direct naar inhoud van 2.8 Ecologie
Plan: Oosterzee - Gietersebrug
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0082.000500-0004

2.8 Ecologie

In verband met de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 is het noodzakelijk om vooraf te toetsen of ruimtelijke ingrepen en andere activiteiten niet conflicteren met aanwezige beschermde plant- en diersoorten en habitats. Deze wetten kunnen worden gezien als een vertaling van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen tot gevolg hebben dat beschermde soorten in het geding komen. Indien dergelijke soorten aanwezig zijn en door een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling bedreigd worden, moet een ontheffing aangevraagd worden.

Resultaten onderzoek

Door ecologisch adviesbureau EcoGroen is een quickscan (Bijlage 4 Ecologie) basis van een veldbezoek op 15 augustus 2007 en een inventarisatie van bekende verspreidingsgegevens. De consequenties van de beoogde ruimtelijke ingrepen wijzigingsgebied Herenweg 88 op de aanwezige natuurwaarden zijn getoetst aan de Flora- en faunawet (FFW) en vigerend gebiedsgericht natuurbeleid. Voor de uitgebreide documentatie wordt verwezen naar Bijlage 4 Ecologie. Aanvankelijk was het de bedoeling de beoogde uitbreiding aan de westzijde van de kern in onderhavig plan op te nemen. Om die reden bevat de quickscan ook onderzoeksgegevens over die locatie.

Aangetroffen en te verwachten soorten

Uit de natuurtoets komen de volgende zaken naar voren:

  • In beide onderzoekslocaties is de laag beschermde Zwanenbloem aangetroffen. Overige beschermde of bedreigde plantensoorten (Rode Lijst) zijn niet aangetoond of te verwachten. Voor laag beschermde soorten geldt in deze situaties automatisch vrijstelling annex art. 75 van de FFW.
  • Vanwege het ontbreken van bomen met geschikte holten en geschikte bebouwing is de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen op beide locaties uitgesloten. Schade aan de strikt beschermde vleermuizen dient te worden voorkomen. Concreet kan dit bij onderzoekslocatie 1 gerealiseerd worden door rekening te houden met de (eventuele) verlichting van het plangebied (zie paragraaf 3.3).
  • Verspreid in beide onderzoekslocaties zijn vaste verblijfplaatsen van enkele algemeen voorkomende, laag beschermde zoogdiersoorten te verwachten. Er zijn nergens sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een ontheffingsplichtige soort als Steenmarter (FFW Tabel 2).
  • De onderzoekslocaties en directe omgeving zijn van waarde voor diverse broedvogels. Op beide locaties zijn geen ontheffingsplichtige broedvogels te verwachten.
  • Laag beschermde amfibieënsoorten als Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Bastaardkikker en Meerkikker zijn op de onderzoekslocaties aangetroffen c.q. te verwachten.
  • Binnen wijzigingsgebied Herenweg 88 zijn geen beschermde vissen aangetoond of te verwachten.
  • Reptielen en beschermde insecten zijn niet aangetoond of te verwachten op de onderzoekslocaties.

Ontheffing, vrijstelling en mitigerende maatregelen

Wijzigingsgebied Herenweg 88

  • Voor onderzoekslocatie 2 hoeft geen ontheffing annex art. 75 van de FFW te worden aangevraagd.

Algemeen

  • Werkzaamheden die broedbiotopen van alle aanwezige vogels verstoren of beschadigen dienen te allen tijde te worden voorkomen. Dit is voor de meeste soorten mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten in de periode voor 15 maart en na 15 juli.
  • Overigens wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, maar is het van belang of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de in de onderzoekslocaties voorkomende overige beschermde landzoogdieren en algemeen voorkomende amfibieën wordt als belangrijkste mitigerende maatregel fasering in tijd genoemd. Schade is – indien de planning van activiteiten dit toelaat - te minimaliseren door het bouwrijp maken van de locaties zoveel mogelijk uit te voeren in de periode augustus – november, waarbij de maanden september en oktober de voorkeur hebben.

Gebiedsbescherming

Het dichtstbijzijnde beschermde gebied ligt op ongeveer 5 kilometer afstand (IJsselmeergebied), met Oosterzee - Buren en Lemmer als tussenliggende woongebieden. Ten oosten van Delfstrahuizen ligt het richtlijngebied "Rottige Meenthe en Brandemeer". Het plangebied heeft eveneens geen beschermde status als natuurreservaat of natuurgebied in het kader van de Ecologische Hoofdstructuur. Het plangebied grenst wel aan een belangrijke Ecologische Verbindingszone: de Tsjûkemar.

Op basis van de ligging en aard van de ruimtelijke ingrepen is in voornoemd rapport van Ecogroen (Bijlage 4 Ecologie) geconcludeerd dat de ingrepen geen negatieve effecten hebben op de in de omgeving aanwezige habitatrichtlijngebieden, vogelrichtlijngebieden, Beschermde natuurmonumenten, PEHS of belangrijke natuurwaarden buiten de PEHS.

Aanvullend onderzoek jachthaven

In het bestemmingsplan "Oosterzee Sluispad 2005" is uitvoerig ingegaan op de ecologische gevolgen van de inmiddels gerealiseerde jachthaven in de Tjûkemar. In aanvulling op de rapportage die is uitgevoerd in het kader van dat bestemmingsplan is door ecologisch onderzoeksbureau Altenburg & Wijmenga een onderzoek uitgevoerd naar de effecten van uitbreiding van de jachthaven. De resultaten worden hieronder samengevat weergegeven. Bij het lezen van de tekst dient bedacht te worden dat de jachthaven inmiddels is gerealiseerd.

"De effecten van de voorgenomen aanleg van een strekdam en circa 20 extra ligplaatsen zijn gering en leveren daarom naar verwachting weinig problemen op voor de beschermde natuurwaarden in het gebied. De mitigatie van de plannen kan zich het beste richten op de voorgenomen (natuurvriendelijke) oeververbetering, zodat de oost-west-migratie van oevergebonden soorten bevorderd wordt.

Aangezien de wezenlijke waarden van het EHS-gebied niet worden aangetast door deze kleinschalige ingreep is er vanuit het oogpunt van de EHS geen bezwaar tegen de voorgenomen uitbreiding. Het is wel van belang om er in de toekomst voor te waken dat de strekdam alleen aangelegd wordt voor het huidige doel, de bescherming van de huidige haven en dat het niet een initiatiepunt wordt voor nieuwe infrastructurele activiteiten in en rondom de haven.

De uitbreiding van de haven met de strekdam en de ligplaatsen stuit niet op bezwaren in het kader van de ecologische wet- en regelgeving.

Er is geen sprake van nadelige effecten voor de zwaar beschermde soorten vleermuizen, de Waterspitsmuis en de Ringslang. De strekdam is voordelig voor de middelzwaar beschermde Rivierdonderpad vanwege de uitbreiding van diens leefgebied (stortstenen van de strekdam).

Voor het verzachten van effecten wordt een aantal mitigerende maatregelen voorgesteld.

  • De planken 'golfbrekers' op de westelijke steiger dienen na aanleg van de strekdam verwijderd te worden om de passage van oevergebonden fauna niet te belemmeren.
  • De huidige, nieuw aangelegde stortstenen oever ten zuiden van de nieuwe haven dient verder natuurvriendelijk ontwikkeld te worden, zodat deze beter geschikt wordt voor o.a. Ringslang en Waterspitsmuis. Voorgesteld wordt om de oever te voorzien van een begroeiing met Riet.
  • Om verschillende redenen is het van belang dat de zuidelijke punt van de strekdam geen contact krijgt met de oever, zodat de dam verstoken blijft van verstoring door wandelaars, honden e.d. De opening tussen de zuidpunt van de strekdam en de oever is als vaarroute ongeschikt. Een belangrijke mitigerende maatregel is het minder diep maken en de aanplant met Riet en Mattenbies rond deze zuidpunt.
  • Het huidige grasland ten oosten van de nieuwe basaltoever bestaat nu uit oude stortsteen en betonresten. Wanneer ook hier een rietoever gecreëerd wordt, ontstaat een aaneengesloten natuurvriendelijke oever van de haven richting de zuidoostelijke oever, die geschikt is voor Ringslang, Waterspitsmuis en andere oeverbewoners.

In het kader van de openheid van de Tsjûkemar dient de ontwikkeling van bomen en struiken te worden tegengegaan door periodiek beheer (uittrekken jonge scheuten) of door maatregelen tijdens de aanleg."

De voorgestelde mitigerende maatregelen zijn inmiddels uitgevoerd.