| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Holten, Helhuizerweg 22 en Postw... |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1742.TAMB2024007-0401 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de transformatie van de locaties Postweg 124 te Holten en Helhuizerweg 22 te Holten. Voor de locatie Postweg 124 gaat het om de transformatie van een erf met een woning met inwoonsituatie en voormalige agrarische bedrijfsbebouwing naar een erf met en woning met inwoonsituatie en een compensatiewoning met bijgebouw. Voor de locatie Helhuizerweg 22 gaat het om het splitsen van de karakteristieke woonboerderij in twee reguliere woningen waarbij voormalige agrarische bebouwing wordt gesloopt en per woning een vrijstaand bijgebouw wordt gerealiseerd met een oppervalkte van maximaal 150 m2. Het plan is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22y) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Rijssen-Holten. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22y van het omgevingsplan van de gemeente Rijssen-Holten. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22y' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22y' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Holten, Helhuizerweg 22 en Postw...' van de gemeente Rijssen-Holten;
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1742.TAMB2024007-0401 met de bijbehorende regels en eventuele bijlagen;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
een beroeps- of bedrijfsactiviteit, uitgevoerd door (één van) de hoofdbewoner(s) van de woning.
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. Als op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn wordt als hoofdgebouw aangemerkt het gebouw dat noodzakelijk is voor het realiseren van de toegelaten functie of activiteit waarvan de voorkant het dichtst bij openbaar toegankelijk gebied is gelegen.
de in de plantoelichting beschreven of genoemde sporen van menselijke activiteiten in het verleden, die vanwege hun zeldzaamheid en/of vanwege hun betekenis voor archeologisch onderzoek in aanmerking komen voor behoud, bescherming en - zo mogelijk - herstel en/of bijzonder beheer;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
het binnen de (bedrijfs)woning bieden van, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, een mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt. Hieronder wordt in ieder geval niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden, studie of arbeid of permanente kamerverhuur.
het bedrijfsmatig vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen of verhandelen van goederen, waarbij eventuele detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaats vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen;
een gebouw, dat gebruikt wordt voor de uitoefening van een bedrijf;
uitbreiding van een hoofdgebouw, dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
het wijzigen, toevoegen of afwijken van een functie onder voorwaarden zoals genoemd in dit omgevingsplan;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
de grens van een bouwvlak;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
de totale bebouwde oppervlakte van detailhandelsvestiging, inclusief magazijn- en kantoorruimte en met inbegrip van kelderruimten;
terrein gebruikt voor een wedstrijd of training met motorfietsen of een daarmee gelijk te stellen voertuig. Op het terrein is een parcours uitgezet met natuurlijke hindernissen;
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik van de mens door de jaren heen;
ondergeschikt medegebruik van gronden voor niet-gemotoriseerde recreatieve of niet in wedstrijdverband georganiseerde sportieve activiteiten, zoals wandelen, hardlopen, nordic-walken, fietsen, mountainbiken, racefietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen en natuurobservatie of een naar de aard daarmee gelijk te stellen (mede)gebruik. De activiteiten dienen plaats te vinden tussen zonsopgang en zonsondergang, tenzij de grondeigenaar anders kenbaar maakt;
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
het bedrijfsmatig ter plaatse uitstallen van goederen en deze:
Een supermarkt, (motor)brandstoffenverkoop, erotisch getinte vermaakfuncties, een bedrijf alleen gericht op afhaalmaaltijden of darkstore zijn niet toegestaan, tenzij specifiek aangegeven;
het geheel van activiteiten dat er op gericht is te voorzien in drinkwater;
het kappen van houtopstanden als onderhoudsmaatregel die erop gericht is de resterende houtopstanden een (betere) overlevingskans te bieden;
de plek waar geur naar buiten gaat. Bij een overdekt dierenverblijf of bouwwerk is dit de plek waar de natuurlijke of mechanische ventilatie zich bevind. Bij een gedeeltelijk overdekt dierenverblijf of bouwwerk is dat de plek waar het overdekte deel eindigt. Bij een geheel onoverdekt dierenverblijf of bouwwerk is dit de gevel van het dierenverblijf of bouwwerk.
bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt. Deze definitie is van invloed op de mogelijkheden om een bouwwerk zonder omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen of handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening te kunnen bouwen (het zogenoemde vergunningsvrij bouwen);
de regels voor gebruik of bouwwerken binnen een werkingsgebied;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
een op basis van het omgevingsplan of met omgevingsvergunning toegelaten gebouw of een gedeelte van een gebouw met een:
een op basis van het omgevingsplan of met omgevingsvergunning toegelaten gebouw of een gedeelte van een gebouw met een:
(deel van) een gebouw dat een functie heeft voor recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij overnacht wordt in slaapzalen of slaapkamers, waarbij een afzonderlijke ruimte voor dagactiviteiten alsmede keuken- en sanitaire voorzieningen aanwezig zijn die gemeenschappelijk door de groep kan worden gebruikt. Een kampeerboerderij valt onder het begrip groepsaccommodatie;
een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voorbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval: akkerbouw-, fruitteelt- en vollegrondstuinbouwbedrijven. Ook melkrundveebedrijven zijn doorgaans grondgebonden agrarische bedrijven;
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is;
samenlevingsvorm van één gezin of met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband;
een in eenzelfde woning huisvesten van één ander huishouden met eigen voorzieningen;
een tent, vouwwagen, caravan, of kampeerwagen, niet zijnde een niet-plaatsgebonden recreatieverblijf. Een bijzettentje wordt niet als zelfstandig kampeermiddel gezien;
van lokale cultuurhistorische waarde die op grond van de typologie, architectuur, landschappelijke of stedenbouwkundige situering, gaafheid of zeldzaamheid bijdragen aan de identiteit van de omgeving;
een plan waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoe een nieuwe ontwikkeling zich verhoudt tot de bestaande bebouwing en bestaande omgeving. In het plan moet in elk geval de erfinrichting en (erf)beplanting worden opgenomen en hoe deze zich verhouden tot de omgeving;
de aan een gebied toegekende landschappelijke waarde, in verband met de voor het gebied kenmerkende waarneembare verschijningsvorm;
een vrijstaande constructie waaraan één of meerdere lampen zijn opgehangen;
plaats, plek of ligging;
een weg, bestaande uit zand, die niet als rijksweg of provinciale weg is aangemerkt maar wel op de wegenlegger staat. Ook een half verharde weg, bestaande uit menggranulaat of grind, wordt aangemerkt als een onverharde weg;
een weg, bestaande uit klinkers, tegels, asfalt of beton, die niet als een rijksweg of provinciale weg is aangemerkt maar wel op de wegenlegger staat;
educatieve, sociaalmedische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van scoutingactiviteiten - met uitzondering van voorzieningen ten behoeve van gemotoriseerde en gemechaniseerde sporten en sporten met dieren - en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, waaronder ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen;
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, maar ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
een schriftelijke voorafgaande mededeling aan burgemeester en wethouders om een activiteit, zoals aangewezen in dit plan, te mogen verrichten. Voor een melding gelden de in dit plan opgenomen indieningsvereisten;
de aan een gebied toegekende waarde die samenhangt met de geologische, bodemkundige en biologische elementen;
werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de instandhouding dan wel de realisering van de functie;
een opslagtank is een opslagvoorziening voor gas met een inhoud van tenminste 150 liter. Met een opslagtank wordt het geheel van een tank, leidingwerk en appendages bedoeld;
een bouwwerk met dak bestaande uit maximaal 2 wanden waarvan maximaal 1 wand tot de constructie zelf behoort;
een perceel is een onroerend goed (al dan niet met bebouwing) met dezelfde eigenaar en hetzelfde eigendomsrecht, dat is ingeschreven bij het Kadaster;
de scheiding tussen percelen, die niet aan éénzelfde eigenaar behoren dan wel niet door één gebruiker worden benut;
er is sprake van permanente bewoning als een recreatiewoning, een stacaravan of ander kampeermiddel het hoofdverblijf voor de gebruiker is of voor bewoning anders dan in het kader van recreatief verblijf wordt gebruikt;
een (deel van een) voormalig agrarisch gebouw of cultuurhistorisch pand waarbij wordt overnacht in onzelfstandige kamers. Het gaat om een vorm van verblijfsrecreatie die mede tot doel heeft de agrarische c.q. plattelandsomgeving te ervaren;
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding;
een weg, bestaande uit asfalt of vergelijkbare materialen, die als provinciale weg is aangemerkt en op de wegenlegger staat;
een recreatief medegebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de hoofdfunctie waarbinnen dit gebruik is toegestaan;
verblijf dat plaatsvindt in het kader van verblijfsrecreatie en dat enkel gericht is op ontspanning of vrijetijdsbesteding, niet zijnde zelfstandige kortdurende recreatieve activiteiten;
een activiteit waaraan een veiligheidsafstand is verbonden ten opzichte van beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten;
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
producten die zijn voortgebracht in dezelfde streek waar ook de grondstoffen vandaan komen en in de streek worden aangeboden;
een geometrisch bepaald vlak of figuur waar op basis van die plan regels gelden;
Een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden.
In dit TAM-IMRO deel van het omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
Bij het meten en het bepalen van het oppervlak van bouwwerken worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilaster, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 0,5 m bedraagt.
Voor ondergeschikte bouwdelen groter dan 0,5 m, maar kleiner dan 0,75 m wordt een oppervlak van maximaal 4 m² niet meegerekend tot het toegelaten oppervlak. Het eventuele resterende oppervlak wordt tot het oppervlak van het bouwwerk gerekend.
Bouwdelen groter dan 0,75 m zijn niet ondergeschikt en worden altijd tot het oppervlak van het bouwwerk gerekend.
Voor rietgedekte daken geldt dat overstekken worden gemeten van buitenkant buitenmuur tot buitenkant bouwkundige (onderliggende) constructie.
Voor het indienen van een landschaps- en/of erfinrichtingsplan gelden de volgende eisen:
Voor het indienen van een melding op basis van het omgevingsplan gelden de volgende eisen:
Binnen de functie 'Wonen - RvR' is het volgende gebruik en zijn de volgende functies toegestaan:
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
| Type weg | Afstand |
| provinciale weg | 50 m |
| lokale weg - verhard | 20 m |
| lokale weg - onverhard | 10 m |
Voor het bouwen van rood-voor-rood woningen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende beoordelingsregels:
De omgevingsvergunning kan, in afwijking van het bepaalde in 4.2.3 onder f, ook worden verleend ten behoeve van een andere dakhelling van bijbehorende bouwwerken bij de woning onder voorwaarden dat:
De omgevingsvergunning kan, in afwijking van het bepaalde in 4.2.3 onder c t/m f, ook worden verleend voor het realiseren van een bijbehorend bouwwerk met een plat dak, wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Onder gebruik in strijd met dit plan wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en gebouwen voor:
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend:
Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het slopen van bebouwing en het in gebruik nemen van gronden binnen de op de verbeelding van dit plan aangegeven percelen, zonder dat voorafgaand onderzoek naar vleermuizen, wezels, steenmarters en egels is verricht conform de in Bijlage 3 opgenomen quickscan natuurwaarden en zonder dat eventuele verplichte vervolgstappen zijn uitgevoerd. Onder deze vervolgstappen wordt verstaan het treffen van mitigerende maatregelen en, na het uitvoeren van het onderzoek, het verkrijgen van een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit, zoals nader uitgewerkt in Bijlage 3 bij dit plan.
| Milieunormering | |
| Donkerte | Er geen sprake is van onevenredige aantasting van de aanwezige donkerte conform de ambitie op basis van het gemeentelijke lichtdonkerbeleid. |
| Geur van een grondgebonden agrarisch bedrijf | a. De minimale afstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object is nooit minder dan 25 meter. b. De minimale afstand tussen een geurgevoelig object en een emissiepunt van een dierverblijf, niet zijnde een dierverblijf van het eigen (agrarisch) bedrijf, bedraagt: 1. 100m voor een object binnen de bebouwde kom; 2. 50m voor een object buiten de bebouwde kom, of; 3. Een kortere bestaande afstand dan onder 1 of 2 genoemd indien de afstand tussen de veehouderij en het geurgevoelig object dat binnen de onder b bedoelde afstand is gelegen, niet afneemt en het aantal dieren van één of meer diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld niet toeneemt. |
| Geur van een intensief agrarisch bedrijf | a. De minimale afstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object is nooit minder dan 25 meter. b. Een bestaand geurgevoelig object, anders dan een geurgevoelig object bedoeld onder c, wordt niet uitgebreid, dan wel een nieuw geurgevoelig object wordt niet opgericht, binnen een contour van een veehouderij met een hogere geurbelasting dan: 1. 14 ou/m3 voor een object buiten de bebouwde kom; 2. 3 ou/m3 voor een object binnen de bebouwde kom. c. De minimale afstand tussen een emissiepunt van een dierenverblijf en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij of dat op of na 19 maart 2000 is gebouwd: 1°. Op een kavel dat op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij; 2°. in samenhang met het geheel of gedeelteijk buiten werking stellen van de veehouderij, en 3°. in samenhang met de sloop van bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van een veehouderij; bedraagt: 1. 100 m voor een object binnen de bebouwde kom; 2. 50 m voor een object buiten de bebouwde kom; |
| Geluid niet-agrarische bedrijven | a. Geluidgevoelige gebouwen worden zo gesitueerd dat de geluidsbelasting (LAr,Lt) ten gevolge van vaste installaties en vaste toestellen van het dichtsbijgelegen bedrijf niet hoger is dan: 7.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-7.00 uur 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) b. De waarde wordt beoordeeld op 50 meter van de inrichtingsgrens. Als binnen die grens de (nieuwe) gevel van het geluidgevoelige gebouwen is gelegen, wordt de belasting op dat punt beoordeeld. |
| Geluid agrarische bedrijven | a. Geluidgevoelige gebouwen worden zo gesitueerd dat de geluidsbelasting (LAr,Lt) ten gevolge van vaste installaties en vaste toestellen van het dichtsbijgelegen bedrijf niet hoger is dan: 6.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-6.00 uur 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) b. De waarde wordt beoordeeld op 100 meter van de inrichtingsgrens. Als binnen die grens de (nieuwe) gevel van het geluidgevoelige gebouwen is gelegen, wordt de belasting op dat punt beoordeeld. |
| Fijnstof (PM 10) | Woningen worden niet gebouwd en niet uitgebreid binnen een gebied waar de concentratie meer dan 20 µg/m3 jaargemiddelde grenswaarde is. |
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 onder m voor het realiseren van een paardenbak bij een woning, onder voorwaarde dat:
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 onder g en mantelzorg mogelijk maken onder voorwaarden dat:
Binnen de functie 'Wonen - karakterisitek - twee-aaneen' is het volgende gebruik en zijn de volgende functies toegestaan:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden voor het bouwen van bouwwerken de volgende beoordelingsregels:
| Type weg | Afstand |
| provinciale weg | 50 m |
| lokale weg - verhard | 20 m |
| lokale weg - onverhard | 10 m |
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden voor twee-aan-een-woningen de volgende beoordelingsregels:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden voor groepsaccomoddaties de volgende beoordelingsregels:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden voor bijbehorende bouwwerken de volgende beoordelingsregels:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden voor bouwwerken, geen gebouw zijnde de volgende beoordelingsregels:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.4 onder f ten behoeve van een andere dakhelling van bijbehorende bouwwerken bij de woning onder voorwaarden dat:
Onder gebruik in strijd met dit plan wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en gebouwen voor:
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend:
in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de functie Wonen - karakterisitek - twee-aaneen onder de voorwaarde dat binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan geheel uitvoering is gegeven aan de aanleg en de instandhouding van de landschappelijke inpassing conform het in Bijlage 2 opgenomen Ruimtelijk kwaliteitsplan Helhuizerweg 22.
| Milieunormering | |
| Donkerte | Er geen sprake is van onevenredige aantasting van de aanwezige donkerte conform de ambitie op basis van het gemeentelijke lichtdonkerbeleid. |
| Geur van een grondgebonden agrarisch bedrijf | a. De minimale afstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object is nooit minder dan 25 meter. b. De minimale afstand tussen een geurgevoelig object en een emissiepunt van een dierverblijf, niet zijnde een dierverblijf van het eigen (agrarisch) bedrijf, bedraagt: 1. 100m voor een object binnen de bebouwde kom; 2. 50m voor een object buiten de bebouwde kom, of; 3. Een kortere bestaande afstand dan onder 1 of 2 genoemd indien de afstand tussen de veehouderij en het geurgevoelig object dat binnen de onder b bedoelde afstand is gelegen, niet afneemt en het aantal dieren van één of meer diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld niet toeneemt. |
| Geur van een intensief agrarisch bedrijf | a. De minimale afstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object is nooit minder dan 25 meter. b. Een bestaand geurgevoelig object, anders dan een geurgevoelig object bedoeld onder c, wordt niet uitgebreid, dan wel een nieuw geurgevoelig object wordt niet opgericht, binnen een contour van een veehouderij met een hogere geurbelasting dan: 1. 14 ou/m3 voor een object buiten de bebouwde kom; 2. 3 ou/m3 voor een object binnen de bebouwde kom. c. De minimale afstand tussen een emissiepunt van een dierenverblijf en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij of dat op of na 19 maart 2000 is gebouwd: 1°. Op een kavel dat op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij; 2°. in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij, en 3°. in samenhang met de sloop van bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van een veehouderij; bedraagt: 1. 100 m voor een object binnen de bebouwde kom; 2. 50 m voor een object buiten de bebouwde kom; |
| Geluid niet-agrarische bedrijven | a. Geluidgevoelige objecten worden zo gesitueerd dat de geluidsbelasting (LAr,Lt) ten gevolge van vaste installaties en vaste toestellen van het dichtsbijgelegen bedrijf niet hoger is dan: 7.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-7.00 uur 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) b. De waarde wordt beoordeeld op 50 meter van de inrichtingsgrens. Als binnen die grens de (nieuwe) gevel van het geluidgevoelige object is gelegen, wordt de belasting op dat punt beoordeeld. |
| Geluid agrarische bedrijven | a. Geluidgevoelige objecten worden zo gesitueerd dat de geluidsbelasting (LAr,Lt) ten gevolge van vaste installaties en vaste toestellen van het dichtsbijgelegen bedrijf niet hoger is dan: 6.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-6.00 uur 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) b. De waarde wordt beoordeeld op 100 meter van de inrichtingsgrens. Als binnen die grens de (nieuwe) gevel van het geluidgevoelige object is gelegen, wordt de belasting op dat punt beoordeeld. |
| Fijnstof (PM 10) | Woningen worden niet gebouwd en niet uitgebreid binnen een gebied waar de concentratie meer dan 20 µg/m3 jaargemiddelde grenswaarde is. |
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.1 onder k voor het realiseren van een paardrijbak bij een woning, onder voorwaarde dat:
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.1 onder g en mantelzorg mogelijk maken onder voorwaarden dat:
Binnen de functie 'Wonen - VAB' is het volgende gebruik en zijn de volgende functies toegestaan:
Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
| Type weg | Afstand |
| provinciale weg | 50 m |
| lokale weg - verhard | 20 m |
| lokale weg - onverhard | 10 m |
Voor het bouwen van woningen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende beoordelingsregels:
De omgevingsvergunning kan, in afwijking van het bepaalde in 6.2.2 onder a ten aanzien van de maximale oppervlakte ook worden verleend voor het wijzigen van de gevel(s) en daken voor duurzaamheidsdoeleinden, onder de voorwaarden dat:
De omgevingsvergunning kan, in afwijking van het bepaalde in 6.2.3 onder f, ook worden verleend ten behoeve van een andere dakhelling van bijbehorende bouwwerken bij de woning onder voorwaarden dat:
De omgevingsvergunning kan, in afwijking van het bepaalde in 6.2.3 onder c t/m f, ook worden verleend voor het realiseren van een bijbehorend bouwwerk met een plat dak, wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Onder gebruik in strijd met dit plan wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en gebouwen voor:
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend:
| Milieunormering | |
| Donkerte | Er geen sprake is van onevenredige aantasting van de aanwezige donkerte conform de ambitie op basis van het gemeentelijke lichtdonkerbeleid. |
| Geur van een grondgebonden agrarisch bedrijf | a. De minimale afstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object is nooit minder dan 25 meter. b. De minimale afstand tussen een geurgevoelig object en een emissiepunt van een dierverblijf, niet zijnde een dierverblijf van het eigen (agrarisch) bedrijf, bedraagt: 1. 100m voor een object binnen de bebouwde kom; 2. 50m voor een object buiten de bebouwde kom, of; 3. Een kortere bestaande afstand dan onder 1 of 2 genoemd indien de afstand tussen de veehouderij en het geurgevoelig object dat binnen de onder b bedoelde afstand is gelegen, niet afneemt en het aantal dieren van één of meer diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld niet toeneemt. |
| Geur van een intensief agrarisch bedrijf | a. De minimale afstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object is nooit minder dan 25 meter. b. Een bestaand geurgevoelig object, anders dan een geurgevoelig object bedoeld onder c, wordt niet uitgebreid, dan wel een nieuw geurgevoelig object wordt niet opgericht, binnen een contour van een veehouderij met een hogere geurbelasting dan: 1. 14 ou/m3 voor een object buiten de bebouwde kom; 2. 3 ou/m3 voor een object binnen de bebouwde kom. c. De minimale afstand tussen een emissiepunt van een dierenverblijf en een geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij, of dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden deel uit te maken van een andere veehouderij of dat op of na 19 maart 2000 is gebouwd: 1°. Op een kavel dat op dat tijdstip in gebruik was als veehouderij; 2°. in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van de veehouderij, en 3°. in samenhang met de sloop van bedrijfsgebouwen die onderdeel hebben uitgemaakt van een veehouderij; bedraagt: 1. 100 m voor een object binnen de bebouwde kom; 2. 50 m voor een object buiten de bebouwde kom; |
| Geluid niet-agrarische bedrijven | a. Geluidgevoelige gebouwen worden zo gesitueerd dat de geluidsbelasting (LAr,Lt) ten gevolge van vaste installaties en vaste toestellen van het dichtsbijgelegen bedrijf niet hoger is dan: 7.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-7.00 uur 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) b. De waarde wordt beoordeeld op 50 meter van de inrichtingsgrens. Als binnen die grens de (nieuwe) gevel van het geluidgevoelige gebouw is gelegen, wordt de belasting op dat punt beoordeeld. |
| Geluid agrarische bedrijven | a. Geluidgevoelige gebouwen worden zo gesitueerd dat de geluidsbelasting (LAr,Lt) ten gevolge van vaste installaties en vaste toestellen van het dichtsbijgelegen bedrijf niet hoger is dan: 6.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-6.00 uur 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) b. De waarde wordt beoordeeld op 100 meter van de inrichtingsgrens. Als binnen die grens de (nieuwe) gevel van het geluidgevoelige gebouw is gelegen, wordt de belasting op dat punt beoordeeld. |
| Fijnstof (PM 10) | Woningen worden niet gebouwd en niet uitgebreid binnen een gebied waar de concentratie meer dan 20 µg/m3 jaargemiddelde grenswaarde is. |
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.4.1 onder k voor het realiseren van een paardrijbak bij een woning, onder voorwaarde dat:
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.4.1 onder g en mantelzorg mogelijk maken onder voorwaarden dat:
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten. Hieronder wordt in ieder geval begrepen; het gebruiken, het te doen of te laten gebruiken of in gebruik te geven van bebouwde en onbebouwde gronden ten behoeve van:
Het plangebied van het omgevingsplan is tevens aangewezen als gebied waarbinnen normen gelden voor parkeren.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken of gebruiken van gronden op basis van de toegelaten functie op basis van dit omgevingsplan wordt niet eerder verleend dan nadat ik voldoende mate is voorzien in parkeergelegenheid op eigen terrein.
Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein als wordt voldaan aan de parkeernormen Rijssen-Holten.
Het bevoegd gezag kan van de parkeernormen Rijssen-Holten afwijken, mits:
Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken met een parkeerbehoefte die niet op eigen terrein wordt voorzien.
Dit landschap wordt gevormd door kleinschalige akker- en graslanden, met beplante steilranden, houtwallen, gegroepeerde boerderijen en behoort tot het kampenlandschap.
Dit landschap, waarin de hoogteligging afneemt van oost naar west, wordt gevormd door onregelmatige wegenpatroon, verspreide boerderijen, glooiende landerijen en beplantingselementen. Het gebied is gevarieerd en kleinschalig.
Opgaven voor het landschap:
Dit landschap is een van oorsprong kleinschalig reliëfrijk oud ontginningsgebied met escomplexen en behoort tot het essenlandschap.
Dit gebied ligt relatief hoog op de uitlopers van de Sallandse heuvelrug. Opvallend zijn de vele cultuurhistorische waarden bestaande uit hoger gelegen oude bouwlanden of enken. Buiten de open enken bestaat de omgeving uit een kleinschalig landschap met historische erven en slingerende wegen. Het gebied wordt omringd door ecologische verbindingszones.
Opgaven voor het landschap:
In het plangebied zijn gebieden aangewezen waar voor archeologie een verwachtingswaarde geldt. Om de mogelijke archeologische waarden in deze gebieden te beschermen gelden er regels voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden.
Ter plaatse van de zonering archeologische verwachtingswaarde zijn de gronden behalve voor de daar al toegelaten functies, mede aangewezen voor:
Deze zone van 1000 m aan de westflank van de Holterberg is van belang voor de hydrologie van het gebied. Om de kwantiteit en kwaliteit van de watervoorziening in dit gebied te kunnen waarborgen en de grondwaterstanden in het naastgelegen natuurgebied te waarborgen.
Ter plaatse van de zone hydrologische bescherming zijn de gronden behalve voor de daar al toegelaten functies, mede aangewezen voor:
Om ruimte te bieden aan agrarische activiteiten die geur veroorzaken en ter bescherming van geurgevoelige gebouwen tegen activiteiten die geurhinder veroorzaken worden in het omgevingsplan gebieden aangewezen met een maximale achtergrondbelasting.
Binnen de gemeente Rijssen-Holten is een gebied aangewezen zonering risicobronnen in de vorm van opslagtanks.
Ter plaatse van de 'Overige zone - zonering risicobronnen in de vorm van opslagtanks' is het niet toegestaan risicobronnen in de vorm van opslagtanks ten behoeve van ruimteverwarming te realiseren.
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om af te wijken van het gestelde onder artikel 8.6.2 voor het realiseren van een risicobron in de vorm van een opslagtank ten behoeve van ruimteverwarming, onder de voorwaarde dat:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning hakhout, een houtopstand of 1 of meer bomen te kappen of te laten kappen. De omgevingsvergunning voor het kappen van houtopstanden geldt voor 12 maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van de vergunning tenzij in de vergunning anders is bepaald.
De omgevingsvergunning voor het kappen van een houtopstand kan worden verleend als er geen aantasting is van:
In afwijking van hetgeen bepaald in 9.1.1 is geen omgevingsvergunning vereist voor het kappen van:
Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. Deze herplantplicht kan zelfstandig worden opgelegd.
Er geldt een omgevingsvergunningsplicht voor de volgende werken of werkzaamheden:
Een omgevingsvergunning kan worden verleend, mits er geen aantasting plaatsvindt van:
In afwijking van de omgevingsvergunningsplicht is geen vergunning vereist voor werken of werkzaamheden: