direct naar inhoud van 2.6 Milieuhygiënische aspecten
Plan: Oosterzee - Gietersebrug
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0082.000500-0004

2.6 Milieuhygiënische aspecten

Bij de voorbereiding van het onderhavige bestemmingsplan is nagegaan welke bronnen in of nabij het plangebied overlast zouden kunnen veroorzaken, ten opzichte van de in het plangebied aanwezige woningen en/of andere objecten.

In deze milieuparagraaf wordt dan ook aandacht besteed aan:

  • geluidsaspecten (Wet geluidhinder);
  • de relatie (agrarische) bedrijven-woningen;
  • de bodemgesteldheid;
  • en de luchtkwaliteit.
2.6.1 Wet geluidhinder

De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect 'geluid'. In de Wet is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluid-)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. Hinder van industrieterreinen en spoorwegen is bij dit plan niet aan de orde. Hierna wordt dan ook uitsluitend ingegaan op mogelijke hinder van wegverkeer.

Langs wegen geldt van rechtswege een geluidszone, behalve voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. Binnen deze zone dient bij projectie van geluidgevoelige bestemmingen een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd.

In principe geldt voor de Herenweg een onderzoeksplicht aangezien voor deze weg een maximumsnelheid geldt van 50 km/uur binnen de bebouwde kom.

Door BVA Verkeersadviezen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 2 Akoestisch onderzoek). Dit akoestisch onderzoek bevat meer informatie dan voor dit plan relevant. Uit de resultaten van de akoestische berekeningen, voor zover van belang voor dit plan, blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van Lden 48 dB vanwege de Herenweg N924 op twee woningen in het wijzigingsgebied Herenweg 88 wordt overschreden.

Overschrijding van de voorkeursgrenswaarde betekent dat niet zonder meer tot realisering van de ontwikkelingen kan worden overgegaan. Er zullen hier maatregelen getroffen moeten worden. Er zijn daarvoor in principe verschillende mogelijkheden: maatregelen aan de bron, in het overdrachtsgebied, en/of aanpassing van het bestemmingsplan.

Er kan niet zonder meer tot realisering van deze woningen worden overgegaan. Er moet bekeken worden of er maatregelen kunnen worden getroffen om de geluidsbelasting te verlagen.

Maatregelen aan de bron betekent dat omleiden van verkeer of het toepassen van een stillere verhardingssoort. Gezien het belang van de N924 en het gebrek aan alternatieve wegen in de omgeving is de eerste optie nagenoeg onmogelijk. Ook het toepassen van een ander asfalt biedt onvoldoende soelaas, omdat er nog geen geluidsreducerende verhardingen zijn waarmee een geluidsreductie kan worden gehaald om te komen tot de voorkeursgrenswaarde.

Een andere optie is het treffen van maatregelen in het overdrachtsgebied. Hierbij moet worden gedacht aan het afschermen van de bebouwing.

Het realiseren van afschermende voorzieningen zou mogelijk zijn, echter wordt de werking van een geluidscherm sterk verminderd door de aanwezigheid van erftoegangen.

Een derde optie is het aanpassen van het bestemmingsplan. Dit kan bijvoorbeeld door verplaatsing van de huizen op grotere afstand van de Herenweg. Ook is het mogelijk dove gevels toe te passen.

Stedenbouwkundig gezien is het gewenst de gevels in de lijn met de gevels van de andere woningen te zetten. Het plaatsen van de woningen op een grotere afstand van de Herenweg heeft daarom niet de voorkeur. Het toepassen van dove gevels heeft vanuit stedenbouwkundig oogpunt evenmin de voorkeur.

De resterende mogelijkheid is dat voor de woningen een hogere grenswaarde wordt vastgesteld. Dit is in principe mogelijk voor de gevels omdat de maximale ontheffingswaarde van Lden 63 dB voor nieuwbouw binnen de bebouwde kom niet wordt overschreden. De verschillende opties afwegend gaat de voorkeur uit naar het vaststellen van een hogere waarde.

2.6.2 Hinder bedrijven

Bedrijven die in de nabijheid van woningen zijn gesitueerd kunnen voor hinder zorgen. Hier is de Wet milieubeheer het aangewezen instrument om mogelijke vormen van hinder en/of verontreiniging te voorkomen.

Ter bevordering van de coördinatie milieuwetgeving/ruimtelijke ordening wordt ter beoordeling van de aanvaardbaarheid van bedrijven op verschillende afstanden van het (toekomstige) woonmilieu veelal gebruik gemaakt van de VNG-bedrijvenlijst zoals opgenomen in de uitgave "Bedrijven en milieuzonering". De in deze bedrijvenlijst opgenomen bedrijven zijn op basis van milieuaspecten ingedeeld in een categorie. De aspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn kwantitatief beoordeeld, waarbij voor elk van de aspecten de gewenste afstand tot "een rustige woonwijk" is bepaald. Het gaat om de afstand die gewenst is om hinder uit te sluiten of althans tot een aanvaardbaar niveau te beperken.

Rond bedrijven liggen hindercirkels waarvan de minimale afstanden ten opzichte van gevoelige functies (zoals woningen) bepaald worden aan de hand van onder andere het bedrijfstype en de omvang van het bedrijf. Voor het bepalen van de minimale afstanden worden de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" en de "richtlijn Veehouderij en Stankhinder" gebruikt.

Het voorliggende plan is in hoofdzaak een consoliderend plan waarin er van wordt uitgegaan dat elk (agrarisch) bedrijf een milieuvergunning heeft die is afgestemd op de huidige situatie. In de vigerende milieuvergunningen is rekening gehouden met de woningen die binnen de hindercirkels staan.

In de bedrijvenlijst die als bijlage bij de planregels is gevoegd, is een selectie opgenomen van de in de VNG-brochure voorkomende bedrijven en instellingen.

In de directe omgeving bevinden zich twee percelen met een agrarische bestemming ten oosten van het plangebied. De milieuvergunningen van beide bedrijven zijn afgestemd op de dichterbij gelegen bestaande woningen. Er is dan ook geen sprake van invloed op functies in het bestemmingsplangebied.

Wat de overige bedrijven betreft is enkel langs de Herenweg een aantal bedrijfsfuncties aanwezig. Bij de westelijke entree van het dorp zijn een metaalbewerkingsbedrijf, een landbouwmechanisatiebedrijf en een autoherstelinrichting gevestigd. Op het perceel Herenweg 88 is een bedrijf waar diverse bedrijven een ruimte voor opslag benutten. Op Herenweg 90 zit een aannemersbedrijf. Op de hoek Herenweg-Sluispad is café-restaurant "Tjeukemeer" gevestigd.

Met betrekking tot de wijzigingsbevoegdheid voor het perceel aan de Herenweg geldt dat de milieuvergunningen van de nabij gelegen bedrijven zijn afgestemd op de reeds dichterbij gelegen woningen. Er zijn dus geen belemmeringen te verwachten voor de toekomstige ontwikkeling. Deze ontwikkeling bestaat uit het plan om woningen te realiseren met daarachter bedrijfsloodsen. Omdat de loodsen op korte afstand van de nieuwe woningen liggen zijn uitsluitend bedrijven mogelijk in categorie 1 of 2 van de VNG-bedrijvenlijst (zie bijlage bij planregels). De situatie ten aanzien van hinder van bedrijven zal te zijner tijd nader bekeken worden. De vergunning zal worden afgestemd op de omgeving.

Voor het overige plangebied geldt dat het plan slechts betrekking heeft op de bestaande situatie, zodat er geen nadere aandacht aan dit aspect besteed hoeft te worden.

2.6.3 Bodemgesteldheid

Daar in hoofdzaak sprake is van een consoliderend bestemmingsplan is een gericht bodemonderzoek in het kader van het bestemmingsplan niet noodzakelijk. Indien in de toekomst nieuwbouw zal plaatsvinden, bijvoorbeeld na gebruik van de wijzigingsbevoegdheid voor het perceel aan de Herenweg, zal zonodig in het kader van de bouwvergunning een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Binnen het plangebied zijn geen verdachte locaties bekend.

2.6.4 Luchtkwaliteit

Luchtkwaliteit is een belangrijke pijler voor een goede leefomgeving. Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet Milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen.

Op basis van artikel 5.16 Wm kan, samengevat, een bestemmingsplan worden vastgesteld, indien:

  • a. aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet Milieubeheer opgenomen grenswaarde1, of
  • b. aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of
  • c. aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen, of
  • d. het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Van een verslechtering van de luchtkwaliteit "in betekenende mate" als bedoeld onder c is sprake indien zich één van de volgende ontwikkelingen voordoet:

  • woningbouw: 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen;
  • infrastructuur: 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie);
  • kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, 200.000 m2brutovloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen.

Het bestemmingsplan maakt een ontwikkeling voor de bouw van een extra woning en van bedrijfsloodsen mogelijk aan de oostzijde van het dorp. Deze ontwikkeling blijft ver onder de genoemde normering van de ontwikkelingen (ook als de hiervoor genoemde getallen door 3 moeten worden gedeeld), zodat geconcludeerd kan worden dat de luchtkwaliteit niet "in betekenende mate" zal verslechteren. Niettemin is in het kader van het voorontwerpplan een luchtkwaliteitsberekening uitgevoerd. Hierbij is ervan uitgegaan dat de beoogde uitbreiding aan de westzijde van de kern in dit plan zou worden meegenomen. Uit het rapport blijkt het volgende.

Luchtkwaliteitsberekening

De concentraties van NO2 en PM10 voor het huidige jaar 2009 en de toekomstige situatie (2015 en 2020) zijn berekend voor het onderhavige project. Om voor de voorgestane ontwikkeling na te gaan of er overschrijding van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer plaatsvindt, kon gebruik worden gemaakt van de gegevens, die gebruikt zijn bij de rapportage “Woningbouw Oosterzee-Gietersebrug & Oosterzee-Buren, akoestisch onderzoek” met betrekking tot de Herenweg.

De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het CAR II-model versie 8.0.

Voor de overige invoer voor de CAR II-berekeningen wordt verwezen naar Bijlage 3 Berekening Luchtkwaliteit.

In onderstaande tabel zijn de resultaten van de luchtkwaliteitsberekeningen weergegeven.

  Verkeers
intensiteit  
Jaargemiddelde concentratie NO2 in ìg/m3   Jaargemiddelde concentratie PM10 in ìg/m3   Aantal overschrijdingen van 24-uursgemiddelde norm PM10 van 50 ìg/m3  
Grenswaarde     40   40   35  
Herenweg          
2009   3.800   13,5   21,3   3  
2015 (inclusief uitvoering plan)   4.050   10,9   20,5   2
 
2020 (inclusief uitvoering plan)   4.200   8,8   19,3   1
 

Waarden voor PM10 zijn zonder aftrek voor zeezout.

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat zowel de huidige situatie als de toekomstige na realisatie van de plannen niet leidt tot een overschrijding van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer.