direct naar inhoud van Artikel 18 Waarde - Beschermd dorpsgezicht Saaksum
Plan: Niehove - Saaksum
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0056.BPNHSA10BEHE1-VA01

Artikel 18 Waarde - Beschermd dorpsgezicht Saaksum

18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht Saaksum' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:

  • het behoud, de bescherming, het herstel en de uitbouw van het beschermd dorpsgezicht Saaksum, zoals is aangewezen bij besluit van 27 september 1991.
  • In geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming gaat het belang van deze dubbelbestemming voor.

De waarden van het beschermd dorpsgezicht komen onder meer tot uitdrukking in:

  • a. de karakteristieke structuur van het dorp, bestaande uit;
    • 1. een tweeledige opbouw met een dicht opeen gebouwde woonbebouwing aan de westzijde en een meer open samenstel van heerden, kerk en onbebouwde percelen aan de oostzijde van de wierde;
    • 2. de situering van de kerk op de kruin van de wierde, met daar omheen een open middengebied;
    • 3. de grotendeels blokvormige perceelsstructuur op het midden van de wierde en de radiale structuur in de ring en de gangen (Grote gang, Kleine Gang en Smidsgang) tussen de woonbebouwing aan de westkant van de wierde;
    • 4. de ringweg (Roodehaansterweg, Eiso Jargesstraat, Noorderstraat, Kerkpad) aan de voet van de wierde;
  • b. doorzichten naar het open landschap, onder andere vanaf de Roodehaansterweg, het begin van de Eiso Jargesstraat en op het punt waar de Heralmastraat en de Noorderstraat bijeenkomen;
  • c. de boomgroepen en bomenrijen die zich op de wierde bevinden.
18.2 Bouwregels

In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) gelden voor het bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak de volgende regels:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nokrichting 1' zal de nokrichting van een gebouw evenwijdig aan de weg lopen;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - nokrichting 2' zak de nokrichting van een gebouw haaks op de weg staan;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' zal een gebouw in de gevellijn worden gebouwd.
18.3 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  • het inrichten van het bestemmingsvlak zodanig dat: wordt afgeweken van het ter plaatse van de aanduiding 'dwarsprofiel' aangegeven dwarsprofiel.
18.4 Afwijken van de gebruiksregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:

  • het bepaalde in lid 18.3 in die zin dat wordt afgeweken van het aangegeven dwarsprofiel.
18.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
18.5.1 Vergunningplicht

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:

  • a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden; .
  • b. het wijzigen van weg- of straatprofielen en/of oppervlakteverhardingen;
  • c. het graven en/of dempen van waterlopen en waterpartijen;
  • d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse energie-, transport- en/of communicatieleidingen;
  • e. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van in de gevellijn gebouwde gebouwen, voorzover niet reeds een omgevingsvergunning op grond van de Monumentenwet 1988 is vereist;
  • f. het geheel of gedeeltelijk verwijderen of wijzigen van bruggen en/of kademuren.
18.5.2 Uitzondering

Het bepaalde in lid 18.5.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, die:

  • a. het normale onderhoud of de normale exploitatie betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het moment van het van kracht worden van het plan;
  • c. reeds op basis van de Monumentenwet 1988 zijn beschermd.
18.5.3 Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de in de toelichting weergegeven cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het gebied.