluiting daarop en daarmee op het landelijk autosnelwegennetwerk indirect en loopt deze via wegen met afwikkelingsproblemen. Als gevolg hiervan zoekt nogal wat verkeer zijn weg via landbouwwegen in het buitengebied, die daarvoor niet geschikt zijn.

Plannen infrastructuur De nieuwe route van de N18 wordt naar verwachting in 2018 opgeleverd. Hiermee wordt de Achterhoek aangesloten op de A35.

Openbaar vervoer Boekelo wordt bediend door een stadsbuslijn naar Enschede met een halfsuurfrequentie. 's Avonds en op zondagen rijdt deze lijn niet en moet worden teruggevallen op de Regiotaxi Twente. De levensvatbaarheid van deze lijn staat onder druk in het streven naar toenemende efficiency.

Parkeren Voor bestaande situaties geldt dat het aantal parkeermogelijkheden minimaal blijft gehandhaafd. Voor nieuwe functies zal worden uitgegaan van parkeerrichtlijnen gebaseerd op aanbevelingen van het CROW. Voor nieuwe functies geldt dat de parkeervoorzieningen zoveel mogelijk worden gerealiseerd op eigen terrein. Afhankelijk van de te realiseren functie zullen daarnaast voor bezoekers parkeerplaatsen op openbaar terrein of openbaar toegankelijke plaatsen beschikbaar moeten zijn. Het parkeren in Boekelo is niet gereguleerd door een blauwe zone of door betaald parkeren. De inrichting van het nieuwe Bleekerijplein heeft gezorgd voor extra parkeermogelijkheden. Het nieuwe Bleekerijplein is volgens de principes van 'shared space' ontworpen en biedt bij parkeerpieken de mogelijkheid om de verharding als parkeeroverloop te gebruiken.

3.1.5 Ruimtelijke ontwikkelingen

In 2002 is door de dorpsraad Boekelo het Dorpsplan 2002-2015 vastgesteld. De uitvoering van het Dorpsplan en het verloop van de jaren heeft gezorgd voor nieuwe inzichten en nieuwe wensen. Op basis van het Dorpsplan is om die reden in 2012 de dorpsagenda Boekelo opgesteld. Er is een aantal projecten geformuleerd, waaronder het versterken/upgraden van het dorpshart (Centrumplan Boekelo), het aantrekken van meer toeristen, het creeren van ontmoetingsplekken en activiteiten voor jong en oud.

In het kader van het bestemmingsplan 'Boekelo 2015' is het versterken en upgraden van het dorpshart noemenswaardig. De uitvoering van het project heeft inmiddels plaatsgevonden. Het gebied tussen de Bleekerij tot en met kruising Beckumerstraat-Diamantstraat is zodanig heringericht en met elkaar verbonden dat het een duidelijker gevoel geeft van een (karakteristiek) dorpshart. Het Blekerijplein is ook gerealiseerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0011.png"

Afbeelding 9: kaart uit stedenbouwkundige visie Dorpscentrum Boekelo 2012

Het plein is bedoeld voor alle inwoners van Boekelo als versterking van het dorpshart. Het plein kan evenementen versterken en dienen als rustpunt voor toeristen. Voor het portiershuisje is een vijver gerealiseerd. De vijver dient onder andere als opvang voor regenwater.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0012.png"

Afbeelding 10: zicht op het Bleekerijplein

Achterop het plein zal te zijner tijd een bedrijfsgebouw worden gebouwd. De invulling (bestemming Gemengd-3) is reeds opgenomen in het bestemmingsplan "De Bleekerij 2007". Voor de tijd dat er nog geen concrete invulling aan deze locatie wordt gegeven, is dit gedeelte ingezaaid met gras.

3.2 Cultuurhistorie

In het plangebied hebben enkele bijzondere markante gebouwen en terreinen een monumentale status verkregen, waarbij een onderscheid is gemaakt tussen rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten.

Rijksmonumenten Er zijn twee rijksmonumenten in het plangebied aanwezig. Hieronder worden deze weergegeven en wordt een beschrijving van de monumentale waarde gegeven.

 afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0013.png"

Afbeelding 11: Beckumerstraat 51

Aan Beckumerstraat 51 ligt boerderijcomplex De Mans, bestaande uit een grote boerderij van het hallehuistype, een grote schuur en een klein veeschuurtje. De boerderij dateert in oorsprong uit 1789, maar is in 1860 (bedrijfsgedeelte) en in 1914 (woonhuisgedeelte) verbouwd.

 afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0014.png"

Afbeelding 12: Boekelose Stoomblekerij 55-117

Het fabrieksgebouw/pakhuis vormde oorspronkelijk een onderdeel van stoomblekerij Van Heek & Co. Het is een van de weinige oorspronkelijke gebouwen op het fabrieksterrein die in redelijk originele staat verkeren. (Oude Texoprint). Het fabrieksgebouw/pakhuis heeft een bijzondere waarde. Bij de ontwikkeling van het plangebied "De Bleekerij" is het fabrieksgebouw/pakhuis verbouwd tot een woongebouw met commerciele ruimten.

Gemeentelijke monumenten Er is daarnaast een aantal gemeentelijke monumenten in het plangebied aanwezig.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0015.png"

Afbeelding 13: Windmolenweg 24-26

De Windmolenweg 24-26 betreft het voormalige station Boekelo, gebouwd in 1883. Reeds in 1916 werd er een verdieping op het station gebouwd. Momenteel dient het station als woonhuis. De aanbouw aan de voorgevel en zijgevel vallen buiten de bescherming.

Het station is opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond, in baksteen op een geschilderde plint, onder een met pannen gedekt zadeldak. De voorgevel is verdeeld over vijf traveeën die afgescheiden worden door lisenen. Geheel links bevindt zich een entree met bovenlicht onder een segmentboog. Aan de rechterzijde van de entree een nieuw rechtgesloten venster in een vlak met een segmentboog. Daarnaast een nieuwe aanbouw voor een voormalig venster. Geheel rechts bevinden zich twee rechtgesloten vensters. Op de verdieping vier schuifvensters met roedeverdeling onder een segmentboog. De zijgevels hebben in de nok een rond venster. De achtergevel van het voormalige station grenst aan het spoor. Deze gevel is vrijwel identiek aan de voorgevel.

Het station Boekelo is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden die tot uitdrukking komen in:

  • de betekenis van het station als onderdeel van de geschiedenis van Boekelo;
  • de ligging direct aan het spoor waar op dit moment oude stoomtrein als toeristenattractie dient;
  • de gaafheid van het hoofdvolume.

 afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0016.png"

Afbeelding 14: Beckumerstraat 160-162

Dit moment betreft een dubbele woning met kas. Het is gebouwd in 1907, in opdracht van de agrariër W. Wevers. De woningen zijn met de langsgevel gelegen aan de Beckumerstraat in het dorp Boekelo. Het object is gebouwd als boerderij en later gesplitst in twee woningen. Aan de voorzijde bevindt zich een kleine voortuin. Aan de rechterzijde van de woningen staat een kas, waar voorheen een bloemenwinkel in gevestigd was. Op het erf bevindt zich daarnaast ook nog een schuur van latere tijd, die buiten de bescherming valt. Bij de splitsing van de boerderij in twee woningen is een voordeur (rechts) verdwenen. Hiervoor is een venster in de plaats gekomen.

De dubbele woning is opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond, in baksteen op plint, over één bouwlaag, onder een met Hollandse pannen gedekt zadeldak met windveren. Onder het dak een goot op gootklossen. De voorgevel staat met de noklijn evenwijdig aan de straat en bevat vijf vensters onder strek met aanzet,- en sluitstenen. Tussen het tweede en het derde venster van links bevindt zich de entree met houten voordeur, eveneens onder strek. In beide zijgevels bevinden zich twee dito vensters. In de geveltop bevindt zich aan beide zijden een venster onder strek met houten deur.

Waardering Het dubbele woonhuis met kas is van algemeen belang vanwege de architectuur- en cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarden die tot uitdrukking komen in:

  • de voormalige functie van boerderij met kas;
  • de beeldbepalende ligging aan de entree van het dorp Boekelo;
  • de gaafheid van het hoofdvolume en de detaillering.

 afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0017.png"

Afbeelding 15: Kwinkelerweg 16-20 (erve De Kwinkel)

Het belang van dit erf is gelegen in de traditionele opzet, de constructie, het materiaalgebruik en de aanwezigheid van een van het gangbare type afwijkende bovenkamer. Het erf is een fraai toonbeeld van een grote, rijke Enschedese boerderij uit de welvarende periode van de tweede helft van de 18e eeuw. De boerderij is landschappelijk mooi gelegen en is beeldbepalend voor het dorp Boekelo. Het is een uitwendig laat-18e eeuwse boerderij met enkele 19e eeuwse verbouwingen. Geheel opgetrokken in baksteen op plint van Bentheimer zandsteen. Hoog opgaand zadeldak tussen twee houten topgevels, gedekt met oud-hollandse pannen. In de voorgevel twee deuren met fraai bovenlicht en vensters met kruisroeden.

Archeologisch erfgoed in het plangebied

In het plangebied zijn geen archeologische monumenten of vindplaatsen aanwezig. Een gedeelte van het plangebied heeft volgens de archeologische beleidskaart een lage archeologische verwachting (gele kleur). Hiervoor geldt geen eis voor archeologisch onderzoek

Daarnaast is een gedeelte aangegeven als onderzoeksgebied A (geelbruine kleur), onderzoeksgebied B (lichtbruine kleur) en waardevol gebied A (rode kleur).

In onderzoeksgebied A worden bewoningsresten verwacht van de eerste erven van Enschede. Het betreft gebieden met oude erven of verdwenen oude erven. Ook kunnen hier bewoningsresten uit eerdere periodes worden aangetroffen. Voor bodemingrepen met een grotere oppervlakte dan 250 m2 en dieper dan 50 centimeter is archeologisch onderzoek vereist.

Gebieden die zijn aangemerkt als onderzoeksgebied B en waardevol gebied A hebben een hoge en middelhoge archeologische verwachting. In de afbeeldingen hieronder zijn de verschillende typen gebied aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0018.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0019.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0020.png"

Afbeelding 16: uitsnedes archeologische beleidskaart

De onderzoeksgebieden zijn vertaald in de regels van het bestemmingsplan "Boekelo 2015", met als doel archeologische waarden te beschermen en in stand te houden. Op gronden die aangeduid zijn met 'overige zone- archeologisch onderzoeksgebied a' (gebieden met hoge archeologische waarde) geldt dat er geen bouwwerken mogen worden gebouwd, werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd indien de bodemverstoring groter is dan 250 m2 en dieper dan 50 cm. Het college van burgemeester en wethouders kan middels een omgevingsvergunning van het verbod afwijken indien uit archeologisch vooronderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of deze waarden niet onevenredig worden aangetast.

Voor de gebieden met de aanduiding 'overige zone- archeologisch onderzoeksgebied b' geldt een zelfde soort regeling, waarbij voor bodemverstoringen groter dan 2500 m2 en dieper dan 50 centimeter in principe een archeologisch vooronderzoek vereist is.

Cultuurhistorische waarden Als basis voor het cultuurhistorisch beleid is een waardenkaart opgesteld voor de hele stad en het buitengebied van Enschede. Deze waardenkaart is gebaseerd op bestaande inventarisaties en bestaande onderzoeken. In de waardenkaart zijn alle objecten en structuren opgenomen die eerder dan 1965 zijn gebouwd. De waardenkaart is dynamisch en zal tot een dialoog met de stad leiden wat in de loop der jaren wel of niet opgenomen of verwijderd wordt uit de kaart.

In de waardenkaart zijn infrastructuurlijnen, gebouwen, bijzondere objecten en gebieden gewaardeerd. Gebouwen en objecten zijn globaal gewaardeerd en niet op de specifieke kenmerken. Er is niet gewaardeerd welke elementen een gebouw waardevol maken. De waardering is ingedeeld in hoge attentiewaarden en attentiewaarden. Een element heeft een hoge attentiewaarde als het op een criterium heel hoog scoort of bovengemiddeld scoort op alle criteria. Een gemiddelde score resulteert in een attentiewaarde, en geeft daarmee ook een cultuurhistorische waarde aan.

Een deel van het plangebied is op de cultuurhistorische beleidskaart aangemerkt als te koesteren gebied. Het gebied is aangegeven in de afbeelding hieronder. Behoud, herstel en versterking van de cultuurhistorische waarden is het uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen. In paragraaf 4.3 zijn de objecten/panden in het gebied aangegeven die attentiewaarden hebben en waar een nadere toetsing vereist is wanneer er plannen zijn voor (gedeeltelijke) sloop.

Het plangebied is een gebied waarin weinig dynamiek en (grote) nieuwe ontwikkelingen te verwachten zijn de komende jaren. In het geval er een aanvraag voor (gedeeltelijke) sloop wordt ingediend voor de panden die attentiewaarden hebben, zal op dat moment het object specifiek worden beoordeeld op de elementen die het waardevol maken.

Bij bouwplannen kan via toetsing aan de Welstandsnota de ruimte worden gegeven en toch de dorpse sfeer en de eenheid in verscheidenheid van de dorpse linten worden gehandhaafd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0021.png"

Afbeelding 17: cultuurhistorische beleidskaart (rode omlijning is plangebied en omgeving)

Hoofdstuk 4 Gewenste ontwikkeling plangebied

4.1 Ontwikkeling braakliggende kavels

Binnen het plangebied van het bestemmingsplan Boekelo 2015 ” zijn geen (her)ontwikkelingslocaties gelegen die concreet als zodanig zijn bestemd. Wel is er een aantal locaties binnen het plangebied gelegen die in het bestemmingsplan "De Bleekerij 2007" zijn opgenomen en daarin zijn bestemd voor respectievelijk "Wonen", "Bedrijven" en "Gemengd-2" maar waarbij de kavels nog niet ontwikkeld zijn. Deze locaties worden opnieuw in het bestemmingsplan opgenomen en op een zelfde, dus conserverende, manier bestemd in het bestemmingsplan "Boekelo 2015".

Uit jurisprudentie is gebleken dat het conserverend bestemmen van ongebruikte planologische ruimte niet als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) te worden beschouwd. Deze locaties hoeven daarom niet te worden getoetst aan artikel 3.1.6 tweede lid van het Bro.

4.2 Ontwikkelingsmogelijkheden bestaande bebouwing

Het plangebied kent een conserverend karakter waarbij slechts beperkt nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk wordt gemaakt. In deze paragraaf volgt een toelichting op deze ontwikkelingen.

