| Plan: | N470 2012 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1926.bp000120037-4001 |
De watertoets houdt in dat vroegtijdig in het planvormingsproces rekening moet worden gehouden met de waterhuishouding. Sinds 2003 bestaat de wettelijke verplichting om de watertoets bij ruimtelijke plannen en besluiten te betrekken. Daarom moet in een vroegtijdig stadium van de planvorming overleg plaatsvinden met de waterbeheerder.
In een dergelijk overleg wordt stilgestaan bij de consequenties van het nieuwe ruimtelijke plan ten aanzien van de waterhuishouding en mogelijk te nemen waterhuishoudkundige maatregelen. De watertoets is in de toelichting bij het bestemmingsplan opgenomen in de vorm van de waterparagraaf. De waterbeheerder voor dit plangebied is Hoogheemraadschap van Delfland.
Op 20 maart 2012 heeft het Hoogheemraadschap van Delfland de nieuwe 'Handreiking watertoets voor gemeenten' vastgesteld. De nieuwe handreiking biedt handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau.
Ten aanzien van de N470 is in beginsel sprake van een conserverend plan. De huidige situatie wordt opnieuw bestemd. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de vigerende plannen. Voor wat betreft het aspect water worden de watergangen en -partijen veelal bestemd als 'Water'. Ondergeschikte watergangen worden mogelijk gemaakt in de doeleindenomschrijving van aanliggende bestemmingen, zoals 'Verkeer - Wegverkeer'. Voor het aanwezige waterwingebied wordt een eigen gebiedsaanduiding opgenomen. Advies van de beheerder van dit waterwingebied is nodig voorafgaand aan het bouwen van bouwwerken.
De trits 'vasthouden - bergen - afvoeren' is van toepassing op het plangebied. Dit betekent dat het hemelwater daar waar mogelijk zoveel mogelijk direct infiltreert in de grond. Daar waar dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld door de verharding van de weg zelf, is sprake van een afvoer van het water naar de naastgelegen bermsloten, die nagenoeg langs de hele weg aanwezig zijn.
Ten behoeve van de aan te leggen rotonde is sprake van enige toename van verharding in het buitengebied. Deze toename is echter dermate laag, mede doordat de weg zelf al aanwezig is, dat geen sprake is van benodigde compensatie. Wel dienen de aanwezige bermsloten, die langs de weg lopen, ter plaatse van de rotonde te worden omgelegd, zodat ze om de rotonde heen komen te liggen.
Ten aanzien van de waterkwaliteit leidt de aanleg van de rotonde niet tot een achteruitgang van de chemische en ecologische kwaliteit van het watersysteem.
In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) wordt het bestemmingsplan voorgelegd aan het Hoogheemraadschap van Delfland.
Het aspect water vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van onderhavig bestemmingsplan.