direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan 110 kV-kabelverbinding datacenter Winschoten
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1895.TAMgreenbox-0401

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de aanleg en aanwezigheid van een ondergrondse 110 kV kabelverbinding op het bedrijventerrein Hoogebrug III tussen het toekomstige Google Datacenter en het bestaande hoogspanningsstation van TenneT in Winschoten en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 21a) van het omgevingsplan van de gemeente Oldambt. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 21a van het omgevingsplan van de gemeente Oldambt. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '21a' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘21a’ gelezen worden.

Artikel 1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het Omgevingsbesluit, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 21a.

Aanvullend gelden de volgende begripsbepalingen voor dit hoofdstuk:

1.1 plan

Het TAM-omgevingsplan 110 kV-kabelverbinding datacenter Winschoten met

identificatienummer NL.IMRO.1895.TAMgreenbox-0401.

1.2 omgevingsplan

Het omgevingsplan van de gemeente Oldambt.

1.3 hoogspanningsleiding

een ondergrondse (hoogspannings)verbinding die is bestemd voor transport van elektriciteit op een spanningsniveau van maximaal 110 kiloVolt (kV).

Artikel 2 Toepassingsbereik

2.1 Verhouding met ruimtelijke regels omgevingsplan tijdelijk deel
  • a. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid.
  • b. De regels in dit hoofdstuk zijn in aanvulling op de regels van het in het tijdelijk deel van het omgevingsplan opgenomen onderdeel bestemmingsplan 'Hoogebrug III' als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.18950000Hoogebrug3-' (vastgesteld door de gemeenteraad op 23 september 2009). Voor zover strijdigheid is met laatstgenoemd plan, gaan de regels van dit hoofdstuk voor.
2.2 Verhouding met regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan van rechtswege (bruidsschat)

De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk 21a.

2.3 Geometrische afbakening Tam-omgevingsplan

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie gelegen tussen het hoogspanningsstation aan de B. Haitzemastraat te Winschoten en het naastgelegen datacenter, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1895.TAMgreenbox- 0401 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/.

Artikel 3 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

Artikel 4 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 5 Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding

5.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding.

5.2 Functieomschrijving

De als Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding aangewezen locatie heeft de volgende functies:

  • a. het realiseren en in werking hebben van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een maximale spanning van 110 kV, met de daarbij behorende voorzieningen.
5.3 Verboden gebruik

Tot strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen:

  • a. het opwekken van elektriciteit met een windturbine;
  • b. het oprichten en in stand houden van bouwwerken als opslagtank voor gassen of vloeibare gevaarlijke stoffen;
  • c. het opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking.
5.4 Beoordelingsregels voor bouwen

Een omgevingsvergunning voor het verrichten van een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk wordt alleen verleend als:

  • a. de bouwactiviteit ziet op het bouwen van een bouwwerk ten behoeve van de hoogspanningsverbinding en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 7 m; of
  • b. geen sprake is van onevenredig negatieve gevolgen voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.
  • c. de bouwactiviteit ziet op een bouwwerk ten behoeve van een functie die aan een locatie is toegedeeld op grond van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet en:
    • 1. de bouwactiviteit geen onevenredige negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding; en
    • 2. de beheerder van de ondergrondse hoogspanningsverbinding schriftelijk advies heeft uitgebracht ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid.
5.5 Vergunningplicht voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:

  • a. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgrondingen of ophoging;
  • b. het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 1 m onder het maaiveld;
  • c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage dieper dan 1 m onder het maaiveld;
  • d. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen;
  • e. het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen;
  • f. het aanleggen van zonnepanelen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • g. het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen;
  • h. het aanleggen van kabels en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur, tenzij het gaat om activiteiten ten behoeve van het realiseren en in werking hebben van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een maximale spanning van 110 kV, met de daarbij behorende voorzieningen en de bijbehorende activiteiten;
  • i. het aanbrengen en/of kappen van diepwortelende beplantingen.
5.6 Uitzondering op de vergunningplicht

Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 5.5 is niet vereist indien:

  • a. de niet wederrechtelijke activiteit al in uitvoering was voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan;
  • b. de activiteit door of in opdracht van de beheerder van het betreffende onderdeel van de fysieke leefomgeving wordt verricht in verband met het oog op het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijke netbeheerder.
5.7 Beoordelingsregels werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 5.5 wordt alleen verleend als:

  • a. de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de ondergrondse hoogspanningsverbinding betrekken;
  • b. de activiteit geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Hoofdstuk 4 Overgangsrecht

Artikel 7 Overgangsrecht

7.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 7.1, onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • c. Lid 7.1, onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
7.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 7.2, onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verklein.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 7.2, onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Lid 7.2, onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.