| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Herontwikkeling Camping Briltil |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1969.TPBR24HERS01-VA01 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de gebiedsontwikkeling 'Herontwikkeling Camping Briltil' en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22A) van
het omgevingsplan van de gemeente Westerkwartier. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart uitgegeven deel van dit omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22A van het omgevingsplan van de gemeente Westerkwartier. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel' na de spatie en direct voor het artikelnummer '22A' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord Bijlage, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22A' gelezen worden
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken.
het TAM-omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22A Herontwikkeling Camping Briltil' met identificatienummer NL.IMRO.1969.TPBR24HERS01-VA01 van de gemeente Westerkwartier.
het omgevingsplan van de gemeente Westerkwartier.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
het bieden van de, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben.
bij bouwwerken:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
een aaneengesloten stuk grond, waarop volgens de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar volgens de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, uitstallen, verkopen en/of leveren van goederen aan personen. Tot detail handel wordt niet gerekend het te koop aanbieden, uitstallen, verkopen en/of leveren van goederen aan bedrijven of personen die die goederen gebruiken bij de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf;
een al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan, dat direct ligt bij een gebouw en geheel of gedeeltelijk is ingericht voor het gebruik van dit gebouw, waarbij geldt dat deze inrichting niet in strijd is met het omgevingsplan;
een hoek- of rondvormig uitgebouwd deel van een gebouw;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken;
de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg;
gebouwen bedoeld voor bewoning, andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving;
een afdekking die een hoek met het horizontale vlak maakt van minimaal 5 graden;
een door feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een aangegeven bestemmings- of bouwgrens;
de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkomen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, zoals een carport, met een dak en dat niet is voorzien van een wand, (bestaande) wanden van gebouwen niet meegerekend;
Voor gebouwen: de hoogte van de bovenzijde van de afgewerkte begane grondvloer en/of de hoofdtoegang van de woning;
Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwperceel.
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
de stedenbouwkundige waarde van een gebied die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing. De mate van samenhang wordt bepaald door de verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, de onderlinge verhouding tussen bebouwing op het gebied van bouwhoogte en -breedte en de wijze waarop bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is zich tot elkaar verhoudt op het vlak van bouwvorm en ligging;
beplant deel van het erf;
de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers;
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende parkeergelegenheden;
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
een gebouw dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;
een gebouw dat één woning omvat. Een aangebouwde garage, erkers en aan- en uitbouwen worden tot een woonhuis gerekend;
de waarde van een gebied voor de woonfunctie, die wordt bepaald door de situering van om die woonfunctie liggende functies en bebouwing. Bij de bepaling van de waarde wordt in het bijzonder gelet op de daglichttoetreding, het uitzicht, de mate van privacy en het voorkomen of beperken van hinder;
een woning met een eigen toegang waarbij voorzieningen, zoals was- en kookgelegenheid en toilet, niet hoeven te worden gedeeld met anderen;
de grens tussen twee bouwpercelen.
De meet- en rekebepalingen uit artikel 22.24 van dit omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in %, m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in artikel 4.1 tot en met 4.7.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
tussen de buitenwerkse constructiedelen, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, koekoeken, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of functiegrenzen niet meer dan 1,00 m bedraagt;
bij toepassing van het bepaalde in het plan ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of functievlakken, worden afwijkingen ten gevolge van meetverschillen buiten beschouwing gelaten, mits dat meetverschil, mede gelet op de aard en omvang van hierdoor toegelaten of toe te laten (bouw)werken of werkzaamheden, als van zeer beperkte betekenis moet worden aangemerkt.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan van de gemeente Westerkwartier, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Groen.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Groen' mag gebruikt worden voor:
met de daarbij behorende:
In aanvulling op het gestelde in aritkel 22.29 van het omgevingsplan gemeente Westerkwartier geldt dat op of in deze gronden geen gebouwen mogen worden gebouwd.
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gemeente Westerkwartier geldt dat op of in deze gronden geen overkappingen mogen worden gebouwd.
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gemeente Westerkwartier gelden voor het bouwen van vlaggenmasten en lichtmasten de volgende regels:
Tot een gebruik, strijdig met deze functie, wordt in elk geval gerekend:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Verkeer.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Verkeer' mag gebruikt worden voor:
met de daarbij behorende:
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gemeente Westerkwartier geldt dat op of in deze gronden geen gebouwen mogen worden gebouwd.
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gemeente Westerkwartier gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de volgende regels:
Het college van burgemeester en wethouders kan, ten behoeve van de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Water.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Water' mag gebruikt worden voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gemeente Westerkwartier geldt dat op of in deze gronden geen gebouwen mogen worden gebouwd.
In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gemeente Westerkwartier gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de volgende regels:
Het college van burgemeester en wethouders kan, ten behoeve van een goede waterhuishouding en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.
Tot een gebruik, strijdig met deze functie, wordt in ieder geval gerekend:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Wonen.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen 'Wonen' mag gebruikt worden voor:
met daarbij behorende:
In afwijking van artikel 22.27 en artikel 22.36 geldt de volgende regel voor bijbehorende bouwwerken:
Op of in deze gronden mogen geen overkappingen worden gebouwd.
Een erf- en terreinafscheiding:
Een bouwwerk dat niet kan worden aangemerkt als gebouw, overkapping of erf- of terreinafscheiding heeft een maximale bouwhoogte van 6,00 m.
Tot een gebruik, strijdig met deze functie, wordt in ieder geval gerekend:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de regels in dit omgevingsplan:
De vergunning wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de eisen gesteld in lid 1.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6 wordt tot een strijdig gebruik in ieder geval gerekend:
De bouw- en gebruiksmogelijkheden als bedoeld in Hoofdstuk 2 van deze regels moeten voldoen aan de kaders zoals gesteld in het 'Beeldkwaliteitsplan Jachthaven Briltil' zoals opgenomen in Bijlage 1.
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: