In deze regels wordt verstaan onder:
1. plan:
het Bestemmingsplan ‘Sondel - Jacobus Boomsmastraat 64 te Sondel’ met
identificatienummer NL.IMRO.1940.BPSON18JCBOOMSMA64-VA01;
2. bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij
behorende bijlagen;
3. verbeelding:
de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Sondel - Jacobus Boomsmastraat 64 te
Sondel’;
4. aan- of uitbouw:
een aan een (hoofd)gebouw aanwezig bouwwerk, dat ruimtelijk ondergeschikt is aan
dat (hoofd)gebouw, maar in functioneel opzicht deel uitmaakt van dat (hoofd)gebouw;
5. aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar
ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen
van deze gronden;
6. aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
7. agrarisch bedrijf:
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen
van gewassen en/of het houden van dieren;
8. agrarisch dienstverlenend bedrijf:
een bedrijf waarbinnen uitsluitend of overwegend arbeid wordt verricht ter productie of
levering van goederen of diensten ten behoeve van agrarische bedrijven;
9. bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
10. bedrijfsgebouw:
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
11. bedrijfsvloeroppervlakte:
de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een functie die wordt gebruikt voor een
bedrijf, een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit,
inclusief opslag en administratieruimten en dergelijke;
12. bedrijfswoning:
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het
huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het
gebouw of het terrein noodzakelijk is;
13. bestaand:
- ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: bestaand: bestaand ten tijde van de eerste terinzagelegging van dit plan;
- ten aanzien van het overige gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van dit plan;
14. bestemmingsgrens:
een op de kaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bestemmingsvlak;
15. bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
16. bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde
perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en
met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;
17. bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het
vergroten van een bouwwerk;
18. bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
19. bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij
elkaar behorende bebouwing is toegestaan;
20. bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel;
21. bouwvlak:
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de
regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
22. bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde
is verbonden;
23. bijgebouw:
een gebouw dat zowel ruimtelijk als functioneel ondergeschikt is aan het op hetzelfde
bouwvlak gelegen (hoofd)gebouw, en ten dienste staat van dat (hoofd)gebouw;
24. gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk
met wanden omsloten ruimte vormt;
25. geluidsgevoelige gebouwen:
gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een functie als bedoeld in
het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit Geluidhinder
Spoorwegen en/of het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen;
26. geluidsbelasting vanwege het wegverkeer:
de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats,
veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een
combinatie van weggedeelten, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder;
27. grondgebonden agrarische bedrijfsvoering:
een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk niet in gebouwen plaatsvindt, waarbij
het gebruik van agrarische gronden noodzakelijk is voor het functioneren van het
bedrijf;
28. hogere grenswaarde:
een maximale waarde voor de geluidsbelasting, die hoger is dan de
voorkeurgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond
van de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of
het Besluit Geluidhinder Spoorwegen en/of het Besluit grenswaarden binnen zones
rond industrieterreinen;
29. hoofdgebouw:
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de
verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en,
indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die
bestemming het belangrijkst is;
30. kantine:
een ruimte waarin de bedrijfsuitoefening is gericht op het tegen vergoeding verstrekken
van maaltijden, eenvoudige etenswaren en dranken;
31. kleinschalige bedrijfsmatige activiteit:
de in bijlage 5 genoemde bedrijvigheid, dan wel een naar de aard en de invloed op de
omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of
bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend;
32. landhuis:
royaal opgezet, aanzienlijk huis van allure op het land;
33. loon(werk)bedrijf:
een bedrijf dat
- voornamelijk met behulp van verplaatsbare werktuigen
- diensten verleent aan met name agrarische bedrijven, hetzij in verband met de bodemcultuur, hetzij ter uitvoering van grondwerkzaamheden;
34. nevenactiviteiten:
activiteiten die ruimtelijk in aard en omvang ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie ter
plekke;
35. normaal onderhoud:
het onderhoud, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed
beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming
behoren;
36. overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en
duurzaam met de aarde is verbonden;
37. overkapping:
elk bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel
met ten hoogste één wand;
38. pand
de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige
eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en
afsluitbaar is;
39. peil
- indien op het land wordt gebouwd:
- voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst:
- de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
- voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst:
- de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
- indien in het water wordt gebouwd:
- het Normaal Amsterdams Peil;
40. permanente bewoning:
bewoning als hoofdverblijf binnen de vaste woonplaats;
41. reëel agrarisch bedrijf:
een agrarisch bedrijf waarin de agrariër in hoofdberoep verbonden is aan het agrarisch
bedrijf en waarbij sprake is van een omvang waarbinnen voor een goede agrarische
bedrijfsvoering een halve tot een hele arbeidskracht noodzakelijk is;
42. voorkeurgrenswaarde:
de maximale waarde voor de geluidsbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden
afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit grenswaarden binnen zones langs
wegen en/of het Besluit Geluidhinder Spoorwegen en/of het Besluit grenswaarden
binnen zones rond industrieterreinen;
43. woonhuis:
een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel
of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke
verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;
44. woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk
huishouden dan wel een naar de aard daarmee gelijk te stellen groep personen.