direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Nij Altoenae - Het Putstik
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1949.BPNijltPutstik-VAS1

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Aan Het Putstik, in het noorden van het dorp Nij Altoenae, ligt een braakliggend stuk grond. Het voornemen is om hier zeven woningen te realiseren, inclusief een dorpstuin. Drie van deze woningen zullen vrijstaand worden gebouwd en de overige vier in een woongebouw.

Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van de geldende planologische regeling uit het bestemmingsplan Nij Altoenae - Uitbreiding fase 2 en 3. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hier in.

1.2 Ligging plangebied

Het plangebied ligt in noorden van de bebouwde kom van Nij Altoenae. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPNijltPutstik-VAS1_0001.jpg"

Figuur 1.1 Ligging van het plangebied

1.3 Planologische regeling

Het plangebied is momenteel geregeld in het bestemmingsplan Nij Altoenae - Uitbreiding fase 2 en 3, dat is vastgesteld op 29 oktober 2009. In het geldende bestemmingsplan heeft de locatie de bestemmingen ' Wonen - Uit te werken', 'Groen' en 'Agrarisch - Cultuurgrond'. Een uitsnede van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2.

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPNijltPutstik-VAS1_0002.jpg"

Figuur 1.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan Nij Altoenae - Uitbreiding fase 2 en 3

De gronden binnen de bestemming 'Wonen - Uit te werken' zijn bestemd voor woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor aan-huis-verbonden beroepen, danwel een aan-huis-verbonden bedrijfsmatige activiteit. Ook aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, tuinen en erven zijn toegestaan. Omdat het een uit-te-werken bestemming betreft, geldt er een aantal uitwerkingsregels waaraan moet worden voldaan om de bestemming in gebruik te kunnen nemen. Hierbij geldt onder meer dat als hoofdgebouw maximaal vier woonhuizen mogen worden gebouwd.

De gronden binnen de bestemming 'Groen' zijn bestemd voor plantsoenen, groenstroken en beplanting, speelvoorzieningen, paden, sloten en bermen. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

De gronden binnen de bestemming 'Agrarisch - Cultuurgrond' zijn bestemd voor cultuurgrond, groenvoorzieningen en paden. Ook hier mogen geen gebouwen worden gebouwd.

Strijdigheid

De ontwikkeling van dit plan is niet passend binnen de bestemmingen ter plaatse. De te realiseren woningen is hierbinnen niet bij recht toegestaan en bovendien voldoet de ontwikkeling niet aan de uitwerkingsregels. Daarnaast is de voorgenomen kas niet toegestaan binnen de regels van de geldende groenbestemming. Om de ontwikkeling hiervan toch mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.

1.4 Leeswijzer

Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een uitleg aan de juridische regeling van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 gaat tenslotte in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

Het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling (het initiatief) is het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan en wordt in dit hoofdstuk beschreven. De ontwikkeling wordt met dit plan op een goede manier ingepast in de huidige situatie. Een beschrijving van de huidige situatie is om die reden ook in dit hoofdstuk opgenomen. Vervolgens wordt de inpassing in de huidige situatie beschreven.

2.1 De bestaande situatie

Het plangebied bevindt zich aan Het Putstik, in het noorden van de dorpskern van Nij Altoenae. Het plangebied is als braakliggende terrein op dit moment ingericht als grasveld, in afwachting van een mogelijke woningbouwontwikkeling. Langs de westzijde van het plangebied loopt de erftoegangsweg, met aan de overzijde woningen. Aan de noordzijde ligt een wandelpad, met daarachter het buitengebied. Ten oosten grenst het plangebied aan een kleine oppervlakte agrarische cultuurgrond, met ook hierachter woningen. Tot slot staat ten zuiden van het plangebied een basisschool. Nij Altoenae betreft een relatief klein dorpje, ten noorden van St.-Annaparochie. Het dorp ligt tussen de Oudebildtdijk en de Waddenzee in.

