| Plan: | Verzamelplan kernen 2.0 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1783.KRNVERZAMELPLN2abp-VA01 |
In het kader van de actualisatie van bestemmingsplannen van de gemeente Westland is het merendeel van de bestemmingsplannen voor de kernen rond 2012 herzien. De bestemmingsplannen waren conserverend van aard en de planregels zijn voor de verschillende kernen geüniformeerd.
Op 16 februari 2021 is het Verzamelplan Kernen vastgesteld door de gemeenteraad. In dat bestemmingsplan zijn een aantal percelen gewijzigd. Het ging om percelen die niet in overeenstemming waren met de in het verleden vastgestelde bestemmingsplannen, verleende omgevingsvergunningen, de voorgaande bestemmingsplannen of de gemaakte afspraken.
Inmiddels is gebleken dat er nog een aantal percelen niet in overeenstemming is met de in het verleden vastgestelde bestemmingsplannen, verleende omgevingsvergunningen, de voorgaande bestemmingsplannen of de gemaakte afspraken. Hierom is een Verzamelplan Kernen 2.0 opgesteld om deze percelen te bestemmen conform de werkelijke situatie, verleende omgevingsvergunningen enz.
In het 'Verzamelplan Kernen 2.0' worden de volgende percelen meegenomen:
Ambtshalve wijzigingen
Dit gaat om percelen die bij de actualisatie niet goed zijn bestemd of waar de bestemmingsgrens niet goed ligt. Ook zijn enkele reeds gerealiseerde speeltuinen opgenomen.
Omgevingsvergunningen
In het verleden zijn er door de voormalige gemeenten of de gemeente Westland omgevingsvergunningen verleend die met dit verzamelplan worden geformaliseerd.
Verkoop gronden
Door de gemeente zijn gronden verkocht aan de eigenaren van de naastgelegen woningen. Deze gronden hebben in de vigerende bestemmingsplannen de bestemming 'Groen'. in dit 'Verzamelplan' krijgen deze gronden dezelfde bestemming als de gronden behorende bij de woningen.
Het bestemmingsplan betreft geen aaneengesloten gebied. Het plangebied beslaat verschillende percelen, welke gelegen zijn in de gemeente Westland. Het betreffen verschillende percelen, met een variërende oppervlakte. In het bestemmingsplan zijn de volgende percelen opgenomen:
| Adressen |
| Amaliaplein 1 t/m 11, Julianastraat 3A t/m 15E, Emmastraat 2 t/m 20 en Wilhelminastraat 2 t/m 20 te Wateringen |
| Anjerhof 1 t/m 47 te Naaldwijk |
| Bagijnhof 3 te 's-Gravenzande |
| Blauwe Wijngaardrank 2 t/m 38, Rozemarijn 1A t/m 1K, Harry Hoekstraat 4 t/m 16 te Wateringen |
| Bovendijk 117 te Wateringen |
| Choorstraat 27 t/m 39 C te Monster |
| Chrysant 29 te De Lier |
| Dijkweg 119 te Honselersdijk |
| Dr. Schaepmanstraat 4 t/m 66 te Wateringen |
| Dr. Ter Haarlaan nabij 30 te Poeldijk |
| Dr. Weitjenslaan 56 en 58 te Poeldijk |
| Dreesplein 1 t/m 5 te Naaldwijk |
| Emmastraat 1A t/m 1F, 1H en 1K te De Lier |
| Fazanterie 1 t/m 23 te Naaldwijk |
| Franklinstraat 2E en 2F te 's-Gravenzande |
| Frederik Hendrikstraat 35A t/m 37 Naaldwijk |
| Fresiastraat 18 te Naaldwijk |
| Galderie 4 t/m 18 te Naaldwijk |
| Galgeweg 25, 27 en Hoogwerf 5E en 5F te Naaldwijk |
| Haagweg 10 te Monster |
| Haagweg 61 te Monster |
| Ham, Laak, Kreek en Kwelder te Poeldijk |
| Heulweg 28 te Wateringen |
| Hoogenburgplaats 2 t/m16 en Veilingkade 2 t/m 42 te 's-Gravenzande |
| Jan Verrijt 2 t/m 24 te Monster |
| Johan van Oldenbarneveldtstraat 1A t/m 1KTte Honselersdijk |
| Kerklaan 81 t/m 95 en Noordweg 3 t/m 17 te Wateringen |
| Kerkstraat 123A t/m 125B en Beekforel 1 t/m 17 te Kwintsheul |
| Kievit 27 t/m 67 te Kwintsheul |
| Koningstraat 15 te Naaldwijk |
| Korte Kruisweg 10 en 12 te Maasdijk |
| Korte Kruisweg 48, 48A en 48B te Maasdijk |
| Korte Kruisweg 101 te Maasdijk |
| Kruispunt Van Pruisenstraat en Van Nassaustraat |
| Kruisweg 1 te Naaldwijk |
| Lange Kruisweg 44E te Maasdijk |
| Leeuwerik 3A t/m 7C te Kwintsheul |
| Lierweg 109 te De Lier |
| Middel Broekweg 53 te Honselersdijk |
| Molenlaan 61A te Honselersdijk |
| Molenweer 8 te Wateringen |
| Mr. Schokkingstraat 19 te 's-Gravenzande |
| Mumsenstraat 7 te 's-Gravenzande |
| Nieuwe Tuinen 33 en 35 te De Lier |
| Nijverheidstraat 6 te Naaldwijk |
| Opstalweg 2 te Naaldwijk |
| Oude Hoge Dijk, De Druiventrap en De Laan van Westlands Roem te Wateringen |
| Oranjewerf 90 t/m 112 te Maasdijk |
| Patijnenburg 2A te Naaldwijk |
| Pieter Heusstraat 20 te 's-Gravenzande |
| Pompe van Meerdervoortstraat 14B te 's-Gravenzande |
| Poelkade tussen en achter Poelkade 24 en 26 te 's-Gravenzande |
| Poeldijksepad 3 Honserlersdijk |
| Sand-Ambachstraat 68 te 's-Gravenzande |
| Sand-Ambachtstraat 146 A t/m P te 's-Gravenzande |
| Schaepmanstraat 38A te Naaldwijk |
| Sint Jozefstraat en Van Bergehenegouwenlaan te Poeldijk |
| Sterrenzand 1 t/m 31 te Naaldwijk |
| 's-Gravenzandseweg 105A te Naaldwijk |
| 't Hof 1 t/m 13 te 's-Gravenzande |
| Trompet 31,33 en 35 te De Lier |
| Tweetandschelp 31 t/m 133 en Hertschelp 45 t/m 77 te Monster |
| Uilehorst nabij 46 te Honselersdijk |
| Uilenlaan 6 en 8 te Wateringen |
| Vaartplein 16 te 's-Gravenzande |
| Van Nassaustraat naast 15 te Wateringen |
| Van Rijnstraat nabij 26 te De Lier |
| Verburchlaan 23 te Naaldwijk |
| Vlietlaan 20 te Wateringen |
| Voorstraat 143 en 145 te Poeldijk |
| Wenpad 9 te Poeldijk |
| Zeestraat 8 en 8A te Monster |
In het plangebied zijn momenteel onderstaande bestemmingsplannen van kracht, welke met dit plan (gedeeltelijk) worden herzien. Hieronder is aangegeven welke percelen het betreft en welke (delen van) bestemmingsplannen worden overschreven:
| Adres | Bestemmingsplan |
| Amaliaplein 1 t/m 11, Julianastraat 3A t/m 15E, Emmastraat 2 t/m 20 en Wilhelminastraat 2 t/m 20 te Wateringen | Kern Wateringen |
| Anjerhof 1 t/m 47 te Naaldwijk | Woonkern Naaldwijk |
| Bagijnhof 3 te 's-Gravenzande | Woonkern 's-Gravenzande |
| Blauwe Wijngaardrank 2 t/m 38, Rozemarijn 1A t/m 1K, Harry Hoekstraat 4 t/m 16 te Wateringen | Rozemarijn 1, Wateringen |
| Bovendijk 117 te Wateringen | Kern Wateringen |
| Choorstraat 27 t/m 39 C te Monster | Kern Monster |
| Chrysant 29 te De Lier | Kern De Lier |
| Dr. ter Haarlaan 30 te Poeldijk | De Kreken fase 1 |
| Dr. Schaepmanstraat 4 t/m 66 te Wateringen | Kern Wateringen |
| Dr. Weitjenslaan 56 en 58 te Poeldijk |
Omgevingsplan Dorpscentrum Poeldijk |
| Dijkweg 119 te Honselersdijk | Bedrijventerrein Honselersdijk / Glastuinbouwgebied Westland |
| Dreesplein 1 t/m 5 te Naaldwijk | Woonkern Naaldwijk |
| Emmastraat 1A t/m 1F, 1H en 1K te De Lier | Kern De Lier |
| Fazanterie 1 t/m 23 te Naaldwijk | Floriendaal |
| Franklinstraat 2E en 2F te 's-Gravenzande | Teylingen s-Gravenzande |
| Frederik Hendrikstraat 35A t/m 37 Naaldwijk | Woonkern Naaldwijk |
| Fresiastraat 18 te Naaldwijk | Woonkern Naaldwijk |
| Galgeweg 25, 27 en Hoogwerf 5E en 5F te Naaldwijk | Hoogeland |
| Galderie 4 t/m 18 te Naaldwijk | De Woerd / Floriëndaal |
| Haagweg 10 te Monster | Buitengebied Monster |
| Haagweg 61 te Monster | Westmade |
| Ham, Laak, Kreek en Kwelder te Poeldijk | De Kreken fase 3 |
| Heulweg 28 te Wateringen | Kern Wateringen |
| Hoogenburgplaats 2 t/m16 en Veilingkade 2 t/m 42 te 's-Gravenzande | Centrum 's-Gravenzande |
| Jan Verrijt 2 t/m 24 te Monster | Reparatiebesluit Herenstraat 48 t/m 48c, Rijnweg 168 en Molenweg 2 te Monster |
| Johan van Oldenbarneveldtstraat 1A t/m 1T te Honselersdijk | Kern Honselersdijk |
| Kerklaan 81 t/m 95 en Noordweg 3 t/m 17 te Wateringen | Kern Wateringen |
| Kerkstraat 123A t/m 125B en Beekforel 1 t/m 17 te Kwintsheul | Kern Kwintsheul |
| Kievit 27 t/m 67 te Kwintsheul | Kern Kwintsheul |
| Koningstraat 15 te Naaldwijk | Centrum Naaldwijk |
| Korte Kruisweg 10 en 12 te Maasdijk | Kern Maasdijk |
| Korte Kruisweg 48, 48A en 48B te Maasdijk | Kern Maasdijk |
| Korte Kruisweg 101 te Maasdijk | Kern Maasdijk |
| Kruispunt Van Pruisenstraat en Van Nassaustraat | Kern Wateringen |
| Kruisweg 1 te Naaldwijk | Woonkern Naaldwijk |
| Lange Kruisweg 44E te Maasdijk | Kern Maasdijk |
| Leeuwerik 3A t/m 7C te Kwintsheul | Kern Kwintsheul |
| Lierweg 109 te De Lier | Kern De Lier |
| Middel Broekweg 53 te Honselersdijk | Kern Honselersdijk |
| Molenlaan 61A te Honselersdijk | Kern Honselersdijk |
| Molenweer 8 te Wateringen | Bedrijventerrein Wateringen |
| Mr. Schokkingstraat 19 te 's-Gravenzande | Woonkern s-Gravenzande |
| Mumsenstraat 7 te 's-Gravenzande | Woonkern s-Gravenzande |
| Nieuwe Tuinen 33 en 35 te De Lier | Bedrijventerrein De Lier |
| Nijverheidstraat 6 te Naaldwijk | Bedrijventerrein De Hoge Woerd |
| Opstalweg 2 te Naaldwijk | Woonkern Naaldwijk |
| Oranjewerf 90 t/m 112 te Maasdijk | Kern Maasdijk |
| Oude Hoge Dijk, De Druiventrap en De Laan van Westlands Roem te Wateringen | De Gouw fasen 2 en 3A |
| Pompe van Meerdervoortstraat 14B te's-Gravenzande | Centrum 's-Gravenzande |
| Patijnenburg 2A te Naaldwijk | Centrum Naaldwijk |
| Pieter Heusstraat 20 te 's-Gravenzande | Centrum 's-Gravenzande |
| Poelkade tussen en achter Poelkade 24 en 26 te 's-Gravenzande | Waelpolder |
| Poeldijksepad 3 Honselersdijk | Kern Honselersdijk |
| Sand-Ambachstraat 68 te 's-Gravenzande | Centrum 's-Gravenzande |
| Sand-Ambachtstraat 146 A t/m P te 's-Gravenzande | Centrum 's-Gravenzande |
| Schaepmanstraat 38A te Naaldwijk | Woonkern Naaldwijk |
| 's-Gravenzandseweg 105A te Naaldwijk | Woonkern Naaldwijk |
| Sterrenzand 1 t/m 31 te Naaldwijk | Zandheuvel (fase 4 Woerdblok) te Naaldwijk |
| 't Hof 1 t/m 13 te 's-Gravenzande | Woonkern s-Gravenzande |
| Trompet 31,33 en 35 te De Lier | Kern de Lier |
| Tweetandschelp 31 t/m 133 en Hertschelp 45 t/m 77 te Monster | Duingeest |
| Uilehorst nabij 46 te Honselersdijk | Kern Honselersdijk |
| Uilenlaan 6 en 8 te Wateringen | Kern Wateringen |
| Vaartplein 16 te 's-Gravenzande | Centrum 's-Gravenzande |
| Verburchlaan 23 te Naaldwijk | Woonkern Naaldwijk |
| Vlietlaan 20 te Wateringen | Kern Wateringen |
| Voorstraat 143 en 145 te Poeldijk | Omgevingsplan Dorpscentrum Poeldijk |
| Wenpad 9 te Poeldijk | ABC Westland |
| Zeestraat 8 en 8A te Monster | Kern Monster |
| Kruispunt Van Pruisenstraat en Van Nassaustraat | Kern Wateringen |
| Sint Jozefstraat en Van Bergehenegouwenlaan te Poeldijk | Poeldijk Centrum Het Dorp |
| Van Nassaustraat naast 15 te Wateringen | Kern Wateringen |
| Van Rijnstraat nabij 26 te De Lier | Kern de Lier |
Naast bovenstaande bestemmingsplannen worden ook de volgende paraplubestemmingsplannen overschreven:
Het bestemmingsplan "Verzamelplan kernen 2.0" bestaat uit een toelichting, planregels en een planverbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 komt de gebiedsvisie aan de orde. Hierin wordt de ruimtelijke en functionele hoofdstructuur van het plangebied beschreven met aandacht voor cultuurhistorisch waardevolle elementen, overige ruimtelijke kwaliteiten, aanwezige knelpunten en te verwachte ontwikkelingen. Dit tezamen leidt tot een beschrijving van de gemeentelijke visie op het gewenste behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. In Hoofdstuk 3 wordt onderzoek op het gebied van milieu, ecologie, archeologie en cultuurhistorie en water behandeld. In Hoofdstuk 4 wordt dieper ingegaan op de planvorm en de achtergrond bij de regels die zijn opgenomen voor de verschillende bestemmingen. Tot slot wordt in Hoofdstuk 5 ingegaan op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
De beleidscontext voor de visie op het plangebied wordt gevormd door gemeentelijke, regionale, provinciale en landelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk is het relevante beleid samengevat. Het hier samengevatte beleidskader is niet uitputtend. In de toelichting wordt op een aantal plaatsen verwezen naar specifiek beleid of beleidsnotities die niet in deze paragraaf worden behandeld. Tot slot wordt in dit hoofdstuk een beschrijving gegeven van de visie op het plangebied. Deze visie is gericht op het behoud en beheer van de ruimtelijke kwaliteit.
Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland
Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities.
De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen).
De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn. Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen.
De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen. Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten.
Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft.
Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt.
Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen.
De toekomstkaart van Westland:
Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland
Op 10 december 2019 is de Mobiliteitsvisie Duurzaam Bereikbaar Westland vastgesteld door de gemeenteraad. Het gemeentelijk mobiliteitsbeleid was tot de vaststelling van deze Mobiliteitsvisie gebaseerd op het Westlands Verkeer- en Vervoerplan 2005-2015 (WVVP) en de Structuurvisie Westland 2025. Veel van de in het WVVP opgenomen doelstellingen en uitvoeringsprogramma's zijn gerealiseerd, dan wel waren aan herziening toe. Na vaststelling van de Mobiliteitsvisie is het WVVP komen te vervallen.
Er komt steeds meer verkeer in Westland. Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst nog vlot tussen dorpen en van dorp naar steden kunnen reizen, maken we plannen en nemen we maatregelen. De volgende mobiliteitsdoelen zijn opgenomen in de Mobiliteitsvisie 2040:
Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018
In de vergadering van burgemeester en wethouders van 16 januari 2018 is de 'Beleidsregel Parkeernormering gemeente Westland 2018' vastgesteld. Hiermee vervalt de verwijzing naar het WVVP. In het beleid is de parkeernormering van de gemeente Westland geactualiseerd en in overeenstemming gebracht met de meest recente kerncijfers van het CROW (landelijke richtlijnen).
Beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland
In de beleidsnotitie conventionele explosieven in het Westland wordt beschreven hoe om moet worden gegaan met diepte werkzaamheden op locaties die mogelijk conventionele explosieven bevatten. De basis voor het gemeentelijk beleid voor het opsporen van explosieven is de explosieven risicokaart. Deze kaart geeft een eerste indicatie van het mogelijke gevaar van diepte werkzaamheden op bepaalde locaties in het Westland. In het projectgebied zijn geen mogelijke vindplaatsen van conventionele explosieven aanwezig.
Handhaven op maat
Op 17 november 2015 hebben burgemeester en wethouders van Westland de beleidsnota 'Handhavingsbeleid, integrale handhaving Wabo taken' vastgesteld. Hierin zijn de doelen en richting voor milieuhandhaving en bouw- en woningtoezicht beschreven. De naleving van wet- en regelgeving is daarbij een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, burgers en bedrijven. De wet- en regelgeving zijn bedoeld om kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid binnen de leefomgeving te beschermen en bevorderen en dat is in ieders belang. Dit draagt bij aan een prettige woon-, werk- en leefomgeving voor de burgers en ondernemers van de Gemeente Westland. De handhaving van de regelgeving vervat in dit plan is een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Het gaat daarmee vooral om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken. Een aantal vormen van gebruik wordt specifiek aangeduid als strijdig met de bestemming, zodat handhavend optreden hiertegen eenduidig mogelijk te maken. Uiteraard betreft het hier een niet-limitatieve opsomming. Handhaving van dit plan is van belang om de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid er van in stand te houden. Daarnaast heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de aanwezigheid van bouwwerken en op gebruiksactiviteiten. Binnen de gemeente heeft het team bouw- en woningtoezicht van de afdeling Ruimte, Omgeving en Veiligheid hierin een centrale taakstelling. Bij gebleken strijdigheid met het plan wordt, afhankelijk van de prioriteitsstelling, een handhavingstraject ingezet.
Woonvisie 2020-2030
De Woonvisie 2020-2030 is een actualisatie van de Woonvisie Westland 2030 die is opgesteld in 2016 en vastgesteld door de raad in 2020. Met de actualisatie krijgt de gemeente de gelegenheid om integraal de afweging te maken voor welke doelgroep er gebouwd moet worden in Westland op basis van actuele gegevens. De visie vormt de basis voor nieuwe woningmarktafspraken met de regio Haaglanden, afspraken voor de huisvesting van arbeidsmigranten, zorginstellingen en de prestatieafspraken met de woningcorporaties.
Conclusies Woonvisie
De conclusies die uit de "Woonvisie 2020-2030" getrokken kunnen worden zijn:
Voor nieuwe bouwplannen geldt in beginsel de volgende verdeling in prijssegmenten: 45% dure/extra dure koop, 20% middeldure koop/huur, 5% goedkope koop, 30% sociale huur. Daarbij geldt een ambitie voor zorg- en ouderenwoningen en de huisvesting van arbeidsmigranten.
Beleid en beleidsregels voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk in Westland
In deze Nota wordt aangegeven dat het wenselijk is een goede ruimtelijke spreiding van de verkooppunten van consumentenvuurwerk te bewerkstelligen. Doel bij een ruimtelijke benadering is het bereiken van een gelijkmatige spreiding van (kleine) bedrijven voor verkoop en opslag van consumentenvuurwerk over Westland, om op deze wijze straathandel en vuurwerktoerisme zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij moet er binnen elk verzorgingsgebied sprake zijn van voldoende (vuurwerk)aanbod om de lokale markt te voorzien en zodoende illegale handel in principe overbodig te maken en te voorkomen.
Het uitgangspunt voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk van de gemeente Westland is:
Ruimte bieden aan ondernemers voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk met inachtneming van veiligheid en milieuregelgeving onder voorwaarde van een goede ruimtelijke spreiding.
Met daarbij de volgende randvoorwaarden:
In de planregels van het voorliggende bestemmingsplan is opgenomen dat opslag en verkoop van consumentenvuurwerk niet is toegestaan.
Bedrijventerreinenvisie Westland
De Bedrijvenvisie Westland vormt - via het gemeentelijke Actieprogramma Economische Zaken - een uitwerking van de Visie Greenport Westland en is gericht op:
Nota publieksfuncties op bedrijventerreinen
Als nadere uitwerking van de Bedrijventerreinenvisie Westland hebben burgemeester en wethouders de Nota publieksfuncties op bedrijventerreinen vastgesteld om maatwerk te kunnen bieden voor publieksfuncties op lokale bedrijventerreinen. In deze nota is aangegeven wat wel en niet is toegestaan op lokale bedrijventerreinen. Wonen, detailhandel, horeca, leisure en care-functies zijn uitgesloten in bestemmingsplannen die betrekking hebben op bedrijventerreinen. Bij leisure kan worden gedacht aan fitness, kookstudio's en hobbyfuncties. Care-functies zijn onder andere kinderopvang, ouderenzorg, gehandicaptenopvang en huisartsen- en fysiotherapie-collectieven. In hoofdzaak zijn op bedrijventerreinen bedrijfsmatige en industriële functies toegestaan. Genoemd worden het vervaardigen, bewerken, installeren en inzamelen van goederen. Ook verhandelen van goederen wordt genoemd, waarbij detailhandel (verkoop aan een eindconsument) is uitgesloten. In de loop der tijd zijn daarop uitzonderingen gemaakt voor specifieke vormen van detailhandel, zoals verkoop van brand- en explosiegevaarlijke stoffen.
De verkoop van de zogenoemde ABC-goederen (Auto's, Boten en Caravans) is alleen toegestaan met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Ook bouwmarkten zijn met een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid mogelijk, conform de provinciale regelgeving. Tegelijkertijd is vestiging van woonwinkels aan strenge regionale regels van Haaglanden gebonden. Een andere functie die in beperkte mate is toegestaan zijn zelfstandige kantoren.
Onzelfstandige kantoren, die ten dienste staan van een bedrijf blijven mogelijk. Elk bedrijf kan ruimte nodig hebben voor een administratie- en verkoopafdeling, waarbij de oppervlakte maximaal 3.000 m² bedraagt. Zelfstandige kantoren kunnen in bestemmingsplannen door middel van een afwijkingsprocedure mogelijk worden gemaakt tot 500 m² per gebouw. Hierbij kan worden gedacht aan accountants en architecten. De kantoren mogen echter geen baliefunctie hebben (zoals makelaars en uitzend- of reisbureaus) en moeten ingepast (kunnen) worden op het bedrijventerrein. Inpassing is mogelijk bij de entree, of op de eerste verdieping van bestaande panden. Daarnaast moet voldaan worden aan de parkeernorm, die voor kantoren hoger is dan voor bedrijven.
Binnen het plangebied bevinden zich diverse functies die in strijd zijn met deze nota. Voor deze gevallen zal zoveel mogelijk worden aangesloten bij vigerende regelgeving.
Detailhandelsstructuurvisie gemeente Westland 'Kleine Kernen Kordaat'
In de Detailhandelsstructuurvisie “Kleine kernen kordaat” 2008 is het beleid vervat dat elke Westlandse kern, in ieder geval voor wat betreft het dagelijks winkelaanbod, over voldoende detailhandelsvoorzieningen dient te beschikken. De omvang van die voorzieningen is gerelateerd aan de omvang van de betreffende kern. Voorts is het beleid erop gericht om zoveel mogelijk detailhandelsomzet voor het Westland te behouden. Het weglekken van deze omzet naar omliggende gemeenten, dient, zoveel als reëel mogelijk is, te worden voorkomen.
In onze detailhandelsstructuurvisie worden de volgende twee hoofdlijnen benoemd:
Kantorenvisie
De Westlandse dienstensector ontwikkelt zich de afgelopen jaren sterk, mede als gevolg van de toename van bedrijventerreinen en door de schaalvergroting in de glastuinbouw. Dienstverleners verbeteren het productieproces en verhogen de efficiëntie van ondernemers. In de glastuinbouw is dit goed zichtbaar. Met minder werknemers wordt meer geproduceerd omdat de bedrijfsprocessen steeds beter georganiseerd worden. Een tweede grote vraag naar kantoorruimte komt van bestaande Westlandse kantoorgebruikers die, vaak als gevolg van fusies, nieuwe kantoorpanden bouwen. Wat betreft de vraag naar nieuwe kantoorruimte, richt de visie zich op kantoorlocaties.
Kansrijke locaties voor concentratie van kantoren zijn:
Daarbij heeft volgtijdelijke ontwikkeling de voorkeur, waarbij de locatie Tiendweg prioriteit verdient.
Metropoolregio Den Haag-Rotterdam
In de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken 23 gemeenten samen aan het verbeteren van de bereikbaarheid en het vernieuwen van de economie. Daarmee versterken ze onder meer de (internationale) concurrentiepositie van de regio. Met elkaar vormen deze 23 gemeenten het bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH).
Voor het overleg tussen de 23 gemeenten en het nemen van besluiten kent de MRDH de volgende besturen en commissies: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de bestuurscommissie Vervoersautoriteit (Va), de bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat (EV) en de voorzitter. Met 23 gemeenten, 2,3 miljoen mensen, 1,2 miljoen banen met werk voor 13,5% van de Nederlanders en een bijdrage van 15% aan het BNP is de metropoolregio een regio die er toe doet. Voor een grootstedelijke regio waar het goed wonen, werken en recreëren is, heeft de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) zichzelf twee belangrijke ambities gesteld: het vernieuwen van economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Het Rijk gaf de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de status van vervoerregio. En daarmee ook wettelijke taken rond verkeer en vervoer. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode (elke vier jaar) stelt het bestuur een regionale strategische agenda vast, van waaruit de regionale vraagstukken worden opgepakt. De huidige strategische agenda loopt tot en met 2022.
Regionale Kantorenstrategie Haaglanden
De Regionale Kantorenstrategie Haaglanden gaat in op de segmentering en programmering van kantorenlocaties in Haaglanden. Deze kantorenstrategie vormt de basis voor het regionale beleid ten aanzien van de (her)ontwikkeling van kantorenlocaties tot aan 2020 en geeft mede invulling aan het RSP. Het RSP komt tot de conclusie dat het geplande aanbod van kantoren, de behoefte tot 2010 overstijgt. Ten aanzien van geplande ontwikkelingen na 2005 wordt gesteld dat de realisatie hiervan moet worden afgewogen ten opzichte van bewegingen in de bestaande voorraad kantoren.
Er is voldoende aanbod van gemengde bedrijvenzones waardoor blijvend ruimte kan worden geboden aan een diversiteit van bedrijven. Tevens zijn er voldoende mogelijkheden voor vermenging van verschillende werkfuncties.
Het omgevingsbeleid Zuid-Holland is op 1 april 2019 in werking getreden. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en een Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid.
Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving.
Introductie op het omgevingsbeleid: de ruimtelijke hoofdstructuur
Zuid-Holland wil slim en schoon zijn. Klimaatverandering heeft in het laaggelegen deltagebied grote ruimtelijke, economische en sociale gevolgen. Als open economie is Zuid-Holland gevoelig voor gevolgen van globalisering. De segregatie neemt toe. De energie-intensieve economie heeft, zoals ook benoemd in het klimaatakkoord van Parijs, alleen toekomst als wordt overgegaan tot verduurzaming. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta, naar een nieuwe economie (the next level), naar een levendige meerkernige metropool, energievernieuwing, best bereikbare provincie en gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Belangrijk om de ambities waar te kunnen maken zijn innovatieve oplossingen voor waterberging en het voorkomen van hittestress, de overstap van een fossiele naar een circulaire economie, het uitbreiden van warmtenetten, een forse woningopgave en de verduurzaming van woningen, vitale kernen, het aanpakken van verkeersknelpunten, het versterken van openbaar vervoer en gebruik van de fiets en de kwaliteit van de leefomgeving versterken door natuur, water, recreatie, cultureel erfgoed en economie in samenhang te bezien.
De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie.
figuur 3: de provinciale ruimtelijke hoofdstructuur (uitsnede Westland)
Gemeente Westland laat zich kenmerken door de glastuinbouw (Greenport Westland) omringd door kust, natuur en stedelijk groen met daarbinnen woonkernen en logistieke overslagpunten. Naaldwijk is als regiokern aangewezen. Wateringen behoort tot de stedelijke agglomeratie. Nabij de vestiging van Flora Holland is een kenniscentrum aangegeven.
Wat betreft mobiliteit is een (boven) regionale HOV-net busroute voorzien van Den Haag, via Naaldwijk naar Maassluis, alwaar op het HOV-net kan worden aangesloten richting Rotterdam. De greenport wordt benoemd als volwassen cluster dat tot de wereldtop behoort. Deze positie moet behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. Er wordt gestreefd naar synergie van mainport Rotterdam en de greenports. De groene ruimte heeft intrinsieke waarde en het kustlandschap vormt mede de grondslag voor de identiteit van de bebouwde en groene ruimte. De provincie zet in op de groenblauwe structuur om groene kwaliteiten binnen en buiten stedelijk gebied te versterken en de samenhang tussen parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten.
Omgevingsverordening
Regels aangaande bestemmingsplannen bv. met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, de ladder voor duurzame verstedelijking en voor ruimtelijke ontwikkelingen als stedelijke ontwikkelingen, kantoren, bedrijven, detailhandel, glastuinbouwgebied, infrastructuur, veiligheid, natuur en cultureel erfgoed zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. De regels zijn van overeenkomstige toepassing op ruimtelijke initiatieven waarvoor een zogenaamde 'grote buitenplanse afwijking' wordt doorlopen. Op grond van de regels die zijn gesteld voor natuur, is voor Westland het volgende gebied aangewezen als ecologische verbindingen binnen het Natuurnetwerk Nederland:
figuur 4: uitsnede provinciale kaart Natuurnetwerk Nederland
Programma Ruimte
Een intensiever gebruik van steden en dorpen vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer. Andersom kan de capaciteit op het infrastructuurnetwerk helpen om keuzes te maken waar en wanneer er verdicht en geconcentreerd kan worden. De provincie streeft er naar de agglomeratiekracht te vergroten. Stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Op de kaart 'woningbouwlocaties, bedrijventerreinen en andere stedelijke ontwikkelingen' (ook wel genoemd: '3ha kaart') zijn nog te ontwikkelen locaties voor deze doeleinden groter dan 3 ha buiten BSD opgenomen. Als een locatie hier is opgenomen, betekent dit dat de provincie op hoofdlijnen geen bezwaar heeft tegen de betreffende ontwikkeling.
figuur 5: de '3ha kaart'
Op de kaart zijn, indicatief, woningbouwlocaties weergegeven die gelegen zijn buiten het bestaand stads- en dorpsgebied en meer dan 3 hectare groot zijn. Op de kaart staat zowel harde als zachte capaciteit buiten BSD. Met deze toevoeging wordt invulling gegeven aan bestuurlijke continuïteit.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte & AMvB ruimtelijke ordening
Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Daar streeft het Rijk naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is daarvoor nodig. De verschillende beleidsnota's op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaatverandering en toenemende regionale verschillen onder andere omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
Doelen
In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028):
Het Westland is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen als Greenport.
Figuur - Uitsnede kaart nationale ruimtelijke hoofdstructuur
Nationale belangen
De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in de AMvB ruimtelijke ordening. De AMvB omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij de AMvB kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het projectgebied zijn geen nationale belangen in het geding.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Met de komst van de Omgevingswet die vanaf 2022 in werking zal treden, is het van belang dat de ruimtelijke opgave in lijn is met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De eerste NOVI is vastgesteld in 2021. De NOVI bestaat uit één Rijksvisie op de leefomgeving. Het uitgangspunt van dit beleidsdocument is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in een samenhangend geheel. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Om dit te realiseren is collectieve verantwoordelijkheid van alle overheden van belang.
Het Rijk benoemt in de NOVI 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid en vermeldt hierbij de opgaven en de rol van het Rijk bij het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven worden samengebracht in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn:
Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.
Een gezonde leefomgeving die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid is volgens het Rijk van belang. De omgeving dient uitnodigend te zijn voor gezond gedrag en dient een plek te zijn waar inwoners zich prettig voelen.
De omvang van de vraag is afhankelijk van de het tempo van economische groei, maar ook van de specifieke bedrijfstaksamenstelling per regio, omdat de ramingen voor verschillende bedrijfstakken uiteenlopen. Het Rijk stelt dat een zorgvuldige raming van ruimtebehoefte- en aanbod van groot belang is. Om voldoende ruimte voor economische activiteit te faciliteren en deze optimaal te benutten, stellen overheden regionale programma's en transitieagenda's op.
Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk. Deze locaties moeten goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven én de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken.
Het perceel Anjerhof 1 t/m 47 te Naaldwijk, kadastraal bekend als NWK01, sectie D, nummers 9076, 10678, 10681 en 10677 heeft in het bestemmingsplan 'Woonkern Naaldwijk' de bestemming 'Maatschappelijk'.
Op 3 juni 1996 is een vergunning verleend voor het realiseren van een woongebouw op deze locatie. De bestemming 'Maatschappelijk' komt dan ook niet overeen met het gebruik van de gronden.
Tekening vergunning 3 juni 1996.
Met voorliggend verzamelplan worden de gronden overeenkomstig met de bestaande situatie bestemd als 'Wonen', 'Tuin' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'.
Bij uitvoering van de nieuwbouwwoningen aan de Blauwe Wijngaardrank en Rozemarijn in Wateringen komen de kadastrale eigendomsgrenzen niet overeen met de bestemmingen in het bestemmingsplan 'Rozemarijn 1, Wateringen'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met voorliggend bestemmingsplan worden de bestemmingsgrenzen aangepast zodat deze overeenkomen met de kadastrale grenzen.
Het perceel, kadastraal bekend als MSR00, sectie G, nummers 8825, 8826 en 8827 heeft in het bestemmingsplan 'Kern Monster' de bestemming 'Wonen'.
Locatie Choorstraat 27 t/m 29 C te Monster met de bestemming 'Wonen'.
In 2005 is een vergunning verleend voor de bouw van het huidige pand. Op de planverbeelding is de bestemmingsgrens en de bouwhoogte niet goed ingetekend. Met voorliggend verzamelplan wordt dit hersteld.
De gronden van Chrysant 29 te De Lier bestaan uit 2 kadastrale percelen bekend sectie A, nummers 4013 en 7544 met een oppervlakte van 311m² en 57m².
Uitsnede Gis
Het kadastrale perceel sectie A, nummer 7544 met een oppervlakte van 57m² heeft momenteel nog de bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met dit bestemmingsplan wordt de bestemming van 'Verkeers-Verblijfsgebied' omgezet in de bestemming 'Tuin' en 'Wonen' conform de rest van het perceel.
In 1994 is er door de voormalige gemeente Naaldwijk vergunning verleend voor de bouw van een appartementencomplex, bestaande uit 68 woningen, 8 wooneenheden en 5 voorzieningen op de begane grond. Deze 5 voorzieningen is niet nader ingevuld.
In het bestemmingsplan 'Woonkern Naaldwijk' hebben de gronden de bestemming 'Wonen' en 'Waarde - Archeologie - 4'
Uitsnede ruimtelijke plannen
In de huidige situatie zitten er al jaren winkels in de plint van een deel van het gebouw. Dit wordt met een functieaanduiding dienstverlening en detailhandel aangegeven.
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'De Kreken - fase 1' en hebben de bestemming 'Groen'. Op deze gronden is een speeltuin aangelegd.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
De gronden krijgen met dit bestemmingsplan de bestemming 'Groen' met de aanduiding 'speeltuin'.
De woningen Dr. Weitjenslaan 56 en 58 te Poeldijk kadastraal bekend sectie K, nummer(s) 5567, 5568, 5569, 5571, 6780, en 6781 zijn gelegen in het bestemmingsplan 'Omgevingsplan Dorpscentrum Poeldijk' en hebben de functie 'Maatschappelijk'.
Omgevingsplan Dorpscentrum Poeldiijk
De gronden zijn echter in gebruik als wonen en tuin. Dit blijkt ook uit het vorige bestemmingsplan Kern Poeldijk waar de beide woningen bestemd waren als Wonen en Tuin.
Uitsnede GIs Kern Poeldijk
Met dit bestemmingsplan krijgen de beide woningen en omliggende gronden de bestemming 'Wonen' en 'Tuin'.
Het perceel Franklinstraat 1E en 2F te 's-Gravenzande is in gebruik als bedrijfsruimte met een bedrijfswoning op de verdieping. In het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Teylingen" is de bedrijfwoning niet opgenomen op de planverbeelding.
Met voorliggend bestemmingsplan krijgen de gronden dan ook de functieaanduiding 'bedrijfswoning'.
De kadastrale grenzen van de manege aan de Galgeweg en de bedrijfslocatie aan de Hoogwerf 5E en 5F in Naaldwijk komen niet overeen met de bestemmingen in het bestemmingsplan "Hoogeland".
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met voorliggend bestemmingsplan worden de bestemmingsgrenzen aangepast zodat deze overeenkomen met de kadastrale grenzen.
Door de eigenaar van de woning Haagweg 61 te Monster zijn er gronden aangekocht van OBWZ (kadastraal bekend sectie I, nummer 3154). Deze gronden hebben volgens het vigerende bestemmingsplan 'Westmade' de bestemming 'Uit te werken woondoeleinden - UW'. Naast de aankoop van de gronden is er eveneens een aanpassing geweest van het hoofdgebouw, waardoor het bouwvlak niet meer in overeenstemming is met het originele bouwvlak. Met deze wijziging wordt dat hersteld.
Uitsnede Gis
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'De Kreken - fase 3' en hebben de bestemming 'Groen' en 'Woondoeleinden'. Op deze gronden zijn speeltuinen aangelegd.
Uitsnede ruimtelijkeplannen.
De gronden krijgen met dit bestemmingsplan de bestemming 'Groen' met de aanduiding 'speeltuin'.
De woningen Korte Kruisweg 10 en 12 te Maasdijk kadastraal bekend sectie F, nummers 2925 en 2926 met omliggende gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan Kern Maasdijk. De gronden hebben de bestemming 'Maatschappelijk'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
9.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Bouw Oranjewerf 90 t/m 112
Het kerkbestuur van de Hervormde Gemeente te Maasdijk heeft het verenigingsgebouw “De Vluchtheuvel”, dat aan het kerkgebouw was gebouwd gesloopt. Het verenigingsgebouw verkeerde in slechte toestand, voldeed niet meer aan de eisen van de brandweer en was in functioneel opzicht niet meer aangepast aan de eisen van deze tijd. Om toch over een bijeenkomstruimte te kunnen beschikken is inmiddels een kleinschaliger verenigingsgebouw aan de achterzijde van de kerk teruggebouwd. Om de sloop en nieuwbouw te kunnen bekostigen is er in 2010 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het oprichten van twaalf appartementen en het slopen van de opstal van de Hervormde Kerk "De Vluchtheuvel". In 2012/2013 is het appartementencomplex Oranjewerf 90 t/m 112 gebouwd. Door de bouw van dit appartementencomplex is er geen bezwaar om de woningen Korte Kruisweg 10 en 12 te verburgerlijken.
Uitsnede GIS
Er is geconstateerd dat de bestemming van het kruispunt Van Pruisenstraat op Van Nassaustraat niet overeenkomt met de feitelijke situatie. De gronden liggen binnen het bestemmingsplan "Kern Wateringen". De weg loopt deels door de bestemming 'Groen'. Een strook langs het water heeft per abuis geen bestemming toegekend gekregen.
Uitsnede GIS
Met voorliggend verzamelplan zijn de bestemmingen van de gronden aangepast naar de feitelijke situatie.
De gronden kadastraal bekend sectie C, nummer(s) 2254 en 2736 zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan Kern De Lier en hebben de bestemming 'Bedrijventerrein' met de functie aanduidingen 'bedrijf t/m categorie 3.1', 'specifieke vorm van detailhandel - 1' en 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg'. Daarnaast ligt de dubbelebestemming 'Waarde - Archeologie - 4' op de gronden.
Locatie Lierweg 109 te De Lier
Binnen deze bestemming is een bedrijfswoning niet toegestaan. 17 september 2002 is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De lier een bouwvergunning verleend voor de bouw van een garage, showroom en een bedrijfswoning op het perceel Lierweg 107 te De Lier (D2020-06447).
Met voorliggend bestemmingsplan wordt de bedrijfswoning opgenomen.
De woning Molenweer 8 is gebouwd als bedrijfswoning met bijbehorende werkplaats (vergund op 3 september 1985). Er is geen omgevingsvergunning gevonden waaruit blijkt dat andersoortig gebruik van de bedrijfswoning Molenweer 8 is toegestaan. Bij brief van 2 december 2003 heeft de voormalige gemeente Wateringen aangegeven dat de woning als burgerwoning in gebruik (in 1997 zijn bedrijfshal en bedrijfswoning gesplitst) is genomen voor het van kracht worden van het bestemmingsplan Suydervelt.
In het bestemmingsplan Suydervelt Wateringen waren de gronden bestemd als 'Bedrijfsdoeleinden' met de aanduiding 'wks' (bedrijfswoningen, kantoren en showrooms). De woning is dan ook bestemd als bedrijfswoning.
In dit bestemmingsplan Suydervelt stond de volgende overgangsbepaling:
Artikel 22 Gebruik in strijd met het plan
Door deze overgangsbepaling is in dezelfde brief van 2003 aangegeven dat het gebruik van burgerwoning op basis van bovenstaand overgangsrecht wordt toegestaan.
Gezien het vorenstaande hebben wij besloten om de bedrijfsbestemming van de woning Molenweer 8 te handhaven. Daarnaast hebben wij besloten om op basis van het overgangsrecht het gebruik van de bedrijfswoning Molenweer 8 alsnog toe te staan. Bij toetsing in het kader van milíeuvergunningen voor omliggende bedrijven zal hierdoor geen belemmering ontstaan, terwijl de woning hierdoor niet onverkoopbaar wordt. U dient de toekomstige bewoners van de woning Molenweeg 8 wel te attenderen op het feit dat op deze woning een grotere milieubelasting is toegestaan dan op een burgerwoning.
Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Wateringen' is ervoor gekozen om de woning Molenweer 8 te bestemmen als 'bedrijfswoning' en niet als burgerwoning. De bestemming van de bedrijfswoningen geschiedde middels een functieaanduiding, zodat, bij het eventueel verdwijnen van de bedrijfswoning, er bedrijfsmatige activiteiten ontplooit kunnen worden. Op het verzoek om bedrijfswoningen om te zetten in de bestemming 'Wonen' werd gereageerd met onderstaande tekst:
Bedrijventerreinen zijn ontwikkeld om economische functies optimaal te faciliteren. Het beleid, zowel op landelijk, provinciaal als van de gemeente Westland, is er op gericht om bedrijven op het bedrijventerrein optimaal te kunnen laten functioneren, waarbij het principe van functie-scheiding tussen woonfuncties en economische functies geldt. Een woonfunctie op of aan een bedrijventerrein draagt niet bij aan dit principe. Bestaande (bedrijfs)woningen worden echter gerespecteerd.
Gelet op het optimaal functioneren van bedrijven is het bestemmingsplan er op gericht dat bedrijven zo min mogelijk beperkt worden in hun bedrijfsvoering, waarbij eveneens hoort dat bedrijven zo min mogelijk (ruimtelijke) procedures hoeven te doorlopen en zo min mogelijk kosten hoeven te maken indien gronden waarop een woning is gelegen betrokken wordt bij een bedrijf. De marktwaarde van een woning met de bestemming “Wonen” is immers hoger dan die van een bedrijfswoning.
Het gegrond verklaren van deze zienswijze maakt de weg vrij om bedrijfswoningen die niet langer als bedrijfswoning in gebruik zijn om te zetten naar de bestemming “Wonen”. Op dit bedrijventerrein zijn aan de Middenweg, Molenweer en Zwartveen enkele bedrijfswoningen aanwezig. Met name aan de Middenweg, maar ook langs de Molenweer is sprake van één of meerdere woonlinten. Het omzetten van deze woningen heeft tot gevolg dat er, in het kader van milieuzonering, niet langer sprake is van een solitaire woning (met de bestemming “Wonen”) op het bedrijventerrein, maar van een gemengd gebied. De extra afstandsstap, die nu gemaakt wordt ten dienste van het bedrijventerrein, dient zodoende te vervallen. Dit heeft tot gevolg dat de maximale zonering van bedrijven naar beneden moet worden bijgesteld. Deze neerwaartse bijstelling staat niet ten dienste van het optimaal functioneren van het bedrijventerrein.
Het is daarom niet wenselijk de bestemming van de bedrijfswoning te wijzigen in de bestemming “Wonen”.
Doordat er geen zienswijze is ingediend en er geen beroep is ingesteld door de eigenaar van de woning Molenweer 8 is het gebruik wederom onder het overgangsrecht gebracht. In het bestemmingsplan 'bedrijventerrein Wateringen' is wel een andere overgangsbepaling opgenomen:
19.2 Overgangsrecht gebruik
19.2.1 Geoorloofd afwijkend gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
19.2.2 Verbod
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder 19.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
19.2.3 Onderbreking van afwijkend gebruik
Indien het gebruik, bedoeld onder 19.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
19.2.4 Reeds afwijkend gebruik volgens voorheen geldend bestemmingsplan
Onderdeel 19.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Het vierde lid bepaalt dat het eerste lid niet geldt indien het gebruik reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan. Nu het gebruik als burgerwoning was toegestaan op grond van de overgangsregels van het voorheen geldende bestemmingsplan, betekent dit dat het gebruik van de woning als burgerwoning ook is toegestaan op grond van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Wateringen". Gelet hierop moet worden vastgesteld dat het gebruik van Molenweer 8 wederom onder het overgangsrecht is gebracht (ECLI:NL:RVS:2017:1139).
Bij brief van 9-11-2020 hebben wij aangegeven dat het omzetten van de bedrijfswoning niet gewenst is, maar dat bij de eerst volgende herziening van het bestemmingsplan de raad wordt voorgesteld om een uitsterfregeling (maatwerkoplossing) op te nemen.
De uitsterfregeling is een bijzondere vorm van positief bestemmen, waarbij het gebruik niet opnieuw een aanvang mag nemen als dat eenmaal wordt beëindigd. De uitsterfregeling is materieel gezien een mengvorm tussen het (persoonsgebonden) overgangsrecht en een 'normale' positieve bestemming. Een uitsterfregeling verschilt in die zin van het (persoonsgebonden) overgangsrecht dat het als een positieve bestemmingsregeling moet worden aangemerkt.
Aan de uitsterfregeling wordt een gefixeerde onderbrekingstermijn van 6 maanden toegekend: op het moment dat het gebruik langer dan deze termijn is onderbroken, dan mag dit gebruik niet meer worden hervat. Bovenstaande uitsterfregeling is verbonden aan het gebruik en niet de persoon. Dit betekent dat de uitsterfregeling bijvoorbeeld ook blijft gelden bij verkoop en nieuwe ingebruikname van het pand.
De woning aan de Mr. Schokkingstraat 19 in 's-Gravenzande is kadastraal bekend als GVZ00, sectie I, nummer 3302. Het perceel heeft in het bestemmingsplan "Woonkern s-Gravenzande" de bestemming 'Wonen'. Volgens het bestemmingsplan is het niet toegestaan om het volldige achtererf van een woning te bebouwen met aan-uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. In 1964 is echter een vergunning verleend voor het realiseren van een aanbouw over de gehele lengte van het perceel.
Met voorliggend bestemmingsplan krijgen de gronden een specifieke bouwaanduiding om 100% bebouwing van het achtererfgebied toe te staan.
De kadastrale grenzen van het perceel GVZ00, sectie K, nummer 2178 komen niet overeen met de bestemmingsgrenzen in het bestemmingsplan 'Woonkern 's-Gravenzande. Een deel van de gronden hebben namelijk de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' in plaats van 'Wonen' en 'Tuin. Met dit bestemmingsplan wordt dit hersteld.
Uitsnede ruimtelijkeplannen.
De woning Nijverheidstraat 6 te Naaldwijk met omliggende gronden is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Hoge Woerd’. De gronden hebben de bestemming ‘Bedrijventerrein’.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
4.2.2 Bedrijfswoningen
In aanvulling op het bepaalde onder 4.2.1 gelden voor bedrijfswoningen en bijbehorende aan-, uit, bijgebouwen en overkappingen de volgende regels:
a. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Hoge Woerd’ hebben alle bestaande bedrijfswoningen een aanduiding op de planverbeelding gekregen volgens de toelichting (zie paragraaf 3.2 van de toelichting).
Bedrijfswoningen
De bedrijfswoningen op het bedrijventerrein worden gehandhaafd. Voor dit type woningen worden minder hoge eisen aan het woon- en leefklimaat gesteld door de aanwezigheid van het (vaak eigen) bedrijf en de hinder die dit veroorzaakt. Voor nieuwe bedrijventerreinen wordt als uitgangspunt gehanteerd dat naast bedrijfswoningen, bedrijven uit maximaal categorie 2 toelaatbaar zijn. Omdat het in dit geval gaat om een bestaande situatie, wordt daar flexibeler mee omgegaan. Direct aangrenzend aan bedrijfswoningen, zijn bedrijven uit maximaal categorie 3.1 van de Standaard SvB toegestaan. Bedrijven uit categorie 3.2 zijn op een afstand van 30 m toegestaan.
Dit betekent dat bij de milieuzonering voor bedrijfswoningen met 2 afstandsstappen wordt afgeweken van de richtafstanden uit de Standaard SvB. Het afwijken van de richtafstanden ten opzichte van bedrijfswoningen wordt hier aanvaardbaar geacht, omdat de aanwezigheid van bedrijfswoningen binnen het plangebied in de regel een historisch gegroeide situatie betreft. Bovendien is wegbestemmen van de momenteel aanwezige bedrijfswoningen financieel niet haalbaar noch gewenst.
De bedrijfswoning is bij de inventarisatie over het hoofd gezien. De bedrijfswoning Nijverheidstraat 6 te Naaldwijk heeft namelijk geen aanduiding ‘bedrijfswoning’ gekregen in het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein De Hoge Woerd’. Met dit bestemmingsplan wordt de aanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen.
De woning Opstalweg 2 te Naaldwijk met omliggende gronden kadastraal bekend Naaldwijk sectie E, nummer 4938 en 4939 met een opervlakte van circa 726m² is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan Woonkern Naaldwijk. De gronden hebben de bestemming 'Wonen', 'Tuin' en 'Groen'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Het deel met de bestemming 'Groen' is echter in eigendom van de bewoner en in gebruik als 'Tuin' behorende bij de woning. Met dit bestemmingsplan krijgen die gronden eveneens de bestemming 'Wonen' en 'Tuin'.
Uitsnede Gis
In 2007 is door het Kruispunt Nederlands Hervormde Gemeente Maasdijk een bouwvergunning en vrijstelling aangevraagd in de kern Maasdijk van de voormalige gemeente Naaldwijk voor het oprichten van een appartementengebouw van drie bouwlagen met twaalf woningen te Maasdijk. Op 15 augustus 2007 is hiervoor de gevraagde 1e fase vergunning verleend. Voor het project was de benodigde 2e fase bouwvergunning niet aangevraagd. Door het uitblijven van de aanvraag 2e fase bouwvergunning is de verleende 1e fase vergunning komen te vervallen. Op 21 december 2010 is een nieuwe aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Deze is 16 november 2011 (W-AV-2010-0254) verleend. Het gebouw is in 2012/2013 gebouwd.
In het vigerende bestemmingsplan 'Kern Maasdijk' hebben de gronden de bestemming 'Maatschappelijk' en 'Groen'. Deze bestemmingen komen niet overeen met de verleende vergunning en het daadwerkelijk gebruik. Het bestemmingsplan wordt dan ook aangepast in de bestemming 'Wonen'.
Uitsnede situatietekening omgevingsvergunning
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'De Gouw fasen 2 en 3A' en hebben de bestemming 'Groen' en 'Woongebied'. Op deze gronden zijn speeltuinen aangelegd.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
De gronden krijgen met dit bestemmingsplan de bestemming 'Groen' met de aanduiding 'speeltuin'.
28 juni 1962 heeft het voormalige college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Naaldwijk een bouwvergunning verleend voor de bouw van een bedrijfspand en twee woningen.
Uitsnede bouwvergunning
Volgens het vigerende bestemmingsplan Centrum Naaldwijk hebben de gronden en het gebouw de bestemming 'Gemengd-4' en de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie-2'. Volgens artikel 9.1 van de planregels is het volgende toegestaan:
De voor 'Gemengd - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
De woningen op de verdieping zijn niet opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Met deze wijziging worden de woningen als zodanig bestemd door een functieaanduiding (w) op te nemen op de planverbeelding. Daarnaast worden de planregels erop aangepast.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
In het vigerende bestemmingsplan Waelpolder hebben de gronden waar het plangebied op ziet de bestemmingen 'Verkeer', 'Water' en 'Groen'.
De kadastrale percelen sectie K nummers 8125 gedeeltelijk en 8126 gedeeltelijk hebben op grond van bestemmingsplan Waelpolder de bestemming 'Verkeer'. Tussen Poelkade 24 en 26 is een verkeersverbinding voorzien. Tijdens de uitwerking van de ontwikkelingen binnen Waelpolder is gebleken dat de eigenaren van Poelkade 24 en 26 hun tuinen uitgebreid hadden, waardoor een verkeersverbinding niet mogelijk was.
Inmiddels is met beide eigenaren overeengekomen dat zij de grond, die zij al in gebruik hadden genomen, kopen. De verkeersbestemming zal om die reden nooit worden gerealiseerd. De betreffende gronden voorzover gelegen tussen Poelkade 24 en 26 krijgt de bestemming 'Tuin'. Het tussen de Deze situatie heeft effect op direct aangrenzende bestemmingen: water, groen en woongebied – 1.
Ter plaatse van de vervallen verkeersbestemming binnen het kadastrale perceel 's-Gravenzande, sectie K, nummer 8124 zijn een aantal wijzigingen nodig. De watergang en het omliggende groen schuiven iets naar het noorden op, tegen de huidige grens van woongebied – 1. Door deze verschuiving wordt het woongebied ten zuiden van de oude verkeersbestemming groter. De volgende enkelbestemmingen verschuiven: 'Woongebied-1', 'Groen' en 'Water. Binnen de bestemmingen 'Woongebied-1', 'Groen', 'Water' en 'Tuin' is de dubbelbestemming 'Waterstaat- Waterbergingsgebied' opgenomen conform bestemmingsplan Waelpolder. Er zijn geen aanpassingen nodig in maximale woningaantallen, bouwhoogtes en andere planregels.
De vervallen verkeersverbinding wordt aan de noordzijde van Poelkade 24 gerealiseerd. Dit valt binnen woongebied – 1, waardoor hier geen bestemmingsplanwijziging nodig is. Binnen de regels van woongebied – 1 is het namelijk mogelijk om een verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de bestemming, waaronder verkeersstructuren zoals woonstraten, ontsluitingswegen, voet- en fietspaden en straatmeubilair te realiseren (artikel 11.1 sub d bestemmingsplan Waelpolder).
Het perceel, kadastraal bekend als GVZ00, sectie I, nummer 5278 heeft in het bestemmingsplan 'Centrum 's-Gravenzande' de bestemming 'Wonen'.
Perceel Pieter Heusstraat 20 te 's-Gravenzande met bestemming 'Wonen'
Het gebouw is echter in gebruik als winkel/stoffeerder. In het voorheen geldende bestemmingsplan 'Dorp 's-Gravenzande' had het perceel de bestemming 'Centrumvoorzieningen'.
Uitsnede 'Dorp 's-Gravenzande'
Gelet op bovenstaande wordt de woning ingetekend met de bestemming 'Gemengd -1'.
Het perceel, kadastraal bekend als NWK01, sectie D, nummer 9023 ligt in het bestemmingsplan 'Woonkern Naaldwijk' en heeft de bestemming 'Wonen' en 'Tuin'. Deze bestemming is echter niet goed opgenomen. Voorheen gold namelijk het bestemmingsplan Pijletuinen III, 1e herziening. Hierin had het perceel de bestemming `nader uit te werken'. Op basis hiervan is het Bestemmingsplan Pijletuinen III, Uitwerking UW I vastgesteld (besluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland d.d. 30 juni 1992) waarin het perceel de bestemming `Maatschappelijk' heeft gekregen.
Uitsnede ruimtelijkeplannen, bestemmingsplan 'Woonkern Naaldwijk'
Uitsnede bestemmingsplan 'Pijletuinen III, Uitwerking UW I'
Met dit verzamelplan wordt het perceel voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk'.
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Poeldijk Centrum Het Dorp' en hebben de bestemming 'Groen' en 'Woongebied'. Op deze gronden zijn speeltuinen aangelegd.
uitsnede ruimtelijkeplannen
De gronden krijgen met dit bestemmingsplan de bestemming 'Groen' met de aanduiding met de aanduiding 'speeltuin'.
De percelen kadastraal bekend als Naaldwijk, sectie B, nummers 4309 en 4219 zijn gelegen in het bestemmingsplan 'Kern Honselersdijk' en hebben de bestemmingen 'Tuin', 'Wonen' en 'Maatschappelijk'. De gronden zijn feitelijk in gebruik als weg. Met voorliggend verzamelplan worden de bestemmingen gewijzigd naar 'Verkeer - Verblijfsgebied' conform het feitelijk gebruik.
Uitsnede bestemmingsplan 'Kern Honselersdijk'.
De gronden kadatraal bekend als 's-Gravenzande, sectie I, nummer 791 zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Centrum 's-Gravenzande' en hebben de bestemming 'Gemengd -1. Bij de tot standkoming van dit bestemmingsplan is de aanduiding 'horeca tot en met horeca categorie 2' vergeten.
Uitsnede bestemmingsplan 'Centrum 's-Gravenzande'
Met dit verzamelplan wordt het perceel voorzien van de aanduiding 'horeca tot en met horeca categorie 2'.
De gronden kadastraal bekend sectie H, nummer 417 gemeente Naaldwijk zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan Woonkern Naaldwijk en hebben de bestemming 'Maatschappelijk' en 'Waarde-Archeologie-3'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Artikel 12.1
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
De voormalige gemeente Naaldwijk heeft in 1991 vergunning verleend voor het veranderen van het voormalige PTT gebouw in een sauna fitnesscentrum.
Om geen misverstanden te krijgen in de toekomst wordt op de planverbeelding de functieaanduiding 'sauna - en fitnesscentrum' opgenomen. Binnen deze bestemming is ondergeschikte horeca toegestaan. Ondergeschikte horeca is een horeca-activiteit die ondergeschikt is aan de hoofdactiviteit, welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdactiviteit en waarvan de openingstijden van de horeca-activiteit zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdactiviteit (sauna - en fitnesscentrum).
De woningen Voorstraat 143 en 145 te Poeldijk zijn gelegen in het op 21 september 2021 vastgestelde Omgevingsplan Dorpscentrum Poeldijk (Crisis- en herstelwet). In voornoemd omgevingsplan hebben de tot de voornoemde woningen behorende percelen kadastraal bekend gemeente Westland sectie K nummers 4554 en 4555 ingevolge artikel 13 gedeeltelijk de bestemming 'Woongebied' en ingevolge artikel 14 gedeeltelijk de bestemming 'Woongebied – bijzondere woonvormen' verkregen.
Uitsnede ruimtelijkeplannen.
In de bestemmingsomschrijving van artikel 14 is niet aangegeven dat het wonen en daarbij behorende tuinen zijn toegestaan.
In het voorgaande door de raad op 30 augustus 2008 vastgestelde bestemmingsplan 'Poeldijk Centrum' hebben de bij de woningen Voorstraat 143 en 145 behorende gronden de bestemmingen 'Erf' (e) en 'Tuin' (t).
Uitsnede planverbeelding 'Poeldijk Centrum'.
Bij het maken van het Omgevingsplan Dorpscentrum Poeldijk is dit dus niet correct overgenomen. Vanwege het feit dat het Omgevingsplan Dorpscentrum Poeldijk reeds is vastgesteld en daar geen wijzigingen in gemaakt kunnen worden, worden de percelen meegenomen in het 'Verzamelplan kernen 2'.
Op 11 juni 2015 is een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van achttien eengezinswoningen en vier semibungelows op het perceel Amaliaplein 1 t/m 11 en Julianastraat 3A, 3B, 5A, 5B, 7A, 7B, 9A, 9B, 11A, 11B, 13A, 13Bm, 15B t/m 15E (aangevraagd als Julianastraat nabij 49) te Wateringen.
Deze aan vraag betreft een geringe wijziging ten opzichte van de reeds verleen de vergunning, toentertijd voor 26 grondgebonden woningen en 18 appartementen. Het betreft een gedeeltelijke wijziging. De wijziging is tweeledig in plaats van 18 appartementen komen er 18 grondgebonden woningen, waar eerst een 6 tal grondgebonden woningen waren geprojecteerd komen er 4 semibungalows. De functie was wonen en blijft wonen. Het totale aantal woningen neemt met 2 af.
Locatie Amaliaplein 1 t/m 11, Julianastraat 3A t/m 15E, Emmastraat 2 t/m 20 en Wilhelminastraat 2 t/m
20 te Wateringen
Met dit Verzamelplan krijgen de gronden overeenkomstig de verleende omgevingsvergunning de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'.
25 februari 2000 is er door de voormalige gemeente 's-Gravenzande vergunning verleend voor de bouw van 32 appartementen met winkel en kantoorruimten in een deel van de plint. In het vigerende bestemmingsplan 'Woonkern 's-Gravenzande' hebben de gronden de bestemming 'Wonen' met voor een deel dienstverlening.
uitsnede ruimtelijkeplannen
Na bestudering van de vergunning blijkt dat de lijn van de aanduiding dienstverlening niet klopt met de verleende vergunning. Ook gaat het niet alleen om dienstverlening, maar ook om kantoren. Met dit bestemmingsplan wordt de planverbeelding aangepast conform de verleende vergunning.
Het perceel Bovendijk 117 te Wateringen, kadastraal bekend als WTR00, sectie B, nummer 3187 heeft in het bestemmingsplan 'Kern Wateringen' de bestemming 'Wonen' en 'Tuin'.
Op 10 oktober 2014 is een omgevingsvergunning verleend in afwijking van het bestemmingsplan voor het oprichten van een woning. De aanvraag was in strijd met het bestemmingsplan aangezien de woning deels buiten het bouwvlak en binnen de bestemming 'Tuin' werd gerealiseerd.
Locatie Bovendijk 117 te Wateringen
Met dit verzamelplan worden de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin' aangepast zodat het overeenkomt met de verleende omgevingsvergunning.
De grond zijn gelegen in het plangebied van de bestemmingsplannen Bedrijventerrein Honselersdijk en Glastuinbouwgebied Westland. Het gaat om de percelen kadastraal bekend sectie H, nummers 1093 en 2944.
Uitsnede GIS
Het perceel 2944 is gelegen in het bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Westland en heeft de bestemming Bedrijf - Agrarisch Aanverwant Bedrijf.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
De gronden zijn echter in gebruik als achtertuin bij de woning Dijkweg 119. Bij besluit van 19-08-2019 (W-AV-2018-2164) hebben wij ingestemd met het gebruik van de gronden als tuin. In dezelfde vergunning is aangegeven het perceel te bestemmen conform de bestemming van de rest van het perceel. Het gehele perceel krijgt dan ook de bestemming Wonen en Tuin.
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Wateringen' en hebben de bestemming 'Maatschappelijk' en de dubbelbestemmingen 'Waarde-Archeologie-4' en 'Waarde-Karakteristiek'. Bij besluit van 11-08-2020 (W-AV-2019-0885) hebben wij omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van 31 zorgappartementen.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met dit bestemmingsplan wordt de huidige situatite ingetekend. Het gaat dan om de bestemming 'Maatschappelijk', 'Groen' en 'Verkeer-Verblijfsgebied' met een aangepast bouwvlak.
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Floriendaal' en hebben de bestemming 'Tuin' en 'Wonen'. Bij besluit van 13-12-2016 (W-AV-2016-1265) hebben wij omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van 12 herenhuizen.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met dit bestemmingsplan wordt de huidige situatite ingetekend. Het gaat dan om de bestemming 'Tuin' en 'Wonen'.
De gronden van Emmastraat 1A t/m 1F, 1H en 1K te De Lier hebben in het bestemmingsplan "Kern de Lier" de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en dubbelbestemming 'Waarde - Arcehologie - 4'. Op 25 april 2018 hebben wij een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van vier woningen en vier appartementen.
De grondgebonden woningen en het aansluitende appartementengebouw hebben een goot- en bouwhoogte van ca. 6 meter respectievelijk ca. 11 meter. In de directe nabijheid van het project zijn 24 openbare parkeerplaatsen aangelegd.
Uitsnede ruimtelijkplannen
Gelet op de verleende omgevinsgvergunning wordt met dit verzamelplan de bestemming aangepast zodat de vier grondgebonden woningen en 4 appartementen passend zijn binnen de bestemming 'Wonen'.
De gronden zijn gelegen in het bestemmingsplan 'Woonkern Naaldwijk' en hebben de bestemming 'Bedrijf' en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Bij besluit van 24 juli 2019 is een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend voor het oprichten van 10 appartementen in één complex (W-AV-2018-1096). Om de bouw van het appartementenblok te starten is het huidige bedrijfspand, een autogarage, gesloopt. Met voorliggend bestemmingsplan krijgen de gronden overeenkomstig de omgevingsvergunning de bestemming 'Wonen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'.
De gronden zijn gelegen in de bestemmingsplannen 'De Woerd' en 'Bestemmingsplan Floriendaal' en hebben de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Bij besluit van 7 november 2017 is een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend voor het oprichten van 8 woningen (W-AV-2017-0524). Met voorliggend bestemmingsplan krijgen de gronden overeenkomstig de omgevingsvergunning de bestemming 'Wonen' en 'Tuin'.
De voormalige agrarische bedrijfswoning maakt onderdeel uit van het plangebied van het bestemmingsplan 'Monster-Noord'. In dit bestemmingsplan had de woning met omliggende gronden de bestemming 'Uit te werken woondoeleinden, met bijbehorende voorzieningen'. Aan dit gedeelte heeft de Provincie Zuid Holland echter goedkeuring onthouden.
Uitsnede planverbeelding Monster-Noord
De gronden zijn in de Omgevingsverordening van de Provincie Zuid-Holland aangewezen als een gebied met ruimtelijk kwaliteit en beschermingscategorie 2. Voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning heeft de Provincie aangegeven positief te zijn ten aanzien van het omzetten van de bestaande woning Haagweg 10 in de bestemming 'Wonen'.
Uitsnede Omgevingsverordening Zuid-Holland
Vanwege de verkoop van de overige gronden voor de ontwikkeling van Monster-Noord bestaat de oppervlakte van de voormalige agrarische bedrijfswoning met omliggende gronden uit circa 1032m2. Op een dergelijke oppervlakte aan gronden is de uitoefening van een agrarisch bedrijf niet meer mogelijk. Er wordt momenteel nog bekeken hoe het achterliggende gebied ontwikkeld gaat worden.
De omgevingsvergunning (W-AV-2021-1321) is in 2011 verleend en onherroepelijk.
Op 21 mei 2019 hebben wij de aanvraag omgevings vergunning (W-AV-2018-2062) voor het oprichten van een woning op het perceel Heulweg 32B (aangevraagd als nabij 30B) te Wateringen verleend. Het perceel heeft een oppervlakte van 548m2.
De vrijstaande woning bestaat uit één bouwlaag met een kap met een goot- en nokhoogte van 2,80 meter respectievelijk 8,55 meter en heeft een begane grondvloeroppervlakte van ca. 120m2. De woning heeft aan de achterzijde een veranda en aan de noordwest zijde een aanbouw met een oppervlakte van ca. 20 m2 en beschikt over een eigen berging en drie parkeerplaatsen op eigen terrein.
Gelet op de verleende omgevingsvergunning wordt de bestemming van de gronden gewijzigd.
Op 11 december 2012 is de omgevingsvergunning 'Veilingkade 2 achter Hoflaan 's-Gravenzande' verleend. Rond dezelfde periode is het bestemmingsplan 'Centrum 's-Gravenzande' opgesteld. De omgevingsvergunning is om die reden niet verwerkt in het bestemmingsplan. Met voorliggend bestemmingsplan worden de gronden gewijzigd naar 'Wonen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Reparatiebesluit Herenstraat 48 t/m 48c, Rijnweg 168 en Molenweg 2 te Monster' en hebben de bestemming 'Tuin', 'Wonen' en de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie-4'. Bij besluit van 18-05-2018 (W-AV-2014-0090) hebben wij omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een appartementencomplex.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met dit bestemmingsplan wordt de huidige situatite ingetekend. Het gaat dan om de bestemming 'Wonen' met een aangepaste goot- en bouwhoogte en bouwvlak .
De percelen kadatraal bekend als NWK01, sectie B, nummers 1298 en 1307 zijn gelegen binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Kern Honselersdijk" en hebben de bestemmingen 'Kantoor', 'Bedrijf', 'Maatschappelijk'.
Op 20 december 2021 hebben wij een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van de gronden ten behoeve van de bouw van een appartementengebouw. Het naastgelegen terrein aan de Van der Goesstraat 56 wordt ingericht als parkeerterrein behorende bij de appartementen.
Uitsnede ruimtelijkeplannen.
Gelet op de verleende omgevingsvergunning wordt de bestemming van de gronden gewijzigd naar de bestemming 'Wonen'.
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Wateringen' en hebben de bestemming 'Wonen' en 'Tuin' en de dubbelbestemmingen 'Waarde-Archeologie-2' en 'Waarde-Karakteristiek'. Bij besluit van 12-11-2015 (W-AV-2014-1204) hebben wij omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van 16 woningen.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met dit bestemmingsplan wordt de huidige situatite ingetekend. Het gaat dan om de bestemming 'Tuin' , 'Wonen' en 'Verkeer-Verblijfsgebied'. De 'Waarde-Karakteristiek' vervalt aangezien er een totale nieuwe ontwikkeling heeft plaats gevonden.
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Kwintsheul' en hebben de bestemming 'Bedrijf' en de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie-2'. Bij besluit van 19-06-2020 (W-AV-2017-1853) hebben wij omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van 9 eengezinswoningen en 4 twee-onder-één-kapwoningen.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met dit bestemmingsplan wordt de huidige situatite ingetekend. Het gaat dan om de bestemming 'Tuin' , 'Wonen' en 'Verkeer-Verblijfsgebied'.
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Kwintsheul' en hebben de bestemming 'Maatschappelijk' en de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie-4'. Bij besluit van 15-09-2016 (W-AV-2015-1749) hebben wij omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van 21 appartementen.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met dit bestemmingsplan wordt de huidige situatite ingetekend. Het gaat dan om de bestemming 'Tuin', 'Groen, 'Verkeer-Verblijfsgebied' en 'Wonen'.
De gronden zijn gelegen in het bestemmingsplan 'Centrum Naaldwijk' en hebben de bestemmingen 'Gemengd-1', 'Wonen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied' en dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - 1' en 'Waarde - Karakteristiek'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Bij besluit van 3 januari 2019 is een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend voor het slopen van de bestaande woning en bouwen van een nieuwe woning met een erfafscheiding en een in-/uitrit (W-AV-2017-2113).
Met dit bestemmingsplan krijgen de gronden overeenkomstig de omgevingsvergunning de bestemming 'Wonen' en 'Tuin'.
20 mei 2022 hebben wij een aanvraag omgevingsvergunning verleend (W-AV-2022-0964) voor het gebruiken van de voormalige bedrijfswoning Korte Kruisweg 101 te Maasdijk als burgerwoning. De woning is gelegen op de gronden kadastraal bekend Naaldwijk sectie F, nummer 4641 met een oppervlakte van 640m².
Uitsnede Gis
Op de locatie Korte Kruisweg 101 is een bestaande woning aanwezig (bouwjaar volgens BAG: 1950). De woning was in het verleden in gebruik als bedrijfswoning behorend bij het achterliggende bedrijfspand tot de verhuizing van de bedrijfsactiviteiten. Sindsdien is de betreffende woning feitelijk niet meer in gebruik als bedrijfswoning maar als woning.
Het plangebied is gelegen in het centrumgebied van Maasdijk waar woonfuncties en kleinschalige bedrijfsactiviteiten naast elkaar zijn gelegen. In het vigerende bestemmingplan Centrum Maasdijk is aangegeven dat enige mate van functiemenging in het gebied wenselijk is. De toelating van bedrijfsactiviteiten in het vigerende bestemmingsplan is gebaseerd op de voorbeeldstaat bedrijfsactiviteiten functiemenging. Gezien het bovenstaande kan de omgeving waarin het plangebied gelegen is het beste worden getypeerd als “gemengd gebied”.
De woning ligt in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern Maasdijk en heeft de bestemming 'bedrijf' met de bouwaanduiding 'maximum bouwhoogte 8 m en maximum goothoogte 4 m'. Binnen een straal van 100 meter van de woning in het plangebied is nagegaan welke bedrijfsactiviteiten zijn bestemd. Binnen dit gebied zijn de bestemmingen “bedrijf- specifieke vorm van bedrijf-1”, “kantoor” en “maatschappelijk” gelegen.
Er zijn geen belemmeringen voor de bedrijfsactiviteiten in de omgeving als de woning wordt gebruik als burgerwoning. Gezien de huidige situatie van het gebied is in gebruik nemen van de bestaande bedrijfswoning als burgerwoning logisch en acceptabel.
Wat het parkeren op het terrein betreft, de toegang en het parkeren zijn berekend op toekomstige ontwikkelingen op de locatie en passen binnen de verkeersuitgangspunten van het plangebied. Gelet op bovenstaande heeft de ontwikkeling geen invloed op aspecten als verkeersgeluid, verkeer en parkeren.
De gronden zijn gelegen in het bestemmingsplan 'Kern Maasdijk' en hebben de bestemming 'Kantoor' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 4'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Bij besluit van 21 februari 2018 is een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend voor het realiseren van 17 appartementen in het bestaande bankgebouw (W-AV-2016-1939). Met dit bestemmingsplan krijgen de gronden de bestemming 'Wonen' en 'Verkeers - Verblijfsgebied".
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Woonkern Naaldwijk' en hebben de bestemming 'Wonen' en 'Tuin' en de dubbelbestemmingen 'Waarde-Archeologie-1' en 'Waterstaat-Waterkering'. Bij besluit van 15-11-2017 (W-AV-2017-0095) hebben wij omgevingsvergunning verleend voor het slopen van 2 woningen en het oprichten van één woning.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met dit bestemmingsplan wordt de huidige situatite ingetekend. Het gaat dan om de bestemming 'Tuin' en 'Wonen' met een aangepast bouwvlak.
De locatie Lange Kruisweg 44E te Maasdijk is al jaren in gebruik als sportcafé. Deze locatie heeft volgens het bestemmingsplan 'Kern Maasdijk' de bestemming 'Sport'. Binnen deze bestemming is alleen para-commerciële horeca mogelijk. Het is bij de gemeente Westland al jaren bekend dat hier een regulier horecabedrijf zit wat zonder problemen functioneert. De vorige ondernemer heeft in 2005 een commerciële drank- en horecavergunning verleend gekregen. Abusievelijk zijn hier beperkingen aan toegevoegd.
De huidige activiteiten snackbar met bezorg- en afhaalfunctie evenals de café/bar activiteiten passen binnen de horecacategorie tot en met 2. Op 21-11-2022 is een vergunning verleend in afwijking van het bestemmingsplan om het huidige gebruik te legaliseren.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met voorliggend bestemmingsplan wordt de functieaanduiding 'horeca tot en met categorie 2' toegevoegd aan het perceel.
De gronden zijn gelegen in het bestemmingsplan 'Kern Kwintsheul' en hebben de bestemmingen 'Bedrijf', 'Tuin' en 'Wonen' en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Bij besluit van 13 mei 2015 is een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend voor het oprichten van 8 (starters) koopwoningen (W-AV-2014-0693). De vijf aaneengesloten woningen gelegen aan de Leeuwerik hebben een goot- en nokhoogte van 5,80 meter respectievelijk 11,40 meter. De drie aaneengesloten woningen gelegen aan de ontsluitingsweg van v.v. Quintus hebben een goot- en nokhoogte van 6,76 meter respectievelijk 9,50 meter. De woningen beschikken over een voor- en achtertuin met eigen berging. Ten behoeve van de woningen zijn 14 parkeerplaatsen aangelegd.
Met dit bestemmingsplan krijgen de gronden overeenkomstig de omgevingsvergunning de bestemming 'Wonen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'.
Het perceel kadastraal bekend als NWK01, sectie B, nummer 3113 heeft in het bestemmingsplan "Kern Honselersdijk" de bestemming 'Wonen' en 'Tuin. Op het perceel ligt geen bouwvlak.
Op 25 juni 2020 hebben wij een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een vrijstaande woning met dubbele garage in eenzelfde bouwstijl. De goothoogte van de woning bedraagt maximaal 4 meter en de bouwhoogte maximaal 7 meter.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Gelet op de verleende omgevingsvergunning wordt met voorliggend verzamelplan op de gronden een bouwvlak toegevoegd. De bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin' zijn deels aangepast zodat het perceel voor de voorgevel de bestemming 'Tuin' bevat.
Het perceel kadastraal bekend als NWK91, sectie B, nummer 2682 heeft in het bestemmingsplan "Kern Honselersdijk" de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin' en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 4' en 'Waterstaat - Waterkering'. Op het perceel ligt geen bouwvlak.
Op 22 september 2022 hebben wij een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een vrijstaande woning achter de bestaande woning Molenlaan 61.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Gelet op de verleende omgevingsvergunning wordt met voorliggend verzamelplan op de gronden een bouwvlak toegevoegd met maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 meter. bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin' zijn deels aangepast zodat het perceel voor de voorgevel de bestemming 'Tuin' bevat.
De gronden zijn gelegen in het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein De Lier' en hebben de bestemming 'Wonen, 'Tuin', 'Water' en 'Groen'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Bij besluit van 11 januari 2019 is een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend voor het oprichten van een woning (W-AV-2018-0153). De bestemmingen 'Water' en 'Groen' komen daarnaast niet overeen met de feitelijke situatie. Met dit bestemmingsplan worden de bestemmingen 'Wonen', 'Water', 'Groen' en 'Tuin'. dan ook aangepast naar de feitelijke situatie.
Het perceel kadastraal bekend als NWK01A, sectie G, nummer 4426 heeft in het bestemmingsplan "Kern Honselersdijk" de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin' en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. Op het perceel ligt een bouwvlak. Er is echter een verzoek ingediend om het woonvlak te vergroten en te verschuiven op het perceel.
Uitsnede Gis
Door middel van een aanvraag omgevingsvergunning is de nieuwe woning vergund (W-AV-2023-0511). Door de aanpasing van het bouwvlak is ook bestemming 'Tuin' anders komen te liggen op het perceel. Door deze aanpassing wordt het bestemmingsplan daarop aangepast.
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'kern 's-Gravenzande' en hebben de bestemming 'Gemengd-1'. 25 februari 2016 hebben wij een afwijking verleend van het vigerende bestemmingsplan voor het oprichten van 36 garages (W-AV-2015-0678). Zes van de garageboxen zijn specifiek bedoeld voor het stallen van een motorfiets. Op de motorgarages na hebben de garageboxen een buitenmaat van tenminste 2,85 meter en een goothoogte variërend van 2,48 meter tot 2,98 meter. Het niet openbare terrein waarop de garages zijn gesitueerd is alleen voor de gebruikers van de garages toegankelijk en wordt ontsloten richting de Pompe van Meerdervoortstraat.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met dit bestemmingsplan krijgen de gronden de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' met de functieaanduiding garagebox.
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Centrum 's-Gravenzande' en hebben de bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied' en de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie -1'.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Bij besluit van 21 januari 2014 is een afwijking verleend voor het oprichten van een kantoorruimte. Het gaat om een zelfstandige kantoorruimte met een oppervlakte van circa 77 m² met een maximale bouwhoogte van 4 meter. De gronden krijgen met dit bestemmingsplan dan ook de bestemming 'Kantoor'.
Het voormalige schoolgebouw Sand Ambachtstraat 146, kadastraal bekend GVZ00 sectie I nummer 6606, heeft in het bestemmingsplan "Centrum 's-Gravenzande" de bestemming 'Maatschappelijk' (art. 10), de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie - 1 (art. 16)', 'Waarde - Karakteristiek' (art. 18), de bouwaanduiding 'karakteristiek' en de gebiedsaanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied-4' (art. 24). Op 21 november 2016 is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het wijzigen van de bestemming van het gebouw Sand-Ambachtstraat 146 van school naar wonen.
Luchtfoto Sand-Ambachtstraat 146A t/m P
De omzetting van de maatschappelijke functie naar wonen was passend in het beleid om in te breiden binnen de kernen. Aangezien dit binnen het bestaande gebouw is gebeurt, was de stedenbouwkundige inpassing van de bouwmassa ook geen issue. Daarnaast is in het voorgaande bestemmingsplan al op deze ontwikkeling geanticipeerd middels de opgenomen wijzigingsbevoegdheid, waarin (nieuwe) woningbouw op deze locatie mogelijk gemaakt kan worden. Op 3 januari 2017 is dan ook een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan. Met dit Verzamelplan wordt de bestemming 'Maatschappelijp' gewijzigd in 'Wonen'.
Het perceel kadastraal bekend als NWK01, sectie E, nummer 5941 heeft in het bestemmingsplan "Woonkern Naaldwijk" de bestemming 'Bedrijf'. Op deze locatie zit Koperen Kees gevestigd, een theaterschool voor mensen en kinderen met een vestandelijke beperking. Behoud van de bedrijfsbestemming is op deze locatie niet nodig. Het betreft bedrijfsloodsen die daar vanuit het verleden staan en aan alle zijden ingesloten zijn door woonbebouwing. De toegangsweg tot de loodsen ligt tussen huizen in een woonwijk. Dit is niet geschikt voor vrachtverkeer. Een maatschappelijke functie sluit qua aard van de activiteiten beter aan op deze woonomgeving dan een bedrijfsbestemming.
Op 22 mei 2017 is dan ook een omgevingsvergunning verleend voor het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met dit Verzamelplan wordt de bestemming 'Bedrijf' gewijzigd in 'Maatschappelijk' en een klein deel in 'Wonen'.
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Zandheuvel (fase 4 Woerdblok) te Naaldwijk' en hebben de bestemming 'Woongebied'. Bij besluit van 06-09-2019 (W-AV-2019-1029) hebben wij een afwijking verleend van het vigerende bestemmingsplan voor het aantal woningen.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Met dit bestemmingsplan wordt het bouwvlak opgenomen van het huidige gebouw met de bestemming 'Wonen'. De overige gronden krijgen de bestemming 'Groen' en 'Verkeer-Verblijfsgebied'.
De percelen kadastraal bekend als GVZ00, sectie I, nummers 7322, 7323, 7320, 7326, 7319, 7324, 7321 en 7318 hebben in het bestemmingsplan "Woonkern s-Gravenzande" de bestemmingen 'Bedrijf', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Wonen.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Op 31 oktober 2014 heeft NLo B.V. een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het oprichten van zeven eengezinswoningen op het perceel Hoflaan nabij 64 te 's-Gravenzande. Het project voorziet in de bouw van zeven aaneengesloten eengezinswoningen bestaande uit twee bouwlagen met een kap. De vijf tussenwoningen hebben een goothoogte en nokhoogte van 5,8 meter respectievelijk 9,34 meter en de twee hoekwoningen hebben een goot- en nokhoogte van 5,8 meter respectievelijk 10,26 meter. Aan de voorzijde worden bij alle woningen een parkeerplaats op eigen terrein gesitueerd. De overige parkeerplaatsen worden in de omgeving aangelegd inclusief de 18 bestaande parkeerplaatsen. Het plangebied is bereikbaar vanaf de Hoflaan.
Locatie 't Hof 1 t/m 13 te 's-Gravenzande
Met dit Verzamelplan krijgen de gronden overeenkomstig de verleende omgevingsvergunning de bestemmingen 'Wonen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'.
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Kern de Lier' en hebben de bestemming 'Kantoor' en de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie - 4'. Bij besluit van 16-02-2018 (W-AV-2017-0329) hebben wij een afwijking verleend van het vigerende bestemmingsplan voor de bouw van drie woningen.
uitsnede ruimtelijkeplannen
Met dit bestemmingsplan krijgen de gronden de bestemming 'Wonen' en 'Tuin' met een goot- en bouwhoogte van 6 respectievelijk 10 meter.
De gronden zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan Duingeest. Voor deze percelen zijn twee aanvragen omgevingsvergunning door middel van een grote buitenplanse afwijking verleend. Het gaat om de verleende aanvraag van 02-06-2017 (W-AV-2016-1170) voor het oprichten van een appartementencomplex en de verleende aanvraag van 26-04-2019 (W-AV-2018-1134) voor het oprichten van een appartementencomplex. De afwijking is doorlopen wegens strijd met het bestemmingsplan 'Duingeest' voor wat betreft de bouwhoogte en de bouwvlakken. Met dit bestemmingsplan wordt de huidige situatie planologisch vastgelegd. Er is ook gekozen voor de bestemming 'Wonen' in plaats van 'Woongebied', omdat de gronden al ontwikkeld zijn.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
In 2005 is ter plaatse van het voorliggende perceel een principe verzoek ingediend voor het oprichten van twee woningen (PV 2005001728). Naar aanleiding van voornoemd verzoek is door het college aangegeven dat woningbouw op het voorliggende perceel denkbaar is indien onder andere binnen de projectlocatie ruimte gereserveerd wordt voor de ontsluiting van de achter de projectlocatie binnen de gemeente Westland gelegen percelen Druivenlaan-Uilenlaan. Rekening houdend met het voorgaande is op 12 mei 2012 omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een twee-onder-één-kap woning.
Tot op heden is er geen gebruikt gemaakt van de op 12 mei 2012 verleende omgevingsvergunning. Als revisie op de voormelde vergunning is op 18 oktober 2019 opnieuw een omgevingsvergunningsaanvraag (W-AV-2019-2045) ingediend voor het oprichten van een twee-onder-één-kap woning ter plaatse van het nog steeds braakliggende stuk grond gelegen aan de oostzijde van Uilenlaan 4 te Wateringen.
Op 9 juni 2020 hebben wij de omgevingsvergunning verleend.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Gelet op de verleende omgevingsvergunningen wordt met dit verzamelplan een bouwvlak toegevoegd op het perceel met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter. Daarnaast wordt de bestemming 'Wonen' gewijzigd in 'Tuin' voor de voorgevel van de nieuwe woningen.
De gronden naast Van Nassaustraat 15 te Wateringen hebben in het bestemmingsplan "Kern Wateringen" de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer - Verblijfsgebied', 'Water' en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. Op het perceel lag een voetbal/basketbalkooi van ca. 23 bij 12 meter. De kooi had een behoorlijk ruimtelijk effect op de omliggende bebouwing.
Op 31 augustus 2020 hebben wij een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een kleinere voetbalkooi op het perceel en het herinrichten van groen. De afmetingen van kooi zijn 7 bij 10 meter.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Gelet op de verleende omgevingsvergunning wordt de bestemming met voorliggend verzamelplan gewijzigd naar de feitelijke situatie. Op het perceel wordt daarnaast de aanduiding 'Sportveld' opgenomen.
De gronden kadastraal bekend als LIE00, sectie A, nummer 5181 (deels) hebben in het bestemmingsplan "Kern De Lier' de bestemmingen 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Groen' en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie -4'.
In de kern van De Lier wordt wateroverlast ervaren. Om dit tegen te gaan wordt onder de bestaande parkeerplaats aan de Van Rijnstraat en waterbergingskelder gebouwd. Na het voltooiten van de bouw wordt het terrein opnieuw ingericht als parkeerplaats. Het opgevangen water wordt afgevoerd naar de RWZI.In het geval van een calamiteit moet de kelder snel geleegd kunnen worden. Daarom is de kelder voorzien van een uitstroomopening op het oppervlaktewater van De Lee. De ontwikkeling past niet binnen de regels van het bestemmingsplan 'Kern De Lier'. Op 5 december 2017 hebben wij dan ook een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een waterbergingskelder.
Uitsnede ruimtelijkeplannen.
Met voorliggend verzamelplan wordt de functieaanduiding 'waterbergingskelder' toegevoegd aan het perceel.
Het perceel kadastraal bekend als WTR00, sectie A, nummer 7517 heeft in het bestemmingsplan 'Kern Wateringen' de bestemmingen 'Tuin', 'Water' en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 4'.
Op 2 mei 2022 hebben wij een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een vrijstaande woning op dit perceel. De woning krijgt een bouwhoogte van maximaal 6 meter.
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Gelet op de verleende omgevingsvergunning wordt de bestemming met voorliggend verzamelplan deels gewijzigd naar de bestemming 'Wonen' met een bouwvlak.
De woning Wenpad 9 te Poeldijk met omliggende gronden kadastraal gemeente Westland sectie K, nummers 4636 en 8269 zijn gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan 'ABC Westland' en hebben de bestemming 'Wonen' en 'Groen'.
Uitsnede Gis
Uitsnede ruimtelijkeplannen
In 2021 hebben wij de gronden kadastraal bekend met MSR00, sectie K, nummer 8269 met een oppervlakte van circa 62m2 in 2021 aan de eigenaar van de woning Wenpad 9 verkocht om bij zijn perceel te betrekken, omdat de woning geen achtertuin had en er op deze manier een betere aansluiting is met de achtergelegen groenzone.
18 maart 2024 hebben wij vergunning verleend voor het oprichten van een garage (Z2024-00000457) op deze gronden, waarbij het gebruik van de gronden voor de bestemming 'Wonen' wordt toegestaan. Met dit bestemmingsplan wordt dit overgenomen op de planverbeelding.
In navolging van een Quick scan verzoek (W-QS-ITW-2022-2356) is een aanvraag omgevingsvergunning verleend (W-AV-2023-0549) ingediend om de bestaande bovenwoning Herenstraat 3A te splitsen in drie woningen. Hiervoor wordt de bestaande woning voorzien van een dakopbouw met een dakkapel aan de voorzijde. De woningen beschikken over een eigen centrale entree bereikbaar vanaf de Herenstraat
Vanuit verkeerskundig oogpunt bestaat er geen bezwaar tegen de aanvraag omgevingsvergunning indien de centrum bestemming van het pand Zeestraat 8 – 8A te Monster gewijzigd wordt van de bestemming 'Centrum' in de bestemming 'Wonen'. Op 10 mei 2023 is door de 'VvE Zeestraat 8 – 8a te Monster' ingestemd het bestemmingsplan op de voornoemde wijze te wijzigen. Met dit Verzamelplan wordt deze wijziging gerealiseerd.
Uitsnede Gis
Uitsnede ruimtelijkeplannen
De bouwhoogte (10 respectievelijk 4 meter), het bouwvlak, de bouwaanduiding karakteristiek, en de dubbelebestemmingen 'Waarde-Archeologie-2' en 'Waarde-Winkelgebied' wijzigen niet.
Door de gemeente is een stuk grond kadastraal bekend gemeente Naaldwijk sectie D, nummer 6598 verkocht aan eigenaren van de woning Fresiastraat 18. De woning Fresiastraat 18 te Naaldwijk met omliggende gronden is gelegen in het plangebied 'Woonkern Naaldwijk'. De gronden hebben de bestemming 'Wonen', 'Tuin' en 'Groen' (aangekochte deel).
Uitsnede ruimtelijkeplannen
Doordat het gedeelte met de bestemming 'Groen' verkocht is door de gemeente en de gronden al jaren in gebruik zijn als tuin, wordt de bestemming gewijzigd van 'Groen' in de 'bestemming 'Tuin'.
Luchtfoto Gis
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken.
Het verzamelplan voorziet niet in de vestiging van nieuwe bedrijven, dan wel in de uitbreiding of wijziging van bestaande bedrijven. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
Wet geluidhinder
Met de Wet geluidhinder wordt, vanuit een goed milieubeheer, een aantal specifieke geluidsgevoelige bestemmingen beschermd zoals woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. De geluidszonering die door deze wet wordt voorgeschreven, ligt rondom bedrijventerreinen, langs wegen voor wegverkeer, langs spoor-, tram- en metrowegen en rondom of langs andere geluidsoverlast veroorzakende objecten. Aan de geluidsbelasting op de (gevels van de) geluidsgevoelige objecten worden grenzen gesteld terwille van het woon- en leefklimaat.
De ambtshalve wijzigingen betreffen met name correcties van eerdere bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk. De locaties met een geluidsgevoelige bestemming, betreffen geluidsgevoelige functies die onder het voorheen geldende bestemmingsplan ook mogelijk waren, en als zodanig ook aanwezig waren. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Een akoestisch onderzoek voor dit bestemmingsplan is niet nodig.
Wet luchtkwaliteit
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 (Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer). De Wlk bevat grenswaarden voor
zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxide, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet.
| Stof | Toetsing van | Grenswaarde | Geldig |
| stikstofdioxide (NO2) | jaargemiddelde concentratie | 60 ìg/m³ | 2010 t/m 2014 |
| jaargemiddelde concentratie | 40 ìg/m³ | vanaf 2015 | |
| fijn stof (PM10)1) | jaargemiddelde concentratie | 48 ìg/m³ | |
| jaargemiddelde concentratie | 40 ìg/m³ | vanaf 11 juni 2011 | |
| 24-uurgemiddelde concentratie | max. 35 keer p.j. meer dan 75 ìg/m³ | ||
| 24-uurgemiddelde concentratie | max. 35 keer p.j. meer dan 50 ìg/m³ | vanaf 11 juni 2011 |
1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007).
Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien:
Besluit niet in betekenende mate (nibm)
In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.
Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar herstelt in hoofdzaak onvolkomenheden. Er vinden geen voor de luchtkwaliteit relevante wijzigingen van toegestane functies plaats die niet al in het vorige bestemmingsplan of vrijstellingen/projectbesluiten ruimtelijk zijn vastgelegd. Het verzamelplan heeft dan ook geen negatief effect op de luchtkwaliteit. De Wet luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor uitvoering van het bestemmingsplan.
Externe veiligheid is een begrip in het milieurecht en gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer over de weg, water en spoor en door buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Als gevaarlijke stoffen kunnen worden genoemd vuurwerk, lpg en munitie. Het beleid en de wetgeving zijn erop gericht om maatregelen te treffen om de risico's van deze risicovolle activiteiten te reguleren.
Voor dit bestemmingsplan is toetsing aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen, het Besluit externe veiligheid buisleidingen en de daarop gestoelde regelingen vereist. Op grond van de regels voor externe veiligheid moeten afstanden in acht worden genomen tussen risicovolle activiteiten en (beperkt) kwetsbare objecten. In de betreffende regelgeving wordt uitgegaan van een risicobenadering - en niet het volledig uitsluiten van het risico - waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Het plaatsgebonden risico is een rekenkundig begrip. Het risico kan op een afbeelding zichtbaar worden gemaakt door een (iso)risicocontour die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven dat een incident met dodelijke slachtoffers plaatsvindt. Het drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval in een inrichting, als bedoeld in de Wet milieubeheer, of bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet onderzocht - en verantwoord - worden omdat ook buiten de genoemde risicocontour van het plaatsgebonden risico nog letale effecten kunnen optreden in het invloedgebied van de risicovolle activiteit en groepen personen slachtoffer kunnen worden van een calamiteit.
Inleiding
Externe veiligheid gaat over de beoordeling van de risico's die verband houden met het gebruik van gevaarlijke stoffen. Tijdens de productie, de opslag, het gebruik en het transport kunnen er zich calamiteiten voordoen, waardoor de veiligheid van de omgeving in het geding is. Dit houdt daarom een risico in voor de omgeving van dergelijke activiteiten. Externe veiligheid heeft geen betrekking op mogelijke gezondheidsschade door langdurige blootstelling aan gevaarlijke of schadelijke stoffen. Het gaat om plotseling optredende schadelijke effecten en de directe gevolgen van die effecten. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden.
In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het ruimtelijk besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, berekend te worden.
In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Met het oog op de Modernisering Omgevingsveiligheidsbeleid van het Rijk wordt het accent verlegd van de risicobenadering naar een effectbenadering. Vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet zijn in dat verband de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations (Stcrt. 2016, 31453) en de Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations (Stb. 2015, 3125) gepubliceerd en in werking getreden.
Risicovolle inrichtingen
In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn milieukwaliteitseisen geformuleerd ter bescherming van de mens tegen de kans om te overlijden als gevolg van het vrijkomen of ontstaan van gevaarlijke stoffen bij een ongeval in een bedrijf of ander risicovol object. Voor het PR geldt volgens het Bevi een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten op een niveau van 10-6 per jaar. Binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour mogen dan ook geen nieuwe kwetsbare functies mogelijk worden gemaakt. Uitsluitend om gewichtige redenen mogen nieuwe beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour gerealiseerd worden. Daarnaast bevat het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR. De aan te houden veiligheidsafstanden zijn voor nader beschreven situaties vastgelegd in de Regeling externe veiligheid inrichtingen. Voor overige gevallen dient de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour te worden berekend.
Tot risicovolle inrichtingen behoren ook mijnbouwinrichtingen en inrichtingen voor de opslag van explosieven.
In de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations wordt onderscheid gemaakt tussen (beperkt) kwetsbare objecten en zeer kwetsbare objecten. De effectafstanden zijn respectievelijk 60 m en 160 m, gerekend vanaf het LPG-vulpunt. Tot de zeer kwetsbare objecten behoren verblijfsfuncties voor mensen die beperkt zelfredzaam zijn zoals ziekenhuizen en kinderdagverblijven. De circulaire is niet van toepassing op het vaststellen van een conserverend bestemmingsplan. De circulaire geldt evenmin voor zeer kwetsbare, kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten die al binnen de betreffende contouren aanwezig zijn. De effectafstanden voor LNG-tankstations zijn afhankelijk van de aanwezige veiligheidsvoorzieningen. De systematiek is vergelijkbaar met die voor LPG-tankstations.
Vervoer gevaarlijke stoffen
Op 1 april 2015 zijn de Wet basisnet en het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. De Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is daarmee komen te vervallen.
De wegen in beheer bij het Rijk zijn aangewezen als basisnetroute. Het bevoegd gezag neemt bij het vaststellen van een besluit dat betrekking heeft op gronden in de omgeving van een basisnetroute, ten aanzien van nieuw toe te laten kwetsbare objecten, de basisnetafstand in acht en houdt daarmee rekening ten aanzien van nieuw toe te laten beperkt kwetsbare objecten. De basisnetafstand volgt uit bijlage I van de Regeling basisnet. In regio Haaglanden zijn voor de A4, tussen Knooppunt Ypenburg en de gemeentegrens tussen Leidschendam-Voorburg en Zoeterwoude (wegvakken Z8 en Z7), en de A13, tussen knooppunt Ypenburg en Deft-Zuid (wegvakken Z29 en Z113), basisnetafstanden vastgelegd.
Daarnaast worden voor daartoe aangewezen rijkswegen binnen een zone van 30 meter vanaf de rand van de rijksweg beperkingen opgelegd vanwege eventuele plasbranden (plasbrandaandachtsgebied). De aanwijzing volgt eveneens uit bijlage I van de Regeling basisnet. Het betreft dezelfde wegvakken als hierboven genoemd.
Aan het bouwen van een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in een veiligheidszone of een plasbrandaandachtsgebied zijn eisen gesteld op grond van artikel 2.3 eerste respectievelijk tweede lid van de Regeling Bouwbesluit 2012. Paragraaf 2.3 van deze regeling is eveneens op 1 april 2015 in
werking getreden (Stb. 2015, 92). In beide gevallen moet zijn voldaan aan de artikelen 2.5 t/m 2.9 van voornoemde regeling. Aanvullend moet het mechanisch ventilatiesysteem van een, als beperkt kwetsbare object aan te merken, bouwwerk binnen een veiligheidszone zijn uitgerust met een voorziening waarmee dat systeem bij een calamiteit handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 2.10 van de regeling).
Deze bepalingen gelden niet voor bouwwerken met een hoge infrastructurele waarde als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (bijvoorbeeld telefoon- of elektriciteitscentrale).
Voor het gedeelte van het plan dat binnen 200 m van een weg ligt waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt (transportroute), moet in de toelichting het groepsrisico worden verantwoord. Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevt situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Met een beperkte verantwoording kan worden volstaan wanneer het groepsrisico minder dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde (OW) bedraagt of het groepsrisico (uitgedrukt in relatie tot de OW) met minder dan 10% toeneemt en tevens onder de oriëntatiewaarde blijft.
In de toelichting moet worden ingegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg (bestrijdbaarheid). Deze verplichting geldt ongeacht of het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen het invloedsgebied van de betreffende transportroutes. Op het vraagstuk zelfredzaamheid moet worden ingegaan wanneer (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen het invloedsgebied van een dergelijke weg zijn geprojecteerd.
Buisleidingen
Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking (Bevb) getreden. Voor nieuwe situaties is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar; voor beperkt kwetsbare objecten geldt dan een richtwaarde van 10-6 per jaar. Langs buisleidingen moeten belemmeringenstroken in acht worden genomen waarbinnen geen bebouwing (zowel boven- als ondergronds) of ondergrondse tanks zijn toegestaan. Daarnaast hanteert de Gasunie de Algemene VELIN voorwaarden voor grondroer- en overige activiteiten.
De noodzaak voor het verantwoorden van het groepsrisico wordt beoordeeld op grond van de inventarisatieafstanden zoals deze zijn vastgelegd in bijlage 6 van het Handboek buisleiding in
bestemmingsplannen - Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen van maart 2010.
Ten aanzien van de verantwoording van het groepsrisico onderscheidt het Bevb situaties waarin een 'volledige' verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording:
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan. Mocht er in de toekomst een nieuwe ontwikkeling plaatsvinden op één van de percelen, wordt verwezen naar de notitie van de Veiligheidsregio Haaglanden in de bijlagen.
Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsdocumenten vastgesteld over water en klimaatadaptatie (EU, rijk, provincie, waterschap en gemeente). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante beleidsnota's, waarbij het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld.
Europa:
Nationaal:
Provinciaal:
Hoogheemraadschap van Delfland:
Gemeentelijk:
Kaderrichtlijnwater KRW: (kaderstellend)
De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die op 22 december 2000 van kracht is geworden. Doelstelling is het realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en grondwater. De EU-lidstaten moeten deze 'goede toestand' uiterlijk in 2027 realiseren. De Rijksoverheid heeft de Kaderrichtlijn Water (KRW) omgezet in Nederlandse wet- en regelgeving. Dit staat in de Omgevingswet en in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Deze wet- en regelgeving is vertaald in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is systeemverantwoordelijk voor de uitvoering van de KRW namens het Rijk. In onder andere het Bestuursakkoord Water is de samenwerking in het waterbeheer en beleid tussen deze partijen vastgelegd. Alle waterbeheerders in Nederland zijn verantwoordelijk voor een deel van de uitvoering van de KRW. De Kaderrichtlijn Water verplicht de lidstaten om eens in de 6 jaar stroomgebiedbeheerplannen (SGBP's) vast te stellen. Deze SGBP's geven voor elk stroomgebied een overzicht van de toestand, problemen, doelen en maatregelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit. Voor Westland zijn de jaarlijkse waterkwaliteitsrapportages van Delfland relevant (komt elk kaar in april uit over het vorige jaar). De waterkwaliteit in Westland is het afgelopen decennium overall wel verbeterd, maar voldoet (in ruime mate) niet aan de KRW.
Omgevingswet voorheen waterwet (kaderstellend)
De Omgevingswet vervangt onder andere de Waterwet. Dit is één van de 26 wetten die in de Omgevingswet opgaan. De Waterwet en de onderliggende regelgeving bevatten veel normen die rechtstreeks voortvloeien uit Europese richtlijnen, zoals de Kaderrichtlijn Water, de Grondwaterrichtlijn en Drinkwaterrichtlijn. De bepalingen ter implementatie van deze richtlijnen blijven grotendeels ongewijzigd in de Omgevingswet, omdat Nederland zich moet houden aan de Europese verplichtingen. Ook de hoofdlijnen van het waterbeheer onder het oude recht, zoals bijvoorbeeld de bevoegde autoriteiten en het vergunningenstelsel blijven in stand in de Omgevingswet. De wet zegt dat gemeente een sleutelrol spelen in het lokale waterbeheer, specifiek het beschermen van watersystemen en waterkwaliteit en benadrukt het belang in een goede samenwerking tussen verschillende bestuurslagen. In artikel 2.1 van de omgevingswet staan de taken en bevoegdheden van de bestuursorganen beschreven.
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 (kaderstellend)
Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een plan van Nederlandse overheden om wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen te beperken. Het doel van het plan is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk werken samen aan de ambities in dit plan en hebben zich daarvoor ook verenigd in werkregio's. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (2018) is gebaseerd op de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie uit 2015.
Deze Deltabeslissing moet elke zes jaar opnieuw worden herijkt. We kunnen maatschappelijke ontwrichting en grote economische schade voorblijven door vanaf nu, naast de voortdurende inzet op de primaire waterveiligheid met het hoogwaterbeschermingsprogramma en de programma's voor de secundaire waterkeringen van de waterschappen, klimaatbestendig en waterrobuust te bouwen en bij de toedeling van functies rekening te houden met de waterbeschikbaarheid in een gebied. Dit voorkomt extra risico op schade en slachtoffers bij een overstroming of extreem weer. Ook zijn dringend investeringen nodig om de vitale en kwetsbare functies en processen (waaronder wegen, spoorwegen, vaarwegen, elektriciteit, ICT, drinkwater, gas) robuuster in te richten en beter bestand te maken tegen extremere weersomstandigheden. Nú slim bouwen bespaart geld in de toekomst en draagt bij aan leefbaarheid en gezondheid. Er is meer inzet nodig van zowel publieke als private partijen voor het klimaatbestendig uitvoeren van nieuwbouw, industrieterreinen, ICT- en energievoorzieningen en het klimaatbestendig aanpassen van bestaande bebouwing.
Water en bodem sturend (richtinggevend)
Op vrijdag 25 november 2022 heeft Minister Harbers van I&W de kamer geïnformeerd via de kamerbrief over het richtinggevend kader Water en bodem sturend (WBS). De ruimte in Nederland staat onder druk vanwege de optelsom van vele ontwikkelingen, zoals woningbouwopgave, klimaatverandering, de energietransitie en economische ontwikkeling. De gemeente Westland, als één van de meest verharde gemeenten van Nederland, heeft decennialang kunnen floreren in economie en wonen doordat met technische ingrepen het (grond)water en bodem kon worden gebruikt dan wel beheerst. Door de gevolgen van klimaatverandering én de druk op de ruimte is deze aanpak niet langer houdbaar. De draagkracht van de natuur en het water- en bodemsysteem heeft op vele vlakken haar grenzen bereikt. Dit vertaalt zich in verhoogde risico's op wateroverlast en watertekorten. Om bestaande en nieuwe functies nog goed en veilig te kunnen laten bestaan, zijn extra inspanningen nodig op het vlak van water en bodem. Ons denken en handelen moet hierin veranderen. De beleidslijnen die vanuit bodem en water sturend worden meegegeven geven de gemeente Westland richting in de ruimtelijke puzzel, het ZHPLG maar ook nieuw te ontwikkelen gemeentebeleid voor klimaatadaptatie en de ruimtelijke visie op de glastuinbouw.
Landelijke maatlat (richtinggevend)
De landelijke maatlat is de basis voor het klimaatadaptief bouwen waaraan door gemeenten voldaan moet worden om toekomstbestendig te ontwikkelen. Op 23 maart 2023 ging een kamerbrief uit met de invulling hiervan. De landelijke maatlat definieert eenduidig wat we onder klimaatadaptief bouwen en inrichten verstaan. Deze bestaat uit kwalitatieve doelen en kwantitatieve prestatie-eisen/richtlijnen voor de thema's overstromingen, wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit en bodemdaling. De eisen van het convenant Klimaatadaptief Bouwen, de regionale afspraken waar de gemeente Westland aan meedoet, voldoen hieraan (zie hieronder).
Regionaal waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 (richtinggevend)
Het Regionaal Waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027, vastgesteld door de Provinciale Staten, beschrijft het waterbeleid van de provincie. Dit programma omvat de uitvoering van Europese richtlijnen zoals de Kaderrichtlijn Water, en gaat in op onderwerpen als zoetwatervoorziening, waterrecreatie, vaarwegen en wateroverlast. Het biedt een overzicht van de aanpak en samenhang tussen verschillende water gerelateerde onderwerpen. Het programma is het resultaat van samenwerking met partners zoals waterschappen, drinkwaterbedrijven, omgevingsdiensten en gemeenten, en wordt elke zes jaar geactualiseerd.
Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6) (richtinggevend)
In dit programma geeft Delfland aan hoe ze inspelen op ontwikkelingen als zoals klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging, en waar zij de komende jaren aan werken.
Weging waterbelang in plannen fysieke leefomgeving (voorheen watertoets)
Bij plannen in de fysieke leefomgeving is de weging van het waterbelang verplicht. Voor het doorlopen van dit proces heeft Delfland een handreiking opgesteld.
Handreiking weging waterbelang voor gemeenten (richtinggevend en kaderstellend)
De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de procedure voor de weging van het waterbelang in plannen voor de fysieke leefomgeving op gemeentelijk niveau.
Watervisie (richtinggevend)
De Watervisie vormt de inbreng vanuit de verschillende wateropgaven voor de gemeentelijke omgevingsvisies, maar kan ook meer inzicht geven voor de weging van het waterbelang voor omgevingsplannen.
Waterschapsverordening (kaderstellend)
In de waterschapsverordening staan de regels om de sloten, vaarten, plassen en dijken in het gebied van Delfland te beschermen. Met de verordening kan Delfland nagaan of voor een activiteit een vergunning nodig is. Vanaf 1 januari 2024 vervangt de waterschapsverordening de Keur en de Algemene Regels van Delfland.
Legger (kaderstellend)
De Legger Delfland is een juridisch instrument en een verplichting vanuit de Omgevingswet. In de Legger staat waaraan waterstaatswerken moeten voldoen en wie ze moet onderhouden. Waterstaatswerken zijn onder andere: dijken, vaarten, sloten, bergingsgebieden, natte ecologische zones, gemalen en stuwen. Samen met de Waterschapverordening Delfland en de beleidsregels geeft de legger aan waar welke regels gelden.
Diverse beleidsdocumenten (richtinggevend en kaderstellend)
Alle beleidsdocumenten van Delfland staan op de website: Beleid - Delfland (hhdelfland.nl)
Waterklimaatplan Westland (richtinggevend)
Het waterklimaatplan bevat ambities en ambitieniveaus op basis van lange termijndoelen (2040-2050). Het per doel gekozen ambitieniveau is vastgelegd in een Ambitie-keuzekaart. Ambities zijn uitgewerkt in gezamenlijke jaarlijkse uitvoeringsprogramma's. Dit waterklimaatplan wordt in 2024/2025 geactualiseerd.
Strategie klimaatadaptatie Westland (richtinggevend)
De Omgevingsvisie 2.0 stelt dat Westland in 2040 klimaatadaptief moet zijn ingericht. Om deze ambitie waar te kunnen maken, is een Westlandse strategie vastgesteld om richting en kader te geven aan deze lange termijn ontwikkeling. Het bevat een beschrijving van de effecten van klimaatverandering voor de gemeente Westland, urgentie en de strategische ontwikkellijnen voor de gemeente Westland. Dit betekent dat de gemeente klimaatadaptatie borgt in al haar beleid en uitvoeringsprogramma's, waarbij er specifieke aandacht uitgaat naar verder onderzoek naar risicogebieden en kwetsbare groepen. Daarnaast ziet de gemeente een grote betrokkenheid van haar inwoners en bedrijven als noodzakelijk, om ook een bijdrage te leveren in de (gezamenlijke) opgave. Klimaatadaptatie kan immers niet alleen afgewenteld worden op de openbare ruimte. Bedrijven en inwoners hebben een eigen verantwoording voor wat betreft private eigendommen.
Convenant klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland (kaderstellend)
De gemeente Westland is ondertekenaar van het Convenant klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland. Dit betekent dat de gemeente Westland nieuwbouwlocaties, inclusief transformatie- en uitleggebieden, zo klimaatadaptief mogelijk wil bouwen. Deze eisen worden bij planvorming van nieuwe ontwikkelingen (OTW) aan de voorkant meegegeven. Daarnaast zijn deze in 2022 verwerkt in de het Programma van standaarden van de gemeente Westland en vormt dit tot op heden een actueel eisenpakket voor de inrichting van de openbare ruimte. We voldoen hiermee ook aan de landelijke klimaatlat.
Programma van standaarden (kaderstellend)
Hierin zijn de voorwaarden opgenomen waaraan de inrichting van de openbare ruimte moet voldoen, inclusief de eisen voor klimaatadaptatie, water en groen. Het programma wordt gehanteerd bij overdracht aan de gemeente van private gronden als openbare ruimte en is leidraad voor de herinrichtingsprojecten van de gemeente zelf.
Hemelwaterverordening nieuwbouw Westland (kaderstellend)
Vanaf 20 december 2023 heeft de gemeente Westland beleid op het bergen en vasthouden van regenwater op privaat terrein binnen een nieuwbouwplan. Vanaf 1 januari maakt deze verordening automatisch deel uit van het omgevingsplan. Dat wil zeggen dat elke ruimtelijke ontwikkeling groter dan 50 m2 hieraan moet voldoen. Voor iedere m² bebouwd oppervlak moet 50 liter berging worden aangelegd. Bij bedrijventerreinen tellen ook de verharde onbebouwde oppervlaktes mee. Voor het aanleggen van de waterberging bestaan verschillende mogelijkheden. In het handboek 'Omgaan met Hemelwater bij nieuwbouw in Westland' staan voorbeelden ter inspiratie.
Veiligheid en waterkeringen
Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op het (veilig) functioneren en het beheer en onderhoud van waterkeringen. Om die reden is het van belang, dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met de effecten van die plannen op de aanwezige waterkeringen.
In de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland zijn de ligging en de minimale afmetingen van de waterkeringen vastgelegd. Rondom de keringen is een keurzone vastgesteld. Deze bestaat uit het waterstaatswerk (de daadwerkelijke kering) en een beschermingszone. Binnen het waterstaatswerk en de beschermingszone zijn op basis van de Keur Delfland beperkingen gesteld aan activiteiten die het waterkerend vermogen van de kering nu en in de toekomst kunnen aantasten.
In het plangebied komen wel waterkeringen voor. Op de planverbeeldingen zijn zowel de waterkering zelf als de beschermingszone als dubbelbestemming opgenomen. Voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd en werken die worden aangelegd binnen de zonering van de waterkering, is over het algemeen een watervergunning nodig. De definitieve uitwerking moet daarbij voldoen aan de criteria, die het Hoogheemraadschap van Delfland stelt, en wordt nader met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd.
Waterkwantiteit
Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur met voldoende mogelijkheden voor waterberging. Dit streven heeft uiteindelijk tot doel wateroverlast voor de nieuwe en de al aanwezige functies in het gebied te voorkomen. Bij het voorkomen van wateroverlast en het verwerken van hemelwater hebben perceeleigenaar, gemeente en Delfland elk een verantwoordelijkheid. De perceeleigenaar moet het hemelwater zoveel mogelijk zelf verwerken en vasthouden bij de plaats waar het valt, bijvoorbeeld een (slimme)regenton. De gemeente draag zorg voor de inzameling en verwerking van het afstromend hemelwater. Dit betekent, dat de gemeente in eerste instantie en initiatiefnemers/perceel eigenaren inspanning moet doen om dit hemelwater vast te houden of terug te brengen in de bodem. Vervolgens kan het (al dan niet na zuivering) worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Delfland is vervolgens verantwoordelijk voor de ontvangst van hemelwater in het oppervlaktewater.
Het bestemmingsplan biedt, in vergelijking tot het voorheen geldende bestemmingsplan, geen ruimere mogelijkheden om verhardingen aan te brengen. Het plan heeft daarmee geen planologisch effect op het watervasthoudend vermogen binnen het plangebied
.
Watersysteemkwaliteit en ecologie
In het kader van de herstructurering wordt er gestreefd naar het zoveel mogelijk benutten van kansen en voor het verbeteren van de watersysteemkwaliteit en de ecologie. Ten aanzien van de KRW maatregelen moet er rekening worden gehouden met de afspraken uit de Bestuursovereenkomst KRW Delfland en de afspraken die op dit moment gemaakt worden voor het Stroomgebiedbeheersplan 2015-2021. Het boezemsysteem van Delfland maakt onderdeel uit van de KRW waterlichamen. Delfland en gemeenten zijn in de KRW Delfland overeengekomen om de toestand van de waterlichamen te verbeteren. Onderdeel van deze overeenkomst is dat daar waar langs waterlichamen ruimtelijke mogelijkheden zijn om invulling te geven aan de KRW-opgave, deze worden benut, en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt onderzocht of een deel van de ruimtelijke KRW-opgave hieraan kan worden gekoppeld. In het Waterplan Westland is aangegeven dat als er ruimte is, er een natuurvriendelijke oever moet worden aangelegd. En als er geen ruimte is maar wel dynamiek, kansen worden benut. Daarnaast mogen ruimtelijke ontwikkelingen niet leiden tot een verslechtering van de ecologische en chemische toestand van deze waterlichamen.
Het bestemmingsplan heeft geen planologisch effect op de watersysteemkwaliteit en ecologie binnen het plangebied.
Onderhoud en bagger
Delfland is verantwoordelijk voor het onderhoud van het primaire watersysteem en de waterkeringen. Voor secundair boezemwater en polderwateren zijn veelal andere partijen (gemeente, grondeigenaar) onderhoudsplichtig. Onderhoudsplichtigen zijn in de Legger Delfland vastgesteld. Onderhoud aan water en waterkering betekent dat deze toegankelijk moeten zijn voor onderhoud. Ook houdt Delfland ruimte die eventueel nodig is voor dijk- of kadeverzwaring, vrij van andere, conflicterende functies. Het beheer en onderhoud van het watersysteem binnen het plangebied is vastgelegd in de Keur Delfland en Legger Delfland.
Voor onderhoud van watergangen is het van belang rekening te houden met de benodigde onderhoudsstroken.Onderhoudsstroken zijn noodzakelijk voor onderhoudsmateriaal en werkruimte, en er kan bagger op de onderhoudsstroken worden gezet.
Er gelden de volgende criteria:
Wanneer onderhoudsstroken niet of moeilijk realiseerbaar of te behouden zijn, overleg dan met Delfland over alternatieven of maatregelen.
Bodem en grondwater
Het bestemmingsplan biedt, in vergelijking tot het voorheen geldende bestemmingsplan, geen ruimere mogelijkheden om bebouwingen aan te brengen Het bestemmingsplan heeft dan ook geen planologisch effect op de bodem en grondwater binnen het plangebied
Afvalwater en riolering
De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijke rioleringsstelsel ter plaatse. Afvalwater wordt afgevoerd naar de dichtsbijzijnde afvalwaterzuivering. Voor zover bekend zijn er geen problemen bekend omtrent de capaciteit van riolering of zuivering.
Voor de afvoer van het hemelwater zijn creatieve en efficiënte maatregelen mogelijk, zoals het ophogen van gronden, een hoger bouwpeil van woningen, open verharding ter plekke van parkeerplaatsen of water vasthouden op particulier terrein, bijvoorbeeld door middel van de aanleg van wadi's, (slimme)regenton, groene daken, het afkoppelen van hemelwaterafvoer, en dergelijke.
Het bestemmingsplan biedt, in vergelijking tot sw voorheen geldende bestemmingsplannen, geen ruimere mogelijkheden om bebouwingen aan te brengen Het bestemmingsplan heeft dan ook geen planologisch effect op het water binnen het plangebied
Een verontreinigde bodem kan zorgen voor gezondheidsproblemen en tast de kwaliteit van het natuurlijk leefmilieu aan. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke plannen de bodemkwaliteit mee te nemen in de overwegingen. De Wet bodembescherming (Wbb), het Besluit bodemkwaliteit en de Woningwet stellen grenzen aan de aanvaardbaarheid van verontreinigingen. Indien bij planvorming blijkt dat (ernstige) verontreinigingen in het plangebied aanwezig zijn, wordt op basis van de aard en omvang van de verontreiniging én de aard van de ruimtelijke plannen beoordeeld welke gevolgen dit heeft.
Wet bodembescherming
De Wet bodembescherming (Wbb) regelt zaken rond bodembescherming en bodemsanering. Vertrekpunt van de Wbb is dat in het merendeel van de gevallen van bodemverontreiniging, de daadwerkelijke bodemsanering wordt meegenomen in de ontwikkeling dan wel herontwikkeling van plangebied of projectlocatie. De wettelijke doelstelling is functiegericht saneren. De wet houdt rekening met het gebruik van de bodem en de (im)mobiliteit van de verontreiniging. De volgende uitgangspunten overheersen:
c. het wegnemen van actuele risico's.
Saneringsverplichtingen zijn gekoppeld aan ontoelaatbare risico's die samenhangen met het huidige en toekomstige gebruik van de bodem. Het is niet nodig de hele locatie aan te pakken. Er kan ook sprake zijn van deelsaneringen of een gefaseerde aanpak.
Met betrekking tot de kwaliteit van de bodem en grondwater kan worden opgemerkt dat het onderhavige plan een actualisering betreft. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de bestaande situatie. Voor nieuwe ontwikkelingen of functiewijzigingen in het plangebied, dient het aspect bodem nader onderzocht te worden.
Natuurnetwerk Nederland
Op basis van het nieuwe rijksbeleid zoals opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), heeft de provincie Zuid-Holland in december 2013 de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) herijkt. De EHS is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones.
Bij de herijkte EHS is de prioriteit komen te liggen bij het bereiken van de doelen van de Natura-2000-gebieden en de Europese Kaderrichtlijn Water. Voor wat betreft het beleidsveld Natuur richt de provincie zich niet alleen op de kwantitatieve prestaties (output: hoeveel hectare verworven en ingericht, hoeveel beheerplannen Natura 2000 vastgesteld) maar vooral ook op de effecten (outcome: de natuurkwaliteit, hoe ontwikkelt de Zuid-Hollandse biodiversiteit zich). Het voorgaande is breder dan de reikwijdte van het NNN omdat er door de provincie van uitgegaan wordt dat de bijdrage aan de biodiversiteit ook buiten de begrenzing van het NNN plaatsvindt, bijvoorbeeld het leveren van een bijdrage aan de biodiversiteit door recreatiegebieden en het agrarisch gebied.
Wet natuurbescherming
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking. De Wnb is het nieuwe wettelijke stelsel voor natuurbescherming en vervangt drie tot dan bestaande wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Het beschermingsregime gaat uit van het "nee, tenzij-principe". Dit betekent dat de genoemde verbodsbepalingen in de Wnb voor bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden altijd gelden. Het afwijken hiervan is alleen onder voorwaarden toegestaan. Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Zuid-Holland is het bevoegd gezag voor het verlenen van toestemming door middel van een vergunning, ontheffing of vrijstelling.
In de Wnb zijn bepalingen opgenomen voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan bedreigd worden. De Wnb kent drie beschermingsregimes:
Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing, vergunning of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. De bepalingen zijn samengevat in onderstaande tabel. De bepalingen voorzien in een bescherming van verblijfplaatsen, evenals de bescherming tegen verstorende invloeden. Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland kan een ontheffing verlenen van de verboden als genoemd in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. van de Wnb.
Vrijstellingen
In de Wnb is een aantal algemene soorten amfibieën en zoogdieren beschermd onder de categorie "Nationale soorten", zoals gewone pad, bruine kikker en konijn. Provincie Zuid-Holland heeft bevoegdheid om bij verordening deze soorten "vrij te stellen" van de ontheffing/vergunningsplicht (Provincie Zuid-Holland, 2016). Dit betekent dat geen ontheffing nodig is voor werken gericht op ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en beheer en onderhoud. Vrijgestelde soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing.
Zorgplicht
De zorgplicht (artikel 1.11. Wnb) houdt in dat handelingen, die nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten:
Het betreft alle in het wild levende dieren en planten. De zorgplicht dient onder meer als vangnet voor de bescherming van soorten waarvoor op grond van de Wnb geen specifiek verbod geldt. De zorgplicht is daarnaast van toepassing op beschermde gebieden.
Het bestemmingsplan leidt niet tot nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen welke van invloed zijn op de duurzame instandhouding van enige aanwezige flora en fauna. Het aspect ecologie vormt daarom geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
Als gevolg van het Verdrag van Valetta, dat in 1998 door het Nederlandse parlement is goedgekeurd en in 2006 zijn beslag heeft gekregen in de gewijzigde Monumentenwet 1988, stellen Rijk en Provincie zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het Rijk heeft deze beleidsuitgangspunten neergelegd in onder meer de Cultuurnota 2005 - 2008, de Nota Belvedère, de Nota Ruimte en het Structuurschema Groene Ruimte 2.
De provincie Zuid-Holland hanteert het uitgangspunt dat op terreinen die voorkomen op de Archeologische Monumentenkaart Zuid-Holland en in gebieden die op de kaart archeologische waarden van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS-kaart) ten minste een redelijke tot grote kans op archeologische sporen hebben, archeologisch vooronderzoek in het kader van de planvoorbereiding dient plaats te vinden. Voor zover er onzekerheid bestaat over de precieze aanwezigheid van archeologische waarden, dient in het bestemmingsplan voor het bouwrijp maken een omgevingsvergunningplicht te worden gehanteerd. Het verlenen van een omgevingsvergunning wordt daarbij afhankelijk gesteld van de uitkomsten van nader archeologisch onderzoek en de belangenafweging op grond daarvan.
Doelstelling van het Verdrag van Valetta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen.
Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar herstelt in hoofdzaak onvolkomenheden. De dubbelbestemming uit de voorgaande bestemmingsplannen wordt overgenomen op de planverbeelding en in de planregels.
Op grond van de Wet milieubeheer worden activiteiten aangewezen welke belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu, of waarvoor beoordeeld moet worden of deze activiteiten nadelige invloed hebben. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is aangegeven welke activiteiten in het kader van een bestemmingsplan planMER-plichtig, projectMER-plichtig of MER-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de genoemde activiteiten welke niet aan de drempelwaarden voldoen, te beoordelen of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben (gelet op kenmerken, locatie en potentiële effecten). Het bestemmingsplan betreft geen activiteit als genoemd in het Besluit milieueffectrapportage, waardoor in samenhang met dit bestemmingsplan geen MER-beoordeling vereist is.
In het verzamelplan zijn de planregels opgenomen van het paraplubestemmingsplan Parkeernormen. Deze planregels verwijzen naar de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland'. Op die manier kunnen de parkeernormen zo nodig tussentijds geactualiseerd worden, zonder dat alle bestemmingsplannen aangepast hoeven te worden. In de bestemmingsplanregeling is hier rekening mee gehouden door een zogenoemde 'dynamische verwijzing' op te nemen. Er wordt verwezen naar de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland' of – indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd – aan die wijziging.
De planregels en de planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen als gepubliceerd door het ministerie van VROM (SVBP 2008) en als wettelijk voorgeschreven in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 (Staatscourant 2008, nr. 377, van 30 oktober 2008).
Daarnaast zijn in de planregels de standaardregels opgenomen als geboden in artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening. In een apart artikel zijn de bijzondere gebruiksverboden opgenomen voor alle bestemmingen, welke verboden aansluiten op het wettelijk verbod als neergelegd in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening.
Voor uitleg van die planregels wordt verwezen naar de toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008, in samenhang met de jurisprudentie over die uitleg.
Voorts is de "Werkafspraak terminologie Wabo in Standaard voor Vergelijkbare bestemmingsplannen" van september 2010 verwerkt. Die werkafspraak in het kader van de ministeriële regeling is gemaakt met het oog op de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op 1 oktober 2010.
De planregels en planverbeelding van dit bestemmingsplan zijn toegesneden op de specifieke behoefte aan planregulering voor het gegeven plangebied. In de hierna volgende paragrafen is de aan het bestemmingsplan eigen plansystematiek toegelicht voor zover die een aanvulling of een geoorloofde afwijking vormt van de SVBP 2012.
Opbouw planregels
De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:
Inleidende regels
Begrippen ( Begrippen )
Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen.
Wijze van meten ( Wijze van meten )
Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.
Bestemmingsregels
De bestemmingsregels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:
Gebruiksregels
De doeleindenbeschrijving van de bestemming of de dubbelbestemming, waarvan opname in de planregels is geboden in artikel 3.1.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, is in de planregels voor elke bestemming in eerste instantie vervat in het onderdeel "Bestemmingsomschrijving". Van het onderdeel "Specifieke gebruiksregels" wordt in de planregels vooral gebruik gemaakt om regels te geven voor de onder de bestemming of dubbelbestemming vallende functieaanduidingen en bouwaanduidingen en andere aanduidingen.
Afwijkingsregels
In het onderdeel "Afwijken van de gebruiksregels" wordt alleen die afwijkingsbevoegdheid opgenomen die uitsluitend ziet op het gebruik. Zodra sprake is van het afwijken van de bouwregels - ook al vormt dat bouwen een (klein) onderdeel van het gebruik in ruime zin - wordt de bevoegdheid daartoe geplaatst in het onderdeel "Afwijken van de bouwregels".
Aanleggen of slopen
De aanlegregels of sloopregels zijn uitvoerig met het oog op een zorgvuldige verlening van de omgevingsvergunning daartoe, voor zover regels daarvoor niet reeds zijn voorzien in de Wet ruimtelijke ordening of het Besluit ruimtelijke ordening. De aanlegregels of sloopregels kennen de volgende onderverdeling:
Algemene gebruiksregels
In het artikel "Algemene gebruiksregels" zijn naast een verwijzing naar het algemene gebruiksverbod van artikel 7.2 van de Wet ruimtelijke ordening, specifieke gebruiksverboden ter invulling van het algemene gebruiksverbod opgenomen. Daarin is onderscheid gemaakt tussen het verbod op het gebruik van gronden en het verbod op het gebruik van bouwwerken.
Overgangs- en slotregels
In het artikel "Slotregel" zijn de volgende onderdelen opgenomen:
Wettelijke vereisten
De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Hierbij vormt de inhoud van de digitale versie de beslissende versie. De digitalisering brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.
De planverbeelding is digitaal vorm gegeven overeenkomstig de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008. De digitale planverbeelding en de andere onderdelen van de dataset hebben het volgende planidentificatie-nummer gekregen:
NL.IMRO.1783.KRNVERZAMELPLN2abp-VA01
De dataset bestaat uit:
Leeswijzer verbeelding
Wegwijzer via internet
Met de digitalisering van ruimtelijke plannen is het lezen en interpreteren van de verbeelding (voorheen plankaart) een nieuwe aangelegenheid. Via de website www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen bestemmingsplannen (ook in voorbereiding zijnde plannen voor zover deze ter inzage zijn gelegd) worden ingezien. Via het tabblad 'bestemmingsplannen' kan worden doorgeklikt naar de provincie, de woonplaats of nog specifieker de straatnaam. De gebieden die zwart omlijnd op de kaart staan aangeduid, zijn de gebieden waarvoor een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar is.
Zodra het gewenste bestemmingsplan is gevonden en deze voldoende is ingezoomd, wordt de betreffende bestemmingslegging zichtbaar. Om een beter beeld van de omgeving te krijgen, kan voor verschillende ondergronden worden gekozen (luchtfoto, topografie). Zodra linksonder 'legenda' wordt aangeklikt, wordt inzichtelijk wat de verschillende kleuren betekenen. Door vervolgens op een locatie binnen het plangebied te klikken wordt aan de rechterzijde van de kaart de bijbehorende informatie getoond. Indien meer informatie is gewenst, kan worden doorgeklikt naar de toelichting en/of de regels van het plan.
Analoge verbeelding
Alhoewel de digitale verbeelding het uitgangspunt vormt, blijft het mogelijk het bestemmingsplan analoog in te zien. Het lezen van de analoge verbeelding is verschillend van de digitale verbeelding. Op de analoge verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes.
Bestemmingsvlak en bouwvlak
Vrijwel elke bestemming bestaat doorgaans uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied waarvoor de mogelijkheden om gebouwen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering. Soms komt het voor dat het bestemmingsvlak en het bouwvlak met elkaar samenvallen. Op de plankaart is dan uitsluitend een bouwvlak te zien (het bestemmingsvlak ligt hieronder).
Aanduidingen
Op de digitale plankaart is een onderscheid gemaakt in verschillende aanduidingen. Een aantal functieaanduidingen is gebruikt om de gebruiksmogelijkheden binnen een bestemming of een gedeelte daarvan nader te specificeren. Het kan hierbij gaan om een nadere specificatie van de gebruiksmogelijkheden, een expliciete verruiming daarvan of juist een beperking. Voorbeelden van functieaanduidingen zijn 'bedrijfswoning', 'detailhandel' en 'kantoor'.
Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken, worden bouwaanduidingen genoemd. Voorbeelden van bouwaanduidingen zijn 'gestapeld' en 'onderdoorgang'.
Alle aanduidingen die betrekking hebben op afmetingen, percentages en oppervlakten, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn maatvoeringaanduidingen.
De bestaande functies in het plangebied die overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan in dit plan zijn bestemd, zijn de volgende (in alfabetische volgorde van bestemming).
In het bestemmingsplan zijn de volgende enkelbestemmingen overgenomen van de overschreven bestemmingsplannen. Het gaat om de volgende enkelbestemmingen:
Binnen de bestemming Bedrijf zijn zowel bedrijven toegestaan, alsmede wegen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en overige bijbehorende voorzieningen.
Bedrijven zijn toegestaan voor zover deze behoren tot de algemeen toelaatbare categorieën van bedrijvigheid. De milieucategorie van de bedrijven wordt bepaald aan de hand van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' en Staat van Bedrijfsactiviteiten 'Functiemenging' die zijn opgenomen als bijlage bij de regels van dit bestemmingsplan.
De milieuzonering is op de kaart aangegeven door middel van categorieaanduidingen binnen de bestemming Bedrijf. Op de kaart is na de letter die de bestemming aangeeft, de hoogst toelaatbare categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (tussen haakjes) aangegeven (bijvoorbeeld b<2). Een aantal bedrijven voldoet niet aan de aldaar maximale toelaatbare categorie, maar kunnen ter plaatse wel gehandhaafd blijven. Voor deze bedrijven zijn maatbestemmingen opgenomen. Dit betekent dat bij verplaatsing of beëindiging van een dergelijk bedrijf eenzelfde soort bedrijf is toegestaan of een bedrijf dat past binnen de toelaatbare categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten.
Bebouwing ten dienste van de bestemming mag alleen worden gerealiseerd binnen de op de kaart aangegeven bouwvlakken. Op de kaart en in de regels zijn de maximale hoogtematen van de bebouwing aangegeven.
Er is binnen het plangebied een aantal bedrijfswoningen aanwezig. Deze bestaande bedrijfswoningen zijn toegestaan, maar daarbij geldt dat de inhoud van de woningen maximaal 600 m³ mag bedragen. De vestiging van nieuwe bedrijfswoningen is niet toegestaan.
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken om bedrijfsactiviteiten toe te staan die genoemd worden in één categorie hoger dan algemeen toelaatbaar is en voor bedrijven die niet genoemd worden in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, op voorwaarde dat deze bedrijfsactiviteiten (als gevolg van de geringe omvang van hinderlijke (deel)activiteiten of door een milieuvriendelijke werkwijze) naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de bedrijfsactiviteiten genoemd in de lagere algemeen toegelaten milieucategorieën.
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is in de regeling geïmplementeerd door middel van het uitsluiten van risicovolle inrichtingen. In de begrippen is het begrip 'risicovolle inrichtingen' verklaard. Daarnaast zijn geluidshinderlijke inrichtingen eveneens niet toegestaan.
Binnen de bestemming Bedriventerrein zijn zowel bedrijven toegestaan, alsmede wegen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en overige bijbehorende voorzieningen. Bedrijven zijn toegestaan voor zover deze behoren tot de algemeen toelaatbare categorieën van bedrijvigheid. De milieucategorie van de bedrijven wordt bepaald aan de hand van de Staten van Bedrijfsactiviteiten die zijn opgenomen als bijlage bij de regels van dit bestemmingsplan.
Voor het vaststellen van de milieuzonering van het bedrijventerrein Lierweg is uitgegaan van de bestaande woonbebouwing langs de randen van het plangebied welke qua gebiedstype is ingedeeld. Bedrijven uit een zwaardere categorie dienen op een grotere afstand van de woonbebouwing te worden gesitueerd dan de bedrijven uit lagere milieucategorieën.
De zonering is aangegeven door middel van categorieaanduidingen binnen de bestemming Bedrijventerrein. Op het bedrijventerrein Lierweg worden bedrijven uit maximaal milieucategorie 2 of 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' algemeen toelaatbaar geacht. Een aantal bedrijven voldoet niet aan de aldaar maximale toelaatbare categorie, maar kunnen ter plaatse wel gehandhaafd blijven. Voor deze bedrijven zijn maatbestemmingen opgenomen. Dit betekent dat bij verplaatsing of beëindiging van een dergelijk bedrijf eenzelfde soort bedrijf is toegestaan of een bedrijf dat past binnen de toelaatbare categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten bedrijventerrein.
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de gebruiksregels om bedrijfsactiviteiten toe te staan die genoemd worden in één categorie hoger dan algemeen toelaatbaar is en voor bedrijven die niet genoemd worden in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, op voorwaarde dat deze bedrijfsactiviteiten (als gevolg van de geringe omvang van hinderlijke (deel)activiteiten of door een milieuvriendelijke werkwijze) naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de bedrijfsactiviteiten genoemd in de lagere algemeen toegelaten milieucategorieën.
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is in de regeling geïmplementeerd door middel van het uitsluiten van risicovolle inrichtingen. In de begrippen is het begrip 'risicovolle inrichtingen' verklaard. Daarnaast zijn geluidshinderlijke inrichtingen eveneens niet toegestaan.
Bouwregels
Bebouwing ten dienste van de bestemming mag alleen worden gerealiseerd binnen de op de kaart aangegeven bouwvlakken. Op de kaart en in de regels zijn de maximale hoogtematen van de bebouwing aangegeven.
Kantooractiviteiten die zijn verbonden aan de uitoefening van de bedrijfsactiviteiten, zijn rechtstreeks toelaatbaar. Hiervoor geldt dat ten hoogste 50% van het bedrijfsvloeroppervlak, met een maximum van 3.000 m² is te gebruiken voor deze kantooractiviteiten.
Er is binnen het plangebied een aantal bedrijfswoningen aanwezig. Deze bestaande bedrijfswoningen zijn toegestaan, maar daarbij geldt dat de inhoud van de woningen maximaal 600 m³ mag bedragen. De vestiging van nieuwe bedrijfswoningen is niet toegestaan.
De bestemming Centrum voorziet in de functies detailhandel en dienstverlening, horeca en wonen.
| Adres | bestemming (vigerende bestemmingsplan) | Omschrijving | bestemming (Verzamelplan) |
| Prinses Margrietstraat nabij 5 te de Lier | Centrum | - detailhandel en dienstverlening (*); - horecabedrijven uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten (*); - het wonen (**) met dien verstanden dat het wonen op de begane grond mag worden voortgezet, indien er sprake is van bestaand gebruik; |
Centrum |
| Dijkstraat 72 Honselersdijk | Centrum | - detailhandel en dienstverlening (*); - horecabedrijven uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten (*); - het wonen (**), met dien verstande dat het wonen op de begane grond mag worden voortgezet, indien er sprake is van bestaand gebruik; - een vuurwerkverkoop- punt: uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'sdh-vvp'. |
Centrum met de aanduiding 'sdh-vvp' |
* uitsluitend op de begane grond
** uitsluitend op de verdiepingen
De bestemmingen Gemengd zijn toegekend aan gebieden met gemengde functies.
| Adres | bestemming (vigerende bestemmingsplan) | omschrijving | bestemming (Verzamelplan) |
| Patijnenburg 2A te Naaldwijk | Gemengd - 4 | a. kantoren; b. dienstverlening; c. detailhandel is volumineuze goederen; d. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf': tevens een bedrijf uit ten hoogste categorie B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals groen, wegen, voet- en fietspaden, parkeervoorzieningen en water. |
Gemengd - 4 met de aanduiding 'Wonen": tevens wonen op de verdieping; |
| Pieter Heusstraat 20 te 's-Gravenzande | Wonen | Wonen |
Gemengd - 1 |
| Vaartplein 16 te 's-Gravenzande | Gemengd - 1 | a. het wonen; b. detailhandel en dienstverlening uitsluitend op de begane grond met een maximale vloeroppervlakte van 400 m² per vestiging; c. kantoren met een maximaal bvo van 1.000 m² per vestiging; d. bedrijven uit ten hoogste categorie B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'; e. maatschappelijke voorzieningen; f. horecabedrijven uit ten hoogste categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten mits deze inpasbaar is in de omgeving en een representatieve uitstraling heeft; g. ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met horecacategorie 2': horecabedrijven uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2': tevens een gemeentelijk monument; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 3': tevens voor ambachtelijke bedrijven; j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 2': tevens voor opslag en verkoop van consumentenvuurwerk; |
Gemengd - 1 met de aanduiding 'Horeca t/m categorie 2; |
* uitsluitend op de begane grond
** uitsluitend op de verdiepingen
De groenvoorzieningen met een structurerend karakter zijn ondergebracht in de bestemming Groen. Naast beplantingen en plantsoenen zijn hier voetpaden, nutsvoorzieningen, bermen en bermsloten mogelijk. Onder deze bestemming komen ook specifieke aanduidingen voor zoals speeltuin.
De bestaande kantoren hebben de bestemming 'Kantoor' gekregen. In dit geval gaat het om een gedeelte van een perceel langs de Burgemeester Elsenweg waar geen bouwvlak opzit. De gehele bestemming 'Kantoor' is overgenomen in de planregels.
Gebouwen met een maatschappelijke functie, zoals de bibliotheek, de kerken, de scholen, woon-zorgvoorzieningen en verenigingsgebouwen zijn onder de bestemming 'Maatschappelijk' gebracht. De regeling binnen deze bestemming is primair afgestemd op de aanwezige bebouwing; voor zover ruimtelijk passend, kan binnen het bouwvlak uitbreiding of verbouw plaatsvinden.
De bestemming Natuur is toegekend aan de duingebieden die onderdeel uitmaken van het Natura 2000 gebied. De gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden en extensief recreatief medegebruik met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, fiets-, wandel- en ruiterpaden, groen, water en overige voorzieningen. recreatie en educatie zijn in beperkte mate als ondergeschikt medegebruik toegestaan en het gebruik van de gronden mag geen afbreuk doen aan de instandhouding en zo mogelijk versterking van natuur- en landschapswaarden.
De bestemming Sport is toegekend aan de sportvoorzieningen (sportvelden en sporthallen) en het sportverenigingsleven in het plangebied. De sportvelden, bijbehorende clubgebouwen en sporthallen, hebben de bestemming 'Sport'. Op het betreffende bestemmingsvlak rust tevens een bouwvlak. Binnen het bouwvlak zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan ten behoeve van de bestemming.
De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor de voortuinen en gedeeltelijk de zijtuinen bij de burgerwoningen. Daarnaast zijn ontsluitingswegen en in-/uitritten mogelijk. Binnen deze bestemming is tevens een regeling opgenomen om erkers te realiseren.
Daar waar een weg een stroomfunctie heeft, zijn de gronden bestemd als Verkeer. Binnen deze bestemming is een aantal daarin passende gebruiksvormen toegestaan zoals parkeren, groen- en waterpartijen, nutsvoorzieningen en dergelijke.
Het openbaar gebied in een woongebied heeft een verblijfs- en verplaatsingsfunctie. Deze gronden zijn bestemd als Verkeer - Verblijfsgebied. Binnen deze bestemming is een aantal daarin passende gebruiksvormen toegestaan zoals parkeren, groen- en waterpartijen, nutsvoorzieningen, speeltoestellen en reclame uitingen.
De bestaande watergangen in het plangebied zijn bestemd als Water. Op de gronden zijn bouwwerken ten behoeve van de bestemming toegestaan, zoals steigers, bruggen en duikers.
Bouwvlakken hoofdgebouwen
Bij de opstelling van het bestemmingsplan is voor alle woningen bepaald waar in de huidige situatie het hoofdgebouw (de woning zelf) en waar het bijgebouw (bijvoorbeeld garage) staat. Deze bestaande situatie is het uitgangspunt. Rekening houdend met karakteristieke voorgevelverspringingen en rooilijnen, zijn op de bestemmingsplankaart bouwvlakken opgenomen waarmee de plaats van hoofdgebouwen juridisch is vastgelegd. Daar waar niet duidelijk is waar de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen is een gevellijn opgenomen. Sommige woningen zijn voorzien van bouwaanduidingen die specifiek regelen of woningen gestapeld gebouwd dienen te worden. Per hoofdgebouw is tot slot de goot- en bouwhoogte vastgelegd.
Erfbebouwing
De gronden achter en deels naast het hoofdgebouw c.q. de woning zijn te gebruiken voor uitbreiding van het hoofdgebouw of voor de bouw van bijgebouwen. De regeling bevat bepalingen met betrekking oppervlakte en hoogte van erfbebouwing. In het bestemmingsplan worden er voldoende erfbebouwingsmogelijkheden geboden, terwijl de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig wordt aangetast.
Aan-huis-gebonden beroepen
Aan-huis-gebonden beroepen zijn als ondergeschikte functie bij de hoofdfunctie wonen toegestaan. Deze mogen alleen voorkomen zolang de omvang niet meer dan 25% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing bedraagt. Dit geldt tot een maximum van 50 m² per woning.
Overige functies naast het wonen
Op verschillende plaatsen in het plangebied zijn naast de woonfunctie ook andere functies aanwezig. Het kan hierbij gaan om bijvoorbeeld een tandartsenpraktijk, kapsalons of beperkte detailhandel. Deze functies hebben een specifieke functieaanduiding om het huidige gebruik goed mogelijk te maken.
Volgens de bestemmingsomschrijving van deze bestemming zijn naast het realiseren van de woningen een verblijfsgebied (o.a. woonstraten, voet- en fietspaden), tuinen, erven, water, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en andere bij de bestemming behorende voorzieningen mogelijk gemaakt. De gronden met de bestemming "Woongebied -1" zijn voornamelijk bestemd voor grondgebonden woningen in de vorm van vrijstaande en halfvrijstaande woningen.
Indien woningen binnen de aanduiding "specifieke vorm van wonen - geluidsbelasting" (sw-gb) worden gebouwd, moet worden aangetoond dat het binnenniveau van de woningen maximaal 33 dB bedraagt. Op de gronden met de functieaanduiding "speelvoorziening"(sv) moet het aantal op de planverbeelding opgenomen speelvoorzieningen worden gerealiseerd.
Ter bescherming van de in het plangebied aanwezige planologisch relevante gasleiding is de bestemming Leiding - Gas opgenomen. Het betreft hier een dubbelbestemming. Bouwen is slechts mogelijk op basis van een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning, waarbij getoetst wordt aan het belang van de leiding. Voor het uitvoeren van een aantal werkzaamheden en werken, geen gebouwen zijnde, is een omgevingsvergunningplicht opgenomen. De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar voor zover het leidingbelang niet onevenredig wordt geschaad. De leidingbeheerder brengt hierover voorafgaand advies uit aan burgemeester en wethouders.
Ter bescherming van de in het plangebied aanwezige planologisch relevante leiding is de bestemming Leiding - Olie opgenomen. Het betreft hier een dubbelbestemming. Bouwen is slechts mogelijk op basis van een door burgemeester en wethouders verleende omgevingsvergunning, waarbij getoetst wordt aan het belang van de leiding. Voor het uitvoeren van een aantal werkzaamheden en werken, geen gebouwen zijnde, is een omgevingsvergunningsplicht opgenomen. De werken of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar voor zover het leidingbelang niet onevenredig wordt geschaad. De leidingbeheerder brengt hierover voorafgaand advies uit aan burgemeester en wethouders.
Ter bescherming en veiligstelling van mogelijke archeologische waarden in het gebied zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie' opgenomen. Voor het realiseren van bouwwerken groter dan een bepaald oppervlakte (afhankelijk van de verwachtingswaarde ter plaatse) dient middels een onderzoek de daadwerkelijke archeologische waarde van de locatie te zijn onderzocht en deze, indien aanwezig, niet door de bouwactiviteiten te worden geschaad. Voorts is een aantal werken of werkzaamheden aan een omgevingsvergunning verbonden. Geen omgevingsvergunning is vereist indien door archeologisch onderzoek is aangetoond dat geen archeologische waarden aanwezig zijn.
De dubbelbestemming 'Waarde - Karakteristiek' is opgenomen ter behoud van de karakteristieke ruimtelijke kwaliteit. Bij herbouw van gebouwen en herinrichting van het openbaar gebied dient te worden voldaan aan de eisen uit het beeldkwaliteitsplan. Hier geldt dat zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning niet mag worden gesloopt.
De dubbelbestemming 'Waarde – Winkelgebied' is opgenomen ter behoud van de karakteristieke ruimtelijke kwaliteit van het kernwinkelgebied. Hier geldt dat zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning niet mag worden gesloopt.
Op de gronden met de bestemming 'Waterstaat - Waterberging (dubbelbestemming)' zijn bestemd voor waterberging, zoals opgenomen in de waterparagraaf 3.6 Waterhuishouding bestemmingsplan Waelpolder ten behoeve van de waterbergingsopvave binnen het plangebied Waelpolder.
De dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' is overgenomen, maar verdeeld in twee dubbelbestemmingen:
De onderliggende gebiedsaanduidingen van de overschreven bestemmingsplannen zijn overgenomen:
Om enerzijds de omwonenden te beschermen tegen gecumuleerde geluidsniveaus van de bedrijven op Honderdland fase 2 en om anderzijds op beheersbare wijze voldoende geluidruimte te bieden voor die bedrijven zijn in het plan geluidsregels opgenomen. In het kort komt het erop neer dat het industrieterrein is verdeeld in 38 geluidkavels (AGE's) en per AGE is in het bestemmingsplan een eigen maximale geluidruimte vastgesteld als toetswaarde (zijnde immissiewaarden per AGE op ontvangerpunten op woningen en zonepunten). Als de geluidruimte van iedere AGE volledig wordt benut, dan is er nog steeds sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het beheer van de geluidruimte wordt gerealiseerd met behulp van een zonebeheermodel, opgemaakt met het rekenprogramma GeoMilieu (v4.10).
In het bestemmingsplan is voor efficiënt beheer van de geluidruimte, bescherming van de omwonenden of het belang van de bedrijven een wijzigingsbevoegdheid opgenomen met betrekking tot de AGE's. Met de wijzigingsbevoegdheid kan de geluidruimte, de omvang en de ligging van de AGE's door burgemeester en wethouders gewijzigd worden. De wijzigingsbevoegdheid voorziet in het aanpassen van de geluidverkaveling aan de hand van de werkelijke realisatie van de bedrijven in de te realiseren situatie.
Deze aanduiding geldt vanwege een geluidszone van het Industrieterrein Europoort-Maasvlakte. In het artikel is bepaald dat er geen nieuwe geluidsgevoelige objecten mogen worden gebouwd ter plaatse van de genoemde gebiedsaanduiding. Hiervan kan alleen worden afgeweken indien door middel van akoestisch onderzoek is aangetoond dat de bouw van een geluidsgevoelig object mogelijk is, dan wel een besluit hogere grenswaarden van toepassing is op het betreffende gebied.
Het duinwaterwingebied Solleveld heeft in het bestemmingsplan de gebiedsaanduiding "milieuzone – waterwingebied" gekregen. Aan deze gebiedsaanduiding is tevens de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten gekoppeld.
Een gedeelte van het plangebied valt binnen de vrijwaringszone van een Molen. Om die reden is een gebiedsaanduiding molenbiotoop op de plankaart opgenomen en is een algemene aanduidingsregel opgenomen.
In het bestemmingsplan zijn de mogelijke locaties van conventionele explosieven op de plankaart aangeduid door middel van een gebiedsaanduiding 'veiligheidszone-munitie'. In de regels is in dit artikel een omgevingsvergunningplicht opgenomen. Dit houdt in dat voor specifieke werkzaamheden, zoals ophogen, afgraven en/of heiwerkzaamheden, een omgevingsvergunning is vereist.
Voor verschillende percelen is in de huidige vigerende bestemmingsplannen een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Het gaat om de volgende percelen:
| Adres | Bestemming vigerende bestemmingsplan | Omschrijving | Bestemming Verzamelplan Kernen |
Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Voorliggend bestemmingsplan heeft een conserverend karakter. Enkel aan het opstellen van het bestemmingsplan zijn kosten verbonden welke door de gemeente bekostigd worden. De economische uitvoerbaarheid van dit conserverende plan kan daarom als aangetoond worden beschouwd.
In de periode van 10 oktober t/m 10 november 2023 heeft over het voorontwerp van dit bestemmingsplan bestuurlijk overleg plaatsgehad als geboden in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hierbij hebben de volgende instanties gereageerd:
De uitkomsten van het overleg, als bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid, onder c., van het Besluit ruimtelijke ordening, zijn opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting.
Van vrijdag 22 december 2023 t/m donderdag 2 februari 2023 heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen, als bedoeld in artikel 3.8, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening in verbintenis met Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
Gedurende de periode van tervisielegging is één zienswijze ingediend.
De ontvangen zienswijze is beoordeeld. Voor een overzicht van de zienswijze wordt verwezen naar Bijlage 2 van deze toelichting.