direct naar inhoud van 2.3 Samenvatting beleidskader
Plan: Dorp-West 2011
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2

2.3 Samenvatting beleidskader

Nationaal beleid

Voor het plangebied geldt dat de koers uit de Vierde Nota is aangehouden en zelfs wordt geïntensiveerd. Verdere versterking van economische kerngebieden waartoe het gebied Leiden-Zoeterwoude-Leiderdorp wordt gerekend als onderdeel van de Deltametropool is een belangrijk doel waarbij aandacht voor de leefbaarheid, verbetering van de bereikbaarheid en verhoging van de woonkwaliteit belangrijke nevendoelen zijn.

Realisatieparagraaf nationaal ruimtelijk beleid (2008)

In juni 2008 heeft het kabinet de Realisatieparagraaf Nationaal ruimtelijk beleid vastgesteld welke is toegevoegd aan de Nota Ruimte. Deze paragraaf geeft inzicht in welke nationale belangen het kabinet heeft gedefinieerd en op welke wijze het Rijk deze wil verwezenlijken. Volgens de realisatieparagraaf dient in bestaand stedelijk gebied optimale benutting van bestaand bebouwd gebied plaats te vinden om verrommeling een halt toe te roepen. Bundeling van verstedelijking en economische activiteiten betekent dat nieuwe bebouwing voor deze functies grotendeels geconcentreerd wordt gelokaliseerd, dat wil zeggen in bestaand bebouwd gebied, aansluitend op het bestaande bebouwde gebied of in nieuwe clusters van bebouwing daarbuiten. Hierdoor neemt de noodzaak af om open ruimte te gebruiken voor bebouwing.

Langs de A4 bevindt zich een karakteristieke afwisseling van hoogstedelijke zones en open polderlandschappen. De stedelijke dynamiek op zichtlocaties en bij afslagen en knooppunten is ongekend. Voor de open polderlandschappen is het zaak de panorama's overeind te houden. Vanaf de A4 beleven namelijk dagelijks duizenden mensen het Nederlandse polderlandschap.

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

Het rijk werkt momenteel aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De hoofdlijn van het SVIR is dat de rijksoverheid op het gebied van de ruimtelijke ordening terugtreedt en dat gemeenten en provincies op dit taakveld een meer prominente rol krijgen. In het SVIR wordt duidelijk dat alleen nog een taak voor het rijk is weggelegd wanneer sprake is van:

  • 1. een onderwerp dat nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van gemeenten overstijgt (denk aan mainports);
  • 2. een onderwerp waarvoor internationale verplichtingen zijn aangegaan (denk aan werelderfgoed);
  • 3. een onderwerp dat (provincie-) of landsgrens overschrijdend is, of een hoog afwentelingsrisico kent of reeds in beheer bij het rijk is (denk aan infrastructuur).

Een onderwerp dat Zoeterwoude in enige mate treft, betreft de ruimtereservering voor het hoofdwegennetwerk. De A4 behoort tot dit netwerk en hiervoor is in het ontwerp van de structuurvisie een ruimtereservering voor verbreding opgenomen. Het bestemmingsplan staat hieraan niet in de weg, noch levert dit knelpunten op voor het bestemmingsplan.

Provinciaal beleid

De provincies Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Holland werken samen aan het ontwikkelen van het Groene Hart tot een Nationaal Landschap in de Randstad. Zij doen dat in opdracht van het Rijk; vertrekpunt is de rijksnota Ruimte. Samen in één stuurgroep hebben de drie provincies een Uitvoeringsprogramma voor het Groene Hart vastgesteld. De gemeenschappelijke ambitie luidt: 'De provincies Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Holland ontwikkelen samen met andere partijen een landschappelijk mooi, ecologisch waardevol en economisch vitaal Groene Hart, waar het als Nationaal Landschap in de Randstad, voor inwoners en recreanten goed toeven is'.

Provinciale Structuurvisie 'Visie op Zuid-Holland' (2010)

De provincie heeft een integrale structuurvisie tot 2020 ontwikkeld voor de ruimtelijke ordening in Zuid-Holland. De nieuwe Structuurvisie vervangt de vier streekplannen en de Nota Regels voor Ruimte. Op 2 juli 2010 stelden Provinciale Staten de definitieve Provinciale Structuurvisie vast. De kern van Visie op Zuid-Holland is het versterken van samenhang, herkenbaarheid en diversiteit binnen Zuid-Holland. Dit draagt bij aan een goede kwaliteit van leven en een sterke economische concurrentiepositie. De visie is opgebouwd uit vijf integrale hoofdopgaven, namelijk:

  • aantrekkelijk en concurrerend internationaal profiel;
  • duurzame en klimaatbestendige deltaprovincie;
  • divers en samenhangend stedelijk netwerk;
  • vitaal, divers en aantrekkelijk landschap;
  • stad en land verbonden.

Op de functiekaart behorende bij de structuurvisie is het plangebied aangeduid als als stads- en dorpsgebied met de aanduiding 'Provinciaal landschap', met aan de randen agrarisch (provinciaal) landschap. Verder is een recreatief transferium voorzien nabij de carpoolplaats aan de N206.

afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0003.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0004.png" Stads- en dorpsgebied
afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0005.png" Water
afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0006.png" Boven regionale wegverbinding
afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0007.png" Infrastructuur
afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0008.png" Regionale verbinding
afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0009.png" Agrarisch landschap
afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0010.png"Provinciaal landschap
afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0011.png" Belangrijk weidevogel gebied
afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0012.png" Stedelijk groen buiten de contour
afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0013.png" (Inter)nationale wegverbinding
 

Figuur 2.1 Uitsnede Functiekaart Provinciale Structuurvisie

Verordening Ruimte 'Ontwikkelen met schaarse ruimte'

Op 2 juli 2010 hebben Provinciale Staten de Verordening Ruimte vastgesteld. In de verordening zijn regels opgenomen waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Deze regels spelen vooral een rol bij ontwikkelingsplannen. Het plan maakt geen nieuwe bebouwing buiten de bebouwingscontour mogelijk. Overige aspecten uit de verordening zijn in dit plan niet aan de orde.

afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0014.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0015.png"Bebouwingscontour
afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0016.png"Stedelijk groen buiten de bebouwingscontour
afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0017.png"Gebied buiten de bebouwingscontour  

Figuur 2.2 Uitsnede Kaart Verordening Ruimte: Bebouwingscontouren

Regionaal beleid

Regionale structuurvisie 2020 Holland Rijnland (2009)

In de regionale structuurvisie zijn 7 kernbeslissingen genomen:

  • 1. Holland Rijnland is een topwoonregio;
  • 2. Leiden vervult een regionale centrumfunctie;
  • 3. concentratie stedelijke ontwikkeling;
  • 4. groenblauwe kwaliteit staat centraal;
  • 5. de Bollenstreek, Veenweide en Plassen en Duin, Horst en Weide blijven open;
  • 6. twee speerpunten voor economische ontwikkeling: kennis en Greenport;
  • 7. verbetering van de regionale bereikbaarheid.

Zoeterwoude-Dorp is verder niet met name genoemd in dit document; op de plankaart is het plangebied aangeduid als stedelijk gebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0638.BP00001-VAS2_0018.png"

Figuur 2.3 Ruimtelijk structuur

Gemeentelijk beleid

Het ruimtelijk beleid van de gemeente Zoeterwoude is al lange tijd gericht op behoud van het groene karakter en tegen verdere verstedelijking. De gemeente wil haar positie als Groene Hartgemeente verstevigen en de functie van het buitengebied als (extensief) recreatiegebied voor de inwoners van de omliggende Leidse en Haagse regio versterken. Hierbij dient de agrarische functie als drager van het landschap behouden te blijven. Zoeterwoude wil haar landelijke, groene en dorpse karakter graag behouden. Het verbeteren van de structuur van de dorpskern is een belangrijke ruimtelijke opgave. De relatie tussen de historische lintbebouwing en het daarachter gelegen veenweidegebied dient te worden geborgd.

Bij nieuwe ontwikkelingen wordt ingezet op een goede inpassing in de omgeving en draagvlak bij de burgers. Naast een woningbouwopgave van gemiddeld 40 woningen per jaar wordt aandacht besteed aan de verruiming van mogelijkheden voor verzorgd/beschut wonen. Veiligheid en duurzaamheid zijn uitgangspunt bij nieuwbouw en inrichting van de openbare ruimte.

Recreatief transferium

De gemeente stelt op dit moment de Visie Recreatief transferium Zoeterwoude op. Om toegangspoorten te realiseren naar het buitengebied van Zoeterwoude en recreatieve functies te ontwikkelen, acht de gemeente het wenselijk om een recreatief transferium in de oksel van de A4/N206 tot ontwikkeling te brengen. Ook biedt het transferium carpoolmogelijkheden waarmee een aantrekkelijk vervoersalternatief richting Leiden wordt geboden. Functies die bij het transferium horen zijn onder meer eenvoudige horeca, openbare toiletten en fietsverhuur. De visie stelt een aantal randvoorwaarden waarbinnen het programma dient te worden uitgevoerd. Zo dient het geheel een groene uitstraling te krijgen en dient de maatvoering van de gebouwen op de omgeving te worden afgestemd. Ook dient het geheel energieneutraal te worden ontwikkeld.

Duurzaamheidagenda 2011-2014

Het algemene kader voor het milieubeleid van de gemeente Zoeterwoude is vastgelegd in de Duurzaamheidagenda "Samenwerken en Verbinden". Dit beleid kent een directe relatie met de ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld met betrekking tot de doelstellingen voor duurzame inrichting, voor duurzame (steden-)bouw, alsook voor het klimaat en energiebesparing.


