| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Kollum - Uitbreiding bedrijventerrein Dwarsryd |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | Omgevingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1970.TAMopKoDwarsryd-VA01 |
Preambule
Dit plan beoogt de realisering van de uitbreiding van het bedrijventerrein Dwarsryd te Kollum. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het Omgevingsplan gemeente Noardeast-Fryslân.
De in deze wijziging van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk [22h] van het Omgevingsplan gemeente Noardeast-Fryslân.
In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22h]' gelezen worden.
In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22h]' gelezen worden.
het Omgevingsplan gemeente Noardeast-Fryslân;
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken;
het TAM-omgevingsplan met identificatienummer NL.IMRO.1970.TAMopKoDwarsryd-VA01 van de gemeente Noardeast-Fryslân;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd;
het gebruik dat en/of de bebouwing die ten tijde van het inwerkingtreden van het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan Noardeast-Fryslân legaal plaatsvindt, respectievelijk aanwezig is, dan wel bebouwing die kan worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning;
de grens van een bouwvlak;
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
een grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
handelsactiviteiten via elektronische netwerken, voornamelijk internet, waarbij goederen en diensten hoofdzakelijk online worden gekocht en verkocht;
een voorziening ten behoeve van milieuvoorzieningen, de telecommunicatie, de waterhuishouding, natuurbeheer en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval wordt verstaan bergbezinkbassins, centrale voorzieningen voor de afvalinzameling en zendmasten;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand;
tussen de (zijdelingse) grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend gebouw, waar die afstand het kortst is;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
tussen de buitenwerkse constructiedelen, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Niet genoemde functies en activiteiten en functies en activiteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan zijn niet toegestaan.
In het voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gebied zijn de volgende functies en is het volgende gebruik toegestaan:
met de daarbij behorende:
In het voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gebied zijn de volgende functies en is het volgende gebruik verboden:
Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
In het voor 'Groen' aangewezen gebied zijn de volgende functies en is het volgende gebruik toegestaan:
met daaraan ondergeschikt:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
In het voor 'Verkeer' aangewezen gebied zijn de volgende functies en is het volgende gebruik toegestaan:
met daaraan ondergeschikt:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, geldt de volgende beoordelingsregel:
In het voor 'Water' aangewezen gebied is het volgende gebruik en zijn de volgende functies toegestaan:
met de daarbijbehorende:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
In het voor 'Leiding - Riool' aangewezen gebied zijn, behalve voor het andere daar toegestane gebruik, mede bedoeld voor de aanleg en de instandhouding van een ondergrondse rioolpersleiding.
In afwijking van het bepaalde bij de andere functies mogen op de voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden geen gebouwen worden gebouwd.
In afwijking van het bepaalde bij de andere functies gelden voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de volgende beoordelingsregels:
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde functies en gebruiksmogelijkheden, een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in lid 9.3.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien uit vooraf ingewonnen advies bij de betreffende leidingbeheerder is gebleken dat hiertegen uit oogpunt van doelmatig leidingbeheer geen bezwaar bestaat.
In het voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gebied zijn, behalve voor het andere daar toegestane gebruik, mede bedoeld voor het de bescherming en het beheer van de watergang.
In afwijking van het bepaalde bij de andere functies mogen op de voor 'Waterstaat - Waterlopen' aangewezen gronden geen gebouwen worden gebouwd.
In afwijking van het bepaalde bij de andere functies gelden voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de volgende beoordelingsregels:
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde functies en gebruiksmogelijkheden, een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in lid 10.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien uit vooraf ingewonnen advies bij de betreffende waterbeheerder is gebleken dat hiertegen uit oogpunt van doelmatig waterbeheer geen bezwaar bestaat.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk of een werkzaamheid worden gegevens en bescheiden verstrekt over:
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar grondstation Burum' mogen nieuwe bouwwerken met een bouwhoogte vanaf 22,00 m die zijn toegestaan op grond van de in dit TAM-plan opgenomen beoordelingsregels niet worden gebouwd zonder een toetsing vooraf door het Ministerie van Defensie. Uit de toetsing dient te zijn gebleken dat geen ontoelaatbare verstoring van de ontvangst van het aanwezige grondstation plaatsvindt.
Voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie geldt een meldingplicht.
Bij de beoordeling van vergunningplichtige bouwactiviteiten als bedoeld in hoofdstuk 2 kan in onderstaande gevallen worden afgeweken van de beoordelingsregels:
Behoudens voor zover uit de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan bestaand gebruik, zijn de volgende overgangsregels van toepassing voor gebruik: