direct naar inhoud van Regels
Plan: Parapluplan 2023
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1740.bpNBparaplu2023-vst1

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan:

het bestemmingsplan 'Parapluplan 2023' met identificatienummer NL.IMRO.1740.bpNBparaplu2023-vst1 van de gemeente Neder-Betuwe;

1.2 bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 bestaand:
  • bij bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden krachtens een verleende omgevingsvergunning;
  • bij gebruik: gebruik dat op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan bestond;
1.4 streekproducten

lokaal en/of regionaal (in de Betuwe) geproduceerde agrarische producten uit de foodsector die de identiteit van de streek kenmerken, zoals fruitteelt.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 2 Zelfstandige kantoren op bedrijventerreinen

2.1 Toepassingsbereik

Het bepaalde in het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 27 juni 2013, wordt aangevuld met het bepaalde in 2.2 in die zin dat na 6.5.5 een nieuwe bepaling 6.5.6 wordt toegevoegd.

2.2 Zelfstandige kantoren op bedrijventerreinen

6.5.6 Afwijking huisvesting van zelfstandige kantoren op bedrijventerreinen

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.1.2 onder d sub 1 teneinde zelfstandige kantoren toe te staan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - gemengd gebied', mits wordt voldaan aan onderstaande voorwaarden:

  • a. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein dan wel het terrein van derden conform de Nota Parkeernormen of de nadien gewijzigde beleidsregels met betrekking tot parkeren;
  • b. de kantoorhuisvesting heeft een goede bouwtechnische kwaliteit;
  • c. de kantoorhuisvesting heeft een goede ruimtelijke uitstraling;
  • d. het moet gaan om een niet-publieksgericht kantoor zonder baliefunctie;
  • e. het plan is afgestemd met de buren;
  • f. het plan draagt bij aan een gezonde en duurzame werkomgeving;
  • g. uit milieuoogpunt bestaan er geen bezwaren ten aanzien van vestiging van de genoemde zelfstandige kantoren, waaronder bedrijven en milieuzonering.

Het bepaalde onder a tot en met e wordt nader gepreciseerd in de beleidsregel houdende regels omtrent de huisvestingsmogelijkheden voor kantoren op bestaande bedrijventerreinen, zoals die door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 14 mei 2020 is vastgesteld en op 17 september 2020 in werking is getreden en als Bijlage 1 bij deze regels is gevoegd.

Artikel 3 Verkoop van streekproducten

3.1 Toepassingsbereik
  • 1. De agrarische bestemmingen in de bestemmingsplannen, zoals genoemd in Bijlage 2, worden aangevuld met het bepaalde opgenomen in 3.2.
  • 2. Het bepaalde in 3.2 geldt tevens ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum', zoals deze voorkomt in de volgende bestemmingsplannen:
    • a. 'Buitengebied Kesteren', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 24 mei 2012;
    • b. 'Buitengebied Dodewaard en Echteld', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 30 mei 2013;
    • c. 'Witte Vlekken', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 12 september 2013.

3.2 Verkoop van streekproducten

De verkoop van streekproducten als nevenactiviteit bij een functionerend agrarisch bedrijf en/of tuincentrum is toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. het verkoopvloeroppervlak mag niet meer bedragen dan 100 m2;
  • b. buitenopslag van goederen, materiaal of materieel ten behoeve van de verkoop van streekproducten is niet toegestaan;
  • c. er is geen sprake van een onevenredige toename van een publieks- en/of verkeersaantrekkende werking;
  • d. parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden;
  • e. de nevenactiviteit wordt uitgeoefend door de persoon die tevens exploitant is van het agrarische bedrijf c.q. tuincentrum;
  • f. de verkoop van alcohol is niet toegestaan.

 

Artikel 4 Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat

4.1 Toepassingsbereik
  • 1. Het bepaalde in het bestemmingsplan 'Buitengebied Kesteren', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 24 mei 2012, wordt aangevuld met het bepaalde in 4.2 in die zin dat na artikel 28 (Waarde - Archeologie 5) een nieuw artikel 29 (Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat) wordt toegevoegd waarna de huidige artikelen 29 tot en met 41 worden vernummerd tot 32 tot en met 44;
  • 2. Het bepaalde in het bestemmingsplan 'Boveneindsestraat 18 te Kesteren', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 14 september 2017, wordt aangevuld met het bepaalde in 4.2 in die zin dat na artikel 6 (Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied) een nieuw artikel 7 (Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat) wordt toegevoegd waarna de huidige artikelen 7 tot en met 14 worden vernummerd tot 9 tot en met 16.
  • 3. Het bepaalde in het bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 14 mei 2020, wordt aangevuld met het bepaalde in 4.2 in die zin dat het huidige artikel 29 (Waarde - Beschermd dorpsgezicht) komt te vervallen en dat in plaats daarvan een nieuw artikel 29 (Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat) wordt toegevoegd.
  • 4. Het bepaalde in het bestemmingsplan 'Rijnbandijk ong. Kesteren', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 25 maart 2021, wordt aangevuld met het bepaalde in 4.2 in die zin dat na artikel 5 (Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied 2) een nieuw artikel 6 (Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat) wordt toegevoegd waarna de huidige artikelen 6 tot en met 11 worden vernummerd tot 7 tot en met 12.
  • 5. Het bepaalde in het bestemmingsplan 'Kesteren, Boveneindsestraat 1', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 10 december 2020, wordt aangevuld met het bepaalde in 4.2 in die zin dat na artikel 5 (Waarde - Archeologie 2) een nieuw artikel 6 (Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat) wordt toegevoegd waarna de huidige artikelen 6 tot en met 13 worden vernummerd tot 7 tot en met 14.

4.2 Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat
4.2.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. Algemeen

De voor 'Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van het aan de gronden toegekende integraal ensemble.

  • b. Nadere detaillering van de bestemming

Het integraal ensemble als bedoeld in 4.2.1 onder a, betreft het gebied dat is opgenomen op de waardenkaart in Bijlage 4. Op deze kaart zijn de ensemblewaarden en de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden en elementen aangegeven. De onderlinge samenhang van deze waarden en elementen vormt de beeldkwaliteit. Zowel de individuele waarden en elementen als de onderlinge samenhang (beeldkwaliteit) dienen behouden en waar mogelijk versterkt te worden. In paragraaf 2.2 Rijnbandijk – Boveneindsestraat van het rapport 'Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles' (Bijlage 3) is de waardering van dit integrale ensemble beschreven.

De waarden hebben betrekking op:

  • de gebiedskenmerken, zoals het landgebruik, de groenstructuren en de verkaveling met bijbehorend slotenpatroon;
  • de gebiedskenmerken, zoals het landgebruik, de groenstructuren en de verkaveling met bijbehorend slotenpatroon;
  • de kenmerkende infra-, nederzettings- en waterstaatkundige structuren, die in samenhang ontstaan zijn;
  • de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen (zoals het gevelbeeld en materialisatie) van de bebouwing;
  • de kenmerkende infra-, nederzettings- en waterstaatkundige structuren, die in samenhang ontstaan zijn;
  • de zichtrelaties en beleving van het landschap, waaronder de kenmerkende doorzichten vanaf de dijk en de afwisseling tussen open en besloten landschap;
  • de profilering van het dijklichaam.

4.2.2 Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen de in 4.2.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels:

  • a. bestaande kapvormen en dakhellingen mogen niet worden veranderd;
  • b. bestaande goot- en bouwhoogten mogen niet worden veranderd;
  • c. hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen niet worden veranderd of uitgebreid;
  • d. de gevelindeling van gebouwen mag niet worden gewijzigd;
  • e. het bouwen van dakkapellen en het veranderen van bestaande dakkapellen is niet toegestaan;
  • f. luifels, zonneschermen, reclame aan de gevel, zonnepanelen op daken en losse reclame-elementen in de openbare ruimte, anders dan reeds bestaand, zijn niet toegestaan als die vanuit openbaar toegankelijk gebied zichtbaar zijn.

4.2.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 ten behoeve van het aan-, ver- of nieuwbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. de beeldkwaliteit van het integraal ensemble, zoals genoemd in lid 4.2.1, wordt niet onevenredig aangetast dan wel herstel is verzekerd;
  • b. alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.

4.2.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in 4.2.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

    • 1. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of fietspaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;
    • 2. het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
    • 3. het vellen of rooien van beplanting en/of bomen ter plaatse van de landschappelijke eenheden en elementen zoals weergegeven op de waardenkaart in Bijlage 4 ;
    • 4. het ophogen, verlagen en/of afgraven van de bodem, of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte;
    • 5. werkzaamheden ter plaatse van de (steden)bouwkundige en landschappelijke eenheden en elementen, zoals aangegeven in Bijlage 4 en Bijlage 3.
  • b. Uitzonderingen

Het bepaalde in 4.2.4 onder a is niet van toepassing:

    • 1. op normale onderhoudswerkzaamheden die noodzakelijk zijn in verband met het beheer of de voltooiing van werken die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en/of werkzaamheden die worden of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of nog te verlenen omgevingsvergunning;
    • 2. indien de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, watergangen, vijvers en beplantingen binnen bestaande tracés;
    • 3. voor zover het werkzaamheden op de bodem betreft die te maken hebben met het plant- en zaaiklaar maken en oogsten, overeenkomstig het huidig gebruik ten behoeve van de laanboomteelt.
  • c. Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.2.4 onder a kan slechts worden verleend, indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden, hetzij direct hetzij indirect, geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldkwaliteit van integraal ensemble. Deze beeldkwaliteit is beschreven in de redengevende beschrijvingen van de gebouwde monumenten, op de waardenkaart in Bijlage 4 en in paragraaf 2.2 Rijnbandijk – Boveneindsestraat van het rapport 'Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles' (Bijlage 3).

4.2.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
  • a. Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in 4.2.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, geheel of gedeeltelijk te slopen.

  • b. Uitzonderingen

Het bepaalde in 4.2.5 onder a is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden:

    • 1. ingevolge een aanschrijving van het bevoegd gezag;
    • 2. die het normale onderhoud betreffen;
    • 3. die van ondergeschikte betekenis zijn. Het slopen is van ondergeschikte betekenis indien burgemeester en wethouders dit schriftelijk hebben verklaard;
    • 4. die ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren.
  • c. Toelaatbaarheid

De in 4.2.5 onder a bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien:

    • 1. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldkwaliteit zoals aangegeven in 4.2.1, of
    • 2. de karakteristieke hoofdvorm van het bouwwerk niet te handhaven is, of;
    • 3. het slopen van een bouwwerk betrekking heeft op delen van een pand of bijbehorend bouwwerk die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en de sloop van het betreffende gedeelte van het bouwwerk niet leidt tot een onevenredige aantasting van beeldkwaliteit zoals aangegeven in 4.2.1.

Artikel 5 Integraal ensemble: De Spees - Rijnbandijk - Opheusdens Veer

5.1 Toepassingsbereik
  • 1. Het bepaalde in het bestemmingsplan 'Buitengebied Kesteren', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 24 mei 2012, wordt aangevuld met het bepaalde in 5.2 in die zin dat na het nieuwe artikel 30 (Waarde - Beschermd dorpsgezicht Kesteren) een nieuw artikel 31 (Waarde - Integraal ensemble: De Spees - Rijnbandijk - Opheusdens Veer) wordt toegevoegd waarna de huidige artikelen 29 tot en met 41 worden vernummerd tot 32 tot en met 44.
  • 2. Het bepaalde in het bestemmingsplan 'Witte vlekken', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 12 september 2013, wordt aangevuld met het bepaalde in 5.2 in die zin dat na artikel 28 (Waarde - Cultuurhistorie) een nieuw artikel 29 (Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat) wordt toegevoegd waarna de huidige artikelen 29 tot en met 39 worden vernummerd tot 30 tot en met 40.
  • 3. Het bepaalde in het bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 14 mei 2020, wordt aangevuld met het bepaalde in 5.2 in die zin dat na het nieuwe artikel 29 (Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat) een nieuw artikel 30 (Waarde - Integraal ensemble: De Spees - Rijnbandijk - Opheusdens Veer) wordt toegevoegd waarna de huidige artikelen 30 tot en met 39 worden vernummerd tot 32 tot en met 41.

5.2 Waarde - Integraal ensemble: De Spees - Rijnbandijk - Opheusdens Veer
5.2.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. Algemeen

De voor 'Waarde - Integraal ensemble: De Spees - Rijnbandijk - Opheusdens Veer' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van het aan de gronden toegekende integraal ensemble.

  • b. Nadere detaillering van de bestemming

Het integraal ensemble als bedoeld in 5.2.1 onder a, betreft het gebied dat is opgenomen op de waardenkaart in Bijlage 5. Op deze kaart zijn de ensemblewaarden en de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden en elementen aangegeven. De onderlinge samenhang van deze waarden en elementen vormt de beeldkwaliteit. Zowel de individuele waarden en elementen als de onderlinge samenhang (beeldkwaliteit) dienen behouden en waar mogelijk versterkt te worden. In paragraaf 2.3 De Spees - Rijnbandijk - Opheusdens Veer van het rapport 'Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles' (Bijlage 3) is de waardering van dit integrale ensemble beschreven.

De waarden hebben betrekking op:

  • de gebiedskenmerken, zoals het landgebruik, de groenstructuren en de verkaveling met bijbehorend slotenpatroon;
  • de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen (zoals het gevelbeeld en materialisatie) van de bebouwing;
  • de kenmerkende infra-, nederzettings- en waterstaatkundige structuren, die in samenhang ontstaan zijn;
  • de zichtrelaties en beleving van het landschap, waaronder de kenmerkende doorzichten vanaf de dijk en de afwisseling tussen open en besloten landschap;
  • de profilering van het dijklichaam.

5.2.2 Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen de in 5.2.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels:

  • a. bestaande kapvormen en dakhellingen mogen niet worden veranderd;
  • b. bestaande goot- en bouwhoogten mogen niet worden veranderd;
  • c. hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen niet worden veranderd of uitgebreid;
  • d. de gevelindeling van gebouwen mag niet worden gewijzigd;
  • e. het bouwen van dakkapellen en het veranderen van bestaande dakkapellen is niet toegestaan;
  • f. luifels, zonneschermen, reclame aan de gevel, zonnepanelen op daken en losse reclame-elementen in de openbare ruimte, anders dan reeds bestaand, zijn niet toegestaan als die vanuit openbaar toegankelijk gebied zichtbaar zijn.

5.2.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 ten behoeve van het aan-, ver- of nieuwbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. de beeldkwaliteit van het integraal ensemble, zoals genoemd in lid 5.2.1, wordt niet onevenredig aangetast dan wel herstel is verzekerd;
  • b. alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.

5.2.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in 5.2.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

    • 1. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of fietspaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;
    • 2. het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
    • 3. het vellen of rooien van beplanting en/of bomen ter plaatse van de landschappelijke eenheden en elementen zoals weergegeven op de waardenkaart in Bijlage 5 ;
    • 4. het ophogen, verlagen en/of afgraven van de bodem, of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte;
    • 5. werkzaamheden ter plaatse van de (steden)bouwkundige en landschappelijke eenheden en elementen, zoals aangegeven in Bijlage 5 en Bijlage 3.
  • b. Uitzonderingen

Het bepaalde in 5.2.4 onder a is niet van toepassing:

    • 1. op normale onderhoudswerkzaamheden die noodzakelijk zijn in verband met het beheer of de voltooiing van werken die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en/of werkzaamheden die worden of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of nog te verlenen omgevingsvergunning;
    • 2. indien de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, watergangen, vijvers en beplantingen binnen bestaande tracés;
    • 3. voor zover het werkzaamheden op de bodem betreft die te maken hebben met het plant- en zaaiklaar maken en oogsten, overeenkomstig het huidig gebruik ten behoeve van de laanboomteelt.
  • c. Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.2.4 onder a kan slechts worden verleend, indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden, hetzij direct hetzij indirect, geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldkwaliteit van integraal ensemble. Deze beeldkwaliteit is beschreven in de redengevende beschrijvingen van de gebouwde monumenten, op de waardenkaart in Bijlage 5 en in paragraaf 2.3 De Spees - Rijnbandijk - Opheusdens Veer van het rapport 'Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles' (Bijlage 3).

5.2.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
  • a. Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in 5.2.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, geheel of gedeeltelijk te slopen.

  • b. Uitzonderingen

Het bepaalde in 5.2.5 onder a is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden:

    • 1. ingevolge een aanschrijving van het bevoegd gezag;
    • 2. die het normale onderhoud betreffen;
    • 3. die van ondergeschikte betekenis zijn. Het slopen is van ondergeschikte betekenis indien burgemeester en wethouders dit schriftelijk hebben verklaard;
    • 4. die ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren.
  • c. Toelaatbaarheid

De in 5.2.5 onder a bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien:

    • 1. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldkwaliteit zoals aangegeven in 5.2.1, of;
    • 2. karakteristieke hoofdvorm van het bouwwerk niet te handhaven is, of;
    • 3. het slopen van een bouwwerk betrekking heeft op delen van een pand of bijbehorend bouwwerk die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en de sloop van het betreffende gedeelte van het bouwwerk niet leidt tot een onevenredige aantasting van beeldkwaliteit zoals aangegeven in 5.2.1.

Artikel 6 Integraal ensemble: Dijkzone Dodewaard & Hien

6.1 Toepassingsbereik
  • 1. Het bepaalde in het bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 30 mei 2013, wordt aangevuld met het bepaalde in 6.2 in die zin dat na het artikel 41 (Waarde - Ecologie) een nieuw artikel 42 (Waarde - Integraal ensemble: Dijkzone Dodewaard & Hien) wordt toegevoegd waarna de huidige artikelen 42 tot en met 50 worden vernummerd tot 44 tot en met 52.
  • 2. Het bepaalde in het wijzigingsplan 'Dodewaard, Waalbandijk 97', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 5 april 2022, wordt aangevuld met het bepaalde in 6.2 in die zin dat na artikel 7 (Waarde - Cultuurhistorie karakteristiek) een nieuw artikel 8 (Waarde - Integraal ensemble: Dijkzone Dodewaard & Hien) wordt toegevoegd waarna de huidige artikelen 8 tot en met 14 worden vernummerd tot 9 tot en met 15.

6.2 Waarde - Integraal ensemble: Dijkzone Dodewaard & Hien
6.2.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. Algemeen

De voor 'Waarde - Integraal ensemble: Dijkzone Dodewaard & Hien' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van het aan de gronden toegekende integraal ensemble.

  • b. Nadere detaillering van de bestemming

Het integraal ensemble als bedoeld in 6.2.1 onder a, betreft het gebied dat is opgenomen op de waardenkaart in Bijlage 6. Op deze kaart zijn de ensemblewaarden en de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden en elementen aangegeven. De onderlinge samenhang van deze waarden en elementen vormt de beeldkwaliteit. Zowel de individuele waarden en elementen als de onderlinge samenhang (beeldkwaliteit) dienen behouden en waar mogelijk versterkt te worden. In paragraaf 2.4 Dijkzone Dodewaard & Hien van het rapport 'Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles' (Bijlage 3) is de waardering van dit integrale ensemble beschreven.

De waarden hebben betrekking op:

  • de gebiedskenmerken, zoals het landgebruik, de groenstructuren en de verkaveling met bijbehorend slotenpatroon;
  • de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen (zoals het gevelbeeld en materialisatie) van de bebouwing;
  • de kenmerkende infra-, nederzettings- en waterstaatkundige structuren, die in samenhang ontstaan zijn;
  • de zichtrelaties en beleving van het landschap, waaronder de kenmerkende doorzichten vanaf de dijk en de afwisseling tussen open en besloten landschap;
  • de profilering van het dijklichaam.

6.2.2 Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen de in 6.2.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels:

  • a. bestaande kapvormen en dakhellingen mogen niet worden veranderd;
  • b. bestaande goot- en bouwhoogten mogen niet worden veranderd;
  • c. hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen niet worden veranderd of uitgebreid;
  • d. de gevelindeling van gebouwen mag niet worden gewijzigd;
  • e. het bouwen van dakkapellen en het veranderen van bestaande dakkapellen is niet toegestaan;
  • f. luifels, zonneschermen, reclame aan de gevel, zonnepanelen op daken en losse reclame-elementen in de openbare ruimte, anders dan reeds bestaand, zijn niet toegestaan als die vanuit openbaar toegankelijk gebied zichtbaar zijn.

6.2.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.2 ten behoeve van het aan-, ver- of nieuwbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. de beeldkwaliteit van het integraal ensemble, zoals genoemd in lid 6.2.1, wordt niet onevenredig aangetast dan wel herstel is verzekerd;
  • b. alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.

6.2.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in 6.2.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

    • 1. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of fietspaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;
    • 2. het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
    • 3. het vellen of rooien van beplanting en/of bomen ter plaatse van de landschappelijke eenheden en elementen zoals weergegeven op de waardenkaart in Bijlage 6 ;
    • 4. het ophogen, verlagen en/of afgraven van de bodem, of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte;
    • 5. werkzaamheden ter plaatse van de (steden)bouwkundige en landschappelijke eenheden en elementen, zoals aangegeven in Bijlage 6 en Bijlage 3.
  • b. Uitzonderingen

Het bepaalde in 6.2.4 onder a is niet van toepassing:

    • 1. op normale onderhoudswerkzaamheden die noodzakelijk zijn in verband met het beheer of de voltooiing van werken die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en/of werkzaamheden die worden of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of nog te verlenen omgevingsvergunning;
    • 2. indien de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, watergangen, vijvers en beplantingen binnen bestaande tracés;
    • 3. voor zover het werkzaamheden op de bodem betreft die te maken hebben met het plant- en zaaiklaar maken en oogsten, overeenkomstig het huidig gebruik ten behoeve van de laanboomteelt.
  • c. Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in 6.2.4 onder a kan slechts worden verleend, indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden, hetzij direct hetzij indirect, geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldkwaliteit van integraal ensemble. Deze beeldkwaliteit is beschreven in de redengevende beschrijvingen van de gebouwde monumenten, op de waardenkaart in Bijlage 6 en in paragraaf 2.4 Dijkzone Dodewaard & Hien van het rapport 'Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles' (Bijlage 3).

6.2.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
  • a. Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in 6.2.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, geheel of gedeeltelijk te slopen.

  • b. Uitzonderingen

Het bepaalde in 6.2.5 onder a is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden:

    • 1. ingevolge een aanschrijving van het bevoegd gezag;
    • 2. die het normale onderhoud betreffen;
    • 3. die van ondergeschikte betekenis zijn. Het slopen is van ondergeschikte betekenis indien burgemeester en wethouders dit schriftelijk hebben verklaard;
    • 4. die ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren.
  • c. Toelaatbaarheid

De in 6.2.5 onder a bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien:

    • 1. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldkwaliteit zoals aangegeven in 6.2.1, of;
    • 2. de karakteristieke hoofdvorm van het bouwwerk niet te handhaven is, of;
    • 3. het slopen van een bouwwerk betrekking heeft op delen van een pand of bijbehorend bouwwerk die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en de sloop van het betreffende gedeelte van het bouwwerk niet leidt tot een onevenredige aantasting van beeldkwaliteit zoals aangegeven in 6.2.1.

