direct naar inhoud van Artikel 4 Agrarisch - Weide
Plan: N470 2012
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1926.bp000120037-4001

Artikel 4 Agrarisch - Weide

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Weide' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. weide,
  • b. hobbymatig grondgebonden agrarisch gebruik,
  • c. extensieve openluchtrecreatie voor zover de onder a en b bedoelde functies en waarden niet onevenredig worden aangetast,
  • d. fiets- en voetpaden, en
  • e. sloten en andere watergangen.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Toegestane bouwwerken

Op en in de gronden als bedoeld in lid 4.1, mogen uitsluitend worden gebouwd en herbouwd:

  • a. andere bouwwerken, zoals erf- of perceelafscheidingen en stapmolens, en
  • b. bestaande bebouwing.
4.2.2 Bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 4.2.1, gelden de volgende bepalingen:

  • a. van andere bouwwerken, zoals erf- of perceelafscheidingen, mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen, tenzij het betreft stapmolens;
  • b. de bebouwing als bedoeld in sublid 4.2.1, onder b, mag ten hoogste in de bestaande omvang worden herbouwd, waarbij bestaande kassen uitsluitend als kassen mogen worden herbouwd.
4.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bepaalde in sublid 4.2.1, onder b, ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van de bestemming, zoals dierenverblijven en schuurtjes, mits de gebouwen zoveel mogelijk worden gebouwd in de nabijheid van het woonperceel waarbij ze behoren dan wel in de nabijheid van de weg waarop het betreffende perceel wordt ontsloten.
Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. gebouwen mogen worden gebouwd dan wel herbouwd tot een gezamenlijke oppervlakte van 50% van bestaande gebouwen op een perceel, mits vooraf vaststaat dat de overige bestaande gebouwen op het perceel worden gesloopt;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 3 m bedragen;
  • c. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd op ten minste 3 m achter het verlengde van de voorgevel van de woning waar ze bij horen.
4.4 Specifieke gebruiksregels

Het is verboden zonder een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.5, gronden als bedoeld in lid 4.1, te gebruiken als paardenbak.

4.5 Afwijking van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 4.4, ten behoeve van het gebruiken van gronden als paardenbak en het aldaar bouwen van andere bouwwerken ten dienste daarvan, mits:

  • a. het ten hoogste één paardenbak betreft bij eenzelfde woning,
  • b. het ter plaatse voorkomende karakeristiek weidelandschap niet onevenredig wordt aangetast,
  • c. de paardenbak in de directe nabijheid van een bestemmingsvlak 'Wonen' wordt gesitueerd, waarbij eisen kunnen worden gesteld aan de inpassing in het landschap,
  • d. de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer dan 2 m bedraagt, tenzij het betreft stapmolens, en
  • e. de paardenbak niet van verlichting wordt voorzien.
4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden
4.6.1 Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de gronden als bedoeld in lid 4.1, de hierna aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

  • a. aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. aanleggen en dempen van watergangen, sloten en andere waterpartijen;
  • c. bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters;
  • d. het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen.
4.6.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht

Het in sublid 4.6.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden:

  • a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud;
  • b. werken en werkzaamheden waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan:
    • 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist;
    • 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
4.6.3 Toelaatbaarheid van werken of werkzaamheden

De werken of werkzaamheden als bedoeld in sublid 4.6.1, zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.