4.2.1 Museum Buurtspoorweg

De stichting Museumbuurtspoorweg (MBS) is in 1967 opgericht, met als doel een levend spoorwegmuseum te realiseren. Er rijden historische treinen op het traject Boekelo-Haaksbergen, vice versa. De MBS is een toeristische trekpleister in de regio. Het is de wens van het bestuur van de MBS om, mede in het kader van de verdere professionalisering van de MBS en haar activiteiten, een passende bestemming aan het terrein en de gebouwen te geven. Er vinden reeds lange tijd tentoonstellingen, exposities en allerlei activiteiten in het kader van treinen plaats. Aan het aanwezige treindepot wordt de aanduiding "cultuur en ontspanning" gegeven. Binnen de bestemming "Verkeer-Railverkeer" is daarnaast opgenomen dat niet-zelfstandige horeca en niet-zelfstandige detailhandel is toegestaan. Deze ondergeschikte functies die ook reeds plaatsvinden hebben ruimtelijk gezien slechts geringe gevolgen en zijn passend binnen de omgeving. Hieronder wordt voor zover noodzakelijk de toelaatbaarheid ervan onderbouwd.

Milieuhinder

Op grond van de VNG publicatie bedrijven en milieuzonering bedraagt de indicatieve afstand voor horeca-activiteiten in categorie 1 10 meter. Ook voor detailhandel geldt een afstand van 10 meter, evenals voor activiteiten in categorie 1 van de hoofdgroep Cultuur en Ontspanning. De afstanden van alle drie functies tot gevoelige bestemmingen bedraagt meer dan 10 meter. Wel is op minder dan 10 meter een bedrijfswoning gelegen. De locatie is gelegen in gemengd gebied. Qua milieuhinder zijn de activiteiten derhalve aanvaardbaar in de omgeving.

Horeca- en detailhandelsbeleid

Niet-zelfstandige detailhandel tot 100 m2 verkoopvloeroppervlakte is toegestaan binnen de bestemming "Verkeer-Railverkeer". Deze maximale maat is conform het beleid op grond van de Detailhandelsstructuurvisie 2012, die voor onderschikte detailhandel is opgenomen.

In het horecabeleid is Boekelo aangemerkt als horecaontwikkelingsgebied, met ruimte voor aan toerisme gerelateerde vormen van horeca (in een lichte categorie). Lichte niet-zelfstandige horeca in categorie 1 (geen cafe's/bars) als onderdeel van de activiteiten van de MBS past binnen dit beleid en draagt bij aan de uitvoering van het beleid.

Parkeren Zowel de niet-zelfstandige detailhandel als de niet-zelfstandige horeca vinden plaats als onderdeel van de activiteiten van de MBS. Alleen bezoekers van de MBS maken er gebruik van. Dit betekent in dat er geen extra behoefte aan parkeerplaatsen of extra verkeersbewegingen ontstaan door deze ondergeschikte functies. De huidige parkeerplaatsen liggen langs de Dirk Papestraat (27 stuks), waarvan de grond in eigendom is van de MBS. Daarnaast kan er geparkeerd worden langs de Windmolenweg en Beckumerstraat en op het terrein van de Boekelose Stoomblekerij.

De MBS heeft plannen voor restauratie en functiewijziging van de kolenloods. De plannen zijn nog niet in een dusdanig stadium dat deze kunnen worden opgenomen in dit bestemmingsplan. Een nadere planologische afweging zal op een later moment gaan plaatsvinden.

4.2.2 Wijzigingsbevoegdheden

In het bestemmingsplan is een aantal wijzigingsbevoegdheden opgenomen in diverse bestemmingen om ontwikkelingsrichting en flexibiliteit aan het bestemmingsplan te geven. Bijvoorbeeld binnen de bestemming "Wonen" is het mogelijk om bouwvlakken te wijzigen of toe te voegen. Binnen de bestemming "Sport" is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen naar "Wonen" ter plaatse van Diamantstraat 4 (gymzaal). De verwachting is dat op termijn de activiteiten verplaatst zullen worden naar andere sportaccommodaties in Boekelo.

Voor behoud van het bestaande beeldkwaliteit is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van de kenmerkende bungalows aan de Henri Dunantlaan en Bastinglaan. In paragraaf 4.3 wordt dit nader toegelicht.

Een wijzigingsbevoegdheid houdt in dat op de in het bestemmingsplan genoemde onderdelen kan worden gewijzigd. Een wijzigingsplan doorloopt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is vastgelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze procedure houdt in dat het ontwerp-wijzigingsplan voor zes weken ter inzage wordt gelegd. Belanghebbenden kunnen in die zes weken hun zienswijze kenbaar maken bij de gemeente. Na besluitvorming tot vaststelling staat beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

4.3 Cultuurhistorie

Monumenten Aan de aangewezen rijksmonumenten en gemeentelijk monumenten is in dit bestemmingsplan geen juridische betekenis toegekend. De bescherming van deze objecten vindt plaats op grond van de Erfgoedwet of de gemeentelijke Monumentenverordening.

Cultuurhistorische gebouwen, objecten en structuren In Boekelo is de Dorpsstraat, het knooppunt bij café De Buren en de industriele zone langs het Spoor opgenomen op de cultuurhistorische beleidskaart (zie paragraaf 3.2). Bij ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden is het uitgangspunt behoud, herstel en versterking van cultuurhistorische waarden (koesteren).

Vooruitlopend op de doorvertaling van cultuurhistorie in bestemmingsplannen zijn voorbereidingsbesluiten door de gemeenteraad genomen. Hierin is bepaald dat gebouwen met een (hoge) attentiewaarde niet geheel of gedeeltelijk gesloopt mogen worden zonder omgevingsvergunning. Een omgevingsvergunning kan worden verleend als de karakteristieken van het gebouw niet onevenredig worden aangetast. Een advies van de stadsbouwmeester is onderdeel van de besluitvorming.

In het plangebied zijn verschillende objecten aanwezig die een attentiewaarde hebben. Dit zijn de omcirkelde panden op onderstaande afbeeldingen. Deze gebouwen zijn op de verbeelding aangeduid met de aanduiding "karakteristiek". Er is in de regels van de verschillende bestemmingen waar binnen deze objecten gelegen zijn een sloopvergunningstelsel opgenomen. Doel van het vergunningenstelsel is om sloop van cultuurhistorische waardevolle objecten, zonder dat eerst de gevolgen voor de cultuurhistorische waarden in beeld zijn gebracht, te voorkomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0022.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0023.png"

Afbeelding 18: uitsnede cultuurhistorische beleidskaart

Ten aanzien van de voormalige fabrieksschoorsteen van het voormalige Texoprint en de portiersloge (Boekelosestraat 400) zijn, net zoals in het geldende bestemmingsplan, regels opgenomen met als doel de (oorspronkelijke) cultuurhistorische waarden en de architectonische vormgeving van het bouwwerk te beschermen en te herstellen. Bij bouwplannen dient hieraan te worden getoetst.

Bungalows Henry Dunantlaan en Bastinglaan In de bestemming "Wonen" is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de maximale toegestane bouwhoogte en de toegestane goothoogte te verwijderen/verlagen van de bungalows aan de Henry Dunantlaan en Bastinglaan. Op basis van het geldende bestemmingsplan "Boekelo 2005" is een tweede bouwlaag toegestaan. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt en het behoud van de bestaande beeldkwaliteit van de bungalows is dat een bedreiging voor de hoge emsemblewaarde. De buurt is eind jaren 60 ontworpen door de Enschedeer Nico Zantinge. De buurt is geïnspireerd op de beroemde patiowoningen van Jørn Utzon in Helsingør, Denemarken.

De bungalows in Boekelo staan gegroepeerd rond een hofje in een doorlopend landschap. De helderheid van de stedenbouwkundige opzet ligt in minimale inrichtingselementen die zijn gebruikt. Gras met boomgroepen loopt zonder zichtbare erfgrenzen tot aan de gebouwen.De modern en strak vormgegeven woningen vormen een sterke contrast met de landschappelijke omgeving. Deze helderheid is tot op heden in grote lijnen bewaard gebleven.

Onderdeel van dit plan waren uitbreidingsmogelijkheden van de woningen die de architect Zantinge ontwierp. Ongecoördineerde en vrije uitbreiding van woningen en aanpassingen van de overgangen openbaar – privé zijn vanuit cultuurhistorisch oogpunt onwenselijk. Om dit nader te onderbouwen is nader onderzoek noodzakelijk en is een passende bescherming vanuit cultuurhistorie zeer wenselijk.

De wijzigingsbevoegdheid kan worden toegepast indien op basis van cultuurhistorisch onderzoek danwel een wijziging van het cultuurhistoriebeleid is aangetoond dat de wijziging noodzakelijk is in het kader van het behoud van cultuurhistorische waarden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0024.png"

Afbeelding 19: zicht op woningen Henry Dunantlaan

4.4 Groen

In het bestemmingsplan is een planologische beschermingsregeling opgenomen voor beschermwaardige bomen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingsprojecten wordt rekening gehouden met de aanwezige beschermwaardige bomen door bouwgrenzen en infrastructurele werken, voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, zodanig te situeren dat daardoor de maximale kroonprojectie van de bomen niet of zo min mogelijk wordt beperkt.

In het bestemmingsplan is in de bouwregels van de bestemmingen voor de openbare ruimte een bevoegdheid opgenomen tot het stellen van nadere eisen bij een omgevingsvergunning. Hiermee wordt beoogd om in voorkomend geval te voorkomen dat in de nabijheid van op grond van de APV beschermde bomen bouwwerken worden gerealiseerd die mogelijk schade kunnen veroorzaken aan deze beschermde bomen. Bij de uitoefening van deze bevoegdheid betrekken burgemeester en wethouders de bij de APV gestelde nadere regels voor de bescherming van bomen.

4.5 Welstand en beeldkwaliteit

Identiteiten

In het plangebied Boekelo zijn verschillende ruimtelijke identiteiten uit de Welstandsnota aanwezig:

  • Dorpse linten langs de radiale wegen
  • Stratenrijtjes in de woonlobben
  • Vrije kavelwijken in de woonlobben
  • Tuinstedelijk ensemble aan de Beckumerstraat/Meester Schierbeekstraat
  • Boerenerven: de Kwinkeler en aan de Beckumerstraat 51
  • Verborgen enclave aan de spoorlijn achter de bebouwing langs de Windmolenweg
  • Bedrijventerrein de Plooy
  • Industriële complexen en erfgoed in de noord-oostelijke lob (voormalig Texoprint en Boekelo Decor)
  • Buitenplaatsen en landgoederen meer aan de rand van de bebouwde kom
  • Rijke stadsvilla's deels langs de Boekelosestraat, Weleweg en Pastoor Schneiderstraat
  • Regenboogwijk, recentere nieuwbouw onder beeldregie na 2000, Bleekerij

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0025.png" Afbeelding 20: welstandscategorieen Boekelo

Bovenstaand kaartje is een fragment van de Welstandskaart, met daarop aangegeven de in Boekelo voorkomende identiteiten uit de Welstandsnota. Voor het bedrijventerrein Unisson en de Bleekerij (het deel dat nog in ontwikkeling is) geldt een specifiek beeldkwaliteitsplan.

Korte beschrijving per deelgebied

Deelgebied westelijk Boekelo

Langs de oorspronkelijke wegen is sprake van grondgebonden lintbebouwing van wisselende ouderdom. Het betreft voornamelijk vrijstaande woningen of tweekappers. Daar tussenin zijn in de zestiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw projectmatig koop- en huurwoningen gebouwd (rijenbouw). Als laatste nieuwbouw zijn eind tachtiger jaren vrijstaande villa's gebouwd aan het hofje Meester Oude Groenstraat.

Deelgebied Edelstenenbuurt

Langs de Beckumerstraat en Kwinkelerweg is lintbebouwing aanwezig van wisselende ouderdom. Langs de Beckumerstraat bevinden zich deels detailhandel en horecavoorzieningen. In latere perioden (zeventiger jaren) zijn ten noorden daarvan meer onder één kap, geschakelde en vrijstaande koopwoningen gebouwd. De verkaveling is orthogonaal opgezet aan een lusvormige ontsluiting. Aan de Saffierstraat is de Marcellinus-basisschool aanwezig.

Deelgebied erve Kwinkeler

Dit deelgebied bevat het gemeentelijk monument Erve Kwinkeler uit 1789. Het erf is een fraai toonbeeld van een grote, rijke Enschedese boerderij uit de welvarende periode van de tweede helft van de 18e eeuw. De boerderij is landschappelijk mooi gelegen tegen een coulisse van het bijbehorende bosperceel. De ruime tuin aan de zijde van de dorpskern heeft een open karakter, zodat goed zicht mogelijk is op de daarachter gelegen boerderij. Ook de monumentale bomenrij langs de Kwinkelerweg en de heesters aan de zijde van de Windmolenweg bieden redelijk onbelemmerd doorzicht op het erf. Juist de aanwezigheid van dit erf vormt een unieke ruimtelijke kwaliteit in de dorpskern van Boekelo. Het is sterk medebepalend voor het dorpse karakter van Boekelo.

Deelgebied omgeving Doolhof en deelgebied omgeving Windmolenweg

Langs de Windmolenweg is lintbebouwing aanwezig van wisselende ouderdom met voornamelijk vrijstaande woningen en tweekappers. Er zijn ook enkele panden aanwezig met detailhandel of horeca. Achter de lintbebouwing zijn aan de westzijde in de zeventiger jaren rijenwoningen gebouwd langs de Doolhof en de Boterdijk. Ten oosten tussen MBS spoorlijn en Windmolenweg zijn, min of meer verborgen achter de lintbebouwing, enkele bedrijfspanden en het voormalig stationsgebouw aanwezig.

Deelgebied de Plooy

Het betreft hier een bedrijfsterreintje uit begin negentiger jaren met kleinschalige rationele bedrijfspanden (hallen), gesitueerd aan een doodlopende ontsluiting De Plooy. De ruimtelijke kwaliteit van het geheel is matig.

Deelgebied omgeving Meester De Wolfstraat

Deze zuidwestelijke lob van de hoofdkern Boekelo bevat deels centrumvoorzieningen (detailhandel), opgenomen in de lintbebouwing langs de Beckumerstraat, deels tweekappers en vrijstaande luxe villa's aan de rand van de bebouwing, verkaveld aan de Meester De Wolfstraat parallel aan de Beckumerstraat. Voorts een complex eenlaagse ouderenwoningen aan de Meester Schierbeekstraat en het hofje De Mans. Aan de Beckumerstraat 51 is nog een oud boerenerf uit 1860 aanwezig met een status als Rijksmonument.

Deelgebied omgeving Dirk Papestraat

Hier treffen we een mix aan van lintbebouwing uit de vijftiger/zestiger jaren van twee- of meerkappers aan de randen, maar ook in het binnengebied aan de C. Koekstraat. Daarnaast komen er modernere tweekappers voor uit de tachtiger jaren en begin 21e eeuw, rijwoningen van eind zestiger jaren aan de zuidzijde van het gebied en centraal gelegen de Boekelerschool. De verkaveling van dit gebied doet wat minder gestructureerd aan.

Deelgebied omgeving Henry Dunantlaan

In dit gebied zijn geschakelde bungalows aanwezig, projectmatig gebouwd eind zestiger jaren en gekenmerkt door een samenhangende architectuur. De verkaveling is ruim opgezet, deels in een open groene openbare ruimte, deels gegroepeerd aan een drietal pleintjes. Deze bijzonder waardevolle structuur heeft grote bouwhistorische stedenbouwkundige en architectonische waarden. Langs de Boekelosestraat zijn luxe villa's uit de dertiger jaren als lintbebouwing aanwezig; langs de Weleweg staat een mix van vrijstaande woningen en meerkappers uit de zestiger jaren.

Deelgebied Teesinkweide

Dit gebied vormt als het ware een bebouwde enclave in een bosachtig terrein, aan de noordzijde begrensd door grote particuliere kavels en aan de zuid- en oostzijde grenzend aan het buitengebied. Het betreft paviljoenachtige bebouwing met een middelgrote korrelomvang voor een instelling voor jeugdzorg.

Deelgebied Texoprint/De Bleekerij

De meest recente uitbreiding van het dorp is de voor Boekelo vrij grootschalige herontwikkeling van het Texoprintterrein. Vanaf 2006 worden de plannen voor meer dan 200 grondgebonden woningen en een groot aantal appartementen uitgevoerd. De appartementen in de voormalige industriële complexen zorgen voor een duurzame herbestemming van het industrieel erfgoed en dragen bij aan het behoud van deze cultuurhistorische waarden. De hele omgeving langs het spoor heeft door de herinrichting zijn industrieel karakter behouden. Nieuwbouw in deze zone heeft dit karakter versterkt. In 2015 en 2016 worden de laatste delen van dit deelgebied aangelegd, het Bleekerijplein en nieuwe woningen aan dit plein.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0026.jpg"

Afbeelding 21: stedenbouwkundig plan De Bleekerij

De eerste fase van de woningbouw en de groene buffer met waterloop naar de Plooy is al een aantal jaren gereed. De tweede fase van de woningbouw is door de crisis in de woningmarkt stil komen te vallen. In kleine stappen zullen de resterende gronden worden uitgegeven. De kavels langs de Boekelosestraat worden deels ook aan particulieren verkocht ten behoeve van particulier opdrachtgeverschap. Binnen het woongebied worden daarnaast verschillende vormen van tweekappers en rijwoningen gebouwd. Alle ontwikkelingen gebeuren volgens het stedenbouwkundige plan dat in het bestemmingsplan voor de Bleekerij is opgenomen. Wijzigingen van de bebouwing en de stedenbouwkundige opzet zijn niet gepland en hierin voorziet dit bestemmingsplan dan ook niet.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0027.png"

Afbeelding 22: zicht op Boekelo omgeving Beckumerstraat/Bleekerij

4.6 Duurzaamheid

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zal, afhankelijk van de opgave en de locatie, bezien moeten worden welke duurzame energiebronnen aangeboord worden. Dit kan er toe leiden dat in het ene geval ingezet wordt op een zongerichte verkaveling, terwijl in het andere geval gekoerst wordt op het gebruik van bodem- en/of windenergie, c.q. aansluiting op het warmtenet. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering is in hoge mate een ruimtelijk vraagstuk. Meer warme zomers en een toenemende kans op extreme weersituaties vragen bij een verdere ontwikkeling van de stad om het vergroten van afvoer- en absorptievermogen in stedelijke watersystemen en het voorkomen van 'hitte-eilanden' en hittestress.

De afgelopen jaren heeft de gemeenteraad van Enschede op verschillende momenten uitgesproken dat haar duurzaamheidsambities verder reiken, dan waartoe wettelijke voorschriften de gemeente verplichten. Nota's waarin die ambities tot uitdrukking komen betreffen de nota Nieuwe energie voor Enschede en de Woonvisie Enschede 2025. In het vervolg van deze paragraaf wordt eerst kort ingegaan op het wettelijk kader en wordt aansluitend ingegaan op de Enschedese energie- en klimaatambities, althans voorzover tot uitdrukking komend in genoemde nota's. In het laatste deel van deze paragraaf wordt nader ingegaan op duurzaamheid in relatie tot het bestemmingsplan "Boekelo 2015".

Wettelijk kader

De minimaal in acht te nemen energetische maatregelen bij nieuw- en verbouw zijn beschreven in het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit schrijft bij nieuwbouw een minimale isolatiewaarde voor de schil van een gebouw (buitenmuren, vloer en dak) en voor deuren, ramen en kozijnen voor. Bij verbouw gelden deze eisen uitsluitend voor dat deel dat wordt verbouwd. Daarnaast stelt het Bouwbesluit bij nieuwbouw eisen aan de energieprestatie van gebouwen met een bepaalde functie, die wordt uitgedrukt in de vorm van een zogenaamde energieprestatiecoëfficiënt. Op grond van artikel 122 Woningwet is het niet toegestaan om bij privaatrechtelijke overeenkomst bouwvoorschriften op te leggen die al publiekrechtelijk zijn geregeld. Om die reden is het niet mogelijk om bij de kaveluitgifte in de koopovereenkomst te bepalen dat bij de bebouwing van de bouwkavels, in afwijking van het Bouwbesluit, andere energieprestatienormen gelden.

Landelijke energieprestatieafspraken

Om energiezuinigheid bij nieuwbouwontwikkelingen de komende jaren een impuls te geven, is in het voorjaar van 2008 het zogenaamde Lente-akkoord gesloten tussen de toenmalige minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en bouwende en ontwikkelende partijen (Bouwend Nederland, NEPROM en NVB). Belangrijkste onderdeel van dit akkoord is de afspraak dat in de periode tot 2020 de energieprestatiecoëfficiënt als volgt zal worden aangescherpt:

  • de energieprestatie-eis voor nieuwe woongebouwen wordt met ingang van 1 januari 2011 verlaagd met 25% (is gebeurd) en in 2015 met 50% ;
  • de energieprestatie-eis voor utiliteitsgebouwen wordt in 2017 met 50% verlaagd.

De bij dit akkoord betrokken partijen hebben bovendien het streven uitgesproken vanaf 2020 te bouwen met een energieprestatiecoëfficiënt van 0. Bij een energieprestatiecoëfficiënt van 0 wordt bij een langjarig gemiddelde geen energie verbruikt voor de elementaire energiebehoeften van een gebouw, zijnde verwarming, warm tapwater, ventilatie en verlichting.

Energie- en klimaatambities gemeente Enschede

Nieuwe energie voor Enschede

Op 16 november 2009 heeft de gemeenteraad van Enschede de nota Nieuwe energie voor Enschede vastgesteld. In de nota Nieuwe Energie voor Enschede heeft de gemeente Enschede zich het volgende ten doel gesteld op het gebied van energie en klimaat:

  • in 2020 hebben we in Enschede 30 procent CO2 bespaard ten opzichte van 1990;
  • in 2020 voorziet duurzame geproduceerde energie in minimaal 20 procent van de behoefte aan energie;
  • in 2015 is de gemeentelijke organisatie klimaatneutraal;
  • In 2020 zijn alle scholen in Enschede klimaatneutraal.

Woonvisie Enschede 2025

In de op 12 maart 2012 door de gemeenteraad vastgestelde Woonvisie Enschede 2025 is duurzaamheid een van de vier centrale thema's. Rondom dit thema zijn in deze visie de volgende uitgangspunten geformuleerd voor de op te stellen uitvoeringsagenda:

  • Inwoners (huurders en eigenaren) krijgen de mogelijkheid om tegen betaling de energiecomponent van de woonlast beheersbaar te houden.
  • Gemeente, marktpartijen en corporaties onderzoeken en stimuleren de mogelijkheden voor decentrale energieopwekking in Enschede.
  • Vanaf 2015 streven we er naar dat in Enschede alleen nog energieneutrale nieuwbouw wordt gerealiseerd.
  • Via de MIO (majeure inversteringsopgave) Duurzaam Wonen en Werkgelegenheid worden vragers en aanbieders op het gebied van duurzaamheid gekoppeld.
  • Voor woningeigenaren met onvoldoende financiële draagkracht voor noodzakelijke ingrepen aan de woning, wordt door marktpartijen en financiers een financieel instrumentarium ontwikkeld.
  • De gemeente geeft het goede voorbeeld met het verduurzamen van haar eigen gebouwen.

Coalitieakkoord 'Duurzaam, Samen, Sterker!'

In het coalitieakkoord 2014-2018, 'Duurzaam, Samen, Sterker!' is duurzaamheid een centraal thema. Duurzaam handelen is daarbij meer dan het ontzien van natuur en milieu; duurzaam gedrag staat in het coalitieakkoord synoniem voor niet teren op de zak van toekomstige generaties. In dat opzicht vraagt duurzaam handelen bijvoorbeeld ook om een solide financieel beleid. In de voorgaande collegeperiode werd onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid vooral gewerkt aan maatregelen die gericht zijn op het tegengaan van gevolgen voor de klimaatverandering. Daarmee is niet gezegd dat er voor thema's die op andere plaatsen wel onder het beleidsveld duurzaamheid worden geschaard, zoals afval, water en bodem geen aandacht was, maar van een breed en samenhangend duurzaamheidsbeleid was geen sprake.

Actieplan Duurzaamheid

De wens om een meer omvattend duurzaamheidsbeleid te voeren, dat richtinggevend is voor het gemeentelijk handelen, vraagt om kaderstelling. Hiertoe wordt het Actieplan Duurzaamheid opgesteld. Hierin wordt uitgewerkt aan welke doelen onder de noemer van het duurzaamheidsbeleid actief wordt gewerkt, welke aanpak daarvoor is vereist, welke partijen bij de realisatie daarvan een rol spelen en welke rol de gemeente daarbij voor zichzelf ziet weggelegd, alsmede de toewijzing van mensen en middelen om de gestelde doelen te realiseren.

Duurzaamheid binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Boekelo 2015"

Het bestemmingsplan "Boekelo 2015" draagt hooguit op indirecte wijze bij aan het realiseren van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelen.

Het bestemmingsplan draagt niet bij aan energiebesparing. In dat verband wordt opgemerkt dat de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingplan er niet aan in de weg staan dat energiebesparende maatregelen aan panden getroffen kunnen worden en dat het realiseren van zonnepanelen op daken vergunningvrij kunnen worden gerealiseerd. De bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan staan er ook niet aan in de weg dat bij nieuw- of verbouw van panden groene daken kunnen worden gerealiseerd. Dat is gunstig voor de afvoer van hemelwater maar zorgt ook voor verkoeling in het dorp op warme zomerdagen.

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. In dat kader moet elk bestemmingsplan worden getoetst aan een aantal omgevingsaspecten. Het vaststellen van een bestemmingsplan kan namelijk gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu en voor de waterhuishouding. In dit hoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan "Boekelo 2015 " getoetst aan de belangen van milieu, natuur en waterhuishouding.

5.1 Milieu

In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de milieuaspecten bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Daarnaast wordt in deze paragraaf verslag gedaan van de uitkomsten van de bedrijven- en milieu-inventarisatie en de toepassing van milieuzonering.

5.1.1 Milieueffectrapportage

Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten daadwerkelijk een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden.

Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er drie mogelijkheden:

  • 1. m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht;
  • 2. m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of het uitvoeren van een m.e.r. verplicht is;
  • 3. vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de in daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden.

Het bevoegd gezag moet dan een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitvoeren om na te gaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben. Als uit die vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat aanzienlijke milieugevolgen op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, moet er alsnog een verplichte m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Voor activiteiten die niet in het Besluit m.e.r. zijn genoemd, geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht.

Het Besluit m.e.r. en het plangebied "Boekelo 2015" Het bestemmingsplan " Boekelo 2015" maakt de ontwikkeling van enkele ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. In het plangebied zijn er een aantal locaties gelegen die in eerdere bestemmingsplannen waren opgenomen en daarin zijn bestemd voor respectievelijk "wonen", "bedrijven" en "centrum", maar waarbij de kavels nog niet ontwikkeld zijn. Deze locaties worden opnieuw in het bestemmingsplan opgenomen. Tevens worden van enkele panden de mogelijkheden voor functies iets verruimd, zonder dat de bouwmogelijkheden zelf wijzigen.

Vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan "Boekelo 2015" De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets, waarin aan de hand van in de Europese m.e.r-richtlijn opgenomen criteria wordt beoordeeld of belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten en al of niet sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. De criteria hebben betrekking op de kenmerken van het project, de locatie van de activiteit en de kenmerken van het potentiële effect. Bij de kenmerken van het project gaat het onder andere om de omvang en de cumulatie met andere projecten. Bij de locatie van de activiteit gaat het onder andere om de mate van kwetsbaarheid van het milieu in gebieden waarop de activiteit van invloed zou kunnen zijn. Bij de kenmerken van het potentiële effect gaat het onder ander om het bereik van de effecten.

Projectbeschrijving Voor een projectbeschrijving wordt verwezen naar paragraaf 4.1 en 4.2 van deze plantoelichting. Hierin is een omschrijving opgenomen van de nog niet ontwikkelde locaties.

Locatie In paragraaf 1.2. is een omschrijving van de locatie opgenomen. De nog niet gerealiseerde gedeelten bevinden zich op het terrein van plan de Bleekerij.

Huidig grondgebruik De gronden die momenteel nog niet bebouwd zijn, kennen nog geen specifieke bebouwing en liggen momenteel nog braak.

Cumulatie met andere projecten Er is geen sprake van cumulatie met andere (vormvrije) m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten.

