Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: bestemmingsplan Roggebroek - Stavoren
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1900.BPSTAVROG2010-VAST

Artikel 1 Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:
 
1. het plan
het bestemmingsplan Roggebroek - Stavoren van de Gemeente Súdwest Fryslân ;
 
2.bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1900.BPSTAVROG2010-VAST met de bijbehorende regels en bijlagen;
 
3. aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
 
4. aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
 
5. archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden;
 
6. bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
 
7. bedrijfsgebouw
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
 
8. bedrijfswoning/ dienstwoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de binding met het bedrijfsgebouw of het bedrijfsperceel noodzakelijk is;
 
9. bestaand
het op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestaande dan wel vergunde situatie;
 
10. bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak;
 
11. bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
 
12. bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
 
13. bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
 
14. bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
 
15. bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
 
16. bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel;
 
17. bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
 
18. bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
 
19. dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
 
20. detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
 
21. dienstverlening
het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden;
 
22. erker
kleine toevoeging van ten hoogste één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, meestal uitgevoerd in metselwerk, hout en/of glas;
 
23. gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
 
24. hoofdgebouw
een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;
 
25. horizontale diepte
de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel;
 
26. kampeermiddel
a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan;
b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
 
27. kap
een dakafdekking onder een hoek van meer dan 5° met het horizontale vlak;
 
28. nutsvoorzieningen
een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten;
 
29. peil
a. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst, de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
b. voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst, de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
c. indien in of op het water wordt gebouwd, het ter plaatse geldende peil;
d. het peil zoals door of namens burgemeester en wethouders is bepaald;
 
30. platte dakafdekking
een horizontale dakafdekking of een dakafdekking onder een hoek van maximaal 5° met het horizontale vlak;
 
31. recreatief nachtverblijf
een gebouw, zoals een stacaravan, een bungalow of een zomerhuis, dat bestemd is voor verblijfsrecreatie;
 
32. verblijfsrecreatie
recreatief nachtverblijf, waarbij overnacht wordt in kampeermiddelen en/of recreatieverblijven;
 
33. voorgevel
de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de door of namens burgemeester en wethouders aangewezen gevel(s);
 
34. woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
 
35. zijdelingse perceelgrens
grens van een bouwperceel die is gelegen langs het zijerf;
 
36. zijerf
gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het gebouw is gelegen.