Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Langeweg 3 te Goudswaard / Oud-Piershilseweg 4a te Piershil
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1963.BPlw3GWophw4aPH-VG01
1 Inleidende regels
 
Artikel 1 Begrippen
 
In deze regels wordt verstaan onder:
 
1.1 plan
het bestemmingsplan “Langeweg 3 te Goudswaard / Oud-Piershilseweg 4a te Piershil” met identificatienummer NL.IMRO.1963.BPlw3GWophw4aPH.VG01 van de gemeente Hoeksche Waard;
 
1.2 bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
 
1.3 aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
 
1.4 aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
 
1.5 aan- en uitbouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.
 
1.6 aan-huis-gebonden beroep
een dienstverlenend beroep, dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
 
1.7 achtererf
de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.
 
1.8 achtergevel
de gevel van het hoofdgebouw die 'tegenover' de voorgevel is gelegen.
 
1.9 agrarisch bedrijf
een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, met uitzondering van intensieve veehouderijen.
 
akker– en vollegrondstuinbouw:
de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen fruit– en bollenteelt en gemengde tuinbouw.
 
fruitteeltbedrijf:
de teelt van fruit op open grond;
 
vollegronds tuinbouwbedrijf:
een bedrijf dat overwegend of uitsluitend gericht s op het telen van tuinbouwgewassen in de volle grond;
 
gemengd tuinbouwbedrijf:
de teelt van tuin– en potplanten en/of bomen, al dan niet met behulp van kassen en al dan niet gecombineerd met de handel in deze gewassen;
 
glastuinbouw:
de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen;
 
grondgebonden veehouderij:
het houden en opfokken van melk– en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond;
 
paardenfokkerij:
een agrarisch bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het door middel van een gericht (op)fok- en/of africhtingsprogramma trachten een paard op een hoger niveau te brengen, waardoor de waarde van dat paard in het economisch verkeer toeneemt, zoals (op)fokkerijbedrijven, hengstenstations, africhtings- en trainingsbedrijven;
 
paardenhouderij:
het bedrijfsmatig, niet op agrarische productie gericht houden en stallen van paarden en pony’s en de handel in paarden en pony’s, met als ondergeschikte nevenactiviteit het fokken, africhten, trainen en berijden van paarden en pony's;
 
sierteelt:
een agrarisch bedrijf gericht op het telen van siergewassen en het kweken van sierplanten.
 
1.10 agrarisch hulp- en nevenbedrijf
een bedrijf, gericht op het verlenen van diensten en/of het leveren van dieren of goederen aan agrarische bedrijven, dan wel op het verwerken, opslaan en verhandelen van dieren of producten, die afkomstig zijn van agrarische bedrijven.
 
1.11 agrarisch verwant bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het leveren van diensten aan agrarische bedrijven en groene en recreatieve functies in het buitengebied zo nodig met behulp van werktuigen en apparatuur of op het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud of reparatie van werktuigen of apparatuur. Kenmerkende werkzaamheden zijn cultuurtechnische werken en grondverzet, meststoffendistributie en agrarisch loonwerk.
 
1.12 archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.
 
1.13 archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.
 
1.14 bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
 
1.15 bedrijf
een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen.
 
1.16 bedrijfs- of dienstwoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein.
 
1.17 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds-, en oppervlaktematen
afstands–, hoogte–, inhouds– en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet.
 
1.18 bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak;
 
1.19 bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
 
1.20 bevoegd gezag
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
 
1.21 bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;
 
1.22 brutovloeroppervlak
de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.
 
1.23 bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
 
1.24 bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
 
1.25 bouwlaag/woonlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op (nagenoeg) gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen en dat zodanige afmetingen en vormen heeft dat dit gedeelte zonder ingrijpende voorzieningen voor woonfuncties geschikt of geschikt te maken is.
 
1.25 bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
 
1.26 bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel;
 
1.27 bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
 
1.28 bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
 
1.29 bijgebouw
een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
 
1.30 detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps– of bedrijfsactiviteit.
 
1.31 gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
 
1.32 hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
 
1.33 internetverkoop
verkoop van artikelen via internet door de bewoner van de woning, waarbij op het perceel alleen administratieruimte en/of magazijnruimte voor deze artikelen aanwezig is en waarbij de artikelen (eventueel per post) bij de klant worden thuis bezorgd en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past.
 
1.34 kantoor
voorzieningen gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
 
1.35 kap
een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 30° en minder dan 65°.
 
1.36 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
het in een woning door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, waarvoor geen melding– of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen– en vergunningenbesluit milieubeheer geldt en waarbij de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past.
 
1.37 landschappelijke inpassing
inpassing in het omringende landschap door bij de situering in te spelen op de landschappelijke kenmerken en/of door het gebruik van beplanting die past bij het landschapstype ter plaatse, om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen;
 
1.38 landschapswaarde
de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet–levende natuur.
 
1.39 loonbedrijf:
een bedrijf dat in opdracht bepaalde werkzaamheden verricht op locatie(s) van opdrachtgevers en daarvoor landbouw- en grondverzetmachines met bijbehorende vakmensen tegen betaling ter beschikking stelt al dan niet in combinatie met het leveren / afvoeren van stoffen of goederen.
 
1.40 mantelzorg
zorg, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden in diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening voortvloeit uit de sociale relatie. Het gaat om zorg die meer is dan in een persoonlijke relatie gebruikelijk is.
 
1.41 nevenactiviteit / nevenfunctie
activiteit, die gezien de relationele aard en geringe omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit.
 
1.42 nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
 
1.43 overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak en ten hoogste 1 wand.
 
1.44 peil
  1. voor gebouwen die op maximaal 1 m van de weg liggen: de hoogte van de kruin van die weg;
  2. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;
  3. voor aan- en uitbouwen geldt het peil van hoofdgebouw.
1.45 seksinrichting
het bedrijfsmatig – of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt – gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen.
 
1.46 Staat van Bedrijfsactiviteitende Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels onderdeel uitmaakt.
 
1.47 voorgevelde gevel van het hoofdgebouw die aan de weg ligt waaraan deze is genummerd.
 
1.48 voorgevelrooilijnde (denkbeeldige) lijn in en in het verlengde van de gevel van het hoofdgebouw die gericht is naar de openbare weg; indien er meer dan één geval gericht is naar de openbare weg, betreft het de (denkbeeldige) lijn die in en in het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw ligt.
 
1.49 zijerfde gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor– en achtergevel.
 
Artikel 2 Wijze van meten
 
Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten:
 
2.1 afstand
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is.
 
2.2 bouwhoogte van een antenne-installatie
  1. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne–installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne–installatie;
  2. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne–installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne–installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne–installatie.
2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
 
2.4 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
 
2.5 de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
 
2.6 de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
 
2.7 de inhoud van een bouwwerk
tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Ondergrondse bebouwing en bijbehorende bouwwerken worden niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud van een bouwwerk.
 
2.8 oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
  
2 Bestemmingsregels
 
Artikel 3 Agrarisch
 
De regels met betrekking tot de bestemming "Agrarisch" zijn overeenkomstig het bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied 2015’ van de gemeente Korendijk”, zoals vastgesteld op 17 maart 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Korendijk. 
 
Artikel 4 Bedrijf
 
4.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. bedrijven, die zijn opgenomen in de Tabel Bedrijven, specifieke vorm van bedrijf - 30;
  2. bedrijfswoningen, daaronder begrepen een aan-huis-gebonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit of internetverkoop, met dien verstande dat het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan 1;
  3. voorzieningen, zoals groen, tuinen, terras, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, (onverharde) paden, wegen, parkeervoorzieningen en op-/overslagvoorzieningen (buitenopslag).
 
4.2 Bouwregels
 
4.2.1 Algemeen
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
  1. De afstand van gebouwen tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 2 m.
  2. Indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 m.
4.2.2 Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:
  1. Er mag niet meer dan één bedrijf aanwezig zijn per bestemmingsvlak. Indien bestaand meer dan één bedrijf per bestemmingsvlak aanwezig is, geldt het aantal bestaande bedrijven als maximum aantal bedrijven per bestemmingsvlak. Zie hiervoor de Tabel Bedrijven.
  2. Gebouwen en overkappingen worden binnen in het bouwvlak gebouwd.
  3. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan is aangegeven met de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage (%)’ .
  4. De goothoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 6 m.
  5. De bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 11 m.
4.2.3 Bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
  1. De goothoogte van bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 6 m.
  2. De bouwhoogte van bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 10 m.
  3. De inhoud van een bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 750 m³. De ondergrondse bebouwing en de bijbehorende bouwwerken worden niet meegerekend voor het bepalen van de inhoud.
4.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
  1. De oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken behorende bij de bedrijfswoning bedraagt maximaal 100 m2.
  2. De goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3,20 m.
  3. De dakhelling van bijbehorende bouwwerken mag niet minder bedragen dan 30°.
  4. De dakhelling van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 65°.
4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
  1. De bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 9 m.
  2. De bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevel van de bedrijfswoning niet meer mag bedragen dan 1 m.
  3. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevel van de bedrijfswoning niet meer mag bedragen dan 1 m.
4.2.6 Windturbines
Voor het bouwen van een windturbine, gelden de volgende regels:
  1. De windturbine dient binnen het bouwvlak gebouwd te worden.
  2. Per bouwvlak is maximaal één windturbine toegestaan.
  3. De ashoogte van een winturbine bedraagt maximaal 15 m.
  4. De windturbine is functioneel gebonden aan het gebouw of de bestemming waarop het geplaatst wordt.
  5. Windturbines mogen niet worden gebouwd op of nabij monumenten.
  6. Windturbines mogen niet gebouwd worden op gronden ter plaatse van de aanduiding 'openheid' / 'overige zone - openheid' en/ of 'ecologische hoofdstructuur' / 'overige zone - ecologische hoofdstructuur'.
  7. De afstand tot leidingen die vallen onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen bedraagt minimaal 25 m.
  8. De belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad, waaronder in ieder geval de veiligheid wordt begrepen.
4.3 Afwijken van de bouwregels
 
Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.2 onder c:
  1. met een eenmalige vergroting van maximaal 10% van het toegestane bebouwingspercentage, indien zulks voor een meer doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is en de bereikbaarheid in geval van calamiteiten in voldoende mate kan worden gewaarborgd;
of
  1. met een eenmalige vergroting van maximaal 30% van het toegestane bebouwingspercentage, onder de volgende voorwaarden:
    1. indien zulks voor een meer doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is en de bereikbaarheid in geval van calamiteiten in voldoende mate kan worden gewaarborgd;
    2. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de bebouwing op basis van een erfbeplantingsplan;
    3. de vergroting is uitsluitend toegestaan ten behoeve van een agrarisch aanverwant bedrijf;
    4. het betreffende bedrijf niet verplaatst kan worden naar een in de gemeente gelegen bedrijventerrein.
4.4 Specifieke gebruiksregels
 
4.4.1 Ondergeschikt medegebruik van de woonfunctie
Medegebruik van de woning voor een aan–huis–gebonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit of internetverkoop is toegestaan mits:
  1. Het brutovloeroppervlak ten behoeve van een aan–huis–gebonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit of internetverkoop ten hoogste 25% bedraagt van de vloeroppervlakte van de betrokken woning en bijbehorende bouwwerken met een maximum van 40 m².
  2. De woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft en het medegebruik ondergeschikt is.
  3. De bewoner van de woning degene is die het beroep, de activiteit of internetverkoop uitoefent.
  4. Het gebruik geen dusdanige verkeersaantrekkende werking heeft, wat kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte.
  5. In voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte.
  6. Er geen buitenopslag plaatsvindt.
  7. Reclame-uitingen ten dienste van de activiteit, beperkt blijven tot het plaatsen van een bord met een maximale afmeting van 1 meter x 0,5 meter aan de gevel of in de voorof zijtuin en bij plaatsing van dit bord in de voor- of zijtuin op maximaal 1 meter hoogte.
  8. Bij internetverkoop geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen artikelen niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden.
4.5 Wijzigingsbevoegdheid
 
4.5.1 Vergroting bouwvlak
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen teneinde een bouwvlak te vergroten, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1. De vergroting dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of - ontwikkeling van een reëel bedrijf.
  2. De vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bestaande bouwvlak.
  3. De vergroting niet leidt tot een vergroting van de maximale toegestane bebouwing op basis van het toegekende bebouwingspercentage.
  4. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen.
  5. In geval van onduidelijkheid kan advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.
  6. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan.
  7. De verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone, ter plaatse van de aanduiding ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’ / 'overige zone - zoekgebied ecologische verbindingszone' wordt niet belemmerd of aangetast.
  8. De wijziging mag geen onevenredige toename van nadelige gevolgen opleveren voor het woon- en leefklimaat van omwonenden.
Artikel 5 Groen - Landschappelijke inpassing
 
5.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor ‘Groen - Landschappelijke inpassing’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het aanbrengen en in stand houden van groenstroken, weide en / of beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen, erven, wandelpaden en verhardingen;
  2. water en waterberging.
5.2 Bouwregels
 
Op de voor ‘Groen - Landschappelijke inpassing’ aangewezen gronden mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, behoudens erfafscheidingen, waarbij de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 2 meter.
  
Artikel 6 Wonen
 
6.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het wonen daaronder begrepen aan–huis–gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten of internetverkoop;
  2. één woning, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ het aantal woningen niet meer mag bedragen dan is aangegeven;
  3. voorzieningen, zoals groen, tuinen, terras, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, (onverharde) paden, wegen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen;
  4. ter plaatse van de aanduiding ‘vrijkomende agrarische bebouwing’ is voorheen sprake geweest van een agrarische bestemming.
6.2 Bouwregels
 
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels.
 
6.2.1 Algemeen
  1. hoofdgebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd;
  2. de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd mag niet minder bedragen dan 15 m. Indien de bestaande afstand reeds minder bedraagt, geldt deze afstand als minimale afstand;
  3. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 3 m. Indien de bestaande afstand reeds minder bedraagt, geldt deze afstand als minimale afstand.
6.2.2 Woningen
Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels:
  1. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m.
  2. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m.
  3. De inhoud mag niet meer bedragen dan 750 m3, met uitzondering van de bebouwing ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – 1’.
  4. De afstand van de woning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 3 m, voor zover het hoofdgebouw niet aaneengebouwd is.
6.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij woningen
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
  1. Bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – zonder gebouwen’.
  2. De goothoogte mag niet meer bedragen dan bestaand.
  3. De dakhelling mag niet minder bedragen dan bestaand.
  4. De dakhelling mag niet meer bedragen dan bestaand.
  5. De gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 400 m².
  6. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 2 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd.
  7. De afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot de woning mag niet meer bedragen dan 15 m.
6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
  1. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevel van de woning niet meer mag bedragen dan 1 m.
  2. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevel van de woning niet meer mag bedragen dan 1 m.
6.3 Specifieke gebruiksregels
 
6.3.1 Ondergeschikt medegebruik van de woonfunctie
Medegebruik van de woning voor een aan–huis–gebonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit of internetverkoop is toegestaan mits:
  1. Het brutovloeroppervlak ten behoeve van een aan–huis–gebonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit of internetverkoop ten hoogste 50% bedraagt van de vloeroppervlakte van de betrokken woning en bijbehorende bouwwerken met een maximum van 200 m².
  2. De woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft en het medegebruik ondergeschikt is.
  3. De bewoner van de woning degene is die het beroep, de activiteit of internetverkoop uitoefent.
  4. Het gebruik geen dusdanige verkeersaantrekkende werking heeft, wat kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte.
  5. In voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte.
  6. Er geen buitenopslag plaatsvindt.
  7. Reclame-uitingen ten dienste van de activiteit, beperkt blijven tot het plaatsen van een bord met een maximale afmeting van 1 meter x 0,5 meter aan de gevel of in de voorof zijtuin en bij plaatsing van dit bord in de voor- of zijtuin op maximaal 1 meter hoogte.
  8. Bij internetverkoop geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de te verkopen artikelen niet ter plaatse bezichtigd en afgehaald kunnen worden.
6.4 Afwijken van de gebruiksregels
 
6.4.1 Bed & breakfast
Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.1 teneinde een bed & breakfast mogelijk te maken, met dien verstande dat:
  1. de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past;
  2. ten hoogste 4 kamers zijn toegestaan tot een oppervlakte van in totaal 200 m2, waar maximaal 10 gasten mogen verblijven;
  3. de voorziening ten behoeve van de bed & breakfast binnen de bestaande bebouwing wordt gerealiseerd, waarbij de bed & breakfast alleen in een bijgebouw kan plaatsvinden als de betreffende gebouwen een duidelijke ruimtelijke samenhang met het hoofdgebouw vertonen;
  4. er voldoende parkeergelegenheid is op eigen terrein.
6.4.2 Theetuin / theeschenkerij
Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1 teneinde tevens een theetuin/ theeschenkerij mogelijk te maken met dien verstande dat:
  1. de oppervlakte ten hoogste 80 m² mag bedragen;
  2. de woning in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt met een ruimtelijke uitstraling die daarbij past;
  3. theetuinen theeschenkerijen zijn uitsluitend toegestaan binnen bestaande bebouwing en/of bouwmogelijkheden;
  4. theetuinen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van een recreatieve functie.
Artikel 7 Voorwaardelijke verplichting
 
7.1 Landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit
 
De landschappelijke inpassing van (bedrijfs)gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en buitenopslag op de gronden met de bestemming Bedrijf voor het in dit plan benoemde initiatief Oud-Piershilseweg 4a te Piershil dient uiterlijk binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan te zijn aangelegd en dient vervolgens aldus in stand te worden gehouden.
 
7.2 Inrichtingsplan
 
Onder inrichtingsplan wordt in deze planregels verstaan:
  1. het ‘Landschaps-/inrichtingsplan Oud-Piershilseweg 4a te Piershil’ opgesteld door Ars Virens d.d. 30 oktober 2018’
7.3 Bijlage
 
Het genoemde inrichtingsplan is als bijlage bij de planregels opgenomen.
 
Artikel 8 Waarde - Archeologie 3
 
De regels met betrekking tot de bestemming "Waarde – Archeologie - 3" zijn overeenkomstig het bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied 2015’ van de gemeente Korendijk”, zoals vastgesteld op 17 maart 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Korendijk.
  
3 Algemene regels
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel
 
De anti-dubbeltelregel zijn overeenkomstig het bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied 2015’ van de gemeente Korendijk”, zoals vastgesteld op 17 maart 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Korendijk.
  
Artikel 10 Algemene bouwregels
 
De algemene bouwregels zijn overeenkomstig het bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied 2015’ van de gemeente Korendijk”, zoals vastgesteld op 17 maart 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Korendijk.
  
Artikel 11 Algemene gebruiksregels
 
De algemene gebruiksregels zijn overeenkomstig het bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied 2015’ van de gemeente Korendijk”, zoals vastgesteld op 17 maart 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Korendijk.
  
Artikel 12 Algemene aanduidingsregels
 
De algemene aanduidingsregels zijn overeenkomstig het bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied 2015’ van de gemeente Korendijk”, zoals vastgesteld op 17 maart 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Korendijk.
  
Artikel 13 Algemene afwijkingsregels
 
De algemene afwijkingsregels zijn overeenkomstig het bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied 2015’ van de gemeente Korendijk”, zoals vastgesteld op 17 maart 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Korendijk.
  
Artikel 14 Algemene wijzigingsregels
 
De algemene wijzigingsregels zijn overeenkomstig het bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied 2015’ van de gemeente Korendijk”, zoals vastgesteld op 17 maart 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Korendijk.
  
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 15 Overgangsrecht
 
De regels met betrekking tot het overgangsrecht zijn overeenkomstig het bestemmingsplan “1e herziening Buitengebied 2015’ van de gemeente Korendijk”, zoals vastgesteld op 17 maart 2015 door de gemeenteraad van de gemeente Korendijk.
 
Artikel 16 Slotregel
 
Deze regels worden aangehaald onder de naam: 'Regels van het bestemmingsplan Langeweg 3 Goudswaard en Oud-Piershilseweg 4a Piershil.