direct naar inhoud van 4.1 Planologische afweging
Plan: Buitengebied Rijssen-Holten, natuurontwikkeling Overtoom-Middelveen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1742.BPB20120003-0401

4.1 Planologische afweging

Dit bestemmingsplan maakt de aanleg van een natuurgebied mogelijk, met mogelijkheden voor extensief recreatief medegebruik (wandel- en fietspaden). Op de inrichtingskaarten (zie Bijlage 1 Kaarten inrichtingsplan Overtoom-Middelveen) en in de landschapsecologische uitwerking 9 (zie Bijlage 14 Landschapsecologische uitwerking natuurontwikkeling Middelveen-Overtoom) is gedetailleerd uitgewerkt hoe het plangebied er uit komt te zien. Voor meer infomatie hierover zie 3.2 Gewenste situatie.

Toets aan het geldende beleid

Het plangebied is in alle relevante provinciale beleidsnota's (Natuurbeheerplan, Omgevingsvisie, Landinrichtingsplan) aangewezen als nieuwe, te ontwikkelen natuur. De nieuwe natuurbestemming voldoet daarmee aan de provinciale beleidsdoelstellingen voor natuurontwikkeling.

De Europese (Kaderrichtlijn Water) en het Rijksbeleid (waterbeheer in de 21e eeuw) voor de waterhuishouding is verder uitgewerkt in het waterbeheerplan van het waterschap Regge en Dinkel. Een belangrijk ontwerpprincipe voor het waterbeheer is vasthouden-bergen-afvoeren. Met dit plan wordt voldaan aan de doelstellingen om water vast te houden in plaats van snel af te voeren. De nieuwe inrichting van Overtoom-Middelveen biedt meer ruimte voor het bergen van piekafvoeren of kan juist een droge periode opvangen. Het watersysteem wint hiermee aan veerkracht.

Het plan voldoet ook aan het gemeentelijk beleid, zoals het Landschapsontwikkelingsplan: het versterken/herstellen van het groen-blauwe casco door bomenrijen langs wegen en kavelgrenzen aan te planten.

Het bestemmingsplan "Buitengebied Rijssen-Holten" waarop geanticipeerd wordt biedt de mogelijkheid om het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van natuurontwikkeling. De wijzigingsbevoegdheid kan in dit geval weliswaar niet toegepast worden, maar de bevoegdheid geeft aan dat de gemeente onder bepaalde voorwaarden natuurontwikkeling een passende ontwikkeling vindt. Dit is het geval wanneer het plan voldoet aan de doelstellingen uit het provinciale Natuurbeheerplan. Dat is hier het geval.

Natuur, landschap en archeologie

In het inrichtingsplan dat is gemaakt is rekening gehouden met de bestaande en gewenste landschappelijke waarden. De bestaande landschappelijke waarden zijn kenmerkend voor het ontginningenlandschap maar worden met dit plan versterkt. Langs de wegen en deel van de kavelgrenzen worden nieuwe bomenrijen aangeplant die de rechte lijnen en blokverkaveling van het gebied versterken. De openheid van het gebied blijft behouden.

Het plangebied wordt voor een deel afgegraven, zo ontstaat er meer ruimte voor kwelwater en het vasthouden van regenwater. Het gebied gaat extensief beheerd worden door maaien, hooien en beweiden. De vegetaties passen zich aan dit extensieve landbouwbeheer en de hoge waterstanden, zo ontstaan kruidenrijke graslanden, zeggenvegetaties of heidegebieden die ook voor de fauna een interessant leefgebied vormen.

Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat met de voorgenomen herinrichtingsmaatregelen geen negatieve effecten worden verwacht op aanwezige soorten, soortgroepen, aangewezen habitattypen, habitatsoorten, broedvogels en wezenlijke waarden en kenmerken. Maatregelen kunnen doorgang vinden vanuit de natuurwetgeving. In het ecologisch werkprotocol is ingegaan op de algemene zorgplicht in het kader van de Flora- en faunawet tijdens het dempen van aanwezige sloten en de verplaatsing van de belangrijkste groeilocaties van duizendknoopfonteinkruid, snavelzegge, bosbies en moerasviooltje. Doel van verplaatsing van deze soorten is het behoud van de bronpopulaties van kenmerkende soorten voor de toekomstige milieukenmerken in het gebied.

Uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde heeft.

Milieurandvoorwaarden

Met dit bestemmingsplan wordt aan de relevante milieueisen voldaan. In 3.3 Milieuaspecten is hier uitgebreid op ingegaan. Aandachtspunt zijn de uitkomsten van het explosievenonderzoek. De conclusies van het vooronderzoek zijn dat er ten zuiden van de Zeggeweg een tweetal blindgangers te verwachten is. Nader onderzoek is noodzakelijk.