direct naar inhoud van Regels
Plan: Leidsenhage
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1916.leidsenhage-VG01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het bestemmingsplan Leidsenhage met identificatienummer NL.IMRO.1916.leidsenhage-VG01 van de gemeente Leidschendam-Voorburg;

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en de daarbij behorende bijlagen);

1.3 aan huis verbonden beroep

een dienstverlenend beroep, dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bouwwerken door een bewoner van die desbetreffende woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie;

1.4 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6 achtergevel

de van de weg en/of water afgekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één van de weg of water afgekeerde gevel, niet zijnde de voor- of zijgevel;

1.7 antennedrager

antennemast of andere constructie, bedoeld voor de bevestiging van een antenne;

1.8 antenne-installatie

installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;

1.9 archeologie, Programma van Eisen (PvE)

een inhoudelijk document waarin het doel, de vraagstelling en de uitvoeringswijze van een archeologisch veldonderzoek en specialistisch onderzoek verwoord staan, alsook de randvoorwaarden van het onderzoek, bijvoorbeeld met betrekking tot de omgang met vondstmateriaal: voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd;

1.10 archeologisch advies

een advies, opgesteld door de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag, waarin de kaders voor een uit te voeren archeologisch onderzoek zijn aangegeven en aan de hand waarvan opdrachtverstrekking kan plaatsvinden aan de instantie die het archeologisch onderzoek verricht;

1.11 archeologisch adviseur van het bevoegd gezag

een door de gemeente aangewezen adviseur die het bevoegd gezag adviseert op archeologisch gebied;

1.12 archeologische begeleiding

begeleiding van graaf- en overige werkzaamheden door een archeoloog;

1.13 archeologisch onderzoek

diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;

1.14 archeologisch rapport

in rapportvorm vervat verslag van een, volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen, verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden;

1.15 archeologisch Rijksmonument

terrein dat door de minister vanwege de aanwezigheid van in het algemeen belang van rijkswege beschermde archeologische waarden is aangewezen als beschermd monument in de zin van de Monumentenwet 1988;

1.16 archeologische verwachting

dit aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische resten;

1.17 archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden;

1.18 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.19 bedrijf

een onderneming, waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren en/of verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als niet-zelfstandig onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel van goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;

1.20 bedrijfsvloeroppervlakte (bvo)

alle inpandige ruimte die voor de individuele bedrijfsvoering benodigd is, waaronder in elk geval begrepen alle voor het publiek toegankelijke ruimten alsmede alle ruimten die uitsluitend voor personeel toegankelijk zijn, maar exclusief ruimte die collectief gebruikt wordt (zoals bezoekerspassages, expeditieruimtes, afvalopslag, etc.) alsmede exclusief constructieve elementen, trapgaten, vides, ruimten en/of voorzieningen zoals brandgangen, ruimten voor nutsvoorzieningen, stijgpunten ten behoeve van woningen of parkeervoorzieningen, etc.;

1.21 begane grond

de onderste bouwlaag van een gebouw;

1.22 behoud ex situ

de ontsluiting of opgraving van een archeologische vindplaats met als doel de daar aanwezige archeologische informatie te verzamelen en te documenteren volgens de voorwaarden die zijn vastgelegd in een hiervoor opgesteld Programma van Eisen;

1.23 behoud in situ

het duurzaam in stand houden van archeologische waarden in de bodem als bron van kennis en beleving, door middel van technische maatregelen en/of inpassing en vrijwaring van de archeologische waarden in de inrichting van het plangebied;

1.24 beperkt kwetsbaar object

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;

1.25 bestaand

bestaand op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan;

1.26 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

1.27 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.28 bevoegd gezag

het bestuursorgaan dat bevoegd is omtrent een onderwerp besluiten te nemen of beschikkingen af te geven;

1.29 bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een (hoofd)gebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend (hoofd)gebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;

1.30 bijgebouw

een op zich zelf staand, al dan niet vrijstaand, gebouw dat gestitueerd is bij, in bouwkundig en functioneel opzicht ondergeschikt is aan en ten dienste staat van een op hetzelfde (bouw)perceel gesitueerd (hoofd)gebouw;

1.31 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.32 bouwgrens

de grens van een bouwvlak;

1.33 bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van de kelder en de zolder.

1.34 bouwmarkt

een detailhandelsbedrijf waar bouwmaterialen, alsmede materialen die nodig zijn voor het verrichten van bouw- en verbouwwerkzaamheden, te koop en/of te huur worden aangeboden, waarbij niet als bouwmaterialen worden aangemerkt materialen die uitsluitend dienen voor versiering, aankleding, inrichting en/of gebruik van bouwwerken;

1.35 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.36 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel;

1.37 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waarop ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.38 bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, van hout, steen, metaal of ander materiaal, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.39 café

een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse met als nevenactiviteiten het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide kleine etenswaren;

1.40 cafetaria/snackbar

een horecabedrijf dat tot doel heeft het verstrekken van al dan niet voor consumptie ter plaatse bedoelde etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van niet - en zwak alcoholische dranken;

1.41 cateringbedrijf

een bedrijf waar voedsel en/of dranken worden bereid, welke door of vanuit het bedrijf naar de afnemers en/of gebruikers worden gebracht;

1.42 cultuurhistorische waarde

de aan een gebied en/of bouwwerk toegekende waarde in verband met ouderdom of gaafheid, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied;

1.43 daghorecabedrijf

een horecabedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het overdag verstrekken van dranken en etenswaren aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals theehuisjes, ijssalons, croissanterieën, dagcafé's en -restaurants en naar aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen horecabedrijven;

1.44 dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw of -indien en voor zover daarbij sprake is van een bovenbeëindiging van enige relevante omvang- een bouwwerk;

1.45 dakopbouw

een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie deels boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijde(n) van de constructie in één of meer dakvlakken van het dak zijn geplaatst;

1.46 dB (decibel)

de eenheid voor het aanduiden van de sterkte van geluid, weergegeven door middel van een verhouding op een logaritmische schaal;

1.47 dB(A)

geluidssterktes die gecorrigeerd zijn voor de gevoeligheid van het (menselijk) oor;

1.48 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt.

1.49 detailhandel in dagelijkse artikelen

de detailhandel in de categorieën levensmiddelen en/of artikelen ten behoeve van de persoonlijke verzorging;

1.50 detailhandel in niet-dagelijkse artikelen

de detailhandel, niet zijnde detailhandel in dagelijkse artikelen;

1.51 detailhandel in volumineuze goederen

een detailhandelsbedrijf te onderscheiden in de volgende categorieën:

  • detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke goederen;
  • detailhandel in volumineuze goederen, zoals auto's, keukens, badkamers, boten, motoren, caravans, landbouwwerktuigen en grove bouwmaterialen en daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen, zoals accessoires, onderhoudsmiddelen, onderdelen en/of materialen;
  • tuincentra;
  • bouwmarkten en grootschalige meubelbedrijven, inclusief in ondergeschikte mate woninginrichting en -stoffering;
1.52 detailhandelondersteunende horeca

een horecavoorziening binnen een bestemming detailhandel waar men ten behoeve van de hoofdfunctie en ondergeschikt daaraan strikt functiegebonden ondersteunende horeca-activiteiten mag uitoefenen;

1.53 dienstverlenend bedrijf of instelling

een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van commerciële, economische en/of maatschappelijke diensten aan derden, waarbij sprake is van een aanmerkelijke publieksfunctie, met uitzondering van een garagebedrijf, horeca inrichting en een seksinrichting;

1.54 dienstverlening

het aanbieden, verkopen en/of leveren van commerciële, economische en/of maatschappelijke diensten aan derden;

1.55 discotheek/bar-dancing

een horecabedrijf dat primair gericht is op het ten gehore (laten) brengen van overwegend versterkte muziek en het aan bezoekers bieden van gelegenheid om te dansen, waarbij secundair het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse een wezenlijk onderdeel vormt van de bedrijfsmatige activiteiten;

1.56 ecologische waarden

de aan een gebied toegekende waarden die verband houden met de samenhang tussen dieren en planten en hun leefomgeving of tussen dieren en planten onderling;

1.57 eengezinswoning

een zelfstandig, al dan niet zijdelings aaneengebouwd gebouw dat één woning omvat;

1.58 entertainment

een vermaaksfunctie, die uitsluitend gedurende de openingstijden van het overdekte winkelcentrum binnen dat winkelcentrum plaatsvindt en die gericht is op het vermaak van het winkelend publiek;

1.59 erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een (hoofd)gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en voor zover dit plan deze inrichting niet verbiedt;

1.60 erfafscheiding:

een afscheiding op en rond een erf, waarmee de gronden worden begrensd die in ruimtelijk opzicht direct bij, in functioneel opzicht ten dienste staan van en/of in feitelijk opzicht direct aansluiten op het (hoofd)gebouw op dat erf; de eigendomsgrenzen zijn hierbij niet van doorslaggevende betekenis.

1.61 erotisch getinte vermaaksfunctie

een vermaaksfunctie, die is gericht op het (laten) geven van voorstellingen en/of vertoningen van erotisch-pornografische aard, zoals onder meer een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;

1.62 escortbedrijf

een bedrijf dat klanten voorziet van escorts, dat wil zeggen: personen die tegen betaling als partner van klanten optreden;

1.63 (publieks)evenement

elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, inclusief herdenkingen, waarbij een verzameling mensen zich in een bepaald tijdvak in/op een (meestal) begrensde en (eventueel beperkt) openbaar toegankelijke inrichting of terrein bevindt of beweegt;

1.64 evenement met een beperkte geluidsproductie

een publieksevenement van beperkte omvang, zoals buurtfeesten, straatbarbecues, e.d., dat in de regel tussen 07:00 uur en 23:00 uur plaatsvindt en dat voldoet aan de volgende randvoorwaarden:

  • a. het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door het ten gehore brengen van versterkte / onversterkte muziek en/of door het gebruik van geluidsapparatuur bedraagt ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidsgevoelige bestemmingen niet meer dan 70 dB(A);
  • b. het evenement eindigt uiterlijk om 23:00 uur.
1.65 evenement met een complex geluidskarakter

een publieksevenement van grote omvang, zoals popfestivals, met veel publiek en vanwege het geluidskarakter een grote invloed op de woon- en leefomgeving, waarbij een geluidsrapport met dB(A)-contouren deel uitmaakt van de evenementenvergunning en dat voldoet aan de volgende randvoorwaarden:

