| Plan: | TAM-Omgevingsplan karakteristieke objecten Westerkwartier |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1969.TPWK25FACE03-VA01 |
De gemeente Westerkwartier heeft op 15 mei 2024 het bestemmingsplan 'Karakteristieke objecten gemeente Westerkwartier' vastgesteld. In dat bestemmingsplan zijn in totaal 150 panden aangewezen als karakteristiek object met als doel deze aan te wijzen en te beschermen. Het betreft panden in het buitengebied van de voormalige gemeente Marum, het buitengebied van een deel van de voormalige gemeente Winsum (het gebied Middag) en de dorpen Ezinge, Feerwerd en Garnwerd. Het bestemmingsplan voorziet in een regeling die toeziet op het, voor zover mogelijk, in stand houden van de ruimtelijk relevante karakteristieke kenmerken van de objecten die een belangrijk onderdeel zijn van het erfgoed en de identiteit van de gemeente Westerkwartier.
Na vaststelling van het bestemmingsplan bleek dat 24 VAB-panden (Voormalig Agrarische Bebouwing) zijn overgeslagen die achteraf wel als karakteristiek object hadden moeten worden aangewezen, en bleek dat één pand onterecht was aangewezen als karakteristiek object. Het betreft hier objecten die gelegen zijn binnen het gebied van de voormalige gemeente Marum en Grootegast.
Vanwege onder andere de aardbevingsproblematiek in de provincie Groningen is het belangrijk om de karakteristieke objecten vast te leggen in het omgevingsplan. De objecten krijgen hiermee een formele planologische status zodat ze behouden blijven. Om deze objecten in stand te houden is er een provinciale subsidie voor het behoud van karakteristieke objecten: SOK (Subsidie Onderhoud Karakteristieke panden). Object eigenaren kunnen subsidie aanvragen voor het onderhoud aan de objecten.
Door het toekennen van de status 'karakteristiek' wil de gemeente Westerkwartier voorkomen dat aangewezen objecten zomaar (gedeeltelijk) worden gesloopt. Onder bepaalde voorwaarden kan een omgevingsvergunning worden verleend voor het slopen van (delen) van karakteristieke objecten.
Deze wijziging van het omgevingsplan voorziet in het aanwijzen van 24 panden als karakteristiek object en komt de aanduiding van het pand dat onterecht is aangeduid als karakteristiek pand te vervallen. Voor het vervallen van de karakteristieke waarde van het pand Stationsweg 4a Lutjegast is in het toepassingsbereik opgenomen dat de aanduiding 'karakteristiek' voor dit object komt te vervallen. Hiervoor is artikel 6 van toepassing. Bij een wijziging van het omgevingsplan hoort een motivering waarin onderbouwd wordt dat er wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en aan de instructieregels van Rijk en provincie. Deze motivering voorziet hierin.
Het omgevingsplan omvat 25 adressen uit het buitengebied van de voormalige gemeente Marum, het buitengebied van de voormalige gemeente Grootegast en het dorp Lutjegast. Het plangebied is weergegeven in onderstaande figuren 1 en 2.
Figuur 1: Plangebied karakteristieke objecten voormalige gemeente Marum (bron: Rho Adviseurs)
Figuur 2: Plangebied karakteristieke objecten voormalige gemeente Grootegast (bron: Rho Adviseurs)
Voor een deel van het grondgebied van de gemeente Westerkwartier is het gebouwd erfgoed nog niet (goed) geregeld. Het betreft karakteristieke objecten in het buitengebied van de voormalige gemeente Marum, het buitengebied van een deel van de voormalige gemeente Grootegast en in het dorp Lutjegast.
Dit omgevingsplan voorziet in een beschermende regeling voor karakteristieke objecten die nadere voorwaarden stelt aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor het slopen van objecten binnen het plangebied van dit omgevingsplan. Uit de inventarisatie blijkt dat er nog 24 objecten zijn die een karakteristieke waarde bevatten die nog niet in een omgevingsplan worden beschermd. Dit omgevingsplan legt deze karakteristieke objecten vast.
In dit omgevingsplan wordt op de volgende adressen een beschermende regeling op het object gelegd:
| Voormalige gemeente Marum |
| Boerakkerweg 22 Boerakker |
| Roordaweg 14 Boerakker |
| Jonkersvaart 2 De Wilp |
| Jonkersvaart 12 Jonkersvaart |
| Hooiweg 10 Lucaswolde |
| Hooiweg 20 Lucaswolde |
| Hooiweg 32 Lucaswolde |
| De Petten 6 Marum |
| Haarsterweg 29 Marum |
| Haarsterweg 49 Marum |
| Haarsterweg 54 Marum |
| Hamrik 11 Marum |
| Kloosterweg 1 Marum |
| Kruisweg 75 Marum |
| Kruisweg 115 Marum |
| Lindsterlaan 41 Marum |
| Malijksepad 13 Marum |
| Carolieweg 27 Niebert |
| Leidijk 4 Noordwijk |
| Lietsweg 6 Nuis |
| Nieuweweg 19 Nuis |
| Nieuweweg 34 Nuis |
| Voormalige gemeente Grootegast |
| Abel Tasmanweg 23 Lutjegast |
| Stationsweg 4 Lutjegast |
Daarnaast is het pand aan de Stationsweg 4a in Lutjegast onterecht aangeduid als karakteristiek object. De aanduiding 'karakteristiek' zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Grootegast 2010 - Gedeeltelijke herziening 2014 op het pand aan de Stationsweg 4a in Lutjegast, zal met dit omgevingsplan komen te vervallen.
Een deel van de gemeente Westerkwartier ligt binnen het, door de provincie Groningen aangewezen, aardbevingsgebied. Dit betreft het gebied Middag (deel voormalige gemeente Winsum) in het noordoosten van de gemeente. Aardbevingsproblematiek is daarmee een reële bedreiging voor het bebouwde erfgoed. De provincie wil voorkomen dat waardevolle, karakteristieke gebouwen zomaar gesloopt worden als er sprake is van aardbevingsschade.
Het grondgebied van de voormalige gemeente Marum ligt niet binnen het, door de provincie Groningen aangewezen, aardbevingsgebied. Voor het buitengebied geldt dat de provincie ook wil voorkomen dat waardevolle, karakteristieke gebouwen zomaar gesloopt worden, bijvoorbeeld als een boerderijpand vrijkomt na het stoppen van de agrarische activiteiten.
De Provincie Groningen heeft daarom in artikel 3.5 van de Omgevingsverordening gesteld dat het slopen van een karakteristiek gebouw in het buitengebied of in het aardbevingsgebied aangewezen is als omgevingsplanactiviteit en daarmee omgevingsvergunningplichtig is. Tevens heeft de provincie Groningen gesteld dat een omgevingsplan voor het aardbevingsgebied en een omgevingsplan voor het buitengebied regels stelt ter bescherming van de hoofdvorm van de karakteristieke- en beeldbepalende gebouwen. Dit omgevingsplan stelt regels ter bescherming van hiervan.
Vanuit de gemeente is er de wens om het erfgoed te beschermen. Daarnaast zijn er de verplichtingen vanuit de provinciale omgevingsverordening en vanuit de Omgevingswet waaraan de gemeente moet voldoen. Met dit omgevingsplan worden de karakteristieke objecten in het buitengebied van de voormalige gemeente Marum en het buitengebied van een deel van de voormalige gemeente Grootegast vastgelegd en voorziet in een regeling die toeziet op het, voor zover mogelijk, in stand houden van de ruimtelijk relevante karakteristieke kenmerken van de objecten die een belangrijk onderdeel zijn van het erfgoed en de identiteit van de gemeente.
In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie en de beoogde situatie beschreven. In hoofdstuk 3 wordt het planvoornemen getoetst aan het relevante rijks-, provinciaal- en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 worden de milieu en omgevingsaspecten aan het Bkl getoetst. In hoofdstuk 5 wordt het juridisch kader van het TAM-omgevingsplan toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt de uitvoerbaarheid van het planvoornemen toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 de beoordeling van het planvoornemen aan ETFAL gedaan.
Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomgeving.
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:
In de NOVI is het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten expliciet als nationaal belang 19 opgenomen. Dit omvat monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en andere kenmerkende gebouwen en structuren. Door in het omgevingsplan karakteristieke objecten aan te wijzen, levert de gemeente een directe bijdrage aan dit nationale belang en helpt zij de “herkenbare leefomgeving met karakter” te bewaren.
Een van de drie leidende afwegingsprincipes van de NOVI luidt: “Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.” Gemeenten en provincies worden expliciet opgeroepen deze kwaliteiten vast te leggen in beleid en regelgeving. Het opnemen van karakteristieke objecten in het omgevingsplan is precies zo’n vertaling van gebiedsidentiteit naar bindende regels.
De Omgevingswet zoals deze op 1 januari 2024 in werking is getreden werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur. Dit zijn het Omgevingsbesluit, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Voor de aanwijzing van de karakteristieke panden moet beoordeeld worden aan welke instructieregels uit het Bkl moet worden voldaan. In het Bkl staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en monitoring. Deze regels gelden voor gemeenten, provincies en waterschappen bij het opstellen van omgevingsplannen en verordeningen.
De instructieregels van het Rijk ten aanzien van cultureel erfgoed en werelderfgoed staan in artikel 5.130 respectievelijk 5.131 van het Bkl. In artikel 5.130 wordt bepaald dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Met het oog hierop worden er in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden met de volgende beginselen:
In artikel 5.131 staat dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met het belang van het behoud van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed.
Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
Het gaat bij de aanwijzing van de karakteristieke panden niet om gemeentelijke monumenten. In de gemeente zijn 89 gemeentelijk monumenten aanwezig. De instructieregels werken echter ook door voor deze karakteristieke objecten omdat ze onderdeel uitmaken van het cultureel erfgoed. Bij het opstellen van de regels wordt rekening gehouden met de beginselen met betrekking tot monumenten zoals bedoeld in het Bkl. Cultureel erfgoed is onderdeel van de omgevingskwaliteit, net als de architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en de kwaliteit van natuur en landschap. Een goede omgevingskwaliteit is één van de maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet. De gewaardeerde panden worden dan ook voorzien van een beschermingsregime. Voor deze wijziging van het omgevingsplan wordt verder zoveel mogelijk aangesloten op de regeling zoals nu opgenomen voor de karakteristieke panden die al onderdeel zijn van het omgevingsplan.
De Provinciale Omgevingsvisie (hierna: Omgevingsvisie) van de provincie Groningen bevat de integrale langetermijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. Een belangrijk doel van de Omgevingsvisie is om op strategisch niveau samenhang aan te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarom zijn in de Omgevingsvisie zoveel mogelijk de visies op verschillende terreinen, zoals ruimtelijke ontwikkeling, landschap en cultureel erfgoed, natuur, verkeer en vervoer, water, milieu en gebruik van natuurlijke hulpbronnen, samengevoegd en inhoudelijk met elkaar verbonden.
Landschap
In de Omgevingsvisie is het beschermen en versterken van de kenmerkende landschapsstructuren en het culturele erfgoed dat bijdraagt aan de identiteit en variëteit van de diverse landschappen in de provincie Groningen als een van de speerpunten van het beleid benoemd en als provinciaal belang geduid.
Cultureel erfgoed
De provincie Groningen ziet dat het cultureel erfgoed in haar provincie onder druk staat, onder andere door leegstand en de staat van onderhoud. Bovendien wordt het erfgoed extra bedreigd door schade als gevolg van de gaswinning. De provincie wil dan ook sturen op het in beeld brengen van het culturele erfgoed en vraagt van gemeenten een passende inspanning om het erfgoed in het buitengebied te beschermen. In het aardbevingsgebied, waartoe ook delen van de gemeente Westerkwartier behoort, ligt daarbij een extra opgave voor het beschermen van het cultureel erfgoed in de kernen.
In de Omgevingsverordening provincie Groningen staan regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. Deze regels richten zich op de thema's omgevingsplannen en omgevingsvergunningen, activiteiten, voorbeschermingsregels, waterbeheeren faunabeheer. De Omgevingsverordening is met het oog op de doelen van de omgevingswet gericht op onder andere het behoud van cultureel erfgoed.
Er zijn ook regels over cultureel erfgoed opgenomen. De huidige Omgevingsverordening is vastgesteld op 1 juni 2016, maar is in de afgelopen jaren op onderdelen aangepast. De laatste actualisatie van de Omgevingsverordening is vastgesteld op 22 november 2024. De actualisaties zijn verwerkt in de geconsolideerde Omgevingsverordening (november 2024). Ook voor wat betreft het onderdeel cultureel erfgoed is de verordening aangepast.
Voor de aanwijzing van karakteristieke objecten zijn de volgende regels relevant:
In artikel 3.5 lid 1 van de herziene omgevingsverordening wordt aangegeven dat: 'Met het oog op de bescherming van de hoofdvorm van de karakteristieke gebouwen wordt als omgevingsplanactiviteit in ieder geval aangewezen het slopen van een karakteristiek gebouw in het buitengebied of in het aardbevingsgebied.'. De sloop van een karakteristiek gebouw in het buitengebied of in het aardbevingsgebied (figuur 2.1) is dus als omgevingsplanactiviteit aangewezen. Dat betekent dat voor sloop altijd een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd.
Het eerste lid geldt niet voor slopen ten behoeve van gewoon onderhoud en herstel; van inpandige delen van een gebouw; ten behoeve van het uitvoeren van destructief onderzoek; die noodzakelijk is ter voorkoming van instortingsgevaar en daarbij sprake is van een acute bedreiging van de veiligheid van personen of beschadiging van omliggende bebouwing en andere maatregelen het instortingsgevaar niet kunnen voorkomen; of van gebouwen die op grond van de Erfgoedwet als rijksmonument of als gemeentelijk monument in het omgevingsplan zijn aangewezen en op basis daarvan worden beschermd.
In de herziene omgevingsverordening wordt in artikel 3.6 instructieregel beeldbepalende of karakteristieke gebouwen aangegeven dat: 'Een omgevingsplan voor het aardbevingsgebied en een omgevingsplan voor het buitengebied stelt regels ter bescherming van de hoofdvorm van de karakteristieke- en beeldbepalende gebouwen'. De provincie heeft in haar verordening opgenomen dat, voor zover het omgevingsplan betrekking heeft op karakteristieke gebouwen, er regels worden opgenomen die deze bebouwing beschermen tegen ongewenste sloop.
In artikel 3.6 lid 2 is aangegeven dat: 'Een omgevingsplan dat betrekking heeft op karakteristieke gebouwen kan een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in Artikel 3.5, met een omgevingsvergunning mogelijk maken als is onderzocht of zinvol hergebruik van het gebouw overeenkomstig de toegekende functie of een andere passende functie objectief gezien mogelijk is al dan niet na het treffen van bouwkundige- of bouwtechnische maatregelen aan het gebouw, waarbij de gebruiksfunctie wordt verbeterd of de gebreken in de constructieve veiligheid worden opgeheven.' Bij de aanvraag omgevingsvergunning moet een hergebruik-onderzoek zitten dat bekijkt of het karakteristieke gebouw: in de huidige functie, of in een andere passende functie (bv. woningen) rendabel en technisch haalbaar is. Het onderzoek moet ook laten zien of hergebruik wél lukt als de constructieve veiligheid op orde gebracht wordt (fundering, vloeren, dak), of - bouwkundige/ installatie-maatregelen treft (isolatie, brandveiligheid, toegankelijkheid).
De rijks- , provinciale en gemeentelijke monumenten worden beschermd op grond van de Erfgoedwet. De sloopvoorwaarden voor karakteristieke gebouwen zijn opgenomen in de juridische regeling voor de karakteristieke objecten van dit omgevingsplan.
Figuur 2.1: Aardbevingsgebied (Bron: provincie Groningen)
Onder een karakteristiek gebouw wordt verstaan een gebouw van cultuurhistorische waarde op grond van karakteristieke hoofdvorm, architectuur, landschappelijke en/of stedenbouwkundige situering, bijdragen aan de herkenbaarheid van de omgeving, gaafheid of zeldzaamheid.
Onder karakteristieke hoofdvorm wordt verstaan de ruimtelijke verschijningsvorm van een gebouw zoals die wordt bepaald door bouwmassa naar hoofdafmetingen en onderlinge verhoudingen, dakvorm, nokrichting, dakoverstekken, goothoogte, daklijsten en schoorstenen, erkers en balkons.
De Omgevingsvisie gemeente Westerkwartier 2040 bevat het toekomstbeeld van en voor de gemeente Westerkwartier. De gemeente kijkt in de visie ver vooruit en beschrijft de ambitie voor 2040.
In de Omgevingsvisie zijn de strategische keuzes beschreven voor de toekomstige ontwikkeling van de ruimtelijke en sociale leefomgeving van Westerkwartier. Het accent van de visie ligt op de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie is aangegeven hoe een evenwicht kan worden gevonden tussen verschillende functies, belangen, wensen en de kwaliteit van de leefomgeving. Een zo hoog mogelijke leefkwaliteit staat hierbij voorop.
In de Omgevingsvisie wordt binnen het onderdeel Gaswinning en -opslag kort ingegaan op erfgoed. Hierin is aangegeven dat de gemeente zich sterk maakt voor een goede schadeafhandeling en het behoud van waardevol erfgoed.
Dit omgevingsplan is er op gericht om de karakteristieke objecten in het buitengebied van de voormalige gemeente Marum en het buitengebied van de voormalige gemeente Grootegast met bijzondere ruimtelijke kwaliteit te beschermen. Daarmee sluit het omgevingsplan aan bij de Omgevingsvisie gemeente Westerkwartier 2040.
Voorafgaand aan het opstellen van de Omgevingsvisie heeft de gemeente een analyse- en waardendocument opgesteld waarin een analyse is gedaan naar het bestaande beleid, trends en ontwikkelingen die de gemeente te wachten staan op verschillende thema's. Het document bevat ook een waardering van de verschillende thema's. Al deze aspecten samen vormen de context waarbinnen de nieuwe Omgevingsvisie is opgesteld. Eén van de thema's die geanalyseerd en gewaardeerd is, is het thema Erfgoed.
Ten aanzien van het erfgoed is het beleidsstuk Archeologie en cultuurhistorie in de Westerkwartier-gemeenten (2014) relevant. In dit beleidsstuk worden twee onderdelen beschreven, Archeologie en Cultuurhistorie.
Voor het onderdeel cultuurhistorie is in het beleidsstuk een inventarisatie gedaan die een eerste indruk geeft van de nog aanwezige bovengrondse cultuurhistorische waarden. Hieronder vallen ook de gemeentelijke- en rijksmonumenten en de beschermde dorpsgezichten.
De gemeente Westerkwartier staat in het kader van Erfgoed het volgende te wachten:
Waardering Cultuurhistorie
In de gemeente Westerkwartier zijn veel beschermde dorpsgezichten, karakteristieke panden, gemeentelijke monumenten, rijksmonumenten, karakteristieke waterlopen en houtsingels aanwezig. De panden en beschermde dorpsgezichten hebben een extra grote waarde aangezien deze een grote invloed hebben op het karakter van de gemeente. Daarbij wordt opgemerkt dat ook de overgangen van de karakteristieke dorpen naar het buitengebied erg waardevol zijn. De karakteristieke waterlopen zijn ook van belang en waardevol. Als laatste zijn, in voornamelijk het zuidelijk deel van de gemeente, een groot aantal houtsingels van grote waarde aanwezig. Deze belangrijke landschappelijke structuur staat onder druk.
In dit omgevingsplan wordt voor karakteristieke objecten in het buitengebied van de voormalige gemeente Marum en het buitengebied van de voormalige gemeente Grootegast een beschermende regeling vastgelegd, die onder voorwaarden sloop mogelijk maakt.
In opdracht van de gemeente Westerkwartier heeft Libau een selectie uitgevoerd van de lijst karakteristieke objecten in het buitengebied van de voormalige gemeente Marum, het buitengebied van de voormalige gemeente Grootegast.
Buitengebied voormalige gemeente Marum
Vertrekpunt van de inventarisatie is de lijst objecten van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP panden). Deze lijst is meer dan twintig jaar geleden opgesteld ten behoeve van de selectie van rijksmonumenten, en bleek toe te zijn aan herziening. Op basis van veldwerk en literatuuronderzoek is een conceptlijst tot stand gekomen met een eerste selectie van karakteristieke objecten.
Buitengebied voormalige gemeente Grootegast
Voor het buitengebied van de voormalige gemeente Grootegast heeft Libau in het verleden reeds een selectie van karakteristieke objecten uitgevoerd. Voor de selectie is gebruik gemaakt van de waarderingscriteria die ook zijn gehanteerd voor de selectie van karakteristieke objecten in andere delen van de gemeente Westerkwartier. Van de geselecteerde karakteristieke objecten is vervolgens een waardering en korte beschrijving opgesteld. Deze systematiek is ook toegepast op twee objecten die gelegen zijn binnen het dorp Lutjegast.
Werkgroep
Door de gemeente is nadrukkelijk ingezet op het betrekken van leden van de historische verenigingen en andere lokale deskundigen bij het proces van inventarisatie, waardering en selectie. Daartoe is een werkgroep samengesteld waarin lokale deskundigen afkomstig uit (cultuur-)historische verenigingen en andere betrokken burgers zitting hebben gehad. Met de inbreng van de werkgroep is een selectie gemaakt van karakteristieke objecten in het plangebied.
In totaal zijn 24 objecten in beeld gebracht voor aanwijzing als karakteristiek. Om inzage te bieden in de reden van de selectie maar ook vanwege het belang van maatschappelijk draagvlak en bewustwording van de waarde van cultureel erfgoed zijn de objecten voorzien van een beknopte, toegankelijke motivatie voor elk van de 24 objecten. In de motivering wordt ingegaan op zowel de cultuurhistorische waarde als de ruimtelijke relevantie van elk geselecteerd object. De geselecteerde objecten voldoen alle aan een basisniveau voor wat betreft de ruimtelijke relevantie (de beeldbepalende rol van het object in zijn omgeving) en de herkenbaarheid van het oorspronkelijke bebouwingsbeeld. Wanneer sprake is van specifieke meerwaarde is dit in de omschrijving benoemd en komt dit ook tot uiting in de score per criterium. Zo zijn ook bijgebouwen of erven genoemd wanneer deze elementen bijdragen aan het totaalbeeld.
Het object of complex wordt aangemerkt als beeldbepalend en/of karakteristiek voor het buitengebied van de voormalige gemeente Marum en Grootegast op grond van de volgende criteria:
Cultuurhistorische waarde, met als leidraad:
Architectuurhistorische waarde, zich uitend in één of meer van de volgende punten:
Stedenbouwkundige-landschappelijke/ensemble waarde, met als leidraad:
Authenticiteit:
Zeldzaamheid:
Score waardering
Per criterium kunnen de objecten tot drie punten scoren:
0 geen waarde;
1 aanwezige waarde;
2 hoge waarde;
3 zeer hoge waarde.
De inventarisatie laat zien dat het zowel gaat om elementen die bepalend zijn voor de individuele hoofdvorm, alsook de bijdrage van een object aan een stedenbouwkundig ensemble, waarbij er dus sprake is van structurele waarde. Ook het bijzondere karakter, het materiaalgebruik of de typische kenmerken kunnen een reden zijn om een object karakteristiek te noemen. Veelal voldoen de objecten aan meerdere criteria. In planologische zin kan dan ook niet zonder meer volstaan worden met één van deze elementen te beschermen (bijvoorbeeld alleen de hoofdvorm, de architectuurkenmerken of alleen specifieke kenmerken). De bescherming is daarom gericht op het behoud van de cultuurhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundig ensemble-, authenticiteits- en/of zeldzaamheidswaarden, voor zover voor het betreffende perceel van toepassing. Dit is verankerd in de regels van dit omgevingsplan.
In bijlage 1 lijst overzicht karakteristieke objecten Marum Buitengebied en bijlage 2 buitengebied gemeente Grootegast zijn de karakteristieke objecten opgenomen inclusief toelichting op de aanwijzing en waardering van de objecten.
In een omgevingsplan dient aangetoond te worden dat er sprake is van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. Onderdeel hiervan is dat het plan niet in strijd is met een aantal milieuaspecten, zoals bodem en water. Het voorliggend omgevingsplan betreft een omgevingsplan karakteristieke objecten. Dit betekent dat vastgestelde bestemmingsplannen, zoals opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege slechts op één onderdeel wordt aangevuld.
Omdat het omgevingsplan niet voorziet in het toestaan van nieuwe ontwikkelingen en de huidige functies in het gebied al zijn getoetst aan de milieuaspecten, hetzij in omgevingsplan van rechtswege (tijdelijk deel) hetzij in een besluit/vergunning, is opnieuw toetsen niet noodzakelijk. Ook het opstellen van een m.e.r.-beoordelingsnotitie is niet aan de orde. Voor toetsing aan de milieuaspecten wordt verwezen naar de toelichting van de geldende bestemmingsplannen van rechtswege.
Een (wijziging) omgevingsplan moet technisch voldoen aan de Omgevingswet standaarden STOP/TPOD. De wetgever heeft tot 1 januari 2026 gemeenten echter de mogelijkheid geboden om een omgevingsplan onder de Omgevingswet op te stellen op basis van de RO standaarden 2012 en te publiceren via www.ruimtelijkeplannen.nl. Met een overbruggingsfunctie van het Informatiehuis Ruimte wordt het omgevingsplan getoond in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) (regels op de kaart). Dit is het zogenaamde TAM-omgevingsplan. Het omgevingsplan conform TAM maakt dus juridisch wel onderdeel uit van het omgevingsplan, maar wordt technisch ontsloten via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl.
Met deze wijziging van het omgevingsplan wordt de bestaande juridisch planologische regeling aangevuld met een regeling voor de karakteristieke panden die op 24 objecten van toepassing is.
Deze wijziging van het omgevingsplan vervangt dus niet de regels die onderdeel uitmaken van het (tijdelijk deel) van het Omgevingsplan gemeente Westerkwartier. De bruidsschat (inclusief vangnetregeling) en de gemeentelijke verordeningen die onderdeel uitmaken van het omgevingsplan worden niet gewijzigd. Wel is aangegeven dat wanneer deze regels een strijdigheid opleveren met de regels uit dit wijzigingsbesluit, de regels uit het wijzigingsbesluit voorgaan.
De begripsbepalingen uit de bijlage van de Omgevingswet zijn van rechtswege van toepassing op het wijzigingsbesluit en hoeven dus niet bij de begrippen te worden opgenomen. De begripsbepalingen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling zijn niet van van rechtswege van toepassing op het TAM-omgevingsplan. Daarom is in de begrippen hierop aangesloten door deze van toepassing te verklaren.
Aanvullende begripsbepalingen zijn niet nodig. De begrippen uit de onderliggende regelingen blijven van toepassing op de locaties.
In het bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Karakteristieke objecten gemeente Westerkwartier van de gemeente Westerkwartier is voor het aanwijzen van karakteristieke objecten de dubbelbestemming 'Waarde – Karakteristiek object' gebruikt. Aan deze dubbelbestemming is een juridische regeling gekoppeld.
Dit TAM-omgevingsplan voorziet in een aanvullende regeling voor 24 karakteristieke objecten. Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij het doel van de Omgevingswet is gekozen om de karakteristieke objecten aan te wijzen met een dubbelbestemming 'Waarde - Karakteristiek object'. Het is op deze manier mogelijk op basis van de RO standaarden 2012 een directe koppeling te maken tussen de digitale verbeelding en de juridische regeling (doorklikmogelijkheid verbeelding met regels). Dit vergroot de raadpleegbaarheid van dit TAM-omgevingsplan.
De dubbelbestemming 'Waarde - Karakteristiek object' sluit aan op de regelingen zoals opgenomen in de paraplubestemmingsplan Karakteristieke objecten gemeente Westerkwartier. De vergunningplicht voor het (gedeeltelijk) slopen van karakteristieke objecten is overgenomen uit het parapluplan. De juridische regeling sluit hiermee aan op de regelingen die elders binnen de gemeente Westerkwartier zijn opgenomen.
Een vergunningplicht geldt niet wanneer het normaal onderhoud betreft en/of sprake is van inpandige wijzigingen. De waardering van de karakteristieke gebouwen heeft namelijk geen betrekking op het interieur. Het verlenen van een omgevingsvergunning is alleen mogelijk indien de bouwtechnische kwaliteit zo slecht is dat hergebruik in alle redelijkheid niet mogelijk is of als het delen van een pand betreft, die op zichzelf niet als waardevol zijn aan te merken, en door het verwijderen daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke waarden plaatsvindt zoals bepaald door Libau. Deze waardering is opgenomen in bijlage 1 van de planregels en gekoppeld aan deze beoordelingsregels.
De dubbelbestemming heeft alleen betrekking op de gewaardeerde delen van de gebouwen. Waarbij in de waardering overigens niet enkel het gebouw de waardering bepaalt, maar waarbij ook de ligging in het landschap is meegenomen.
Voor de aanvraag omgevingsvergunning zijn specifieke aanvraagvereisten opgenomen. Deze gelden aanvullend op de algemene aanvraagvereisten zoals deze zijn opgenomen in artikel 7.3 en 7.4 van de Omgevingsregeling. De aanvraagvereisten zijn soortgelijk en sluiten aan op de systematiek van de aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor het slopen van gemeentelijke monumenten. Deze regeling voor gemeentelijke monumenten maakt ook onderdeel uit het van het Omgevingsplan gemeente Westerkwartier (bruidsschat).
Als de gemeente een wijziging van het omgevingsplan gaat maken, dan moet ze daarvan een kennisgeving doen. De gemeente Westerkwartier heeft aan alle eigenaren of bewoners van de panden een brief gestuurd met de aankondiging om hun pand als karakteristiek aan te gaan wijzen. Zes eigenaren hebben naar aanleiding van deze brief gereageerd. Alle eigenaren die hebben gereageerd hebben een reactie gekregen waarin ook ingegaan wordt op vragen die alleen op hun object van toepassing is. Dit heeft niet tot aanpassingen geleid. Eén eigenaar maakte bezwaar tegen de aanwijzing. Met deze eigenaar zijn gesprekken gevoerd en heeft de gemeente samen met Libau geconcludeerd dat het object wordt aangewezen als karakteristiek. Wel wordt voor dit object de redengevende beschrijving en de begrenzing van het object aangepast. Er is verslag gemaakt van de uitgevoerde participatie met de zes eigenaren. Dit verslag is opgenomen in bijlage 3.
Op de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan is de procedure van afdeling 3.4, Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Ontwerp:
Het ontwerp-omgevingsplan wordt gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Het ontwerp heeft vanaf 20 november tot en met 31 december 2025 voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ontvangen.
Vaststellingsfase:
Het omgevingsplan is vervolgens ongewijzigd vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en ligt zes weken ter inzage.
In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch niet evident onuitvoerbaar is. Dit houdt in dat:
Financiële uitvoerbaarheid
Voor wat betreft de financieel-economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld of de ontwikkeling financieel haalbaar is. Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt.
De gemeente is de initiatiefnemer en realiseert deze wijziging van het omgevingsplan voor eigen rekening en risico. De gemeente heeft middelen beschikbaar vanuit de begroting om de ontwikkeling te realiseren. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan.
Kostenverhaal
Indien een wijziging van het omgevingsplan nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt is kostenverhaal aan de orde. Een plan is financieel onuitvoerbaar als het kostenverhaal van door het plan mogelijk gemaakte kostenverhaalplichtige bouwactiviteiten en gebruikswijzigingen als aangewezen in artikel 8.13 Omgevingsbesluit niet is geregeld.
De beoogde ontwikkeling, namelijk het aanwijzen van karakteristieke objecten, is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit niet aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit. Hierdoor is het wettelijk verplicht kostenverhaal niet aan de orde en volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.
In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties betekent dat er balans bestaat tussen het beschermen en benutten ten gevolge van de verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Het bevoegd gezag moet beoordelen of deze wijziging van het omgevingsplan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moet aan alle relevante beleidsuitgangspunten en instructieregels op provinciaal en gemeentelijk niveau worden getoetst. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd.
Voor de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle relevante instructieregels, voor zover betrekking hebbend op deze wijziging van het omgevingsplan, getoetst in deze motivering.
Met het beoogde omgevingsplan worden 24 objecten aangewezen als karakteristiek object. Hiervoor wordt op de objecten de dubbelbestemming 'Waarde – Karakteristiek object' opgenomen zodat deze objecten niet zonder omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk kunnen worden gesloopt. Deze wijziging van het omgevingsplan is in overeenstemming met de relevante beleidsuitgangspunten/instructieregels op provinciaal en gemeentelijk niveau en veroorzaakt geen conflicten met de instructieregels vanuit het Bkl en de provinciale omgevingsverordening. De beoogde wijziging van het omgevingsplan voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.