direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-Omgevingsplan karakteristieke objecten Westerkwartier
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1969.TPWK25FACE03-VA01

Regels

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het beschermen van cultureel erfgoed en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22X) van het Omgevingsplan van de gemeente Westerkwartier. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22X] van het omgevingsplan van de gemeente Westerkwartier. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22X.]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22X]' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in Artikel 2 daarvan is afgeweken.

Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:

2.1 plan

het omgevingsplan van de gemeente Westerkwartier;

2.2 TAM-omgevingsplan:

het TAM-Omgevingsplan karakteristieke objecten Westerkwartier met identificatienummer NL.IMRO.1969.TPWK25FACE03-VA01 van de gemeente Westerkwartier;

2.3 deskundige:
  • a. de gemeentelijke monumentencommissie,
  • b. een onafhankelijke deskundige op het gebied van cultuurhistorie, of
  • c. een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van cultuurhistorie die voldoet aan de kwaliteitscriteria uit de gemeentelijke Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht;
2.4 gewoon onderhoud en herstel:

activiteiten die gericht zijn op het behoud van een bouwwerk waarbij vormgeving, detaillering en profilering niet wijzigen;

2.5 karakteristieke gebouwen of objecten:

gebouwen of objecten die van cultuurhistorische waarde zijn op grond van karakteristieke hoofdvorm, architectuur, landschappelijke en/of stedenbouwkundige situering, bijdrage aan de herkenbaarheid van de omgeving, gaafheid of zeldzaamheid.

Artikel 3 Toepassingsbereik

  • 1. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de in onderstaande tabel opgenomen locaties waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1969.TPWK25FACE03-VA01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl;
    Boerakkerweg 22 Boerakker  
    Roordaweg 14 Boerakker  
    Jonkersvaart 2 De Wilp  
    Jonkersvaart 12 Jonkersvaart  
    Hooiweg 10 Lucaswolde  
    Hooiweg 20 Lucaswolde  
    Hooiweg 32 Lucaswolde  
    De Petten 6 Marum  
    Haarsterweg 29 Marum  
    Haarsterweg 49 Marum  
    Haarsterweg 54 Marum  
    Hamrik 11 Marum  
    Kloosterweg 1 Marum  
    Kruisweg 75 Marum  
    Kruisweg 115 Marum  
    Lindsterlaan 41 Marum  
    Malijksepad 13 Marum  
    Carolieweg 27 Niebert  
    Leidijk 4 Noordwijk  
    Lietsweg 6 Nuis  
    Nieuweweg 19 Nuis  
    Nieuweweg 34 Nuis  
    Abel Tasmanweg 23 Lutjegast  
    Stationsweg 4 Lutjegast  
    Stationsweg 4a Lutjegast  
  • 2. De regels in dit TAM-omgevingsplan vullen de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet aan waarbij:
    • a. artikel 5 van dit TAM-omgevingsplan als aanvulling geldt op de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g van de Invoeringswet Omgevingswet ter plaatse van de volgende locaties:
      Boerakkerweg 22 Boerakker  
      Roordaweg 14 Boerakker  
      Jonkersvaart 2 De Wilp  
      Jonkersvaart 12 Jonkersvaart  
      Hooiweg 10 Lucaswolde  
      Hooiweg 20 Lucaswolde  
      Hooiweg 32 Lucaswolde  
      De Petten 6 Marum  
      Haarsterweg 29 Marum  
      Haarsterweg 49 Marum  
      Haarsterweg 54 Marum  
      Hamrik 11 Marum  
      Kloosterweg 1 Marum  
      Kruisweg 75 Marum  
      Kruisweg 115 Marum  
      Lindsterlaan 41 Marum  
      Malijksepad 13 Marum  
      Carolieweg 27 Niebert  
      Leidijk 4 Noordwijk  
      Lietsweg 6 Nuis  
      Nieuweweg 19 Nuis  
      Nieuweweg 34 Nuis  
      Abel Tasmanweg 23 Lutjegast  
      Stationsweg 4 Lutjegast  
    • b. artikel 6 van dit TAM-omgevingsplan als aanvulling geldt op de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g van de Invoeringswet ter plaatse van Stationsweg 4a Lutjegast;
  • 3. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het plan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

Artikel 4 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het plan, zijn van

overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 5 Waarde - Karakteristiek object

5.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Karakteristiek object'.

5.2 Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aanwezen als 'Waarde - Karakteristiek object' heeft als functie:

  • a. het behoud van de cultuurhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundig ensemble-, authenticiteits- en/of zeldzaamheidswaarden van karakteristieke objecten.
5.3 Beoordelingsregels
5.3.1 (hoofd)gebouwen

In aanvulling op artikel 22.29 van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan alleen verleend indien de (hoofd)gebouwen zoals opgenomen in bijlage 1 worden gebouwd met behoud van de cultuurhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundig ensemble-, authenticiteits- en/of zeldzaamheidswaarden waarbij geldt dat de oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakhelling en gevelindeling in stand worden gehouden, voor zover deze kenmerken karakteristiek zijn volgens de in bijlage 1 opgenomen karakteristieke objecten.

5.4 Maatwerkvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen over de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:

  • a. het behoud van de cultuurhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundig ensemble-, authenticiteits- en/of zeldzaamheidswaarden voor zover voor het betreffende perceel van toepassing volgens bijlage 1.
5.5 Specifieke beoordelingsregels

In afwijking van artikel 5.3.1 wordt de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels toch verleend indien:

  • a. het gaat om een afwijking van ondergeschikte mate van de bestaande maatvoeringen en gevelindeling van de karakteristieke hoofdvorm;
  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke hoofdvorm en gevelindeling van het karakteristieke gebouw;
  • c. aanvrager daarbij een redelijk belang heeft en de aantasting niet onevenredig is in verhouding tot dat belang.
5.5.1 Advies

Bij het verlenen van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt bij toepassing van artikel 5.5 advies ingewonnen bij een onafhankelijke deskundige op het gebied van stedenbouw en landschap indien afgeweken wordt van de karakteristieke hoofdvorm en gevelindeling van het karakteristieke gebouw.

5.6 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
5.6.1 Vergunningplicht

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een karakteristiek object zoals opgenomen in bijlage 1 geheel of gedeeltelijk te slopen.

5.6.2 Uitzondering

Een omgevingsvergunning is niet nodig indien sprake is van:

  • a. gewoon onderhoud en herstel;
  • b. inpandige wijzigingen van een gebouw;
  • c. het uitvoeren van destructief onderzoek.
5.6.3 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.6.1 van dit TAM-omgevingsplan wordt verleend indien:

  • a. sprake is van een algemeen belang waarvoor het gebouw moet wijken; of,
  • b. aangetoond wordt dat behoud van het gebouw bouwtechnisch niet mogelijk is en een goede herinvulling ter plaatse van het te slopen gebouw is verzekerd waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de aanwezige of te ontwikkelen kwaliteiten en waarden van het gebied; of,
  • c. zinvol hergebruik van het gebouw overeenkomstig de geldende functie of een andere, passende functie objectief gezien niet mogelijk is en het belang van de vergunningaanvrager bij sloop van het gebouw in redelijkheid dient te prevaleren boven het cultuurhistorisch belang van het behoud ervan; of,
  • d. de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en alleen met ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld; of,
  • e. het delen van een gebouw betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop van deze delen geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt.
5.6.4 Aanvraagvereisten
  • 1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.6.1 van dit TAM-omgevingsplan voor het (gedeeltelijk) slopen van een karateristiek object waarbij zinvol hergebruik objectief gezien niet mogelijk is, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
    • a. een rapport van een deskundige dat ingaat op:
      • de bouwkundige en gebruikstechnische staat van het gebouw;
      • de mate waarin het gebouw geschikt is of door het treffen van voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor zinvol hergebruik overeenkomstig de geldende functie of een andere passende functie.
  • 2. Het in lid 1 genoemde rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders uit andere beschikbare informatie afdoende blijkt dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden.
5.6.5 Advies

Bij het beoordelen van de omgevingsvergunning als bedoeld in 5.6.1 van dit TAM-omgevingsplan wordt een deskundige om schriftelijk advies gevraagd.

Artikel 6 Voorrangsbepaling tijdelijk deel omgevingsplan

6.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die is aangewezen als 'Voorrangsbepaling tijdelijk deel omgevingsplan'.

6.2 Voorrangsbepaling

Ter plaatse van de locatie 'Voorrangsbepaling tijdelijk deel omgevingsplan' zijn de regels die gelden voor de aanduiding 'karakteristiek', zoals bedoeld in artikel 22 'Wonen' (Artikel 30) uit bestemmingsplan Buitengebied Grootegast 2010 - Gedeeltelijke herziening 2014 met identificatienummer NL.IMRO.0015.BPBG14BEHE1-VA02 niet van toepassing.