| Plan: | N470 2012 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1926.bp000120037-4001 |
Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving, met name de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna.
De gemeente Pijnacker-Nootdorp heeft hiertoe, in samenwerking met Regelink Ecologie en Landschap, een website ontwikkeld, www.florafaunacheck.nl, waarin de potentiële natuurwaarden van de hele gemeente zijn geïnventariseerd en digitaal beschikbaar gesteld voor belanghebbenden. Uit deze toetsing is naar voren gekomen dat het plangebied een potentieel leefgebied vormt voor de volgende soorten:
Om vast te stellen of het voorliggend initiatief een nadelig effect heeft op het verdwijnen/verslechtering van het functioneel leefgebied, zal een Quickscan flora en fauna uitgevoerd worden. In het bestemmingsplan zijn de resultaten van deze Quickscan opgenomen.
De gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp stelde op 29 maart 2012 de ecologische waardenkaart vast. Hierin zijn de gebieden met ecologische waarden aangegeven. In dit bestemmingsplan hebben deze gebieden een dubbelbestemming "Waarde-ecologie" gekregen. Deze dubbelbestemming heeft tot doel de ecologische waarden te behouden en beschermen.
Afbeelding - Ecologische waardenkaart
Afbeelding - Ligging ecoduikers en -verbindingen
In het plangebied is geen sprake van beschermde natuurgebieden op basis van Natura 2000, beschermde natuurmonumenten, de Ecologische Hoofdstructuur.
Ten aanzien van soortbescherming kan worden aangegeven dat dit alleen ten aanzien van de aanleg van de nieuwe rotonde van toepassing is. Hiervoor is het uitvoeren van een verkennend onderzoek noodzakelijk.
De zorgplicht, zoals geldt op basis van de Flora- en faunawet, blijft onverminderd van toepassing.
Weidevogels
De Zuidpolder van Delfgauw en aangrenzende graslanden werden in het voorjaar van 2010 geïnventariseerd op weidevogels. Er is geïnventariseerd volgens de SOVON-normen (vier bezoeken in de periode april t/m juni).
Onder 'weidevogels' zijn vogelsoorten verstaan die broeden in het graslandgebied en de sloten en vaarten. Dit zijn alle eendensoorten (m.u.v. Wilde eend), Patrijs, Scholekster, Kievit, Grutto, Tureluur, Veldleeuwerik, Graspieper en Gele kwikstaart. De meeste hiervan staan op de rode lijst (bijlage 2) van in Nederland bedreigde broedvogelsoorten. Naast de weidevogels zijn ook de ganzen meegenomen, omdat dit weinig extra inspanning kostte en deze de laatste jaren in toenemende mate in de belangstelling staan. Er werden enkele kleine graslandgebieden aangrenzend aan het aangegeven onderzoeksgebied op weidevogels geïnventariseerd, omdat dit qua route en tijdsinspanning mogelijk was. Er werden bezoeken gebracht op 2 april, 28 april, 20 mei, 30 mei, 21 en 22 juni.
De afbeelding hierna toont de ligging van de deelgebieden.
Afbeelding - Ligging van de deelgebieden
A = graslandstrook tussen bebouwing en recreatiegebied Ruyven
B = graslanden tussen Ruyven en Ackerdijkse Plassen
C = graslandstrook tussen Ackerdijkse Plassen en Bovenmolenweg
D = graslandstrook ten noorden van de provinciale weg
E = zuidwest hoek Zuidpolder van Delfgauw (ten zuiden van de eendenkooi)
F = zuidoosthoek Zuidpolder van Delfgauw (ten zuiden van de eendenkooi)
G = grasland ten zuiden van de Groene Kade
H = graslandstrook tussen rijksweg en Ackerdijkse Plassen
In onderstaande tabel zijn de resultaten per deelgebied weergegeven.
Hieronder staan de gegevens van eerder onderzoek (2008 en 2009) van het compensatiegebied N470 (Tauw, 2010), deelgebied "n" langs de N470 in de afbeelding "ligging van de deelgebieden".
Ten aanzien van de aanleg van de rotonde Komkommerweg is een flora en faunaonderzoek uitgevoerd, waaruit blijkt wat de effecten zijn van de aanleg en het gebruik op de flora en fauna. Tevens blijkt hieruit of en welke mitigerende maatregelen getroffen dienen te worden om de effecten te beperken, dan wel weg te nemen. Dit onderzoek vindt zijn basis in het bestemmingsplan N470 2012 en de huidige inrichtingstekeningen van de rotonde. Omdat de inrichtingstekeningen pas onlangs met de provincie zijn besproken, was het niet mogelijk het onderzoek eerder af te ronden. Inmiddels is het volledige onderzoek afgerond en opgenomen in bijlage 5.
Compensatie Keijzershof/N470
Op 4 oktober 2005 hebben de gemeente en het bestuur van de Vereniging Natuur- en Milieubescherming Pijnacker (NMP) overeenstemming bereikt over de wijze waarop de natuurwaarde die door de bouw van de wijk Keijzershof verloren is gaat, gecompenseerd zou worden. Beide partijen hebben hiertoe het natuurcompensatieplan Keijzershof/N470 ondertekend. Om te komen tot dit plan hebben de gemeente, de NMP en de Provincie nauw samengewerkt. Deze vorm van samenwerking komt voort uit het convenant ecologie Pijnacker Zuid dat partijen op 13 mei 2003 met elkaar hebben gesloten. Hierin is bepaald dat de gemeente in samenspraak met de NMP onderzoekt op welke wijze compensatie voor het verlies van bijzondere natuurwaarden plaats kan vinden binnen het grondgebied van de gemeente Pijnacker-Nootdorp dan wel geïntegreerd kunnen worden in Keijzershof.
Basis voor het onderzoek vormde de flora- en faunainventarisatie die in het broedseizoen van 2003 en 2004 in Keijzershof is uitgevoerd. Hieruit bleek dat met name kritische weidevogels als de grutto, de watersnip en de kemphaan door de bouw van Keijzershof bedreigd worden. Binnen de nieuwe wijk zijn geen mogelijkheden om een alternatief verblijfsgebied voor deze vogels te creëren. Er is daarom gezocht naar mogelijkheden buiten het plangebied. Met name het gebied van de Zuidpolder, tussen de Overgauwseweg en de Zuideindseweg, kwam als geschikte locatie naar voren. Aangezien de N470 door dit gebied gepland was, en de provincie in dat kader al een compensatieopgave had, is besloten om een gezamenlijke compensatieopgave uit te werken.
Het plan omvat de aanleg van een tweetal plas-drasgebieden van in totaal circa 8,5 ha. Deze gebieden zullen de doelsoorten naar verwachting aantrekken om te foerageren en tot rust te komen. De plas-drasgebieden zijn ondertussen aangelegd. Aansluitend op deze natte gebieden wordt (en is voor een deel) er circa 17,5 ha weiland met duurzaam weidevogelbeheer gerealiseerd. Dit betekent dat op deze weilanden pas na 1 juni gemaaid mag worden. Door de aanleg van deze gebieden zal de weidevogelpopulatie in de gehele Zuidpolder toenemen.
Op onderstaande figuur zijn de compensatiegebieden aangegeven. De natte gebieden zijn aangegeven met stippels, de weidevogelbeheergebieden met een raster.
Afbeelding - Natuurcompensatiegebieden
Relatie eendenkooi en het kooirecht
Het afpalingsrecht stelt dat er binnen de afpalingskring geen verstoring op de eendenkooi mag plaatsvinden. Dit geldt echter niet voor handelingen die worden verricht ter uitvoering van openbare werken. Voor het realiseren van de rotonde in het tracé van de N470 is daarom geen onteigening van het afpalingsrecht nodig. Bij een verstorend effect kan dit worden afgedaan met een financiële vergoeding.
Ecologisch gezien worden er op basis van de conclusies en aanbevelingen van het flora- en faunaonderzoek van Tauw (bijlage 5) geen effecten op de eendenkooi verwacht. De aanwezige watergang wordt verlegd waardoor de situatie feitelijk niet veranderd. Er vindt wel een geringe afname van het areaal grasland plaats. Omdat de afname een zeer kleine fractie is van het areaal grasland dat in de totale polder aanwezig is wordt een effect op eendensoorten op voorhand uitgesloten.
Compensatie en mitigatie weidevogelgebied
Het beschermingsregime van belangrijke weidevogelgebieden is vastgesteld in het compensatiebeginsel van de provincie Zuid-Holland (Compensatiebeginsel voor natuur en landschap, Provincie Zuid-Holland, 1997).Volgens het schema moet het belang van de beoogde ontwikkeling onderbouwd worden en moet een alternatievenoverweging gemaakt worden. Ook moeten mitigerende maatregelen overwogen worden. Mits noodzakelijk na bovengenoemde stappen moet de aard en de omvang van het effect bepaald worden en gekeken worden naar passende mitigerende maatregelen. De maatregelen moeten voorafgaand aan de uitvoering van de beoogde ontwikkeling plaatsvinden. Het monitoren en evalueren van de maatregelen moeten vervolgens de effectiviteit van de maatregelen in beeld brengen.
Het oppervlakte verlies van ongeveer 1.485 m² (0,15 hectare) dient strikt genomen gecompenseerd worden volgens de hierboven beschreven procedure. Het compensatiebeginsel omschrijft een volgorde van de vorm van compensatie:
Uit overleg met de provincie blijkt dat aankoop van een dergelijke kleine oppervlakte als niet realistisch gezien kan worden. Een kwaliteitsimpuls voor het weidevogelgebied in de polder dient in verhouding te zijn met het verlies aan kwaliteit en oppervlakte. In dit geval is het verlies van kwaliteit zeer beperkt; immers er broeden geen weidevogels in het door de rotonde in beslag genomen oppervlakte of in het door de opschuiving van de aarden wal additioneel verstoorde gebiedje. En de rol als foerageergebied is –gezien de geringe oppervlakte- ook beperkt. Een dergelijke kleine impuls zal voor het weidevogelgebied als geheel weinig effect hebben. Een realistische derde mogelijkheid is daarom financiële genoegdoening.
In overleg met de Vereniging voor natuur en milieubescherming Pijnacker, Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging en de Stichting Eendenkooi Pijnacker wordt gezocht naar mogelijkheden om een kwaliteitsimpuls voor het weidevogelgebied te bewerkstelligen die ten minste in verhouding staat met het verlies aan kwaliteit en oppervlakte door de aanleg van de rotonde.
Mocht hiervoor geen mogelijkheid bestaan binnen de Ruyven-Zuidpolder of de naaste omgeving, zal gekozen worden voor een financiële genoegdoening. Voor de kosten die hiermee zijn gemoeid is een reservering opgenomen in de projectbegroting voor de aanleg van de Komkommerweg en de rotonde.
Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan.