| Plan: | Leidsenhage |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1916.leidsenhage-VG01 |
het bestemmingsplan Leidsenhage met identificatienummer NL.IMRO.1916.leidsenhage-VG01 van de gemeente Leidschendam-Voorburg;
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en de daarbij behorende bijlagen);
een dienstverlenend beroep, dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bouwwerken door een bewoner van die desbetreffende woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
de van de weg en/of water afgekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één van de weg of water afgekeerde gevel, niet zijnde de voor- of zijgevel;
antennemast of andere constructie, bedoeld voor de bevestiging van een antenne;
installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;
een inhoudelijk document waarin het doel, de vraagstelling en de uitvoeringswijze van een archeologisch veldonderzoek en specialistisch onderzoek verwoord staan, alsook de randvoorwaarden van het onderzoek, bijvoorbeeld met betrekking tot de omgang met vondstmateriaal: voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd;
een advies, opgesteld door de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag, waarin de kaders voor een uit te voeren archeologisch onderzoek zijn aangegeven en aan de hand waarvan opdrachtverstrekking kan plaatsvinden aan de instantie die het archeologisch onderzoek verricht;
een door de gemeente aangewezen adviseur die het bevoegd gezag adviseert op archeologisch gebied;
begeleiding van graaf- en overige werkzaamheden door een archeoloog;
diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;
in rapportvorm vervat verslag van een, volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen, verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden;
terrein dat door de minister vanwege de aanwezigheid van in het algemeen belang van rijkswege beschermde archeologische waarden is aangewezen als beschermd monument in de zin van de Monumentenwet 1988;
dit aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische resten;
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
een onderneming, waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren en/of verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als niet-zelfstandig onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop c.q. levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen, dan wel van goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;
alle inpandige ruimte die voor de individuele bedrijfsvoering benodigd is, waaronder in elk geval begrepen alle voor het publiek toegankelijke ruimten alsmede alle ruimten die uitsluitend voor personeel toegankelijk zijn, maar exclusief ruimte die collectief gebruikt wordt (zoals bezoekerspassages, expeditieruimtes, afvalopslag, etc.) alsmede exclusief constructieve elementen, trapgaten, vides, ruimten en/of voorzieningen zoals brandgangen, ruimten voor nutsvoorzieningen, stijgpunten ten behoeve van woningen of parkeervoorzieningen, etc.;
de onderste bouwlaag van een gebouw;
de ontsluiting of opgraving van een archeologische vindplaats met als doel de daar aanwezige archeologische informatie te verzamelen en te documenteren volgens de voorwaarden die zijn vastgelegd in een hiervoor opgesteld Programma van Eisen;
het duurzaam in stand houden van archeologische waarden in de bodem als bron van kennis en beleving, door middel van technische maatregelen en/of inpassing en vrijwaring van de archeologische waarden in de inrichting van het plangebied;
een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;
bestaand op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan;
de grens van een bestemmingsvlak;
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
het bestuursorgaan dat bevoegd is omtrent een onderwerp besluiten te nemen of beschikkingen af te geven;
uitbreiding van een (hoofd)gebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend (hoofd)gebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;
een op zich zelf staand, al dan niet vrijstaand, gebouw dat gestitueerd is bij, in bouwkundig en functioneel opzicht ondergeschikt is aan en ten dienste staat van een op hetzelfde (bouw)perceel gesitueerd (hoofd)gebouw;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
de grens van een bouwvlak;
een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van de kelder en de zolder.
een detailhandelsbedrijf waar bouwmaterialen, alsmede materialen die nodig zijn voor het verrichten van bouw- en verbouwwerkzaamheden, te koop en/of te huur worden aangeboden, waarbij niet als bouwmaterialen worden aangemerkt materialen die uitsluitend dienen voor versiering, aankleding, inrichting en/of gebruik van bouwwerken;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
de grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waarop ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
een bouwkundige constructie van enige omvang, van hout, steen, metaal of ander materiaal, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse met als nevenactiviteiten het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide kleine etenswaren;
een horecabedrijf dat tot doel heeft het verstrekken van al dan niet voor consumptie ter plaatse bedoelde etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van niet - en zwak alcoholische dranken;
een bedrijf waar voedsel en/of dranken worden bereid, welke door of vanuit het bedrijf naar de afnemers en/of gebruikers worden gebracht;
de aan een gebied en/of bouwwerk toegekende waarde in verband met ouderdom of gaafheid, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied;
een horecabedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het overdag verstrekken van dranken en etenswaren aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals theehuisjes, ijssalons, croissanterieën, dagcafé's en -restaurants en naar aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen horecabedrijven;
iedere bovenbeëindiging van een gebouw of -indien en voor zover daarbij sprake is van een bovenbeëindiging van enige relevante omvang- een bouwwerk;
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie deels boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijde(n) van de constructie in één of meer dakvlakken van het dak zijn geplaatst;
de eenheid voor het aanduiden van de sterkte van geluid, weergegeven door middel van een verhouding op een logaritmische schaal;
geluidssterktes die gecorrigeerd zijn voor de gevoeligheid van het (menselijk) oor;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt.
de detailhandel in de categorieën levensmiddelen en/of artikelen ten behoeve van de persoonlijke verzorging;
de detailhandel, niet zijnde detailhandel in dagelijkse artikelen;
een detailhandelsbedrijf te onderscheiden in de volgende categorieën:
een horecavoorziening binnen een bestemming detailhandel waar men ten behoeve van de hoofdfunctie en ondergeschikt daaraan strikt functiegebonden ondersteunende horeca-activiteiten mag uitoefenen;
een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van commerciële, economische en/of maatschappelijke diensten aan derden, waarbij sprake is van een aanmerkelijke publieksfunctie, met uitzondering van een garagebedrijf, horeca inrichting en een seksinrichting;
het aanbieden, verkopen en/of leveren van commerciële, economische en/of maatschappelijke diensten aan derden;
een horecabedrijf dat primair gericht is op het ten gehore (laten) brengen van overwegend versterkte muziek en het aan bezoekers bieden van gelegenheid om te dansen, waarbij secundair het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse een wezenlijk onderdeel vormt van de bedrijfsmatige activiteiten;
de aan een gebied toegekende waarden die verband houden met de samenhang tussen dieren en planten en hun leefomgeving of tussen dieren en planten onderling;
een zelfstandig, al dan niet zijdelings aaneengebouwd gebouw dat één woning omvat;
een vermaaksfunctie, die uitsluitend gedurende de openingstijden van het overdekte winkelcentrum binnen dat winkelcentrum plaatsvindt en die gericht is op het vermaak van het winkelend publiek;
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een (hoofd)gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en voor zover dit plan deze inrichting niet verbiedt;
een afscheiding op en rond een erf, waarmee de gronden worden begrensd die in ruimtelijk opzicht direct bij, in functioneel opzicht ten dienste staan van en/of in feitelijk opzicht direct aansluiten op het (hoofd)gebouw op dat erf; de eigendomsgrenzen zijn hierbij niet van doorslaggevende betekenis.
een vermaaksfunctie, die is gericht op het (laten) geven van voorstellingen en/of vertoningen van erotisch-pornografische aard, zoals onder meer een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal;
een bedrijf dat klanten voorziet van escorts, dat wil zeggen: personen die tegen betaling als partner van klanten optreden;
elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, inclusief herdenkingen, waarbij een verzameling mensen zich in een bepaald tijdvak in/op een (meestal) begrensde en (eventueel beperkt) openbaar toegankelijke inrichting of terrein bevindt of beweegt;
een publieksevenement van beperkte omvang, zoals buurtfeesten, straatbarbecues, e.d., dat in de regel tussen 07:00 uur en 23:00 uur plaatsvindt en dat voldoet aan de volgende randvoorwaarden:
een publieksevenement van grote omvang, zoals popfestivals, met veel publiek en vanwege het geluidskarakter een grote invloed op de woon- en leefomgeving, waarbij een geluidsrapport met dB(A)-contouren deel uitmaakt van de evenementenvergunning en dat voldoet aan de volgende randvoorwaarden:
een publieksevenement van zodanige aard, omvang en/of geluidsproductie, zoals (tent)feesten, feestdagen, muziekfeesten, kermissen, e.d., dat dit voor ergernis dan wel overlast voor de woon- en leefomgeving kan zorgen en dat voldoet aan de volgende randvoorwaarden:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
een woning waarboven en/of waaronder een andere woning is gebouwd of andere woningen zijn gebouwd, dan wel waaronder voorzieningen ten behoeve van bijvoorbeeld detailhandel of dienstverlening zijn gebouwd;
bewoning of andere geluidsgevoelige functies binnen zones rond industrieterreinen, wegen en spoorwegen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder;
een gebouw dat dient ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidsgevoelige functie binnen zones rond industrieterreinen, wegen en spoorwegen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder;
een winkel voor kleine en snelle aankopen met een beperkt assortiment van dagelijkse en/of direct te gebruiken artikelen;
een als zodanig op de verbeelding aangegeven lijn die de ligging van de voorgevel(rooilijn) als bedoeld in 1.115 resp. 1.116 van een gebouw aanduid;
een publieksvenement waarbij:
een commerciële onderneming die voor eigen rekening en risico goederen verhandelt die buiten de eigen onderneming zijn vervaardigd en die aan bedrijfsmatige (niet-consumptieve) afnemers (andere ondernemingen) worden (af)geleverd;
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is door hun constructie, afmeting en/of functie;
de massa van een gebouw, met uitzondering van aan- en/of uitbouwen en aangebouwde bouwwerken;
het bedrijfsmatig verstrekken van voedsel en/of dranken, overwegend voor gebruik ter plaatse, en/of het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, één en ander gepaard gaande met dienstverlening en al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie (met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie);
een dienstverlenend etablissement met een commercieel oogmerk waar iemand tegen betaling kan overnachten of tijdelijk onderdak kan vinden, waarbij het verblijf als regel van korte duur en recreatief van aard is, er doorgaans toezicht aanwezig is in de vorm van personeel en meestal diverse vormen van verzorging worden geboden zoals schoonmaak, roomservice en de verstrekking van maaltijden en met inbegrip van het exploiteren van zaalaccommodatie;
een winkelcentrumconcept dat zich kenmerkt door:
een ondergeschikte vorm van niet-zelfstandige horeca ten dienste van een op grond van dit plan toegestane vorm van gebruik;
een gebouw of een gedeelte daarvan, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verrichten van administratieve werkzaamheden, zakelijke en niet-zakelijke dienstverlening en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van overheidsinstellingen, semi-overheidsinstellingen, het bankwezen en naar aard daarmee gelijk te stellen instellingen;
een gesloten en (gedeeltelijk) hellende bovenbeëindiging van een bouwwerk;
een eendaagse, kleinschalige activiteit die zich in de openbare ruimte afspeelt met als doel vermaak en ontspanning te bieden, waarbij het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door het ten gehore brengen van versterkte / onversterkte muziek en/of door het gebruik van geluidsapparatuur ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedraagt dan 70 dB(A);
een winkelcentrum dat beschikt over zowel een uitgebreid aanbod voor dagelijkse boodschappen en frequent benodigd niet-dagelijks winkelaanbod (textiel, huishoudelijke artikelen) als over een recreatief winkelaanbod waarbij het boodschappenaanbod een lokale verzorgingsfunctie vervult en het recreatieve winkelaanbod in sommige gevallen een bovenlokale functie kan vervullen;
een door de feitelijke - of terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een op de verbeelding aangegeven bestemmings- of bouwgrens;
de naam die voor een zelfstandige winkel of winkelketen wordt gehanteerd;
een publieksevenement waarbij:
planologisch relevante effecten op het milieu ten aanzien van de luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodem, flora en fauna, geluid en water;
voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals onder meer transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, apparatuur voor telecommunicatie en daarmee gelijk te stellen voorzieningen;
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven peil is gelegen;
weg en/of langzaam verkeersroute waaraan de hoofdtoegang tot het bouwperceel is gesitueerd: bij bouwpercelen welke (de mogelijkheid tot) twee hoofdtoegangen hebben wordt, voor het bepalen van wat de ontsluitende weg is, aansluiting gezocht bij de aangrenzende bouwpercelen;
Het bedrijfsmatig of in aard en omvang alsof zij bedrijfsmatig is opslaan van (partijen) goederen.
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
Een bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, betreedbaar en afsluitbaar is;
voorzieningen voor het laten stilstaan van voertuigen, (brom)fietsen daaronder mede begrepen, langer dan nodig is voor het (onmiddellijk) laten in-, uit- en afstappen van passagiers of voor het laden en/of lossen van goederen;
een locatie waar de consument (uitsluitend via internet) bestelde goederen kan afhalen en/of retourneren, waar uitsluitend gedurende een korte periode logistiek en opslag van bestelde goederen plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten verkoop en/of overige activiteiten;
een (werk)ruimte bedoeld voor de uitoefening van medische, paramedische of daarmee gelijk te stellen beroepen of werkzaamheden;
een centraal aangestuurd management van het gehele winkelcentrum dat integraal verantwoordelijk is voor:
het zich tegen vergoeding beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met een ander;
dienstverlening, die naar aard, verschijningsvorm en gevolgen voor de omgeving als verwant aan detailhandel kan worden aangemerkt, zoals banken, reisbureaus, kap- en schoonheidsalons, nagelstudio's, (para-)medische functies zoals praktijkruimten voor fysiotherapie, apotheken, etc.;
een winkelcentrum dat een verzorgende functie heeft voor (delen van) de regio waarbinnen het is gelegen en waarbij de ligging en het karakter van het winkelcentrum zorgen voor accentverschillen tussen de diverse regionaal verzorgende winkelcentra: een regionaal verzorgend winkelcentrum beschikt over een gemengd aanbod met het accent op het middensegment en richt zich door middel van een hoogwaardig kwaliteitsaanbod inclusief vernieuwende concepten op de specifieke doelgroepen in het verzorgingsgebied;
besluit van het bevoegd gezag, nadat er een waardering (volgens de protocollen van de KNA) heeft plaatsgevonden van aanwezige archeologische waarden in relatie tot de geplande bodemingreep;
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden: onder seksinrichting worden in elk geval begrepen een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater en/of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
een inrichting, bedoeld voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of van fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt;
recreatieve voorzieningen, alsmede ondergeschikte vormen van horeca ten dienste van deze voorzieningen;
de Staat van Horeca-activiteiten die als bijlage bij deze regels is gevoegd en daarvan deel uitmaakt;
een relatief grote (zelfbedienings)winkel met een grote verscheidenheid aan levensmiddelen en een aanvullend assortiment aan huishoudelijke producten, in de vorm van hetzij een full-service supermarkt hetzij een hard-discounter supermarkt;
een buiten de besloten ruimte van een inrichting liggend deel van een horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt;
detailhandelsbedrijf waarin artikelen voor de aanleg, de inrichting en het onderhoud van en het verblijf in particuliere tuinen en de daarmee rechtstreeks samenhangende artikelen en diensten worden aangeboden, alsmede kamerplanten en snijbloemen met de bijbehorende potten, vazen, e.d., dierenbenodigdheden en seizoensgebonden sierproducten zoals paas- en kerstartikelen e.d.:
de verbeelding van het bestemmingsplan Leidsenhage bestaande uit 2 kaarten;
Het bedrijfsmatig en uitsluitend via het internet aanbieden en verkopen van goederen aan derden, zonder uitstalling ten verkoop, opslag, bezichtiging en/of afhaal van de goederen ter plaatse;
een bouwtechnische voorziening, zoals een balkon- of terrashekwerk of borstwering, aangebracht als (door)valbeveiliging om (val)ongelukken te voorkomen;
de naar de weg en/of water gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg of water gekeerde gevel, de meest beeldbepalende gevel van dat gebouw, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven;
een denkbeeldige dan wel op de verbeelding aangegeven lijn in het verlengde van de voorgevel die in de richting van de openbare weg en/of het water niet door bebouwing mag worden overschreden;
de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen (zoals deze luiden ten tijde van de vaststelling van dit plan);
een methode om energie in de vorm van warmte en/of koude op te slaan in de bodem, die onder meer gebruikt kan worden om gebouwen te verwarmen en/of te koelen;
een gebouw of een gedeelte daarvan, dat een ruimte omvat, die door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor de detailhandel;
een winkelformule is:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden of maximaal vier personen die geen huishouden vormen.
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;
de zijdelingse gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één van de weg of water afgekeerde gevel, niet zijnde de voor- of achtergevel;
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
De kortste afstand tussen bouwwerken onderling alsmede van bouwwerken tot de perceelsgrens, gemeten vanaf elk deel van het bouwwerk.
Een percentage, dat de grootte van het deel van een bestemmingsvlak, bouwvlak respectievelijk (gedeelte van een) bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. Ondergronds bouwen wordt hierbij niet meegerekend.
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals vloerafscheidingen, trappenhuizen, glaskappen, schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, technische installaties, lichtkappen, lichtstraten, antennes en naar de aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren.
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, technische installaties, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,75 meter bedraagt.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen voor:
De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
Op, dan wel in, deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Bij het verwezenlijken van resp. het gebruiken van gronden in overstemming met de bestemming 'Horeca' resp. de functies die op de voor deze bestemming aangewezen gronden op grond van 6.1.1 zijn toegestaan moeten de in onderstaande tabel aangegeven gemiddelde parkeernormen, met toepassing van de in de tabel opgenomen aanwezigheidspercentages, in acht worden genomen:
| Functie |
Parkeernorm (in pp per eenheid) |
Eenheid | Aanwezigheids-percentage |
| horeca tot en met categorie 2 |
2,9 tot 3,9 (gemiddeld: 3,4) | per 100 m² bvo | 75 % |
| horeca in categorie 3 en 4 |
8,0 tot 10,0 (gemiddeld: 9,0) | per 100 m² bvo | 75 % |
| horeca in de vorm van een hotel |
4,4 tot 5,4 (gemiddeld: 4,9) | per 10 kamers | 60 % |
| horeca (bijeenkomstruimte) in de vorm van een evenementenhal / beurs- gebouw / congresgebouw | 5,5 | per 100 m² bvo | 0 % |
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
Voor het bouwen als bedoeld in artikel 7.2.1 gelden de volgende regels:
Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken en/of laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor:
De voor Verkeer - Verblijfsgebied'' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
Voor het bouwen als bedoeld in artikel 8.2.1 gelden de volgende regels:
In aanvulling op het bepaalde in 8.2.2 gelden voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van technische voorzieningen voor een sprinklerinstallantie als bedoeld in artikel 8.2.1 sub b. de volgende regels:
Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken en/of laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor:
Op de in artikel 8.1.1, sub k., bedoelde gronden mogen publieksevenementen met een beperkte geluidsproductie georganiseerd worden, mits deze evenementen voldoen aan de volgende voorwaarden:
Op de in artikel 8.1.1, sub k., bedoelde gronden mogen publieksevenementen met versterkte muziek georganiseerd worden, mits deze evenementen voldoen aan de volgende voorwaarden:
Tot gebruik, strijdig met de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied', wordt in ieder geval gerekend het (laten) gebruiken van de gronden en opstallen voor het (laten) organiseren van evenementen met een complex geluidskarakter.
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
Voor het bouwen als bedoeld in artikel 9.2.1 sub a. gelden de volgende regels:
Voor het bouwen als bedoeld in artikel 9.2.1 sub b. gelden de volgende regels:
In aanvulling op het bepaalde in 9.2.2 gelden voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van een sprinklerinstallantie als bedoeld in artikel 9.2.1 sub c. de volgende regels:
Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
De voor 'Winkelcentrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor een regionaal verzorgend winkelcentrum waarvan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 10.3 en 10.4 de volgende functies, voorzieningen en/of activiteiten deel mogen uitmaken:
met de daarbij behorende:
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden in het plan eveneens zijn aangewezen.
Voor detailhandelondersteunende horeca gelden de volgende regels:
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
In afwijking van het bepaalde in 2.8 mogen bij het bouwen op deze gronden de bouwgrenzen ten behoeve van het bouwen van luifels, uitkragingen en daarmee vergelijkbare bouwdelen van gebouwen worden overschreden met ten hoogste 1,2 meter, mits de overschrijding van de bouwgrens niet tevens leidt tot overschrijding van één of meer bestemmingsgrenzen;
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Op de voor 'Winkelcentrum' aangewezen gronden zijn, met inachtneming van het bepaalde in artikel 10.3.2, de volgende vormen van detailhandel toegelaten:
De totale omvang van de functies die op grond van artikel 10.1.1 sub a. tot en met f. op gronden met de bestemming 'Winkelcentrum' zijn toegelaten mag, tenzij elders in deze regels anders is bepaald, niet meer bedragen dan aangegeven in onderstaande tabel:
| Functie | Maximaal aantal m² bvo | |
| detailhandel, waaronder mede begrepen pick-uppoints en detailhandel- ondersteunende horeca, waarvan ten hoogste: - voor detailhandel in dagelijkse artikelen - voor detailhandel in niet-dagelijkse artikelen |
94.729 13.046 81.683 |
|
| aan de detailhandel dan wel aan het regionaal verzorgend winkelcentrum gerelateerde functies, voorzieningen en/of activiteiten in de vorm van: - horeca tot en met ten hoogste categorie 2 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten - publieksgerichte dienstverlening |
5.823 | |
| horeca in categorie 3 en 4 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten, met uitzondering van hotels | 3.500 | |
| cultuur en ontspanning in de vorm van ten hoogste één bioscoop | 6.500 | |
| sport- en leisurefuncties in de vorm van sportscholen, fitnesscentra en daarmee vergelijkbare functies | 1.500 | |
| Totaal | 112.052 | |
Bij het verwezenlijken van resp. het gebruiken van gronden in overstemming met de bestemming 'Winkelcentrum' resp. de functies die op de voor deze bestemming aangewezen gronden op grond van 10.1.1 zijn toegestaan moeten de in onderstaande tabel aangegeven gemiddelde parkeernormen, met toepassing van de in de tabel opgenomen aanwezigheidspercentages, in acht worden genomen:
| Functie |
Parkeernorm (in pp per eenheid) |
Eenheid | Aanwezigheids-percentage |
| detailhandel (bestaand) |
2,9 tot 3,9 (gemiddeld: 3,4) | per 100 m² bvo | 100 % |
| detailhandel (nieuw / uitbreiding) |
2,9 tot 3,9 (gemiddeld: 3,4) | per 100 m² bvo | 100 % |
| horeca tot en met categorie 2 |
2,9 tot 3,9 (gemiddeld: 3,4) | per 100 m² bvo | 100 % |
| horeca in categorie 3 en 4 |
2,9 tot 3,9 (gemiddeld: 3,4) | per 100 m² bvo | 100 % |
| cultuur & ontspanning: bioscoop | 5,5 tot 7,5 (gemiddeld: 6,5) | per 100 m² bvo | 40 % |
| sport- en leisure | 2,1 tot 3,1 (gemiddeld: 2,6) | per 100 m² bvo | 100 % |
Tot gebruik, strijdig met de bestemming 'Winkelcentrum', wordt in ieder geval gerekend het (laten) gebruiken van de gronden en opstallen voor het binnen een detailhandelsbedrijf (laten) uitoefenen van horeca-activiteiten van een zodanige aard en/of omvang dat deze niet kunnen worden aangemerkt als zijnde detailhandelondersteunende horeca: hiervan is in elk geval sprake indien de horeca-activiteiten een oppervlakte beslaan van meer dan 30% van de de bedrijfsvloeroppervlakte van het desbetreffende detailhandelsbedrijf.
Het bevoegde gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 10.3.2 en toestaan dat de daarbij aangegeven maximale omvang van de genoemde functies met ten hoogste 5% wordt verruimd tot maximaal de in onderstaande tabel aangegeven omvang:
| Functie | Maximaal aantal m² BVO | |
| detailhandel, waaronder mede begrepen pick-uppoints en detailhandel- ondersteunende horeca, waarrvan ten hoogste: - voor detailhandel in dagelijkse artikelen - voor detailhandel in niet-dagelijkse artikelen |
99.466 13.698 85.768 |
|
| aan de detailhandel dan wel aan het regionaal verzorgend winkelcentrum gerelateerde functies, voorzieningen en/of activiteiten in de vorm van: - horeca tot en met ten hoogste categorie 2 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten - publieksgerichte dienstverlening |
6.114 | |
| horeca in categorie 3 en 4 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten, met uitzondering van hotels | 3.675 | |
| cultuur en ontspanning in de vorm van ten hoogste één bioscoop | 6.825 | |
| sport- en leisurefuncties in de vorm van sportscholen, fitnesscentra en daarmee vergelijkbare functies | 1.575 | |
| Totaal | 117.655 | |
Het bevoegde gezag kan van de in 10.4.1 genoemde afwijkingsbevoegdheid slechts gebruik maken indien en voor zover de verruiming van de omvang van de betreffende functies:
De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
Voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep en/of verkoop via internet gelden de volgende regels:
Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het (laten) gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor:
Het bevoegd gezag kan voor het vergroten van het maximum vloeroppervlak voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep afwijken van het bepaalde in 11.1.3 tot een maximum van 65 m², op voorwaarde dat:
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding, met een zakelijk rechtstrook (belemmerende strook) van 4 meter ter weerszijden van de hartlijn van de betrokken leiding, zoals aangegeven op de verbeelding.
Voor zover de in lid 12.1.1 genoemde gronden tevens zijn aangewezen voor (een) andere daar voorkomende (dubbel)bestemming(en) en voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemming(en) geheel of gedeeltelijk samenvallen, zijn de regels behorende bij de dubbelbestemming "Leiding-Gas" primair van toepassing.
Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de in 12.1.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leidingen(en) worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming zijn vanuit oogpunt van externe veiligheid, energieleveringszekerheid en overige belangen van de leiding niet toegestaan.
Ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de door de betrokken andere bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en gebruik gemaakt wordt van de bestaande fundering.
Het is verboden om op of in de in lid 12.1.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod als bedoeld in artikel 12.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning, als bedoeld in lid 12.4.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet wordt geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld om eventuele schade te voorkomen.
De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een zakelijk rechtstrook (belemmerende strook) van 2,5 dan wel 5 meter ter weerszijden van de hartlijn van de betrokken leiding, zoals aangegeven op de verbeelding.
Voor zover de in lid 13.1.1 genoemde gronden tevens zijn aangewezen voor (een) andere daar voorkomende (dubbel)bestemming(en) en voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemming(en) geheel of gedeeltelijk samenvallen, zijn de regels behorende bij de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' secundair van toepassing.
Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de in 13.1.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd met een maximale hoogte van 5 meter.
Ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de door de betrokken andere bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in 13.2.2 indien de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet wordt geschaad. Alvorens toepassing te geven aan deze afwijkingsbevoegdheid dient schriftelijk advies te worden gevraagd aan de leidingbeheerder.
Het is verboden om op of in de in lid 13.1.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod gesteld in 13.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld om eventuele schade te voorkomen.
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van een ondergrondse riooltransportleiding met een zakelijk rechtstrook (belemmerende strook) van 4 meter ter weerszijden van de hartlijn van de betrokken leiding, zoals aangegeven op de verbeelding.
Voor zover de lid 14.1.1 genoemde gronden tevens zijn aangewezen voor (een) andere daar voorkomende (dubbel)bestemming(en) en voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemming(en) geheel of gedeeltelijk samenvallen, zijn de regels behorende bij de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' secundair van toepassing.
Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de in 14.1.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd met een maximale hoogte van 5 meter.
Ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de door de betrokken andere bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in 14.2.2 indien de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet wordt geschaad. Alvorens toepassing te geven aan deze afwijkingsbevoegdheid dient schriftelijk advies te worden gevraagd aan de leidingbeheerder.
Het is verboden om op of in de in lid 14.1.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod gesteld in 14.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in 14.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de voorgenomen werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding(en) niet worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld om eventuele schade te voorkomen.
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van een ondergrondse watertransportleiding met een zakelijk rechtstrook (belemmerende strook) van 5 dan wel 9 meter ter weerszijden van de hartlijn van de betrokken leiding, zoals aangegeven op de verbeelding.
Voor zover de lid 15.1.1 genoemde gronden tevens zijn aangewezen voor (een) andere daar voorkomende (dubbel)bestemming(en) en voor zover de op de verbeelding weergegeven dubbelbestemming(en) geheel of gedeeltelijk samenvallen, zijn de regels behorende bij de dubbelbestemming 'Leiding - Water' secundair van toepassing.
Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de in 15.1.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd met een maximale hoogte van 5 meter.
Ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de door de betrokken andere bestemming(en) geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in 15.2.2 indien de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet wordt geschaad. Alvorens toepassing te geven aan deze afwijkingsbevoegdheid dient schriftelijk advies te worden gevraagd aan de leidingbeheerder.
Het is verboden om op of in de in lid 15.1.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod als bedoeld in sublid 15.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
Alvorens te beslissen omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de beheerder(s) van de leiding(en) omtrent de vraag of door de uitvoering van de voorgenomen werken de belangen van de leidingen(en) niet onevenredig worden geschaad en omtrent de eventueel te stellen voorwaarden.
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.
Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag niet worden gebouwd, tenzij het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende bouwwerken:
De uitzonderingen, zoals genoemd in artikel 16.2.1 onder b en c, zijn niet van toepassing indien een aanvraag betrekking heeft op een terrein waarvoor reeds eerder een selectiebesluit is afgegeven. Het bevoegd gezag kan in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologisch waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld. De bepalingen van artikel 16.3 onder b zijn van overeenkomstige toepassing.
Indien er sprake is van het bouwen van een bouwwerk waarvoor en omgevingsvergunning is vereist, dient de aanvrager vooraf schriftelijk archeologisch advies in te winnen bij de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag.
Het bevoegd gezag kan afwijken van het bepaalde in artikel 16.2.1 indien:
Het is verboden om op of in de gronden als bedoeld in artikel 16.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod als bedoeld in artikel 16.4.1, is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
De uitzonderingen zoals genoemd in artikel 16.4.2 onder b en c zijn niet van toepassing indien een aanvraag betrekking heeft een terrein waarvoor reeds eerder een selectiebesluit is afgegeven. Het bevoegd gezag kan in een zodanig geval bepalen dat de aanvrager een nieuw rapport moet overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate is vastgesteld. De bepalingen van artikel 16.4.5 onder c zijn van overeenkomstige toepassing.
Indien er sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, dient de aanvrager vooraf schriftelijk een archeologisch advies in te winnen bij de archeologisch adviseur van het bevoegd gezag.
De omgevingsvergunning wordt verleend, indien:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De toelaatbare bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag - tenzij in de regels anders is bepaald - ten hoogste bedragen:
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | Maximale bouwhoogte |
| erf- en perceelafscheidingen op ten minste 1 meter achter de voorgevelrooilijn | 2 meter |
| overige erf- en perceelafscheidingen | 1 meter |
| vlaggenmasten | 9 meter |
| lantaarnpalen | 6 meter |
| lichtmasten | 15 meter |
| ballenvangers ten behoeve van sport | 9 meter |
| vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van telecommunicatie, niet zijnde schotelantennes en zonder techniekkast | 15 meter |
| vrijstaande antenne-installaties, niet zijnde schotelantennes ten behoeve van mobiele telecommunicatie | 5 meter |
| antenne-installaties die op bouwwerken worden geplaatst, niet zijnde schotelantennes | 5 meter |
| schotelantennes | 3 meter |
| straatmeubilair | 3 meter |
| tuinmeubilair | 2 meter |
| speeltoestellen | 10 meter |
| objecten van beeldende kunst | 6 meter |
| vrijstaande overkappingen | 4 meter |
| aangebouwde overkappingen | 14 meter |
| tankstationluifels | 6 meter |
| overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 3 meter |
De bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven én niet in strijd zijn met het voorheen geldend plan, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden.
De bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven én niet in strijd zijn met het voorheen geldend plan, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden.
Tot gebruik, strijdig met dit plan, wordt in ieder geval gerekend:
Daar waar (een) bestemming(en) samenval(l)t(en) met de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - bevi' mogen -onverminderd het bepaalde in de bij die samenvallende bestemming(en) behorende regels- geen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) worden opgericht.
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 20.1.1 en toestaan dat (beperkt) kwetsbare objecten worden gebouwd, op voorwaarde dat:
Alvorens bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 20.1.1 wint het bevoegd gezag omtrent het afwijken van de toepasselijke richtwaarden en de verantwoording van het groepsrisico advies in bij de Minister van Economische Zaken en de Minister van Infrastructuur en Milieu.
Tot gebruik, strijdig met dit plan, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken binnen de op de verbeelding als zodanig aangeduide 'veiligheidszone - bevi' ten behoeve van (beperkt) kwetsbare objecten.
Voor zover gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die zijn toegestaan op grond van de regels van dit plan, zijn gelegen binnen het op de verbeelding als zodanig aangeduide straalpad, mag de hoogte van de betreffende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven maximale hoogteligging van het vlak van het straalpad.
Het bevoegd gezag is met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd om ten behoeve van:
ter plaatse van de voor 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied 1' aangewezen gronden de bestemming van de betreffende gronden te wijzigen:
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
Bij de toepassing van de in 20.3.1 genoemde wijzigingsbevoegdheid neemt het bevoegd gezag de volgende voorwaarden in acht:
Het bevoegd gezag is met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd om ter plaatse van de voor 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied 2' aangewezen gronden de bestemming van de betreffende gronden te wijzigen:
De bij deze bestemming behorende bouw-, gebruiks- en overige regels zijn slechts van toepassing indien en voor zover deze niet in strijd zijn met de regels, behorende bij de dubbelbestemming(en) waarvoor deze gronden eveneens zijn aangewezen.
Bij de toepassing van de in 20.4.1 genoemde wijzigingsbevoegdheid neemt het bevoegd gezag de volgende voorwaarden in acht:
Het bevoegd gezag is, indien en voor zover geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid resp. de parkeersituatie, bevoegd af te wijken van:
Het bevoegd gezag is met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de situering en/of begrenzing van op de verbeelding aangegeven bouwvlakken en/of bestemmingsvlakken wordt gewijzigd, op voorwaarde dat:
De wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 22.1 wordt niet toegepast voor het vergroten van de maximale omvang in m² bvo van op grond van Hoofdstuk 2 van dit plan toegestane functies en/of voorzieningen, wanneer daarmee sprake zou zijn van cumulatieve werking ten opzichte van het bepaalde in artikel 10.4.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bevoegd gezag kan eenmalig afwijken van het bepaalde in sublid 23.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sublid 23.1.1 met maximaal 10%.
Sublid 23.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sublid 23.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in sublid 23.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Sublid 23.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Indien toepassing van het in 23.2 opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor één of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan grond en/of opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan het bevoegd gezag met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie ten behoeve van die natuurlijke persoon of personen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 23.2 .
deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Leidsenhage'