| Plan: | Historische kern Maasland |
|---|---|
| Status: | geconsolideerde versie |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1842.bp21histKMLGec-VA01 |
het bestemmingsplan 'Historische kern Maasland' met NL.IMRO.1842.bp21histKMLGec- van de gemeente Midden-Delfland, vastgesteld 7 april 2009 met besluitnummer 2009-03-09 g.
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw
een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt..
terrein waarvoor een redelijk tot zeer grote kans op het aantreffen van archeologische sporen bestaat.
stallingruimte voor motorvoertuigen, aanhangwagentjes, (brom)fietsen e.d., een en ander voor zover in particulier gebruik, alsmede een berg- en/of bewaarplaats voor niet bedrijfsmatige en niet op handelsdoeleinden gerichte opslag van particuliere goederen.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
een op de verbeelding aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak.
het gebied dat door de Ministers van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en van Volkshuisvesting en Ruimtelijk Ordening bij beschikking van 15-6-1970 afdeling en nummer 0./MA 154.361 is aangewezen tot dorpsgezicht in de zin van artikel 20 van de Monumentenwet 1961 en op 7-9-1970 als zodanig is ingeschreven in het register van beschermde stads- en dorpsgezichten.
de grens van een bestemmingsvlak.
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de gronden verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
de Monumentencommissie / Commissie Beschermd Dorpsgezicht Midden-Delfland, in te stellen bij besluit van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland.
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit..
het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden.
een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
een bij het plan behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening, waarop de toelaatbare architectonische verschijningsvorm van voorgevels is weergegeven.
een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt.
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen, en naar de aard en daarmee gelijk te stellen instellingen.
educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen.
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
de op de verbeelding vastgelegde, in de straatwand zichtbare, indeling in zijdelings begrensde bouwpercelen.
peil:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografisch aard plaatsvinden.
Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de naar de openbare weg gekeerde gevel(s) van hoofdgebouwen voor zover op dat deel van de openbare weg voorgevels zijn gericht.
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, cq . de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructieonderdeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van kleine bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
afstanden tussen bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot erfscheidingen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.
Deze regels laten onverlet hetgeen met betrekking tot monumenten in de zin van de Monumentenwet bij of krachtens die wet is bepaald.
Binnen het bestemmingsplangebied worden omgevingsvergunningen voor bouwen en een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, niet verleend, dan nadat de commissie is gehoord.
De voor Autoboxen en bergplaatsen aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Waar de in dit artikel bedoelde gronden samenvallen met de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering', 'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden' en 'Waarde - Archeologie 1' zijn deze gronden primair bestemd voor primair waterkering, waterstaatsdoeleinden en archeologisch waardevol gebied en is het bepaalde in artikel 22 (Waterstaat - Primaire waterkering), artikel 23 (Waterstaat - Waterstaatdoeleinden) en artikel 20 (Waarde - Archeologie 1) van toepassing. Waar de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering'/'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Maatschappelijk' samenvallen, hebben deze gronden primair de functie als waterkering/waterstaatsdoeleinden, secundair als archeologisch waardevol gebied en tertiair als autoboxen en bergplaatsen.
Bij de bouw van de in lid 8.1.1 genoemde gebouwen worden de navolgende bijzondere bepalingen in acht genomen:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Waar de in dit artikel bedoelde gronden samenvallen met de bestemmingen 'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden' en 'Waarde - Archeologie 1' zijn deze gronden primair bestemd voor waterstaatsdoeleinden en archeologisch waardevol gebied en is het bepaalde in artikel artikel 23 (Waterstaat - Waterstaatdoeleinden) en artikel 20 (Waarde - Archeologie 1) van toepassing. Waar de bestemmingen 'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Tuin' samenvallen, hebben deze gronden primair de functie als waterstaatsdoeleinden, secundair als archeologisch waardevol gebied en tertiair als tuin.
Bij de bouw van de in lid 9.1.1 genoemde hoofdgebouwen worden de volgende bijzondere regels in acht genomen:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
met dien verstande dat de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht, dienen te voldoen aan de in hoofdstuk 4 gestelde bijzondere regels.
Burgemeester en wethouders kunnen, met het oog op de bereikbaarheid van de gebouwen bij calamiteiten, nadere eisen stellen ten aanzien van de plaatsing van de gebouwen.
Op de voorbereiding van een besluit tot het stellen van nadere eisen als bedoeld in lid 5 is de in afdeling 3.4 van de Algemene wel bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.
De voor Begraafplaats aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daar bijbehorende:
Op en boven deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd in verband met de bestemming, met uitzondering van een gebouwtje ten dienste van de bestemming. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
met dien verstande dat de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht, dienen te voldoen aan de in hoofdstuk 4 gestelde bijzondere regels.
De voor Gemengd - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor:
alsmede voor de daar bijbehorende:
Waar de in dit artikel bedoelde gronden samenvallen met de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering', 'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden' en 'Waarde - Archeologie 1' zijn deze gronden primair bestemd voor primair waterkering, waterstaatsdoeleinden en archeologisch waardevol gebied en is het bepaalde in artikel 22 (Waterstaat - Primaire waterkering), artikel 23 (Waterstaat - Waterstaatdoeleinden) en artikel 20 (Waarde - Archeologie 1) van toepassing. Waar de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering'/'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Gemengd - 1' samenvallen, hebben deze gronden primair de functie als waterkering/waterstaatsdoeleinden, secundair als archeologisch waardevol gebied en tertiair als woondoeleinden en detailhandel en dienstverlening.
Bij de bouw van de in lid 11.1.1 genoemde hoofdgebouwen worden de volgende bijzondere regels in acht genomen:
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
met dien verstande dat de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht, dienen te voldoen aan de in hoofdstuk 4 gestelde bijzondere regels.
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie, nadere eisen stellen met inachtneming van de volgende regels:
De voor Gemengd - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor:
alsmede voor de daar bijbehorende:
Waar de in dit artikel bedoelde gronden samenvallen met de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering', 'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden' en 'Waarde - Archeologie 1' zijn deze gronden primair bestemd voor primair waterkering, waterstaatsdoeleinden en archeologisch waardevol gebied en is het bepaalde in artikel 22 (Waterstaat - Primaire waterkering), artikel 23 (Waterstaat - Waterstaatdoeleinden) en artikel 20 (Waarde - Archeologie 1) van toepassing. Waar de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering'/'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Gemengd - 2' samenvallen, hebben deze gronden primair de functie als waterkering/waterstaatsdoeleinden, secundair als archeologisch waardevol gebied en tertiair als woondoeleinden en kantoren en maatschappelijke doeleinden.
Bij de bouw van de in lid 12.1.1 genoemde hoofdgebouwen worden de volgende bijzondere regels in acht genomen:
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
met dien verstande dat de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht, dienen te voldoen aan de in hoofdstuk 4 gestelde bijzondere regels.
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie, nadere eisen stellen met inachtneming van de volgende regels:
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2.2 met inachtneming van de volgende regels:
De voor Gemengd - 3 aangewezen gronden zijn bestemd voor:
alsmede voor de daar bijbehorende:
Waar de in dit artikel bedoelde gronden samenvallen met de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering', 'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden' en 'Waarde - Archeologie 1' zijn deze gronden primair bestemd voor primair waterkering, waterstaatsdoeleinden en archeologisch waardevol gebied en is het bepaalde in artikel 22 (Waterstaat - Primaire waterkering), artikel 23 (Waterstaat - Waterstaatdoeleinden) en artikel 20 (Waarde - Archeologie 1) van toepassing. Waar de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering'/'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Gemengd - 3' samenvallen, hebben deze gronden primair de functie als waterkering/waterstaatsdoeleinden, secundair als archeologisch waardevol gebied en tertiair als woondoeleinden en bedrijven.
Bij de bouw van de in lid 13.1.1 genoemde hoofdgebouwen worden de volgende bijzondere regels in acht genomen:
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
met dien verstande dat de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht, dienen te voldoen aan de in hoofdstuk 4 gestelde bijzondere regels.
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie, nadere eisen stellen met inachtneming van de volgende regels:
Burgemeester en wethouders kunnen, met het oog op de bereikbaarheid van de gebouwen bij calamiteiten, nadere eisen stellen ten aanzien van de plaatsing van de gebouwen.
De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daar bijbehorende:
Waar de in dit artikel bedoelde gronden samenvallen met de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering', 'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden' en 'Waarde - Archeologie 1' zijn deze gronden primair bestemd voor primair waterkering, waterstaatsdoeleinden en archeologisch waardevol gebied en is het bepaalde in artikel 22 (Waterstaat - Primaire waterkering), artikel 23 (Waterstaat - Waterstaatdoeleinden) en artikel 20 (Waarde - Archeologie 1) van toepassing. Waar de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering'/'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Groen' samenvallen, hebben deze gronden primair de functie als waterkering/waterstaatsdoeleinden, secundair als archeologisch waardevol gebied en tertiair als groenvoorzieningen.
Op en boven deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd in verband met de bestemming. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
met dien verstande dat de bouwwerken, geen gebouwende zijnde, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht, dienen te voldoen aan de in hoofdstuk 4 gestelde bijzondere regels.
De voor Horeca aangewezen gronden zijn bestemd voor:
alsmede voor de daar bijbehorende:
Waar de in dit artikel bedoelde gronden samenvallen met de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering', 'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden' en 'Waarde - Archeologie 1' zijn deze gronden primair bestemd voor primair waterkering, waterstaatsdoeleinden en archeologisch waardevol gebied en is het bepaalde in artikel 22 (Waterstaat - Primaire waterkering), artikel 23 (Waterstaat - Waterstaatdoeleinden) en artikel 20 (Waarde - Archeologie 1) van toepassing. Waar de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering'/'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Horeca' samenvallen, hebben deze gronden primair de functie als waterkering/waterstaatsdoeleinden, secundair als archeologisch waardevol gebied en tertiair als horecadoeleinden.
Bij de bouw van de in lid 15.1.1 genoemde hoofdgebouwen worden de volgende bijzondere regels in acht genomen:
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
met dien verstande dat de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht, dienen te voldoen aan de in hoofdstuk 4 gestelde bijzondere regels.
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie, nadere eisen stellen met inachtneming van de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan, gehoord de commissie met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2.2 met inachtneming van de volgende regels:
De voor Maatschappelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor:
alsmede voor de daar bijbehorende:
Waar de in dit artikel bedoelde gronden samenvallen met de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering', 'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden' en 'Waarde - Archeologie 1' zijn deze gronden primair bestemd voor primair waterkering, waterstaatsdoeleinden en archeologisch waardevol gebied en is het bepaalde in artikel 22 (Waterstaat - Primaire waterkering), artikel 23 (Waterstaat - Waterstaatdoeleinden) en artikel 20 (Waarde - Archeologie 1) van toepassing. Waar de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering'/'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Maatschappelijk' samenvallen, hebben deze gronden primair de functie als waterkering/waterstaatsdoeleinden, secundair als archeologisch waardevol gebied en tertiair als maatschappelijke doeleinden.
Bij de bouw van de in lid 16.1.1 genoemde hoofdgebouwen worden de navolgende bijzondere regels in acht genomen:
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
met dien verstande dat de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht, dienen te voldoen aan de in hoofdstuk 4 gestelde bijzondere regels.
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie, nadere eisen stellen met inachtneming van de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan, gehoord de commissie met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.2.2 met inachtneming van de volgende regels:
De voor Nutsvoorziening aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
alsmede voor de daar bijbehorende:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
met dien verstande dat de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht, dienen te voldoen aan de in hoofdstuk 4 gestelde bijzondere regels.
De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor:
waaronder mede begrepen:
Waar de in dit artikel bedoelde gronden samenvallen met de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering', 'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden' en 'Waarde - Archeologie 1' zijn deze gronden primair bestemd voor primair waterkering, waterstaatsdoeleinden en archeologisch waardevol gebied en is het bepaalde in artikel 22 (Waterstaat - Primaire waterkering), artikel 23 (Waterstaat - Waterstaatdoeleinden) en artikel 20 (Waarde - Archeologie 1) van toepassing. Waar de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering'/'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Tuin' samenvallen, hebben deze gronden primair de functie als waterkering/waterstaatsdoeleinden, secundair als archeologisch waardevol gebied en tertiair als tuin.
Op en boven deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
met dien verstande dat de bouwwerken, geen gebouwende zijnde, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht, dienen te voldoen aan de in hoofdstuk 4 gestelde bijzondere regels.
Het bevoegd gezag kan, gehoord de commissie, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 18.2.1 voor de bouw van hobbykassen, volières en koven met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 6 m² en een hoogte van ten hoogste 2.20 m;
Op de voorbereiding van een besluit tot afwijken als bedoeld in lid 18.3.1 is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.
De voor Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen gronden zijn bestemd voor:
alsmede voor de daar bijbehorende:
Ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - brug autoverkeer" is een brug voor autoverkeer toegestaan.
Ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van verkeer - brug langzaam verkeer" is een brug voor langzaam verkeer toegestaan.
Waar de in dit artikel bedoelde gronden samenvallen met de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering', 'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden' en 'Waarde - Archeologie 1' zijn deze gronden primair bestemd voor primair waterkering, waterstaatsdoeleinden en archeologisch waardevol gebied en is het bepaalde in artikel 22 (Waterstaat - Primaire waterkering), artikel 23 (Waterstaat - Waterstaatdoeleinden) en artikel 20 (Waarde - Archeologie 1) van toepassing. Waar de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering'/'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Verkeer - Verblijfsgebied' samenvallen, hebben deze gronden primair de functie als waterkering/waterstaatsdoeleinden, secundair als archeologisch waardevol gebied en tertiair als verkeer- en verblijfsdoeleinden.
Op en boven deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, zoals viaducten, duikers, bruggen en kaden. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
met dien verstande dat de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht, dienen te voldoen aan de in hoofdstuk 4 gestelde bijzondere regels.
De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Binnen de gebieden met deze bestemming zijn alle andere bestemmingen ondergeschikt, met uitzondering van de bestemmingen Waterstaat - Primaire waterkering en Waterstaat - Waterstaatdoeleinden, die bovengeschikt zijn aan deze bestemming.
Op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 20.1.1 bedoelde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor archeologische onderzoek noodzakelijk zijn.
Bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemmingen zijn op deze gronden slechts toelaatbaar, indien daarvoor een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels is verleend.
Omgevingsvergunning wordt verleend, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. De omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
Afwijken van de bouwregels, zoals in lid 20.3.1 bedoeld, is niet vereist, indien:
Op de voorbereiding van een besluit tot afwijken als bedoeld in lid 20.3.1 onder a is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie 1 zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
De werken of werkzaamheden, waarvoor het verbod van lid 20.4.1 geldt, zijn slechts toelaatbaar, indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.
Het verbod, zoals in lid 20.4.1 bedoeld, is niet van toepassing, indien:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door:
De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - brug autoverkeer' is een brug voor autoverkeer toegestaan.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - brug langzaam verkeer' is een brug voor langzaam verkeer toegestaan.
Op en boven deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, ten behoeve van de waterhuishouding of de verbinding der oevers. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
met dien verstande dat de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht, dienen te voldoen aan de in hoofdstuk 4 gestelde bijzondere regels.
De voor Waterstaat - Primaire waterkering aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een waterkering met daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, alsmede secundair voor Wonen (artikel 24), Gemengd - 1 (artikel 11), Gemengd - 2 (artikel 12), Gemengd - 3 (artikel 13), Tuin (artikel 18), Horeca (artikel 15), Maatschappelijk (artikel 16), Autoboxen en bergplaatsen (artikel 8), Verkeer - Verblijfsgebied (artikel 19), Groen (artikel 14) en Waarde - Archeologie 1 (artikel 20), voor zover deze met de bestemming waterkering samenvallen.
Gebruik en bebouwing van de gronden als bedoeld in lid 22.1.1, overeenkomstig de andere daaraan gegeven bestemmingen en overige daarvoor geldende regels, zijn uitsluitend toegestaan, voor zover de belangen van de waterkering daardoor niet wezenlijk worden geschaad.
Op de tot Waterstaat - Primaire waterkering bestemde gronden mogen slechts bouwwerken ten dienste van de bestemmingen Wonen, Gemengd - 1, Gemengd - 2, Gemengd - 3, Tuin, Horeca, Maatschappelijk, Autoboxen en bergplaatsen, Verkeer - Verblijfsgebied, Groen, Waarde - Archeologie 1 worden gebouwd, met dien verstande dat:
De voor Waterstaat - Waterstaatdoeleinden aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor waterstaatdoeleinden (beschermingszone bij de waterkering) met daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, alsmede secundair voor Wonen (artikel 24), Gemengd - 1 (artikel 11), Gemengd - 2 (artikel 12), Gemengd - 3 (artikel 13), Tuin (artikel 18), Horeca (artikel 15), Maatschappelijk (artikel 16), Autoboxen en bergplaatsen (artikel 8), Verkeer - Verblijfsgebied (artikel 19) en Waarde - Archeologie 1 (artikel 20), voor zover deze met de bestemming waterkering samenvallen.
Gebruik en bebouwing van de gronden als bedoeld in lid 23.1.1, overeenkomstig de andere daaraan gegeven bestemmingen en overige daarvoor geldende regels, zijn uitsluitend toegestaan, voor zover de belangen van de waterstaatsdoeleinden daardoor niet wezenlijk worden geschaad.
Op de tot waterstaatsdoeleinden bestemde gronden mogen slechts bouwwerken ten dienste van de bestemmingen Wonen, Gemengd - 1, Gemengd - 2, Gemengd - 3, Tuin, Horeca, Maatschappelijk, Autoboxen en bergplaatsen, Verkeer - Verblijfsgebied en Waarde - Archeologie 1 worden gebouwd, met dien verstande dat:
De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor:
alsmede voor de daar bijbehorende:
Waar de in dit artikel bedoelde gronden samenvallen met de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering', 'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden' en 'Waarde - Archeologie 1' zijn deze gronden primair bestemd voor primair waterkering, waterstaatsdoeleinden en archeologisch waardevol gebied en is het bepaalde in artikel 22 (Waterstaat - Primaire waterkering), artikel 23 (Waterstaat - Waterstaatdoeleinden) en artikel 20 (Waarde - Archeologie 1) van toepassing. Waar de bestemmingen 'Waterstaat - Primaire waterkering'/'Waterstaat - Waterstaatdoeleinden', 'Waarde - Archeologie 1' en 'Wonen' samenvallen, hebben deze gronden primair de functie als waterkering/waterstaatsdoeleinden, secundair als archeologisch waardevol gebied en tertiair als woondoeleinden.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
met dien verstande dat de bouwwerken, geen gebouwende zijnde, gelegen binnen het beschermd dorpsgezicht, dienen te voldoen aan de in hoofdstuk 4 gestelde bijzondere regels.
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie, nadere eisen stellen met inachtneming van de volgende regels:
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 24.2.2 met inachtneming van de volgende regels:
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met deze bestemming.
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan:
tenzij deze wijzen van gebruik verenigbaar zijn met de doeleinden waarvoor de desbetreffende grond ingevolge het plan mag worden gebruikt, of het de stalling betreft van ten hoogste één toercaravan op het erf bij een woning.
Burgemeester en wethouders verlenen gehoord de commissie met een omgevingsvergunning afwijking van het bepaalde in lid 25.1 indien strikte toepassing daarvan leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet doof dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Een dringende reden die een beperking van het meest doelmatige gebruik rechtvaardigt is in ieder geval aanwezig indien door het voorgenomen andere gebruik - gelet op de ligging van de grond of het bouwwerk - het gebruik van gronden en bouwwerken in de omgeving alsmede de door het plan gediende bescherming van het dorpsgezicht in ernstige mate zal worden gestoord, zonder dat door het stellen van voorwaarden, of op andere wijze zodanige stoornis zal zijn te voorkomen.
Betreft een voorgenomen afwijkend gebruik de uitoefening van detailhandel dan wordt geen omgevingsvergunning voor het afwijken verleend dan nadat van Gedeputeerde Staten, kennis genomen hebbend van de uitkomsten van een distributieplanologisch onderzoek, een verklaring van geen bezwaar is ontvangen.
De ingevolge hoofdstuk 2 toelaatbare gebouwen en andere bouwwerken welke zijn aangeduid als 'overige zone - beschermd dorpsgezicht' moeten voldoen aan de bijzondere regels van dit
hoofdstuk.
De voorgevels van hoofdgebouwen welke in de gevelwandtekeningen zijn opgenomen moeten over hun volle breedte alsmede over de volle breedte van de op de verbeelding aangegeven parcellering in de bebouwingsgrens worden geplaatst dan wel geplaatst gehouden met dien verstande dat per parcellering een doorgang met een breedte van ten hoogste 1.80 m toelaatbaar is.
De voorgevel, welke op de gevelwandtekening in klasse I is ondergebracht moet voor wat betreft de vorm, de afmetingen en de onderlinge verhoudingen van de gevelonderdelen in overeenstemming zijn met de terzake op die gevelwandtekening gegeven aanwijzingen.
Het bevoegd gezag kan, gehoord de commissie, ten behoeve van veranderingen in de voorgevels met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 27.2 met dien verstande dat:
De voorgevel, welke op de gevelwandtekening in klasse II is ondergebracht moet voor wat betreft de vormen en de afmetingen in overeenstemming zijn met de ter zake op die gevelwandtekening gegeven aanwijzingen.
Het bevoegd gezag kan, gehoord de commissie met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 27.4 met dien verstande dat:
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie ten aanzien van een bouwplan, dat voorziet in veranderingen in een gevel als bedoeld in lid 27.4 nadere eisen stellen met betrekking tot de onderlinge verhoudingen van de gevelonderdelen, teneinde de voorgevel meer in overeenstemming te brengen met de voor het dorpsgezicht karakteristieke verschillen in hoogte en geleding van de straatwand.
De voorgevel, welke op de gevelwandtekening in klasse III is ondergebracht moet voor wat betreft de afmetingen voldoen aan de op die gevelwandtekeningen gegeven aanwijzing met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan, gehoord de commissie, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 27.7 onder b voor het vergroten van de voorgevelbreedte tot ten hoogste 12.00 m met dien verstande dat daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan het voor het dorpsgezicht karakteristieke aanzicht van de straatwand.
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie, ter verzekering van het vereiste in lid 27.7 onder c, nadere eisen stellen ten aanzien van de vorm en de onderlinge verhoudingen van gevel en gevelonderdelen.
De hellingshoeken van de dakvlakken van hoofdgebouwen ten opzichte van het horizontale vlak moeten, voor zover de constructie dit toelaat, ten minste 45° en mogen ten hoogste 60° bedragen. De hellingshoeken van aankappingen, die zich bevinden binnen de voor hoofdgebouwen bestemde bebouwingsgrenzen, moeten ten minste 15° bedragen.
Daken van hoofdgebouwen, die op de gevelwandtekening zijn ondergebracht in klasse I dienen, voor wat betreft de dakvorm en de nokrichting, in overeenstemming te zijn met de uit die tekening terzake blijkende of af te leiden aanwijzingen.
Daken van hoofdgebouwen, die op de gevelwandtekening zijn ondergebracht in klasse II dienen, voor wat betreft de nokrichting, in overeenstemming te zijn met de uit die tekening terzake blijkende of af te leiden aanwijzingen.
Het bevoegd gezag kan, gehoord de commissie, met een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van lid 28.1 t/m 28.3 voor andere dakvormen, andere hellingshoeken of een andere nokrichting, mits deze passen in de karakteristiek van het dorpsgezicht.
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie, nadere eisen stellen ten aanzien van de nokrichting van daken van hoofdgebouwen, die op de gevelwandtekening in categorie III zijn ondergebracht, in die zin, dat deze evenwijdig aan de weg mag lopen indien de gevelbreedte meer dan 5.00 m bedraagt en dat deze loodrecht op de weg mag staan indien de gevelbreedte minder dan 7.00 m bedraagt.
De verschijningsvorm van de uit- en aanbouwen en bijgebouwen moet passen in het voor het dorpsgezicht karakteristieke aanzicht van de achtergevels als geheel.
De aan- en uitbouwen en de bijgebouwen moeten worden afgedekt met een kap, waarvan de hellingshoek ten opzichte van het horizontale vlak mogen bedragen:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 29.2 voor het afdekken met een plat dak, indien het betreft gebouwen met een oppervlakte van niet meer dan 10 m².
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie ter verzekering van het behoud of de verbetering van het voor het dorpsgezicht karakteristieke aanzicht van achtergevels nadere eisen stellen omtrent plaats, afmetingen en verschijningsvorm.
Gebouwde erfafscheidingen, die gelegen zijn aan of zichtbaar zijn vanaf de openbare weg dienen te voldoen aan de navolgende vereisten:
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie:
Gebouwde kaden, die gelegen zijn op of grenzen aan gronden met de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied mogen uitsluitend worden uitgevoerd in baksteen en mogen niet hoger gebouwd dan het niveau van het wegdek.
Van de gronden met de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied van ooghoogte zichtbare gevels of gedeelten van gevels mogen niet anders dan in baksteen, natuursteen of pleisterwerk worden uitgevoerd, een en ander met inachtneming van hetgeen terzake uit bijlage 1 van de regels blijkt.
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie, nadere eisen stellen omtrent de kleuren van schilderwerk, teneinde gevels of geveldelen meer in overeenstemming te brengen of te houden met de karakteristiek van de desbetreffende straatwand of althans beter te doen passen in de karakteristiek van straatwanden als geheel, een en ander met dien verstande dat:
De daken der gebouwen mogen uitsluitend worden afgedekt met gegolfde, gebakken pannen, met leisteen of met materiaal dat werd toegepast in de historische periode van herkomst van het dak.
Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de commissie, voor wat betreft de toepassing van gegolfde gebakken pannen of leisteen nadere eisen stellen, zowel met betrekking tot de keuze van het materiaal als met betrekking tot de kleur, doch zulks uitsluitend ten einde het aanzicht der daken zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen of te houden met de karakteristiek van het dorpsgezicht.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet worden vergroot,
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende (bestemmings)plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Overtreding van het bepaalde in artikel 7 lid 1, artikel 20 lid 6 en artikel 25 lid 1 is een economisch delict in de zin van artikel 1a, sub 2° van de Wet op de economische delicten en als zodanig strafbaar op grond van deze wet.
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Historische kern Maasland'.