| Type plan: | bestemmingsplan |
|---|---|
| Naam van het plan: | Goudriaan, Noordzijde 54a, 56 en 57 |
| Status: | vastgesteld |
| Plan identificatie: | NL.IMRO.1927.BPNoordzijde54aGDA-VG01 |
| Nevenactiviteiten |
Verkoop aan huis van streekeigen agrarische producten |
Inpandige opslag en stalling van agrarische producten (meer dan reguliere opslag ten behoeve van eigen bedrijfsvoering) |
Veearts/hoefsmederij/KI-station |
Paardenstalling (incl. exploitatie paardenkoets), paardenpension, stalhouderij |
Ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (kaasmakerij, imkerij, riet- en vlechtwerk, klompenmakerij) |
Bed & breakfast/gastenverblijf |
Kleinschalige horecagelegenheid/dagrecreatie (theeschenkerij, boerderijcafé, wijnproeverij, speelboerderij) in de categorieën 1a en 1b van de Staat van Horeca-activiteiten |
Kano-, boot- en fietsverhuur |
Kinderboerderij |
Kleinschalig kamperen (maximaal 15 standplaatsen) op of aansluitend aan het bouwvlak |
| Hoveniersbedrijf behorende tot de categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten |
| Rondleiding op het agrarische bedrijf (voorzieningen hiervoor zoals een ontvangstruimte) |
| Nevenactiviteiten na afwijking bij een omgevingsvergunning |
Biomassa- en mestvergistingsinstallaties |
Veehandelsbedrijf, foeragehandel, paardenhandel |
Agrarisch loonbedrijf behorende tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten |
Paardenstalling (inclusief exploitatie paardenkoets)/paardenpension/stalhouderij |
Bedrijven behorende tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten |
Hoveniersbedrijf behorende tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten |
Inpandige statische volumineuze opslag en stalling van niet-agrarische producten/ werktuigen/ voertuigen in bestaande gebouwen behorende tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten |
Agrarisch georiënteerde dagrecreatie (poldersport, boerengolf |
Kampeerboerderij en trekkershutten |
Dierenpension |
Hondenfokkerij |
Museum/tentoonstellingsruimte |
Kunst- of antiekhandel |
Verhuur/gebruik van ruimte ten behoeve van sociaal-maatschappelijke activiteiten (verenigingen, sociaal, workshops) |
Educatieve rondleidingen |
Agrarisch aanverwante sociale functie (resocialisatie, therapie, zorgboerderij) |
Ondergeschikte kleinschalige ontvangstruimten (rondleidingen, familiebijeenkomsten, kinderfeestjes) |
Kleinschalig kamperen (maximaal 25 standplaatsen) |
| Omgevingsvergunningplichtige werken/werkzaamheden | Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning |
Het aanbrengen van (infrastructurele) ondergrondse leidingen. | 1. Het aanbrengen van de leidingen mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de agrarische belangen. |
Het aanleggen of verharden van oppervlakteverhardingen of halfverhardingen met een grotere oppervlakte dan 200 m2. | 1. Het aanbrengen van verhardingen dient noodzakelijk te zijn in het kader van de agrarische bedrijfsvoering dan wel het recreatief medegebruik; 2. De waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder. |
Het diepwoelen en diepploegen van de bodem (>40 cm). | 1. Het mag niet leiden tot inklinking; 2. De waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder. |
Het graven en ophogen van de bodem. | 1. Het mag niet leiden tot inklinking; 2. De waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij het de waterbeheerder; 3. Het verkavelingspatroon mag niet onevenredig worden aangetast. |
Het graven, dempen, vergroten of herprofileren van sloten en kleine oppervlaktewateren. | 1. Indien de werkzaamheden passen binnen de afspraken zoals gemaakt in het convenant Alblasserwaard/Vijfheerenlanden kan een omgevingsvergunning worden afgegeven.
Indien niet voldaan kan worden aan het bepaalde onder 1, dan gelden de volgende criteria: 2. Het verkavelingspatroon mag niet onevenredig worden aangetast; 3. Het mag niet leiden tot inklinking; 4. De waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder; 5. Er mag geen onevenredige aantasting van de natte grasland vegetaties en oevervegetaties plaatsvinden. |
Het aanbrengen van houtgewas. | 1. De karakteristieke openheid mag niet onevenredige worden aangetast. Dit criterium geldt niet ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone – omgevingsvergunning overgangsgebied'; hier geldt als criterium dat het aanbrengen van houtgewas past binnen de afspraken zoals gemaakt in het convenant Alblasserwaard/Vijfheerenlanden. |
Het aanbrengen boomteelt, heesters of sierteelt buiten de aanduiding "wetgevingszone – omgevignsvergunning gevoelige bodem" en/of "wetgevingszone – omgevingsvergunning peilbeheer" | 1. De karakteristieke openheid van het gebied mag niet onevenredig worden aangetast; 2. Het mag niet leiden tot inklinking. |
Het omzetten (scheuren) van grasland in bouwland buiten de aanduiding "wro-zone – aanlegvergunning gevoelige bodem" en/of "wro-zone – aanlegvergunning peilbeheer" | 1. De karakteristieke openheid van het gebied mag niet onevenredig worden aangetast. |
Het verwijderen van houtgewas, houtwallen, bosjes ter plaatse van de aanduiding "wetgevingszone – omgevingsvergunning overgangsgebied" | 1. De activiteiten mogen geen onevenredige aantasting betekenen van de aanwezige landschaps- en natuurwaarden. |
| Omgevingsvergunningplichtige werken/werkzaamheden | Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning |
Het geheel of gedeeltelijk slopen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding “cultuurhistorische waarden” | Door de genoemde werken en werkzaamheden, dan wel door de daardoor direct hetzij indirect te verwachten gevolgen mogen geen blijvende onomkeerbare verstoring van de cultuurhistorische waarden tot gevolg hebben. Sloop van gebouwen kan worden toegestaan in de volgende gevallen: 1. de karakteristieke hoofdvorm is niet langer aanwezig en kan niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het pand worden hersteld; 2. de karakteristieke hoofdvorm is niet te handhaven; 3. het betreft delen van een pand of bijgebouwen, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan vindt geen onevenredige aantasting plaats van de cultuurhistorische waarden. Ter afweging van het bovenstaande wordt advies ingewonnen bij de monumentencommissie. |