Artikel 7 Integraal ensemble: Echteld

7.1 Toepassingsbereik
  • 1. Het bepaalde in het bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 30 mei 2013, wordt aangevuld met het bepaalde in 7.2 in die zin dat na het nieuwe artikel 42 (Waarde - Integraal ensemble: Dijkzone Dodewaard & Hien) een nieuw artikel 43 (Waarde - Integraal ensemble: Echteld) wordt toegevoegd waarna de huidige artikelen 42 tot en met 50 worden vernummerd tot 44 tot en met 52.
  • 2. Het bepaalde in het bestemmingsplan 'Kernen Neder-Betuwe', zoals is vastgesteld door de gemeenteraad van Neder-Betuwe op 14 mei 2020, wordt aangevuld met het bepaalde in 7.2 in die zin dat na het nieuwe artikel 30 (Waarde - Integraal ensemble: De Spees - Rijnbandijk - Opheusdens Veer) een nieuw artikel 31 (Waarde - Integraal ensemble: Echteld) wordt toegevoegd waarna de huidige artikelen 30 tot en met 39 worden vernummerd tot 32 tot en met 41.

7.2 Waarde - Integraal ensemble: Echteld
7.2.1 Bestemmingsomschrijving
  • a. Algemeen

De voor 'Waarde - Integraal ensemble: Echteld' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van het aan de gronden toegekende integraal ensemble.

  • b. Nadere detaillering van de bestemming

Het integraal ensemble als bedoeld in 7.2.1 onder a, betreft het gebied dat is opgenomen op de waardenkaart in Bijlage 7. Op deze kaart zijn de ensemblewaarden en de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en landschappelijke waarden en elementen aangegeven. De onderlinge samenhang van deze waarden en elementen vormt de beeldkwaliteit. Zowel de individuele waarden en elementen als de onderlinge samenhang (beeldkwaliteit) dienen behouden en waar mogelijk versterkt te worden. In paragraaf 2.5 Echteld van het rapport 'Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles' (Bijlage 3) is de waardering van dit integrale ensemble beschreven.

De waarden hebben betrekking op:

  • de gebiedskenmerken, zoals het landgebruik, de groenstructuren en de verkaveling met bijbehorend slotenpatroon;
  • de karakteristieke hoofdvorm en karakteristieke elementen (zoals het gevelbeeld en materialisatie) van de bebouwing;
  • de kenmerkende infra-, nederzettings- en waterstaatkundige structuren, die in samenhang ontstaan zijn;
  • de zichtrelaties en beleving van het landschap, waaronder de kenmerkende doorzichten vanaf de dijk en de afwisseling tussen open en besloten landschap;
  • de profilering van het dijklichaam.

7.2.2 Bouwregels

Voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen de in 7.2.1 bedoelde gronden gelden de volgende regels:

  • a. bestaande kapvormen en dakhellingen mogen niet worden veranderd;
  • b. bestaande goot- en bouwhoogten mogen niet worden veranderd;
  • c. hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen niet worden veranderd of uitgebreid;
  • d. de gevelindeling van gebouwen mag niet worden gewijzigd;
  • e. het bouwen van dakkapellen en het veranderen van bestaande dakkapellen is niet toegestaan;
  • f. luifels, zonneschermen, reclame aan de gevel, zonnepanelen op daken en losse reclame-elementen in de openbare ruimte, anders dan reeds bestaand, zijn niet toegestaan als die vanuit openbaar toegankelijk gebied zichtbaar zijn.

7.2.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.2 ten behoeve van het aan-, ver- of nieuwbouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemmingen, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. de beeldkwaliteit van het integraal ensemble, zoals genoemd in lid 7.2.1, wordt niet onevenredig aangetast dan wel herstel is verzekerd;
  • b. alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.

7.2.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  • a. Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in 7.2.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de navolgende werken en werkzaamheden uit te voeren:

    • 1. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of fietspaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;
    • 2. het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
    • 3. het vellen of rooien van beplanting en/of bomen ter plaatse van de landschappelijke eenheden en elementen zoals weergegeven op de waardenkaart in Bijlage 7 ;
    • 4. het ophogen, verlagen en/of afgraven van de bodem, of anderszins wijzigen in maaiveld- of weghoogte;
    • 5. werkzaamheden ter plaatse van de (steden)bouwkundige en landschappelijke eenheden en elementen, zoals aangegeven in Bijlage 7 en Bijlage 3.
  • b. Uitzonderingen

Het bepaalde in 7.2.4 onder a is niet van toepassing:

    • 1. op normale onderhoudswerkzaamheden die noodzakelijk zijn in verband met het beheer of de voltooiing van werken die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan reeds bestaan of in uitvoering zijn genomen, alsmede werken en/of werkzaamheden die worden of mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende of nog te verlenen omgevingsvergunning;
    • 2. indien de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud, beheer en gebruik overeenkomstig de bestemming betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, watergangen, vijvers en beplantingen binnen bestaande tracés;
    • 3. voor zover het werkzaamheden op de bodem betreft die te maken hebben met het plant- en zaaiklaar maken en oogsten, overeenkomstig het huidig gebruik ten behoeve van de laanboomteelt.
  • c. Toelaatbaarheid

Een omgevingsvergunning als bedoeld in 7.2.4 onder a kan slechts worden verleend, indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden, hetzij direct hetzij indirect, geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldkwaliteit van integraal ensemble. Deze beeldkwaliteit is beschreven in de redengevende beschrijvingen van de gebouwde monumenten, op de waardenkaart in Bijlage 7 en in paragraaf 2.5 Echteld van het rapport 'Het beste van Neder-Betuwe; cultuurhistorische beschrijvingen van waardevolle integrale ensembles' (Bijlage 3).

7.2.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
  • a. Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in 7.2.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, geheel of gedeeltelijk te slopen.

  • b. Uitzonderingen

Het bepaalde in 7.2.5 onder a is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden:

    • 1. ingevolge een aanschrijving van het bevoegd gezag;
    • 2. die het normale onderhoud betreffen;
    • 3. die van ondergeschikte betekenis zijn. Het slopen is van ondergeschikte betekenis indien burgemeester en wethouders dit schriftelijk hebben verklaard;
    • 4. die ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren.
  • c. Toelaatbaarheid

De in 7.2.5 onder a bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien:

    • 1. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de beeldkwaliteit zoals aangegeven in 7.2.1, of;
    • 2. de karakteristieke hoofdvorm van het bouwwerk niet te handhaven is, of;
    • 3. het slopen van een bouwwerk betrekking heeft op delen van een pand of bijbehorend bouwwerk die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en de sloop van het betreffende gedeelte van het bouwwerk niet leidt tot een onevenredige aantasting van beeldkwaliteit zoals aangegeven in 7.2.1.

Artikel 8 Parkeren

8.1 Toepassingsbereik

De parkeerregeling, zoals die is opgenomen in de regels van alle bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen en beheersverordeningen op het grondgebied van de gemeente Neder-Betuwe, wordt herzien met het bepaalde in 8.2 en laten de regels voor het overige ongewijzigd.

8.2 Voorwaardelijke verplichting parkeren
  • a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen binnen de bestemmingen van de in 8.1 genoemde plannen wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein en veilig gesteld is dat deze parkeergelegenheid in stand wordt gehouden.
  • b. Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen of de nadien gewijzigde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden ten tijde van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 9 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10 Overige regels

10.1 Voorrangsregel
10.1.1 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen

In het geval van strijdigheden tussen dubbelbestemmingen geldt dat de dubbelbestemmingen 'Waarde - Integraal ensemble: Rijnbandijk - Boveneindsestraat', 'Waarde - Integraal ensemble: De Spees - Rijnbandijk - Opheusdens Veer', 'Waarde - Integraal ensemble: Dijkzone Dodewaard & Hien en 'Waarde - Integraal ensemble: Echteld' voorgaan boven de volgende dubbelbestemmingen:

  • a. 'Waarde - Cultuurhistorisch karakteristiek';
  • b. 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied';
  • c. 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied 1';
  • d. 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevol gebied 2'.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 11 Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
  • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

11.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 12 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het Parapluplan 2023