  • a. het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door het ten gehore brengen van versterkte / onversterkte muziek en/of door het gebruik van geluidsapparatuur bedraagt ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidsgevoelige bestemmingen niet meer dan 75-80 dB(A);
  • b. geluidsinstallaties worden afgesteld aan de hand van het standaardspectrum voor popmuziek;
  • c. de organisatie stelt de geluidsinstallatie zodanig af dat door middel van geluidsmetingen wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de geldende geluidsvoorschriften;
  • d. bij het doen van geluidsmetingen wordt gebruik gemaakt van geluidscontouren (meetpunten) die zijn opgenomen in het bij de evenementenvergunning behorende geluidsrapport;
  • e. het evenement begint niet eerder dan 10:00 uur;
  • f. het evenement eindigt uiterlijk om 01:00 uur.
1.66 evenement met versterkte muziek

een publieksevenement van zodanige aard, omvang en/of geluidsproductie, zoals (tent)feesten, feestdagen, muziekfeesten, kermissen, e.d., dat dit voor ergernis dan wel overlast voor de woon- en leefomgeving kan zorgen en dat voldoet aan de volgende randvoorwaarden:

  • a. het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door het ten gehore brengen van versterkte / onversterkte muziek en/of door het gebruik van geluidsapparatuur bedraagt ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidsgevoelige bestemmingen niet meer dan 75 dB(A);
  • b. geluidsinstallaties worden afgesteld aan de hand van het standaardspectrum voor popmuziek;
  • c. de organisatie stelt de geluidsinstallatie zodanig af dat door middel van geluidsmetingen wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de geldende geluidsvoorschriften;
  • d. het evenement begint niet eerder dan 10:00 uur;
  • e. het evenement eindigt uiterlijk om 01:00 uur.
1.67 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.68 gestapelde woning

een woning waarboven en/of waaronder een andere woning is gebouwd of andere woningen zijn gebouwd, dan wel waaronder voorzieningen ten behoeve van bijvoorbeeld detailhandel of dienstverlening zijn gebouwd;

1.69 geluidsbelasting
  • a. vanwege een industrieterrein: de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke inrichtingen en toestellen, aanwezig op het industrieterrein, het geluid van niet tot de inrichtingen behorende motorvoertuigen op het terrein daaronder niet begrepen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder;
  • b. vanwege een spoorweg: de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke spoorwegverkeer of op een bepaald spoorweggedeelte of een combinatie van spoorweggedeelten, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder;
  • c. vanwege het wegverkeer: de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder;
1.70 geluidsgevoelige functie

bewoning of andere geluidsgevoelige functies binnen zones rond industrieterreinen, wegen en spoorwegen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder;

1.71 geluidsgevoelig gebouw

een gebouw dat dient ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidsgevoelige functie binnen zones rond industrieterreinen, wegen en spoorwegen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder;

1.72 gemakswinkel

een winkel voor kleine en snelle aankopen met een beperkt assortiment van dagelijkse en/of direct te gebruiken artikelen;

1.73 gevellijn

een als zodanig op de verbeelding aangegeven lijn die de ligging van de voorgevel(rooilijn) als bedoeld in 1.115 resp. 1.116 van een gebouw aanduid;

1.74 grootschalig (publieks)evenement

een publieksvenement waarbij:

  • a. het aantal bezoekers dat op enig moment gelijktijdig aanwezig is meer dan 1.000 bedraagt; en/of
  • b. het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door het ten gehore brengen van versterkte / onversterkte muziek en/of door het gebruik van geluidsapparatuur ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidsgevoelige bestemmingen meer bedraagt dan 75 dB(A); en/of
  • c. de activiteiten voortduren tot na 23:00 uur maar uiterlijk eindigen om 01:00 uur; en/of
  • d. door bijvoorbeeld een risicoverwachting van de aanwezigheid en/of het gebruik van alcohol en/of drugs gevaar kan ontstaan voor de volksgezondheid; en/of
  • e. anderszins risico's voor de openbare orde (kunnen) optreden; en/of
  • f. files en/of parkeeroverlast (kunnen) optreden; en/of
  • g. sprake is van een grote invloed op de woon- en leefomgeving.
1.75 groothandel

een commerciële onderneming die voor eigen rekening en risico goederen verhandelt die buiten de eigen onderneming zijn vervaardigd en die aan bedrijfsmatige (niet-consumptieve) afnemers (andere ondernemingen) worden (af)geleverd;

1.76 hoofdgebouw

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is door hun constructie, afmeting en/of functie;

1.77 hoofdmassa van een gebouw

de massa van een gebouw, met uitzondering van aan- en/of uitbouwen en aangebouwde bouwwerken;

1.78 horeca

het bedrijfsmatig verstrekken van voedsel en/of dranken, overwegend voor gebruik ter plaatse, en/of het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, één en ander gepaard gaande met dienstverlening en al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie (met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie);

1.79 hotel

een dienstverlenend etablissement met een commercieel oogmerk waar iemand tegen betaling kan overnachten of tijdelijk onderdak kan vinden, waarbij het verblijf als regel van korte duur en recreatief van aard is, er doorgaans toezicht aanwezig is in de vorm van personeel en meestal diverse vormen van verzorging worden geboden zoals schoonmaak, roomservice en de verstrekking van maaltijden en met inbegrip van het exploiteren van zaalaccommodatie;

1.80 integraal winkelcircuit

een winkelcentrumconcept dat zich kenmerkt door:

  • a. een goede routing voor bezoekers door het winkelcentrum door middel van een 8-vormige structuur van de passages; en,
  • b. een evenwichtige spreiding van trekkers binnen het winkelcentrum zodat er zo min mogelijk doodlopende passages ontstaan;
1.81 kantine

een ondergeschikte vorm van niet-zelfstandige horeca ten dienste van een op grond van dit plan toegestane vorm van gebruik;

1.82 kantoor(ruimte)

een gebouw of een gedeelte daarvan, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verrichten van administratieve werkzaamheden, zakelijke en niet-zakelijke dienstverlening en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van overheidsinstellingen, semi-overheidsinstellingen, het bankwezen en naar aard daarmee gelijk te stellen instellingen;

1.83 kap

een gesloten en (gedeeltelijk) hellende bovenbeëindiging van een bouwwerk;

1.84 klein (publieks)evenement

een eendaagse, kleinschalige activiteit die zich in de openbare ruimte afspeelt met als doel vermaak en ontspanning te bieden, waarbij het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door het ten gehore brengen van versterkte / onversterkte muziek en/of door het gebruik van geluidsapparatuur ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedraagt dan 70 dB(A);

1.85 lokaal verzorgend winkelcentrum

een winkelcentrum dat beschikt over zowel een uitgebreid aanbod voor dagelijkse boodschappen en frequent benodigd niet-dagelijks winkelaanbod (textiel, huishoudelijke artikelen) als over een recreatief winkelaanbod waarbij het boodschappenaanbod een lokale verzorgingsfunctie vervult en het recreatieve winkelaanbod in sommige gevallen een bovenlokale functie kan vervullen;

1.86 Meetverschil

een door de feitelijke - of terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een op de verbeelding aangegeven bestemmings- of bouwgrens;

1.87 merknaam

de naam die voor een zelfstandige winkel of winkelketen wordt gehanteerd;

1.88 middelgroot (publieks)evenement

een publieksevenement waarbij:

  • a. het aantal bezoekers dat op enig moment gelijktijdig aanwezig is tussen de 100 en de 1.000 ligt, en/of
  • b. het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door het ten gehore brengen van versterkte / onversterkte muziek en/of door het gebruik van geluidsapparatuur ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidgevoelige bestemmingen meer bedraagt dan 70 dB(A) maar niet boven de 75 dB(A) uitstijgt, en/of
  • c. de activiteiten voortduren tot na 23:00 uur maar uiterlijk eindigen om 01:00 uur, en/of
  • d. meer dan 10 m² oppervlakte openbare weg in beslag wordt genomen door voorwerpen, zoals bijvoorbeeld kramen, tenten, podia en dergelijke, en/of
  • e. belemmeringen (kunnen) optreden voor het verkeer en/of hulpdiensten door bijvoorbeeld het gebruik van de openbare weg voor het evenement, noodzakelijke wegafzettingen, en dergelijke.
1.89 milieuplanologische effecten

planologisch relevante effecten op het milieu ten aanzien van de luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodem, flora en fauna, geluid en water;

1.90 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals onder meer transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, apparatuur voor telecommunicatie en daarmee gelijk te stellen voorzieningen;

1.91 onderbouw

een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven peil is gelegen;

1.92 ontsluitende weg

weg en/of langzaam verkeersroute waaraan de hoofdtoegang tot het bouwperceel is gesitueerd: bij bouwpercelen welke (de mogelijkheid tot) twee hoofdtoegangen hebben wordt, voor het bepalen van wat de ontsluitende weg is, aansluiting gezocht bij de aangrenzende bouwpercelen;

1.93 opslag

Het bedrijfsmatig of in aard en omvang alsof zij bedrijfsmatig is opslaan van (partijen) goederen.

1.94 overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.95 pand

Een bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, betreedbaar en afsluitbaar is;

1.96 parkeervoorzieningen

voorzieningen voor het laten stilstaan van voertuigen, (brom)fietsen daaronder mede begrepen, langer dan nodig is voor het (onmiddellijk) laten in-, uit- en afstappen van passagiers of voor het laden en/of lossen van goederen;

1.97 peil
  • a. indien het bouwwerk in of op de grond wordt gebouwd: Nieuw Amsterdams Peil (NAP) + 0,10 meter;
  • b. indien het bouwwerk in of op het water wordt gebouwd: het waterpeil ter plaatse van het bouwwerk.
1.98 pickup-point

een locatie waar de consument (uitsluitend via internet) bestelde goederen kan afhalen en/of retourneren, waar uitsluitend gedurende een korte periode logistiek en opslag van bestelde goederen plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten verkoop en/of overige activiteiten;

1.99 praktijkruimte:

een (werk)ruimte bedoeld voor de uitoefening van medische, paramedische of daarmee gelijk te stellen beroepen of werkzaamheden;

1.100 proactief winkelcentrummanagement

een centraal aangestuurd management van het gehele winkelcentrum dat integraal verantwoordelijk is voor:

  • a. innovatieve marketing- en promotieactiviteiten;
  • b. constante vernieuwing van het winkelaanbod door in te spelen op de behoeften van de consument met een onderscheidende mix van retailers;
  • c. het -up-to-date houden van het winkelcentrum door voortdurend de aankleding en uitstraling van het winkelcentrum aan te laten sluiten op de eisen van de tijd en in te spelen op de beleving;
  • d. een hoge kwaliteit van services voor de consument / bezoeker;
  • e. onderhoud van het winkelcentrum zodat dit schoon, heel en veilig blijft.
1.101 prostitutie

het zich tegen vergoeding beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander;

1.102 publieksgerichte dienstverlening

dienstverlening, die naar aard, verschijningsvorm en gevolgen voor de omgeving als verwant aan detailhandel kan worden aangemerkt, zoals banken, reisbureaus, kap- en schoonheidsalons, nagelstudio's, (para-)medische functies zoals praktijkruimten voor fysiotherapie, apotheken, etc.;

1.103 regionaal verzorgend winkelcentrum

een winkelcentrum dat een verzorgende functie heeft voor (delen van) de regio waarbinnen het is gelegen en waarbij de ligging en het karakter van het winkelcentrum zorgen voor accentverschillen tussen de diverse regionaal verzorgende winkelcentra: een regionaal verzorgend winkelcentrum beschikt over een gemengd aanbod met het accent op het middensegment en richt zich door middel van een hoogwaardig kwaliteitsaanbod inclusief vernieuwende concepten op de specifieke doelgroepen in het verzorgingsgebied;

1.104 selectiebesluit

besluit van het bevoegd gezag, nadat er een waardering (volgens de protocollen van de KNA) heeft plaatsgevonden van aanwezige archeologische waarden in relatie tot de geplande bodemingreep;

1.105 seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden: onder seksinrichting worden in elk geval begrepen een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater en/of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.106 speeltoestel

een inrichting, bedoeld voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt;

1.107 sport

recreatieve voorzieningen, alsmede ondergeschikte vormen van horeca ten dienste van deze voorzieningen;

1.108 staat van horeca-activiteiten

de Staat van Horeca-activiteiten die als bijlage bij deze regels is gevoegd en daarvan deel uitmaakt;

1.109 supermarkt

een relatief grote (zelfbedienings)winkel met een grote verscheidenheid aan levensmiddelen en een aanvullend assortiment aan huishoudelijke producten, in de vorm van hetzij een full-service supermarkt hetzij een hard-discounter supermarkt;

1.110 terras

een buiten de besloten ruimte van een inrichting liggend deel van een horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt;

1.111 tuincentrum

detailhandelsbedrijf waarin artikelen voor de aanleg, de inrichting en het onderhoud van en het verblijf in particuliere tuinen en de daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen en diensten worden aangeboden, alsmede kamerplanten en snijbloemen met de bijbehorende potten, vazen, e.d., dierenbenodigdheden en seizoensgebonden sierproducten zoals paas- en kerstartikelen e.d.:

1.112 verbeelding

de verbeelding van het bestemmingsplan Leidsenhage bestaande uit 2 kaarten;

1.113 verkoop via internet

Het bedrijfsmatig en uitsluitend via het internet aanbieden en verkopen van goederen aan derden, zonder uitstalling ten verkoop, opslag, bezichtiging en/of afhaal van de goederen ter plaatse;

1.114 vloerafscheiding

een bouwtechnische voorziening, zoals een balkon- of terrashekwerk of borstwering, aangebracht als (door)valbeveiliging om (val)ongelukken te voorkomen;

1.115 voorgevel

de naar de weg en/of water gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of water gekeerde gevel, de meest beeldbepalende gevel van dat gebouw, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven;

1.116 voorgevelrooilijn

een denkbeeldige dan wel op de verbeelding aangegeven lijn in het verlengde van de voorgevel die in de richting van de openbare weg en/of het water niet door bebouwing mag worden overschreden;

1.117 voorkeursgrenswaarde

de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen (zoals deze luiden ten tijde van de vaststelling van dit plan);

1.118 warmte- en koudeopslag

een methode om energie in de vorm van warmte en/of koude op te slaan in de bodem, die onder meer gebruikt kan worden om gebouwen te verwarmen en/of te koelen;

1.119 winkel

een gebouw of een gedeelte daarvan, dat een ruimte omvat, die door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor de detailhandel;

1.120 winkelformule

een winkelformule is:

  • a. de totale aanpak waarmee de detaillist een bepaalde groep afnemers probeert aan te trekken en aan zich te binden: de winkelformule bestaat uit de onderdelen doelgroep (aan wie wordt er verkocht), assortiment (wat wordt er verkocht) en marktpositie (ten opzichte van de concurrentie); en
  • b. bekend als merknaam, waarbij toevoegingen aan de merknaam die duiden op een grotere variant van de winkel (bijvoorbeeld 'XL') binnen dezelfde winkelformule vallen, terwijl toevoegingen die duiden op een ander segment (bijvoorbeeld "Kids") als andere winkelformule worden aangemerkt;
1.121 woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden of maximaal vier personen die geen huishouden vormen.

1.122 woongebouw

een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

1.123 zijgevel

de zijdelingse gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één van de weg of water afgekeerde gevel, niet zijnde de voor- of achtergevel;

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 Afstanden

De kortste afstand tussen bouwwerken onderling alsmede van bouwwerken tot de perceelsgrens, gemeten vanaf elk deel van het bouwwerk.

2.2 Bebouwingspercentage

Een percentage, dat de grootte van het deel van een bestemmingsvlak, bouwvlak respectievelijk (gedeelte van een) bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. Ondergronds bouwen wordt hierbij niet meegerekend.

2.3 Bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals vloerafscheidingen, trappenhuizen, glaskappen, schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, technische installaties, lichtkappen, lichtstraten, antennes en naar de aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.4 Breedte, lengte en diepte van een bouwwerk

Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren.

2.5 Dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.6 Goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.7 Inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.8 Overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, technische installaties, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,75 meter bedraagt.

2.9 Oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving
3.1.1 Algemeen

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' (vm): een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder verkoop en/of vulpunt voor LPG, met inbegrip van een gemakswinkel;
  • b. uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' [sba-ov]: een overkapping in de vorm van een luifel ten behoeve van een verkooppunt voor motorbrandstoffen;

met de daarbij behorende:

  • c. erven;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. in- en uitritten;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. ontsluitingswegen;
  • h. paden en verhardingen;
  • i. parkeervoorzieningen;
  • j. voorzieningen voor onderhoud, laden en lossen;
  • k. waterlopen en waterpartijen.
3.1.2 Dubbelbestemming

De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen;
  • b. bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen;
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2.2 Gebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd;
  • b. de goothoogte, respectievelijk de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;
  • c. de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken mogen voor maximaal het op de verbeelding aangegeven bebouwingspercentage worden bebouw
  • d. indien op de verbeelding geen bebouwingspercentage is aangegeven, mogen bouwvlakken voor 100% worden bebouwd;
3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden gebouwd tenzij op de verbeelding anders is aangegeven;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan in artikel 18.1 is aangegeven.
3.3 Specifieke gebruiksregels

Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen voor:

  • a. horeca;
  • b. detailhandel in de vorm van een supermarkt of daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen detailhandelsactiviteiten.

Artikel 4 Bedrijf - Nutsvoorziening

4.1 Bestemmingsomschrijving
4.1.1 Algemeen

De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • b. erven;
  • c. groenvoorzieningen;
  • d. in- en uitritten;
  • e. ontsluitingswegen;
  • f. paden en verhardingen;
  • g. parkeervoorzieningen;
  • h. voorzieningen voor onderhoud, laden en lossen;
  • i. waterlopen en waterpartijen.
4.1.2 Dubbelbestemming

De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Algemeen

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen;
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.2.2 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd;
  • b. de goothoogte respectievelijk de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;
  • c. de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken mogen voor maximaal het op de verbeelding aangegeven bebouwingspercentage worden bebouwd;
  • d. indien op de verbeelding geen bebouwingspercentage is aangegeven, mogen bouwvlakken voor 100% worden bebouwd.
4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden gebouwd tenzij op de verbeelding anders is aangegeven;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan in artikel 18.1 is aangegeven.
  • c. In afwijking van het bepaalde onder b. mag de bouwhoogte van een lavafilter ten behoeve van een rioolgemaal niet meer bedragen dan 5,50 meter.

Artikel 5 Groen

5.1 Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Algemeen

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. plantsoenen;
  • c. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
  • d. water;
  • e. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - skatebaan' (sr-ska): een recreatieve skatebaan;

met de daarbij behorende:

  • f. duikers en bruggen;
  • g. fiets- en voetpaden;
  • h. in- en uitritten;
  • i. nutsvoorzieningen;
  • j. objecten van beeldende kunst;
  • k. (ondergrondse) inzamelplaatsen voor (gescheiden) afval;
  • l. ontsluitingswegen;
  • m. (on)verharde speelvelden;
  • n. overige paden en verhardingen;
  • o. speeltoestellen;
  • p. waterlopen en waterpartijen.
5.1.2 Dubbelbestemming

De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.

5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen

Op, dan wel in, deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

5.2.2 Bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden gebouwd tenzij op de verbeelding anders is aangegeven;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan in artikel 18.1 is aangegeven.

Artikel 6 Horeca

6.1 Bestemmingsomschrijving
6.1.1 Algemeen

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding op de verbeelding 'horeca van categorie 4 (h=4)': horeca van categorie 4 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten, met uitzondering van hotels;
  • b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding op de verbeelding 'horeca tot en met categorie 4 (h<4)': bedrijven tot en met maximaal categorie 4 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten;
  • c. voorzieningen ten behoeve van ondergrondse warmte- en koudeopslag, mede ten behoeve van aangrenzenden bestemmingen;

met de daarbij behorende:

  • d. erven;
  • e. groenvoorzieningen;
  • f. in- en uitritten;
  • g. nutsvoorzieningen;
  • h. (ondergrondse) inzamelplaatsen voor (gescheiden) afval;
  • i. ontsluitingswegen;
  • j. paden en verhardingen;
  • k. parkeervoorzieningen;
  • l. terrassen;
  • m. voorzieningen voor onderhoud, laden en lossen;
  • n. waterlopen en waterpartijen.
6.1.2 Dubbelbestemming

De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Algemeen

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen;
  • b. bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen;
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
6.2.2 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd;
  • b. de goothoogte respectievelijk de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;
  • c. de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken mogen voor maximaal het op de verbeelding aangegeven bebouwingspercentage worden bebouwd;
  • d. indien op de verbeelding geen bebouwingspercentage is aangegeven, mogen bouwvlakken voor 100% worden bebouwd.
6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden gebouwd tenzij op de verbeelding anders is aangegeven;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan in artikel 18.1 is aangegeven.
6.3 Specifieke gebruiksregels
6.3.1 Parkeren / parkeernormen

Bij het verwezenlijken van resp. het gebruiken van gronden in overstemming met de bestemming 'Horeca' resp. de functies die op de voor deze bestemming aangewezen gronden op grond van 6.1.1 zijn toegestaan moeten de in onderstaande tabel aangegeven gemiddelde parkeernormen, met toepassing van de in de tabel opgenomen aanwezigheidspercentages, in acht worden genomen:

Functie   Parkeernorm
(in pp per eenheid)  
Eenheid   Aanwezigheids-percentage  
horeca
tot en met categorie 2  
2,9 tot 3,9 (gemiddeld: 3,4)   per 100 m² bvo   75 %  
horeca
in categorie 3 en 4  
8,0 tot 10,0 (gemiddeld: 9,0)   per 100 m² bvo   75 %  
horeca
in de vorm van een hotel  
4,4 tot 5,4 (gemiddeld: 4,9)   per 10 kamers   60 %  
horeca (bijeenkomstruimte) in de vorm van een evenementenhal / beurs- gebouw / congresgebouw   5,5   per 100 m² bvo   0 %  

Artikel 7 Verkeer

7.1 Bestemmingsomschrijving
7.1.1 Algemeen

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. hoofdontsluitingswegen;
  • b. onder- en bovengrondse voorzieningen, zoals tunnels, in-, uit-, op- en afritten, voor toegang tot gebouwde en/of ongebouwde parkeervoorzieningen;
  • c. parkeervoorzieningen;
  • d. railverkeer in de vorm van tramverbindingen met de daarbij behorende voorzieningen zoals spoorrails, haltevoorzieningen, bovenleidingen, etc.;
  • e. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'tunnel' [tu]: een verkeerstunnel ten behoeve van railverkeer in de vorm van tramverbindingen en langzaam verkeer met de bijbehorende, al dan niet beneden peil gelegen, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • f. voet- en fietspaden;
  • g. voorzieningen ten behoeve van ondergrondse wamte- en koudeopslag, mede ten behoeve van aangrenzende bestemmingen;

met de daarbij behorende:

  • h. bermen;
  • i. duikers en bruggen;
  • j. geluidwerende voorzieningen;
  • k. groenvoorzieningen;
  • l. in- en uitritten;
  • m. nutsvoorzieningen;
  • n. objecten van beeldende kunst;
  • o. (ondergrondse) inzamelplaatsen voor (gescheiden) afval;
  • p. voorzieningen voor onderhoud, laden en lossen;
  • q. voorzieningen voor het openbaar vervoer;
  • r. voorzieningen ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer;
  • s. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
  • t. waterlopen en waterpartijen.
7.1.2 Dubbelbestemming

De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.

7.2 Bouwregels
7.2.1 Algemeen

Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen en bouwwerken ten behoeve van het openbaar vervoer;
  • b. bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer;
  • c. bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen;
  • d. geluidwerende voorzieningen;
  • e. vrijstaande en/of aangebouwde overkappingen ten behoeve van (de bestemming van) aangrenzende gronden en/of bouwwerken;
  • f. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
7.2.2 Bouwhoogtes en oppervlaktes

Voor het bouwen als bedoeld in artikel 7.2.1 gelden de volgende regels:

  • a. de oppervlakte van gebouwen en bouwwerken ten behoeve van het openbaar vervoer en/of de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag per gebouw en/of bouwwerk niet meer bedragen dan 6 m²;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken ten behoeve van het openbaar vervoer en/of de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • c. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 5 meter;
  • d. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 6 meter;
  • e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vrijstaande en/of aangebouwde overkappingen daaronder mede begrepen, mag niet meer bedragen dan aangegeven in artikel 18.1.
7.3 Specifieke gebruiksregels

Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken en/of laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor:

  • a. detailhandel;
  • b. horeca;
  • c. wonen.

Artikel 8 Verkeer - Verblijfsgebied

8.1 Bestemmingsomschrijving
8.1.1 Algemeen

De voor Verkeer - Verblijfsgebied'' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. buurtontsluitingswegen;
  • b. parkeervoorzieningen;
  • c. entrees, trappen, liften en daarmee vergelijkbare voorzieningen ten dienste van de aangrenzende bestemmingen;
  • d. ondergrondse ruimten ten dienste van de aangrenzende bestemmingen;
  • e. railverkeer in de vorm van tramverbindingen met de daarbij behorende voorzieningen zoals spoorrails, haltevoorzieningen, bovenleidingen, etc.;
  • f. standplaatsen ten behoeve van de verkoop van kleine etenswaren zoals ijs en snacks of daarmee vergelijkbare goederen;
  • g. terrassen ten behoeve van aangrenzende horecafuncties, zonder bebouwing;
  • h. voet- en fietspaden;
  • i. medegebruik van gronden voor incidentele markten zoals vlooienmarkten, rommelmarkten, boekenmarkten en dergelijke;
  • j. medegebruik van gronden voor markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h., van de Gemeentewet;
  • k. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein (ev)': medegebruik van gronden voor publieksevenementen als bedoeld in 8.3.2, 8.3.3 en 8.3.4;
  • l. onder- en bovengrondse voorzieningen, zoals tunnels, in-, uit-, op- en afritten, voor toegang tot gebouwde en/of ongebouwde parkeervoorzieningen;
  • m. voorzieningen ten behoeve van ondergrondse warmte- en koudeopslag, mede ten behoeve van aangrenzende bestemmingen;

met de daarbij behorende:

  • n. bermen;
  • o. duikers en bruggen;
  • p. geluidwerende voorzieningen;
  • q. groenvoorzieningen;
  • r. in- en uitritten;
  • s. nutsvoorzieningen;
  • t. objecten van beeldende kunst;
  • u. (ondergrondse) inzamelplaatsen voor (gescheiden) afval;
  • v. voorzieningen voor onderhoud, laden en lossen;
  • w. voorzieningen voor het openbaar vervoer;
  • x. voorzieningen ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer;
  • y. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
  • z. waterlopen en waterpartijen.
8.1.2 Dubbelbestemming

De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.

8.2 Bouwregels
8.2.1 Algemeen

Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen en bouwwerken ten behoeve van het openbaar vervoer;
  • b. gebouwen ten behoeve een sprinklerinstallatie met inbegrip van de daarbij behorende (ondergrondse) leidingen;
  • c. bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer;
  • d. bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen;
  • e. geluidwerende voorzieningen;
  • f. vrijstaande en/of aangebouwde overkappingen ten behoeve van (de bestemming van) aangrenzende gronden en/of bouwwerken;
  • g. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
8.2.2 Bouwhoogtes en oppervlaktes

Voor het bouwen als bedoeld in artikel 8.2.1 gelden de volgende regels:

  • a. de oppervlakte van gebouwen en bouwwerken ten behoeve van het openbaar vervoer en/of de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag per gebouw en/of bouwwerk niet meer bedragen dan 6 m²;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken ten behoeve van het openbaar vervoer en/of de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • c. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 5 meter;
  • d. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 6 meter;
  • e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vrijstaande en/of aangebouwde overkappingen daaronder mede begrepen, mag niet meer bedragen dan aangegeven in artikel 18.1.
8.2.3 Gebouw ten behoeve van een sprinklerinstallatie

In aanvulling op het bepaalde in 8.2.2 gelden voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van technische voorzieningen voor een sprinklerinstallantie als bedoeld in artikel 8.2.1 sub b. de volgende regels:

  • a. binnen het bestemmingsvlak mag ten hoogste één gebouw ten behoeve van een sprinklerinstallatie gebouwd worden;
  • b. de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van een sprinklerinstallatie mag niet meer bedragen dan 3,5 meter;
  • c. de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van een sprinklerinstallatie mag niet meer bedragen dan 15,0 m².
8.3 Specifieke gebruiksregels
8.3.1 Algemeen

Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken en/of laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor:

  • a. detailhandel, met uitzondering van standplaatsen als bedoeld in artikel 8.1.1 sub f.;
  • b. horeca, met uitzondering van standplaatsen als bedoeld in artikel 8.1.1 sub f.;
  • c. wonen;
  • d. medegebruik van de in artikel 8.1.1, sub k., bedoelde gronden voor het gelijktijdig organiseren van meer dan één evenement als bedoeld in artikel 8.3.2 en/of artikel 8.3.3.
8.3.2 Medegebruik van gronden voor evenementen met een beperkte geluidsproductie

Op de in artikel 8.1.1, sub k., bedoelde gronden mogen publieksevenementen met een beperkte geluidsproductie georganiseerd worden, mits deze evenementen voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • a. voor evenementen met een beperkte geluidsproductie geldt dat het equivalente geluidsniveau (LAeq), veroorzaakt door het ten gehore brengen van muziek en/of het gebruik van geluidsapparatuur, ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer mag bedragen dan 70 dB(A);
  • b. per jaar mogen maximaal 12 evenementen met een beperkte geluidsproductie worden georganiseerd;
  • c. de maximale gezamenlijke duur van de onder onder b. bedoelde evenementen mag exclusief de op- en afbouw niet meer bedragen dan 24 dagen.
  • d. evementen moeten in overeenstemming zijn met het Evenementenbeleidsplan (besluit van de raad d.d. 11 juni 2008, nr. 2008/5624) respectievelijk het Evenementen-uitvoeringsplan (besluit van het college d.d. 26 januari 2010, nr. 2009/31758) dan wel daarvoor in de plaats tredende evenementenbeleidsdocumenten van de gemeente Leidschendam-Voorburg, zoals geldend op de datum waarop de aanvraag om vergunning voor het organiseren van het desbetreffende evenement bij het bevoegde gezag wordt ingediend.
8.3.3 Medegebruik van gronden voor evenementen met versterkte muziek

Op de in artikel 8.1.1, sub k., bedoelde gronden mogen publieksevenementen met versterkte muziek georganiseerd worden, mits deze evenementen voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • a. voor evenementen met versterkte muziek geldt dat het equivalente geluidsniveau (LAeq), veroorzaakt door het ten gehore brengen van muziek en/of het gebruik van geluidsapparatuur, ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer mag bedragen dan 75 dB(A);
  • b. per jaar mogen maximaal 6 evenementen met versterkte muziek worden georganiseerd;
  • c. de maximale gezamenlijke duur van de onder onder b. bedoelde evenementen mag exclusief de op- en afbouw niet meer bedragen dan 18 dagen.
  • d. evementen moeten in overeenstemming zijn met het Evenementenbeleidsplan (besluit van de raad d.d. 11 juni 2008, nr. 2008/5624) respectievelijk het Evenementen-uitvoeringsplan (besluit van het college d.d. 26 januari 2010, nr. 2009/31758) dan wel daarvoor in de plaats tredende evenementen-beleidsdocumenten van de gemeente Leidschendam-Voorburg, zoals geldend op de datum waarop de aanvraag om vergunning voor het organiseren van het desbetreffende evenement bij het bevoegde gezag wordt ingediend.
8.3.4 Medegebruik van gronden voor evenementen met een complex geluidskarakter

Tot gebruik, strijdig met de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied', wordt in ieder geval gerekend het (laten) gebruiken van de gronden en opstallen voor het (laten) organiseren van evenementen met een complex geluidskarakter.

Artikel 9 Water

9.1 Bestemmingsomschrijving
9.1.1 Algemeen

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. water;
  • b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ijsbaan (ijs)': (een) drijvend(e) ponton(s) ten behoeve van een seizoensgebonden kunstijsbaan met bijbehorende voorzieningen, waaronder mede begrepen horeca tot en met categorie 2 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten;
  • c. voorzieningen ten behoeve ondergrondse warmte- en koudeopslag, mede ten behoeve van aangrenzende bestemmingen;

met de daarbij behorende:

  • d. bruggen;
  • e. objecten van beeldende kunst;
  • f. oevers;
  • g. steigers en vlonders;
  • h. voorzieningen ten behoeve van de bestemming zoals oeverbeschoeiingen, remmingswerken, dukdalven, stuwdammen, duikers en inlaatwerken;
  • i. vijvers;
  • j. waterbergingen;
  • k. waterlopen en waterpartijen;
  • l. waterkeringen.
9.1.2 Dubbelbestemming

De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.

9.2 Bouwregels
9.2.1 Algemeen

Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. (een) drijvend(e) ponton(s) ten behoeve van een seizoensgebonden kunstijsbaan met bijbehorende voorzieningen;
  • c. gebouwen ten behoeve van een sprinklerinstallatie met inbegrip van de daarbij behorende (ondergrondse) leidingen;
9.2.2 Nadere bouwregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen als bedoeld in artikel 9.2.1 sub a. gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5,0 meter;
  • b. voor het bouwen van een brug geldt dat de daarbij in acht te nemen minimale doorvaarthoogte in overleg met de waterbeheerder wordt bepaald;
  • c. alvorens te beslissen op een aanvraag om omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de waterbeheerder.
9.2.3 Nadere bouwregels seizoensgebonden drijvende kunstijsbaan

Voor het bouwen als bedoeld in artikel 9.2.1 sub b. gelden de volgende regels:

  • a. (een) drijvend(e) ponton(s) met bijbehorende voorzieningen ten behoeve van een seizoensgebonden kunstijsbaan mag met inbegrip van de periode van op- en afbouw jaarlijks uitsluitend aanwezig zijn in de periode van van 1 november tot en met 31 maart;
  • b. de totale bebouwde oppervlakte van een seizoensgebonden kunstijsbaan met bijbehorende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 1.500 m²;
  • c. de bouwhoogte van een seizoensgebonden kunstijsbaan met bijbehorende voorzieningen mag, met inbegrip van op pontons geplaatste gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedragen dan 9,0 m.
9.2.4 Nadere bouwregels gebouw ten behoeve van een sprinklerinstallatie

In aanvulling op het bepaalde in 9.2.2 gelden voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van een sprinklerinstallantie als bedoeld in artikel 9.2.1 sub c. de volgende regels:

  • a. binnen het bestemmingsvlak mag ten hoogste één gebouw ten behoeve van een sprinklerinstallatie gebouwd worden;
  • b. de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van een sprinklerinstallatie mag niet meer bedragen dan 3,5 meter;
  • c. de oppervlakte van een gebouw ten behoeve van een sprinklerinstallatie mag niet meer bedragen dan 15,0 m².
9.3 Specifieke gebruiksregels

Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken op een wijze die of tot een doel dat de waterhuishouding dan wel het waterbergend vermogen op enige wijze negatief beïnvloedt;
  • b. het aanwezig hebben van een drijvend ponton met bijbehorende voorzieningen ten behoeve van een seizoensgebonden kunstijsbaan buiten de in artikel 9.2.3 sub a. genoemde periode.

Artikel 10 Winkelcentrum

10.1 Bestemmingsomschrijving
10.1.1 Algemeen

De voor 'Winkelcentrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor een regionaal verzorgend winkelcentrum waarvan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10.3 en 10.4 de volgende functies, voorzieningen en/of activiteiten deel mogen uitmaken:

  • a. detailhandel, zowel ondergronds als in bovengrondse bouwlagen, waaronder mede begrepen pick-uppoints en detailhandel-ondersteunende horeca en met uitzondering van detailhandel in volumineuze goederen, verkoop van motorbrandstoffen en opslag van meer dan 10.000 kg. consumentenvuurwerk;
  • b. aan de detailhandel dan wel aan het regionaal verzorgend winkelcentrum gerelateerde functies, voorzieningen en/of activiteiten in de vorm van horeca tot en met ten hoogste categorie 2 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten en publieksgerichte dienstverlening;
  • c. kantoor- en overige ruimte ten behoeve van het management van het winkelcentrum;
  • d. horeca in categorie 3 en 4 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten, met uitzondering van hotels;
  • e. cultuur en ontspanning in de vorm van ten hoogste één bioscoop;
  • f. sport- en leisurefuncties in de vorm van sportscholen, fitnesscentra en daarmee naar aard en omvang vergelijkbare functies;
  • g. medegebruik van gronden voor incidentele markten zoals vlooienmarkten, rommelmarkten, boekenmarkten en dergelijke;
  • h. medegebruik van gronden voor markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h., van de Gemeentewet;
  • i. medegebruik van gronden voor entertainment gericht op het winkelend publiek, zoals (muziek)optredens, culturele activiteiten, animatie en dergelijke, niet zijnde publieksevenementen als bedoel in artikel 1.63;
  • j. railverkeer in de vorm van tramverbindingen met de daarbij behorende voorzieningen zoals spoorrails, haltevoorzieningen, bovenleidingen, etc.;
  • k. voorzieningen ten behoeve van ondergrondse warmte- en koudeopslag, mede ten behoeve van aangrenzende bestemmingen;
  • l. ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage (pg)': uitsluitend een onder- en/of bovengrondse gebouwde parkeervoorziening in meerdere lagen dan wel een ongebouwde parkeervoorziening op maaiveld, alsmede medegebruik van gronden voor de doeleinden als bedoeld onder g. en h.;
  • m. uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang [ond]': een onderdoorgang;
  • n. uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1 [sba - 1]': een bouwkundig accent of element, zoals een entreepartij, met een in deze regels nader aangegeven minimale vrije hoogte (onderdoorgang) tussen de onderkant van dat accent of element en het peil;

met de daarbij behorende:

  • o. entrees, liften, trappen en daarmee vergelijkbare voorzieningen ten behoeve van al dan niet aangrenzende parkeervoorzieningen;
  • p. erven;
  • q. groenvoorzieningen;
  • r. in- en uitritten;
  • s. nutsvoorzieningen;
  • t. onder- en bovengrondse gebouwde parkeervoorzieningen in meerdere lagen, waarvan ten hoogste drie ondergronds;
  • u. ongebouwde parkeervoorzieningen;
  • v. ontsluitingswegen;
  • w. overkappingen;
  • x. paden en overige verhardingen;
  • y. speeltoestellen en overig straatmeubilair;
  • z. terrassen;
  • aa. voorzieningen voor onderhoud, laden en lossen;
  • ab. waterlopen en waterpartijen.
10.1.2 Dubbelbestemming

De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden in het plan eveneens zijn aangewezen.

10.1.3 Detailhandelondersteunende horeca

Voor detailhandelondersteunende horeca gelden de volgende regels:

  • a. de oppervlakte die wordt gebruikt voor detailhandelondersteunende horeca mag niet meer bedragen dan 30% van het totale bedrijfsvloeroppervlak van de detailhandelsvestiging waarvan de detailhandelondersteunende horecafunctie deel uitmaakt;
  • b. de detailhandelondersteunende horecavoorziening moet naar zijn aard en omvang ondersteunend en ondergeschikt zijn aan de hoofdfunctie (detailhandel).
10.2 Bouwregels
10.2.1 Algemeen

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen;
  • b. ondergrondse ruimten ten behoeve van de onder 10.1.1 toegelaten functies;
  • c. bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen;
  • d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder mede begrepen vrijstaande en/of aangebouwde overkappingen.
10.2.2 Situering, bebouwingspercentage en hoogte gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd;
  • b. de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken mogen voor maximaal het op de verbeelding aangegeven bebouwingspercentage worden bebouwd;
  • c. indien op de verbeelding geen bebouwingspercentage is aangegeven, mag het betreffende bouwvlak voor 100% worden bebouwd;
  • d. de (bouw)hoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven, met dien verstande dat de op de verbeelding aangegeven maximale bouwhoogte plaatselijk met ten hoogste 1,2 meter mag worden overschreden ten behoeve van het plaatsen van vloerafscheidingen op gebouwde parkeervoorzieningen.
10.2.3 Overschrijding bouwgrenzen

In afwijking van het bepaalde in 2.8 mogen bij het bouwen op deze gronden de bouwgrenzen ten behoeve van het bouwen van luifels, uitkragingen en daarmee vergelijkbare bouwdelen van gebouwen worden overschreden met ten hoogste 1,2 meter, mits de overschrijding van de bouwgrens niet tevens leidt tot overschrijding van één of meer bestemmingsgrenzen;

10.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan aangegeven in artikel 18.1.
10.2.5 Vrije hoogte ter plaatse van bouwaanduidingen
  • a. Ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang [ond]' dient te worden voorzien in een onderdoorgang met een vrije hoogte van ten minste 4,20 m.
  • b. Ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1 [sba-1]' dient te worden voorzien in een onderdoorgang met een vrije hoogte van ten minste 15,00 m.
10.2.6 Gebouwde parkeervoorziening Burgemeester Banninglaan
  • a. Ter plaatse van het vlak waarop de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal parkeerplaatsen' van toepassing is mag in de vorm van een al dan niet gebouwde bovengrondse parkeervoorziening ten hoogste het op de verbeelding aangegeven aantal parkeerplaatsen (850) gerealiseerd worden;
  • b. Vanaf de Burgemeester Banninglaan mogen uitsluitend en ten hoogste de onder a. bedoelde bovengronds gesitueerde parkeerplaatsen ontsloten worden.
10.3 Specifieke gebruiksregels
10.3.1 Toegelaten vormen van detailhandel

Op de voor 'Winkelcentrum' aangewezen gronden zijn, met inachtneming van het bepaalde in artikel 10.3.2, de volgende vormen van detailhandel toegelaten:

  • a. detailhandel in niet-dagelijkse artikelen;
  • b. detailhandel in dagelijkse artikelen, met dien verstande dat op deze gronden ten hoogste twee supermarkten zijn toegestaan;
10.3.2 Maximale omvang van toegelaten functies

De totale omvang van de functies die op grond van artikel 10.1.1 sub a. tot en met f. op gronden met de bestemming 'Winkelcentrum' zijn toegelaten mag, tenzij elders in deze regels anders is bepaald, niet meer bedragen dan aangegeven in onderstaande tabel:

Functie   Maximaal aantal m² bvo  
detailhandel, waaronder mede begrepen pick-uppoints en detailhandel- ondersteunende horeca, waarvan ten hoogste:
- voor detailhandel in dagelijkse artikelen
- voor detailhandel in niet-dagelijkse artikelen  
94.729

13.046
81.683  
aan de detailhandel dan wel aan het regionaal verzorgend winkelcentrum gerelateerde functies, voorzieningen en/of activiteiten in de vorm van:
- horeca tot en met ten hoogste categorie 2 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten
- publieksgerichte dienstverlening  
5.823  
horeca in categorie 3 en 4 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten, met uitzondering van hotels   3.500  
cultuur en ontspanning in de vorm van ten hoogste één bioscoop   6.500  
sport- en leisurefuncties in de vorm van sportscholen, fitnesscentra en daarmee vergelijkbare functies   1.500  
Totaal   112.052  
10.3.3 Parkeren / parkeernormen

Bij het verwezenlijken van resp. het gebruiken van gronden in overstemming met de bestemming 'Winkelcentrum' resp. de functies die op de voor deze bestemming aangewezen gronden op grond van 10.1.1 zijn toegestaan moeten de in onderstaande tabel aangegeven gemiddelde parkeernormen, met toepassing van de in de tabel opgenomen aanwezigheidspercentages, in acht worden genomen:

Functie   Parkeernorm
(in pp per eenheid)  
Eenheid   Aanwezigheids-percentage  
detailhandel
(bestaand)  
2,9 tot 3,9 (gemiddeld: 3,4)   per 100 m² bvo   100 %  
detailhandel
(nieuw / uitbreiding)  
2,9 tot 3,9 (gemiddeld: 3,4)   per 100 m² bvo   100 %  
horeca
tot en met categorie 2  
2,9 tot 3,9 (gemiddeld: 3,4)   per 100 m² bvo   100 %  
horeca
in categorie 3 en 4  
2,9 tot 3,9 (gemiddeld: 3,4)   per 100 m² bvo   100 %  
cultuur & ontspanning: bioscoop   5,5 tot 7,5 (gemiddeld: 6,5)   per 100 m² bvo   40 %  
sport- en leisure   2,1 tot 3,1 (gemiddeld: 2,6)   per 100 m² bvo   100 %  
10.3.4 Horeca binnen detailhandelsbedrijven

Tot gebruik, strijdig met de bestemming 'Winkelcentrum', wordt in ieder geval gerekend het (laten) gebruiken van de gronden en opstallen voor het binnen een detailhandelsbedrijf (laten) uitoefenen van horeca-activiteiten van een zodanige aard en/of omvang dat deze niet kunnen worden aangemerkt als zijnde detailhandelondersteunende horeca: hiervan is in elk geval sprake indien de horeca-activiteiten een oppervlakte beslaan van meer dan 30% van de de bedrijfsvloeroppervlakte van het desbetreffende detailhandelsbedrijf.

10.3.5 Borging uniciteit winkelcentrum Leidsenhage
  • a. De detailhandel in niet dagelijkse goederen is slechts toegestaan indien en voor zover ten minste 13% van de niet-dagelijkse detailhandelsoppervlakte (in m² bvo) voldoet aan de volgende voorwaarden:
  • 1. de winkelformules binnen het segment niet-dagelijks moeten een regionaal verzorgend karakter hebben, dat wil zeggen: het moet gaan om winkelformules binnen het segment niet-dagelijks die op het moment van verlenen van een omgevingsvergunning niet reeds aanwezig zijn in één van de lokaal verzorgende winkels als bedoeld in het van deze regels deel uitmakende Overzicht van lokaal verzorgende winkelcentra; en
  • 2. de winkelformules binnen het segment niet-dagelijks moeten vernieuwend zijn, dat wil zeggen: het moet gaan om winkelformules binnen het segment niet-dagelijks waarvan er op het moment van verlenen van een omgevingsvergunning niet meer dan vier zijn gevestigd binnen de gemeenten Den Haag, Wassenaar, Leiden, Voorschoten, Zoetermeer, Rijswijk, Pijnacker-Nootdorp, Katwijk en Delft.
  • b. Tot gebruik, strijdig met de bestemming 'Winkelcentrum', wordt in ieder geval gerekend het (laten) gebruiken van de gronden en opstallen:
  • 1. op een wijze waarbij niet ten minste 13% van de niet-dagelijkse detailhandelsoppervlakte (in m² bvo) voldoet aan de onder a. genoemde voorwaarden;
  • 2. op een wijze die of tot een doel dat niet in overeenstemming is met de uitgangspunten zoals vastgelegd in de van deze regels deel uitmakende Gebiedsvisie herontwikkeling winkelcentrum Leidsenhage, indien en voor zover daarin is vastgelegd dat bij de integrale herontwikkeling van het winkelcentrum sprake moet zijn van:
  • i. een integraal winkelcircuit;
  • ii. overkapte bebouwing (met uitzondering van de buitenranden van het winkelcentrum);
  • iii. een proactief winkelcentrummanagement.

10.4 Afwijken van de gebruiksregels
10.4.1 Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegde gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 10.3.2 en toestaan dat de daarbij aangegeven maximale omvang van de genoemde functies met ten hoogste 5% wordt verruimd tot maximaal de in onderstaande tabel aangegeven omvang:

Functie   Maximaal aantal m² BVO  
detailhandel, waaronder mede begrepen pick-uppoints en detailhandel- ondersteunende horeca, waarrvan ten hoogste:
- voor detailhandel in dagelijkse artikelen
- voor detailhandel in niet-dagelijkse artikelen  
99.466

13.698
85.768  
aan de detailhandel dan wel aan het regionaal verzorgend winkelcentrum gerelateerde functies, voorzieningen en/of activiteiten in de vorm van:
- horeca tot en met ten hoogste categorie 2 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten
- publieksgerichte dienstverlening  
6.114  
horeca in categorie 3 en 4 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten, met uitzondering van hotels   3.675  
cultuur en ontspanning in de vorm van ten hoogste één bioscoop   6.825  
sport- en leisurefuncties in de vorm van sportscholen, fitnesscentra en daarmee vergelijkbare functies   1.575  
Totaal   117.655  
10.4.2 Voorwaarden voor toepassen afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegde gezag kan van de in 10.4.1 genoemde afwijkingsbevoegdheid slechts gebruik maken indien en voor zover de verruiming van de omvang van de betreffende functies:

  • a. geen onevenredige afbreuk doet aan de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid;
  • b. geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie.

Artikel 11 Wonen - 1

11.1 Bestemmingsomschrijving
11.1.1 Algemeen

De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen, gestapeld, met inbegrip van een aan huis verbonden beroep en/of verkoop via internet;
  • b. uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang [ond]': een onderdoorgang;
  • c. voorzieningen ten behoeve van ondergrondse warmte- en koudeopslag, mede ten behoeve van aangrenzende bestemmingen;

met de daarbij behorende:

  • d. groenvoorzieningen;
  • e. in- en uitritten;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. ontsluitingswegen;
  • h. paden en verhardingen;
  • i. parkeervoorzieningen;
  • j. tuinen en erven.
11.1.2 Dubbelbestemming

De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.

11.1.3 Aan huis verbonden beroep en/of verkoop via internet

Voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep en/of verkoop via internet gelden de volgende regels:

  • a. de hoofdfunctie van de desbetreffende gronden en/of bouwwerken moet wonen blijven;
  • b. het vloeroppervlak, dat gebruikt wordt voor een aan huis verbonden beroep en/of de verkoop via internet mag niet meer bedragen dan 30% van het vloeroppervlak van de desbetreffende woning, aan- en/of uitbouwen en aangebouwde en/of vrijstaande bijgebouwen daaronde begrepen, tot een maximum van 40 m²;
  • c. de uitoefening van het aan huis verbonden beroep en/of de verkoop via internet mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en de parkeerdruk ter plaatse;
  • d. de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag niet gepaard gaan met horeca respectievelijk met detailhandel, uitgezonderd detailhandel in beperkte omvang die ondergeschikt en gerelateerd is aan het ter plaatse uitgeoefende aan huis verbonden beroep.
  • e. de uitoefening van het aan huis verbonden beroep en/of de verkoop via internet mag geen negatieve uitstraling hebben op de woonomgeving.
11.2 Bouwregels
11.2.1 Algemeen

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen;
  • b. bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen;
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
11.2.2 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken worden gebouwd;
  • b. de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken mogen voor maximaal het op de verbeelding aangegeven bebouwingspercentage worden bebouw ;
  • c. indien op de verbeelding geen bebouwingspercentage is aangegeven, mag het betreffende bouwvlak voor 100% worden bebouwd;
  • d. de (bouw)hoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.
11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden gebouwd tenzij op de verbeelding anders is aangegeven;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan in artikel 18.1 is aangegeven.
11.3 Specifieke gebruiksregels
11.3.1 Strijdig gebruik

Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het (laten) gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor:

  • a. detailhandel;
  • b. horeca.
11.3.2 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan voor het vergroten van het maximum vloeroppervlak voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep afwijken van het bepaalde in 11.1.3 tot een maximum van 65 m², op voorwaarde dat:

  • a. deze vergroting geen onevenredige verkeersaantrekkende werking veroorzaakt;
  • b. in voldoende parkeergelegenjheid wordt voorzien, ook ten behoeve van deze vergroting.

Artikel 12 Leiding - Gas

12.1 Bestemmingsomschrijving
12.1.1 Algemeen

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding, met een zakelijk rechtstrook (belemmerende strook) van 4 meter ter weerszijden van de hartlijn van de betrokken leiding, zoals aangegeven op de verbeelding.

12.1.2 Andere bestemmingen

Voor zover de in lid 12.1.1 genoemde gronden tevens zijn aangewezen voor (een) andere daar voorkomende (dubbel)bestemming(en) en voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemming(en) geheel of gedeeltelijk samenvallen, zijn de regels behorende bij de dubbelbestemming "Leiding-Gas" primair van toepassing.

12.2 Bouwregels
12.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming 'Leiding - Gas'

Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de in 12.1.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leidingen(en) worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming zijn vanuit oogpunt van externe veiligheid, energieleveringszekerheid en overige belangen van de leiding niet toegestaan.

12.2.2 Bouwen ten behoeve van andere geldende bestemmingen

Ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de door de betrokken andere bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en gebruik gemaakt wordt van de bestaande fundering.

12.3 Afwijken van de bouwregels
  • 1. Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in 12.2.2 mits:
  • a. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen;
  • b. het belang van de veiligheid van de gasleiding niet wordt geschaad;
  • c. geen kwetsbare objecten worden toegelaten.
  • 2. alvorens het bevoegd gezag beslist omtrent het afwijken van de bouwregels dient schriftelijk advies te worden gevraagd aan de leidingbeheerder.
12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
12.4.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden

Het is verboden om op of in de in lid 12.1.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen en rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  • b. het aanleggen en/of wijzigen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
  • d. het aanleggen van kabels en (drainage)leidingen en daarmee verband houdende constructies;
  • e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • f. het permanent opslaan van goederen;
  • g. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van vijvers, sloten en andere wateren en waterpartijen;
  • h. het veranderen van het maaiveldniveau door ontginnen, ontgronden, bodemverlagen, egaliseren, diepploegen, afgraven of ophogen.
12.4.2 Uitzondering

Het verbod als bedoeld in artikel 12.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:

  • a. die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd of al in uitvoering zijn;
  • b. die betrekking hebben op regulier onderhoud en beheer;
  • c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (Wet van 7 februari 2008, Stb. 2008, 120).
12.4.3 Advies

Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning, als bedoeld in lid 12.4.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet wordt geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld om eventuele schade te voorkomen.

Artikel 13 Leiding - Hoogspanning

13.1 Bestemmingsomschrijving
13.1.1 Algemeen

De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een zakelijk rechtstrook (belemmerende strook) van 2,5 dan wel 5 meter ter weerszijden van de hartlijn van de betrokken leiding, zoals aangegeven op de verbeelding.

13.1.2 Andere bestemmingen

Voor zover de in lid 13.1.1 genoemde gronden tevens zijn aangewezen voor (een) andere daar voorkomende (dubbel)bestemming(en) en voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemming(en) geheel of gedeeltelijk samenvallen, zijn de regels behorende bij de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' secundair van toepassing.

13.2 Bouwregels
13.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming 'Leiding - Hoogspanning'

Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de in 13.1.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd met een maximale hoogte van 5 meter.

13.2.2 Bouwen ten behoeve van andere geldende bestemmingen

Ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de door de betrokken andere bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

13.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in 13.2.2 indien de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet wordt geschaad. Alvorens toepassing te geven aan deze afwijkingsbevoegdheid dient schriftelijk advies te worden gevraagd aan de leidingbeheerder.

13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
13.4.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden

Het is verboden om op of in de in lid 13.1.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen en rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende beplantingen en/of bomen;
  • b. het aanleggen en/of wijzigen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
  • d. het aanleggen van kabels en (drainage)leidingen en daarmee verband houdende constructies;
  • e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • f. het permanent opslaan van goederen;
  • g. het aanleggen, vergraven, verruimen en/of dempen van vijvers, sloten en andere waterlopen en waterpartijen;
  • h. het veranderen van het maaiveldniveau door ontginnen, ontgronden, bodemverlagen, egaliseren, diepploegen, afgraven of ophogen.
13.4.2 Uitzondering

Het verbod gesteld in 13.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:

  • a. die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd of al in uitvoering zijn;
  • b. die betrekking hebben op regulier onderhoud en beheer;
  • c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (Wet van 7 februari 2008, Stb. 2008, 120).
13.4.3 Advies

Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld om eventuele schade te voorkomen.

Artikel 14 Leiding - Riool

14.1 Bestemmingsomschrijving
14.1.1 Algemeen

De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van een ondergrondse riooltransportleiding met een zakelijk rechtstrook (belemmerende strook) van 4 meter ter weerszijden van de hartlijn van de betrokken leiding, zoals aangegeven op de verbeelding.

14.1.2 Andere bestemmingen

Voor zover de lid 14.1.1 genoemde gronden tevens zijn aangewezen voor (een) andere daar voorkomende (dubbel)bestemming(en) en voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemming(en) geheel of gedeeltelijk samenvallen, zijn de regels behorende bij de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' secundair van toepassing.

14.2 Bouwregels
14.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming 'Leiding - Riool'

Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de in 14.1.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd met een maximale hoogte van 5 meter.

14.2.2 Bouwen ten behoeve van andere geldende bestemmingen

Ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de door de betrokken andere bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

14.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in 14.2.2 indien de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet wordt geschaad. Alvorens toepassing te geven aan deze afwijkingsbevoegdheid dient schriftelijk advies te worden gevraagd aan de leidingbeheerder.

14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
14.4.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden

Het is verboden om op of in de in lid 14.1.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen en rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting en/of bomen;
  • b. het aanleggen en/of wijzigen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
  • d. het aanleggen van kabels en (drainage)leidingen en daarmee verbandhoudende constructies;
  • e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • f. het permanent opslaan van goederen;
  • g. het aanleggen, vergraven, verruimen en/of dempen van vijvers, sloten en andere waterlopen en waterpartijen;
  • h. het veranderen van het maaiveldniveau door ontginnen, ontgronden, bodemverlagen, egaliseren, diepploegen, afgraven of ophogen.
14.4.2 Uitzondering

Het verbod gesteld in 14.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:

  • a. die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning mogen worden uitgevoerd of al in uitvoering zijn;
  • b. die betrekking hebben op regulier onderhoud en beheer;
  • c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (Wet van 7 februari 2008, Stb. 2008, 120.
14.4.3 Advies

Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in 14.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld om eventuele schade te voorkomen.

Artikel 15 Leiding - Water

15.1 Bestemmingsomschrijving
15.1.1 Algemeen

De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van een ondergrondse watertransportleiding met een zakelijk rechtstrook (belemmerende strook) van 5 dan wel 9 meter ter weerszijden van de hartlijn van de betrokken leiding, zoals aangegeven op de verbeelding.

15.1.2 Andere bestemmingen

Voor zover de lid 15.1.1 genoemde gronden tevens zijn aangewezen voor (een) andere daar voorkomende (dubbel)bestemming(en) en voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemming(en) geheel of gedeeltelijk samenvallen, zijn de regels behorende bij de dubbelbestemming 'Leiding - Water' secundair van toepassing.

15.2 Bouwregels
15.2.1 Bouwen ten behoeve van de bestemming 'Leiding - Water'

Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de in 15.1.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd met een maximale hoogte van 5 meter.

15.2.2 Bouwen ten behoeve van andere geldende bestemmingen

Ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de door de betrokken andere bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

15.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in 15.2.2 indien de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet wordt geschaad. Alvorens toepassing te geven aan deze afwijkingsbevoegdheid dient schriftelijk advies te worden gevraagd aan de leidingbeheerder.

15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
15.4.1 Vergunningplichtige werken en/of werkzaamheden

Het is verboden om op of in de in lid 15.1.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen en rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting en/of bomen;
  • b. het aanleggen of wijzigen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en/of het op een andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
  • d. het aanleggen van kabels en (drainage)leidingen en daarmee verbandhoudende constructies;
  • e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren
  • f. het aanleggen van watergangen of het graven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen;
  • g. het veranderen van het maaiveldniveau door ontginnen, ontgronden, bodemverlagen, egaliseren, diepploegen, afgraven of ophogen.
15.4.2 Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in sublid 15.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • 1. betrekking hebben op regulier onderhoud en beheer;
  • 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop dit plan rechtskracht verkrijgt;
  • 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning.
15.4.3 Advies

Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken de belangen van de leidingen(en) niet onevenredig worden geschaad en omtrent de eventueel te stellen voorwaarden.

Artikel 16 Waarde - Archeologie 4

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.

16.2 Bouwregels
16.2.1 Algemeen

Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag niet worden gebouwd, tenzij het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende bouwwerken:

  • a. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering;
  • b. een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 2000 m²;
  • c. een bouwwerk waarbij de bodemingreep niet dieper reikt dan 100 cm beneden maaiveld;
  • d. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst.
16.2.2 Selectiebesluit

De uitzonderingen, zoals genoemd in artikel 16.2.1 onder b en c, zijn niet van toepassing indien een aanvraag betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een selectiebesluit is afgegeven. Het bevoegd gezag kan in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologisch waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld. De bepalingen van artikel 16.3 onder b zijn van overeenkomstige toepassing.

16.2.3 Advies

Indien er sprake is van het bouwen van een bouwwerk waarvoor en omgevingsvergunning is vereist, dient de aanvrager vooraf schriftelijk archeologisch advies in te winnen bij de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag.

16.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 16.2.1 indien:

  • a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, welke blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld;
  • b. de archeologische waarden, zoals onder a. bedoeld, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning een of meer van de onderstaande voorschriften te verbinden:
    • 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ);
    • 2. het doen van (aanvullend) inventariserend en/of waarderend archeologisch onderzoek zoals boringen, proefsleuvenonderzoek en non-destructief onderzoek (zoals grondradar- en weerstandsonderzoek);
    • 3. het doen van een archeologische opgraving (behoud ex situ);
    • 4. het doen van opgravingen waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht worden genomen;
    • 5. begeleiding van de bouwactiviteiten door een deskundige waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht worden genomen.
16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
16.4.1 Werkzaamheden

Het is verboden om op of in de gronden als bedoeld in artikel 16.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het uitvoeren van grondbewerkingen waartoe worden gerekend afgraven, ophogen, verwijderen van oude funderingen, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, alsmede het verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;
  • b. het ondergronds slopen waarbij er funderingspalen verwijderd, getrokken of afgebroken worden;
  • c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen;
  • d. het verlagen of verhogen van het waterpeil;
  • e. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
  • f. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • g. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen.
16.4.2 Uitzondering

Het verbod als bedoeld in artikel 16.4.1, is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:

  • a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij het bepaalde in artikel 16.3, sub a en b in acht is genomen;
  • b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2000 m²;
  • c. niet dieper reiken dan 100 cm beneden maaiveld;
  • d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;
  • e. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingvergunning;
  • f. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd door de houder van een opgravingsvergunning zoals bedoeld in artikel 45 van de Monumentenwet 1988;
  • g. worden uitgevoerd in bestaande weg- en/of leidingcunetten;
  • h. worden uitgevoerd in het kader van regulier onderhoud en beheer.
16.4.3 Selectiebesluit

De uitzonderingen zoals genoemd in artikel 16.4.2 onder b en c zijn niet van toepassing indien een aanvraag betrekking heeft een terrein waarvoor reeds eerder een selectiebesluit is afgegeven. Het bevoegd gezag kan in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld. De bepalingen van artikel 16.4.5 onder c zijn van overeenkomstige toepassing.

16.4.4 Advies

Indien er sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, dient de aanvrager vooraf schriftelijk een archeologisch advies in te winnen bij de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag.

16.4.5 Voorwaarden

De omgevingsvergunning wordt verleend, indien:

  • a. de werkzaamheden waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd zijn toegestaan op grond van de regels van de andere bestemmingen, waarmee de dubbelbestemming samenvalt;
  • b. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein, welke blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld;
  • c. de betrokken archeologische waarden, zoals onder b. bedoeld, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning een of meer van de onderstaande voorschriften te verbinden:
    • 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ);
    • 2. het doen van (aanvullend) inventariserend en/of waarderend archeologisch onderzoek zoals boringen, proefsleuvenonderzoek en non-destructief onderzoek (zoals bijvoorbeeld grondradar- en weerstandsonderzoek);
    • 3. het doen van een archeologische opgraving (behoud ex situ);
    • 4. doen van opgravingen waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht worden genomen;
    • 5. begeleiding van de activiteiten door een deskundige waarbij de richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in acht worden genomen.
16.5 Beoordeling

Alvorens de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16.3 en 16.4 te verlenen, vraagt het bevoegd gezag advies aan de adviseur van het bevoegd gezag.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 17 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 18 Algemene bouwregels

18.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De toelaatbare bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag - tenzij in de regels anders is bepaald - ten hoogste bedragen:

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde   Maximale bouwhoogte  
erf- en perceelafscheidingen op ten minste 1 meter achter de voorgevelrooilijn   2 meter  
overige erf- en perceelafscheidingen   1 meter  
vlaggenmasten   9 meter  
lantaarnpalen   6 meter  
lichtmasten   15 meter  
ballenvangers ten behoeve van sport   9 meter  
vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van telecommunicatie, niet zijnde schotelantennes en zonder techniekkast   15 meter  
vrijstaande antenne-installaties, niet zijnde schotelantennes ten behoeve van mobiele telecommunicatie   5 meter  
antenne-installaties die op bouwwerken worden geplaatst, niet zijnde schotelantennes   5 meter  
schotelantennes   3 meter  
straatmeubilair   3 meter  
tuinmeubilair   2 meter  
speeltoestellen   10 meter  
objecten van beeldende kunst   6 meter  
vrijstaande overkappingen   4 meter  
aangebouwde overkappingen   14 meter  
tankstationluifels   6 meter  
overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   3 meter  
18.2 Bestaande maten
18.2.1 Afwijkende grotere maten

De bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven én niet in strijd zijn met het voorheen geldend plan, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden.

18.2.2 Afwijkende kleinere maten

De bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven én niet in strijd zijn met het voorheen geldend plan, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden.

18.2.3 Herbouw

In geval van herbouw is het bepaalde in 18.2.1 en 18.2.2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.

Artikel 19 Algemene gebruiksregels

Tot gebruik, strijdig met dit plan, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor de opslag en/of stalling van (motor)voertuigen, vaartuigen, caravans en/of overige zaken, anders dan ten dienste van de bestemming en mits de regels van de betreffende bestemming zich tegen dit gebruik niet verzetten;
  • b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, anders dan ten dienste van de bestemming en mits de regels van de betreffende bestemming zich tegen dit gebruik niet verzetten;
  • c. het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van bewoning;
  • d. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden voor buitenopslag;
  • e. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor de opslag van vuurwerk, mits de regels van de betreffende bestemming zich tegen dit gebruik niet verzetten;
  • f. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting.

Artikel 20 Algemene aanduidingsregels

20.1 Veiligheidszone - bevi
20.1.1 Algemeen

Daar waar (een) bestemming(en) samenval(l)t(en) met de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - bevi' mogen -onverminderd het bepaalde in de bij die samenvallende bestemming(en) behorende regels- geen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) worden opgericht.

20.1.2 Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 20.1.1 en toestaan dat (beperkt) kwetsbare objecten worden gebouwd, op voorwaarde dat:

  • a. het een inrichting betreft waarvoor op basis van het Bevi of het Activiteitenbesluit milieubeheer een veiligheidsafstand geldt;
  • b. het betrokken (beperkt) kwetsbare object voor wat betreft de hoofdactiviteit een functionele binding heeft met de risicovolle inrichting, waarvoor de veiligheidszone geldt;
  • c. het een (beperkt) kwetsbaar object betreft waar alleen op wisselende tijdstippen gedurende korte tijd per dag slechts enkele personen aanwezig zijn;
  • d. het groepsrisico in het beïnvloedingsgebied van een risicovolle inrichting niet in onevenredige mate wordt vergroot;
  • e. de veiligheidszone - bevi niet wordt vergroot.
20.1.3 Advies

Alvorens bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 20.1.1 wint het bevoegd gezag omtrent het afwijken van de toepasselijke richtwaarden en de verantwoording van het groepsrisico advies in bij de Minister van Economische Zaken en de Minister van Infrastructuur en Milieu.

20.1.4 Specifieke gebruiksregels

Tot gebruik, strijdig met dit plan, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken binnen de op de verbeelding als zodanig aangeduide 'veiligheidszone - bevi' ten behoeve van (beperkt) kwetsbare objecten.

20.2 Vrijwaringszone - straalpad

Voor zover gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die zijn toegestaan op grond van de regels van dit plan, zijn gelegen binnen het op de verbeelding als zodanig aangeduide straalpad, mag de hoogte van de betreffende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven maximale hoogteligging van het vlak van het straalpad.

20.3 Wetgevingszone - wijzigingsgebied 1
20.3.1 Algemeen

Het bevoegd gezag is met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd om ten behoeve van:

  • a. het realiseren van een zichtlijn en een voetgangersverbinding tussen enerzijds het winkelcentrum ter plaatse van de Kamperfoelie en anderzijds het Groot Zijdepark en de parkeervoorzieningen aan de Heuvelweg; en/of
  • b. het realiseren van een verblijfsgebied met voorzieningen, waaronder terrassen, ter plaatse van de vijver;
  • c. het realiseren van een vierde horecapaviljoen aan de Weigelia;

ter plaatse van de voor 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied 1' aangewezen gronden de bestemming van de betreffende gronden te wijzigen:

20.3.2 Dubbelbestemming

De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.

20.3.3 Voorwaarden wijziging / wijzigingsregels

Bij de toepassing van de in 20.3.1 genoemde wijzigingsbevoegdheid neemt het bevoegd gezag de volgende voorwaarden in acht:

  • a. tussen het bestaande hotel en (nieuwe dan wel bestaande) bebouwing aan de Weigelia moet een ruimte onbebouwd blijven met een breedte die ten minste gelijk is aan de bestaande breedte van de Kamperfoelie;
  • b. de totale oppervlakte aan bebouwing binnen de voor 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied 1' aangewezen gronden mag niet toenemen ten opzichte van de bestaande situatie;
  • c. de maatvoering van een vierde horecapaviljoen aan de Weigelia mag niet afwijken van de maatvoering (bebouwde oppervlakte, breedte, diepte en bouw- resp. goothoogte) van de drie bestaande horecapaviljoens, welke zijn bestemd voor 'Winkelcentrum', aan de Weigelia;
  • d. de totale hoeveelheid oppervlaktewater in het gehele plangebied mag niet afnemen.
20.4 Wetgevingszone - wijzigingsgebied 2
20.4.1 Algemeen

Het bevoegd gezag is met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd om ter plaatse van de voor 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied 2' aangewezen gronden de bestemming van de betreffende gronden te wijzigen:

  • a. in de bestemming 'Horeca' als bedoeld in 6.1.1;
  • b. in die zin dat de op de verbeelding aangegeven situering en/of begrenzing van bouwvlakken en/of bestemmingsvlakken wordt gewijzigd waarbij de oppervlakte van deze bouwvlakken en/of bestemmingsvlakken met meer dan het in 22.1 sub a. genoemde percentage wordt vergroot dan wel verkleind.
20.4.2 Dubbelbestemming

De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.

20.4.3 Voorwaarden wijziging / wijzigingsregels

Bij de toepassing van de in 20.4.1 genoemde wijzigingsbevoegdheid neemt het bevoegd gezag de volgende voorwaarden in acht:

  • a. wijziging van de situering en/of begrenzing van bouwvlakken en/of bestemmingsvlakken is alleen toegestaan aan de zijde van de vijver;
  • b. de maximale bouwhoogte van gebouwen binnen de gewijzigde begrenzing van bouwvlakken mag niet meer bedragen dan ten hoogste één bouwlaag;
  • c. de totale hoeveelheid oppervlaktewater in het gehele plangebied mag niet afnemen.

Artikel 21 Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag is, indien en voor zover geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid resp. de parkeersituatie, bevoegd af te wijken van:

  • a. de op de verbeelding aangegeven maten ten aanzien van goot- en/of bouwhoogten met ten hoogste 10%: deze afwijking mag niet cumulatief worden gebruikt ten opzichte van eerder met een omgevingsvergunning mogelijk gemaakte afwijkingen: uitgangspunt voor de afwijking is de normstelling zoals opgenomen in de bouwregels van hoofdstuk 2 van dit plan;
  • b. de bestemmingsregels en toe te staan dat bouwgrenzen met ten hoogste 10% worden overschreden indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
  • c. de bestemmingsregels en toe te staan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven;
  • d. de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van kunstobjecten, zend-, ontvang- en sirenemasten tot ten hoogste 40,00 meter.

Artikel 22 Algemene wijzigingsregels

22.1 Algemeen

Het bevoegd gezag is met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de situering en/of begrenzing van op de verbeelding aangegeven bouwvlakken en/of bestemmingsvlakken wordt gewijzigd, op voorwaarde dat:

  • a. de oppervlakte van elk bouwvlak en/of bestemmingsvlak met niet meer dan 5% wordt vergroot dan wel verkleind;
  • b. de geluidbelasting vanwege het wegverkeer, railverkeer en/of industrielawaai op de gevel van geluidgevoelige objecten respectievelijk op de grens van geluidgevoelige terreinen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, dan wel een daartoe verkregen hogere grenswaarde;
  • c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
    • 1. de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid;
    • 2. de parkeersituatie.
22.2 Uitsluiten cumulatieve werking wijzigingsbevoegdheid

De wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 22.1 wordt niet toegepast voor het vergroten van de maximale omvang in m² bvo van op grond van Hoofdstuk 2 van dit plan toegestane functies en/of voorzieningen, wanneer daarmee sprake zou zijn van cumulatieve werking ten opzichte van het bepaalde in artikel 10.4.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 23 Overgangsrecht

23.1 Bouwwerken
23.1.1 Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan.
23.1.2 Afwijken algemene regel

Het bevoegd gezag kan eenmalig afwijken van het bepaalde in sublid 23.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sublid 23.1.1 met maximaal 10%.

23.1.3 Uitzonderingen

Sublid 23.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

23.2 Gebruik
23.2.1 Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

23.2.2 Verandering gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid 23.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

23.2.3 Voorwaarde

Indien het gebruik, bedoeld in sublid 23.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

23.2.4 Uitzondering

Sublid 23.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

23.2.5 Hardheidsclausule

Indien toepassing van het in 23.2 opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor één of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan grond en/of opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan het bevoegd gezag met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie ten behoeve van die natuurlijke persoon of personen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 23.2 .

Artikel 24 Slotregel

deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Leidsenhage'