| Plan: | TAM-omgevingsplan H22f Slagveld 36 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1992.slagveld36-0130 |
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden in aanvulling op/in afwijking van artikel 1.1. van het omgevingsplan van de gemeente Voorne aan Zee de volgende begripsbepalingen:
het TAM-omgevingsplan H22f Slagveld 36 met identificatienummer NL.IMRO.1992.slagveld36-0130 van de gemeente Voorne aan Zee.
het omgevingsplan van de gemeente Voorne aan Zee.
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.
het in een woning en/of in het bijbehorend bouwwerk door een bewoner, op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, zoals een kapsalon of een nagelstudio, waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past en de aard en omvang van de activiteiten zodanig zijn dat deze geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving.
bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of nog kunnen komen bij of krachtens wettelijk voorschrift.
het bevoegd gezag zoals bedoeld in het Omgevingsbesluit.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
een constructie ter vergroting van een gebouw die zich tussen de dakvoet en de daknok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de daknok is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.
een constructie ter vergroting van een gebouw die zich boven de dakvoet bevindt waarbij deze constructie deels boven de oorspronkelijke daknok uitkomt en de onderzijden van de constructie in een of beide dakvlakken is zijn geplaatst.
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
één of meer personen die een gezamenlijke huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid.
de (gedeeltelijke) verhuur van een woning via kameruitgifte, waarbij kamers geen zelfstandige woonruimte vormen door het ontbreken van wezenlijke voorzieningen zoals een eigen kook- en/of wasgelegenheid en/of toilet.
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van ondergrondse afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
een bouwwerk geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak.
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan.
het gebruik van een woning voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.
Een complex van besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden.
Het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer woningen.
Onder zelfstandige bewoning wordt verstaan de woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning.
In aanvulling op artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
tussen de onderzijde van de beganegrondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Niet genoemde functies en activiteiten en functies en activiteiten die in strijd zijn met dit plan zijn niet toegestaan.
In het voor 'Tuin' aangewezen gebied zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende beoordelingsregels:
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de gebruiksactiviteit Tuin verleent het bevoegd gezag niet eerder een omgevingsvergunning dan nadat door aanvrager een rapport is overlegd waarin, ter beoordeling door het bevoegd gezag:
In het voor 'Verkeer' aangewezen gebied zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende beoordelingsregels:
Op deze gronden mogen ten behoeve van de functie 'Verkeer' uitsluitend worden gebouwd:
a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
In aanvulling op/in afwijking van artikel 22.27 en 22.36 van dit omgevingsplan gelden de volgende beoordelingsregels:
Met een omgevingsvergunning wordt een bouwactiviteit toegelaten die in strijd is met artikel 6.2 voor:
De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de gebruiksactiviteiten van aangrenzende gronden en bouwwerken.
In het voor 'Wonen' aangewezen gebied zijn uitsluitend de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbij behorende:
Artikel 22.27 , aanhef en onder a, van dit omgevingsplan, wordt als volgt aangevuld:
7° en, voor zover het bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan kwalificeert als een bodemgevoelig gebouw, de oppervlakte ervan niet meer bedraagt dan 50 m2.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende beoordelingsregels.
In aanvulling op/in afwijking van artikel 22.27 en 22.36 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels voor bijbehorende bouwwerken:
In aanvulling op/in afwijking van artikel 22.27 en 22.36 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels voor bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit verleent het bevoegd gezag niet eerder een omgevingsvergunning dan nadat door aanvrager een rapport is overlegd waarin, ter beoordeling door het bevoegd gezag:
Met een omgevingsvergunning wordt een bouwactiviteit toegelaten die in strijd is met lid 7.3 voor:
De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de gebruiksactiviteiten van aangrenzende gronden en bouwwerken.
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:
De vloeroppervlakte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen bedraagt ten hoogste 25% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning met een maximum van 40 m².
Het voor Waarde - Archeologie - 3 aangewezen gebied is, naast de andere daar toegestane activiteiten, mede bedoeld voor de bescherming en veiligstelling van aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende beoordelingsregels voor de bouw of verbouw van een of meer bouwwerken met een oppervlakte groter is dan 100 m² en waarvoor de bodemingreep dieper is dan 0,30 meter:
Het bepaalde in 8.2 onder a en a is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken:
Het bevoegd gezag kan een van de volgende maatwerkvoorschriften stellen voor het bepaalde in 8.2 onder a en b, indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren:
Het bepaalde in 8.5 is niet van toepassing wanneer de werken of werkzaamheden:
In aanvulling op/in afwijking van artikel 22.27 en 22.36 gelden de volgende beoordelingsregels voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden, zoals in bedoeld in lid 8.5:
Het bevoegd gezag kan een van de volgende maatwerkvoorschriften stellen voor het bepaalde in 8.7 onder a en b, indien uit het onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord:
Het voor Waarde - Cultuurhistorie - 1 aangewezen gebied is, naast de andere daar toegestane activiteiten, mede bedoeld voor de bescherming en de veiligstelling van de cultuurhistorische waarden welke samenhangen met het historisch kerngebied van het beschermde stadsgezicht.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende beoordelingsregels:
Het is verboden om in het voor Waarde - Cultuurhistorie - 1 aangewezen gebied zonder omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren:
Het bepaalde in 9.3.1 is niet van toepassing wanneer de werken of werkzaamheden:
Het college van burgemeester en wethouders kunnen een of meer van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning het hoofdgebouw te slopen.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.4.1 kan worden geweigerd indien naar het oordeel van het bevoegd gezag het niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
Het voor Waarde - Cultuurhistorie - 2 aangewezen gebied is, naast de andere daar voorkomende functies mede bedoeld voor:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende beoordelingsregels:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Indien de bestaande maatvoering afwijkt van hetgeen in deze planregels is bepaald mag deze afwijkende maatvoering te allen tijde worden gehandhaafd en/of vernieuwd, met dien verstande dat de afwijking niet mag worden vergroot.
Met een omgevingsvergunning kan een bouwactiviteit worden toegelaten die in strijd is met de regels uit hoofdstuk 2 voor:
Indien een gebouw voorzien is van een overkapping, wordt het oppervlak onder deze overkapping mede als oppervlakte van het gebouw berekend, met dien verstande dat deze bepaling niet van toepassing is op overkappingen, luifels en dakoverstekken met een diepte van minder dan 1 m.
Ondergrondse gebouwen mogen worden gebouwd op alle gronden waar ingevolge de bestemming gebouwen toelaatbaar zijn, met dien verstande dat het bebouwingsoppervlak van ondergrondse gebouwen uitsluitend wordt meegerekend bij het bebouwingsoppervlak van bovengrondse gebouwen, indien en voor zover ze niet onder een bovengronds gebouw gelegen zijn.
Op de gronden ter plaatse van de aanduiding geluidzone - industrie kunnen nieuwe geluidgevoelige objecten uitsluitend worden toegestaan indien voldaan wordt aan de bepalingen uit de Wet geluidhinder en het Regionaal Afsprakenkader 'Geluid & Ruimtelijke Ontwikkeling', d.d. 8 juli 2015, of diens opvolger.
Op de gronden ter plaatse van de aanduiding vrijwaringszone - molenbiotoop kunnen nieuwe bouwwerken uitsluitend worden toegestaan indien wordt voldaan aan de volgende regels:
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.