Duurzame stedelijke ontwikkeling

De gemeente Zoeterwoude vindt het duurzaam ontwikkelen van het stedelijke gebied belangrijk. Zoeterwoude streeft ernaar dat elke ruimtelijke ontwikkeling bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van economie, maatschappij en milieu, op de korte en de lange termijn. Zij wil daarmee de kwaliteit en duurzaamheid van de stedelijke ontwikkeling op een zo hoog mogelijk niveau brengen.


Duurzame stedenbouw / gebiedsontwikkeling

Duurzame stedenbouw/gebiedsontwikkeling is vooral het inspelen op de kansen van de nieuwe bouwlocatie. Juist door in een vroegtijdig stadium aandacht te besteden aan de specifieke kenmerken en mogelijkheden van de bouwlocatie kan er voor gezorgd worden dat er een aantrekkelijke woon- en voorzieningenomgeving ontstaat. De gemeente Zoeterwoude hanteert hiertoe het Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw (RBDS). In het RBDS staat het beleid van de gemeente Zoeterwoude voor duurzame stedenbouw. Het Beleidskader wordt toegepast bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen voor gebieden > 1 ha en koppelt de projectfasering aan een communicatietraject en inhoudelijke duurzaamheidambities. Duurzaamheid is hierbij ruim gedefinieerd als 'People, Planet, Profit' (PPP). Dit betekent dat naast ambities op het gebied van milieu ook maatschappelijke/sociale en economische ambities geformuleerd zijn. In een ambitietabel zijn deze ambities overzichtelijk weergegeven. Door alle ambities integraal af te wegen wordt het mogelijk de balans tussen PPP te optimaliseren. De ambities worden vertaald naar maatregelen en in het ontwerp geïntegreerd. Voor ruimtelijke plannen > 5 ha kan het ontwerp doorgerekend worden met Duurzaamheid Prestatie van een Locatie (DPL) of er voldoende maatregelen zijn genomen om de geselecteerde ambities waar te maken. Met deze aanpak wordt duurzaamheid in het plan geborgd. Voor nieuwe ontwikkelingen wordt een ambitietabel opgesteld.


DuBoPlus-Richtlijn

De gemeente Zoeterwoude hanteert als uitgangspunt bij bouwprojecten (woningbouw >10 woningen, utiliteitsbouw > 3000 m2 BVO en de grond-, weg- en waterbouw voor zowel nieuwbouw als renovatie) de Regionale DuBoPlus Richtlijn 2008 als duurzaam bouwen-maatlat. Voor de woning- en utiliteitsbouw worden de duurzame prestaties berekend met het instrument de GPR-Gebouw. Voor elk thema geeft het instrument een kwaliteitsoordeel op een schaal van 1 tot 10. Startwaarde hierbij is een 6,0, wat bij benadering het Nederlandse Bouwbesluit niveau (nieuwbouw) weergeeft. Een score van 7.0 is de regionale ambitie en een score van 8 de ambitie voor gemeentelijke gebouwen. Voor de GPR Energie gelden ambitieniveaus van 8,5 voor gemeentegebouwen resp. 7,5 voor externe initiatiefnemers. De genoemde ambitieniveaus kunnen in de toekomst wijzigen op basis van aanpassing van het duurzaamheidsbeleid.

De ontwikkelaar informeert de gemeente met een GPR-Gebouw berekening of een gelijkwaardige berekening (waarbij gebruik moet worden gemaakt van de meest recente versie) of aan de regionale ambitie wordt voldaan. Hiertoe ontvangt de ontwikkelaar van de gemeente een sublicentie GPR-Gebouw.

Voor kleinere bouwprojecten informeert de gemeente initiatiefnemers over duurzaam bouwen via het Infoblad Milieuvriendelijk bouwen en verbouwen voor ondernemers en voor particulieren.

Voor de grond-, weg- en waterbouw geldt het Programma van Eisen Inrichting Openbare Ruimte van de gemeente Zoeterwoude.


Klimaatprogramma

In 2008 heeft de gemeente Zoeterwoude in samenwerking met de Milieudienst het Plan van aanpak regionaal Klimaatprogramma 2008-2012 Holland Rijnland en Rijnstreek vastgesteld.

Voor het Klimaatprogramma Holland Rijnland en Rijnstreek wordt de klimaatambitie van het kabinet als uitgangspunt genomen. In de CO2-kansenkaart is berekend, dat de kabinetsambitie een concrete CO2-reductiedoelstelling van 600 kiloton in 2030 voor onze regio betekent. Dit programma kent onder meer een relatie met ruimtelijke ordening, doordat bij ontwikkelingen vanaf 50 woningen of 5.000 m2 BVO bedrijfsgebouwen de kansen voor CO2-reductie in aanmerking genomen dienen te worden en vanaf 200 woningen of 20.000 m2 BVO bedrijfsgebouwen een energievisie ontwikkeld dient te worden. Doel hierbij is om te komen tot 18 -100 % reductie van de CO2-uitstoot, afhankelijk van de schaal van de ruimtelijke ontwikkeling.