direct naar inhoud van Artikel 22 Recreatie - Kampeerterrein
Plan: Dokkum Bûten de Bolwurken
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0058.081005-VA01

Artikel 22 Recreatie - Kampeerterrein

 

22. 1.    Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Recreatie - Kampeerterrein’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    standplaatsen voor kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans;

b.    gebouwen, voorzover ten dienste van een kampeerterrein, ten behoeve van:

1.    sanitaire voorzieningen;

2.    onderhoud en beheer;

3.    dienstverlening;

4.    een kantine;

met de daarbijbehorende:

c.    sport- en speelvoorzieningen;

d.    .parkeervoorzieningen;

e.    nutsvoorzieningen;

f.     groenvoorzieningen;

g.    erven en terreinen;

h.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

22. 2.    Bouwregels

22. 2. 1. Voor de in artikel 22 lid 22.1. sub b genoemde gebouwen gelden de volgende regels:

a.    de gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd;

b.    een gebouw dient te voldoen aan de in het bouwvlak aangegeven maatvoeringseisen.

22. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.    de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1,00 m bedragen;

b.    de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 5,00 m bedragen.

22. 3.    Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats, de afmetingen en de nokrichting van de bebouwing, ten behoeve van:

a.    een goede landschappelijke inpassing;

b.    de milieusituatie;

c.    de sociale veiligheid;

d.    de verkeersveiligheid;

e.    de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

22. 4.    Ontheffing van de bouwregels

22. 4. 1. Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van:

a.    het bepaalde in artikel 22 lid 22.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen (gedeeltelijk) buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:

1.    er sprake is van een incidentele uitbreiding;

2.    uitsluitend ondergeschikte gebouwen geheel buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd;

b.    het bepaalde in artikel 22 lid 22.2.2 sub a en toestaan dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen wordt vergroot tot ten hoogste 5,00 m.

22. 4. 2. De in artikel 22 lid 22.4.1 genoemde ontheffingen kunnen uitsluitend worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

a.    het straat- en bebouwingsbeeld;

b.    de woonsituatie;

c.    milieusituatie;

d.    de verkeersveiligheid;

e.    de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

22. 5.    Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gronden voor meer dan 100 standplaatsen voor kampeermiddelen;

b.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen buiten de periode van 15 maart tot en met 31 oktober;

c.    het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen zonder dat deze op verantwoorde wijze landschappelijk worden ingepast;

d.    het gebruik van de gebouwen voor bewoning.