Toetsing relevante milieuaspecten Voor een toetsing van de relevante milieuaspecten wordt verwezen naar de paragrafen 5.1.2 (Bodemkwaliteit), 5.1.3 (Geluid), 5.1.4 (Luchtkwaliteit), 5.1.5 (Externe Veiligheid), 5.1.6 (Milieuhinder bedrijven en inrichtingen), 6.2 (Water,) 5.3.1 (Natura 2000), 5.3.2 (Wet Natuurbescherming) en 5.3.3 (Ecologische Hoofdstructuur) van deze plantoelichting voor een uitvoerige beschrijving van de toetsing van de voorgenomen ontwikkelingen aan de betreffende milieu- en omgevingsaspecten.

Conclusie vormvrije m.e.r.-beoordeling Op grond van het voorgaande kan voor alle relevante milieuaspecten worden geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten en dat het niet noodzakelijk is om een m.e.r.-beoordeling uit te voeren of een milieueffectrapportage op te stellen.

5.1.2 Bodemkwaliteit

Bodemkwaliteit algemeen Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het bodembeleid in Nederland zit in een hervormingsfase. Er is sprake van een overgang van het saneren van vervuilde bodems naar het duurzaam beheren en bewust gebruiken van de bodem en de ondergrond. Het beleid richt zich niet uitsluitend meer op het wegnemen van risico's, maar de nadruk is komen te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem en ondergrond. Het oude beginsel van niet bouwen op een vervuilde bodem is hiermee verlaten. Bouwen op een ernstig verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk, mits er geen risico's zijn voor de gezondheid. Functiegericht saneren is dan voldoende.

Bodemkwaliteit en het bestemmingsplan "Boekelo 2015 " Het bodembeleid in Nederland zit in een hervormingsfase. Er is sprake van een overgang van het saneren van vervuilde bodems naar het duurzaam beheren en bewust gebruiken van de bodem en de ondergrond. Het beleid richt zich niet uitsluitend meer op het wegnemen van risico's, maar de nadruk is komen te liggen op creatief, innovatief en integraal beheer en gebruik van de bodem en ondergrond. Het oude beginsel van niet bouwen op een vervuilde bodem is hiermee verlaten. Bouwen op een ernstig verontreinigde bodem is onder voorwaarden mogelijk mits er geen risico's zijn voor de gezondheid. Functiegericht saneren is dan voldoende.

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in het kader van de voorbereiding van een bestemmingsplan nagegaan of dat plan uitvoerbaar is. De milieuhygiënische bodemgesteldheid kan daarbij een rol spelen. De Wet bodembescherming kan hierop van toepassing zijn.

Het bestemmingsplan Boekelo 2015 is conserverend van karakter. Dit houdt in dat in dit plan de bestaande situatie wordt vastgelegd. Omdat de huidige bodemgesteldheid de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet beïnvloed, is het niet noodzakelijk om na te gaan of er bodemonderzoekgegevens bekend zijn. Om een globaal beeld te kunnen schetsen van de milieuhygiënische bodemgesteldheid binnen het plangebied, zijn de in het bodemarchief van de gemeente Enschede aanwezige gegevens geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er binnen het bestemmingsplangebied enkele locaties bekend zijn waar sterk verhoogde gehalten voorkomen of kunnen voorkomen in grond of grondwater. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij eventuele herontwikkelingen binnen het gebied.

Conclusie bodemkwaliteit Binnen het plangebied is bekend dat er lokaal sprake is of kan zijn van bodemverontreiniging. Dit betekent dat de initiatiefnemer bij plannen tot uitbreiding en/of functiewijziging rekening moet houden met de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging. De financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan wordt door de aanwezigheid van deze bodemverontreinigingen niet belemmerd. De betreffende bodemverontreinigingen vormen of geen belemmering of kunnen functiegericht worden gesaneerd.

Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.3 Geluid

In artikel 3.3.1 van het Bro is bepaald dat in een bestemmingsplan moet worden aangegeven waar geluidsgevoelige gebouwen en terreinen zijn gesitueerd ten opzichte van wegen, spoorwegen en industrieterreinen met een onderzoekszone als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Wanneer het bestemmingsplan binnen deze onderzoekszones de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen of terreinen mogelijk maakt, moet door middel van een akoestisch onderzoek worden nagegaan of de geluidsbelasting binnen de wettelijke normen blijft. De geluidsbelasting mag de in de Wgh genoemde grenswaarden niet overschrijden. Daarbij moet ook de doeltreffendheid worden onderzocht van de in aanmerking komende maatregelen ter voorkoming van in de toekomst optredende geluidsbelasting van de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen.

Wegverkeerslawaai Het bestemmingsplan Boekelo 2015 betreft een conserverend plan. Binnen het plangebied worden geen nieuwe bronnen en nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. Wel zijn binnen het plangebied nog kavels aanwezig met een woonbestemming waar nog geen woningen zijn gebouwd. Alle onbebouwde kavels zijn gelegen in het gebied dat bekend staat als De Bleekerij. Gelet op artikel 76, lid 3 van de Wgh moeten de nog niet bebouwde kavels als nieuwe situatie worden beschouwd.

In de Wgh is bepaald dat elke weg een zone heeft (art. 74 Wgh), met uitzondering van de wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur. Binnen deze zone, die op te vatten is als de mogelijke invloedssfeer van de weg, mag de geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige objecten, die door die weg veroorzaakt wordt, de in de Wgh vastgelegde waarden niet te boven gaan.

De wegen in de directe omgeving van De Bleekerij betreffen wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De Wgh is hierop niet van toepassing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter wel aandacht te worden besteed aan wegverkeerslawaai. De voor de kavels in De Bleekerij relevante weg is de Boekelosestraat. De kavels die het dichtst bij de Boekelosestraat zijn gelegen bevinden zich op 12 meter van deze weg (eerstelijnsbebouwing).

Op basis van verkeersgegevens van de afdeling Ontwerp van de gemeente Enschede is met standaard rekenmethode 1 van het Reken en Meetvoorschrift Geluid 2012 de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Boekelosestraat op de woningen in De Bleekerij berekend. De berekening is in bijlage bij deze toelichting opgenomen.

Uitkomsten berekening Uit de berekening blijkt dat de geluidsbelasting op de woningen (eerstelijnsbebouwing langs de Boekelosestraat) in De Bleekerij 58 dB (excl. aftrek artikel 110g Wgh) bedraagt. Indien de Wgh van toepassing zou zijn dan zou de voorkeursgrenswaarde van 48 dB worden overschreden. Wel zou worden voldaan aan de ten hoogste toegestane waarde van 63 dB. Op grond van de Geluidnota Enschede zou in dat geval een hogere waarde kunnen worden vastgesteld omdat de achtergevel van de woningen, waaraan tevens de tuinen grenzen, geluidluw is. Het vaststellen van hogere waarden is echter niet mogelijk omdat de Wgh niet van toepassing is.

Bouwbesluit 2012 Op grond van het Bouwbesluit 2012 dient een gevel een karakteristieke geluidwering te hebben van tenminste 20 dB. Bij een geluidsbelasting van 58 dB levert dit in de woning een binnenniveau op van 38 dB. Daarmee wordt, indien een hogere waarde zou kunnen worden vastgesteld, niet voldaan aan de eis van 33 dB uit het Bouwbesluit. Om een binnenniveau van 33 dB te kunnen realiseren is een gevel noodzakelijk die een hogere geluidwering heeft.

De eis voor een gevel met een hogere geluidwering geldt voor woningen waarvoor een hogere grenswaarde is vastgesteld automatisch op grond van het Bouwbesluit 2012. Omdat op de woningen in De Bleekerij de Wgh niet van toepassing is en daarom ook geen hogere grenswaarden kunnen worden vastgesteld is het niet mogelijk om op grond van het Bouwbesluit 2012 een gevel met een hogere geluidwering te eisen. Dit was op het moment dat de woningen voor het eerst werden bestemd in het bestemmingsplan De Bleekerij 2007 wel mogelijk.

Garanderen goed woon- en leefklimaat Ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan De Bleekerij 2007 was het Bouwbesluit 2003 van toepassing. Volgens het Bouwbesluit 2003 waren op woningen waarvoor geen hogere grenswaarde op grond van de Wgh kan worden vastgesteld dezelfde eisen van toepassing als voor woningen waarvoor wel een hogere waarde op grond van de Wgh is vastgesteld.

Op grond van het Bouwbesluit 2003 zouden, om in de woningen een aanvaardbaar binnenniveau te verkrijgen, gevelmaatregelen moeten worden getroffen bij de woningen op de eerstelijns bebouwing langs de Boekelosestraat. Vanwege het feit dat op grond van het Bouwbesluit 2003 in de woningen een aanvaardbaar binnenniveau kon worden gegarandeerd is destijds bij de vaststelling van het bestemmingsplan De Bleekerij 2007 een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB acceptabel geacht.

Een geluidsbelasting hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de eerstelijnsbebouwing langs de Boekelosestraat wordt nog steeds acceptabel geacht indien een aanvaardbaar binnenniveau kan worden gegarandeerd.

De in het Bouwbesluit 2012 opgenomen waarde van 20 dB voor de karakteristieke geluidwering van een gevel is een minimale eis. De gemeente heeft de beleidsvrijheid om in het kader van een goede ruimtelijke ordening een hogere gevelwering te eisen. Om hetzelfde beschermingsniveau te garanderen als ten tijde van de vaststelling van bestemmingsplan 'De Bleekerij 2007' is het noodzakelijk om eisen te stellen aan de karakteristieke geluidwering van de gevel. In de regels zullen daarom eisen worden opgenomen ten aanzien van de geluidwering van de gevels van de eerstelijnsbebouwing langs de Boekelosestraat.

Railverkeerslawaai Binnen het plangebied van het bestemmingsplan Boekelo 2015 is de spoorlijn van de Museum Buurtspoorweg gelegen. Deze spoorlijn is niet gezoneerd op grond van de Wet geluidhinder. In de directe omgeving worden geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd.

Industrielawaai Het plangebied van het bestemmingsplan Boekelo 2015 is gelegen binnen de zone van het op grond van de Wgh gezoneerde industrieterrein De Groote Plooy. De zone blijft ongewijzigd. Binnen de zone van het industrieterrein De Groote Plooy worden geen woningen mogelijk gemaakt. Bovendien voorziet het bestemmingsplan niet in bestemmingen waarop geluidzoneringsplichtige inrichtingen als bedoeld in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht ('grote lawaaimakers') gevestigd kunnen worden.

Luchtvaartlawaai Het plangebied van het bestemmingsplan Boekelo 2015 is niet gelegen in de nabijheid van het (voormalige) vliegveld Twente en ook niet binnen de geluidszone van het vliegveld.

Conclusie geluid Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.4 Luchtkwaliteit

Bij de toetsing of een bestemmingsplan uitvoerbaar is, moet worden nagegaan of de realisatie van beoogde ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Op grond van het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen de luchtkwaliteitseisen in ieder geval geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien:

  • a. er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde;
  • b. een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;
  • c. een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;
  • d. een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL);
  • e. een project niet voorziet in de realisatie van gevoelige bestemmingen binnen de zone van een op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen gezoneerde rijksweg of provinciale weg.

Luchtkwaliteit en het plangebied “Boekelo 2015

Het bestemmingsplan “Boekelo 2015” is hoofdzakelijk conserverend van aard. Hiermee wordt bedoeld dat ten aanzien van dit plan overwegend de bestaande situatie is vastgelegd. Vaak betekent dit ook dat de in dit plan geprojecteerde bestemmingen niet wezenlijk afwijken van die in het geldende bestemmingsplan. Voor gebieden die in dit bestemmingsplan conserverend zijn bestemd, is een onderzoek naar de luchtkwaliteit achterwege gebleven, omdat de resultaten van een dergelijk onderzoek de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet beïnvloeden.

Conclusie luchtkwaliteit

Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit wel/geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.1.5 Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die zijn verbonden aan het gebruik van luchthavens vallen onder externe veiligheid. De risico's waar burgers aan worden blootgesteld door de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen in hun leefomgeving dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daarom heeft de overheid regels opgesteld voor inrichtingen en transportroutes van gevaarlijke stoffen die onaanvaardbaar grote risico's opleveren voor personen die zich bevinden in woningen, scholen en bejaardencentra die in de directe omgeving hiervan liggen. Kort samengevat heeft dit tot gevolg dat er veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden tussen risicovolle activiteiten en kwetsbare objecten zoals woningen en dergelijke.

Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico mag in principe nergens groter zijn dan een kans van 1 op 1 miljoen (ofwel 10-6).

Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. De contour is daarom niet bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen een bepaalde afstand (effectafstand) van een risicovolle activiteit ophoudt. Voor het groepsrisico geldt dat de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van ruimtelijke ontwikkelingen verantwoord moeten worden.

De wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid kan grofweg in twee categorieën worden ingedeeld: regelgeving met betrekking tot risicovolle activiteiten bij inrichtingen en regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen.

Risicovolle activiteiten bij inrichtingen

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is het wettelijk kader voor risicovolle activiteiten bij inrichtingen. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Boekelo 2015” zijn geen bedrijven of inrichtingen aanwezig waarop het Bevi van toepassing is. Direct ten oosten van het plangebied is Grolsche Bierbrouwerij Nederland BV aan de Brouwerslaan 5 gelegen. Het bedrijf, waarop het Bevi wel van toepassing is, kent geen 10-6 contour. Het beperkte invloedsgebied reikt niet tot buiten de inrichtingsgrens. Met betrekking tot externe veiligheid ten aanzien van dit plangebied vormt het bedrijf derhalve geen belemmeringen.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen

Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Boekelo 2015” zijn twee buisleidingen aanwezig waarop het Bevb van toepassing is. Het zijn twee leidingen van de Gasunie, de N-569-76 en 569-89. Beide hebben een diameter van 4” en een werkdruk van 40 bar. De leidingen kennen ter plaatse van het plangebied geen plaatsgebonden risicocontour. Binnen de inventarisatieafstand van 45 meter vinden geen bestemmingswijzigingen plaats die leiden tot een toename van het aantal aanwezigen.

Aan buisleidingen zijn 2 gasontvangststations gekoppeld, overeenkomstig het art. 3.12 lid 6 Activiteitenbesluit dient, bij een doorzet van < 40.000 m3/h een afstand van 15 meter in acht te worden genomen ten opzichte van kwetsbare objecten. Binnen deze contouren zijn geen kwetsbare objecten gelegen, hiermee vormen de ontvangststations geen belemmering voor onderhavig plan.