In figuur 2.1 is een luchtfoto van het plangebied weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPNijltPutstik-VAS1_0003.jpg"

Figuur 2.1 Luchtfoto van de huidige situatie

2.2 Voorgenomen situatie

In de voorgenomen situatie worden er in totaal zeven woningen in het plangebied gerealiseerd. De drie noordelijke woningen betreffen vrijstaande woningen, bestaande uit één bouwlaag met een kap. Deze woningen worden allen met een eigen oprit ontsloten aan Het Putstik.

Ten zuiden hiervan wordt een woongebouw gerealiseerd, met daarin vier woningen. Deze woningen worden voorzien van een gemeenschappelijk parkeerterrein. De woningen zijn rug-aan-rug aan elkaar verbonden en hebben daarom geen achtertuinen. De woningen krijgen een berging aan de voorzijde en hier ook buitenruimte.

Tot slot wordt ten zuiden van het woongebouw een kleinschalige dorpstuin met kas ingericht. Hier kunnen dorpsbewoners en kinderen van de basisschool gebruik van maken. In figuur 2.2 en 2.3 zijn tekeningen opgenomen van de voorgenomen inrichting van het plangebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPNijltPutstik-VAS1_0004.jpg"

Figuur 2.2 Voorgenomen inrichting van het plangebied

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPNijltPutstik-VAS1_0005.jpg"

Figuur 2.3 Impressie in vogelvlucht van voorgenomen inrichting van het plangebied

Planologisch gezien zijn er in de huidige uit te werken woonbestemming vier woonhuizen toegestaan. Dit betekent dat er met dit voornemen in planologische zin slechts drie extra woonhuizen mogelijk worden gemaakt.

Ruimtelijke inpassing

Het voorgenomen plan verhoogt de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied aanzienlijk. Er wordt een kwalitatief hoogwaardig woningbouwplan gerealiseerd. De woningen sluiten functioneel aan op de woningen rondom het plangebied. Ook qua maatvoering wordt aangesloten op de omliggende woningen, door de woningen te voorzien van één bouwlaag met kap zoals in de omgeving ook sprake van is. Omdat de woningen in de dorpskern worden gerealiseerd is een landschappelijke inpassing niet noodzakelijk.

Om de inrichting van het plangebied goed op de omgeving te laten aansluiten en om het bijzondere woonconcept recht toe te doen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Om een specifiekere beeldkwaliteit te kunnen creëren stelt de gemeenteraad, gelijktijdig met de vaststelling van dit bestemmingsplan, een beeldkwaliteitsplan vast. Dit beeldkwaliteitsplan (zie bijlage 1) zal vervolgens het geldende welstandskader gaan vormen voor het plangebied.

Verkeer en parkeren

Bereikbaarheid en ontsluiting

De nieuwe woonhuizen worden via Het Putstik ontsloten. De drie vrijstaande woonhuizen krijgen allen een eigen oprit. De vier rug-aan-rug woningen worden via een centrale oprit met parkeerplaats ontsloten. In zuidelijke richting is via de Kortmorn en de Schuringaweg de Oudebildtdijk en de Stadhoudersweg te bereiken, die de dorpskern ontsluiten op andere kernen. Het plangebied is op deze manier op goede wijze ontsloten.

Verkeersgeneratie

Op basis van de CROW publicatie 381 zorgt de ontwikkeling van de woningen voor een verkeersgeneratie van 58 motorvoertuigbewegingen per etmaal, uitgaande van de stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk' en de ligging 'rest bebouwde kom'. Dit aantal verkeersbewegingen is dusdanig laag, dat op voorhand gesteld kan worden dat dit niet tot belemmeringen in de verkeersafwikkeling leidt.

De dorpstuin leidt tot een verkeersgeneratie van 2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Dit kleine aantal leidt eveneens niet tot belemmeringen in de verkeersafwikkeling.

Parkeren

Op basis van de Nota Parkeernormen van de gemeente Waadhoeke zijn er 2,1 parkeerplaatsen per grondgebonden woningen benodigd. Dat komt in dit geval neer op afgerond 15 parkeerplaatsen. Bij de rug-aan-rug woningen wordt een parkeerterrein gerealiseerd met ruimte voor 7 parkeerplaatsen. De vrijstaande woningen krijgen een eigen oprit waar per woning 2 auto's kunnen parkeren. De overige parkeerplaatsen kunnen worden opgevangen in het openbaar gebied. Hier is voldoende ruimte voor.

Ten aanzien van de dorpstuin geldt een parkeerbehoefte van twee parkeerplaatsen. Omdat de dorpstuin bedoeld is voor de naastgelegen school en/of omwonenden zal deze echter voornamelijk per fiets of lopend worden aangedaan. Desondanks is in de openbare ruimte voldoende ruimte voor deze parkeerplaatsen.

Conclusie

De ontsluiting van het plangebied is goed geregeld en de verkeersgeneratie als gevolg van het plan zorgt niet voor belemmeringen in de afwikkeling. Verder wordt voorzien in de parkeerbehoefte.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI.

Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren

Opgaven

Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven:

  • 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie.
  • 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden.
  • 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken.
  • 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Uitvoering

De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd.

De ontwikkeling in het plangebied raakt, gezien de relatief kleine omvang, geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI en draagt bij aan de opgave om steden en regio's sterker en leefbaarder te maken.

Ladder voor Duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als procesvereiste opgenomen. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.

Toepassing ladder voor duurzame verstedelijking

De ontwikkeling voorziet in de realisatie van 7 woningen. Dit is geen stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking, omdat hier pas sprake van is bij een minimum van 11 woningen. Desondanks ligt het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied. Voor dit gebied heeft de gemeente afspraken gemaakt met de provincie, waarin is bepaald dat binnenstedelijk plafondloos mag worden gebouwd. Gezien de huidige tijdsgeest is er veel behoefte aan dergelijke nieuwe woningen. Bovendien sluit dit ook aan bij de gemeentelijke woonvisie, die in paragraaf 3.3 wordt behandeld. Tot slot sluit het plan ook aan bij de regionale woondeal die is gesloten tussen het rijk, de provincie en de gemeente. Hierin is per regio aangegeven welke woningbouwopgave er voor de komende periode geldt. In totaal moeten in Friesland 17.720 woningen worden gebouwd in de periode 2022-2030, waarvan 1.090 in de regio Noordwest Fryslân. Waadhoeke valt binnen de regio. Om deze redenen wordt voldaan aan het beleid van de ladder.

3.2 Provinciaal beleid

Het provinciale beleid is uiteengezet in de Omgevingsvisie Fryslân 2020: 'De romte diele'. De belangrijkste uitgangspunten uit het provinciale beleid zijn nu nog vastgelegd in de Verordening Romte Fryslân. Hierin zijn voor de provinciale belangen regels opgenomen, waar in bestemmingsplannen rekening mee gehouden moet worden. De Verordening Romte Fryslân wordt naar verwachting binnenkort vervangen door de Omgevingsverordening Fryslân.

Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele

Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt er onder andere voor leefbaarheid en dat leegstand en verpaupering van bebouwing wordt teruggedrongen. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie wordt nagestreefd door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving.

Dit plan voorziet in de herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied. Het woningbouwproject sluit aan bij deze uitgangspunten van de provincie. Het plan doet recht aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en is daarmee in overeenstemming met het provinciale beleid.

Verordening Romte Provincie Fryslân

De Provincie Fryslân wil de ruimtelijke kwaliteit bevorderen. Dit wordt gedaan door middel van het opstellen van een provinciale structuurvisie waarin het ruimtelijk beleid wordt geschetst. De Verordening Romte vertaalt deze visie naar regels.

Het plangebied ligt binnen 'bestaand stedelijk gebied'. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen primair binnen dit gebied ontwikkeld te worden. Daar is in dit geval met de ontwikkeling van deze woningen sprake van.

In de Verordening Romte is met betrekking tot woningbouwontwikkelingen in artikel 3.1.1. opgenomen dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Het voorliggende plan is in overeenstemming met de vastgestelde Woonvisie Waadhoeke 2020 - 2030 Samen Sterk, dat ruimte biedt aan inbreidingslocaties. De gemeente is met Gedeputeerde Staten overeengekomen dat plafondloos gebouwd kan worden binnen bestaand stedelijk gebied. Daarmee wordt voldaan aan het beleid van de provincie. Desalniettemin zal er met de provincie afstemming worden gezocht over dit project.

3.3 Gemeentelijk beleid

Woonvisie Waadhoeke 2020-2030

In de Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 is het gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen en woningbouw geformuleerd. De hoofdlijnen van de woonvisie gelden voor een periode van 10 jaar. Deze is bedoeld om projecten in gang te zetten die bijdragen aan het lange termijn doel. Jaarlijks actualiseert de gemeente de uitvoeringsagenda.

De woonvisie is gebaseerd op een regionaal woningmarktonderzoek waarin cijfers en kennis over het wonen van organisaties als makelaars, corporaties, huurdersorganisaties en zorgpartijen bijeen zijn gebracht.

Tot 2025 is er nog groei van het aantal huishoudens te verwachten van enkele tientallen woningen. Lokaal verschilt dit: in kernen waar de bereikbaarheid en het voorzieningenniveau bovengemiddeld is, is vaak genoeg instroom van elders om nog groei te mogen verwachten. Elders zullen minder courante woningen steeds vaker overtollig raken. Eerst vooral in de sociale huurvoorraad, daarna ook in de koopvoorraad. Per kern is in de woonvisie de woningbehoefte bekeken. Nij Altoenae valt onder de kleine dorpen, waar wordt gekozen voor maatwerk in nieuwbouw en sloop. De gemeente bekijkt per voornemen of deze aansluit bij de behoefte in het dorp. In dit geval zijn op basis van het huidige plan volgens de opgenomen uitwerkingsbevoegdheid vier woonhuizen toegestaan. Met dit initiatief wordt hier toepassing aangegeven door vier woonhuizen te realiseren, waarbinnen 7 woningen worden gerealiseerd. De gemeente heeft beoordeeld dat deze 7 woningen binnen de dorpsbehoefte van Nij Altoenae passen.

Nota Parkeernormen

Op 8 december 2020 is door Burgemeester en Wethouders de Nota Parkeernormen vastgesteld. Hierin is vastgelegd welke parkeernorm de gemeente hanteert voor verschillende gebieden en functies. Daarnaast is aangegeven op welke manier de parkeervraag aan de hand van de normen moet worden berekend en welke eisen worden gesteld aan de invulling van de parkeervraag. In beginsel wordt de parkeervraag op eigen terrein opgelost maar onder bepaalde omstandigheden kan hiervan af worden geweken. Benutting van de bestaande openbare parkeercapaciteit is dan een optie. Deze nota geeft aan welke mogelijkheden er zijn en onder welke voorwaarden.

Uit de toetsing in paragraaf 2.2 blijkt dat aan de Nota Parkeernormen wordt voldaan. In het bestemmingsplan is hier een regeling voor opgenomen om dit te borgen.

Welstandsnota en beeldkwaliteit

De gemeente heeft haar welstandsbeleid vastgelegd in de Welstandsnota die op 1 juli 2021 is vastgesteld. Als alternatief is het mogelijk om een specifiek beeldkwaliteitsplan op te stellen. In dit geval is voor dit plangebied een specifiek beeldkwaliteitplan opgesteld. Om een specifiekere beeldkwaliteit te kunnen creëren, stelt de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van dit bestemmingsplan een beeldkwaliteitplan vast. Dit beeldkwaliteitplan (bijlage 1) zal vervolgens het geldende welstandskader gaan worden voor het plangebied.

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

4.1 Geluid

Toetsingskader

Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet in principe akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

Toetsing

De wegen direct rondom het plangebied betreffen 30 km/uur wegen. Ten aanzien van deze wegen is een akoestische toetsing niet noodzakelijk. Het plangebied valt daarnaast binnen de geluidzone van de Schuringaweg. Hier geldt een maximaal toegestane snelheid van 60 km/uur, ten noorden van de dorpskern van Nij Altoenae. Het plangebied ligt op circa 75 meter van het deel van de weg waar 60 km/uur gereden mag worden. De Schuringaweg betreft echter een weg met een zeer lage verkeersintensiteit. De weg leidt vanaf Nij Altoenae richting het noorden, waar slechts enkele woningen en agrarische bedrijven aanwezig zijn. Gezien deze zeer geringe verkeersgeneratie is het de verwachting dat ter plaatse van het plangebied wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek wordt daarom niet waardevol en daarmee niet noodzakelijk geacht.

4.2 Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). De richtafstanden tussen bedrijven en woningen zijn gebaseerd op hinder (of risico) door geluid, geur, stof en gevaar. De grootste afstand is bepalend. In veel gevallen is dat geluid. Het aspect 'geluid' is behandeld in de vorige paragraaf. Voor de overige aspecten (geur, stof en gevaar) vindt er in de motivatie in deze paragraaf een toetsing plaats.

Toetsing

Voor de onderbouwing in dit plan wordt ervan uitgegaan dat het plangebied is gelegen in een rustige woonwijk. Daarvoor gelden de normale richtafstanden ten opzichte van bedrijven en andere inrichtingen. In de omgeving van het plangebied is vrijwel uitsluitend sprake van woningen, maar ten zuiden van het plangebied is een basisschool aanwezig. Voor een basisschool geldt op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' de milieucategorie 2, met een richtafstand van 30 meter. De dichtstbijzijnde woningen worden deels net binnen deze richtafstand geplaatst, op circa 28 meter afstand. Tussenliggend is sprake van de moestuin en het parkeerterrein. Het gaat hier om een relatief kleine basisschool, waardoor gezien de geringe omvang en het geringe aantal leerlingen, van de richtafstand af zou kunnen worden geweken. Deze is namelijk gebaseerd op gemiddelde situaties. Het is bovendien zo dat binnen de richtafstand aan de oostzijde ook woningen aanwezig zijn, waar geen geluidhinder wordt ondervonden. Om deze redenen is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk en vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor dit plan.

4.3 Ecologie

Toetsingskader

Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op de natuurbescherming, rekening worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming.

Toetsing

Gebiedsbescherming

Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden zoals Natura 2000-gebieden en gebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied ligt op meer dan 1,7 kilometer van het Natura 2000-gebied Waddenzee (tevens een NNN-gebied). De Waddenzee is aldaar niet stikstofgevoelig. Andere (al dan niet stikstofgevoelige) natuurgebieden liggen op een grotere afstand van het plangebied. Gezien het relatief kleinschalige karakter van de voorgenomen ontwikkeling is het niet te verwachten dat de ontwikkelingen in het plangebied negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Met dit project wordt een braakliggend stuk grond ingevuld met nieuwe gasloze woningen. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten.

Om na te gaan of als gevolg van de aanleg- en gebruiksfase mogelijk significante stikstofdepositie ontstaat op stikstofgevoelige gebieden, is een stikstofberekening uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage 2. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens de norm overschrijdt en er daarom geen relevant effect is op stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

Soortenbescherming

In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

In dit geval worden geen sloop-, kap- en/of dempingswerkzaamheden uitgevoerd. Het terrein is braakliggend en ligt in een woonomgeving binnen de bebouwde kom. Het biedt geen specifieke habitateigenschappen die voor beschermde soorten interessant zijn om zich op te houden in het gebied. Daarom is het niet noodzakelijk om in het kader van dit plan een quickscan flora en fauna uit te voeren.

4.4 Bodem

Toetsingskader

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming van toepassing. In de wet is geregeld dat als ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen, er sprake is van een saneringsgeval.

Toetsing

In het geldende bestemmingsplan Nij Altoenae - Uitbreiding fase 2 en 3 zijn de gronden reeds bestemd voor wonen. Op basis daarvan kan worden aangenomen dat de gronden geschikt zijn voor de voorgenomen functie, nu een woningbouwplan op deze locatie mogelijk wordt gemaakt. Zodoende is een actueel verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, die is opgenomen als bijlage 3. Op basis van de onderzoeksresultaten blijkt dat er in zowel de grond als het grondwater geen verhoogde gehalten zijn aangetroffen. Concluderend kan worden gesteld dat er uit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen bestaan voor de voorgenomen nieuwbouw van woningen op de locatie.

4.5 Water

Toetsingskader

Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân.

Toetsing

Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân (zie bijlage 4). De uitkomst van deze toets zal zijn dat de normale procedure moet worden gevolgd. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Het resultaat van de watertoets wordt opgenomen als bijlage en het plan wordt ook voorgelegd aan Wetterskip Fryslân.

Waterkwantiteit

In de huidige situatie is het plangebied vrijwel volledig onverhard. In de nieuwe situatie worden 7 woningen gerealiseerd. De grenswaarde van 200 m2 wordt daarmee overschreden, waardoor watercompensatie voor dit plan noodzakelijk is. Binnen het plangebied is geen ruimte voor compensatie van de toename van de oppervlakteverharding. Gemeente en ontwikkelaar gaan in gesprek met het Wetterskip om in de nabije omgeving een oplossing te kunnen vinden.

Afvalwaterketen en riolering

Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:

  • hemelwater vasthouden voor benutting;
  • (in-) filtratie van afstromend hemelwater;
  • afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater;
  • afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI;

In dit geval wordt aangesloten op de bestaande riolering. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk geïnfiltreerd. De vuilwaterafvoer van de woningen wordt aangesloten op het gemeentelijke riool. Bij de nadere uitwerking van de plannen zal rekening worden gehouden met de afvoer van hemelwater van de nieuwbouwwoningen richting het oppervlaktewater.

Watersysteemkwaliteit en ecologie

Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hier wordt in de uitvoeringsfase rekening mee gehouden.

Veiligheid en waterkeringen

De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving.

Ruimtelijke adaptatie

Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen.

De Friese klimaatatlas brengt de gevolgen van klimaatverandering in beeld teneinde te bereiken op welke wijze hiermee moet worden omgegaan bij onder andere nieuwbouw. In het voorliggende woongebied is voorzien in de realisatie van groen met bomen en een dorpstuin. Deze groeninrichting draagt bij aan het infiltreren van hemelwater en beperking van hittestress.

Waterbeheer

Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de 'Keur'. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. Het plangebied valt niet onder een beschermingszone.

Wel zal er in de uitvoering aandacht zijn voor het onderhoud van de nabijgelegen sloot. Met de eigenaar zijn afspraken gemaakt over het onderhoud hiervan.

4.6 Luchtkwaliteit

Toetsingskader

In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn op grond van de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Tevens moet worden bekeken of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is voor de voorgenomen functie.

Toetsing

Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland is er in de directe omgeving van het plangebied sprake van een goede luchtkwaliteit. Dit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

Woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vallen onder de NIBM regeling. In het plangebied worden slechts 7 woningen gerealiseerd. Dit aantal is dusdanig klein, dat op voorhand gesteld kan worden dat dit niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project valt ook onder de NIBM-regeling.

4.7 Archeologie

Toetsingskader

Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, ruimtelijke plannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie.

FAMKE

Voor een globaal inzicht in mogelijke waarden heeft de provincie de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) gepubliceerd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.).

Toetsing

Op basis van zowel de kaart voor de periode steentijd-bronstijd als de advieskaart voor de ijzertijd - middeleeuwen is er geen onderzoek in het plangebied noodzakelijk. Daarmee vormt dit aspect geen belemmering voor dit plan.

4.8 Cultuurhistorie

Toetsingskader

Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden.

Toetsing

Om te onderzoeken of sprake is van cultuurhistorische waarden is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Hieruit komt naar voren dat het plangebied in het gebied 'Bildtdijken' ligt. Dit gebied wordt begrens door de Oudebildtdijk en de Nieuwebildtijk. Aan deze wegen zijn verspreid boerderijen en agrarische bedrijven gevestigd. Tussen de dijken in ligt een open landschap. De waarde van het gebied zit in de openheid ervan en de solitair liggende percelen in het buitengebied.

Om die reden is het hele gebied tussen beide dijken gebied op 22 januari 2015 aangewezen als 'Beschermd dorpsgezicht Oude en Nieuwe Bildtdijken'.

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPNijltPutstik-VAS1_0006.png"

Figuur 4.1 Beschermd dorpsgezicht Oude en Nieuwe Bildtdijken 

Voor een beschermd stads- of dorpsgezicht moet op grond van de Erfgoedwet in een bestemmingsplan een regeling worden opgenomen. Bij de aanwijzing van het gebied is bepaald dat de huidige plannen de aanwezige waarden voldoende beschermen. De gemeente Waadhoeke zal in het kader van de Omgevingswet, die per 1 januari 2024 wordt ingevoerd, bij het opstellen van een nieuw omgevingsplan voor de gemeente een passende regeling opnemen die recht doet aan de beschermende waarden van het gebied. Voor het onderhavige plangebied wordt om die reden ook geen regeling opgenomen. De noodzaak hiervoor is ook niet direct aanwezig, omdat dit perceel qua situering en verkaveling deel uitmaakt van het dorpsgebied en er geen afbreuk wordt gedaan aan de waarden van de Bildtdijken, zoals deze zijn beschreven in het aanwijzigingsbesluit tot beschermd dorpsgezicht.

4.9 Externe veiligheid

Toetsingskader

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

Toetsing

In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd en de informatie uit het geldende bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat er nabij het plangebied geen risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes aanwezig zijn. Daarom is een onderzoek niet noodzakelijk.

4.10 Kabels en leidingen

Toetsingskader

In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden.

Toetsing

Binnen het plangebied is geen sprake van kabels en leidingen waar rekening mee gehouden dient te worden. Het aspect kabels en leidingen vormt daarmee geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Toetsingskader

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten.

Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling.

  • Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
  • Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.

Toetsing

In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 7 wooneenheden. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Hiervoor zou in principe een vormvrije m.e.r-beoordeling nodig zijn. Echter, gezien de aard en relatief zeer kleine omvang van het project is op voorhand in te schatten dat dit niet tot wezenlijke gevolgen leidt op het gebied van milieu. Op basis van hoofdstuk 4 van deze toelichting blijkt dat er geen andere onderzoeken enn.of maatregelen nodig zijn en dat het dus niet noodzakelijk zal zijn om een MER procedure te doorlopen.

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting

5.1 Het juridisch systeem

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.

Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2 Toelichting op de bestemmingen

In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Het plangebied in dit plan heeft vier enkelbestemmingen gekregen. Deze regelingen zijn afgestemd op het geldende bestemmingsplan en vergelijkbare situaties in de gemeente.

Groen

De voorgenomen dorpstuin is bestemd als 'Groen'. Hierbinnen is de realisatie van één kas toegestaan, met een maximale oppervlakte van 20 m2 en maximaal 3 meter hoog.

Tuin

De gronden van het woonerf waar geen bouwmogelijkheden worden voorzien, zijn bestemd als 'Tuin'. Deze gronden zijn dus in privé eigendom en behoren niet tot de openbare ruimte. Om de openheid van het gebied te waarborgen zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van maximaal 1 meter hoog toegestaan, met dien verstande dat de bouwhoogte langs de achterste perceelgrens 2,00 m mag bedragen.

Verkeer - Verblijf

Conform de geldende systematiek is het parkeerterrein bij de rug-aan-rug woningen bestemd als 'Verkeer - Verblijf'.

Wonen

Ter plaatse van de voorgenomen woningen is de bestemming 'Wonen' opgenomen. In principe wordt hier uitgegaan van vrijstaande woningen, maar ter plaatse van de aanduiding 'maximum aaneen te bouwen wooneenheden' zijn ook aaneengebouwde woningen toegestaan. De maatvoeringen zijn afgestemd op het bouwplan en in lijn met de omgeving.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro vastgelegde procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun zienswijze op het plan kenbaar kunnen maken. In paragraaf 6.1 volgt een nadere toelichting. Daarnaast is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. Hier wordt in paragraaf 6.2 ingegaan.

6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie

Op 20 april 2022 heeft een overleg plaatsgevonden met plaatselijk belang, de gemeente en de ontwikkelaar. Op 7 juli 2022 heeft een inloopbijeenkomst voor alle bewoners van het dorp plaatsgevonden. De plannen zijn toen goed ontvangen door alle aanwezigen.

Vooroverleg

Het bestemmingsplan is op 26 juli 2023 voor overleg naar diverse instanties toegestuurd. Van de volgende organisaties is een reactie ontvangen:

  • 1. Liander;
  • 2. Brandweer Fryslân;
  • 3. Provinsje Fryslân;
  • 4. Wetterskip Fryslân.


De ontvangen reacties zijn als bijlage 5 opgenomen. De provinsje, de brandweer en Liander hebben geen opmerkingen op het plan. Deze reacties wordt voor kennisgeving aangenomen. Wetterskip Fryslân heeft een inhoudelijke reactie gegeven. Deze reactie is hierna samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien.


Wetterskip Fryslân

Het Wetterskip vraag aandacht voor de volgende punten:

  • 1. Hoe wordt de toename verharding in het plan gecompenseerd?
  • 2. De afvoer van hemelwater van de nieuwbouwwoningen richting het oppervlaktewater;
  • 3. De uitwerking van de Friese klimaatatlas in het plan. Wat voor aanvullende maatregelen worden er genomen rondt het thema klimaat.
  • 4. Aandacht voor het uitvoeren van onderhoud van de nabijgelegen sloot.

Verzocht wordt om deze punten op te nemen in het onderdeel 'Water'.


Gemeentelijke reactie:

Ad1. Binnen het plangebied is geen ruimte voor compensatie van de toename van de oppervlakteverharding. Gemeente en ontwikkelaar gaan in gesprek met het Wetterskip om in de nabije omgeving een oplossing te kunnen vinden.


Ad 2. Bij de nadere uitwerking van de plannen zal hier rekening mee worden gehouden.


Ad 3. Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van groen met bomen en een dorpstuin in het plangebied. Deze groeninrichting draagt bij aan het infiltreren van hemelwater en beperking van hittestress.


Ad 4. Het onderhoud van deze sloot ligt bij de aanliggende eigenaar. Met deze eigenaar zijn afspraken over het onderhoud gemaakt.

Ontwerpfase

Het ontwerpbestemmingsplan doorloopt de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen formele bestemmingsplanprocedure. Dit betekent dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage wordt gelegd. Een ieder krijgt de gelegenheid voor het indienen van zienswijzen. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen ontvangen.

Vaststellingsfase

Het bestemmingsplan is vervolgens op 28 maart 2024 vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen.

6.2 Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).

Financiële haalbaarheid

Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een particuliere ontwikkeling. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. De initiatiefnemer heeft aangetoond dat het plan financieel haalbaar is.

Grondexploitatie

Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

Voor dit plan is een anterieure overeenkomst opgesteld. Daarmee is het kostenverhaal voldoende vastgelegd. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over het verhalen van planschade.