direct naar inhoud van Artikel 11 Verkeer - Railverkeer
Plan: Rivierenwijk en Snippeling
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0150.D110-OH01

Artikel 11 Verkeer - Railverkeer

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het railverkeer;

alsmede voor

  • b. wegen, voet- en rijwielpaden

met de daarbij behorende

  • c. kunstwerken;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. parkeervoorzieningen;
  • f. spoorwegovergangen;
  • g. geluidbeperkende voorzieningen;
  • h. nutsvoorzieningen, uitsluitend indien ontheffing is verleend met toepassing van artikel 11.3.1;
  • i. hellingen, tunnelbakken, tunnels, taluds en soortgelijke voorzieningen;
  • j. watergangen en andere waterpartijen;
  • k. viaducten, bruggen, duikers en faunapassages.
11.2 Bouwregels
11.2.1 Algemeen

Op de tot "Verkeer - Railverkeer" bestemde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken die ten dienste staan van deze bestemming.

11.2.2 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan is aangeduid;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer dan 4 m bedragen.
11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het (rail)verkeer en verlichting mag niet meer dan 8 m bedragen;
  • b. de bouwhoogte van viaducten en bruggen gemeten vanaf de bovenste spoorstaaf mag niet meer dan 6,5 m bedragen;
  • c. de bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen;
  • d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gemeten vanaf de bovenste spoorstaaf mag niet meer dan 15 m bedragen.
11.3 Ontheffing van de bouwregels
11.3.1 Ontheffingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen op basis van het bepaalde in artikel 11.1 onder h en toestaan dat een ondergeschikt gebouw wordt gebouwd ten behoeve van een nutsvoorziening binnen of buiten het bouwvlak, mits:

  • a. de oppervlakte niet meer dan 15 m2 bedraagt;
  • b. de bouwhoogte niet meer dan 4¬†m bedraagt.
11.3.2 Toepassingsvoorwaarden

De in het vorige lid genoemde ontheffing kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • e. de parkeersituatie;
  • f. de sociale veiligheid.
11.3.3 Procedure

Op de voorbereiding van een besluit omtrent een ontheffing is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.