direct naar inhoud van Bijlagen bij de Regels
Plan: Chw bestemmingsplan Stad Appingedam
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0003.OMGEVINGSPLAN-VG01

Bijlagen bij de Regels

Bijlage 1 Specifieke toetsingscriteria ondergeschikte tweede tak of deeltijdfunctie

Activiteit   Specifieke criteria bij toepassing van de afwijking in artikel 4 Agrarisch - Bedrijf lid 4.5 Afwijken van de gebruiksregels Afwijken van de gebruiksregels onder b  
Verkoop en ambachtelijke bewerking en verwerking van eigen en streekeigen producten   Het gaat hier om producten als jam, sap, zuivel, wijn, ijs, brood e.d. gemaakt van de agrarische producten geteeld in de nabije omgeving. Het mag niet gaan om grootschalige productie. Detailhandel is in beperkte mate mogelijk.
De producten moeten een relatie hebben met het landelijk gebied. De bedrijfsvloeroppervlakte voor de bewerking en verwerking mag maximaal 500 m² bedragen, waarbinnen de verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van de detailhandel maximaal 50 m² mag bedragen. De activiteiten dienen binnen de bestaande gebouwen plaats te vinden.
 
Koelhuizen   Er zijn uitsluitend koelhuizen (waarmee niet een extra geventileerde schuur is bedoeld) toegestaan, die functioneren ten behoeve van het agrarisch bedrijf waarbij het koelhuis wordt geplaatst, waarbij tevens opslag is toegestaan voor meerdere bedrijven binnen een straal van 1 km. Bij grotere omvang van de koeling moeten de koelhuizen op een bedrijventerrein worden gevestigd, omdat het dan zal functioneren voor meerdere bedrijven en de verkeersaantrekkende werking niet aanvaardbaar is in het buitengebied.
De oppervlakte van een koelhuis mag maximaal 200 m² bedragen. Wanneer het koelhuis bedoeld is voor de opslag voor meerdere bedrijven in de directe nabijheid (straal 1 km) en bij verwerking van de agrarische producten mag de oppervlakte maximaal 500 m2 bedragen. De koelruimte dient waar mogelijk binnen bestaande gebouwen gerealiseerd te worden.
 
Zorgfunctie   Het moet gaan om de vestiging van een kleinschalige maatschappelijke zorgfunctie, bijvoorbeeld ten behoeve van resocialisatie, therapie, gehandicapten, en dergelijke. Bij een zorgfunctie moet sprake zijn van een directe relatie tussen het agrarisch bedrijf en de sociale en/of sociaal-medische opvang van personen, in dié zin dat de bewoners behulpzaam zijn bij de agrarische bedrijfsactiviteiten.
 
Agrarische dienstverlenende bedrijvigheid, gebruiksgerichte paardenhouderijen en andere agrarische aanverwante bedrijvigheid   Er moet een relatie zijn met het bijbehorende agrarisch bedrijf. Er mag maximaal 20% van het bouwperceel worden gebruikt ten behoeve van de ondergeschikte tak of deeltijdfunctie. De bedrijvigheid dient ondergebracht te worden in de bestaande gebouwen.
   
Verhuur van fietsen en kano's, en daarmee vergelijkbare kleinschalige recreatieproducten   De bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van de verhuuractiviteiten mag maximaal 200 m² bedragen. De opslag van de fietsen, kano's, en daarmee vergelijkbare kleinschalige recreatieproducten mag niet buiten gebouwen plaatsvinden.
 
Niet-agrarische bedrijvigheid als bedoeld in bijlage 4 onder de categorieën 1 en 2, niet zijnde geluidzoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichten en/of voorwerkbedrijven   De bedrijvigheid wordt ondergebracht in bestaande gebouwen en mag, met uitzondering van de opslagruimtes, geen grotere bedrijfsvloeroppervlakte hebben dan 500 m². Er mag geen opslag van goederen buiten de gebouwen plaatshebben.
 
Opslag van niet-agrarische producten, caravans en boten   Het moet bij de opslag van niet-agrarische producten gaan om een opslag die een relatie heeft met het buitengebied. De opslag is alleen toegestaan op percelen die gelegen zijn aan een doorgaande weg. De opslag moet plaatsvinden binnen de bestaande gebouwen op het bouwperceel. De opslag is niet toegestaan buiten de gebouwen.
 
Kamperen bij de boer   Het kampeerterrein moet op of direct aansluitend op het agrarisch bouwperceel worden gevestigd met een maximale oppervlakte van ten hoogste 4.500 m². Het grootste deel hiervan moet binnen het bouwperceel gelegen zijn. Er mogen ten hoogste 15 kampeermiddelen worden geplaatst in de periode van 15 maart tot 1 november van elk jaar.
 
Appartementen voor recreatieve bewoning   De appartementen worden in de bestaande gebouwen ondergebracht, waarbij gebruik wordt gemaakt van een bestaande entree. De oppervlakte van het permanente woongedeelte van de bedrijfswoning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag niet minder bedragen dan 100 m². De oppervlakte van een appartement mag ten hoogste 50 m² bedragen. De gezamenlijke oppervlakte van de appartementen per bouwperceel mag ten hoogste 200 m² bedragen. Het gezamenlijk aantal slaapplaatsen van alle kamers mag ten hoogste 12 bedragen. In de kamers mogen geen keukenblokken worden aangebracht. De activiteit moet uitgeoefend worden door in ieder geval één van de bewoners van de bedrijfswoning. Het parkeren moet op eigen erf plaatsvinden.
 
Bed and breakfast of pension   De logiesruimte moet in de bedrijfswoning of de daarmee verbonden aangebouwde bijbehorende bouwwerken ondergebracht worden, waarbij gebruik wordt gemaakt van een bestaande entree. Maximaal 30% van het vloeroppervlak van de bedrijfswoning mag worden gebruikt voor de logiesverstrekking. Er mag geen sprake zijn van een milieuvergunningplichtige inrichting. Indien er sprake is van een pension met keuken moet er kunnen worden voldaan aan de richtlijnen in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering en overige milieueisen. Het gebruik moet met het woonkarakter in overeenstemming zijn. Reclame-uitingen mogen in beperkte mate, maar mogen niet storend zijn in de omgeving. Er moeten geen extra parkeervoorzieningen in de openbare ruimte nodig zijn. Parkeren moet zoveel mogelijk op het eigen terrein plaatsvinden. De activiteiten moeten worden ontplooid door de gebruiker van de bedrijfswoning. Horeca mag alleen ten dienste staan van de logiesgasten.
 