Ten noorden van het plangebied zijn een 24” en een 36” buisleidingen aanwezig waarop het Bevb van toepassing is. Beide leidingen (A646-KR-030 en A670-KR-030) hebben geen 10-6-contour ter hoogte van het plangebied. Binnen de inventarisatieafstand van respectievelijk 330 en 470 meter vinden geen bestemmingswijzigingen plaats die leiden tot een toename van het aantal aanwezigen.

Daarnaast laten berekeningen van alle voornoemde zien dat er met betrekking tot het groepsrisico (rapport Carolaberekeningen Enschede van september 2013) geen belemmeringen zijn. De ligging van deze aardgasleidingen vormen op grond van het BevB geen belemmering voor onderhavig plan.

Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water

Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, per spoor of over het water zijn de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Circulaire Vervoer Gevaarlijke Stoffen het wettelijk kader. Momenteel is nieuwe wet- en regelgeving in voorbereiding voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. De basis van die nieuwe regelgeving wordt gevormd door het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. Het Basisnet kent 3 vervoersmodaliteiten: Basisnet Water, Basisnet Spoor en Basisnet Weg.

Basisnet Water

Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Boekelo 2015” of in de directe nabijheid daarvan zijn geen waterwegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over water.

Basisnet Spoor

Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Boekelo 2015” of in de directe nabijheid daarvan is geen spoorweg aanwezig die in het Basisnet is aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over het spoor.

Basisnet Weg

Binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Boekelo 2015” zijn geen wegen aanwezig die in het Basisnet zijn aangewezen als transportroute voor gevaarlijke stoffen over de weg. Wel is direct ten noorden van het gebied de A35 gelegen. De weg kent geen 10-6 –contour. Met betrekking tot het aantal aanwezigen vindt er geen significante wijziging plaats binnen het invloedsgebied van deze weg. Het plan heeft derhalve ten aanzien van het, al geringe, groepsrisico geen consequenties.

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0028.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0029.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0030.png"

Tabel: Gegevens Basisnet Weg

Gebruik van luchthavens

De aanwezigheid van vliegvelden en grote luchthavens in de omgeving is van belang in het kader van de externe veiligheid omdat de kans op het neerstorten van vliegtuigen in de buurt van een vliegveld of luchthaven groter is dan elders. Een luchtvaartongeval is daar dus te voorzien en het is denkbaar dat daarbij (woon)bebouwing wordt getroffen. Een vliegtuig of helikopter kan overal neerstorten, de gevolgen kunnen dus in beginsel op elke plek optreden. Het risico is echter het grootst nabij een vliegveld of luchthaven, met name bij het opstijgen en landen.

Het plangebied van het bestemmingsplan “Boekelo 2015” is hemelsbreed op ruim 8000 meter van het (voormalige) vliegveld Twente gelegen. Dit betekent dat de kans, vanwege de ligging ten opzichte van de baan, op een luchtvaartongeluk in het plangebied (zeer) klein is.

Conclusie externe veiligheid

Op basis van het bovenstaande en het gegeven dat het plan geen (nieuwe) kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogelijk maakt kan worden geconcludeerd dat de externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.1.6 Milieuhinder van bedrijven en inrichtingen

Bedrijven- en milieuinventarisatie en milieuzonering

In het kader van het bestemmingsplan “Boekelo 2015” heeft een inventarisatie plaatsgevonden van bestaande en toekomstige bedrijvigheid in en rondom het plangebied, die van invloed kan zijn op het woon- en leefklimaat in het plangebied. Er is onderzoek gedaan naar de potentiële milieubelasting van deze inrichtingen (bedrijven en voorzieningen). De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar.

Aan de hand van veld- en dossieronderzoek is met behulp van de in 2009 door de VNG uitgegeven publicatie “Bedrijven- en milieuzonering" van de aanwezige en toekomstige bedrijven en voorzieningen binnen het plangebied en in een straal van 200 meter rondom het plangebied de milieucategorie bepaald. Tevens is een beknopte beschrijving gemaakt van de (bedrijfs)activiteiten en worden voor elk bedrijf of voorziening per milieuaspect de aan te houden indicatieve afstanden tot woningen en andere milieugevoelige bebouwing aangegeven.

Aan de hand van nader dossieronderzoek is beoordeeld in hoeverre de (bedrijfs)activiteiten in werkelijkheid een knelpunt opleveren in relatie tot de milieugevoelige functies en bestemmingen in de omgeving en of terugschaling mogelijk is. De resultaten van het onderzoek met de bijbehorende milieuzonering zijn weergegeven in de rapportage Bedrijven- en milieu-inventarisatie bestemmingsplan “Boekelo 2015”, opgenomen in de bijlage bij deze toelichting.

Onderzoeksresultaten

De algemene conclusie van de bedrijven- en milieu-inventarisatie is dat bedrijven en voorzieningen in het plangebied van het bestemmingsplan “Boekelo 2015” geen of zeer geringe milieuhinder veroorzaken die van invloed is op de wijze van bestemmen van functies op aangrenzende gronden binnen het plangebied of knelpunten opleveren voor de omgeving buiten het plangebied.

Er zijn een aantal bedrijven c.q. voorzieningen in het plangebied aanwezig die worden ingedeeld in een hogere categorie dan 2. Deze bedrijven zijn nader beschouwd. Uit de nadere beschouwing blijkt dat deze bedrijven aanvaardbaar zijn in hun omgeving. Deze bedrijven hebben een specifieke bestemmingsregeling.

Gebiedsgericht geluidbeleid

Het BARIM (Activiteitenbesluit) maakt het mogelijk om gebiedsgericht geluidbeleid voor inrichtingen als bedoeld in de Wm vast te stellen. De gemeente Enschede heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt bij de vaststelling van de Geluidnota Enschede 2009-2012. Dit beleid is vastgesteld in april 2009 en in april 2011 op onderdelen gewijzigd en voor onbepaalde tijd verlengd. Het beleid geldt alleen voor nieuwe inrichtingen. Bij het beleid hoort een gebiedstypenkaart waarop per te onderscheiden gebied, meestal een wijk of buurt, richtwaarden zijn vastgelegd. Hierdoor is de geluidruimte voor inrichtingen direct duidelijk.

Volgens de gebiedstypenkaart valt het plangebied van het bestemmingsplan "Boekelo 2015" onder de gebiedstypen 'woongebied', 'gemengd gebied' en 'ongezoneerd industrieterrein' (zie afbeelding hieronder). Op basis hiervan dienen inrichtingen ten opzichte van geluidgevoelige bestemmingen de volgende richtwaarden voor de geluidsbelasting aan te houden:

Voor woongebied geldt voor de dagperiode een waarde van 45 dB, voor de avond 40 dB en voor de nacht 35 dB. Voor gemengd gebied geldt voor de dagperiode 50, voor de avond 45 en voor de nacht 40 dB en voor ongezoneerd industrieterrein geldt respectievelijk 55 dB (dag), avond (50) en 45 dB (nacht)

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0031.png" afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0032.png"

Uitsnede gebiedstypenkaart gebiedsgericht geluidbeleid

Conclusie milieuhinder bedrijven en inrichtingen

Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er uit oogpunt van milieuhinder van bedrijven en voorzieningen geen belemmering is voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.2 Water

Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro wordt in een bestemmingsplan een beschrijving opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de waterhuishouding.

Hemelwater

Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat in bestaand stedelijk gebied hemelwater zo min mogelijk wordt afgevoerd via de riolering en in het buitengebied hemelwater niet wordt afgevoerd via de riolering. Dit kan in beginsel door hergebruik, het toepassen van groene daken en/of halfverharding. Bij een toename van verhard oppervlak komt meer hemelwater versneld tot afvoer, hierop is het oppervlaktewatersysteem niet berekend. Het extra afstromend hemelwater moet op eigen terrein worden verwerkt. Indien dit aantoonbaar niet mogelijk is, mag het hemelwater vertraagd worden afgevoerd naar een aanwezige greppel, oppervlaktewater of ander afwateringssysteem in de nabije omgeving. Hiervoor is het nodig het hemelwater tijdelijk op eigen terrein te bergen, zodat het vertraagd kan worden afgevoerd naar voorzieningen in de openbare ruimte. De tijdelijke bergingsopgave bedraagt in het bestaand stedelijk gebied 20 millimeter, oftewel 20 liter per vierkante meter verhard oppervlak. In het buitengebied bedraagt de tijdelijke bergingsopgave 40 millimeter. Vervuiling van hemelwater dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door geen uitlogende bouwmaterialen te gebruiken.

Afvalwater

Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat het ontstaan van afvalwater wordt beperkt. Afvalwater wordt gescheiden van het hemelwater aangeboden en afgevoerd. De gemeente zorgt er voor dat het afvalwater vanaf de perceelsgrens wordt getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap Vechtstromen. In het buitengebied is niet overal in de openbare ruimte een systeem aanwezig voor de afvoer van hemelwater. In dat geval moet op eigen terrein een individuele behandeling van afvalwater (IBA) of helofytenfilter worden ingericht. Dit dient te gebeuren in overleg met het waterschap Vechtstromen. Uit een doelmatigheidsstudie is gebleken dat drukriolering niet doelmatig is en voor de particulier veel duurder is dan een IBA. Daarom zal er doorgaans geen drukriolering meer worden aangelegd. Er is geen provinciale ontheffing van de zorgplicht meer nodig wanneer de gemeente besluit om in het buitengebied uit doelmatigheidsoverwegingen geen afvalwater in te zamelen.

Oppervlaktewater

Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat bestaand oppervlaktewater (sloten en vijvers) gehandhaafd blijven. Eventueel nieuw oppervlaktewater mag geen permanente verlaging van de grondwaterstand veroorzaken. Het aftoppen van grondwaterstandspieken middels drainage is wel toegestaan.

Grondwater en ontwatering

Uitgangspunt in het gemeentelijk beleid voor de waterhuishouding is dat perceeleigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het grondwater op hun perceel. De gemeente zorgt in voorkomende gevallen in de openbare ruimte voor passende maatregelen indien er in een gebied sprake is van structureel nadelige gevolgen door de grondwaterstand en de te treffen maatregelen niet tot de zorg van de provincie of het waterschap behoren.

De ontwatering van een perceel is afhankelijk van het gebruik van de grond. Ontwatering is het verschil tussen het peil van de weg of de bebouwing en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG).

  • Wegen: ontwateringsdiepte van 0,70 meter, waarbij een zandbed met minimale dikte van 0,50 m aanwezig moet zijn. Een te hoge grondwaterstand kan opvriezen en opdooi van de fundering van de weg veroorzaken.
  • Bebouwing: de ontwateringsdiepte van bebouwing hangt af van het type gebouw. Voor woningen of gebouwen met een niet-waterdichte kruipruimte die goed toegankelijk moet zijn, dient de ontwatering zodanig te zijn dat zich geen grondwater in de kruipruimte bevindt. Als norm wordt vaak gehanteerd dat het grondwater tenminste 0,20 m beneden de vloer van de kruipruimte moet staan. Uitgaande van een 0,50 m hoge kruipruimte en een vloerdikte (woonvloer) van 0,20 m betekent dit een afstand van 0,90 m tussen de GHG en de bovenzijde van de vloer. Door kruipruimteloos te bouwen kan de ontwateringsnorm onder bepaalde voorwaarden met 0,30 m verminderd worden.
  • Groen / onbebouwd en onverhard terrein: voor deze bestemming wordt meestal een ontwateringdiepte van 0,50 m –mv geadviseerd. Langdurige te hoge grondwaterstanden beïnvloeden de beworteling nadelig.

Afwatering

Om op perceelsniveau te kunnen voorkomen dat afstromend regenwater problemen veroorzaakt gelden de volgende adviesnormen:

  • Het vloerpeil van de bebouwing minimaal 0,20 m boven het dichtstbijzijnde wegpeil leggen.
  • Perceel vlak of richting de weg af laten lopen.
  • De maaiveldpeilen en vloerpeilen van de verschillende percelen op elkaar afstemmen.

Waterhuishouding en het bestemmingsplan “Boekelo 2015

Het bestemmingsplan “Boekelo 2015” is hoofdzakelijk conserverend van aard. Hiermee wordt bedoeld dat ten aanzien van dit plan overwegend de bestaande situatie is vastgelegd. Vaak betekent dit ook dat de in dit plan geprojecteerde bestemmingen niet wezenlijk afwijken van die in het geldende bestemmingsplan. Voor gebieden die in dit bestemmingsplan conserverend zijn bestemd geldt de huidige waterhuishoudingssituatie zoals deze is beschreven in paragraaf 3.1 (Ruimtelijke structuur) van deze toelichting.

Conclusie

Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.3 Natuur

5.3.1 Wet natuurbescherming, beschermde natuurgebieden

In hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming wordt de aanwijzing en bescherming van de Europese 'Natura 2000' gebieden en de bijzondere nationale natuurgebieden (toekomstige Natura 2000 gebieden) geregeld. De Wet natuurbescherming bepaalt dat voor alle Natura 2000 gebieden instandhoudingsdoelstellingen en een beheerplan moeten worden vastgesteld. De instandhoudingsdoelstellingen hebben betrekking op de kwaliteit van natuurlijke habitats en de aanwezige habitats van soorten in een Natura 2000 gebied.

Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor de aangewezen natuurlijke habitats en habitats van soorten in een Natura 2000 gebied. Indien dat op voorhand niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en een plan-milieu effect rapportage (plan-MER) te worden opgesteld. Wanneer ook op basis van een uitgevoerde passende beoordeling significant negatieve gevolgen niet met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kunnen worden uitgesloten kunnen de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen alleen mogelijk worden gemaakt indien er redelijkerwijs geen alternatieven aanwezig zijn, er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en de negatieve gevolgen in voldoende mate worden gecompenseerd.

Beschermde natuurgebieden en het plangebied “Boekelo 2015

Het plangebied is gelegen op ruime afstand van Natura 2000 gebieden en/of beschermde Natuurmonumenten. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden zijn “Het Witte Veen”, op ca. 6 km ten zuidoosten van het plangebied en “Buurserzand en Haaksbergerveen”, op ca. 3,5 km ten zuiden van het plangebied. Het dichtstbijzijnde beschermd natuurmonument is landgoed Twickel, op ca. 4,5 km ten noordwesten van het plangebied. Deze gebieden zijn hoofdzakelijk gevoelig voor stikstofdepositie. Het bestemmingsplan “Boekelo 2015” is hoofdzakelijk conserverend van aard en maakt met uitzondering van een kleinschalige verruiming van gebruiksmogelijkheden voor het pand van de MBS, de resterende plandelen van 'De Bleekerij' en het toekomstige bedrijventerrein Unisson geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Eventuele negatieve effecten op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden en beschermde natuurmonumenten kunnen dan ook op voorhand worden uitgesloten. Een verdere toetsing aan de Natuurbeschermingswet kan daarom achterwege blijven.

