| Plan: | Mûnewei 5 te Nes |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1970.BpNeMunewei5-VA01 |
De eigenaren van het perceel Mûnewei 5 te Nes hebben een verzoek ingediend voor het wijzigen van de bestemming van een strook grond gelegen naast hun bedrijf. Per abuis is dit deel van het bedrijfsperceel in het bestemmingsplan ‘Doarpen’ (2009) voorzien van de bestemming ‘agrarisch-cultuurgrond’ in plaats van ‘bedrijf’. Dat kan voor de eigenaar, of mogelijke koper, nadelige gevolgen hebben in het geval zij plannen zouden hebben om het bedrijf uit te breiden. Dit betreft een incorrecte wijziging ten opzichte van het eerdere bestemmingsplan, toen het hele perceel nog een bedrijfsbestemming had. De eigenaren willen dat dit hersteld wordt en dat het perceel weer de oorspronkelijke bedrijfsbestemming krijgt.
Figuur 1. Uitsnedes van de plankaarten met daarop de juridisch-planologische situatie nu (Bestemmingsplan Doarpen) en voorheen (Bestemmingsplan Nes-kern) (bron: Gemeente Noardeast-Fryslân)
Voorliggend bestemmingsplan betreft een reparatieplan om deze omissie ongedaan te maken. Hiertoe is het hele bedrijfsperceel van de Mûnewei 5 opgenomen in het plangebied van dit bestemmingsplan.
Het perceel is gelegen in de zuidelijke uitloper van het dorp Nes (figuur 2). In het bestemmingsplan ‘Doarpen’ (2009) heeft het perceel een agrarische bestemming. In het bestemmingsplan ‘Nes-kern’ (1989) had het perceel nog een bedrijfsbestemming (figuur 1).
Figuur 2. Ligging van het plangebied
Het plangebied omvat de volgende percelen, onder sectie C van kadastrale gemeente Nes (NES02): 1208, 1209 en 1297 (figuur 3). De exacte begrenzing van het plangebied blijkt uit de digitale verbeelding behorende bij dit plan.
Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied, met daarop de kadastrale percelen aangegeven
Aard van het plan
Het voorliggende bestemmingsplan betreft een reparatiebestemmingsplan. Het repareert een omissie uit het moederplan ‘Doarpen’. De systematiek van dit geldende bestemmingsplan is daarom volledig aangehouden. De regels zijn identiek aan het moederplan, en de verbeelding volgt dezelfde methode. De toelichting verwijst ook naar de toelichting van het moederplan, en gaat alleen in op die aspecten die voor de reparatie van toepassing zijn.
Nieuwe planologische situatie
Het perceel wordt planologisch betrokken bij het bestaande bedrijfsperceel. Het krijgt de bestemming ‘bedrijf’ met de aanduiding ‘agrarisch dienstverlenend bedrijf’, conform de oorspronkelijke situatie. Het reparatiebestemmingsplan repareert hiermee een omissie uit het moederplan ‘Doarpen’. De systematiek en regels zullen identiek zijn aan het moederplan, en de verbeelding zal dezelfde methode volgen. De toelichting zal verwijzen naar de toelichting van het moederplan en gaat alleen in op die aspecten die voor de reparatie van toepassing zijn.
In hoofdstuk 2 wordt kort ingegaan op het gemeentelijk beleid, waarbij alleen het geldende bestemmingsplan kort wordt toegelicht. Hoofdstuk 3 gaat kort in op de omgevingsaspecten die bij een nieuw bestemmingsplan aan de orde moeten komen. Hoofdstuk 4 betreft de juridische toelichting op het plan. Hoofdstuk 5 gaat kort in op de uitvoerbaarheid.
Het geldende bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 26 maart 2009 en bevat alle dorpen van de voormalige gemeente Dongeradeel; Anjum, Nes, Brantgum, Niawier, Ee, Oosternijkerk, Engwierum, Oostmahorn, Hantum, Oostrum, Hantumhuizen, Paesens-Moddergat, Holwerd, Raard, Lioessens/Morra, Ternaard, Metslawier, Wierum. Voor al deze dorpen gelden met dit bestemmingsplan dezelfde regels. De aard van het bestemmingsplan is overwegend conserverend. Dit houdt in dat de bestaande functies in het dorp conform het huidige gebruik zijn bestemd.
Als algemene uitgangspunten voor de bedrijfsbestemming is in het bestemmingsplan uitgegaan van het volgende; bedrijvigheid is van belang voor de leefbaarheid en de levendigheid van de dorpen. Voor de bedrijfsfunctie zijn de locatie en de ruimtelijke situatie van belang. Het bestemmingsplan maakt daarom onderscheid tussen individuele bedrijven in de dorpen en bedrijven op een bedrijventerrein, vaak aan de rand van het dorp.
In het bestemmingsplan Doarpen zijn de bestaande bedrijven conform het bestaande gebruik inbestemd. Het perceel heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemming 'Bedrijf'. Het bijbehorende bedrijf is voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf' met volgnummer 1. Ter plaatse van deze aanduiding met volgnummer 1 zijn, naast bedrijven van categorie 1 en 2, agrarisch dienstverlenende bedrijven, exclusief loonbedrijven toegestaan. De actuele SBI-codelijst van maart 2009 geeft voor deze activiteiten de SBI-code 016 weer.
In het bestemmingsplan Doarpen is ingegaan op de omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn bij ontwikkelingen in het plangebied. Aangezien het hier een reparatieplan betreft, waarbij de bestemming wordt aangepast aan het feitelijke gebruik en de eerder geldende bestemming, is het niet nodig om uitgebreid in te gaan op deze omgevingsaspecten. Er wordt volstaan met een korte opsomming.
Het betreffende perceel hoort reeds bij het bedrijf dat gevestigd is op de Mûnewei 5. Er vindt geen uitbreiding van het bedrijf plaats. Het perceel is ook niet voorzien van een bouwvlak.
Om de bestemmingswijziging mogelijk te maken moet worden beoordeeld of sprake is van mogelijke milieuknelpunten. Er is een milieuadvies gevraagd van de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) (Bijlage 1). Daarbij is gebruik gemaakt van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Deze brochure dient als richtlijn voor de aan te houden afstandseisen op grond van milieufactoren (gevaar, geluid, geur, stof) bij nieuwe ruimtelijke ingrepen of planologische wijzigingen.
Bijzonder is dat loonbedrijven worden uitgesloten en dat wel een milieucategorie 3.1 wordt toegestaan in het geldende bestemmingsplan. Het loonbedrijf heeft een bedrijfsoppervlakte groter dan 500 m2. Het bestaande loonbedrijf zou op basis van de VNG-brochure dan moeten worden ingedeeld in categorie 3.1. Hieraan is in de Richtafstandenlijst 2 bij de VNG-brochure SBI-code 016-1 gekoppeld aan een richtafstand van 50 meter voor geluid en van 30 meter voor geur. Het bedrijf kan aan deze afstanden in de huidige situatie al niet voldoen voor beide aspecten.
De afstand tussen de perceelsgrens van het bedrijf en de woning van de buren bedraagt ruim 20 meter. Dat is minder dan de minimale grootste richtafstand. Het perceel Mûnewei 3/3a is bestemd als bedrijf. De woning op het perceel is een bedrijfswoning waarvoor volgens het Activiteitenbesluit een 5 dB hogere normstelling geldt dan voor een burgerwoning.
Er worden in de nieuwe situatie geen problemen verwacht voor de aspecten geur en geluid. De FUMO noemt als aandachtspunt dat problemen zich in de praktijk kunnen voordoen als er in de avond- en nachtperiode verkeersbewegingen met zware landbouwvoertuigen plaatsvinden. Deze mogelijke problemen kunnen zich ook in de huidige situatie voordoen. Omdat de bedrijfsactiviteiten alleen overdag plaatsvinden is deze situatie niet van toepassing.
Afwijken van de adviesafstand is hier op zijn plaats omdat het een bestaande situatie betreft, waarbij woningen en bedrijfsactiviteiten in zekere mate gemengd door elkaar voorkomen. Dit levert geen milieuhinderlijke situatie op. Het bestemmingsplan is derhalve wat betreft het aspect milieu uitvoerbaar.
Het plangebied is in gebruik als grasland. De ecologische verwachtingswaarde van het perceel is zeer laag, er zijn wat dit aspect betreft geen belemmeringen indien het gebruik in de toekomst in verband met de bedrijfsbestemming zou wijzigen. Wel dient te allen tijde voldaan te worden aan de Wet natuurbescherming.
Het plangebied kent geen bijzonderheden wat betreft water. Er wordt geen bouwvlak toegevoegd; van extra bebouwing is geen sprake. Het bestemmingsplan is wat betreft water uitvoerbaar.
Het plangebied ligt in het gebied dat zowel voor de periode steentijd-bronstijd als voor de periode ijzertijd-middeleeuwen een zeer lage verwachtingswaarde heeft. Er zijn geen belemmeringen voor het bestemmingsplan wat betreft het aspect archeologie.
Er is geen sprake van beperkingen met betrekking tot de aspecten externe veiligheid, luchtkwaliteit en bodem. Het bestemmingsplan is wat betreft deze onderwerpen uitvoerbaar.
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt bepaald door de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding met bijbehorende regels en een toelichting.
In de digitale verbeelding is het plangebied weergegeven met de van toepassing zijnde bestemming(en). De bijbehorende bestemmingsregels zijn in de regels opgenomen. Hierin is juridisch vastgelegd wat op de betreffende gronden is toegestaan. In de toelichting ten slotte is gemotiveerd hoe en waarom de bestemmingen op deze wijze zijn tot stand zijn gekomen.
De systematiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). Dit is een standaardmodel voor bestemmingsplannen, voortvloeiend uit afspraken die tot doel hebben een eenheid te brengen in de opbouw en presentatie van het bestemmingsplan. Zo zijn bijvoorbeeld de bestemmingen en begripsbepalingen in alfabetische volgorde opgenomen en vloeit de naam van een bestemming voort uit een standaardlijst, waaruit ingevolge de SVBP 2008 gekozen dient te worden.
De bestemming van het plangebied is 'Bedrijf' (zie paragraaf 4.3) conform het bestemmingsplan ‘Doarpen’. Voor het overige zijn de regels die deel uitmaken van het bestemmingsplan Doarpen, zoals vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0058.BPDRP2009-OH01 met de bijbehorende regels (en bijlagen) onverkort van toepassing op dit bestemmingsplan. Daartoe is in de ‘Overige regels’ een relatiebepaling opgenomen.
Voorliggend bestemmingsplan volgt de systematiek van het bestemmingsplan Doarpen. De niet-agrarische bedrijven zijn (voor zover niet op een bedrijventerrein gelegen) bestemd als 'Bedrijf'. Binnen deze bestemming zijn in ieder geval milieucategorie 1- en 2-bedrijven toegestaan. Zwaardere bedrijven zijn alleen toegestaan wanneer het bestaande bedrijven betreft. Deze bedrijven zijn specifiek aangeduid. Productiegebonden detailhandel is bij elk bedrijf toegestaan, overige detailhandel alleen wanneer de gronden zijn voorzien van een aanduiding.
Binnen de bestemming 'Bedrijf' mag gebouwd worden binnen een bouwvlak. Het bouwvlak in het plangebied betreft het bouwvlak van de bestaande gebouwen. Dit betekent dat het perceel waarvoor de bestemming door middel van dit bestemmingsplan wijzigt gebruikt mag worden voor de bedrijfsbestemming (conform het huidige gebruik en historische recht). Er mag geen nieuwe bebouwing gerealiseerd worden, anders dan bebouwing die volgens de bestemming 'Bedrijf' is toegestaan buiten een bouwvlak.
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
De kosten die gepaard gaan met de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan worden gedragen door de gemeente Dongeradeel, aangezien het een reparatieplan betreft van een eerder door de gemeente vastgesteld bestemmingsplan.
Gezien de aard van dit bestemmingsplan is volstaan met het ter visie leggen van het plan in de ontwerpfase. Het is dan mogelijk een zienswijze in te dienen op de bestemmingswijziging.
Ook is het plan voorgelegd aan de betrokken diensten en instanties als bedoeld in het Overleg ex artikel 10 van het Besluit op de ruimtelijke ordening.
Op het plan zijn geen zienswijzen binnengekomen en het bestemmingsplan kan worden vastgesteld.