Theeschenkerij   De schenkerij moet binnen de bestaande bebouwing gevestigd worden.
Ten behoeve van de theeschenkerij mag een klein buitenterras worden aangelegd. De bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van de theeschenkerij mag maximaal 50 m² bedragen.
 
Boerengolf   Ten behoeve van het boerengolf dienen alle voorzieningen, met uitzondering van de golfbaan zelf, op het bouwperceel ondergebracht te worden. Op het bouwperceel moet voldoende parkeergelegenheid aanwezig zijn. Het boerengolf moet nadrukkelijk aan de natuurlijke waarden worden getoetst, wat mogelijk ertoe kan leiden dat het boerengolf gedurende bepaalde perioden van het jaar in bepaalde gebieden niet mag worden uitgeoefend vanwege aanwezige natuurlijke waarden. Het algemeen belang van de natuurwaarden wordt een zwaarder gewicht toegekend dan het individuele belang van de agrariër die boerengolf als neventak aan het bedrijf toevoegt.
 

 

Bijlage 2 Lijst met beroeps- en bedrijfsactiviteiten aan huis

Uitoefening van (para-)medische beroepen, waaronder:

individuele praktijk voor huisarts, psychiater, psycholoog, fysiotherapie of bewegingsleer, voedingsleer, lichaamsverzorging, mondhygiëne, tandheelkunde, logopedie, dierenarts, alternatieve geneeswijzen enz.

Stoffeerderijbedrijven, waaronder:

(maat)kledingmakerij, kledingverstelbedrijf, meubelstoffeerderij, woningstoffeerderij

Waarbij detailhandel in stoffen en stofferingen in ieder geval is uitgesloten.

Kantoorfunctie voor bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend, zoals:

schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, glazenwasserij, maar ook voor bijvoorbeeld een detail- of groothandelsbedrijf of een aannemersbedrijf

Reparatiebedrijfjes, waaronder:

schoen-/lederwarenreparatiebedrijf, uurwerkreparatiebedrijf, goud- en zilverwerkreparatiebedrijf, reparatie van kleine (elektrische) gebruiksgoederen, reparatie van muziekinstrumenten, computerservice- en informatietechnologiebedrijf enz.

In ieder geval zijn autoreparatiebedrijven uitgezonderd.

Horeca:

logiesverstrekking in de vorm van bed en breakfast (bieden logies- en ontbijtgelegenheid).

Advies- en ontwerpbureaus, waaronder:

reclameontwerp, grafisch ontwerp, tuinontwerp- en advies, (binnenhuis)architect, (steden)bouwkundig ontwerp, juridisch advies, financieel advies, milieukundig advies enz.

(Zakelijke) dienstverlening, waaronder:

notaris, advocaat, accountant, assurantie-/verzekeringsbemiddeling, administratiekantoor, vertaalbureau, exploitatie en handel in onroerende zaken enz.

Overige dienstverlening, waaronder:

Kappersbedrijf en schoonheidssalon (in de vorm van een eenmanszaak zonder personeel), fotograaf, foto- en filmontwikkelbedrijf, enz.

Onderwijs, waaronder:

autorijschool, onderwijs niet in te delen naar specificatie, mits zonder werkplaats of laboratorium

Logiesverstrekking, in de vorm van

bed & breakfast

Bijlage 7 Welstandscriteria

Hoofdstuk 1 Welstandsgebied 1 Oude kern van Appingedam (bijzonder)

Plaatsing

  • a. bebouwing in de rooilijn
  • b. bebouwing langs of dwars op de weg

Hoofdvorm

  • 1 tot 2 bouwlagen met kap

Aanzichten

  • a. de bebouwing heeft per pand een individuele uitstraling
  • b. verticale geleding en gevelindeling
  • c. de detaillering is gevarieerd en fijnschalig en sluit in architectonische zin aan bij de hoofdopzet
  • d. dakkapellen sluiten in architectonische zin aan bij de hoofdopzet

Opmaak

  • a. gevels in metselwerk of stucwerk
  • b. overwegend traditionele kleurstelling
  • c. kleur en materiaal qua helderheid globaal in een middentoon
  • d. reclames domineren de gevels niet
  • e. niet traditionele bouwmaterialen kunnen worden toegepast indien uitstraling, detaillering en kleur aansluit op het gebied en/of de specifieke kwaliteiten van het pand.

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan en hebben een uitstraling gelijkwaardig aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is.

Hoofdstuk 2 Welstandsgebied 2 Stedelijke gebieden aan de rand van de oude kern (Regulier)

Plaatsing

  • niet bouwen voor de rooilijn

Hoofdvorm

  • a. 1 tot 4 bouwlagen met of zonder kap
  • b. wijzigingen minimaal op blok niveau afstemmen

Aanzichten

  • wijzigingen minimaal op blok niveau afstemmen

Opmaak

  • a. steenachtig materiaalgebruik (stedelijke uitstraling)
  • b. materialisering en detaillering op blok niveau gelijkhouden
  • c. reclames domineren de gevels niet.

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen, schuin dak: zonnepanelen of -collectoren op een schuin dak vormen een gesloten vierhoekig vlak en leveren geen onrustiger dakvlak op dan voorheen. De panelen hebben een gelijke hellinghoek als het dakvlak. De collectoren worden zo gepositioneerd dat deze het aanzicht van het gebouw niet aantasten. Minimaal 0.5 m ten opzichte van dakkapellen, dakramen en de woningscheiding vrijhouden. Hou minimaal 1 m ten opzichte van de nok vrij.
  • Zonnepanelen, kap dwars op de straat: minimaal 0,5 meter dakvlak rondom de zonnepanelen (gemeten vanuit de noklengte) vrijhouden; De zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Zonnepanelen, plat dak: zonnepanelen of -collectoren op platte daken zijn toegestaan. Ten opzichte van de dakrand wordt minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen vrijgehouden; zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Groene daken: sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuurbeeld opnieuw vormgegeven. Bij rijwoningen en twee onder een kappers mogen op blokniveau de nok- en gootlijnen worden aangepast.
  • Buitenwandige gevelisolatie: buitenwandige gevelisolatie is bij vrijstaande woningen toegestaan mits uitgevoerd met respect voor het bestaande architectonische beeld. Bij rijwoningen en twee onder een kappers mag op blokniveau de gevel worden aangepast.
  • Windmolens of dergelijke objecten: kleine windmolens tot een maximale ashoogte van 15 m ten opzichte van maaiveld zijn toegestaan in een neutrale kleurstelling. Deze mogen geen hinder (geluid en slagschaduw) voor de omgeving veroorzaken. Dit dient aangetoond te worden met een akoestisch onderzoek en zonnestudie.
    Bij meerdere molens een maximaal aantal van 1 windmolen per 1.200 m2 perceeloppervlakte, vormgeving en materiaal gelijkwaardig en in één lijn geplaatst. Minimaal 5 m achter de voorgevellijn.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen worden aan de zij- of achtergevel geplaatst. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn toegestaan.
  • Energieopslag: bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn toegestaan. Deze hebben een schuine kap. Ze sluiten wat vormgeving en materiaal gebruik aan bij de architectuur stijl van de omgeving en staan achter de gevellijn.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: een nieuw te plaatsen of te vervangen schoorsteen verhoudt zich ten opzichte van het gebouw wat vormgeving en materiaalgebruik betreft.
  • Muren: bij vervanging van muren wordt een gelijkwaardig of hoogwaardiger detailniveau teruggebracht.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.

Hoofdstuk 3 Welstandsgebied 3 Farmsumerweg, Woldweg (Regulier)

Plaatsing

  • a. prominente plaatsing van het hoofdgebouw
  • b. zelfstandige positie van de bouwmassa
  • c. bijbehorende bouwwerken uit beeld geplaatst
  • d. per gebiedje overeenkomstige plaatsing

Hoofdvorm

  • 1 bouwlaag met kap (per cluster overeenkomstig)

Aanzichten

  • a. afwisselende composities en bouwstijlen
  • b. de detaillering is gevarieerd en fijnschalig en sluit in architectonische zin aan bij de hoofdopzet
  • c. per pand een individuele uitstraling

Opmaak

  • a. gevels overwegend in metselwerk
  • b. gevels gevarieerd in kleur.

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen, schuin dak: zonnepanelen of -collectoren op een schuin dak vormen een gesloten vierhoekig vlak en leveren geen onrustiger dakvlak op dan voorheen. De panelen hebben een gelijke hellinghoek als het dakvlak. De collectoren worden zo gepositioneerd dat deze het aanzicht van het gebouw niet aantasten. Minimaal 0.5 m ten opzichte van dakkapellen, dakramen en de woningscheiding vrijhouden. Hou minimaal 1 m ten opzichte van de nok vrij.
  • Zonnepanelen, kap dwars op de straat: minimaal 0,5 meter dakvlak rondom de zonnepanelen (gemeten vanuit de noklengte) vrijhouden; De zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Zonnepanelen, plat dak: zonnepanelen of -collectoren op platte daken zijn toegestaan. Ten opzichte van de dakrand wordt minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen vrijgehouden; zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Groene daken: sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuurbeeld opnieuw vormgegeven. Bij rijwoningen en twee onder een kappers mogen op blokniveau de nok- en gootlijnen worden aangepast.
  • Buitenwandige gevelisolatie: buitenwandige gevelisolatie is bij vrijstaande woningen toegestaan mits uitgevoerd met respect voor het bestaande architectonische beeld. Bij rijwoningen en twee onder een kappers mag op blokniveau de gevel worden aangepast.
  • Windmolens of dergelijke objecten: kleine windmolens tot een maximale ashoogte van 15m t.o.v. maaiveld zijn toegestaan in een neutrale kleurstelling. Deze mogen geen hinder (geluid en slagschaduw) voor de omgeving veroorzaken. Dit dient aangetoond te worden met een akoestisch onderzoek en zonnestudie. Bij meerdere molens een maximaal aantal van 1 windmolen per 1.200 m2 perceeloppervlakte, vormgeving en materiaal gelijkwaardig en in één lijn geplaatst. Minimaal 5m achter de voorgevellijn.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen worden aan de zij- of achtergevel geplaatst. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn toegestaan.
  • Energieopslag: bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn toegestaan. Deze hebben een schuine kap. Ze sluiten wat vormgeving en materiaal gebruik aan bij de architectuur stijl van de omgeving en staan achter de gevellijn.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: een nieuw te plaatsen of te vervangen schoorsteen verhoudt zich ten opzichte van het gebouw wat vormgeving en materiaalgebruik betreft.
  • Muren: bij vervanging van muren wordt een gelijkwaardig of hoogwaardiger detailniveau teruggebracht.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.

Hoofdstuk 4 Welstandsgebied 4 Koningstraat/Noordersingel/Solwerderweg/Delfzijlsterweg, Westersingel/Alberdaweg, Snelgersmastraat/Dijkhuizenweg/Stadsweg, Jukwerderweg, Tjamsweersterweg (Regulier)

Plaatsing

  • a. globaal in de rooilijn
  • b. prominente plaatsing hoofdgebouw
  • c. zelfstandige positie van de bouwmassa

Hoofdvorm

  • 1 bouwlaag met kap, bij centrum tot 3 lagen zonder kap

Aanzichten

  • a. de detaillering is gevarieerd en fijnschalig en sluit in architectonische zin aan bij de hoofdopzet
  • b. afwisselende composities en bouwstijlen
  • c. per pand een individuele uitstraling

Opmaak

  • steenachtig materiaalgebruik.

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen, schuin dak: zonnepanelen of -collectoren op een schuin dak vormen een gesloten vierhoekig vlak en leveren geen onrustiger dakvlak op dan voorheen. De panelen hebben een gelijke hellinghoek als het dakvlak. De collectoren worden zo gepositioneerd dat deze het aanzicht van het gebouw niet aantasten. Minimaal 0.5 m ten opzichte van dakkapellen, dakramen en de woningscheiding vrijhouden. Hou minimaal 1 m ten opzichte van de nok vrij.
  • Zonnepanelen, kap dwars op de straat: minimaal 0,5 meter dakvlak rondom de zonnepanelen (gemeten vanuit de noklengte) vrijhouden; De zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Zonnepanelen, plat dak: zonnepanelen of -collectoren op platte daken zijn toegestaan. Ten opzichte van de dakrand wordt minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen vrijgehouden; zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Groene daken: sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuurbeeld opnieuw vormgegeven. Bij rijwoningen en twee onder een kappers mogen op blokniveau de nok- en gootlijnen worden aangepast.
  • Buitenwandige gevelisolatie: buitenwandige gevelisolatie is bij vrijstaande woningen toegestaan mits uitgevoerd met respect voor het bestaande architectonische beeld. Bij rijwoningen en twee onder een kappers mag op blokniveau de gevel worden aangepast.
  • Windmolens of dergelijke objecten: kleine windmolens tot een maximale ashoogte van 15 m t.o.v. maaiveld zijn toegestaan in een neutrale kleurstelling. Deze mogen geen hinder (geluid en slagschaduw) voor de omgeving veroorzaken. Dit dient aangetoond te worden met een akoestisch onderzoek en zonnestudie. Bij meerdere molens een maximaal aantal van 1 windmolen per 1.200 m2 perceeloppervlakte, vormgeving en materiaal gelijkwaardig en in één lijn geplaatst. Minimaal 5 m achter de voorgevellijn.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen worden aan de zij- of achtergevel geplaatst. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn toegestaan.
  • Energieopslag: bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn toegestaan. Deze hebben een schuine kap. Ze sluiten wat vormgeving en materiaal gebruik aan bij de architectuur stijl van de omgeving en staan achter de gevellijn.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: een nieuw te plaatsen of te vervangen schoorsteen verhoudt zich ten opzichte van het gebouw wat vormgeving en materiaalgebruik betreft.
  • Muren: bij vervanging van muren wordt een gelijkwaardig of hoogwaardiger detailniveau teruggebracht.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.

Hoofdstuk 5 Welstandsgebied 5 Fivelkade, Trekpad (Bijzonder)

Plaatsing

  • a. overeenkomstige plaatsing per cluster
  • b. prominente plaatsing hoofdgebouw
  • c. zelfstandige positie bouwmassa
  • d. zicht op het water in stand houden

Hoofdvorm

  • 1 laag met kap

Aanzichten

  • a. de sobere detaillering is gevarieerd en fijnschalig en sluit in architectonische zin aan bij de hoofdopzet
  • b. de bebouwing heeft per pand een individuele uitstraling

Opmaak

  • a. steenachtig materiaalgebruik
  • b. overwegend traditionele kleurstelling
  • c. kleur en materiaalgebruik qua helderheid globaal in een middentoon.

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan mits deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of een gelijkwaardige uitstraling hebben aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen zijn niet toegestaan. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn wel toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.

Hoofdstuk 6 Welstandsgebied 6 Vooroorlogse uitbreidingen (Regulier)

Plaatsing

  • a. bebouwing in de rooilijn
  • b. hoofdgebouw prominent
  • c. bijbehorende bouwwerken uit beeld of in stijl met het hoofdgebouw

Hoofdvorm

  • arbeiderswoningen: wijzigingen minimaal op blok niveau afstemmen

Aanzichten

  • a. burgerwoningen en villa-achtige bebouwing: gevarieerde gevelcompositie, per pand een individuele uitstraling
  • b. arbeiderswoningen: wijzigingen minimaal op blok niveau afstemmen
  • c. fijnschalige detaillering die de hoofdvorm onder steunt

Opmaak

  • a. materialisering overwegend in metselwerk
  • b. kleurstelling afstemmen op buurtniveau.

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen, schuin dak: zonnepanelen of -collectoren op een schuin dak vormen een gesloten vierhoekig vlak en leveren geen onrustiger dakvlak op dan voorheen. De panelen hebben een gelijke hellinghoek als het dakvlak. De collectoren worden zo gepositioneerd dat deze het aanzicht van het gebouw niet aantasten. Minimaal 0.5 m ten opzichte van dakkapellen, dakramen en de woningscheiding vrijhouden. Hou minimaal 1 m ten opzichte van de nok vrij.
  • Zonnepanelen, kap dwars op de straat: minimaal 0,5 meter dakvlak rondom de zonnepanelen (gemeten vanuit de noklengte) vrijhouden; De zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Zonnepanelen, plat dak: zonnepanelen of -collectoren op platte daken zijn toegestaan. Ten opzichte van de dakrand wordt minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen vrijgehouden; zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Groene daken: sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuurbeeld opnieuw vormgegeven. Bij rijwoningen en twee onder een kappers mogen op blokniveau de nok- en gootlijnen worden aangepast.
  • Buitenwandige gevelisolatie: buitenwandige gevelisolatie is bij vrijstaande woningen toegestaan mits uitgevoerd met respect voor het bestaande architectonische beeld. Bij rijwoningen en twee onder een kappers mag op blokniveau de gevel worden aangepast.
  • Windmolens of dergelijke objecten: kleine windmolens tot een maximale ashoogte van 15m t.o.v. maaiveld zijn toegestaan in een neutrale kleurstelling. Deze mogen geen hinder (geluid en slagschaduw) voor de omgeving veroorzaken. Dit dient aangetoond te worden met een akoestisch onderzoek en zonnestudie. Bij meerdere molens een maximaal aantal van 1 windmolen per 1.200 m2 perceeloppervlakte, vormgeving en materiaal gelijkwaardig en in één lijn geplaatst. Minimaal 5m achter de voorgevellijn.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen worden aan de zij- of achtergevel geplaatst. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn toegestaan.
  • Energieopslag: bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn toegestaan. Deze hebben een schuine kap. Ze sluiten wat vormgeving en materiaal gebruik aan bij de architectuur stijl van de omgeving en staan achter de gevellijn.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: een nieuw te plaatsen of te vervangen schoorsteen verhoudt zich ten opzichte van het gebouw wat vormgeving en materiaalgebruik betreft.
  • Muren: bij vervanging van muren wordt een gelijkwaardig of hoogwaardiger detailniveau teruggebracht.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.

Hoofdstuk 7 Welstandsgebied 7 Wijken/Buurten uit de 2e helft van de vorige eeuw tot heden (Regulier)

Plaatsing

  • bestaande zonering hoofd-bijbehorend bouwwerk en groen handhaven

Hoofdvorm

  • a. bestaande geleding van hoofd- en bijbehorend bouwwerken respecteren
  • b. wijzigingen minimaal op blok niveau ontwikkelen
  • a. bijbehorend bouwwerken grenzend aan openbaar gebied in stijl van het hoofdgebouw.

Aanzichten

  • wijzigingen minimaal op blok niveau afstemmen

Opmaak

  • per blok afstemmen.

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen, schuin dak: zonnepanelen of -collectoren op een schuin dak vormen een gesloten vierhoekig vlak en leveren geen onrustiger dakvlak op dan voorheen. De panelen hebben een gelijke hellinghoek als het dakvlak. De collectoren worden zo gepositioneerd dat deze het aanzicht van het gebouw niet aantasten. Minimaal 0.5 m ten opzichte van dakkapellen, dakramen en de woningscheiding vrijhouden. Hou minimaal 1 m ten opzichte van de nok vrij.
  • Zonnepanelen, kap dwars op de straat: minimaal 0,5 meter dakvlak rondom de zonnepanelen (gemeten vanuit de noklengte) vrijhouden; De zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Zonnepanelen, plat dak: zonnepanelen of -collectoren op platte daken zijn toegestaan. Ten opzichte van de dakrand wordt minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen vrijgehouden; zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Groene daken: sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuurbeeld opnieuw vormgegeven. Bij rijwoningen en twee onder een kappers mogen op blokniveau de nok- en gootlijnen worden aangepast.
  • Buitenwandige gevelisolatie: buitenwandige gevelisolatie is bij vrijstaande woningen toegestaan mits uitgevoerd met respect voor het bestaande architectonische beeld. Bij rijwoningen en twee onder een kappers mag op blokniveau de gevel worden aangepast.
  • Windmolens of dergelijke objecten: kleine windmolens tot een maximale ashoogte van 15m t.o.v. maaiveld zijn toegestaan in een neutrale kleurstelling. Deze mogen geen hinder (geluid en slagschaduw) voor de omgeving veroorzaken. Dit dient aangetoond te worden met een akoestisch onderzoek en zonnestudie. Bij meerdere molens een maximaal aantal van 1 windmolen per 1.200 m2 perceeloppervlakte, vormgeving en materiaal gelijkwaardig en in één lijn geplaatst. Minimaal 5m achter de voorgevellijn.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen worden aan de zij- of achtergevel geplaatst. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn toegestaan.
  • Energieopslag: bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn toegestaan. Deze hebben een schuine kap. Ze sluiten wat vormgeving en materiaal gebruik aan bij de architectuur stijl van de omgeving en staan achter de gevellijn.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: een nieuw te plaatsen of te vervangen schoorsteen verhoudt zich ten opzichte van het gebouw wat vormgeving en materiaalgebruik betreft.
  • Muren: bij vervanging van muren wordt een gelijkwaardig of hoogwaardiger detailniveau teruggebracht.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.

Hoofdstuk 8 Welstandsgebied 8 De Wierde (Bijzonder)

Plaatsing

  • a. bebouwing in de rooilijn
  • b. prominente plaatsing hoofdgebouw

Hoofdvorm

  • 1 bouwlaag met kap

Aanzichten

  • a. verticale gevelindeling
  • b. de detaillering dient sober maar zorgvuldig te zijn
  • c. per pand een individuele uitstraling

Opmaak

  • a. steenachtig materiaalgebruik
  • b. kleur en materiaal qua helderheid globaal in een middentoon.

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan mits deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of een gelijkwaardige uitstraling hebben aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen zijn niet toegestaan. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn wel toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.

Hoofdstuk 9 Welstandsgebied 9 Opwierde (Bijzonder)

Plaatsing

  • a. waar dat aan de orde is dient de relatie met het omringende landschap gehandhaafd te blijven
  • b. hoofdgebouw prominent
  • c. hoge mate van transparantie tussen de bebouwing

Hoofdvorm

  • a. 1 bouwlaag met kap
  • b. bijbehorend bouwwerk ondergeschikt aan woonhuis

Aanzichten

  • a. verticale gevelindeling
  • b. de detaillering dient sober maar zorgvuldig te zijn
  • c. per pand een individuele uitstraling

Opmaak

  • a. steenachtig materiaalgebruik
  • b. kleur en materiaal qua helderheid globaal in een middentoon.

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan mits deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of een gelijkwaardige uitstraling hebben aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen zijn niet toegestaan. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn wel toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.

Hoofdstuk 10 Welstandsgebied 10 Solwerd (Bijzonder)

Plaatsing

  • a. prominente plaatsing hoofdgebouw op ruime afstand van de weg
  • b. bijbehorend bouwwerk in beeld
  • c. gevarieerde positie in het landschap
  • d. op ruime (ingeplante) terreinen
  • e. hoofdvorm huis en schuur schuin op de wegrichting

Hoofdvorm

  • a. 1 bouwlaag met forse kap, bijbehorende bouwwerken met forse kap
  • b. rechthoekige grondvorm met verbreding naar achteren conform boerderijtype met voorhuis

Aanzichten

  • a. verticale gevelindeling
  • b. fijnschalige details voor goten en daklijsten

Opmaak

  • a. gevels in steenachtige materialen
  • b. kleur en materiaal qua helderheid globaal in een middentoon.

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan mits deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of een gelijkwaardige uitstraling hebben aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen zijn niet toegestaan. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn wel toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.

Hoofdstuk 11 Welstandsgebied 11 Bedrijventerreinen (Soepel)

Plaatsing

  • a. bebouwing in de rooilijn
  • b. opslag op een afgeschermd deel van het terrein
  • c. voorterrein zorgvuldig inrichten met aandacht voor parkeren

Hoofdvorm

  • a. neutrale hoofdvorm
  • b. gebouwtypen per gebied overeenkomstig

Aanzichten

  • a. representatieve gevels naar het openbaar gebied gericht
  • b. kantoor/entree in de representatieve gevel
  • c. reclame is geïntegreerd in de gevels zonder te overheersen

Opmaak

  • a. geen grote witte kleurvlakken (in het bijzonder voor grootschalige bebouwing)
  • b. hoofdzakelijk neutrale kleurstelling.

Duurzaamheid

  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: warmtepompen of overige losse installaties aan de voorzijde van het gebouw zijn niet zichtbaar of geïntegreerd in het ontwerp.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen, schuin dak: zonnepanelen of -collectoren op een schuin dak vormen een gesloten vierhoekig vlak en levert geen onrustiger dakvlak op dan voorheen. De panelen hebben een gelijke hellinghoek als het dakvlak. Indien er voldoende dakvlak is, wordt de collector zoveel mogelijk richting achtergevel/goot, en horizontaal in het midden, gepositioneerd. Minimaal 0.5 m ten opzichte van dakkapellen, dakramen en de woningscheiding vrijhouden. Hou minimaal 1 m ten opzichte van de nok vrij.
  • Zonnepanelen, kap dwars op de straat: minimaal 0,5 meter dakvlak rondom de zonnepanelen (gemeten vanuit de noklengte) vrijhouden; De zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Zonnepanelen, plat dak: zonnepanelen of -collectoren op platte daken zijn toegestaan. Ten opzichte van de dakrand wordt minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen vrijgehouden; zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Groene daken: sedumdaken zijn toegestaan.
  • Dakisolatie: is toegestaan
  • Buitenwandige gevelisolatie: is toegestaan.
  • Windmolens: kleine windmolens tot een maximale ashoogte van 15m ten opzichte van maaiveld zijn toegestaan. Deze mogen echter geen hinder (geluid en slagschaduw) voor de omgeving veroorzaken. Dit dient aangetoond te worden met een akoestisch onderzoek en zonnestudie.
    Bij meerdere molens vormgeving en materiaal gelijkwaardig en in één lijn geplaatst. Minimaal 5m achter de voorgevellijn.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen worden aan de zij- of achtergevel geplaatst. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn toegestaan.
  • Energieopslag: bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn toegestaan. Ze sluiten wat vormgeving en materiaal gebruik aan bij de architectuur stijl van de omgeving en staan achter de gevellijn.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: bij vervanging van schoorstenen is een afwijkende vormgeving toegestaan.
  • Muren: bij vervanging van muren is toegestaan af te wijken van de originele vormgeving en het materiaalgebruik.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.