Toetsing ontwikkellocaties aan de Wet Natuurbescherming

De resterende plandelen van 'De Bleekerij' en de toekomstige bedrijvenlocatie 'Unisson' zijn gelegen in bestaand stedelijk gebied, op ruim 4 km afstand van het dichtstbij zijnde Natura 2000 gebied of beschermd natuurmonument. Gelet op deze ruime afstand en de kleinschalige aard van de ontwikkeling, op een locatie waar in het verleden ook (fabrieks)bebouwing (Texoprint) heeft gestaan of andere stedelijke voorzieningen (voetbalveld Unisson) aanwezig waren, kunnen eventuele negatieve effecten op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden of beschermde natuurmonumenten op voorhand worden uitgesloten. Een verdere toetsing aan de Natuurbeschermingswet kan dan ook achterwege blijven.

Conclusie Wet Natuurbescherming

Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat de Wet natuurbescherming voor wat betreft beschermde natuurgebieden op voorhand geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.3.2 Wet Natuurbescherming, beschermde natuurgebieden

In hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming is de aanwijzing en bescherming van planten- en diersoorten geregeld. Het gaat daarbij niet om de bescherming van individuele planten of dieren maar om waarborgen om te voorkomen dat het voortbestaan van soorten planten of dieren niet in gevaar komt en dat vaste rust- of verblijfplaatsen en groeiplaatsen niet opzettelijk worden vernield of verstoord. Hiertoe zijn in deze wet een aantal verbodsbepalingen opgenomen, zoals het verbod op het opzettelijk doden of verontrusten van dieren of het verbod op het plukken van planten. Daarbij is het “nee, tenzij” principe het uitgangspunt, er mag geen schade worden toegebracht aan beschermde dieren of planten tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan en daarbij zorgvuldig wordt gehandeld.

Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden getoetst of de beoogde activiteiten mogelijk negatieve gevolgen kunnen hebben voor in dat gebied voorkomende vaste rust- en verblijfplaatsen van en/of de functionele leefomgeving van beschermde soorten. Indien noodzakelijk dienen tijdig passende preventieve of mitigerende maatregelen te worden getroffen dan wel dient het plan te worden aangepast om overtreding van verbodsbepalingen te kunnen voorkomen en de functionaliteit van het gebied voor de aanwezige beschermde soorten te kunnen waarborgen. Indien door maatregelen en eventueel planaanpassing negatieve gevolgen voor eventueel aanwezige beschermde soorten niet of niet volledig kunnen worden voorkomen is een ontheffing van de betreffende verbodsbepalingen noodzakelijk en dient aannemelijk te worden gemaakt dat deze redelijkerwijs ook verleend zal kunnen worden.

Het plangebied van het bestemmingsplan “Boekelo 2015” bestaat uit het dorp Boekelo, met inbegrip van de in aanbouw zijnde nieuwbouwwijk De Bleekerij. Het plangebied bevat op enkele nog niet gerealiseerde plandelen van De Bleekerij en de toekomstige bedrijvenlocatie 'Unisson' na geen braakliggende percelen of bouwrijp gemaakte gronden waar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien.

Resterende plandelen 'De Bleekerij' De Bleekerij is een herstructureringslocatie, gelegen ten noordoosten van het dorp Boekelo. Ter plaatse was voorheen de Boekelose Stoombleekerij Texoprint gevestigd. Het gebied wordt ontwikkeld tot gemengd woon- en werkgebied. De nog te ontwikkelen plandelen zijn:

  • Woningbouw aan de Boekelosestraat
  • Woningbouw in het gebied tussen de Teesinkbeek, Boekelosestraat en de Verzetslaan
  • Bedrijfskavels aan de Verzetslaan
  • Toekomstige bedrijvenlocatie 'Unisson'. Beoogd kleinschalig bedrijventerrein aan de Boekelosestraat, ter plaatse van het voormalige voetbalveld van VV Unisson.

Flora- en faunawet en het plangebied Boekelo 2015 Het bestemmingsplan “Boekelo 2015” is hoofdzakelijk conserverend van aard en maakt met uitzondering van de resterende plandelen van 'De Bleekerij' en het toekomstige bedrijvenlocatie 'Unisson' geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Eventuele negatieve effecten op vaste rust- en verblijfplaatsen en/of de functionele leefomgeving van mogelijk aanwezige (strikt) beschermde planten- en diersoorten kunnen dan ook op voorhand worden uitgesloten. Een verdere toetsing aan de Flora- en faunawet kan daarom achterwege blijven, voor het grootste gedeelte van het plangebied. Hieronder wordt ingegaan op de locaties die (deels) nog in ontwikkeling zijn.

Toetsing ontwikkellocatie 'De Bleekerij' aan de Wet Natuurbescherming In het kader van het bestemmingsplan “De Bleekerij 2007”, waarmee de realisatie van de geplande woningbouw en bedrijfspanden planologisch mogelijk is gemaakt, is reeds uitvoerig getoetst aan de (destijds geldende) Flora- en faunawet. Ten behoeve van de realisatie van “De Bleekerij” is door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op 23 maart 2006 een 'positieve afwijzing' verleend op door de projectontwikkelaar van “De Bleekerij” aangevraagde ontheffing Flora- en faunawet. Daarmee heeft de minister aangegeven geen ontheffing Flora- en faunawet te kunnen verlenen omdat bij de voorgenomen realisatie van “De Bleekerij” geen sprake is van overtreding van de verbodsbepalingen uit de Flora- en faunawet. Voor de resterende, nog niet ontwikkelde, plandelen van “De Bleekerij” wordt in het kader van dit bestemmingsplan getoetst of nog steeds geconcludeerd kan worden dat geen sprake is van mogelijke overtreding van Wet Natuurbescherming (wet die de Flora- en faunawet per 1-1-2017 vervangen heeft).

Woningbouw aan de Boekelosestraat

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0033.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0034.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0035.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0036.png"

De woningbouwlocatie aan de Boekelosestraat is reeds bouw- en woonrijp gemaakt. Voor een aantal woningen is reeds omgevingsvergunning verleend. De kans dat deze zone een belangrijk onderdeel uitmaakt van het leefgebied van beschermde soorten wordt klein geacht. Het aantal beschermde soorten dat gebruik maakt van een binnenstedelijke locatie is beperkt. Die beschermde soorten die wel binnenstedelijk aan te treffen zijn maken met name gebruik van oude bomen of oudere gebouwen, opgaande groenstructuren en poelen aan de rand van de stad. Op de nieuwbouwlocatie aan de Boekelosestraat zijn geen bomen/struiken, waterelementen of gebouwen aanwezig.

In de nationale database flora en fauna (NDFF) zijn geen recente waarnemingen van beschermde soorten aanwezig. De kans dat deze zone een belangrijk onderdeel uit maakt van de functionele leefomgeving van beschermde soorten wordt dan ook klein geacht.

Woningbouw in het gebied tussen de Teesinkbeek, Boekelosestraat en de Verzetslaan

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0037.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0038.png"

Deze woningbouwlocatie is reeds bouw- en woonrijp gemaakt. Enkele woningen zijn reeds gerealiseerd en voor de bouw van een groot aantal woningen is reeds omgevingsvergunning verleend.

Het aantal beschermde soorten dat gebruik maakt van een binnenstedelijke locatie is beperkt. Die beschermde soorten die wel binnenstedelijk aan te treffen zijn maken met name gebruik van oude bomen of oudere gebouwen, opgaande groenstructuren en poelen aan de rand van de stad. Op de nieuwbouwlocatie gelegen tussen de Teesinkbeek, Boekelosestraat en Verzetslaan zijn geen waterelementen of gebouwen aanwezig. Wel is er een bomenrij aanwezig. Deze bomenrij is niet als groenzone aangemerkt en wordt dus niet planologisch beschermd. De individuele bomen hebben naar verwachting geen belangrijke waarde maar als structuur mogelijk wel. Vleermuizen oriënteren zich op groene structuren. Een belangrijk onderdeel van de functionele leefomgeving van vleermuizen is beschermd. Op basis van veldbezoek ter plaatse kan worden geconcludeerd dat de bomenrij geen belangrijk onderdeel is van de functionele leefomgeving van vleermuizen.

In de nationale database flora en fauna (NDFF) zijn geen recente waarnemingen van beschermde soorten aanwezig.

Bedrijfskavels aan de Verzetslaan

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0039.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0040.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0041.png"

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0042.png"

De bedrijfskavels zijn al grotendeels bouw- en woonrijp gemaakt. Voor de bouw van een groot aantal bedrijfspanden is reeds omgevingsvergunning verleend.

Het aantal beschermde soorten dat gebruik maakt van een binnenstedelijke locatie is beperkt. Die beschermde soorten die wel binnenstedelijk aan te treffen zijn maken met name gebruik van oude bomen of oudere gebouwen, opgaande groenstructuren en poelen aan de rand van de stad. Op de nieuwbouwlocatie gelegen aan de Verzetslaan zijn geen waterelementen of gebouwen aanwezig. Wel is er een bomenrij aanwezig. Deze bomenrij is niet als groenzone aangemerkt en wordt dus niet planologisch beschermd. De individuele bomen hebben naar verwachting geen belangrijke waarde maar als structuur mogelijk wel. Vleermuizen oriënteren zich hierop. Een belangrijk onderdeel van de functionele leefomgeving van vleermuizen is beschermd. Als de bomenrij een belangrijk onderdeel is van de functionele leefomgeving van vleermuizen dan is deze dan ook beschermd. Op basis van veldbezoek ter plaatse kan worden geconcludeerd dat de bomenrij geen belangrijk onderdeel is van de functionele leefomgeving van vleermuizen.

In de nationale database flora en fauna (NDFF) zijn geen recente waarnemingen van beschermde soorten aanwezig.

Toetsing ontwikkellocatie 'Unisson' aan de Wet Natuurbescherming

afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0043.png" afbeelding "i_NL.IMRO.0153.BP00104-0003_0044.png"

De ontwikkellocatie 'Unisson' is een voormalig voetbalveld dat momenteel braak ligt en aan drie zijden wordt omsloten door opgaande groenstructuren. Ten behoeve van deze ontwikkeling is in 2008 een verkennend Flora- en faunawet onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat wanneer enkele mitigerende of preventieve maatregelen worden getroffen er geen nadelige gevolgen voor (strikt) beschermde soorten zijn te verwachten. Voor deze ontwikkellocatie wordt in het kader van dit bestemmingsplan getoetst of de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek uit 2008 nog steeds voldoende actueel zijn.

Met name bomen/struiken, waterpartijen en (oude) gebouwen kunnen onderdeel uitmaken van het leefgebied van strikt beschermde soorten. Deze elementen waren in 2008 niet aanwezig en zijn er in de jaren hier opvolgend ook niet geweest of gekomen. Het gebied was en is hierdoor niet interessant als onderdeel van het leefgebied voor strikt beschermde soorten.

Conclusie Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende stelligheid worden geconcludeerd dat de Wet Natuurbescherming op voorhand niet aan de uitvoerbaarheid van de in het bestemmingsplan mogelijk te maken ruimtelijke ontwikkelingen 'resterende plandelen De Bleekerij' en 'toekomstige bedrjivenlocatie Unisson' in de weg staat.

5.3.3 Nationaal Natuur Netwerk

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met veel natuurwaarden. Het NNN heeft als doel het behouden, beschermen en versterken van de rijkdom aan plant- en diersoorten (biodiversiteit) en beoogt een bijdrage te leveren aan het realiseren en in stand houden van een (inter-)nationaal vitaal stelsel van natuurgebieden.

De aanwijzing van gebieden als onderdeel van het NNN vindt plaats bij provinciale verordening en dient te worden vertaald in gemeentelijke ruimtelijke plannen zoals structuurvisies en bestemmingsplannen. Het NNN kent geen externe werking, tenzij dit bij provinciale verordening als zodanig is bepaald.

Het NNN en het plangebied “Boekelo 2015”

Het plangebied is niet gelegen op gronden die deel uitmaken van de NNN. Het plangebied wordt aan de noord-, west- en zuidzijde wel grotendeels omsloten gelegen die onderdeel uitmaken van de NNN. De NNN heeft echter geen externe werking. Een verdere toetsing aan de NNN kan daarom achterwege blijven.

Conclusie NNN

Op grond van het voorgaande kan met aan voldoende zekerheid grenzende waarschijnlijkheid worden geconcludeerd dat het NNN geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Hoofdstuk 6 Juridische planopzet

6.1 Algemeen

Type bestemmingsplan

De Wro en het Bro maken het mogelijk een bestemmingsplan op verschillende manieren vorm te geven. Grofweg kan gekozen worden uit de volgende planvormen:

  • a. een traditioneel gedetailleerd bestemmingsplan. Een dergelijk plan legt het beoogde gebruik van gronden en opstallen en de bebouwingsmogelijkheden van de in het plan opgenomen gronden gedetailleerd vast. De methodiek wordt wel ingezet om bestaande situaties te conserveren, maar wordt ook gebruikt om beoogde nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te sturen;
  • b. een globaal bestemmingsplan dat nader moet worden uitgewerkt. In een dergelijk bestemmingsplan worden een of meerdere bestemmingen opgenomen, die later moeten worden uitgewerkt. Wordt veelal toegepast in gevallen waar de ontwikkeling van een gebied op hoofdlijnen bekend is, maar waar de concrete invulling nog moet volgen;
  • c. Een globaal eindplan. In deze planvorm wordt het ruimtelijk en functioneel streefbeeld in globale zin vastgelegd;
  • d. Een mix van bovenstaande planvormen afhankelijk van de specifieke problemen.

