1 Inleidende regels
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Breusterstraat 25 te Eijsden en is als nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22c) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Eijsden-Margraten. Dit hoofdstuk is bekendgemaakt en beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op
https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c van het omgevingsplan van de gemeente Eijsden-Margraten. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel' na de spatie en direct voor het artikelnummer '22c' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22c' gelezen worden.
Artikel 1 Begrippen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in Bijlage I van het Omgevingsbesluit, Bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving en Bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk. Aanvullend gelden de volgende begripsbepalingen voor dit hoofdstuk:
1.1 plan
het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Ursulinenconvent Eijsden met identificatienummer NL.IMRO.1903.TAMOPc6245EG25-VG01.
1.2 omgevingsplan
het omgevingsplan van de gemeente Eijsden-Margraten.
1.3 aan huis gebonden beroep
een dienstverlenend beroep, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerken of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.4 aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.5 aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6 ambacht(elijke)
het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die verband houden met het ambacht.
1.7 archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden.
1.8 balkon
een open platform dat niet gelijkvloers voor een muur is aangebracht. Een balkon is voorzien van een balustrade of borstwering en is toegankelijk vanuit de daaraan grenzende binnenruimte door middel van een deur. Een balkon is bedoeld om buiten te verblijven zonder de verdieping te verlaten.
1.9 bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
1.10 beeldbepalend object
object of bouwwerk (zoals muren, kapellen, kruisen, straatmeubilair, kunstwerken, e.d.) dat kenmerkend is voor het cultuurhistorische beeld en van de cultuurhistorische waarde is vanwege de historische verschijningsvorm, de historische ruimtelijke samenhang en/of historische betekenis, zoals die is aangewezen op de verbeelding en wordt beschermd via deze regels.
1.11 begane grond
de eerste bouwlaag boven het straatpeil.
1.12 bestaande bebouwing
bebouwing, zoals aanwezig en toegestaan (legaal gerealiseerd) op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning.
1.13 bestaand gebruik
het gebruik van gronden en opstallen, zoals dat bestaat en is toegestaan (legaal gebruik) op het tijdstip dat het plan of betreffende planonderdeel rechtskracht heeft gekregen.
1.14 bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
1.15 bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
1.16 bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.17 bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel.
1.18 bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
1.19 bruto vloeroppervlak (bvo)
het totale gebouwde vloeroppervlak van die ruimte die wordt gebruikt voor de in het plan aangegeven doeleinden, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.
1.20 cultuurhistorische waarden
de bestaande historisch gegroeide bebouwing en inrichting, het bodemarchief, de verkavelingspatronen, de infrastructuur, de waterlopen en poelen en de historische onderdelen, waaronder solitaire elementen, ruimtelijke clusters en groenzones.
1.21 detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die, die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.22 dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten.
1.23 erf- en terreinafscheiding
de afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf dan wel perceel of van de openbare ruimte.
1.24 escortbedrijf
een natuurlijk persoon, groep van personen en/of rechtspersoon die prostitutie aanbiedt, die uitgeoefend wordt op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte of woning.
1.25 gastouderschap
kinderopvang welke plaatsvindt in een gastgezin, na tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau. Een geregistreerde gastouder verzorgt de opvang op het eigen woonadres of op het adres van één van de ouders. Als de opvang bij de ouders plaatsvindt, kunnen daar ook kinderen van andere ouders worden opgevangen.
1.26 gestapelde woning
een woning in een gebouw dat twee of meer (gedeeltelijk) boven elkaar gelegen woningen bevat.
1.27 horecabedrijf
een bedrijf, dat is gericht op het verstrekken van nachtverblijf en/of het al dan niet ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en/of op het exploiteren van zaalaccommodatie.
het bedrijfsmatig voor gebruik ter plaatse verstrekken van dranken en van in dezelfde onderneming bereide maaltijden en andere etenswaren, het voorgaande al dan niet in combinatie met het exploiteren van zaalaccommodatie en het bedrijfsmatig verstrekken van overnachtingsmogelijkheden; het exploiteren van een snackbar wordt eveneens onder een horecabedrijf begrepen. Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden in de volgende twee categorieën:
Categorie I:
- restaurant: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van maaltijden voor gebruik ter plaatse en waarbij het verstrekken van drank (daaraan) ondergeschikt is;
- snackbar: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van maaltijden voor gebruik elders en het verstrekken van snacks (hapjes) voor gebruik ter plaatse; het verstrekken van drank is hieraan ondergeschikt;
- daghoreca: een bedrijf (zoals een brasserie of een ijssalon) dat ondersteunend is aan en qua openingstijden in het algemeen vergelijkbaar is met detailhandelsvestigingen en in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken c.q. snel serveren van kleine maaltijden, broodjes, hapjes, ijs, gebak, koffie, thee, frisdranken met uitzondering van alcoholische dranken;
- hotel: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf en/of het exploiteren van zaalaccommodaties en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is;
- bar/cafe/pub/grand-cafe/eetcafe of taverne: een zelfstandige, niet geheel of gedeeltelijk deel uitmakend van een hotel, restaurant of zaalaccommodatie voorkomende bedrijvigheid die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en waar het verstrekken van maaltijden daaraan ondergeschikt is.
Categorie II:
- zaalaccommodatie: een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van gelegenheid tot het houden van bruiloften en partijen; alsmede het houden van congressen, conferenties en andere vergaderingen en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken (daaraan) ondergeschikt is;
- bar-discotheek of discotheek (dancing): een zelfstandige, niet geheel of gedeeltelijk uitmakend van een hotel, restaurant of zaalaccommodatie voorkomende bedrijvigheid die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse en tevens gelegenheid biedt tot dansen, met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond en nacht, waarbij de bedrijvigheid zich binnen de lokaliteit voltrekt en waarbij de consumpties behalve zittend ook staand kunnen worden genuttigd.
1.28 huishouden
persoon of groep personen die een huishouden voert, waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen.
1.29 onderbouw
een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,20 meter boven straatpeil is gelegen, niet zijnde een kruipruimte.
1.30 ondergeschikt
in omvang gering en niet zelfstandig uitgeoefend.
1.31 ondergeschikte bouwdelen
ondergeschikte delen aan een gebouw, zoals trappen, bordessen, funderingen, keldergangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte dakopbouwen.
1.32 ondergronds bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die onder het straatpeil is gelegen.
1.33 onderkomens
voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, sta-caravans, kampeerauto's, als ook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf.
1.34 perceel
een deel van het Nederlands grondgebied van welk deel de Dienst voor het kadaster en openbare register de begrenzing met behulp van landmeetkundige gegevens heeft vastgelegd op grond van gegevens betreffende de rechtstoestand, bestemming en het gebruik dat door zijn kadastrale aanduiding is gekenmerkt.
1.35 prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
1.36 seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf - waaronder begrepen een erotische massagesalon - , een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub alsmede bedrijven die hun bedrijf voeren geheel of gedeeltelijk in overwegend seksueel geaarde dienstverlening, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.37 stedenbouwkundig beeld
ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, de bouwmassa's, de gevelindeling en dakvormen.
1.38 verharding
verharding bestaande uit baksteen, tegels, beton of asfalt, alsmede daarmee vergelijkebare vaste/gesloten materialen waaronder ook bouwwerken.
1.39 vloeroppervlak
het oppervlak van alle van dat gebouw deel uitmakende ruimten, inclusief kelder, onderbouw of verdiepingen.
1.40 terras
een buiten de besloten ruimte van een horecagelegenheid liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden verstrekt.
1.41 voorgevellijn
de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw, tot aan de perceelsgrenzen.
1.42 voorgevelrooilijn
- de denkbeeldige lijn strak loopt langs de grens van het bouwvlak, die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd tot aan de perceelsgrenzen;
- de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw, die naar de weg of het openbare groen is gekeerd, tot aan de perceelsgrenzen.
1.43 wonen
activiteit inhoudende de bewoning van een woning.
1.44 woning/wooneenheid
een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
1.45 zolder
ruimte(n) in een gebouw, die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt (uitmaken) van de daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.
Artikel 2 Toepassingsbereik
2.1 Verhouding met regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan
De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid.
2.2 Verhouding met regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat)
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.7.3 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, als bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
2.3 Geometrische afbakening TAM-omgevingsplan
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Ursulinenklooster Eijsden, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1903.TAMOPc6245EG25-VG01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl
Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen
In aanvulling op de meet- en rekenbepalingen als bedoeld in artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn de volgende meet- en rekenbepalingen van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het eerste tot en met het negende lid:
3.1 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen.
3.2 de breedte, diepte, c.q. lengte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren.
3.3 de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen.
3.4 de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
3.5 de hoogte van een bouwlaag
de afstand tussen de scheidende vloerdelen, gemeten van bovenkant afgewerkte vloer tot bovenkant afgewerkte vloer.
3.6 de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van gevels (of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
3.7 de oppervlakte van een gebouw
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
3.8 de oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde
de verticale projectie van het gehele bouwwerk, op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
3.9 ondergeschikte bouwdelen
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 2,00 meter.
Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod
- Het is verboden zonder omgevingsvegunning gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten;
- Onder strijdig gebruik als bedoeld onder a. wordt in ieder geval verstaan:
- het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie;
- een coffeeshop, smartshop, een growshop, een headshop of soortgelijk bedrijf;
- alsmede het gebruik van opstallen voor het telen, bewerken of verhandelen van soft- en harddrugs.
Artikel 5 Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
2 Regels voor functies en activiteiten
6.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Gemengd'.
6.2 Functieomschrijving
Een als 'Verkeer' aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies en activiteiten:
- culturele doeleinden in de vorm van een museum/expositieruimte/bibliotheek;
- bestaande kleinschalige (ambachtelijke) bedrijven;
- horeca van categorie I, ondergeschikt aan de onder a. en b. genoemde functies, met een maximum brutovloeroppervlak van 225 m², uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca' (h);
- een terras, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'terras' (tr);
- detailhandel ten behoeve van en ondergeschikt aan de culturele doeleinden, met een maximum brutovloeroppervlak van 40 m²;
- een Rijksmonument ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - Rijksmonument [sba-rm];
- doeleinden ten behoeve van het openbaar bestuur;
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- parkeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' (p);
en de overige bij deze functie behorende voorzieningen, met uitzondering van parkeervoorzieningen.
6.3 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen
6.3.1 Algemeen
In het voor 'Gemengd' aangewezen gebied mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de in
artikel 6 lid 2 genoemde doeleinden en de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke qua aard en afmetingen bij de functie 'Gemengd' passen.
6.3.2 Regels met betrekking tot het bouwvlak
Met betrekking tot het bouwvlak gelden de volgende bepalingen:
- gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
- het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
- het aantal bouwlagen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bouwlagen' is aangeduid.
6.3.3 Nieuwbouw
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding'- nieuwbouw 1' [sba-nb1] is een uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw toegestaan met een goot- en nokhoogte van maximaal 4,00 meter.
- ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding'- nieuwbouw 2' [sba-nb2] is een uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw toegestaan met een goothoogte van maximaal 4,00 meter met een bouwhoogte van maximaal 5,50 meter.
6.3.4 Overige regels met betrekking tot bebouwing
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,60 meter bedragen.
6.4 Maatwerkvoorschriften
Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften verbinden aan de plaats en afmetingen van bebouwing:
- ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
- ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit van de naaste omgeving;
- ter waarborging van de verkeersveiligheid;
- ter waarborging van de sociale veiligheid;
- ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.
6.5 Aanwijziging vergunningplichtige gevallen
Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde
subsubparagraaf 6.3.4 ten behoeve van de oprichting van kunstwerken en voorwerpen betreffende beeldende kunsten en dergelijke, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 5,00 meter mag bedragen.
7.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Groen'.
7.2 Functieomschrijving
Een als 'Groen' aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies en activiteiten:
- (openbare) groenvoorzieningen (waaronder begrepen houtopstanden), trapvelden, speelplaatsen, plantsoenen met de daarbij behorende voetpaden, verhardingen en andere voorzieningen;
- voorzieningen ten behoeve van de verlichting;
- waterhuishoudkundige voorzieningen;
- een ondergrondse in- en uitrit met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 4,50 meter richting een ondergrondse parkeervoorziening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - in- en uitrit parkeergarage' (sv-iup);
- parkeerterrein, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein';
en de overige bij deze bestemming behorende voorzieningen, met uitzondering van parkeervoorzieningen.
7.3 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen
7.3.1 Algemeen
In het voor 'Groen' aangewezen gebied mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd:
- behorende tot recreatieve voorzieningen en het straatmeubilair;
- noodzakelijk met het oog op de functie 'Wonen' afgestemde, gescheiden inzameling van afvalstoffen (containers);
- geluidwerende voorzieningen;
- voorzieningen ten behoeve van de verlichting
- erfafscheidingen;
met dien verstande dat:
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 2,60 meter mag bedragen;
- de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de verlichting ten hoogste 5,00 meter mag bedragen;
- de bouwhoogte van erfafscheidingen ten hoogste 2,50 meter mag bedragen;
- geluidwerende voorzieningen mogen worden opgericht tot een bouwhoogte welke vereist is op grond van een akoestisch onderzoek op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
8.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Verkeer'.
8.2 Functieomschrijving
Een als 'Verkeer' aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies en activiteiten:
- bewegend en stilstaand verkeer;
- wegen en (rijwiel)paden, inclusief bewegwijzering en verlichting;
- straatmeubilair, waaronder (ondergrondse) afvalcontainers;
- parkeervoorzieningen;
- (openbare) nutsvoorzieningen;
- groenvoorzieningen;
- speelvoorzieningen;
- water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
8.3 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen
8.3.1 Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
8.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
- de bouwhoogte van voorzieningen voor verlichting, mag niet meer bedragen dan 6,50 meter;
- de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3,50 meter.
9.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen'.
9.2 Functieomschrijving
Een als 'Wonen' aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies en activiteiten:
- wonen, met inbegrip van mantelzorg, aan huis gebonden beroep en gastouderschap;
- tuinen, erven en verhardingen;
- water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
- in- en uitritten ten behoeve van de parkeergarage;
alsmede:
- een ondergrondse parkeervoorziening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage' (pg)'.
9.3 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen
9.3.1 Algemeen
In het voor 'Wonen' aangewezen gebied mogen worden gebouwd:
- woningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' [gs] maximaal 40 gestapelde woningen mogen worden gebouwd;
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die qua aard en afmetingen bij de functie 'Wonen' passen.
9.3.2 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
- hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak worden gebouwd;
- het bouwvlak mag volledig worden bebouwd;
- de bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;
- het aantal woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven.
9.3.3 Bijbehorende bouwwerken
Het bouwen van bijbehorende bouwwerken is niet toegestaan.
9.3.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde of geen bijbehorende bouwwerken zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
- de bouwhoogte van gebouwerf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2,40 meter bedragen, met uitzondering van gebouwerf- en terreinafscheidingen die zich voor de naar de weg gekeerde bouwgrens bevinden, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1,00 meter mag bedragen;
- de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3,00 meter bedragen.
9.3.5 Ondergrondse parkeervoorziening
Ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' (pg) is een ondergrondse parkeervoorziening met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 4,50 meter toegestaan.
9.4 Specifieke gebruiksregels
9.4.1 Aan huis verbonden beroep
Uitoefening van een aan huis verbonden beroep bij de woonfunctie is toegestaan, met dien verstande dat:
- de omvang van de activiteit niet meer mag bedragen dan 30% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 80 m²;
- het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte mag veroorzaken;
- detailhandel niet is toegestaan;
- de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner(s).
Artikel 10 Waarde - Archeologie 4a
10.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 4a'.
10.2 Functieomschrijving
Een als 'Waarde - Archeologie 4a' aangewezen locatie is, naast de andere daar voorkomende functie(s), primair bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundige waardevolle elementen en terreinen.
10.3 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen
De gronden mogen niet worden bebouwd, met uitzondering van:
- bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn;
- vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder het peil niet wordt uitgebreid;
- een bouwwerk zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst;
- een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m².
10.4 Aanwijzing vergunningplicht - omgevingsplanactiviteit bouwwerken
10.4.1 Omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Met een omgevingsvergunning kan een omgevingsplanactiviteit bouwwerken worden toegelaten die in strijd is met
artikel 10 lid 3 met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels.
10.4.2 Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning voor de bouw of verbouw van een bouwwerk met een oppervlakte groter dan 500 m² en/of dieper dan 0,50 meter, wordt slechts verleend als:
- uit een bij de aanvraag gevoegd rapport blijkt dat door de bouwactiviteiten op de locatie de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad;
- uit een bij de aanvraag gevoegd rapport blijkt dat er op de locatie van de bouwactiviteit geen archeologische waarden aanwezig zijn;
- de archeologische waarde van het archeologisch monument of het te verwachten archeologisch monument naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet of niet onevenredig wordt geschaad;
- de archeologische waarde van het te verwachten archeologisch monument kan worden behouden door aan de omgevingsvergunning voorschriften te verbinden, gericht op:
- het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of;
- het doen van opgravingen, of;
- het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden
10.5.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden op of in de gronden zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
- het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
- het ontginnen, bodemverlagen, afgraven of ophogen met meer dan 0,30 meter en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen;
- het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de functie gerichte gebruik van de grond;
- het verwijderen van kleine landschapselementen.
10.5.2 Uitzonderingen
Het in
subsubparagraaf 10.5.1 opgenomen verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden, voor zover het betreft:
- werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde;
- werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
- werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik';
- werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.
10.5.3 Beoordelingsregels
Een omgevingsvergunning als bedoeld in
subsubparagraaf 10.5.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in
subsubparagraaf 10.5.2 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de eerst bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
Artikel 11 Waarde - Beeldbepalend
11.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Beeldbepalend'.
11.2 Functieomschrijving
Een als 'Waarde - Beeldbepalend' aangewezen locatie is, naast de andere daar voorkomende functie(s), primair bestemd voor het behoud, herstel en versterking van het ruimtelijk historisch beeld en de ruimtelijke historische belevingswaarde van de aanwezige beeldbepalende panden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - beeldbepalend pand' (sw-bp).
11.3 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen
11.3.1 Bouwwerken
Aanvullend op de bouwregels in de andere voor de betreffende gronden aangewezen functies, gelden voor bestaande beeldbepalende panden dat de bestaande hoofdvorm (goothoogte, bouwhoogte, dakhelling en kapvorm) en gevelindeling van gevels, gelegen aan openbaar toegankelijk gebied, van beeldbepalende panden zoals aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - beeldbepalend pand' dient gehandhaafd te blijven.
11.3.2 Toelaatbaarheid bouwen
- een omgevingsvergunning voor bouwwerkzaamheden mag alleen en moet worden geweigerd indien door de uitvoering van de werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldbepalende waarden, zoals aangegeven in artikel 11 lid 2 en hieraan door het verbinden van maatwerkvoorschriften aan de omgevingsvergunning niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen;
- een omgevingsvergunning als bedoeld onder a. wordt niet verleend voordat het bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen bij de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen commissie van terzake deskundigen.
11.4 Maatwerkvoorschriften
Burgemeester en wethouders kunnen aan een omgevingsvergunning maatwerkvoorschriften verbinden ten aanzien van de vormgeving, afmeting en plaats van bebouwing van bestaande beeldbepalende panden, in die zin dat aangesloten moet worden bij de uitwendige hoofdvorm bepaald door onder andere de dakvorm, goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakhelling en gevelindeling, in samenhang met het bestaande stedenbouwkundige beeld op het moment van vaststelling van voorliggend TAM-omgevingsplan en met het oog op het voorkomen van onevenredige aantasting van het ruimtelijk historisch beeld en de ruimtelijke historische belevingswaarde van het pand.
11.5 Aanwijzing vergunningplicht - omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in
subsubparagraaf 11.3.1 voor het bouwen van een nieuw hoofdgebouw na sloop van een beeldbepalend pand, met dien verstande dat naar evenredigheid rekening moet worden gehouden met de oorspronkelijke hoofdvorm en de oorspronkelijke nokrichting van het voorheen bestaande beeldbepalende pand, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het ruimtelijk historisch beeld en de ruimtelijk historische belevingswaarde van het straat- en/of bebouwingsbeeld.
11.6 Aanwijzing vergunningplicht - sloopactiviteiten
11.6.1 Verbod
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de beeldbepalende panden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - beeldbepalend pand' geheeld of gedeeltelijk te slopen anders dan ter vernieuwing van onderdelen, welke uit oogpunt van onderhoud noodzakelijk is.
11.6.2 Toelaatbaarheid slopen
- geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristiek, bouw- of cultuurhistorische waarden van de bebouwing;
- de karakteristieke c.q. beeldbepalende hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld;
- de karakteristieke c.q. beeldbepalende hoofdvorm in redelijkheid niet te handhaven is;
- het delen van een gebouw of bijbehorende bouwwerken betreft, die op zichzelf niet als beeldbepalend vallen aan te merken, en door sloop daarvan geen onevenredige aantasting van de karakteristieke c.q. beeldbepalende hoofdvorm plaatsvindt;
- er een omgevingsvergunning voor vervangende nieuwbouw of herinrichting van de vrijkomende gronden kan worden verleend en voldoende is aangetoond dat de vergunde werkzaamheden binnen een termijn van vijf jaar na verlening van de omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gerealiseerd zullen zijn.
11.6.3 Advies
Een omgevingsvergunning als bedoeld in
subsubparagraaf 11.6.1 wordt niet verleend voordat het bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen bij de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen commissie van terzake deskundigen.
11.6.4 Uitzonderingen
- het normale onderhoud betreffen;
- reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het TAM-omgevingsplan of die konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
Artikel 12 Waarde - Cultuurhistorie
12.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Cultuurhistorie'.
12.2 Functieomschrijving
Een als 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen locatie is, naast de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor het behoud van ter plaatse bestaande cultuurhistorisch en oudheidkundig waardevolle elementen (monumenten) en patronen (verkavelingen, wegenpatronen, beplantingspatronen en het stedenbouwkundig beeld).
12.3 Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwen
12.3.1 Algemeen
Op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden, met het daarop aanwezige beschermde Rijksmonument ter plaatse van de bouwaanduiding 'karakteristiek' mag slechts worden gebouwd indien en voorzover zulks nodig is voor de inrichting en/of het behoud en/of herstel van bestaande bebouwing, met dien verstande dat:
- de gevels in de aangegeven bouwgrenzen zullen worden gebouwd;
- geen wezenlijke veranderingen worden gebracht aan de aangegeven kapvorm, hoogtematen, gevel- en raamindeling, zulks met inbegrip van waardevolle details als erkers, dakkapellen, kroonlijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels en soortgelijke bouwdelen.
12.3.2 Overige regels met betrekking tot bebouwing
Op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden mag ten behoeve van een efficiënte bedrijfsvoering en/of verbetering van het woonklimaat uitsluitend nieuw worden gebouwd indien rekening wordt gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden.
12.4 Aanwijzing vergunningplicht - omgevingsplanactiviteit bouwwerken
Burgemeester en wethouders kunnen middels een omgevingsvergunning afwijken van de regels met betrekking tot de bebouwing voor het bouwen ten behoeve van de onderliggende functies, onder de voorwaarden dat:
- de cultuurhistorische en oudheidkundige waarden niet worden aangetast;
- de nieuwbouw past binnen c.q. een kwalitatieve bijdrage levert aan de cultuurhistorische en oudheidkundige waarden;
- er geen wezenlijke veranderingen worden aangebracht in het stedenbouwkundig beeld;
- voor zover het monumenten betreft, hierover advies wordt ingewonnen van een terzake deskundige instantie.
12.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
12.5.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) veranderingen aan te brengen in het aanwezige wegen- en beplantingspatroon.
12.5.2 UitzonderIngen
- werken of werkzaamheden in het kader van herstel en reconstructie;
- werkzaamheden, onderhoudswerkzaamheden gericht op de instandhouding van terreinen met cultuurhistorische waarden;
- werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
- werken of werkzaamheden welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning, ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd.
12.5.3 Beoordelingsregels
De werken of werkzaamheden als bedoeld in
subsubparagraaf 12.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in
artikel 12 lid 2 genoemde waarden, belangen en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
12.6 Aanwijzing vergunningplicht - sloopactiviteiten
12.6.1 Verbod
Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk) de ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' aanwezige panden te slopen of delen daarvan te slopen.
12.6.2 Uitzonderingen
Het bepaalde in
subsubparagraaf 12.6.1 is niet van toepassing voor sloopwerkzaamheden welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.
12.6.3 Toelaatbaarheid slopen
De sloopwerkzaamheden als bedoeld in
subsubparagraaf 12.6.1 zijn slechts toelaatbaar indien de cultuurhistorische waarden behouden blijven en door die werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de in
artikel 12 lid 2 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van de eerstbedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind. Ter beoordeling hiervan dient de Monumentencommissie gehoord te worden.
Artikel 13 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 14 Algemene bouwregels
14.1 Bestaande maatvoering
Als de bestaande maatvoering afwijkt van hetgeen in deze planregels is bepaald, maar deze afwijkende maatvoering te allen tijde worden gehandhaafd en/of vernieuwd, met dien verstande dat de afwijking niet mag worden vergroot.
14.2 Ondergronds bouwen
Ter plaatse van het bouwvlak mag ondergronds worden gebouwd tot maximaal 4,50 meter beneden het straatpeil.
14.3 Omgevingsplanactiviteit bouwen
Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken:
- van de in deze regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Afwijken is niet mogelijk ten aanzien van de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bij woningen;
- in afwijking van sub a. mag in die gevallen waarin reeds uit hoofde van de regels in de respectievelijke artikelen een omgevingsvergunning voor het afwijken is verleend, niet nogmaals op grond van onderhavige afwijkingsregel een omgevingsvergunning worden verleend;
- van deze regels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft;
- van deze regels en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
- van deze regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat:
- de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak;
- de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,25 maal de maximaal toegestane bouwhoogte van het betreffende gebouw.
14.4 Bodemgevoelig gebouw bouwen
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden ook de volgende beoordelingsregels voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw:
- het is niet toegestaan om een bodemgevoelig gebouw te bouwen als bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving als de kwaliteit van de bodem niet voldoet aan de interventiewaarden als bedoeld in Bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving (of nieuwe grenswaarden die de gemeente stelt);
- er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie in meer dan 25 m³ bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde (of nieuwe grenswaarden die de gemeente stelt) als bedoeld onder a.;
- het zinsdeel 'meer dan 25 m³ bodemvolume' in het hiervoor opgenomen onder b. is niet van toepassing voor zover het gaat om de aanwezigheid van asbest;
- in afwijking van het gestelde onder a. is het bouwen van het bodemgevoelige gebouw toegestaan als de kwaliteit van de bodem niet voldoet aan de interventiewaarden zoals opgenomen in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving (of nieuwe grenswaarden die de gemeente stelt), maar voorafgaande aan de bouw sanerende of andere beschermende maatregelen zoals bedoeld in paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving zijn getroffen.
Artikel 15 Algemene aanduidingsregels
15.1 milieuzone - actief bodembeheergebied
15.1.1 Gemeentelijk bodembeheerplan
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - actief bodembeheergebied' dient bij alle voorbereidingen van bouwactiviteiten, de bouwactiviteiten zelf en werkzaamheden ten behoeve van de terreininrichting rekening te worden gehouden met de Gemeentelijke Bodembeheernota van de gemeente Eijsden-Margraten, vastgesteld d.d. 11 april 2012, of diens rechtsopvolger.
15.1.2 Aanwijzing vergunningplicht - aanlegactiviteiten
15.1.2.1 Algemeen
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - actief bodembeheergebied' is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
- het aanleggen of verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen of groenvoorzieningen, anders dan in overeenstemming met de Gemeentelijke Bodembeheernota van de gemeente Eijsden-Margraten;
- het bodemverlagen of afgraven, het ophogen, het aanbrengen van een leeflaag, egaliseren of omzetten van de bodem, anders dan in overeenstemming met het 'Gemeentelijk bodembeheerplan actualisatie 2006'.
15.1.2.2 Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning wordt slechts verleend als door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen of doeleinden van het Gemeentelijk Bodembeheerplan niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.
15.1.2.3 Uitzondering
- werken of werkzaamheden in het kader van herstel en reconstructie;
- werkzaamheden, normale onderhoudswerkzaamheden zijnde;
- werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
- werken of werkzaamheden binnen het kader van het normale bodemgebruik;
- werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.