| Plan: | Bestemmingsplan Multifunctionele Accommodatie Bisonspoor |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1904.BPmfabisonspoorMKB-OH01 |
Op grond van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening is het niet langer verplicht om een voorontwerp-bestemmingsplan op te stellen. De wettelijke procedure begint derhalve met het opstellen van een ontwerpbestemmingsplan. In het kader van het voorbereiden van een ontwerpbestemmingsplan dient desondanks wel overleg plaats te vinden met betrokken instanties, een consultatie van burgers plaats te vinden en de benodigde onderzoeken te worden uitgevoerd. Hiertoe behoort tevens de m.e.r.-beoordelingsnotitie en achterliggende deelonderzoeken. Hetgeen voorheen als onderdeel van de voorbereiding van het voorontwerp-bestemmingsplan werd uitgevoerd.
De gemeente Maarssen heeft op grond van artikel 150 van de Gemeentewet een inspraak- verordening opgesteld. De verordening bepaalt onder meer dat het gemeentebestuur bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgers en andere belanghebbenden betrekt, middels een inspraakverplichting op basis van een voorontwerp-bestemmingsplan. In artikel 7.8d lid 1 van de Wet milieubeheer is bepaald dat het bevoegd gezag - gemeenteraad - in een zo vroeg mogelijk stadium voor de voorbereiding van een besluit - bestemmingsplan - een besluit neemt met betrekking tot opstellen van een milieueffectrapport - m.e.r.-beoordelingsnotitie. Hetgeen betekent dat op basis van de inspraakverordening het besluit met betrekking tot de m.e.r.-beoordelingsnotitie dient te worden genomen in het stadium voorafgaand aan de ter inzage legging van het voorontwerp-bestemmingsplan.
De herontwikkeling van de multifunctionele accommodatie is gebonden aan een voortvarende en afgemeten planning, mede in het licht van een economisch haalbaar plan. Om het bestemmingsplan in mei 2010 te kunnen vaststellen is - mede door het zomerreces 2009 van de gemeenteraad - te weinig tijd voorhanden om de m.e.r.-beoordelingsnotitie voorafgaand aan het ter inzage leggen van het voorontwerp-bestemmingsplan vast te stellen of deze bevoegdheid te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.
Op grond van de hardheidsclausule in de inspraakverordening wordt de mogelijkheid geboden om gemotiveerd af te wijken van de beschreven inspraakverplichting. De burgers dienen echter wel in het kader van de inspraakverordening te worden geconsulteerd in de vorm van burgerparticipatie. Op deze wijze wordt een stagnatie van de planvorming voorkomen, doordat de besluitvorming over m.e.r.-beoordelingsnotitie kan worden doorgeschoven naar het ontwerpbestemmingsplan, zonder dat de consultatie van burgers in het gedrang komt.
Het voorontwerpbestemmingsplan heeft op grond van de gemeentelijke inspraakverordening van 11 september 2009 tot en met 22 oktober 2009 voor een ieder ter inzage gelegen. In een bij het bestemmingsplan behorende bijlage is aangegeven of er inspraakreacties zijn ingediend en op welke wijze hiermee is omgegaan.
Artikel 3.1.1 van het Bro bepaalt dat het gemeentebestuur bij de voorbereiding van het bestemmingsplan overleg voert met de besturen van het betrokken waterschap en de diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
In een bij het bestemmingsplan behorende bijlage is aangegeven welke vooroverlegreacties er zijn ingediend en op welke wijze hiermee is omgegaan.
Overeenkomstig artikel 3.8 lid 1 sub d. Wro heeft één ieder de mogelijkheid om schriftelijk of mondeling een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad in te dienen, voorafgaand aan het opstellen van het vast te stellen bestemmingsplan.
Na de ter inzage legging worden de zienswijzen in een separate notitie samengevat weergegeven, alsmede het antwoord op de zienswijzen. Tevens worden de eventuele wijzigingen in het bestemmingsplan volgend uit de zienswijzen kort toegelicht.