direct naar inhoud van Artikel 18 Recreatie - Dierenpark
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1924.Buitengebied11-BP40

Artikel 18 Recreatie - Dierenpark

18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Recreatie - Dierenpark aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. een dierenpark;
  • b. dagrecreatieve voorzieningen;
  • c. bedrijfswoningen;
  • d. aan de functie als bedoeld onder a en b gebonden parkeervoorzieningen;
  • e. aan de functie als bedoeld onder a ondergeschikte horecavoorzieningen;
  • f. aan de functie als bedoeld onder a ondergeschikte maatschappelijke voorzieningen;
  • g. groenvoorzieningen en water;
  • h. erven en tuinen;
  • i. paden en wegen.
18.2 Bouwregels

Ten aanzien van de in lid 18.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:

18.2.1 Gebouwen
  • a. het bestemmingsvlak voor ten hoogste 15% mag worden bebouwd;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' de goothoogte niet meer mag bedragen dan aangegeven;
  • c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' niet meer dan één bedrijfswoning is toegestaan;
  • d. de inhoud van een bedrijfswoning niet meer dan 750 m3 mag bedragen tenzij de inhoud van de bestaande bedrijfswoning reeds groter is in welk geval de bestaande inhoud als maximum geldt;
  • e. bij een bedrijfswoning bijgebouwen en overkappingen mogen worden opgericht waarbij:
    • 1. de maximale gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m2;
    • 2. de goothoogte maximaal 3 m mag bedragen
    • 3. de bebouwing minimaal 3 m achter de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfswoning dient te worden gebouwd;
    • 4. de bebouwing op maximaal 50 m van de bedrijfswoning dient te worden gebouwd.
18.2.2 Andere bouwwerken

de bouwhoogte van andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan:

  • a. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen;
  • b. 5 m voor overige andere bouwwerken.
18.3 Afwijken van de bouwregels
18.3.1

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.2.1 onder e ten behoeve van de afdekking van gebouwen met een geringere dakhelling en/of een platte afdekking van gebouwen, indien het een bijgebouw betreft.

18.3.2

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.2.1 onder b en toestaan dat de goothoogte met maximaal 2 m wordt overschreden.

18.3.3

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.2.2 ten behoeve van een uitkijktoren met een bouwhoogte van maximaal 10 m.

18.3.4

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.2.1 onder e, sub 1 ten behoeve een grotere oppervlakte aan bijgebouwen onder de voorwaarde dat:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning niet meer bedraagt dan 75 m2;
  • b. de bijgebouwen vanuit landschappelijk oogpunt aanvaardbaar zijn dan wel op andere wijze in het landschap zijn ingepast.