Hoofdstuk 12 Welstandsgebied 12 Agrarische gebieden (Regulier)

Plaatsing

  • a. de beeldbepalende eenheid varieert (óf een enkel vrijstaand pand met een individueel karakter óf een boerderij bestaande uit woondeel en bedrijfsgebouwen die met elkaar verbonden zijn)
  • b. bijbehorende bouwwerken en bedrijfsgebouwen moeten zich binnen de clusterstructuur
    van het erf schikken
  • c. waar dat aan de orde is, dient het doorzicht naar het achterliggende landschap gehandhaafd te blijven
  • d. waar aanwezig dient de kleinschalige structuur te worden gehandhaafd
  • e. waar strakke rooilijnen aanwezig zijn, moeten deze gehandhaafd worden
  • f. plaatsing van bebouwing dient gerelateerd te zijn aan de verkavelingsrichting
  • g. nieuwe bedrijfsgebouwen dienen zich achter het woonhuis te bevinden

Hoofdvorm

  • a. één laag met kap
  • b. bijbehorende bouwwerken die worden toegevoegd dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw
  • c. er dient een afstemming in kapvorm en -helling nagestreefd te worden per boerderij

Aanzichten en opmaak gebouw

  • a. aanpassingen en veranderingen aan het hoofdgebouw dienen het karakter van het gebouw en de architectuur te respecteren
  • b. er dienen gebiedseigen materialen en kleuren te worden gebruikt; hout (voor gevel, kozijnen en deuren), metselwerk en dakpannen en aardetinten (voor het metselwerk), wit, donkergroen en okergeel (voor het houtwerk)
  • c. gevels van woonhuizen aan de openbare straat dienen een open karakter te hebben
  • d. gevels van woonhuizen dienen verticaal geleed te zijn
  • e. het gebruik van plaatmateriaal als gevelbekleding is niet toegestaan, behalve bij bedrijfsgebouwen
  • f. lichte kleuren, zoals witte en lichtgele steen, zijn niet toegestaan als gevelmateriaal
  • g. de detaillering dient in overeenstemming te zijn met de karakteristieken van het landelijk gebied (schuren e.d.)
  • h. mestsilo’s dienen te worden uitgevoerd in de kleuren donkergroen of zwart, het dekzeil heeft bij voorkeur dezelfde kleur
  • i. onbehandeld beton is niet toegestaan voor mestsilo’s
  • j. voor het spanzeil van de mestsilo worden bij voorkeur gedekte kleuren gebruikt
  • k. de afmetingen van de detaillering van nieuwe dakgoten, boeidelen en daklijsten dient gerelateerd te zijn aan het pand
  • l. erf met een sterk geclusterde bebouwing daarop
  • m. de nokrichting dient óf haaks op, óf parallel aan de straat, en waar van toepassing evenwijdig aan de zijdelingse perceelsgrenzen
  • n. witte steen als hoofddrager is niet toegestaan.

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen, schuin dak: zonnepanelen of -collectoren op een schuin dak vormen een gesloten vierhoekig vlak en leveren geen onrustiger dakvlak op dan voorheen. De panelen hebben een gelijke hellinghoek als het dakvlak. De collectoren worden zo gepositioneerd dat deze het aanzicht van het gebouw niet aantasten. Minimaal 0.5 m ten opzichte van dakkapellen, dakramen en de woningscheiding vrijhouden. Hou minimaal 1 m ten opzichte van de nok vrij.
  • Zonnepanelen, kap dwars op de straat: minimaal 0,5 meter dakvlak rondom de zonnepanelen (gemeten vanuit de noklengte) vrijhouden; De zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Zonnepanelen, plat dak: zonnepanelen of -collectoren op platte daken zijn toegestaan. Ten opzichte van de dakrand wordt minimaal 1,5 keer de hoogte van de panelen vrijgehouden; zonnepanelen worden vanaf de achterzijde geordend.
  • Groene daken: sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuurbeeld opnieuw vormgegeven. Bij rijwoningen en twee onder een kappers mogen op blokniveau de nok- en gootlijnen worden aangepast.
  • Buitenwandige gevelisolatie: buitenwandige gevelisolatie is bij vrijstaande woningen toegestaan mits uitgevoerd met respect voor het bestaande architectonische beeld. Bij rijwoningen en twee onder een kappers mag op blokniveau de gevel worden aangepast.
  • Windmolens of dergelijke objecten: kleine windmolens tot een maximale ashoogte van 15 m t.o.v. maaiveld zijn toegestaan in een neutrale kleurstelling. Deze mogen geen hinder (geluid en slagschaduw) voor de omgeving veroorzaken. Dit dient aangetoond te worden met een akoestisch onderzoek en zonnestudie. Bij meerdere molens een maximaal aantal van 1 windmolen per 1.200 m2 perceeloppervlakte, vormgeving en materiaal gelijkwaardig en in één lijn geplaatst. Minimaal 5 m achter de voorgevellijn.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen worden aan de zij- of achtergevel geplaatst. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn toegestaan.
  • Energieopslag: bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn toegestaan. Deze hebben een schuine kap. Ze sluiten wat vormgeving en materiaal gebruik aan bij de architectuur stijl van de omgeving en staan achter de gevellijn.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: een nieuw te plaatsen of te vervangen schoorsteen verhoudt zich ten opzichte van het gebouw wat vormgeving en materiaalgebruik betreft.
  • Muren: bij vervanging van muren wordt een gelijkwaardig of hoogwaardiger detailniveau teruggebracht.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.

Hoofdstuk 13 Welstandscriteria woonschepen

Criteria woonboten

  • Algemeen: drijvende bouwwerken dienen ondergeschikt te zijn aan de waterrijke omgeving en te passen in de maat en schaal van de omgeving. Veranderingen worden op een samenhangende en logische wijze ingepast in het ontwerp. Onderdelen behorende bij de drijvende bouwwerken (zoals loopplanken, trapjes, hekjes, en degelijke) worden in stijl van het drijvende bouwwerk uitgevoerd.
  • Schip: schepen zijn gebouwd en geschikt om mee te varen. De oorspronkelijke schaal en maatverhoudingen blijven bij aanpassingen behouden. De relatie tussen de romp (eventueel casco) en opbouw van belang. De scheepsbouwkundige uitwerking, detaillering en het kleurgebruik zijn zorgvuldig, evenwichtig en passen bij het type boot.
  • Vaartuig: vaartuigen hebben een romp die geschikt is om te varen. De vormgeving is alzijdig en symmetrisch over de lengte as. De opbouw overschrijdt de afmeting van het casco niet. Daken zijn plat, licht gebogen of licht hellend. Het kleurgebruik is terughoudend.
  • Ark en Waterwoning: de vormgeving is alzijdig en verzorgd, de hoofdvorm is in beginsel rechthoekig. De opbouw overschrijdt de afmeting van het casco niet met uitzondering van een zeembalkon van maximaal 0.6 m. Daken zijn plat, licht gebogen of licht hellend. Het kleurgebruik is terughoudend.
  • Maatvoering Damsterdiep: voorwaarde is dat de ruimte tussen de woonboot en aangrenzende woonboot aan iedere zijde ten minste 5 m is. Bestaande tussenruimtes mogen nooit kleiner worden.
  • Maatvoering Groeve noord: voorwaarde is dat de ruimte tussen de woonboot en aangrenzende woonboot aan iedere zijde ten minste 5 m is. Bestaande tussenruimtes mogen nooit kleiner worden.
  • Bijbehorende bebouwing: bebouwing op de oever is ondergeschikt aan de bebouwing op het water en de omgeving. Bijbehorende bebouwing wordt geplaatst ter hoogte van de woonboot zodat doorzichten worden behouden. De erfafscheiding is groen. Denk hierbij aan een haag of begroeide schuttingdelen.

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Groene daken: sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen respecteren de bestaande architectonische eenheid. De zonnepanelen of -collectoren vormen een gesloten vierhoekig vlak. Bij schepen worden ze op het dak van stuurhut of ruim aangebracht, bij vaartuigen en arken op een dak. Zonnepanelen blijven binnen het dakvlak.

Hoofdstuk 14 Welstandscriteria karakteristieke gebieden en karakteristieke panden

14.1 Karakteristiek gebied 1

Valt binnen welstandsgebied 6 VOOROORLOGSE UITBREIDINGEN

Hoekwoningen Schoolstraat, burgerwoningen, 1939

Plaatsing

  • Bebouwing staat op enige afstand van de weg
  • Voor en achtertuin
  • Huidige rooilijn aanhouden
  • Gebouwen onderscheiden zich van de omgeving door middel van oriëntatie (noord) of dakvorm(zuid)

Hoofdvorm

  • Vrijstaande woning
  • 1 laag met kap
  • Zadeldak (noordhoek) / Wolfs-mansarde dak (zuidhoek)
  • bijbehorend bouwwerken uit beeld of in stijl met het hoofdgebouw

Aanzicht

  • Per pand een andere gevelcompositie
  • Sobere detaillering

Opmaak

  • Materialisering in metselwerk
  • Onderste 0.5 tot 0.8 m van de gevel is donkerder wat kleur betreft

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan mits deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of een gelijkwaardige uitstraling hebben aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen zijn niet toegestaan. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn wel toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.
14.2 Karakteristiek gebied 2

Valt binnen welstandsgebied 6 VOOROORLOGSE UITBREIDINGEN

Schoolstraat, arbeiderswoningen, 1938

Plaatsing

  • Bebouwing staat aan de weg of heeft kleine voortuin
  • Zuidzijde straat heeft een kleine voortuin, noordzijde straat woningen direct aan rijweg

Hoofdvorm

  • Rijwoningen aan zuidzijde straat, Noordzijde straat divers (vrijstaand, twee onder een kap, Rijwoningen)
  • 1 laag met kap
  • Zadeldak
  • bijbehorend bouwwerken uit beeld

Aanzicht

  • Uniforme uitstraling zuidzijde straat, noordzijde gevarieerde gevelcompositie
  • Sobere detaillering

Opmaak

  • Materialisering in metselwerk
  • Onderste 0.2 tot 0.5 m van de gevel is donkerder wat kleur betreft

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan mits deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of een gelijkwaardige uitstraling hebben aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen zijn niet toegestaan. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn wel toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.
14.3 Karakteristiek gebied 3

Valt binnen welstandsgebied 6 VOOROORLOGSE UITBREIDINGEN

Westerkade, arbeiderswoningen, 1927-1930, enkele woning naoorlogs.

Plaatsing

  • Bebouwing staat aan de weg of heeft kleine voortuin
  • Rooilijnen grotendeels parallel met bocht van Nieuwe Damsterdiep

Hoofdvorm

  • Vrijstaand, twee/drie onder een kap, rijwoningen
  • 1 laag met kap
  • Zadeldak, steekdak, nokrichting variabel
  • bijbehorend bouwwerken uit beeld

Aanzicht

  • Uniforme uitstraling per blok
  • Sobere detaillering

Opmaak

  • Materialisering in metselwerk
  • Onderste 0.5 tot 1 m van de gevel is donkerder wat kleur betreft

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan mits deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of een gelijkwaardige uitstraling hebben aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen zijn niet toegestaan. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn wel toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.
14.4 Karakteristiek gebied 4

Valt binnen welstandsgebied 6 VOOROORLOGSE UITBREIDINGEN

Scharreweersterweg (1924), Prins Hendrikstraat (1920), burgerwoningen

Plaatsing

  • Bebouwing staat op enige afstand van de weg
  • Bebouwing staat op rooilijn
  • Voor en achtertuin

Hoofdvorm

  • 2^kap
  • Afgeknot schilddak (Scharreweersterweg), zadeldak / schilddak / steekdak (Prins Hendrikstraat)
  • bijbehorend bouwwerken uit beeld of in stijl met het hoofdgebouw

Aanzicht

  • Uniforme uitstraling / seriematige karakter:
    • 1. dakkapellen sluiten in architectonische zin aan bij de hoofdopzet
    • 2. schoorstenen onderdeel van architectonische opzet (Scharreweersterweg)
  • Fijnschalige detaillering bij Scharreweersterweg, sober bij Prins Hendrikstraat

Opmaak

  • Materialisering in metselwerk

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan mits deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of een gelijkwaardige uitstraling hebben aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen zijn niet toegestaan. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn wel toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.
14.5 Karakteristiek gebied 5

Valt binnen welstandsgebied 7 WIJKEN/BUURTEN UIT DE 2de HELFT VAN DE VORIGE EEUW TOT HEDEN, Heiliggravenweg, 1964

Plaatsing

  • Bebouwing staat op enige afstand van de weg
  • Voor en achtertuin
  • Rooilijn: iedere rij heeft eigen rooilijn

Hoofdvorm

  • Rijwoningen, twee lagen
  • Plat dak, hoek met lessenaar dak
  • bijbehorend bouwwerken uit beeld of in stijl met het hoofdgebouw

Aanzicht

  • Uniforme uitstraling / seriematige karakter:
    • 1. Erkers & balkons onderdeel van de architectonische hoofdopzet
    • 2. schoorstenen onderdeel van architectonische opzet
  • Fijnschalige detaillering

Opmaak

  • Materialisering in metselwerk

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan mits deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of een gelijkwaardige uitstraling hebben aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen zijn niet toegestaan. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn wel toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.
14.6 Karakteristiek gebied 6

Valt binnen welstandsgebied 6 VOOROORLOGSE UITBREIDINGEN

Harmoniestraat, arbeiderswoningen, 1901 - 1947

Plaatsing

  • Bebouwing staat aan de weg
  • Bebouwing per blok afwisselende rooilijn
  • Wisselende rooilijn

Hoofdvorm

  • Vrijstaand, rijwoningen
  • 1 tot 1.5 laag met kap
  • bijbehorend bouwwerken uit beeld
  • Kapvorm divers: plat dak; zadeldak; steekdak; mansardedak

Aanzicht

  • Iedere gebouw/rij heeft eigen uitstraling
  • Fijnschalige detaillering

Opmaak

  • Materialisering in metselwerk

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan mits deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of een gelijkwaardige uitstraling hebben aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen zijn niet toegestaan. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn wel toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.
14.7 Karakteristiek gebied 7

Valt binnen welstandsgebied WIJKEN/BUURTEN UIT DE 2de HELFT VAN DE VORIGE EEUW TOT HEDEN, Harm Kuperstraat; Wieger van den Bosstraat, burgerwoning

Vlak na WO2 gerealiseerd (1948)

Plaatsing

  • Bebouwing op enige afstand van de weg, ruime voortuinen
  • Bebouwing in de rooilijn

Hoofdvorm

  • Twee onder een kappers
  • Twee lagen + kap
  • bijbehorend bouwwerken uit beeld of in stijl met het hoofdgebouw
  • Wijzigingen op gebied niveau ontwikkelen

Aanzichten

  • Handhaven van seriematige karakter:
    • 1. entrees naar straatzijde respecteren
    • 2. kleine balkons aan voorzijde
    • 3. schoorstenen onderdeel van architectonische opzet
  • Geen dakkapellen aan voorzijde
  • Uniforme uitstraling en gevelcompositie
  • Fijnschalige detaillering

Opmaak

  • Materialisering overwegend in metselwerk
  • Kozijnen en draaiende delen wit; deuren afwijkende kleur

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan mits deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of een gelijkwaardige uitstraling hebben aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen zijn niet toegestaan. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn wel toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.
14.8 Karakteristiek gebied 8

Valt binnen het welstandsgebied 12 AGRARISCHE GEBIEDEN

1900-1920

Quote uit welstandsnota:

“De agrarische gebiedjes, gelegen aan de zuidzijde van de Kanaalweg en aan de noordzijde tussen het spoor en de N360, vallen onder het welstandsregime van gebied C3 Wierdenlandschap Appingedam-Delfzijl van de regionale welstandsnota.“

De criteria uit de regionale welstandsnota worden overgenomen:

Blz 47-50 regionale Nota = omschrijving

Blz. 50, 51 regionale Nota = criteria

14.9 Karakteristiek gebied 9

Valt binnen welstandsgebied 6 VOOROORLOGSE UITBREIDINGEN

Pelikaanstraat, arbeiderswoningen, 1910

Plaatsing

  • Bebouwing staat direct aan de weg
  • Gebouwen volgen de rooilijn

Hoofdvorm

  • Rijwoningen, twee onder een kappers
  • 1 laag met kap
  • Diverse dakvormen
  • bijbehorend bouwwerken uit beeld of in stijl met het hoofdgebouw

Aanzicht

  • Gevarieerde gevelcompositie per gebouw
  • Fijnschalige detaillering

Opmaak

  • Materialisering in metselwerk

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan mits deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of een gelijkwaardige uitstraling hebben aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen zijn niet toegestaan. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn wel toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.
14.10 Karakteristieke panden

Buiten de aangegeven karakteristieke gebieden zijn er individuele panden die voor de identiteit van Appingedam van belang zijn. Aanpassingen aan deze panden dienen met grote zorgvuldigheid en respect voor de originele architectuurstijl plaats te vinden.

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - karakteristieke panden' gelden de volgende criteria.

Algemeen

  • aanpassingen dienen met grote zorgvuldigheid en respect voor de originele architectuurstijl plaats te vinden.

Duurzaamheid

  • Algemeen: duurzame ingrepen vinden plaats met respect voor het bestaande en staan regulier onderhoud niet in de weg.
  • Materiaal: gebruik duurzaam materiaal. Denk hierbij aan invloed van de levensduur, de productie, het vervoer en de verwerking op de totale duurzaamheid.
  • Kozijn: een nieuw of aangepast kozijn past bij het karakter van het gebouw en de karakteristiek van de omgeving.
  • Ventilatieroosters: de roosters maken deel uit van de architectonische vormgeving of zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
  • Installaties: onttrek warmtepompen of overige losse installaties aan het zicht.
  • Aan- en afvoerkanalen: de kanalen zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte geplaatst.
  • Zonnepanelen: zonnepanelen of collectoren zijn toegestaan mits deze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte of een gelijkwaardige uitstraling hebben aan de huidige dakbedekking.
  • Groene daken: groene daken zijn toegestaan. Bouwkundige ingrepen t.b.v. sedumdaken respecteren de bestaande architectuureenheid.
  • Dakisolatie: het aanbrengen van dakisolatie respecteert de architectuur. Doorgaande nok- en gootlijnen worden aan de voorzijde in stand gehouden of per architectuureenheid opnieuw vormgegeven.
  • Buitenwandige gevelisolatie: is niet toegestaan.
  • Windmolens: zijn niet toegestaan.
  • Nestkasten: losse kasten voor vogels / vleermuizen zijn niet toegestaan. In de architectuur opgenomen nestkasten (dakpannen, gevelstenen) zijn wel toegestaan.
  • Energieopslag: zichtbare bouwwerken ten behoeve van energieopslag zijn niet toegestaan.

Versterkingsopgave

  • Schoorsteen: indien een schoorsteen wordt vervangen welke een integraal onderdeel is van de uitstraling van het gebouw, dient deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat kwaliteit en esthetiek betreft te worden terug gebouwd.
  • Muren: bij vervanging van muren worden deze met een gelijkwaardig of hoger kwaliteitsniveau wat materiaal en esthetiek betreft terug gebouwd.
  • Structuur: structurele versterking aan de buitenzijde van de gevel en het dak is toegestaan mits deze ontworpen is in samenhang met de bestaande architectuur.