direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Weerselo, Kolberinksmaat Erve Reestman
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1774.WEEWPKAVELREESTMAN-0401

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Op 19 juni 2012 is het bestemmingsplan 'Weerselo, erve Reestman' door de gemeenteraad van Dinkelland vastgesteld. Dit plan voorziet in de juridisch-planologische vertaling van het planvoornemen om op Erve Reestman in totaal 3 nieuwe woningen te ontwikkelen (één vrijstaande woning en twee geschakelde woningen). De woningen worden gebouwd op een binnenstedelijke inbreidingslocatie in de kern Weerselo.

Eén van de geschakelde woningen is niet in de voorste bouwgrens gesitueerd, terwijl dat wel volgens de geldende regels is voorgeschreven. Mede gelet op het positieve advies van de welstandscommissie, is er echter voor gekozen de inspringing te handhaven en gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid die in artikel 3.6 van het geldende bestemmingsplan is opgenomen.

1.2 Ligging van het plangebied

Het wijzigingsgebied ligt binnen Erve Reestman aan de Kolberinksmaat in Weerselo. In figuur 1.1 is het wijzigingsgebied aangegeven, rood omcirkeld. De ontsluiting van de Kolberinksmaat vindt plaats op de Legtenbergerstraat, de weg tussen Weerselo en Reutum.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.WEEWPKAVELREESTMAN-0401_0001.jpg"

Figuur 1.1: wijzigingsgebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3 De bij het plan behorende stukken

Het wijzigingsplan 'Weerselo, Kolberinksmaat' bestaat uit de volgende stukken:

  • verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1774.WEEWPKAVELREESTMAN-0401) en een renvooi;
  • regels

Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4 Huidige planologische regime

Op 19 juni 2012 is zoals beschreven het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman' vastgesteld. Binnen dit plan heeft het wijzigingsgebied de bestemming 'Wonen' (zie figuur 1.2). Het rood omlijnde vlak betreft het bouwvlak waar de geschakelde woningen zijn geprojecteerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.WEEWPKAVELREESTMAN-0401_0002.jpg"

Figuur 1.2: fragment geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Op basis van de regels dient de voorgevel in de voorste bouwgrens te worden gebouwd. Nu initiatiefnemer het fraaier acht om zijn woning circa 1,5 m uit deze bouwgrens te plaatsen, dient gebruik gemaakt te worden van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 3.6.1 van de regels. De stedenbouwkundige opzet van het plan wordt hiermee geen geweld aangedaan. De voorgevels blijven georiënteerd op de Kolberinksmaat evenals de ontsluiting van deze percelen. De welstandscommissie heeft geoordeeld dat het plan aan redelijke eisen van welstand voldoet, waardoor er geen belemmeringen bestaan om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid.

De wijzigingsbevoegdheid kan toegepast worden wanneer voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • 1. de oppervlakte van het bouwvlak ten hoogste 25% van het bestemmingsvlak bedraagt met een maximum van 150 m² per perceel;
  • 2. de uitbreiding plaatsvindt achter de voorgevelrooilijn;
  • 3. het bestaande hoofdgebouw binnen het te vergroten of te wijzigen bouwvlak blijft liggen;
  • 4. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens ten minste 3 m bedraagt;
  • 5. de afstand van het hoofdgebouw tot de achterperceelgrens ten minste 8 m bedraagt;
  • 6. de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger mag zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;
  • 7. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

In het wijzigingsplan wordt de voorste bouwgrens ter plaatse van de te bouwen voorgevel geprojecteerd. De oppervlakte wordt niet gewijzigd, omdat de ruimte die aan de voorzijde (ongeveer 11 m²) 'verloren' gaat, aan de achterzijde wordt teruggeplaatst. Hierdoor wordt voldaan aan de wijzigingsbevoegdheid.

1.5 Leeswijzer

Vanwege de recente vaststelling van het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman' en vanwege het feit dat de stedenbouwkundige opzet geen geweld wordt aangedaan, wordt niet nader ingegaan op het plangebied. In de voorgaande paragrafen is de situatie helder in beeld gebracht.

Daarom volgt na deze inleiding een korte beschrijving van de relevante milieuthema's, hoofdstuk 2. Het plan brengt namelijk evenmin wijzigingen in het beleidskader zoals dat is beschreven in het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman'.

Met verwijzing naar de regels van het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman' worden alleen die regels aangehaald die in het kader van dit wijzigingsplan van belang zijn. Het gaat hierbij om de wijziging in het identificatienummer en de plannaam.

Hoofdstuk 2 De huidige situatie

De huidige planologische situatie is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman'. Dit plan is door de gemeenteraad van Dinkelland vastgesteld op 19 juni 2012.

De betreffende gronden hebben in dit plan de bestemming 'Wonen'. Volgens de regels dient de voorgevel in de voorste bouwgrens te worden gesitueerd. Initiatiefnemers kiezen hier niet voor. De geschakelde woningen kennen een terugspringing in de voorgevel, waardoor het voorliggende wijzigingsplan is opgesteld.

Hoofdstuk 3 Beschrijving van het plan

In figuur 3.1 is de beoogde situatie weergegeven. De inspringing bij woning 1 bedraagt circa 1,5 m.

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.WEEWPKAVELREESTMAN-0401_0003.png"

Figuur 3.1: Situatieschets woningen (bron: Building Design Architectuur)

In rood is de voorste bouwgrens weergegeven volgens het bouwvlak in het geldende bestemmingsplan. In dit wijzigingsplan wordt de voorste bouwgrens vastgelegd conform de groene lijn. De ruimte die aan de voorzijde 'verloren gaat' wordt aan de achterzijde toegevoegd, waardoor het bouwvlak even groot blijft en de bouwmogelijkheden niet veranderen.

Hoofdstuk 4 Beleidskader

Gelet op de aard van het wijzigingsplan, kan gesteld worden dat, nu het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman, is vastgesteld en in werking is getreden, de geschakelde woningen in overeenstemming zijn met het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Het vastgestelde plan is namelijk in overeenstemming met de betreffende beleidskaders. Nu slechts één voorgevel niet in de voorste bouwgrens wordt gebouwd, wordt gebruik gemaakt van de in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid. Aangezien het wijzigingsplan geen onaanvaardbare afbreuk doet aan het door de raad vastgestelde bestemmingsplan en omdat het wijzigingsplan geen gevolgen heeft voor het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid, wordt hier volstaan met een verwijzing naar het beschreven beleidskader in het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman'.

Hoofdstuk 5 Milieu-aspecten

5.1 Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen ten aanzien van de geluidsbelasting van geluidsgevoelige functies. Een functie zoals 'wonen' is aan te merken als een geluidsgevoelige functie. Op basis van artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan waarbij een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt toegevoegd een akoestisch onderzoek te worden ingesteld. Het akoestisch onderzoek bepaalt de geluidsbelasting aan de gevel van de geluidsgevoelige bestemming die vanwege de weg wordt ondervonden.

Door Buijvoets Bouw en Geluidsadvisering uit Oldenzaal is in het kader van het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman', een akoestisch onderzoek verricht. Uit de resultaten van dit akoestisch onderzoek blijkt dat de betreffende woningen binnen de 48 dB contour liggen, waardoor voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde (zie figuur 5.1, de bouwlocatie is hierin groen omcirkeld).

afbeelding "i_NL.IMRO.1774.WEEWPKAVELREESTMAN-0401_0004.jpg"
Figuur 5.1: Grens 48 dB contour (bron: akoestisch rapport Buijvoets d.d. 30 november 2011)

De locatie hoeft daarom niet nader onderzocht te worden. Het volledige rapport is als bijlage bij het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman' gevoegd.

5.2 Bodemkwaliteit

Bij de vaststelling van een bestemming- of wijzigingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht.

Geofox-Lexmond B.V. heeft in 2010 in het plangebied een verkennend bodemonderzoek verricht. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen nieuwbouw. Het terrein is vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt voor het voorgenomen gebruik, namelijk wonen.

Gelet op de beoogde aard van de activiteiten, kan gesteld worden dat de onderzoeksresultaten nog voldoende actueel zijn en dat een nieuw onderzoek niet noodzakelijk is.

Het volledige rapport is als bijlage bij het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman' gevoegd.

5.3 Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit.

In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:

  • Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen);
  • Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);
  • Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

In het kader van het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman' werd geoordeeld dat het project een dergelijk kleinschalige omvang heeft dat het is aan te merken als een project welke "niet in betekenende mate bijdraagt" aan luchtverontreiniging. Een aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit werd dan ook niet noodzakelijk geacht.

Met een aanpassing van het bouwvlak binnen het plangebied van het genoemde bestemmingsplan verandert die conclusie niet. Hierdoor kan ook nu volstaan worden met de conclusie dat de wijziging van het bouwvlak geen aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit met zich meebrengt.

5.4 Externe veiligheid

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Per 1 januari 2010 moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer:

  • het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
  • de Regeling externe veiligheid (Revi);
  • het Registratiebesluit externe veiligheid;
  • het Besluit risico's Zware Ongevallen (Brzo);
  • het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (cRvgs). Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing.

Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.

Voor het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman' werd geconcludeerd dat het plangebied:

  • zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico);
  • zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is;
  • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen;
  • niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Het voorliggende wijzigingsplan ziet slechts toe op een relatief kleine wijziging van het bouwvlak binnen dat plangebied, waardoor ook deze wijziging in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5 Milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast.

Voor de in het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman' beschreven ontwikkeling werd geconcludeerd dat in de omgeving van het plangebied zich enkel burgerwoningen bevinden. Derhalve werd geconcludeerd dat die ontwikkeling vanuit het oogpunt van milieuzonering geen negatieve invloed heeft op het woon- en leefklimaat van omwonenden.

Nu binnen datzelfde plangebied alleen een bouwvlak wordt gewijzigd, verandert dat niets in de destijds getrokken conclusie. Ook het wijzigingsplan heeft geen negatieve invloed op het woon- en leefklimaat van omwonenden.

5.6 Geur

Het wijzigingsgebied ligt in de nabijheid van het landelijke gebied van Weerselo. In de omgeving van het plangebied bevinden zich, zo wordt beschreven in het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman', echter geen agrarische bedrijven die hinder ondervinden van de ontwikkelingen in het betreffende plangebied.

De dichtstbijzijnde intensieve veehouderij is gelegen op een afstand van meer dan 500 meter van het plangebied. De dichtstbijzijnde grondgebonden veehouderij (niet intensief) is gelegen op een afstand van meer dan 400 meter.

Het voorliggende wijzigingsplan betreft een wijziging van een bouwvlak in het plangebied van het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman'. Dit betekent dat ook het wijzigingsgebied op zeer ruime afstand van (intensieve) veehouderijen is gelegen en mitsdien geen hinder ondervindt van deze bedrijven. Deze bedrijven worden evenmin gehinderd in hun bedrijfsvoering door de wijziging van het betreffende bouwvlak.

Hoofdstuk 6 Flora & fauna, archeologie en water

6.1 Flora en fauna

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Natuurbeschermingswet en de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Soortenbescherming komt voort uit de Flora- en faunawet.

Door Eelerwoude uit Goor is ten behoeve van het plangebied van het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman' een quickscan Natuurtoets uitgevoerd. De conclusies van die quickscan zijn beschreven in de rapportage van 21 december 2011. Het volledige rapport is als bijlage gekoppeld aan de toelichting van het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman'.

Gebleken is dat het betreffende plangebied en dus ook het wijzigingsgebied op ongeveer 1,5 kilometer van het Natura 2000-gebied 'Lemselermaten' ligt. Door de afstand en de kleinschaligheid van het wijzigingsplan (wijziging bouwvlak) worden negatieve effecten op dit Natura 2000-gebied uitgesloten. Toetsing aan de Natuurbeschermingswet 1998 is derhalve niet aan de orde.

Op ongeveer 1,5 kilometer van het wijzigingsgebied ligt de EHS. Door de wijziging van het bouwvlak worden geen negatieve effecten of aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken van de EHS verwacht. Een toetsing aan de EHS wordt daarom niet noodzakelijk geacht.

Met betrekking tot de flora en fauna is gesteld dat de plannen doorgang kunnen vinden mits een aantal compenserende en mitigerende maatregelen genomen worden voor huismus en veldspitsmuis. Wanneer deze maatregelen genomen worden is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk.

  • Voor de sloop nestkasten of vogelvides aanbrengen voor minimaal 3 paar huismussen.
  • De sloopwerkzaamheden dienen buiten het meest kwetsbare broedseizoen van huismussen uitgevoerd te worden. Het broedseizoen van de huismus loopt globaal van eind maart tot half augustus. Geen werkzaamheden uitvoeren in de voortplantingsperiode van veldspitsmuis (maart tot september).
  • Bij de inrichting van het erf wordt leefgebied voor de veldspitsmuis gerealiseerd.

Deze maatregelen blijven ook van toepassing op het onderhavige wijzigingsplan.

6.2 Archeologie

Op grond van de Monumentenwet dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met archeologische waarden. In de Monumentenwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten.

Bureau RAAP heeft voor het grondgebied van de gemeente Dinkelland een inventarisatie opgesteld van de archeologische verwachtingen. Het plangebied is getoetst aan de archeologische verwachtingskaart. Voor het plangebied in het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman' is geconcludeerd dat de bouwvlakken en overige bouwmogelijkheden een kleiner oppervlak omvatten dan een oppervlakte van 2.500 m² welke als ondergrens is gesteld bij gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde.

Nu het wijzigingsplan slechts voorziet in een kleine wijziging van het bouwvlak, blijft de conclusie die getrokken is in het kader van het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman' overeind. Een archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk.

6.3 Water

Op 11 juni 2013 is via de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) het waterschap Regge en Dinkel geïnformeerd over het wijzigingsplan. In deze watertoets is verwezen naar het positieve advies van het waterschap dat in het kader van het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman, verstrekt is op 4 januari 2012. Het hemelwater wordt losgekoppeld van de afvoer van het vuile water. Volstaan kon worden met de standaard waterparagraaf.

Voor het wijzigingsplan kan eveneens volstaan worden met de standaard waterparagraaf. De watertoets is als bijlage aan deze toelichting gekoppeld. De wijziging van het bouwvlak in relatie tot het hiervoor genoemde bestemmingsplan heeft nauwelijks tot geen gevolgen voor de waterhuishouding ter plaatse. Een nadere verdieping in het watervraagstuk is daarom niet noodzakelijk.

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording

7.1 Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het wijzigingsgebied en is voor zowel het rijks- , provinciaal en gemeentelijk beleid, alsmede de diverse milieu- en omgevingsaspecten verwezen naar het moederplan (het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman'). De informatie uit het moederplan is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. Het voorliggende wijzigingsplan vormt slechts een kleine wijziging op een van die keuzes. Het bouwvlak van de geschakelde woningen krijgt een inspringing van circa 1,50 m.

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van het juridische deel. Daarnaast wordt beschreven hoe het wijzigingsplan vertaald is in de regels en naar de verbeelding.

7.2 Opzet van de regels

Dit wijzigingsplan is gebaseerd op het moederplan ‘Weerselo, Erve Reestman’ van de gemeente Dinkelland. Dit geldende bestemmingsplan kent in artikel 3.6.1 een wijzigingsbevoegdheid voor het vergroten of wijzigen van het bouwvlak. Dit wijzigingsplan ziet toe op een wijziging van een bouwvlak waardoor een dubbelkapper met een inspringende voorgevel voor een perceel aan de Kolberinksmaat te Weerselo (Erve Reestman) mogelijk wordt gemaakt. De oppervlakte van het bouwvlak blijft ongewijzigd.

Het juridisch bindend gedeelte van het wijzigingsplan bestaat uit planregels en een bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn weergegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken.

In paragraaf 1.4 is al gesteld dat aan de wijzigingsvoorwaarden wordt voldaan. Omdat het geldende bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman' als basis in stand blijft, blijven ook die van toepassing zijnde regels onverkort van kracht. Het gaat hierbij om de bestemming 'Wonen'.

Na vaststelling van dit wijzigingsplan is er een nieuw bouwvlak, waarbij de regels van het oorspronkelijke plan ('Weerselo, Erve Reestman') van toepassing zijn.

7.3 Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmings- of wijzigingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit wijzigingsplan is de keuze gemaakt de begrenzing van het bouwvlak op de verbeelding zodanig vast te leggen dat initiatiefnemer zijn bouwplan kan realiseren.

Voor het overige verandert er niets aan de oorspronkelijke bestemming. Daardoor kan ook verwezen worden naar regels van het moederplan (bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman'). Voor een aantal onderdelen dient een wijziging doorgevoerd te worden. Het gaat hierbij met name om die regels waarin de naam van het bestemmingsplan wordt genoemd. Deze dienen in verband met dit wijzigingsplan gewijzigd te worden.

Wonen - 2 (Artikel 2)

Evenals in het bestemmingsplan ‘Weerselo, Erve Reestman’ zijn de gronden in het wijzigingsgebied bestemd voor ‘Wonen'. Het bouwvlak binnen het bestemmingsvlak ‘Wonen’ heeft hierbij dezelfde oppervlakte behouden, maar de vormgeving is gewijzigd.

De regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Weerselo, Erve Reestman’ blijven ook na vaststelling van dit wijzigingsplan onverkort van toepassing. Ook de goot- en bouwhoogte blijft ongewijzigd.

De verbeelding bevat alleen die zaken die juridisch relevant zijn. Datgene dat op de verbeelding is vermeld, is voor zover relevant, terug te vinden in de regels van ondermeer het moederplan.

De grens van het wijzigingsgebied sluit aan op de kadastrale begrenzing van de betreffende gronden.

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Een bouwplan kan de bouw van in casu twee woningen zijn. Deze bevoegdheid kan de raad voor wijzigingen als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening delegeren aan burgemeester en wethouders. Bij besluit van 29 maart 2011 heeft de gemeenteraad deze bevoegdheid gedelegeerd aan burgemeester en wethouders.

Het vaststellen van een exploitatieplan kan achterwege blijven indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd.

In het voorliggende geval is een anterieure overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente Dinkelland. Hierin wordt tevens het risico van planschade opgenomen zodat het kostenverhaal voor de gemeente volledig is verzekerd. Dit brengt met zich mee dat vaststelling van een exploitatieplan achterwege kan blijven.

Hoofdstuk 9 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

9.1 Vooroverleg

In het kader van het vooroverleg kan gesteld worden dat vooroverleg met provincie en de rijksinstanties niet noodzakelijk is. Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan 'Weerselo, Erve Reestman' is gebleken dat vooroverleg niet noodzakelijk is. Ook een vooroverleg met het Waterschap is niet noodzakelijk gebleken.

Voor het wijzigingsplan, het wijzigen van een bouwvlak voor de bouw van een geschakelde woning, is daarom evenmin vooroverleg nodig.

9.2 Zienswijzen

Het wijzigingsplan heeft geen grote impact op de omgeving. Ter plaatse was al een dubbele woning toegestaan en de beoogde wijziging heeft geen onaanvaardbare stedenbouwkundige gevolgen.

Het ontwerpwijzigingsplan is met ingang van 6 september 2013 gedurende zes weken terinzage gelegd. Gedurende deze periode konden zienswijzen worden ingediend. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.