Naast dit onderscheid, dat is gebaseerd op de techniek van bestemmen, wordt verschil gemaakt tussen ontwikkelingsgerichte en beheergerichte bestemmingsplannen. Bij de keuze voor een bepaalde systematiek van bestemmingsregeling speelt een rol wat met het plan wordt beoogd: beheren of ontwikkelen. Daarnaast speelt een rol of er in een gebied sprake is van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Het dorp Boekelo betreft een bestaand bebouwd gebied met verschillende functies (wonen en voorzieningen) en bestaande (ruimtelijke) structuren (verkeersgebieden, groenzones, waterpartijen, etc). Het ligt om die reden voor de hand om hier, mede in verband met de rechtszekerheid van de bewoners van de wijk alsmede die van overige belanghebbenden, voor een gedetailleerd en beheersgericht bestemmingsplan te kiezen. Bijkomende reden hiervoor is het nog geldende bestemmingsplan, dat ook een gedetailleerd bestemmingsplan betreft.

Wijze van bestemmen

Het uitgangspunt van een bestemmingsplan is om een passende bestemming toe te kennen aan de gronden in het plangebied. De bestemming bepaalt welke gebruiksdoelen of functies op grond van een goede ruimtelijke ordening zijn toegestaan.

Bij de keuze voor een bepaalde bestemming is de (gewenste) hoofdfunctie doorslaggevend. Als het ruimtelijk relevant is of als een bepaalde functie de omgeving beïnvloedt of daar eisen aan stelt, wordt gekozen voor een specifieke bestemming met eigen regels bouwen en gebruik.

Het is mogelijk om binnen de hoofdgroepen bestemmingen specifieker te maken door bijvoorbeeld ondergeschikte functies in de bestemmingsomschrijving op te nemen. Voor bijzondere ondergeschikte functies, die niet onder de algemene bestemmingsomschrijving vallen en niet conflicteren met de bestemming, wordt gekozen voor een afzonderlijke functieaanduiding.

In paragraaf 6.3 van deze plantoelichting wordt nader inhoudelijk ingegaan op de wijze van bestemmen waarvoor in het bestemmingsplan "Boekelo 2015" is gekozen.

6.1.1 De Lijst van bedrijfstypen en de Staat van bedrijfsactiviteiten

Als bijlage bij de planregels behoort een Lijst van bedrijfstypen en een Staat van bedrijfsactiviteiten, gebaseerd op de gehanteerde indeling uit de herziene publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De Lijst van bedrijfstypen of Staat van bedrijfsactiviteiten vormt het middel voor het uitvoeren van een eerste toets of een bedrijf van een bepaald bedrijfstype op grond van de planregels toelaatbaar is. De concrete bedrijfsvoering in een bedrijf en/of milieuvergunning(en) bieden nader inzicht in hoeverre een bedrijf tot een bepaalde milieucategorie gerekend moet worden en daarom al dan niet toelaatbaar is. Het ruimtelijk beleid van rijk en provincies biedt gemeenten beleidsvrijheid voor maatwerk op lokaal niveau. De handreiking is in de praktijk een belangrijk hulpmiddel bij het toepassen van milieuzonering, dat wil zeggen het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies in de ruimtelijke planvorming ter bescherming van het woon- en leefklimaat. Gebruikelijk is om bij milieuzonering uit te gaan van alle belastende milieuaspecten, waarbij het milieuaspect met het grootste effect of de grootste afstand uiteindelijk maatgevend is. Gemotiveerd toepassen – in plaats van gemotiveerd afwijken - is het uitgangspunt. De richtafstanden zijn geactualiseerd, de toelichting is aangepast aan nieuw beleid en bevat stappenplannen voor veel voorkomende praktijksituaties. In de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" zijn ook richtafstanden ten opzichte van 'gemengd' gebied en een categorie-indeling voor gebieden met functiemenging opgenomen.

De Lijst van bedrijfstypen vermeldt de richtafstanden die bij voorkeur worden aangehouden tussen bedrijven en het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Dit is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen er vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven, kantoren, winkels) voor. Hoe gevoelig een gebied is voor bedrijfsactiviteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De gevoeligheid van een gebied kan daarom aanleiding zijn om gemotiveerd af te wijken van de richtafstanden in de Lijst van bedrijfstypen. Bij het omgevingstype 'gemengd gebied', een gebied met een matige tot sterke functiemenging, kunnen de richtafstanden met één afstandstap worden verminderd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. In gebieden met een grote mate van functiemenging wordt de Staat van bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging gebruikt. Deze gaat niet uit van aan te houden richtafstanden tot woningen en andere milieugevoelige functies maar van de mate in hoeverre een activiteit al dan niet aanpandig met woningen of andere milieugevoelige functies aanvaardbaar is.

De Lijst van bedrijfstypen

In de VNG-publicatie zijn de bedrijfstypen ingedeeld in milieucategorieën, die samenhangen met de indicatief aan te houden afstand ten opzichte van een milieugevoelige bestemming vanwege de mogelijke hinder van de milieufactoren geur, stof, gevaar en geluid. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. In de lijst worden zes verschillende hoofdcategorieën onderscheiden. In de Lijst van bedrijfstypen zijn veel activiteiten gedifferentieerd naar bedrijfsgrootte, waardoor kleinschalige activiteiten in een lagere milieucategorie vallen en daardoor beter inpasbaar zijn. Vooral bij productiebedrijven zijn richtafstanden toegevoegd voor kleinschalige activiteiten. Daartoe zijn in de VNG-brochure een aantal hoofdcategorieën onderverdeeld in subcategorieën. Milieucategorie 3 is onderverdeeld in subcategorieën 3.1 en 3.2, milieucategorie 4 in subcategorieën 4.1 en 4.2 en milieucategorie 5 in de subcategorieën 5.1, 5.2. en 5.3. De milieucategorieën 1 en 2 zijn niet onderverdeeld in subcategorieën. Elke milieucategorie of subcategorie heeft een eigen bijbehorende richtafstand die dient te worden aangehouden ten opzichte van milieugevoelige functies en bestemmingen.

milieucategorie   richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk
 
1   10 meter  
2   30 meter  
3.1   50 meter  
3.2   100 meter  
4.1   200 meter  
4.2   300 meter  
5.1   500 meter  
5.2   700 meter  
5.3   1.000 meter  
6   1.500 meter  

Tabel: overzicht milieucategorieën VNG-publicatie met bijbehorende richtafstanden

De Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging

Deze staat van bedrijfsactiviteiten wordt toegepast voor (sterk) gemengde gebieden die gekenmerkt worden door een mix van stedelijke functies, zoals een stadscentrum of binnenstad. In een dergelijk levendig en dynamisch gebied is het de vraag welke bedrijfsmatige activiteiten en andere milieubelastende functies nog aanvaardbaar zijn. De VNG-brochure bevat een specifieke bedrijvenlijst met functies die passen in een gemengd gebied. Een Staat van bedrijfsactiviteiten voor gebieden van functiemenging is wenselijk, omdat de activiteiten in dergelijke gebieden qua schaal sterk kunnen verschillen van de activiteiten op bijvoorbeeld een bedrijventerrein of in een rustige woonwijk. In de Staat van bedrijfsactiviteiten voor functiemenging wordt gekozen voor een andere categorieaanduiding dan in de algemene Lijst van bedrijfstypen. De activiteiten in de Staat van bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging zijn ingedeeld in de categorieën A, B of C, waarmee een beoordeling van de planologische toelaatbaarheid van activiteiten binnen een gemengd gebied mogelijk is. Binnen een dergelijk gebied wordt het werken met de van oudsher bestaande minimumafstanden niet doelmatig geacht.

De betekenis voor de toelaatbaarheid van activiteiten is als volgt:

Categorie A   Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend.  
Categorie B   Activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden (er is sprake van afzonderlijke gebouwen of dusdanige constructieve maatregelen dat in de woningen nog een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd).  
Categorie C   Activiteiten, zoals genoemd onder B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen.  

Tabel: categorie-indeling Staat van bedrijfsactiviteiten voor gebieden met functiemenging

Voor de toelaatbaarheid van deze activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden:

  • het betreft veelal kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid;
  • productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden uitsluitend in de dagperiode plaats;
  • de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig;
  • activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur.

Om de bruikbaarheid van de Lijst van bedrijfstypen of Staat van bedrijfsactiviteiten te vergroten, zijn de in de VNG-uitgave genoemde bedrijfstypen van bedrijven en voorzieningen in de lijst gegroepeerd per hoofdgroep, terwijl binnen elke afzonderlijke hoofdgroep tevens een onderverdeling is gemaakt in subgroepen, waarbinnen bedrijfstypen zijn geclusterd. De hoofdgroepen binnen de lijst zijn: agrarische bedrijven, bedrijven, cultuur en ontspanning, detailhandel, dienstverlening, horeca, kantoren, maatschappelijk, recreatie, sport en verkeer.

Bij de beoordeling van de milieubelasting van een bedrijf of een voorziening (feitelijke milieuhinder) dient te worden gelet op de volgende aspecten:

  • potentiële geur-, stof-, geluid- of trillingshinder;
  • lucht-, water- of bodemverontreiniging;
  • visuele hinder;
  • verkeersaantrekkende werking;
  • het al dan niet continue karakter van de activiteit;
  • externe veiligheid (gevaar).

Specifieke opslagen en installaties

Bij bedrijfsmatige activiteiten van bedrijven en voorzieningen kunnen specifieke opslagen en installaties voorkomen. In de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) is een afzonderlijke Lijst van opslagen en installaties opgenomen. Deze lijst bevat milieuaspecten en richtafstanden voor de daarin genoemde opslagen en installaties. Deze lijst is niet bedoeld voor de vertaling naar een Staat van Bedrijfsactiviteiten of Lijst van bedrijfstypen in een bestemmingsplanregeling. De lijst opslagen en installaties kan als hulpmiddel worden gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van concrete milieubelastende activiteiten of de inpassing van nieuwe woningen nabij bestaande bedrijvigheid.

6.2 Indeling planregels

Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de bijbehorende verbeelding waarop de diverse bestemmingen zijn aangegeven. De regels en de verbeelding dienen in samenhang te worden bekeken.

De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken:

  • a. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels;
  • b. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels;
  • c. Hoofdstuk 3 - Algemene regels;
  • d. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Dit hoofdstuk bevat inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied van het bestemmingsplan “Boekelo 2015”. In Artikel 1 'Begrippen' zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee wordt een eenduidige interpretatie van de begrippen vastgelegd. Artikel 2 Wijze van meten geeft bepalingen hoe onder meer de hoogtes van gebouwen en de inhoud van gebouwen gemeten moeten worden en hoe bepaalde eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 geeft een omschrijving - de juridische vertaling - van de verschillende in het plangebied voorkomende en op de verbeelding opgenomen bestemmingen. Bij de indeling van de bestemmingsregels wordt conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 een vaste volgorde aangehouden. De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd:

  • a. bestemmingsomschrijving (omschrijving van de toegestane functies en gebruiksdoelen);
  • b. bouwregels (regels waaraan de bebouwing dient te voldoen);
  • c. nadere eisen (regels op grond waarvan nadere eisen aan bouwwerken en de situering daarvan kunnen worden gesteld);
  • d. afwijken van de bouwregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de bouwregels);
  • e. specifieke gebruiksregels (regels die aangeven welk specifiek gebruik verboden is);
  • f. afwijken van de gebruiksregels (regels op grond waarvan in concrete situaties onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeweken van de gebruiksregels);
  • g. omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden noodzakelijk is);
  • h. omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk (regels waarbij wordt geregeld wanneer en onder welke omstandigheden er een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk noodzakelijk is);
  • i. wijzigingsbevoegdheid (regels die aangeven in welke gevallen en onder welke voorwaarden onderdelen van het plan gewijzigd kunnen worden).

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, bestaande uit de anti-dubbeltelregel, de algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels en overige regels.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 zijn regels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik van gronden. Deze artikelen bevatten regels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. De "Slotregel" geeft de naam van het bestemmingsplan aan.

6.3 Beschrijving van het plan

De gronden begrepen in het bestemmingsplan “Boekelo 2015 ” zijn bestemd voor “Bedrijf", "Bedrijf-Garage", "Bedrijf-Nutsvoorziening", "Bos", "Gemengd-2, "Gemengd-3" "Groen", "Horeca, "Maatschappelijk", "Maatschappelijk-Begraafplaats", "Sport", "Verkeer", "Verkeer-Railverkeer", "Verkeer-Verblijfsgebied", "Water-Waterloop" en "Wonen".

6.3.1 Bestemmingen

Bedrijf De bestemming "Bedrijf" is toegekend aan het bedrijventerrein De Plooy en de bedrijfslocaties aan de Verzetslaan. Bij deze bestemming wordt gebruik gemaakt van de Lijst van bedrijfstypen, die als bijlage bij de planregelsis opgenomen. Bedrijven in categorie 1 en 2 zijn binnen de bestemming "Bedrijf" toegestaan. Deze bedrijven zijn naar aard en invloed van de milieubelasting aanvaardbaar in een woonomgeving.

Er zijn een aantal bedrijven die in een hogere categorie dan categorie 2 zijn ingedeeld en die niet voldoen aan de -indicatieve- minimaal vereiste afstand tot woningen. Deze bedrijven zijn nader beschouwd (bedrijveninventarisatie). Gebleken is dat ze aanvaardbaar zijn in hun omgeving. Voor deze bedrijven is een specifieke bestemming opgenomen. Met deze specifieke bestemming wordt de huidige situatie, in de huidige omvang, gerespecteerd. Ter voorkoming van aantasting van het woon- en leefklimaat is een verdere uitbreiding van het bedrijf gelimiteerd. De specifieke bestemming houdt ook in dat bij bedrijfsbeeindiging uitsluitend een zelfde type bedrijf onder dezelfde condities zich op de locatie zal kunnen vestigen. Vestiging van andere bedrijven uit dezelfde milieucategorie is echter uitgesloten.

Daar waar aangeduid is een bedrijfswoning toegestaan. Dit betreft bestaande bedrijfswoningen. Op de bouwpercelen met de bestemming "Bedrijf" ten zuiden van de Verzetslaan mogen - waar dat met een specifieke bouwaanduiding op de verbeelding staat aangegeven - (bedrijfs)woningen behorende bij het op hetzelfde perceel aanwezige bedrijf worden gebouwd. Er kan dus alleen een woning worden gebouwd, indien op het perceel al een bedrijfsgebouw aanwezig is of indien gelijktijdig met het verlenen van de vergunning voor de bouw van de woning ook een vergunning voor de bouw van de bedrijfsruimte wordt afgegeven. Deze bedrijfsruimten dienen om de betreffende woningen qua geluid te kunnen afschermen van het geluid van de bedrijven ten noorden van de Verzetslaan.

In 2009 is een vrijstelling (artikel 19, lid 2 Wet op de Ruimtelijke Ordening) verleend voor de bouw van een brandweergarage aan de Verzetslaan 21. Deze vrijstelling is vertaald in het bestemmingsplan.

Bedrijf-Garage Voor het garagebedrijf aan de Beckumerstraat 16-18, een solitair gelegen bedrijf, is de bestemming "Bedrijf-Garage" opgenomen.

Bedrijf-Nutsvoorziening Nutsvoorzieningen komen in het plangebied in verschillende maten en verschijningsvormen voor. Aangezien verschillen eveneens worden bepaald door de mate van hinder voor de omgeving is binnen de bestemming "Bedrijf-nutsvoorziening” gebruik gemaakt van de Lijst van bedrijfstypen, zoals opgenomen als bijlage van de regels. Nutsvoorzieningen in categorie 1 en 2 zijn toegestaan. In dit plangebied betreft het de bestaande nutsvoorzieningen aan de Diamantstraat en de Beckumerstraat. De kleinere tot middelgrote nutsvoorzieningen, die in planologisch opzicht zonder meer aanvaardbaar worden geacht in de directe nabijheid van woningen en andere kwetsbare objecten, worden in dit plan op vrijwel alle bestemmingen toegestaan.

Bos De basisbestemming "Bos" is toegekend aan de bestaande bosgebieden rond erve de Kwinkeler aan de Kwinkelerweg en rond de villawoningen in het gebied tussen Landsteinerlaan, Bastinglaan, en de woningen aan de Henry Dunantlaan.

Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor houtproductie, extensieve recreatie en voor bescherming, instandhouing, en verbetering van de landschappelijke, cultuurhistorische, geomorfologische en natuurlijke waarden. Binnen deze bestemming zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot maximaal 2 meter hoogte toegestaan. Middels omgevingsvergunning kan, onder voorwaarden, worden afgeweken van het plan voor de bouw van een schuil- of schaftgelegenheid, een materiaalberging of een hoogzit.

Er is een vergunningenstelsel opgenomen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde.

Gemengd-2 Deze bestemming is toegekend aan de panden gelegen op de Boekelose Stoomblekerij. Binnen deze bestemming zijn verschillende functies toegestaan, omdat deze functies veelal al aanwezig zijn en onderlinge uitwisseling ruimtelijk gezien niet bezwaarlijk is. Detailhandel, dienstverlening, horeca, maatschappelijke voorzieningen, kantoren en bedrijven toegestaan. Binnen de bestemming is wonen (al dan niet met een beroep of bedrijf aan huis) toegestaan. Wonen is wel uitgesloten waar dit op de verbeelding middels een aanduiding is aangegeven.

De kantoren, die binnen de bestemming "Gemengd-2" kunnen worden gevestigd, dienen een kleinschalig karakter te hebben. Ze zijn bedoeld om in de behoefte vanuit Boekelo te voorzien. Met het oog daarop is in de planregels een bepaling opgenomen dat de bedrijfsvloeroppervlakte per kantooreenheid maximaal 200 m2 mag bedragen.

De bestemming "Gemengd-2" maakt ook de vestiging van detailhandel mogelijk. Het is echter niet gewenst dat alle bouwvlakken met deze bestemming met detailhandel/winkels zouden worden ingevuld. Om die reden is in de regels een bepaling opgenomen op grond waarvan binnen de bestemming 'Gemengd-2' in totaal maximaal 555 m2 bedrijfsvloeroppervlakte aan detailhandel aanwezig mag zijn.

Voor de Beckumerstraat 1-3 is een omgevingsvergunning verleend voor het vestigen van een kookstudio. Alhoewel het initiatief destijds geen doorgang heeft gevonden, is dit nog steeds een gewenste en aanvaardbare functie op deze locatie. Middels een aanduiding is deze op de verbeelding weergegeven en is voor de kookstudio in de regels een maximale oppervlakte van 170 m2 opgenomen.

De bestemming kent verschillende afwijkingmogelijkheden ten aanzien van de vestiging van en het gebruik van percelen door bedrijven of activiteiten die niet genoemd zijn in de Staat van bedrijfsactiviteiten bij functiemenging of de Lijst van bedrijfstypen, maar naar aard en omvang daar aan wel gelijk gesteld kunnen worden.

Gemengd-3 De bestemming "Gemengd-3" komt grotendeels overeen met de bestemming "Gemengd-2", zij het dat binnen "Gemengd-3" geen bedrijven en kantoren zijn toegestaan. Binnen "Gemengd-3" is detailhandel toegestaan, uitgezonderd supermarkten. Voor de bestaande supermarkt is een aanduiding "supermarkt" opgenomen, om de bestaande situatie te respecteren.

Groen Gronden met de bestemming "Groen" zijn bestemd voor groenstroken, plantsoenen, waardevolle landschappelijke elementen (zoals houtwallen), waterpartijen en -waterlopen, in- en uitritten en voor zover gelegen in openbaar toegankelijk gebied tevens voor waterbergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen in het kader van de waterbeheersing, wandel- en fietspaden, speelvoorzieningen, geluidschermen, openbare nutsvoorzieningen en bij deze doeleinden horende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken.

Deze bestemming is toegekend aan het structurele en het waardevolle groen in het plangebied. Overig (rest) groen valt binnen andere bestemmingen zoals "Verkeer-verblijfsgebied".

Horeca De locaties Dirk Papestraat 2 en Beckumerstraat 2, bestaande horecalocaties, zijn bestemd voor "Horeca". Toegestaan zijn bedrijven in categorie 1 die zijn genoemd in de hoofdgroep Horeca van de Lijst van Bedrijfstypen.

Voor café annex zalencentrum de Buren is een aanduiding 'horeca' opgenomen. Deze keuze is gemaakt omdat het niet wenselijk is om categorie 2 bedrijven zonder meer binnen de bestemming "Horeca" toe te staan, gezien de mogelijke invloed op de omgeving. Het café/zalencentrum op de Beckumerstraat 2, waarvan geoordeeld is dat deze activiteiten onder dezelfde noemer als muziekcafe (welke categorie 2 is) dienen te worden geschaard, is aanvaardbaar in de omgeving.

Maatschappelijk De voor “Maatschappelijk” aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, die zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 uit de hoofdgroep Maatschappelijk van de bij deze regels behorende Lijst van Bedrijfstypen (bijlage 1) en bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen.

Bedrijfswoningen zijn alleen toegestaan wanneer dit is aangeduid op de verbeelding.

Maatschappelijk-Begraafplaats De begraafplaats achter de voormalige R.K.-kerk aan de Beckumerstraat heeft de bestemming "Maatschappelijk-begraafplaats". De voor “Maatschappelijk - Begraafplaats” aangewezen gronden zijn bestemd voor een begraafplaats en bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, terreinen en voorzieningen, zoals parkeervoorzieningen, verhardingen, groenvoorzieningen, water en (openbare) nutsvoorzieningen.

Sport De bestemming "Sport" is toegekend aan de locatie van het tenniscomplex op de Mans 6 en de sportzaal aan de Diamantstraat 4. Sportvoorzieningen zoals genoemd in categorie 1 en 2 uit de hoofdgroep Sport van de Lijst van Bedrijfstypen zijn binnen deze bestemming toegestaan. Het huidige gebruik van het perceel de Mans 6 (veldsport met verlichting) valt onder categorie 3.1. De activiteiten zijn nader beschouwd en zijn aanvaardbaar in de omgeving. Om die reden is een aanduiding "specifieke vorm van sport-1" opgenomen.

Verkeer Deze bestemming is bedoeld voor verkeerszones, die een doorgaand karakter hebben (verkeersaders). Hiertoe wordt de Winterhaarweg gerekend. Binnen deze bestemming zijn onder andere wegen (maximaal 2 rijstroken), voet- en fietspaden, viaducten en bruggen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterpartijen, -lopen, -bergingen, wadi's, infiltratiestroken en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, geluidwerende voorzieningen, (openbare) nutsvoorzieningen en bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken toegestaan.

Bouwwerken ten behoeve van het wegverkeer en openbaar vervoer zijn toestaan, evenals kunstobjecten en vlaggenmasten en nutsvoorzieningen.

Verkeer-Railverkeer De bestemming "Verkeer-Railverkeer" is toegekend aan het spoorwegemplacement en gebouwen van de Museumbuurtspoorweg en de toeristische spoorlijn Haaksbergen-Boekelo v.v. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor verkeers- en vervoersdoeleinden per rail, (on)gelijkvloerse kruisingen ten behoeve van weg- en waterverkeer, overige verkeersvoorzieningen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, waterlopen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, geluidwerende voorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen, niet-zelfstandige detailhandel met een totale maximum verkoopvloeroppervlak van 100 m2 en de bij deze doeleinden behorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, straatmeubilair en andere werken.

Ter plaatse van de aanduiding "cultuur en ontspanning" is cultuur en ontspanning in categorie 1 uit de hoofdgroep Cultuur en Ontspanning van de lijst van Bedrijfstypen van de bij deze regels behorende Lijst van Bedrijfstypen toegestaan, alsmede niet zelfstandige horeca genoemd in categorie 1 van de hoofdgroep Horeca van de bij deze regels horende Lijst van bedrijfstypen toegestaan. Cafés en bars zijn niet toegestaan.

Verkeer-Verblijfsgebied Binnen deze bestemming worden veelal woonstraten en woonerven begrepen. Deze bestemming richt zich dan met name op langzaam verkeer en draagt het karakter van een verblijfsgebied. Vaak zijn dit wegen waar maximaal 30 km/uur mag worden gereden.

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken ten behoeve van het wegverkeer en openbaar vervoer worden gebouwd, evenals garageboxen, kunstobjecten en vlaggenmasten, speelvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

Water-Waterloop De bestemming "Water-Waterloop" is toegekend aan de beken die door het plangebied lopen, de Boekelerbeek en de Teesinkbeek.

Wonen De voor "Wonen" bestemde gronden zijn bestemd voor het wonen, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis en bij deze doeleinden behorende bouwwerken, erven, tuinen en voorzieningen, zoals woningen, bergingen, trappenhuizen, in- en uitritten, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en (openbare) nutsvoorzieningen. Andere functies dan wonen binnen de woongebieden en -straten zijn aangeduid.

De toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken is afhankelijk van de grootte van het bouwperceel (bebouwingspercentage).

Ten aanzien van de nog te realiseren eerstelijns bebouwing op de Boekelosestraat (plan De Bleekerij) is in de regels een bepaling opgenomen ten aanzien van de benodigde karakteristieke geluidwering. Deze regel is opgenomen met als doel ter plaatse een goed woon- en leefklimaat te garanderen.

De bestemming "Wonen" kent verschillende afwijkingsmogelijkheden. Deze hebben onder meer betrekking op het gebruiken van meer oppervlakte ten behoeve van een beroep of bedrijf aan huis en het vestigen van een beroep of bedrijf aan huis in een hogere milieucategorie, maar waarbij de milieubelasting gelijk kan worden gesteld aan de toegestane bedrijven.

6.3.2 Dubbelbestemmingen

Leiding-Gas

Voor de twee buisleidingen voor gas die in het plangebied aanwezig zijn is de dubbelbestemming "Leiding-Gas" opgenomen. Beide hebben een diameter van 4” en een werkdruk van 40 bar.

Op gronden met deze bestemming mag, in afwijking van het bepaalde in andere bestemmingen, niet worden gebouwd. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken, en toestaan dat er wel ten dienste van de andere bestemming wordt gebouwd, onder de voorwaarde dat de veiligheid van de buisleiding niet wordt geschaad en er geen kwetsbaar object wordt toegestaan. Voordat besloten wordt, wordt schriftelijk advies ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

6.3.3 Gebiedsaanduidingen

Overige zone-Archeologisch onderzoeksgebied a en b

Voor de gebieden met een middelhoge en hoge archeologische verwachtingswaarden zijn de gebiedsaanduidingen "Overige zone-Archeologisch onderzoeksgebied a" en Overige zone-Archeologisch onderzoeksgebied b" in de regels opgenomen.

Op gronden die aangeduid zijn met 'overige zone- archeologisch onderzoeksgebied a' geldt dat er geen bouwwerken mogen worden gebouwd, werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd indien de bodemverstoring groter is dan 250 m2 en dieper dan 50 cm. Het college van burgemeester en wethouders kan middels een omgevingsvergunning van het verbod afwijken indien uit archeologisch vooronderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of deze niet onevenredig worden aangetast.

Voor de gebieden met de aanduiding 'overige zone- archeologisch onderzoeksgebied b' geldt een zelfde soort regeling, waarbij voor bodemverstoringen groter dan 2500 m2 en dieper dan 50 centimeter in principe een archeologisch vooronderzoek vereist is.

Geluidzone-industrie Voor het noordelijke gedeelte van het plangebied is de gebiedsaanduiding "geluidzone-industrie' opgenomen. Dit in verband met de ligging binnen de zone van het op grond van de Wgh gezoneerde industrieterrein De Groote Plooy. Binnen de geluidszone mogen geen nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen worden gebouwd en geluidgevoelige terreinen worden aangelegd.

6.4 Handhaving

Bestemmingsplannen zijn bindend voor iedereen: burgers, ondernemers en de overheid zelf. Het is een juridisch kader voor burgers en ondernemers waaruit kan worden afgeleid wat de eigen bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, maar ook wat de planologische mogelijkheden in juridische zin zijn op percelen in de directe omgeving. Aan de andere kant kan de gemeentelijke overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen als er sprake is van gebruik en/of bebouwing die niet in het bestemmingsplan passen.

In het kader van de bedrijven- en milieuinventarisatie is voorafgaand aan het in procedure brengen van het bestemmingsplan onderzocht in hoeverre de functies die in het plangebied voorkomen in overeenstemming zijn met het geldende bestemmingsplan en bij geconstateerde afwijkingen eventueel gelegaliseerd kunnen worden.

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid

Het hoofddoel van dit bestemmingsplan is de bestaande situatie juridisch vast te leggen. Het plan heeft, op een gering aantal kleine wijzigingen na, hoofdzakelijk een conserverend karakter. Het accent ligt dan ook voornamelijk op het beheer van de bestaande situatie.

In verband met het feit dat de gemeente binnen het plangebied geen ontwikkelingen met financiële consequenties initieert, is bij dit plan geen exploitatieopzet gevoegd. Gelet op het bovenstaande kan worden gesteld dat de economische uitvoerbaarheid van het voorliggende bestemmingsplan voldoende is aangetoond.