direct naar inhoud van 3.3 Cultuurhistorie en Monumenten
Plan: Oerdijk 192
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0150.P231-OH01

3.3 Cultuurhistorie en Monumenten

De geschiedenis van het (plan)gebied

Tijdens de laatste ijstijd werd het laaggelegen Sallandse dal bedekt met een laag stuifzand, de zogenaamde dekzandafzettingen. De verschillende soorten zand zorgden ervoor dat de laag niet egaal werd verdeeld, maar dat er hoogteverschillen optraden. Zo ontstond op de lijn Raalte-Okkenbroek een reeks hoge dekzandruggen. Omdat droge gebieden in deze streken schaars waren, waren deze dekzandruggen het eerste geschikt voor menselijke bewoning. Door bemesting werd het land in de loop der eeuwen soms wel een meter opgehoogd. Ongeveer duizend jaar geleden verplaatste de bevolking zich naar de flanken van de dekzandruggen. Zo vinden we het oudste bouwland op deze heuvels, terwijl de boerderijen er rondom heen zijn gelegen. Op en rond de Okkenbroeker enk treffen we dit bijzonder oud cultuurlandschap aan.

Cultuurhistorie

De oudste vermelding van 'de Grote Brander' is van 1399, maar de huidige boerderij werd rond 1675 gebouwd. Op de kadastrale kaart van 1832 is te zien dat de bijgebouwen tussen de boerderij en de Oerdijk staan. Pas in 1840 wordt de varkensschuur aan de andere kant van de boerderij gebouwd.

De boerderij 'de Grote Brander' ligt op een bijzondere plek, aan de rand van de es waar vijf herkenbare wegen/richtingen tezamen komen. De eerst kadastrale kaarten tonen een verbindingsweg tussen 'de Grote Brander' en 'de Groot Oosterhuis-Krieger' in de richting van Okkenbroek. Pas na 1986 verdwijnt deze weg van de kadastrale kaart. Van de weg resteert nu nog de oprijlaan van de boerderij 'de Groot Oosterhuis-Krieger'.

Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het terugbrengen van deze verbindingsweg van grote waarde.

Rijksmonumenten

De rijksmonumentenbeschrijving beschrijft de boerderij, de (varkens)schuur en de pomp. 'De Grote Brander' bestaat uit een boerderij met dwars woonhuis onder een rieten schilddak en een (varkens)stal onder een rieten wolfdak. Het woonhuis heeft een twaalfruits schuifvenster met halve luiken en grote achtruits schuifvensters met luiken behangen. Aan het woonhuis is een ronde aanbouw onder een piramidevormig dak gebouwd. Oorspronkelijke is deze aanbouw bestemd voor de karnmolen. De (varkens)stal onder het rieten wolfdak is evenwijdig aan de boerderij gelegen. Op het erf, aan de voorzijde van de boerderij bevindt zich een pomp.

Het 19e eeuwse bakhuis maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de boerderij en hoewel niet benoemd in de rijksmonumentenbeschrijving wordt geadviseerd het bakhuis te beschouwen als onderdeel van de boerderij met rijksbescherming

Gemeentelijk monumenten

In aanvulling op de rijksmonumentenbeschrijving beschrijft de gemeentelijke monumentenbeschrijving twee op het erf gelegen hooibergen. Volgens de monumentenbeschrijving stonden aan de noordkant van het erf twee hooibergen naast elkaar, een 3-roedige en een 1-roedige hooiberg. Op dit moment is nog slechts 1 hooiberg aanwezig.

Tot in de jaren '50 en '60 stond bij elke boerderij een hooiberg. Daarna verloren ze hun functie en verdwenen langzaam uit het landschap. Inmiddels zijn ze zeldzaam geworden. Behoud en herstel van de hooibergen op het erf is vanuit cultuurhistorisch oogpunt van grote waarde.

Hoewel de wagenschuur, de kapschuur en de koeienstal niet zijn beschermd zijn deze schuren voor het ensemble van grote waarde. Behoud van al deze gebouwen in hun huidige ensemble is cultuurhistorisch eveneens van grote waarde.

Conclusie

Het voorliggende bestemmingsplan behoudt de bestaande bebouwing in haar huidige ensemble en vorm. Daarnaast biedt het bestemmingsplan de mogelijkheid de verdwenen hooiberg terug te bouwen. De overige uitbreidingsmogelijkheden zijn beperkt. Op deze wijze wordt de monumentale en cultuurhistorische waarde van het erf beschermd. Door een nieuwe functie te geven aan het erf en de boerderij kan de bestaande bebouwing op het erf worden hersteld en worden behouden. Dit is van grote waarde, omdat de monumenten anders in verval raken en uiteindelijk verloren zullen gaan. Door functioneel een andere bestemming toe te laten, dan waar de bebouwing oorspronkelijk voor is bedoeld, zullen bouwtechnisch wel veranderingen plaatsvinden. Om te zorgen dat de monumentale waarde van de panden niet te veel wordt aangetast mag zonder monumentenvergunning niet worden verbouwd.