direct naar inhoud van Artikel 5 Centrum - Horecagebied
Plan: Binnenstad
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0150.D111-VG01

Artikel 5 Centrum - Horecagebied

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Centrum - Horecagebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. horecabedrijven ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horecagebied 1', 'specifieke vorm van horeca - horecagebied 3' 'specifieke vorm van horeca - horecagebied 4', 'specifieke vorm van horeca - horecagebied 5', of 'specifieke vorm van horeca - horecagebied 6', waarbij:
    • 1. het aantal horecabedrijven per horecagebied het in Bijlage 4 genoemde maximum aantal niet mag overschrijden;
    • 2. de horecacategorie per horecagebied overeenkomt met de in Bijlage 4 toegestane horecacategorieën;
    • 3. deze functie alleen is toegestaan in de onderbouw en de eerste bouwlaag van een gebouw, maar in de onderbouw alleen ondergeschikte functies zijn toegestaan zoals toiletten, garderobe, keuken;
  • b. woningen al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis conform het gestelde in lid 34.2; waarbij deze functie alleen is toegestaan:
    • 1. in de tweede en hogere bouwlaag van een gebouw;
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'wonen' deze functie ook op de begane grond is toegestaan;
  • c. ambachtelijke bedrijven die in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 2 zijn aangeduid als categorie A of B, waarbij deze functie alleen is toegestaan:
    • 1. in de onderbouw en eerste bouwlaag van een gebouw;
    • 2. indien met toepassing van sublid 5.5.1 onder a met omgevingsvergunning is afgeweken;

  • d. alsmede ter plaatse van de aanduiding:
    • 1. 'cultuur en ontspanning' bestemd voor cultuur en ontspanning;
    • 2. 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - seksbioscoop' bestemd voor seksbioscopen, waarbij deze functie alleen is toegestaan in de onderbouw en eerste bouwlaag van een gebouw;
    • 3. 'detailhandel' bestemd voor detailhandel al dan niet in combinatie met horeca categorie 3b als bedoeld in Bijlage 3 Categorie-indeling Horeca, met uitzondering van perifere detailhandel waarbij:
      • deze functie alleen is toegestaan in de onderbouw en eerste bouwlaag van een gebouw,
      • ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van centrum - 1' deze functie ook in de tweede of hogere bouwlaag is toegestaan '
    • 4. 'dienstverlening' bestemd voor dienstverlening;
    • 5. 'specifieke vorm van dienstverlening - verdieping' bestemd voor dienstverlening waarbij deze functie alleen is toegestaan in de tweede en hogere bouwlaag van een gebouw;
    • 6. 'horeca van categorie 1a' bestemd voor horecabedrijven die in de van deze planregels deel uitmakende Bijlage 3 Categorie-indeling Horeca zijn aangeduid als categorie 1a, 1b, 2a, 2b of 3a, waarbij
      • het aantal horecabedrijven per horecagebied het in Bijlage 4 genoemde maximum aantal niet mag overschrijden;
      • deze functie alleen is toegestaan in de onderbouw en de eerste bouwlaag van een gebouw, maar in de onderbouw alleen ondergeschikte functies zijn toegestaan zoals toiletten, garderobe, keuken;
    • 7. 'horeca van categorie 2a' bestemd voor horecabedrijven die in de van deze planregels deel uitmakende Bijlage 3 Categorie-indeling Horeca zijn aangeduid als categorie 2a, 2b of 3a, waarbij
      • het aantal horecabedrijven per horecagebied het in Bijlage 4 genoemde maximum aantal niet mag overschrijden;
      • deze functie alleen is toegestaan in de onderbouw en de eerste bouwlaag van een gebouw, maar in de onderbouw alleen ondergeschikte functies zijn toegestaan zoals toiletten, garderobe, keuken;
    • 8. 'kantoor' bestemd -voor kantoren;
    • 9. specifieke vorm van kantoor - begane grond' bestemd voor kantoren, waarbij deze functie alleen is toegestaan in de onderbouw en eerste bouwlaag van een gebouw;
    • 10. 'maatschappelijk' bestemd voor maatschappelijke voorzieningen;
    • 11. 'nutsvoorziening' bestemd voor nutsvoorzieningen;
    • 12. praktijkruimte' bestemd voor praktijkruimten ten behoeve van medisch gerelateerde doeleinden en paramedische beroepen;
  • e. (semi)-openbare parkeervoorzieningen en (fietsen)stallingen al dan niet ten behoeve van de bestemmingen als bedoeld onder a, b, c en d waarbij:
    • 1. deze functie niet is toegestaan in de bouwlagen van een gebouw;
    • 2. deze functie niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding ''specifieke vorm van tuin - waardevolle binnentuin', indien geparkeerd wordt op maaiveld;

en de daarbij behorende:

  • f. tuinen, erven en terreinen;
  • g. groenvoorzieningen;
  • h. wegen en paden;
  • i. ontsluitingsvoorzieningen en toegangen.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen
  • a. Op de tot 'Centrum - Horecagebied' bestemde gronden mogen alleen worden gebouwd bouwwerken die ten dienste staan van deze bestemming.
  • b. De waardevolle binnentuin/binnenterrein ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - waardevolle binnentuin' mag niet worden verkleind.
5.2.2 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen mogen alleen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' mag tot een bouwhoogte van ten minste 3 m niet worden gebouwd;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan is aangeduid;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' mogen de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan is aangeduid.
5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1 m bedragen, waarbij de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2 m mag bedragen;
  • b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 2 m bedragen.
5.3 Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Afwijking

Met omgevingsvergunning kan worden afgeweken van:

  • a. sublid 5.2.1 onder b in die zin gebouwen worden gebouwd, mits:
    • 1. de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 20 m² bedraagt;
    • 2. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 4 m bedraagt.
  • a. het bepaalde in sublid 5.2.2 onder a in die zin dat gebouwen in één bouwlaag als uitbreiding van de bestaande bebouwing buiten de ter plaatse aangegeven aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd, mits:
    • 1. de uitbreiding alleen aan de achterzijde plaatsvindt;
    • 2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van waardevolle achtergevels van monumenten en cultuurhistorisch waardevolle panden;
    • 3. de uitbreiding een goed functioneren van de in het pand aanwezige functies niet in de weg staat;
    • 4. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste 4 m bedraagt;
  • b. het bepaalde in sublid 5.2.2 onder a in die zin dat gebouwen in meerdere bouwlagen buiten de ter plaatse aangegeven aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd, mits:
    • 1. de uitbreiding alleen aan de achterzijde plaatsvindt waar reeds sprake is van een gebouw in meerdere bouwlagen;
    • 2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van waardevolle achtergevels van monumenten en cultuurhistorisch waardevolle panden;
    • 3. de uitbreiding bijdraagt aan de mogelijkheid om de hogere bouwla(a)g(en) tot woonruimte in te richten of daartoe bereikbaar te maken;
    • 4. de bouw- en goothoogte van een gebouw ten hoogste de hoogte bedraagt van het gebouw waaraan de uitbreiding plaatsvindt.
5.3.2 Toepassingsvoorwaarden

Het bepaalde in het vorige lid kan slechts worden toegepast, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • a. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de in hoofdstuk 2 en 4 en bijlage 1 van de toelichting aangegeven cultuurhistorische, ruimtelijke en archeologische waarden van het beschermd stadsgezicht;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de milieusituatie;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • f. de parkeersituatie.
5.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor een ander gebruik dan in lid 5.1 is toegestaan, tenzij in de bestaande situatie een ander gebruik aanwezig is, in welk geval de bestaande situatie van toepassing is;
  • b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca categorie 3b als bedoeld in Bijlage 3 Categorie-indeling Horeca, zodanig dat de horecavloeroppervlakte per detailhandelsvestiging meer bedraagt dan 15% van de bedrijfsvloeroppervlakte.
5.5 Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Afwijking

Met omgevingsvergunning kan worden afgeweken:

  • a. als bedoeld in lid 5.1 onder c in die zin dat gebouwen tevens mogen worden gebruikt voor ambachtelijke bedrijven die in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging zijn aangeduid als categorie A of B, waarbij deze functie alleen is toegestaan in de onderbouw en eerste bouwlaag van een gebouw;
  • b. van het bepaalde in lid 5.1 onder c in die zin dat gebouwen tevens worden gebruikt voor ambachtelijke bedrijven anders dan die in de van deze regels deel uitmakende Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging zijn aangeduid als milieucategorie A of B dan wel naar de aard en de invloed daarmee gelijk te stellen ambachtelijke bedrijven, mits:
  • c. van het bepaalde in lid 5.4 onder a in die zin dat de tweede bouwlaag van een gebouw mag worden gebruikt voor de in lid 5.1 onder a genoemde horecabedrijven met dien verstande dat:
    • 1. alleen mag worden afgeweken ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - horecagebied 1'
    • 2. alleen mag worden afgeweken t.b.v. gevestigde horecabedrijven;
    • 3. het aantal horecabedrijven per horecagebied het in Bijlage 4 genoemde maximum aantal niet mag overschrijden;
    • 4. de horecacategorie per horecagebied overeenkomt met de in Bijlage 4 toegestane horecacategorieën;
    • 5. deze bouwla(a)g(en) wat betreft bouwstructuur of constructief gezien onvoldoende mogelijkheden bieden om de woonfunctie te handhaven.
5.5.2 Toetsingscriteria

Van het bepaalde in sublid 5.5.1 kan alleen worden afgeweken, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

  • a. de in hoofdstuk 2 en 4 en bijlage 1 van de toelichting aangegeven cultuurhistorische, ruimtelijke en archeologische waarden van het beschermd stadsgezicht;
  • b. de woonsituatie;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken.