Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Parapluherziening supermarkten buitengebied
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1892.BpSupermarktenZpl-Va01

Regels

1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 
 
1.1 plan
het bestemmingsplan Parapluherziening supermarkten buitengebied van de Gemeente Zuidplas als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1892.BpSupermarktenZpl-Va01;
  
1.2 bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen);
  
1.3 verbeelding
de verbeelding van het bestemmingsplan Parapluherziening supermarkten buitengebied, met de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1892.BpSupermarktenZpl-Va01;
  
1.4 overige begrippen
  1. Voor de overige begripsbepalingen behorende bij de bestemming 'Bedrijf', blijven de begrippen uit het bestemmingsplan 'Moerkapelle Dorp' (vastgesteld op 3 november 2011) van toepassing.
  2. Voor de overige begripsbepalingen behorende bij de in de artikel 5 lid 1 betreffende bestemmingsplannen, blijven de begrippen uit de onderliggende ruimtelijke plannen van toepassing.
  
1.5 onderliggende bestemmingsplannen
  1. Groene Zoom (vastgesteld op 27 november 2012);
  2. ’s-Gravenweg 2013 (vastgesteld op 11 juni 2013);
  3. Tweemanspolder en polder De Wilde Veenen (herziening) (vastgesteld op 30 oktober 2012);
  4. Moerkapelle Dorp (vastgesteld op 3 november 2011)
 
Artikel 2 Wijze van meten
  1. Voor de wijze van meten behorende bij de bestemming 'Bedrijf', blijft de wijze van meten uit het bestemmingsplan 'Moerkapelle Dorp' (vastgesteld op 3 november 2011) van toepassing.
  2. Voor de wijze van meten van de in artikel 5 lid 1 betreffende bestemmingsplannen, blijft de wijze van meten uit de onderliggende bestemmingsplannen van toepassing.
2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Bedrijf
3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 3.1': bedrijven uit ten hoogste categorie 3.1 van de 'Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 3.2': bedrijven uit ten hoogste categorie 3.2 van de 'Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kringloopwinkel': tevens een kringloopwinkel;
  4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 2': tevens een bedrijfsactiviteit met SBI-code 49 4, uit ten hoogste categorie 3.2 van de 'Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein':
  5. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen.
3.2 Bouwregels
Op de in artikel 3 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd en gelden de volgende regels:
3.2.1 Gebouwen en overkappingen
  1. gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd;
  2. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte (m)' aangegeven goothoogte;
  3. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de goothoogte van het gebouw vermeerderd met 4 m;
  4. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m;
  5. de totale oppervlakte van overkappingen bedraagt ten hoogste 30 m²;
  6. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het totale bouwvlak;
  7. de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m;
  8. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 1 m.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
  1. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m;
  2. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt ten hoogste 9 m;
  3. de bouwhoogte van silo's ten behoeve van de opslag van veevoeder bedraagt ten hoogste 13 m;
  4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 8 m.
3.3 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afstand van bedrijfsbebouwing tot de zijerfgrens in verband met brandveiligheidseisen.
3.4 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 2.1 sub g om de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelsgrens te verkleinen tot ten minste 1 m, mits daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolgde de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
  
3.5 Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet op de ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor:
  1. bedrijfswoningen.
  2. Bevi-inrichtingen;
  3. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk;
  4. geluidszoneringsplichtige bedrijven;
  5. activiteiten uit kolom 1 van bijlagen C en D van het Besluit milieueffectrapportage 1994 zijn niet toegestaan in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage;
  6. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m op onbebouwde gronden;
  7. kantoorvloeroppervlakte per bedrijf welke meer bedraagt dan 30% van de bedrijfsvloeroppervlakte met een absoluut maximum van 400 m²;
  8. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is, in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  9. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  10. seksinrichtingen.
3.6 Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1 Afwijken van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein'
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van artikel 3 lid 1:
  1. om bedrijven toe te laten uit één categorie hoger dan in artikel 3 lid 1, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in artikel 3 lid 1 genoemd;
  2. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in artikel 3 lid 1 genoemd.
3 Algemene regels
Artikel 4 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
 
Artikel 5 Overige regels
 
5.1 Administratieve bepaling
 
5.1.1 overige zone - staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging
  1. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging' geldt dat daar waar verwezen wordt naar de 'Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging' de als bijlagen bij de regels, bijlage 1 bijgevoegde 'Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging' wordt gehanteerd.
  2. De regels in dit bestemmingsplan zijn ter plaatse van de  'overige zone - staat van bedrijfsactiviteiten functiemenging' aanvullend/corrigerend op het onderliggende bestemmingsplan, welke ten tijde van de terinzage legging van dit bestemmingsplan in werking was.
  3. Voor het overige blijven de regels van de in sub b. bedoelde onderliggende bestemmingsplannen onverminderd van kracht, tenzij onder sub a. anders is bepaald.
 
5.1.2 overige zone - staat van bedrijfsactiviteiten
  1. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - staat van bedrijfsactiviteiten' geldt dat daar waar verwezen wordt naar de 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' de als bijlagen bij de regels, bijlage 2 bijgevoegde 'Staat van bedrijfsactiviteiten' wordt gehanteerd.
  2. De regels in dit bestemmingsplan zijn ter plaatse van de 'overige zone - staat van bedrijfsactiviteiten' aanvullend/corrigerend op de onderliggende bestemmingsplannen, welke ten tijde van de terinzage legging van dit bestemmingsplan in werking waren.
  3. Voor het overige blijven de regels van de in b. bedoelde onderliggende bestemmingsplannen onverminderd van kracht, tenzij onder a anders is bepaald.
 
5.2 Algemene regels bestemmingsplan Moerkapelle Dorp
Bij de bestemming 'Bedrijf' blijven de Algemene regels uit het bestemmingsplan 'Moerkapelle Dorp' (vastgesteld op 3 november 2011) van toepassing. 
 
4 Overgangs- en slotregels
Artikel 6 Overgangsrecht
6.1 Overgangsrecht bouwwerken
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt:
  1. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  2. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%.
  3. het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
6.2 Overgangsrecht gebruik
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt:
  1. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  2. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  3. indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  4. het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 7 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Parapluherziening supermarkten buitengebied' van de gemeente Zuidplas.