| Plan: | Partiële herziening BP Landelijk Gebied, Westeinderweg 8a |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1916.phBPLGwstndrw8a-VG01 |
het bestemmingsplan Partiële herziening BP Landelijk Gebied, Westeinderweg 8a van de gemeente Leidschendam - Voorburg met de geometrisch bepaalde planobjecten
de geometrisch bepaalde plandelen als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1916.phBPLGwstndrw8a met bijbehorende regels.
het bestemmingsplan Landelijk gebied (2011) van de gemeente Leidschendam - Voorburg, meer specifiek de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML- bestand NL. IMRO.1916.lg2011-0010 met bijbehorende regels (en bijlagen).
Voor de bestemmingsomschrijving geldt het bepaalde in artikel 3.1 van het moederplan.
Voor het bouwen geldt het bepaalde in artikel 3.2 van het moederplan.
Ten aanzien van de: 'Nadere eisen', het 'Afwijken van de bouwregels', de 'Specifieke gebruiksregels', het 'Afwijken van de gebruiksregels' en de 'Wijzigingsbevoegdheid' geldt het bepaalde uit respectievelijk de artikelen: 3.3, 3,4, 3.5, 3.6 en 3.7 van het moederplan.
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.
Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag niet worden gebouwd, tenzij het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende bouwwerken:
De uitzonderingen, zoals genoemd in artikel 3.2.1 onder b of c, zijn niet van toepassing indien een aanvraag betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een selectiebesluit is afgegeven. Het bevoegd gezag kan in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld. De bepalingen van artikel 3.3 onder b zijn van overeenkomstige toepassing.
Indien er sprake is van het bouwen van een bouwwerk waarvoor en omgevingsvergunning is vereist, dient de aanvrager vooraf schriftelijk archeologisch advies in te winnen bij de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag.
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.1 indien:
Het is verboden om op of in de gronden als bedoeld in artikel 3.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod als bedoeld in artikel 3.4.1, is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
De uitzonderingen zoals genoemd in artikel 3.4.2 onder b en c zijn niet van toepassing indien een aanvraag betrekking heeft een terrein waarvoor reeds eerder een selectiebesluit is afgegeven. Het bevoegd gezag kan in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld. De bepalingen van artikel 3.4.5 onder c zijn van overeenkomstige toepassing.
Indien er sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, dient de aanvrager vooraf schriftelijk een archeologisch advies in te winnen bij de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag.
De omgevingsvergunning wordt verleend, indien:
Ter plaatse van de aanduiding overige zone - paardenbeleid agrarische gebieden geldt het bepaalde uit artikel 33.3 van het moederplan.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, Partiële herziening BP Landelijk Gebied, Westeinderweg 8a aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bevoegd gezag kan eenmalig afwijken van het bepaalde in artikel 6.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 6.1.1 met maximaal 10%.
artikel 6.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, Partiële herziening BP Landelijk Gebied, Westeinderweg 8a en hiermee in strijd is, mag worde
n voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 6.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 6.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
artikel 6.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Indien toepassing van het in 6.2 opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor één of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan grond en/of opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan het bevoegd gezag met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie ten behoeve van die natuurlijke persoon of personen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Partiële herziening BP Landelijk Gebied, Westeinderweg 8a.