In aanvulling op de begripsbepalingen zoals opgenomen in artikel 1 van het geldend uitwerkingsplan gelden de hierna volgende begripsdefinities.
1.1 geldend bestemmingsplan:
het bestemmingsplan 'Braassemerland', van de gemeente Kaag en Braassem, vastgesteld door de gemeenteraad op 1 oktober 2008 en goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op 9 juni 2009 inclusief die hierbij behorende vastgestelde uitwerkingsplannen;
1.2 geldend uitwerkingsplan:
Uitwerkingsplan 'West-End' zoals vastgesteld door het college van Kaag en Braassem op 21 maart 2019;
1.3 plan:
het uitwerkingsplan West-End (2e uitwerking) met identificatienummer NL.IMRO.1884.WESTEND2-VAS1 van de Gemeente Kaag en Braassem;
1.4 uitwerkingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
Artikel 2 Wijze van meten
Artikel 2 van het geldend uitwerkingsplan is van overeenkomstige toepassing
2 Algemene regels
Artikel 3 Administratieve bepaling
Op dit uitwerkingsplan zijn van toepassing de regels en verbeelding van het bestemmingsplan 'Braassemerland', vastgesteld door de gemeenteraad op 1 oktober 2008 en het hierbij behorende uitwerkingsplan West-End, zoals vastgesteld op 21 maart 2019, zulks met inachtneming van de aanvulling/aanpassing van de verbeelding en waarbij artikel 6.2.1 onder e van het uitwerkingsplan West-End, zoals vastgesteld op 21 maart 2019 komt te vervallen;
De algemene bepalingen van dit plan alsmede het geldend uitwerkingsplan gaan voor op de algemene bepalingen van het bestemmingsplan 'Braassemerland'.
3 Overgangs- en slotregels
Artikel 4 Overgangsrecht
4.1 Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid a met maximaal 10 %.
Lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
4.2 Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 5 Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het uitwerkingsplan 'West-End (2e uitwerking)'.