| Plan: | Bestemmingsplan 'Partiële Herziening Buitengebied Gras voor Doelpad 9 Maasland' |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1842.bpML24heDP-va01 |
De eigenaar van de eendenkooi in Maasland wil zijn kooikerhuisje uitbreiden. Om dit mogelijk te kunnen maken is met de gemeente een tegenprestatie afgesproken middels een anterieure overeenkomst. Deze tegenprestatie betreft het slopen en verwijderen van agrarische bebouwing ter plaatse Doelpad 9 te Maasland. Het perceel wordt hierna weer beschikbaar als agrarische grond. De te verwijderen opstallen betreffen leegstaande en verloederde agrarische bedrijfsgebouwen. De gemeente acht de sloop wenselijk vanuit ruimtelijk oogpunt én gezien de onveilige situatie ter plekke. Om te voorkomen dat er opnieuw bebouwing wordt opgericht op dit perceel, wil de gemeente dat het huidige bouwvlak wordt wegbestemd.
Om het huidige bouwvlak weg te bestemmen uit het bestemmingsplan wordt een partiële herziening opgesteld. Deze partiële herziening sluit aan bij het bestaande bestemmingsplan 'Buitengebied Gras - 1e herziening'. Aan de regels worden geen wijzigingen doorgevoerd.
Het plangebied betreft het perceel aan Doelpad 9 te Maasland in de gemeente Midden-Delfland. Het plangebied ligt in het buitengebied ten oosten van Maasland. De ligging van het plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van Maasland is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1 - Ligging plangebied (Bron: www.atlasleefomgeving.nl)
Op het perceel Doelpad 9 geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Gras - 1e herziening', welke is vastgesteld op 26 maart 2019. Op dit perceel is de bestemming 'Agrarisch met waarden' inclusief bouwvlak en maximaal 0 wooneenheden en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' van toepassing.
Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving en motivering van de wijzigingen die in deze herziening worden doorgevoerd ten opzichte van het 'moederplan' en de daaropvolgende herzieningen. Daarnaast worden in dit hoofdstuk het relevante beleid en omgevingsaspecten beschreven. Hoofdstuk 3 geeft een uitleg van de bij dit plan behorende regels. Hoofdstuk 4 maakt de uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk.
In dit hoofdstuk wordt de herziening ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan beschreven en gemotiveerd.
In de huidige situatie staan er op het perceel Doelpad 9 enkele leegstaande en verloederde agrarische bedrijfsgebouwen. Deze opstallen dienen te worden gesloopt en maken in de toekomstige situatie plaats voor een grasland. Figuur 2.1 laat een bovenaanzicht zien van de huidige situatie met opstallen. Om te voorkomen dat er geen bebouwing meer mogelijk is in de toekomst wordt het bouwvlak inclusief maximaal aantal wooneenheden verwijderd uit de verbeelding.
Figuur 2.1 - Huidige situatie plangebied (Bron: Google Maps)
Figuur 2.2 - Staat van gebouwen en omgeving Doelpad 9 (bron: Street Smart, Cyclomedia op 4 juni 2023)
De ontwikkeling betreft een ruimtelijke kwaliteitsverbetering door het saneren van verloederde opstallen waarvoor grasland voor in de plaats komt. De ontwikkeling sluit aan op de kernkwaliteiten en ambities van de provinciale gebiedsvisie Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. De provincie Zuid-Holland zet in deze visie in op het waarborgen van een open polderlandschap in het buitengebied. Met de sanering van de opstallen, het schrappen van de bouwmogelijkheden en het plaatsmaken voor grasland worden de openheid en landschappelijke waarden versterkt. De ontwikkeling draagt bij aan de beleidsdoelstelling voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit.
Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke plan te worden aangetoond en dient te worden onderbouwd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In de onderstaande tabel zijn de omgevingsaspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. Gezien de aard van het plan kan voor deze aspecten worden volstaan met een korte kwalitatieve onderbouwing.
De ontwikkeling betreft het wegbestemmen van het bouwvlak op het perceel Doelpad 9 te Maasland. De bestaande opstallen op het betreffende perceel mogen onder het overgangsrecht blijven bestaan. De planologische wijziging is daarom niet inherent aan de sloop van de opstallen. Om deze reden zijn enkele noodzakelijke onderzoeken voor de sanering pas relevant bij de sloopmelding.
| Aspect | Toetsingskader | Conclusie | ||
| Bodem | Besluit bodemkwaliteit: Bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor beoogde functie. Functie mag geen bedreiging vormen voor bodemkwaliteit. |
De beoogde ontwikkeling voorziet niet in een functiewijziging, alleen in inperken van de mogelijkheden van de bestaande functie. Bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de planologische ontwikkeling. |
||
| Archeologie | Archeologische beleidskaart: De ontwikkeling mag niet leiden tot aantasting van archeologische waarden. |
De ontwikkeling betreft het inperken van de bouwmogelijkheden op het perceel. Voor deze planologische ontwikkeling is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de planologische ontwikkeling. | ||
| Cultuurhistorie | Besluit ruimtelijke ordening: De ontwikkeling mag niet leiden tot aantasting van de cultuurhistorische waarden. |
De opstallen die aanwezig zijn op het perceel en het bijbehorende erf hebben geen cultuurhistorische waarden. Met het inperken van de mogelijkheden van de bestaande functie, zijn dus geen cultuurhistorische waarden in het geding. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de planologische ontwikkeling. | ||
| Water | Watertoets: Heeft de ontwikkeling effect op de waterhuishouding? |
Om te beoordelen of de ontwikkeling effect heeft op de waterhuishouding wordt een vergelijking gemaakt tussen de oppervlakte aan verharding in de huidige en in de toekomstige situatie. Aangezien het gaat om het inperken/ verwijderen van de bouwmogelijkheden op het perceel neemt de verharding af. Dit is positief voor de waterbalans. Het aspect water vormt daarom geen belemmering voor de planologische ontwikkeling. | ||
| Relatie met omliggende (bedrijfs)functies | Bedrijfs-/ milieuzonering: Zijn er bedrijfsfuncties in de omgeving aanwezig/mogelijk? Zijn in de nabijheid gevoelige bestemmingen gelegen? |
De beoogde ontwikkeling voorziet niet in een functiewijziging, alleen in inperken van de mogelijkheden van de bestaande functie. De planologische ontwikkeling voorziet dan ook niet in de realisatie van een milieugevoelige functie. Er hoeft dus niet worden getoetst aan de richtafstandenlijst van de VNG. Het aspect bedrijfs- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de planologische ontwikkeling. |
||
| Industrielawaai | Wet geluidhinder: Ligt het plangebied binnen de lawaaicontour van gezoneerde industrieterreinen? |
De locatie ligt niet binnen de geluidscontour van een gezoneerd industrieterrein. Het aspect industrielawaai vormt daarom geen belemmering voor de planologische ontwikkeling. | ||
| Wegverkeerslawaai | Wet geluidhinder: Is geluidsbelasting minder dan 48 dB? |
Het plan voorziet niet in de realisatie van geluidgevoelige objecten. Akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de planologische ontwikkeling. | ||
| Verkeer- en parkeren | CROW /gemeentelijke normen: De ontwikkeling mag niet leiden tot ontwrichting van het verkeerssysteem. |
De beoogde ontwikkeling voorziet niet in een functiewijziging, alleen in inperken van de mogelijkheden van de bestaande functie. Dit resulteert in een afname van de verkeersgeneratie. Het aspect verkeer- en parkeren vormt geen belemmering bij de planologische ontwikkeling. |
||
| Externe veiligheid | Bevi/Bevb/Bevt: Wordt voldaan aan normen plaatsgebonden risico en groepsrisico? |
Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van risicovolle inrichtingen. In de directe omgeving vindt er geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, het water of door buisleidingen met een externe werking. Binnen het plangebied zijn geen kwetsbare objecten aanwezig. Het omgevingsaspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planologische ontwikkeling. | ||
| Ecologie |
Wet natuurbescherming:
Beschermde gebieden: Toetsing of sprake is van significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelen kenmerken en waarden. Wet natuurbescherming: Beschermde soorten: Toetsing of sprake is van negatieve effecten op beschermde soorten |
Met de ontwikkeling worden alleen de bouwmogelijkheden verwijderd van het perceel. Er vindt geen functiewijziging plaats. Er is voor het wegbestemmen van het bouwvlak geen onderzoek voor het aspect ecologie nodig. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de planologische ontwikkeling. Voorafgaand aan de sloop moet echter wel een ecologische quickscan worden uitgevoerd. | ||
| Kabels en leidingen | Telecommunicatiewet: Zijn er planologisch relevante leidingen en hoogspanningslijnen in de directe omgeving aanwezig? |
Er liggen geen relevante kabels en leidingen in de buurt van het plangebied. Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de planologische ontwikkeling. | ||
| Mer-beoordeling | Besluit milieueffectrapportage: Worden de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. overschreden zodat sprake is van een mer-(beoordelings) plicht? |
Met de ontwikkeling worden alleen de bouwmogelijkheden verwijderd van het perceel. Er vindt geen functiewijziging plaats. Door de afname van de mogelijkheden wordt ervan uitgegaan dat de planologische ontwikkeling binnen de drempelwaarden blijft en er geen mer-(beoordelings)plicht geldt. Gezien de aard van de ontwikkeling kunnen we ervan uitgaan dat het niet gaat om een stedelijk ontwikkelingsproject en de ontwikkeling daarmee geen onderdeel uitmaakt van kolom C of D bij het Besluit milieueffectrapportage. Het opstellen van een aanmeldnotitie is niet nodig. | ||
Met voorliggende partiële herziening wordt het agrarische bouwmogelijkheden verwijderd op het perceel Doelpad 9 te Maasland. Er is vanwege de minimale aanpassing aan de verbeelding en het niet doorvoeren van aanpassingen aan de regels gekozen voor een partiële herziening. De geldende regels uit het bestemmingsplan 'Buitengebied Gras - 1e herziening' blijven onverminderd en ongewijzigd van toepassing. In de regels wordt verwezen naar de geldende regels uit de 1e herziening.
De minimale aanpassing aan de verbeelding betreft het verwijderen van het bouwvlak en het verwijderen van de maatvoeringsaanduiding 'maximaal aantal van 0 wooneenheden' op het perceel van Doelpad 9.
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
In het kader van de Grondexploitatiewet is de gemeente verplicht kosten die ten behoeve van het bestemmingsplan worden gemaakt, te verhalen. De kosten bestaan in dit geval uit de organisatorische kosten om het plan op te stellen. Gezien de gemeente opdrachtgever is van voorliggend plan zijn deze kosten niet van toepassing. Het plan kent ook geen uitvoerende component voor de gemeente, eventuele ontwikkelingen die op basis van dit plan worden uitgevoerd zijn voor kosten en risico van de betreffende initiatiefnemers.
Gezien het bovenstaande, is er geen noodzaak noch verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan bij deze herziening.
Vooroverleg
Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening aan de overleg partners toegezonden en liep gelijktijdig met aan de ontwerpfase.
Ontwerp
Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Er zijn geen zienswijzen ingediend. Verder zijn er ook geen ambtshalve wijzigingen doorgevoerd.
Vaststelling
Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens deze periode bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.