direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Welysestraat 25a, 27 en 27a te Dodewaard
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel van het plan

Het bedrijf Vredo Dodewaard B.V. (hierna Vredo) aan de Welysestraat 25a te Dodewaard ontwerpt, produceert en verkoopt hoogwaardige producten voor de landbouw en de groene sector en doet dit al sinds 1947. Het familiebedrijf is uitgegroeid van een loonbedrijf dat regelmatig machines aanpaste voor de zware Betuwse kleigrond tot een landbouwmachinebouwer, die inmiddels werkgelegenheid biedt aan circa 100 werknemers. In de afgelopen vijf jaar is de productie van Vredo bijna verdubbeld.

De productielocatie is niet gegroeid. De huidige gebouwen zijn tussen de 30 en 45 jaar oud en opgericht voor het stallen van tractoren van een loonbedrijf. De huidige opzet is dan ook inefficiënt voor de bouw van machines met de huidige omvang. Een (kosten) efficiënte, toekomstbestendige en veilige wijze van produceren is op de huidige locatie niet langer gegarandeerd. Verplaatsing van de bedrijfsvoering is geen reële optie en wordt verderop in het plan nader toegelicht. Om die reden heeft Vredo de mogelijkheden voor een fysieke uitbreiding op de huidige locatie verkend. Ten behoeve van de fysieke uitbreiding is een stuk grond aangekocht ten noordwesten van het huidige terrein van Vredo.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0001.png"

Afbeelding 1.1 Heden in beeld (Vredo: binnen gele lijnen)

Om de reeds ingezette en toekomstige groei op de huidige locatie te faciliteren is, zoals reeds gezegd, uitbreiding van het bedrijf noodzakelijk. Vredo heeft dan ook het voornemen om (afbeelding 1.2):

  • het woonhuis (nr. 25a), de bedrijfsbebouwing achter het woonhuis en de naastgelegen schuren te vervangen door twee nieuwe hallen;
  • achter de grote schuren op het achtererf van nr. 25a een kaploods te realiseren;
  • het monumentale woonhuis (nr. 27) te renoveren en in te richten als kantoor;
  • de schuren ten westen van het monumentale woonhuis te renoveren tot een showroom;
  • de grote lange schuur achter het monumentale woonhuis te vervangen door een parkeerplaats en een nieuwe hal;
  • een testbaan aan te leggen op het terrein om testrijden op de openbare weg te vermijden.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0002.jpg"

Afbeelding 1.2 Toekomst in beeld (Vredo: binnen gele lijnen)

De huidige bebouwing van Vredo heeft een oppervlakte van circa 7.180 m². Vredo is voornemens om in meerdere fasen uit te breiden met een totale oppervlakte van circa 6.380 m², verdeeld over verschillende gebouwen. De uitbreidingsplannen passen niet binnen de voorschriften van het vigerende bestemmingsplan en worden daarom planologisch mogelijk gemaakt middels dit bestemmingsplan.

1.2 Plangebied

De kavel van Vredo ligt aan de Welysestraat 25a te Dodewaard. Afbeelding 1.3 geeft het plangebied van Vredo aan met een rode cirkel. De uitbreiding vindt op de huidige en nieuw aangekochte grond van Vredo plaats. Ten noorden grenst het bedrijf aan agrarisch gebied en ten zuiden aan de Welysestraat.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0003.jpg"

Afbeelding 1.3 De omgeving van Vredo (Bron: Google Maps)

1.3 Aanpak

1.3.1 Voortraject

De gemeente Neder-Betuwe heeft zich bereid getoond om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan een ruimtelijke procedure voor de geschetste uitbreiding. De belangrijkste voorwaarden hebben betrekking op de onmogelijkheden van bedrijfsverplaatsing (zie Bijlage 1), verevening (zie paragraaf 4.3.1 ad c.), landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing (zie paragraaf 3.2, 4.3.1 ad c. en paragraaf 5.4.2), de geluidsbelasting naar de omgeving (zie paragraaf 5.2.4 en Bijlage 3) en worden in de tussen haakjes genoemde paragrafen in deze toelichting nader geadresseerd. In de hoofdstukken 4 en 5 zijn uiteraard ook de overige relevante ruimtelijke thema's beschouwd.

1.3.2 Planproces

Het bestemmingsplan is in opdracht van Vredo door Witteveen+Bos opgesteld. Uiteraard heeft tussentijds zorgvuldige afstemming met de gemeente Neder-Betuwe plaatsgevonden. Het planproces start, zoals wordt voorgeschreven in artikel 3.1.1 Besluit omgevingsrecht (Bro), met het wettelijke vooroverleg. In deze fase van vooroverleg worden instanties met een belang bij de planontwikkeling in de gelegenheid gesteld om te reageren (vooroverleg). Tegelijkertijd wordt het voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd voor inspraak. Na de inspraak en het vooroverleg worden de reacties in overweging genomen en waar nodig en/of wenselijk wordt het plan hierop aangepast tot het ontwerp bestemmingsplan.

Het ontwerp bestemmingsplan wordt aangeboden aan het college van burgemeester en wethouders. Het college besluit tot terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan. Op het ontwerp bestemmingsplan kan één ieder zienswijzen indienen. Het bestemmingsplan wordt hierna indien nodig aangepast en vastgesteld door de gemeenteraad.

1.4 Vigerende bestemmingsplannen

Het plangebied valt binnen het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld', vastgesteld in mei 2013 (zie afbeelding 1.4). Voor het plangebied gelden de volgende bepalingen:

  • enkelbestemming Agrarisch;
  • enkelbestemming Bedrijf met de volgende specifieke functieaanduidingen:
    - machinefabriek;
    - agrarisch loonbedrijf;
  • dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4;
  • dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie karakteristiek;
  • gebiedsaanduiding geluidszone - spoor;
  • gebiedsaanduiding vrijwaringszone - weg.

De wijziging ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan betreft een wijziging in bestemmingen. De voorgenomen uitbreiding krijgt de bestemming Bedrijf. Dit betekent dat de bestemming van een deel van het plangebied gewijzigd wordt van de bestemming Agrarisch naar Bedrijf en van Wonen naar Bedrijf.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0004.png"

Afbeelding 1.4 Uitsnede plankaart bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld'

1.5 Leeswijzer

In hoofdstuk 1 is het plan geïntroduceerd. In hoofdstuk 2 is de bestaande situatie en de omgeving van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft het planvoornemen. Het toepasselijke Rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid is in hoofdstuk 4 geschetst. In hoofdstuk 5 zijn de randvoorwaarden behandeld. De economische uitvoerbaarheid is behandeld in hoofdstuk 6. Een uitleg over de juridische opzet van het plan wordt gegeven in hoofdstuk 7. Tot slot is er in hoofdstuk 8 ingegaan op overleg en inspraak.

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie

2.1 Karakteristiek van de omgeving

Landelijke omgeving

Vredo is gelegen in het buurtschap Wely. Ten noorden van het buurtschap Wely ligt de A15 en ten zuiden ligt de Waal. Wely vormt samen met het buurtschap Hien de bebouwingsconcentratie in het buitengebied van het dorp Dodewaard. Het buitengebied van Dodewaard is sterk met de buurtschappen verweven, onder andere doordat wielen, bermen, bosjes, boomkwekerijen en boomgaarden tot aan de straat liggen. In afbeelding 2.1 is de landelijke omgeving van Vredo weergegeven. Het terrein van Vredo is op deze afbeelding aangegeven met een blauwe cirkel.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0005.png"

Afbeelding 2.1 Landschappelijke structuur, bron: Structuurvisie Neder-Betuwe (2015)

2.2 Het plangebied

De kavel van Vredo ligt aan de Welysestraat 25a te Dodewaard. Ten noorden grenst het bedrijf aan agrarisch gebied. Het terrein van Vredo is aan de straatzijde intensief bebouwd. Aan de Welysestraat liggen het kantoor, de constructie- en de assemblagehal. Achter de constructie- en assemblagehallen is een locatie voor logistiek en een locatie voor service gesitueerd. Verder is er een ruimte aanwezig op het terrein voor algemene opslag en vindt opslag op het buitenterrein plaats. Afbeeldingen 1.1, 2.2 en 2.3 tonen de bestaande situatie.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0006.png"

Afbeelding 2.2 Bestaande situatie vanaf de Welysestraat

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0007.jpg"

Afbeelding 2.3 Functieverdeling op de bestaande locatie

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving

3.1 Ontstaansgeschiedenis

De geschiedenis van de gemeente Neder-Betuwe hangt nauw samen met de ontwikkeling van de rivieren de Waal, de Rijn en de Linge. Door de eeuwen heen bepaalden zij het gezicht van het landschap en het leven van de mensen in het gebied. Het ontstaan van het buurtschap Wely wordt gezocht in de vroege middeleeuwen, tussen 500 en 800, de tijd van de Franken.

Het bedrijf Vredo is opgericht in 1947, toen B. de Vree als boerenzoon met een loonbedrijf in Dodewaard begon. In de loop der jaren werden de activiteiten, die het bedrijf Vredo uitvoerde, steeds diverser. In 1976 produceerde Vredo de eerste zelf ontwikkelde machine. Sinds 1994 ontwerpt, produceert en verkoopt Vredo hoogwaardige producten voor in de landbouw en groene sector.

3.2 Ruimtelijke en functionele structuur

De huidige bebouwing van Vredo heeft een oppervlakte van circa 7.180 m². Vredo is voornemens om in meerdere fasen uit te breiden met een totale oppervlakte van circa 6.380 m², verdeeld over verschillende gebouwen. De functionaliteit is leidend geweest voor de vorm en de oppervlakte van de gebouwen. De omvang van de machines is bepalend voor de maximale bouw- en goothoogte van de assemblage- en servicehal en bedragen respectievelijk 12 meter en 6,5 meter. De overige gebouwen hebben een bouw- en goothoogte gelijk aan deze in de huidige situatie en bedragen tussen de 7,5 en 9,5 meter en tussen de 3,5 en 4,5 meter. Afbeelding 3.1 toont de functieverdeling na de uitbreiding. Overigens zijn dergelijke afmetingen voor een bedrijf niet ongebruikelijk in de omgeving van Dodewaard: het terrein van Blijderveen Pallets B.V. (gelegen aan de Waalbandijk 115) beslaat circa 15.000 m2 en het terrein van Geurts Conservenfabriek B.V. (gelegen aan de Kerkstraat 7) circa 10.000 m2. Beide bedrijven hebben ook loodsen van 10 m hoog.

Bij de opzet van de ruimtelijke structuur is de inpassing in het landschap richtinggevend geweest. Uiteraard is de functionaliteit ook hier van belang; maar deze blijft beperkt tot de voorwaarde dat de onderdelen een logische plek op het perceel hebben om de interne logistiek zo simpel mogelijk te houden. De grondstoffen en producten komen binnen bij de 1) constructiehal of logistiek (voorste deel terrein); 2) de tussenproducten worden in de assemblagehal geassembleerd tot eindproduct (oostelijk deel achterterrein); 3) de eindproducten staan kortdurend gestald in de kaploods tot aan verkoop (westelijk deel achterterrein).

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0008.jpg"

Afbeelding 3.1 Functieverdeling na de uitbreidingsplannen

Ruimtelijke en functionele structuur: binnenplaats versus clusteren

Het gemeentelijk beleid voor nieuwbouw is dat nieuwe gebouwen zoveel mogelijk worden geclusterd. In dit plan is omwille van de landschappelijke inpassing en op advies van een ervenconsulent afgeweken van het gemeentelijk beleid. De gekozen opzet sluit aan bij de in de 18de eeuw ontstane boerderijen met vierkante grondvorm om een binnenplaats, de carréboerderij. De binnenplaats is in dit geval de open ruimte tussen de kaploods en de assemblagehal. Overigens is ook de carréboerderij in de late middeleeuwen ontstaan door ruimtegebrek op de traditionele langgevelboederij. Zoals benoemd in de vorige paragraaf is er voor deze ruimtelijke structuur gekozen om niet alleen tot een logische functionaliteit van het voornemen maar ook vooral tot een goede landschappelijke inpassing van het plan te komen. Afbeelding 3.2 geeft de bestaande situatie weer, met daarnaast een carréboerderij als vertrekpunt voor de gekozen ruimtelijke opzet.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0009.png"

Afbeelding 3.2 Huidige situatie (Vredo binnen de gele lijnen) en een carréboerderij

Ruimtelijke en functionele structuur: langgerekte stroken

Met de oriëntatie van de gebouwen op het achterterrein is aangesloten bij het langgerekte karakter van het omliggende landschap dat ingesloten tussen de Welysestraat, De Steeg en de Engelandstraat, noord-zuid georiënteerd is (zie afbeelding 3.3).

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0010.jpg"

Afbeelding 3.3 Langgerekte karakter

Ruimtelijke en functionele structuur: inpassing van de kaploods

Vredo heeft overwogen om de kaploods in twee delen op te bouwen omwille van het beeld vanuit de achterzijde van de eerstelijnsbebouwing aan De Steeg. Echter op verzoek van de omwonenden aan De Steeg is uiteindelijk gekozen voor een kaploods in één geheel zodat deze zorgt voor visuele en akoestische afscherming. De reeds aanwezige hoge coniferen (achterzijde kaploods) worden gehandhaafd. De goothoogte van de achterzijde wordt zo laag als mogelijk gedimensioneerd (4,20 meter). Deze ontwerpelementen maken de verschijning van de kaploods rustiger en ingepast in de directe omgeving.

Ruimtelijke en functionele structuur: de begrenzingen in de planregels

De voorgenomen ruimtelijke structuur is juridisch verankerd in de planregels door aan te sluiten bij de gemeentelijke standaardhoogte (4 meter voor de goot en 9 meter voor de nok), met uitzondering van de assemblage- en servicehal (6,5 meter voor de goot en 12 meter voor de nok) en de kaploods (goothoogte voorzijde 6 meter en achterzijde 4,20 meter) en de reeds bestaande afwijking van de goothoogte van logistiek (4,5 meter).

De afwijkingen op de standaardhoogten voor de nieuwe gebouwen zijn vastgelegd in de regels (artikel 3.2.3). De aangegeven hoogten voor de assemblage- en servicehal en de kaploods zijn nodig vanuit het oogpunt van functionaliteit. De landbouwmachines hebben een hoogte van circa 5 meter. Voor de assemblage (onderdelen op- en aftakelen, montage en demontage) is een takelconstructie nodig met een ruimtebeslag van circa 2,5 meter. De vrije beweegruimte tussen de machine en de takelconstructie bedraagt circa 4 meter.

Ruimtelijke en functionele structuur: aanzicht vanaf de Welysestraat

In de huidige situatie is de ruimte aan de voorzijde van de constructiehal verhard uitgevoerd en geschikt voor op- en overslag van materiaal en materieel. In overleg met de bewoners heeft Vredo besloten om in de nieuwe situatie voor de voorzijde te kiezen voor een 'voortuin'-karakter met een heg, de toepassing van enkele bomen en overige beplanting. De verharding bestaat uit grasbeton en geeft daarmee een groene uitstraling en blijft tegelijkertijd geschikt om in geval van een calamiteit het waardevolle materiaal en materieel in veiligheid te brengen. Deze wijze van inrichting is in de planregels vastgelegd door de verwijzing naar het inrichtings- en beplantingsplan. Bijlage 10 bevat de volledige nota inrichtings- en beplantingsplan.

3.3 Het planvoornemen en de fasering

De bedrijfsvoering van Vredo dient gedurende de realisatiefase ongewijzigd door te gaan. Dit betekent dat niet alle planonderdelen gelijktijdig gerealiseerd kunnen worden. Afbeelding 3.4 toont de voorgenomen fasering. In de eerste fase wordt (na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan en het verkrijgen van de benodigde vergunningen) gestart met de realisatie van de kaploods, de aanleg van de testbaan, de uitvoering van het beplantingsplan en de bouw van de assemblage- en servicehal. De kaploods, testbaan en het beplantingsplan worden afgerond binnen een jaar. Zonder de realisatie van het beplantingsplan kan de nieuwbouw zelfs niet in gebruik worden genomen. De assemblage- en servicehal wordt binnen 2 jaar gerealiseerd. De assemblage- en servicehal wordt binnen 2 jaar gerealiseerd.

In fase 2 (na de realisatie van de assemblage- en servicehal) is de renovatie van de monumentale T-boerderij voorzien. De kantoorfuncties kunnen dan worden verplaatst voorafgaand aan de renovatie en nieuwbouw van de constructiehal in fase 3 (na renovatie van de T-boerderij).

Reeds na de realisatie van fase 1 geldt een afname in de verkeersaantrekkende werking van Vredo. In de huidige situatie is immers sprake van tussenopslag op locaties elders (zie voor nadere toelichting paragraaf 4.3.1 ad a.). Deze tussenopslag komt na het eerste jaar te vervallen; en de daarbij behorende verkeersbewegingen dus ook. Ook de testritten op de openbare weg vervallen zodra de testbaan is gerealiseerd. In paragraaf 5.1.2 van het onderdeel verkeer zijn de effecten nader gekwantificeerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0011.jpg"

Afbeelding 3.4 De fasering in beeld

De fasering in woord
fase 1: (kaploods, testbaan, beplantingsplan, assemblage- en servicehal)
fase 2: (renovatie monumentale T-boerderij tot kantoor en showroom)
fase 3: (renovatie en nieuwbouw constructiehal)

Hoofdstuk 4 Beleidskader

4.1 Rijksbeleid

4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van 13 maart 2012 is de structuurvisie van de Rijksoverheid. Met deze structuurvisie streeft de Rijksoverheid naar een 'concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland' in 2040. In de structuurvisie worden dertien nationale belangen benoemd waarvoor het Rijk zich verantwoordelijk stelt. Naast de belangen stelt het Rijk zich drie doelen voor de middellange termijn (2028):

  • het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland;
  • het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid;
  • het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving.

Vredo ligt in een stedelijke regio met een concentratie van de topsector 'Agro en Food'. Het Rijk zet zich in om het vestigingsklimaat en de internationale bereikbaarheid in topsectorregio's als 'excellent' te ontwikkelen (nationaal belang 1). Omdat de SVIR voor het vestigingsklimaat provincies en gemeenten verantwoordelijk stelt, heeft de SVIR geen verdere invloed op dit bestemmingsplan.

4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking

Een meer specifiek onderwerp uit de SVIR is duurzame verstedelijking. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten gewaarborgd. De uitbreidingsplannen van Vredo voorzien in de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, alsook de toevoeging van enkele gebouwen. De in beginsel gehanteerde ondergrens van 500 m2 in een overzichtsuitspraak (ABRvS 28 juni 2017; ECLI;NL:RVS:2017:1724) wordt met het planvoornemen overschreden. Daarmee is er voor het planvoornemen sprake van een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1, lid i Bro). Aangezien het planvoornemen meer bebouwing toestaat dan voorheen is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de laddertoets moet worden uitgevoerd.

De behoefte naar de nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt ingegeven door de sterk toegenomen vraag naar de producten van Vredo, die hierdoor genoodzaakt is een grote productiecapaciteit te realiseren. In de afgelopen vijf jaar is de productie van Vredo bijna verdubbeld, en met de uitbreiding kan Vredo, als gevolg van de groeiende markt, de reeds ingezette en toekomstige groei continueren. De productielocatie is tot nu toe echter niet meegegroeid. De huidige opzet van de productielocatie is hierdoor inefficiënt geworden (zie paragraaf 4.3.1 onder a). Vredo heeft de (ruimtelijke) behoefte om zowel met de markt mee te kunnen groeien als het toekomstbestending, veilig en efficiënt maken van het productieproces.

Het planvoornemen bevindt zich grotendeels op grond met een agrarische bestemming. Daarmee kan de locatie van het planvoornemen niet worden aangemerkt als bestaand stedelijk gebied (artikel 1.1.1, lid h Bro). Het bedrijf kiest voor uitbreiding en verdichting op de locatie, omdat:

  • 1. verplaatsing van de bedrijfsvoering binnen bestaand stedelijk gebied geen reële optie is, vanwege de hoge kosten van sloop en nieuwbouw (nadere onderbouwing zie Bijlage 1 en paragraaf 4.2.1);
  • 2. het bedrijf een sterke binding heeft met het agrarisch buitengebied (zie paragraaf 4.2.3);
  • 3. het bedrijf een sterke historische binding heeft met de planlocatie (zie paragraaf 4.2.3).

Het voornemen van Vredo is een combinatie van optimaal hergebruik door renovatie en aanpassing van de bestaande gebouwen (waaronder het monumentale woonhuis) en van nieuwbouw van een assemblage- en servicehal en kaploods. Hergebruik en renovatie vindt plaats op gronden die reeds de bestemming machinefabriek kent (uitgezonderd het monumentale woonhuis). De nieuwbouw vindt plaats op aangekochte grond, grenzend aan de bestaande percelen. De aangekochte gronden krijgen in dit bestemmingsplan eveneens de maatbestemming machinefabriek. Het plan van Vredo zorgt hiermee niet voor 'nieuwe' leegstand op bestaande voor bedrijven bestemde gronden. Dit ondanks dat de ruimtelijke behoefte niet binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kan worden door de te hoge kosten bij een verplaatsing van Vredo en de binding met de huidige locatie en omgeving.

4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt beperkingen aan de beleidsruimte ten aanzien van ruimtelijke plannen van andere overheden dan nationale, waar die plannen in strijd zijn met nationale belangen. Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Het Barro regelt de juridische borging van de nationale belangen aangemerkt in de SVIR. In het Barro staan voor het voornemen geen relevante regels.

4.2 Provinciaal en regionaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Gelderland (2018)

De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn:

  • 1. een duurzame economische structuur;
  • 2. het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving.

Ruimte in kleinere kernen en vrijgekomen bebouwing in het landelijk gebied kan worden benut voor wonen en nieuwe economische dragers en als versterking van de vitaliteit van het landelijk gebied. Bij de nadere invulling van de uitgangspunten wordt ruimte gelaten voor lokale of regionale initiatieven door gemeenten of regionale samenwerkingsverbanden. Bouwprogramma's voor nieuwe woningen zijn daarbij in regionaal verband afgestemd. Waar mogelijk kan lokaal maatwerk worden geleverd.

De strategie van de provincie om de doelen van 'duurzame economische structuurversterking' en 'een gezonde en veilige leefomgeving' te bereiken wordt gevoed door het besef dat stad en land elkaar nodig hebben. De provincie gaat voor:

  • sterke steden, van belang voor toekomstige aantrekkingskracht, waar kennis zich samenbalt en waar veel jongeren naar toe trekken, waar ook nu al de meeste mensen wonen en werken;
  • een vitaal platteland, waar mensen inspelen op grote veranderingen, waar inwoners zich actief inzetten voor hun gezamenlijke toekomst, een platteland met een eigen economische kracht en een grote natuurlijke en landschappelijke waarde, waar kwaliteit en vitaliteit samen op gaan.

Als leidend principe hanteert de provincie de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik. Dit houdt in dat in bestemmingsplannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling moet worden aangegeven hoe met de ladder is omgegaan. De provincie hanteert voor de bepaling van bestaand stedelijk gebied de definitie uit het Bro.

Specifiek van belang voor het voornemen is paragraaf 3.1.4.4.5.2 van de omgevingsvisie Gelderland: in deze paragraaf is aangegeven dat uitbreiding van een solitair niet agrarisch bedrijf in het buitengebied (van meer dan 1.000 m2 aan bedrijfsbebouwing en waarbij de uitbreiding zelf minimaal 250 m2 bedraagt) mogelijk is onder een aantal voorwaarden:

  • verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is;
  • de uitbreiding regionaal is afgestemd;
  • de uitbreiding landschappelijk goed wordt ingepast;
  • de uitbreiding wordt mogelijk gemaakt met een maatbestemming.

Het project voldoet aan deze voorwaarden. Verplaatsing naar een bedrijventerrein is voor Vredo in redelijkheid niet mogelijk, door de combinatie van de kosten van een verplaatsing, de agrarische en historische binding met de planlocatie, gebrek aan voorhanden zijnde geschikte locaties en de logistieke problemen die gepaard gaan bij een gedeeltelijke verplaatsing. Bijlage 1 en paragraaf 4.3.1 ad b gaan hier nader op in.

De uitbreiding wordt landschappelijk goed ingepast: hiervoor is een inrichtings- en beplantingsplan opgenomen (Bijlage 1 van de planregels), welke als voorwaardelijke verplichting in de planregels is opgenomen.

Eveneens is in de bestemmingsomschrijving 'Bedrijf' van de planregels de maatbestemming 'specifieke vorm van bedrijf - machinefabriek' opgenomen.

Tot slot heeft de provincie middels een brief d.d. 29 februari 2018 kenbaar gemaakt dat, op de regionale afstemming na, wordt voldaan aan de voorwaarden. Regionale afstemming heeft hierna plaatsgevonden met het Regionaal Acquisitie Platform (RAP) (zie paragraaf 4.2.3). De voorgenomen ontwikkeling voldoet hiermee aan de gestelde voorwaarden en past daarmee in de focus van de Omgevingsvisie.

4.2.2 Omgevingsverordening Gelderland (januari 2018)

De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De Omgevingsverordening is er een van. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. Het planvoornemen ligt binnen een drietal themakaarten met de volgende specifieke regels (artikel 2.5.3, 2.4.8 en 3.3.6.1 van de Omgevingsverordening) ter plaatse:

  • themakaart landbouw: de uitbreiding van de oppervlakte van een agrarisch bouwperceel met een niet-grondgebonden veehouderijtak is slechts mogelijk onder specifieke voorwaarden;
  • themakaart glastuinbouw: tijdelijk verbod nieuwvesting en uitbreiding glastuinbouw;
  • themakaart water en milieu: geen bestemmingen toegestaan die de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk maakt.

Het plan is niet in strijd met deze regels. In artikel 2.3.3.1 is daarnaast opgenomen dat in bestemmingsplannen de bestemming tot bedrijventerreinen slechts is toegestaan indien dit past in de door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale afspraken ten aanzien van de programmering van bedrijventerreinen of werklocaties (Regionaal Programma Bedrijventerreinen of Regionaal Programma Werklocaties). Een toetsing van het planvoornemen aan deze RPB vindt plaats in de volgende paragraaf.

Overige regels zijn niet van toepassing op de planlocatie of het planvoornemen.

4.2.3 Regionaal Programma Bedrijventerrein 2016 Regio Rivierenland

Het Regionaal Programma Bedrijventerreinen (RPB) biedt het toetsingskader voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen in de regio. En geeft daarmee onder andere handen en voeten aan artikel 2.3.3.1 van de Omgevingsverordening Gelderland waarin is geregeld dat de bestemming tot bedrijventerrein slechts is toegestaan indien dit past in de door Gedeputeerde Staten vastgestelde afspraken ten aanzien van de programmering van bedrijventerreinen.

In onderhavige situatie is sprake van een bestaande maatbestemming machinefabriek die wordt uitgebreid met eenzelfde maatbestemming. Deze uitbreiding is afgestemd op de behoefte van de huidige machinefabriek: Vredo. In die zin is aldus geen sprake van de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein. Het initiatief zorgt niet voor 'nieuwe' leegstand op bestaande bedrijfsmatige bestemmingen.

Het RPB spreekt in het Afsprakenkader de ambitie uit om locatiezoekende bedrijven zo goed mogelijke te faciliteren en de wens van het bedrijf hierbij centraal te stellen. De wens van Vredo is de continuering van de bedrijfsactiviteiten op een toekomstbestendige, veilige en efficiënte wijze. Hiervoor is uitbreiding van de bedrijfslocatie dringend noodzakelijk. Gelet op de sterke binding met de locatie en de gespreide financiering en risicospreiding die hierbij mogelijk is, is het noodzakelijk en gewenst om de uitbreiding te realiseren aansluitend aan de huidige locatie. Verplaatsing van het bedrijf naar een andere locatie is wegens de zodanig hoge financieringslasten bedrijfseconomisch onverantwoord.

De gemeente Neder-Betuwe waardeert het initiatief en beoordeelt dit als ruimtelijk inpasbaar onder de volgende hoofdvoorwaarden:

  • Houd rekening met de landschappelijke inpassing door:
    - De gebouworiëntaties aan te laten sluiten bij het langgerekte karakter van het omliggende landschap;
    - Inpassing van de kaploods;
  • De uiterste grenzen aan de noordelijke bedrijfsmatige uitbreiding zijn bereikt;
  • Zorg dat voldaan kan worden aan de toepasselijke richt- en grenswaarden voor het geluid naar de omgeving.

Er is voldaan aan deze voorwaarden door een inrichtings- en beplantingsplan op te stellen (Bijlage 1 van de planregels) en deze als voorwaardelijke verplichting in de planregels op te nemen. Om te voldoen aan de toepasselijke richt- en grenswaarden voor geluid wordt een nachtelijke parkeerbeperking ingevoerd.

Op 20 februari 2018 heeft de RPB via het Regionaal Acquisitie Platform (RAP) ingestemd met het planvoornemen. Gezien het ontbreken van beschikbare gronden voor een verplaatsing is het behoud van werkgelegenheid leidend geweest in het advies van het RAP. Als voorwaarde is opgenomen dat bij een toekomstige functiewijziging het terrein niet mag worden gesplitst in afzonderlijke bedrijfskavels.

4.3 Gemeentelijk beleid

4.3.1 Beleidsnotitie hergebruik van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing Neder-Betuwe 2016

In het gemeentelijke beleidskader 'Hergebruik vrijgekomen agrarisch bedrijfsbebouwing in het buitengebied' (hierna VAB-beleid) is een regeling opgenomen om bestaande niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied meer ruimte te bieden. De belangrijkste reden hiervoor is dat bedrijven vaak al lange tijd gevestigd en geworteld zijn in het buitengebied. De mate waarin de gemeente uitbreiding van bestaande bedrijven toestaat is enerzijds afhankelijk van de mate waarin een bedrijf gebonden is aan het buitengebied en anderzijds aan de landschappelijke kwaliteit van het gebied waar het bedrijf is gevestigd:

  • bestaande niet-agrarische bedrijven die vanwege haar aard en karakter gebonden zijn aan het buitengebied mogen eenmalig uitbreiden met maximaal 40 % van het bebouwd oppervlak met maximaal 500 m²;
  • bestaande niet-agrarische bedrijven die niet aan het buitengebied gebonden zijn, gelegen in het groenblauw raamwerk, mogen eenmalig uitbreiden met 20 % van het bebouwd oppervlak tot 375 m²;
  • bestaande niet-agrarische bedrijven die niet aan het buitengebied gebonden zijn, gelegen in het multifunctionele gebied en met een omvang van boven de 500 m² mogen over de eerste 500 m² met maximaal 30 % uitbreiden en over de resterende oppervlakte met nog eens 10 %.

De uitbreiding van Vredo (6.770 m²) past niet binnen de bovenstaande regeling. Indien een bestaand niet-agrarisch bedrijf in het buitengebied verder wil uitbreiden op de bestaande locatie, dan is dat mogelijk als het bedrijf kan aantonen dat:

  • a. uitbreiding van het bedrijf noodzakelijk is voor (het continueren) van de bedrijfsvoering;
  • b. verplaatsing van het bedrijf naar een bedrijventerrein of naar vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing geen reële optie is;
  • c. uitbreiding leidt tot een vergroting van de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteiten van het buitengebied;
  • d. na expliciete goedkeuring door de provincie.

Ad. a

In hoofdstuk 1 is de noodzaak van het uitbreiden van het bedrijf beknopt toegelicht. Om de bedrijfsvoering te continueren is er meer opslagcapaciteit, een uitbreiding van bedrijfsruimte voor constructie en assemblage, een grotere spuiterij vanwege vernieuwde milieu- en arbeidshygiënische eisen, serviceruimte en een presentatieruimte nodig. De volgende verbeteringen en/of optimalisaties zijn noodzakelijk:

  • de huidige locatie biedt onvoldoende opslagcapaciteit. Als tussenoplossing huurt Vredo twee opslaghallen (op twee verschillende locaties) voor de tussenopslag van nieuwe machines en tussenproducten (denk hierbij aan onderdelen zoals tanken, mestslangen, Tebbe bakken et cetera). De nieuwe machines worden één en soms zelfs meerdere malen van de productielocatie naar de tussenopslag getransporteerd voorafgaand aan levering aan de klant. De diverse onderdelen worden opgehaald op de tussenopslaglocaties, zodra deze op de productielocatie nodig zijn. Dit betekent een veelvoud aan halfvolle vrachten. De totale oppervlakte van de gehuurde hallen bedraagt 2.200 m2. De uitbreiding voorziet in circa 2.300 m2;
  • de opslag van de gasflessen voor zuurstof en stikstof, het schoonmaken en het stationair testen van machines wil Vredo vanwege de uitstraling van de locatie en het vermijden van geluiduitstraling naar de omgeving overdekt onderbrengen en niet meer op het buitenterrein laten plaatsvinden;
  • een deel van de constructiewerkzaamheden van halffabricaten wordt op dit moment, wegens gebrek aan ruimte, uitbesteed aan derden. In de huidige situatie worden onderdelen op de productielocatie geleverd. Vredo doet aanpassingen aan deze onderdelen en levert deze vervolgens aan onderaannemers in onder andere Dodewaard, Wijchen en Ochten die een halffabricaat opleveren. Het halffabricaat wordt op de locatie van Vredo vervolgens weer geassembleerd tot eindproduct (machine). Afhankelijk van de levertijden kan er ook nog tussenopslag op de locaties elders van de halffabricaten aan de orde zijn. De uitbreiding voorziet in bijna een verdubbeling van de bedrijfsruimte voor constructie (van 1.900 m2 naar 3.700 m2). De uitbesteding aan derden kan hiermee geheel komen te vervallen;
  • hetzelfde geldt voor de assemblage van de machines, in de bestaande situatie dienen voorafgaand aan assemblage de huidige hallen leeggeruimd te worden. De tijdelijke stalling vindt buiten plaats, in voorkomende gevallen wordt op het buitenterrein geassembleerd. Ook zijn de machines in de loop der jaren groter geworden. De uitbreiding voorziet in de nieuwbouw van een assemblagehal (van 925 m2 naar 3.500 m2);
  • de machines zijn in de loop der jaren groter geworden (qua afmetingen). De spuiterij is qua omvang niet gewijzigd, hetgeen betekent dat onderdelen vanwege de omvang afzonderlijk worden geconserveerd in de spuiterij. De doorlooptijden (inclusief droogtijden) in de spuiterij zijn dan ook niet optimaal. Daarnaast worden steeds meer milieu- en arbeidshygiënische eisen gesteld aan de spuiterij (drogen, dampafzuiging en proces qua verwerking) hetgeen extra ruimte vereist. In de uitbreiding is rekening gehouden met een grotere spuiterij;
  • de groei van de afgelopen jaren brengt met zich mee dat het aantal machines dat jaarlijks voor revisie terugkeert toeneemt en dat om die reden vaker sprake is van gelijktijdige revisie van meerdere machines. De jaarlijkse toename bedraagt nu minimaal 15 %. Om die reden is in de uitbreiding een ruimte met een oppervlakte van 1.500 m2 voor service gereserveerd (huidige situatie 370 m2);
  • tot slot vinden meer en meer onderhandelingen en contractbesprekingen met potentiële klanten op de productielocatie plaats. Dit vraagt om een representatieve ruimte voor de presentatie van het trotse familiebedrijf. In de uitbreiding is hiervoor een presentatieruimte van 310 m2 gereserveerd.

Vredo heeft voornoemde verbeteringen vertaald in het volgende voornemen om:

  • achter de grote schuren op het achtererf van nummer 25a een nieuwe kaploods te realiseren;
  • de bestaande grote lange schuur achter het monumentale woonhuis te vervangen door een parkeerplaats en nieuwe hal;
  • een testbaan aan te leggen op het terrein om testrijden op de openbare weg te vermijden;
  • het monumentale woonhuis (nummer 27) te renoveren en in te richten als kantoor;
  • de schuren ten westen van het monumentale woonhuis te renoveren tot een showroom;
  • in een laatste fase het woonhuis (nummer 25a), de bedrijfsbewoning achter het woonhuis en de naastgelegen schuren te vervangen door twee nieuwe hallen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0012.jpg"

Afbeelding 4.1 Situatie na uitbreiding

Ad. b

In Bijlage 1 is nader invulling gegeven aan onderdeel b, dat verplaatsing van het bedrijf naar een bedrijventerrein of naar een vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing geen reële optie is. In deze bijlage is de financiële component nader belicht. Naast het financiële argument is de binding met het agrarische buitengebied en de historische binding met de planlocatie van belang. Bovendien is het niet mogelijk om het totale programma te verplaatsen naar een andere locatie doordat er geen geschikte locaties voorhanden zijn, gelet op het benodigd oppervlakte en de aard van de bebouwing. Een gedeeltelijke verplaatsing leidt tot dezelfde, met name logistieke problemen die Vredo momenteel ervaart.De combinatie van deze elementen maakt dat de gemeente het standpunt heeft dat verplaatsing geen reële optie is.

Binding met agrarisch buitengebied

Naast het financiële argument is de binding met het agrarische buitengebied van belang. Zoals gezegd produceert Vredo machines voor de landbouw en de groene sector. Het werkgebied van de producten van Vredo is dus het agrarisch gebied. Het feit dat Vredo in het agrarisch gebied is gevestigd draagt in hoge mate bij aan een positieve en geloofwaardige uitstraling naar potentiele en bestaande klanten en het biedt de mogelijkheid voor een natuurgetrouwe proefrit.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0013.png"

Afbeelding 4.2 Het product van Vredo in zijn natuurlijke omgeving

Historische binding met de planlocatie

Tot slot is de historische binding met de planlocatie belangrijk. De huidige eigenaar is geboren en getogen op de monumentale T-boerderij. De oprichter (en vader en opa) is in 1947 gestart met het aanpassen van machines voor de zware Betuwse kleigrond in de schuren behorende bij de monumentale T-boerderij. Oftewel de plek heeft historische en emotionele waarde voor het bedrijf en haar oprichters. Overigens is dit gegeven ook herkenbaar in de plannen met de T-boerderij; herstellen in oude glorie voor centrale functie binnen het bedrijf (in paragraaf 5.4 is dit nader uitgewerkt).

Ad c.

De uitbreiding van het bedrijf gebeurt onder een aantal strikte voorwaarden die in de vorm van het inrichtings- en beplantingsplan zijn vastgelegd:

  • het aanzicht vanaf de Welysestraat zal vergroenen door het verdwijnen van de opslagactiviteiten bij de constructiehal, het toepassen van deels groene verharding (grasbeton) en de beplanting;
  • de uitrit wordt verbreed waardoor het verkeer beter overzicht krijgt bij het oprijden van de Welysestraat;
  • het terrein wordt omringd door een elzenhaag waardoor het doet denken aan het uiterlijk van in de omgeving veel voorkomende boomgaarden;
  • de ruimtelijke structuur heeft de opzet rondom een binnenplaats (erf-gedachte) en sluit daarmee aan op 18de-eeuwse boerderijen met vierkante grondvorm om een binnenplaats (carréboerderij);
  • de oriëntatie van de gebouwen sluit aan op het langgerekte landschap ingesloten tussen de Welysestraat, De Steeg en de Engelandstraat;
  • de vier bouwdelen van de constructiehal komen niet in één lijn te liggen, maar in onderling wisselende positie ten opzichte van de straat (gestaffeld);
  • de renovatie van de monumentale boerderij brengt de boerderij terug naar zijn oorspronkelijke uitstraling en krijgt bovendien een volwaardige functie waardoor behoud gegarandeerd is.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0014.jpg"

Afbeelding 4.3 Toekomstbeeld met oorspronkelijke uitstraling boerderij

De uitbreiding wordt daarnaast verevend. Concreet worden er maatregelen genomen om een impuls te geven aan de Panovense Pas, een klein bosgebied ten oosten van Vredo. Er wordt een wandelroute gecreëerd en waarde toegevoegd door bebording die vertelt over de historie en de toepassing van insectenhotels.

De genoemde kenmerken van het planvoornemen in combinatie met de vereveningsopgave zorgen voor een vergroting van de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteiten van het buitengebied.

Ad d.

De expliciete goedkeuring door de provincie Gelderland in gevallen waar sprake is van uitbreiding van bestaande niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied is verankerd in de Omgevingsverordening in artikel 2.3.3.5. Een uitbreiding van solitaire bedrijvigheid die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan 1000m2 en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250m2 bedrijfsbebouwing is mogelijk wanneer in de toelichting van het bestemmingsplan wordt aangetoond dat:

  • verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is;
  • de uitbreiding regionaal is afgestemd;
  • de uitbreiding landschappelijk goed wordt ingepast;
  • de uitbreiding wordt mogelijk gemaakt met een maatbestemming.

Zoals eerder benoemd in paragraaf 4.2.1 heeft de provincie kenbaar gemaakt dat het voornemen voldoet aan de gestelde voorwaarden.

4.3.2 Structuurvisie 2018

Op 31 mei 2018 is de Structuurvisie 2018 voor de gemeente Neder-Betuwe vastgesteld. De structuurvisie geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente Neder-Betuwe voor de komende jaren. Deze structuurvisie is zoveel mogelijk gebaseerd op bestaand beleid. De gemeente spreekt in de visie de ambitie uit om in 2020 bekend te staan als de Green Valley van Europa. Dit betekent dat het buitengebied (met uitzondering van de uiterwaarden en het Weidevogel- en ganzengebied) is ingezet om de groei van deze sector mogelijk te maken; andere functies zoals recreatie, toerisme en wonen zijn ondergeschikt. De productie en verkoop van landbouwmachines draagt bij aan de ondersteuning van de land- en teeltbouw in de gemeente. De uitbreidingsplannen van Vredo zijn daarom in lijn met de Structuurvisie 2018.

4.3.3 Welstandsnota

De gemeente Neder-Betuwe heeft in 2011 de Welstandsnota vastgesteld. Hierin wordt de architectonische verschijning van de bebouwing juridisch geborgd. De planlocatie van Vredo is aangegeven als 'historische dorpse bebouwingslinten' met welstandsniveau 1 en als 'boerenerven, agrarisch buitengebied' met welstandsniveau 2. Welstandsniveau 1 is gericht op het handhaven, herstellen en versterken van gewaardeerde of gewenste ruimtelijke karakteristieken en op de samenhang binnen het gebied of object. In ontwikkelingssituaties ligt het accent op het faciliteren en stimuleren van kwaliteit. Welstandsniveau 2 richt zich op het handhaven of gericht veranderen en verbeteren van de basiskwaliteit van het gebied. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de invloed op de omgeving en de architectonische uitwerking van het bouwplan.

Het planvoornemen is vooralsnog niet in detail uitgewerkt. Afbeelding 1.2, 2.4 en 4.1 zijn impressies van hetgeen Vredo voor ogen heeft. Bouwvlakken en bouwhoogtes liggen vast en worden begrensd. Ook de reeds eerder genoemde ruimtelijke en landschappelijke inpassingselementen liggen vast (erf/binnenplaats opstelling, oriëntatie gebouwen sluit aan bij langgerekte landschap, opdelen kaploods en begeleiden inpassing kaploods met bomenrij, renoveren tot oorspronkelijke staat van het gemeentelijk monument, trapsgewijze opbouw constructiehal). De uiteindelijke toetsing van het bouwplan aan de Welstandsnota is aan de orde ten tijde van de omgevingsvergunning voor het bouwen. Impressies zijn dan uitgewerkt tot concrete ontwerpen waaruit onder andere materialisering en kleurstelling blijken.

Hoofdstuk 5 Randvoorwaarden

5.1 Verkeer

In deze paragraaf zijn de consequenties van de voorgenomen ontwikkelingen op het gebied van verkeer beschreven. Allereerst wordt de verkeerssituatie rond Vredo beschreven (paragraaf 5.1.1). Ten tweede wordt ingegaan op de intensiteiten rond de vestiging van Vredo (paragraaf 5.1.2). Ten derde wordt ingegaan op de parkeersituatie op het terrein van Vredo (paragraaf 5.1.3).

5.1.1 Verkeerssituatie

Vredo is gelegen aan de Welysestraat, zie afbeelding 5.1. De Welysestraat gaat in oostelijke richting over in de Tielsestraat, die via een T-splitsing aansluit op de N836. Via de N836 kan de A15 bereikt worden. De Welysestraat sluit in westelijke richting aan op de Waalbanddijk, die aansluit op de Dodewaardsestraat. Via de Dodewaardsestraat kan de A15 bereikt worden. Gezien de wegprofielen is de route via de N836 de belangrijkste ontsluitingsroute voor werknemers en bezoekers van Vredo.

De Welysestraat is een erftoegangsweg (bron: Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan, Achtergrond-rapportage; gemeente Neder-Betuwe; 2011). Vredo ligt binnen de bebouwde kom in een 30 km/u-zone.

De gemeente heeft overigens plannen om de Welysestraat binnen de bebouwde kom zodanig aan te passen dat een duidelijke uitstraling van een 30 km-zone ontstaat. De plannen zijn in de ontwerpfase. De voorgenomen ontwikkeling van Vredo is niet zodanig van invloed op de plannen dat aanpassing noodzakelijk is.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0015.jpg"

Afbeelding 5.1 Locatieoverzicht Vredo (bron: Google, 2017)

5.1.2 Intensiteiten

Huidige situatie

De verkeersintensiteiten in de huidige situatie zijn afgeleid van de openbaar beschikbare tellingen en prognoses. De intensiteit op de N836 bedraagt 3.880 - 7.380 motorvoertuigen / werkdagetmaal in 2016 tussen Herveld en Andelst, zie afbeelding 5.2 (bron: Verkeerstellingen via https://www.gelderland.nl/GeldersVerkeer; provincie Gelderland; 2017). Volgens de gemeente Neder-Betuwe bedraagt de intensiteit op de Welysestraat 0-1.500 motorvoertuigen / werkdagetmaal (bron: Neder-Betuws Verkeer- en Vervoerplan, Achtergrondrapportage; gemeente Neder-Betuwe; 2011). Een recent uitgevoerde verkeerstelling bevestigt dit. Overigens bedraagt de maximale verkeersintensiteit voor het type weg als de Welysestraat ca. 4.000 motorvoertuigen / werkdagetmaal.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0016.png"

Afbeelding 5.2 Verkeerstellingen N836 t.h.v. Andelst (7.380 mvt/werkdagetmaal) en Herveld-Zuid (3.880 mvt/werkdagetmaal) (bron: Verkeerstellingen via https://www.gelderland.nl/GeldersVerkeer;provincie Gelderland; 2017)

Tabel 5.1 geeft de verkeersgeneratie van Vredo in de huidige situatie weer. De cijfers voor vrachtwagens en bestelwagens zijn gebaseerd op door Vredo uitgevoerde tellingen in de weken 44, 45 en 46 (2016) en in Bijlage 2 bij deze notitie gevoegd. Voor het testrijden is uitgegaan van een worst-case scenario, waarbij in een werkdagetmaal met 3 machines 7 keer heen en weer wordt gereden. Voor de personenwagens is tevens een worst-case aanname gedaan waarbij 100 medewerkers met de auto naar het werk gaan. Dit laatste zou betekenen dat zo goed als 100 % van de medewerkers de auto gebruikt voor het woon-werk verkeer. In werkelijkheid ligt dit percentage veel lager (65 %).

In de huidige situatie bedraagt, op basis van voorgaand, de verkeersgeneratie circa 308 motorvoetuigen / werkdagetmaal. Dit is circa 20 % van de maximale intensiteit van 1.500 motorvoetuigen / werkdagetmaal. Dit is aannemelijk, gezien de toonaangevende functie van Vredo in de gemeente Neder-Betuwe.

Voertuigcategorie   Etmaalintensiteiten
in aantal motorvoertuigen / etmaal  
testrijden (landbouwvoertuigen)   42  
personenwagens   200  
vrachtwagens   40  
bestelwagens   26  
totaal   308  

1 Gemiddeld bezochten per etmaal 14 vrachtwagens de inrichting; op de drukste dag 23 vrachtwagens (in week 44, 45 en 46).

2 Aantal is in overeenstemming met de drukste dag in de weken 44, 45 en 46 (2016).

Tabel 5.1 Etmaalintensiteiten huidige situatie (bron: Vredo)

Toekomstige situatie

Tabel 5.2 geeft de verkeersgeneratie van Vredo in de toekomstige situatie weer. Het planvoornemen wordt over een periode van circa 4 jaar gerealiseerd. Afbeelding 5.3 toont de fasering. De wijzigingen in de verkeersgeneratie is per fase in tabel 5.2 getoond. De eindfase is weergegeven met en zonder de geprognosticeerde productiegroei van 50 % in de periode 2015 - 2025. Bij deze productiegroei past een groei van circa 20 % aan werknemers bij een sectorgemiddelde arbeidsproductiviteit. Dit betekent een toename van 20 medewerkers. Daarnaast is aangenomen dat het transport van en naar de inrichting bij een dergelijke productiegroei met 50% toeneemt.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0017.jpg"

Afbeelding 5.3 De fasering in beeld

De fasering in woord
fase 1: (kaploods, testbaan, beplantingsplan, assemblage en servicehal)
fase 2: (renovatie monumentale T-boerderij tot kantoor en showroom)
fase 3: (renovatie en nieuwbouw constructiehal)

Op het moment dat de testbaan is aangelegd en de kaploods voor opslag is gerealiseerd (fase 1) vervallen de testritten op de openbare weg en de verkeersbewegingen vanwege de tussenopslag. De intensiteiten nemen hierdoor af met respectievelijk 42 en 12 motorvoertuigen per etmaal. De fase 2 is niet van invloed op het aantal verkeersbewegingen. Op het moment dat fase 3 is afgerond vervallen ook de verkeersbewegingen vanwege uitbestede werkzaamheden grotendeels en neemt de intensiteit nog eens af met 12 motorvoertuigen per etmaal.

Voertuigcategorie   Etmaalintensiteiten in aantal motorvoertuigen / etmaal  
  huidige situatie   eindsituatie
fase 1, 2 en 3 (productiegroei van 50%)  
eindsituatie
fase 1, 2 en 3 (geen productiegroei)  
situatie
fase 1 (geen productiegroei)  
testrijden (landbouwvoertuigen)   42   0   0   0  
personenwagens   200   240   200   200  
vrachtwagens   40   38   25   32  
bestelwagens   26   26   17   22  
Totaal   308   304   242   254  

Tabel 5.2 Etmaalintensiteiten toekomstige situatie (bron: Vredo)

De verkeersintensiteiten nemen vanaf het moment dat fase 1 in gebruik is af. In de eindsituatie geldt dat zowel met als zonder de geprognosticeerde productiegroei sprake is van een afname van het verkeer van en naar Vredo. De intensiteiten op de Welysestraat blijven dan ook laag.

5.1.3 Parkeersituatie

In de uitbreidingsplannen zijn 100 parkeerplaatsen voor auto’s voorzien. De parkeerbehoefte is op basis van de feitelijke behoefte bij Vredo bepaald. Dit conform tabel 8 in bijlage I van de Nota Parkeernormen Neder-Betuwe van mei 2017 waarin is aangegeven dat in geval van arbeidsextensieve en/of bezoekers extensieve industrie met een oppervlakte groter of gelijk aan 5.000 m2 maatwerk aan de orde is. De uitbreidingsplannen voldoen daarmee aldus aan de Nota Parkeernomen.

In de huidige situatie voorziet Vredo met 67 parkeerplaatsen in de parkeerbehoefte op eigen terrein. Circa 65 % van de medewerkers maakt gebruik van de auto voor het woon- en werkverkeer. In geval van circa 100 medewerkers in de huidige situatie levert dit aldus een parkeerbehoefte van 65 plaatsen op. De productiegroei voor de voorzienbare toekomst bedraagt circa 50 %. Bij een dergelijke productiegroei past een groei van circa 20 % aan werknemers bij een sectorgemiddelde arbeidsproductiviteit. Dit betekent een toename van 20 medewerkers. Voor het gemak nemen we aan dat al deze 20 medewerkers met de auto naar het werk gaan en dat de parkeerbehoefte daarmee 87 parkeerplaatsen bedraagt. Zoals gezegd voorzien de plannen in 100 parkeerplaatsen en geldt dat voldaan wordt aan de geprognosticeerde behoefte.

Er is geen sprake van langdurige stalling van vrachtverkeer in de huidige en de geprojecteerde situatie. Het vrachtverkeer dat de inrichting aandoet verlaat na het laden en/of lossen de locatie weer. Zowel in de huidige situatie als in de geprojecteerde situatie is dan ook geen parkeervoorziening voorzien voor vrachtauto’s.

5.1.4 Vrijwaringszone weg

Het woonhuis Welysestraat 25a en de naastgelegen schuren die worden vervangen door twee nieuwe hallen, liggen deels in de 'vrijwaringszone - weg'. Dit betreft de voorheen zo genoemde uitstralingszones wegverkeer. De opgenomen regeling is gericht op het tegengaan van ontwikkelingen die een belemmering kunnen vormen voor het verkeer op de aangrenzende wegen. De bescherming van de Welysestraat en de veiligheid van mensen, dieren en goederen, worden niet geschaad aangezien de uitzichthoeken voor verkeersdeelnemers nauwelijks wijzigen.

5.2 Milieu

5.2.1 Bedrijven en milieuzonering

Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen hanteert het bevoegd gezag de Richtlijn Bedrijven en Milieuzonering (Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) -richtlijn) als eerste uitgangspunt om de wenselijke afstand van bedrijven ten opzichte van woningen te bepalen. De wenselijke afstand (richtafstand) betreft de afstand waarop naar verwachting sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en tevens de ondernemersruimte van bedrijven wordt gerespecteerd.

Vredo is ingericht voor de vervaardiging van machines en werktuigen voor de land- en bosbouw en is ingedeeld in SBI code 28.3 (conform Standaard Bedrijfsindeling 2008 - versie 2017). Het omliggende gebied van Vredo kan worden aangemerkt als een gemengd gebied omdat het lintbebouwing in het buitengebied betreft met naast woningen ook aanzienlijke agrarische en andere bedrijvigheid. Daarmee kunnen de richtafstanden van de Richtlijn met één afstandsstap verlaagd worden. Het productieoppervlakte bedraagt (nu en na wijziging) meer dan 2.000 m2. Tabel 5.3 toont de hierbij behorende richtafstanden in meters.

Categorie   Richtafstanden in meters   Grootste afstand  
  geur   stof   geluid   gevaar   grootste afstand  
vervaardiging van machines en werktuigen voor de land en bosbouw (SBI 28.3.2, milieucategorie 4.1)   30   10   100   10   100  

Tabel 5.3 Categorieën van inrichtingen (volgens de VNG-richtlijn)

In de huidige situatie bedraagt de afstand van Vredo tot aan de meest nabij gelegen woningen circa 25 m. In de huidige situatie lijkt daarmee onder de huidige condities sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. De afstand van 25 m tot aan woningen verandert door het voornemen niet (afbeelding 5.4).

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0018.jpg"

Afbeelding 5.4 Milieucontouren

Vredo is een bedrijf dat van oudsher op onderhavige locatie is gevestigd en dat mede daardoor een sterke binding voelt en heeft met haar directe sociale en fysieke leefomgeving. Vredo houdt bij de voorgenomen uitbreiding dan ook, als vanzelfsprekend, rekening met de effecten op deze leefomgeving. Zo zijn bijvoorbeeld bij de nieuwe indeling de milieubelastende (assemblage, wassen, stationair testdraaien) activiteiten inpandig en zoveel als mogelijk van de woningen af geprojecteerd. In de volgende paragrafen zijn de aspecten geur, stof, gevaar (externe veiligheid) en geluid nader beschouwd.

 

5.2.2 Geur en stof

De activiteit met enig mogelijk effect voor wat betreft de geuremissie naar de omgeving is het spuiten van gereed product in de spuitinrichting. De luchtemissie van de spuitactiviteiten naar de buitenlucht vindt plaats via een geurreducerend filter, waardoor geen sprake is van een geuremissie die leidt tot een onacceptabel hinderniveau buiten de inrichting. Voor het overige gelden geen activiteiten met een buiten de inrichting waarneembare geuremissie. Op de situatie bij Vredo (zowel voor als na de wijzigingen) is dan ook een feitelijke hinderafstand voor geur van 0 meter aan de orde. Dit betekent dat ter plaatse van de meest nabij gelegen woning (25 meter) sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat voor wat betreft geur.

De activiteiten van Vredo worden (zowel voor als na de wijzigingen) niet gekenmerkt door enige (grof)stofemissie die in (grof)stofhinder buiten de inrichting resulteert. Op de situatie bij Vredo is dan ook een feitelijke hinderafstand voor stof van 0 meter aan de orde. Dit betekent dat ter plaatse van de meest nabij gelegen woning (25 meter) sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat voor wat betreft stof.

5.2.3 Gevaar

Bij Vredo vinden (zowel voor als na de wijzigingen) geen activiteiten plaats die een specifiek veiligheidsrisico vormen voor haar omgeving zoals geregeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen anders dan de opslag van gasflessen en een beperkte opslag gevaarlijke stoffen. De opslag vindt plaats conform de geldende wet- en regelgeving zoals vertaald in de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Als gevolg hiervan kent Vredo geen risicocontouren buiten haar inrichtingsgrenzen en geldt aldus een hinderafstand van 0 meter. Dit betekent dat ter plaatse van de meest nabij gelegen woning (25 meter) sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat voor wat betreft gevaar.

5.2.4 Geluid

Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen hanteert het bevoegd gezag de Richtlijn Bedrijven en Milieuzonering (Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) -richtlijn) als eerste uitgangspunt om de wenselijke afstand van bedrijven ten opzichte van woningen te bepalen. In paragraaf 5.2.1 is dit nader uitgewerkt.

De geluidsbelasting naar de omgeving wordt bepaald door de gemiddelde geluidsbelasting en de piekbelastingen. De richtafstanden zijn opgesteld voor gemiddelde geluidsbelastingen (langtijdgemiddeld beoordelingsniveau). De uitbreiding vindt weliswaar op relatief grote afstand van de woningen plaats (100 - 200 m), toch is het in dit stadium (vanwege toevoeging extra hal met uitstraling naar de omgeving) opportuun om aan de hand van nader kwantitatief onderzoek te bepalen of voldaan kan worden aan een acceptabel woon- en leefklimaat. In dit kader is een geluidsonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 3). Uit de resultaten van het onderzoek volgt dat:

  • de gemiddelde geluidsbelasting in de dagperiode op de meeste beoordelingsposities afneemt of gelijk blijft ten opzichte van de huidige situatie. Dit komt met name vanwege het verplaatsen van de buitenactiviteiten naar binnen. Om voornoemde reden geldt op deze posities de verwachting van een acceptabel woon- en leefklimaat;
  • de gemiddelde geluidbelasting in de avond- en nachtperiode op een aantal beoordelingsposities toeneemt. Dit komt met name door de geluiduitstraling en geluidafstraling van de assemblagehal. De geluidbelasting voldoet overigens nu en in de toekomst aan de algemene regels van het Activiteitenbesluit (50, 45 en 40 dB(A));
  • de maximale geluidsniveaus nu en in de toekomst ten gevolge van het dichtslaan van autoportieren voldoen aan de toepasselijke grenswaarden onder de voorwaarden van een nachtelijke parkeerbeperking in de nieuwe situatie;
  • de maximale geluidsniveaus in de dag- en nachtperiode nu en in de toekomst ten gevolge van het manoeuvreren en accelereren van het vrachtverkeer voldoen aan de maatwerkvoorschriften zoals opgelegd door het bevoegd gezag.

5.2.5 Luchtkwaliteit

De uitbreiding van Vredo draagt niet in betekenende mate bij aan de concentraties NOx en PM10. Het aantal voertuigbewegingen over de openbare weg neemt af. Het planvoornemen voldoet daarmee aan de luchtkwaliteitseisen uit titel 5.2 van de Wet milieubeheer.

5.2.6 Externe veiligheid

De discipline externe veiligheid houdt zich bezig met de hieraan verbonden risico's voor mensen die zich in de nabijheid van gevaarlijke stoffen bevinden. Externe veiligheid maakt onderscheid tussen risicobronnen en risico-ontvangers. De risicobronnen zijn in twee groepen te verdelen:

  • transportassen, zoals wegen en spoorwegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt;
  • inrichtingen waarin productie, gebruik, verstrekking en/of opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.

Daarnaast onderscheidt externe veiligheid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich permanent en onbeschermd op en bepaalde plaats bevindt. Het groepsrisico is de kans per jaar dat in één keer een groep van een bepaalde grootte dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Tijdens de voorbereiding van ruimtelijke ontwikkelingen dienen de, in de omgeving aanwezige risicobronnen bij de besluitvorming te worden meegewogen.

Er zijn geen risicobronnen (transportassen en/of inrichtingen) in de nabij omgeving van Vredo aanwezig met een risicoafstand (plaatsgebonden en of groepsrisico) die reikt tot aan de planlocatie. Afbeelding 5.5 toont een uitsnede van de risicokaart (bron: website nederland.risicokaart.nl). De locatie van het planvoornemen is met een blauwe stip weergegeven. De dichtstbijzijnde risicobron (afstand 500 meter) betreft de onderneming Het Anker, gevestigd op Engelandstraat 2 te Dodewaard. De risicoafstand van deze inrichting wordt bepaald door de opslag van propaan in een bovengrondse tank en bedraagt 20 m.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0019.png"

Afbeelding 5.5 Uitsnede risicokaart nabij Vredo (bron: nederland.risicokaart.nl/risicokaart.html)

Binnen het plangebied lopen geen hoofdgastransportleiding en/of hoogspanningsverbinding. De meest nabij gelegen hoofdgastransportleiding is met een rode stippellijn in afbeelding 5.5 getoond. Het planvoornemen zelf brengt geen risico's in het kader van de externe veiligheid met zich mee (zie ook paragraaf 5.2.3). Om voornoemde redenen vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor onderhavig plan.

Niet gesprongen explosieven

In de tijd van de Tweede Wereldoorlog is het gebied in de Gemeente Neder-Betuwe diverse malen getroffen door bombardementen. De gevechten hebben geleid tot onontploft materiaal in de grond. Bij ontwikkelingen die gepaard gaan met bodemingrepen moet worden nagegaan of explosieven aanwezig zijn.

Voor de hele gemeente is een bureauonderzoek gedaan naar de aanwezigheid van explosief materiaal in de grond. Het plangebied is, zoals bijna de hele gemeente Neder-Betuwe, verdacht op het voorkomen van niet gesprongen explosieven. Bij indiening van de omgevingsvergunning (voorafgaand aan het verrichten van bodemingrepen) wordt een detectieonderzoek en/of risico-analyse uitgevoerd door een daartoe erkende instantie. Voorafgaand aan een dergelijk onderzoek dienen de feitelijke grondwerkzaamheden en met name de diepte daarvan bekend te zijn. Dat is in deze fase van de plannen nog niet het geval.

5.2.7 Bodem

Artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening regelt dat de kwaliteit van de bodem moet passen bij de beoogde nieuwe bestemming. In de huidige situatie zijn de gronden bestemd voor de functies: bedrijven, wonen en agrarisch. Binnen de planlocatie is in de volgende bestemmingswijzigingen voorzien:

  • van agrarisch naar bedrijven (maatbestemming machinefabriek);
  • van wonen naar bedrijven (maatbestemming machinefabriek).

Bij nieuwe ontwikkelingen moet gecontroleerd worden of de bodemkwaliteit voldoet aan de beoogde functie. Hiertoe is een vooronderzoek bodem gebaseerd op de NEN 5725 uitgevoerd. Met een vooronderzoek wordt door archief- en dossieronderzoek informatie verzameld over het voormalig, huidig en toekomstig bodemgebruik. Dit vooronderzoek is vooral gericht op het achterhalen van mogelijke bronnen van verontreiniging(en) op de ontwikkelingslocatie.

De nota bodembeheer van de gemeente Neder-Betuwe (2012) bevat regels voor het toepassen van grond binnen het plangebied. Uit de informatie van de Bodemkwaliteitskaarten in de nota bodembeheer blijkt dat in het plangebied de volgende functie- en kwaliteitsklassen van toepassing zijn:

  • bodemfunctieklasse: buitengebied /achtergrondwaarde;
  • ontgravingskaart
    - bovengrond: landbouw/natuur;
    - ondergrond: landbouw/natuur;
  • toepassingskaart
    - bovengrond: landbouw/natuur;
    - ondergrond: landbouw/natuur;
  • - zonekaart: buitengebied (inclusief zone Wegbermen).

Op grond van deze informatie geldt dat het bestemmingsplan voorziet in bodemgevoelige functies die passend zijn bij de huidige kwaliteiten.

Beschikbare informatie en onderzoeken: huidige gronden in bezit en gebruik Vredo

Voor de gronden die reeds in bezit en in gebruik zijn van Vredo (afbeelding 5.5, blauwe cirkel) is bekend dat in het verleden bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden (de opslag van olie, materialen en machines). De ondergrond ter plaatse van verdachte deellocaties van Welysestraat 25 en 25a te Dodewaard is reeds veelvuldig onderzocht in 2003, 2004 en 2005 [ref. 3-8]. Uit deze onderzoeken blijkt dat de bodembedreigende activiteiten de kwaliteit van de bodem minimaal hebben beïnvloed. In de grond zijn licht verhoogde gehalten aanwezig van diverse metalen, PAK, minerale olie en bestrijdingsmiddelen. Er is op basis van de uitgevoerde onderzoeken geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig. Wel is er één klein plaatje asbest aangetroffen in de bovengrond. Op basis van aanvullend onderzoek [ref. 8] wordt geconcludeerd dat het gaat om een incidenteel aangetroffen asbestplaatje en dat het plaatje asbest geen onderdeel uitmaakt van een ernstig geval van asbestverontreiniging. Daarnaast is op één locatie, nabij locatie vernieuwbouw kaploods uit 2003, een grondwaterverontreiniging aanwezig met een sterk verhoogd gehalte aan arseen. Echter, uit aanvullend onderzoek [ref. 5] blijkt dat deze grondwaterverontreiniging zeer lokaal is en dat de sterk verhoogde gehalten niet is aangetoond in peilbuizen stroom op- of afwaarts van de betreffende locatie of in de bodem.

Op basis van de beschikbare informatie wordt geconcludeerd dat de bodemkwaliteit (grond en grondwater) geen belemmering vormt voor het bestaande en toekomstige gebruik: bedrijventerrein met maatbestemming machinefabriek.

Op de bestaande gronden van Vredo zijn slechts in beperkte mate grondroerende werkzaamheden voorzien (bij de sloop van bestaande bebouwing en de realisatie van nieuwe bebouwing). Omdat bij oude bebouwing mogelijk asbesthoudend materiaal is gebruikt en daardoor asbest in de bodem terecht gekomen kan zijn, wordt geadviseerd om na sloop van de bestaande bebouwing een verkennend bodemonderzoek inclusief asbestonderzoek uit te voeren ter plaatse van de voormalige bebouwing.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0020.jpg"

Afbeelding 5.6 Huidige en toekomstige gebruik

Beschikbare informatie en onderzoeken: uitbreiding en toekomstig gebruik Vredo

Voor de gronden die door Vredo zijn aangekocht (afbeelding 5.6, gele cirkel) is recent een bodemonderzoek uitgevoerd (Bijlage 9). Dit bodemonderzoek is bijgevoegd in bijlage 10. Uit de resultaten van het onderzoek volgt dat in de bovengrond verhoogde gehalten aan nikkel som DDD, som DDE en som DDT zijn aangetoond. Deze verhogingen beperken zich hoofdzakelijk tot het noordelijke terreindeel. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek: het onderzoek concludeert dat de gronden geschikt zijn voor het beoogd gebruik.

Referenties

  • 1. Wet bodembescherming. (1986, 22 juli). Geraadpleegd op 5 juli 2017, van http://wetten.overheid.nl/BWBR0003994/.
  • 2. Besluit van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem (Besluit bodemkwaliteit), Staatsblad, 3 december 2007, nr. 469.
  • 3. Verkennend bodemonderzoek, Welysestraat 25a te Dodewaard, Milieutechnisch adviesburo de Bruin Opheusden, d.d. 31 maart 2003.
  • 4. Nulsituatie bodemonderzoek, Welysestraat 25a te Dodewaard, Milieutechnisch adviesbureo de Bruin Opheusden, d.d. 13 juni 2003.
  • 5. Aanvullend bodemonderzoek, Welysestraat 25a te Dodewaard, Milieutechnisch adviesburo de Bruin Opheusden, d.d. 30 juni 2003.
  • 6. Aanvullend bodemonderzoek, Welysestraat 25a te Dodewaard, Milieutechnisch adviesburo de Bruin Opheusden, d.d. 14 januari 2004.
  • 7. Verkennend bodemonderzoek, Welysestraat 25a te Wely (Dodewaard), BOOT organiserend ingenieursburo, d.d. 10 juni 2005.
  • 8. Asbestonderzoek, Welysestraat 25 te Dodewaard, Holland Milieutechniek B.V., d.d. 10 oktober 2005.

5.3 Watertoets

Het doel van de Watertoets (Bijlage 4) is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten van het Rijk, provincies en gemeenten. Ruimtelijke plannen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Het waterschap kijkt of in een plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Het uitgangspunt is om negatieve gevolgen voor het watersysteem zoveel mogelijk te vermijden.

Als eerste stap in het watertoetsproces is de digitale watertoets toegepast. Hierin is gebleken dat de volgende waterhuishoudkundige aspecten van belang zijn: grondwater, waterberging, waterkwaliteit en riolering. In deze paragraaf wordt het aspect waterberging behandeld. De toelichting op de overige thema's is te vinden in Bijlage 4.

De voorgenomen ontwikkeling leidt tot een toename van verharding. Hiervoor is compenserende waterberging nodig. Bij de keuze van het soort bergingsvoorziening hanteert het waterschap de trits vasthouden-bergen-afvoeren. In aansluiting hierop hanteert het waterschap de volgende voorkeursvolgorde:

  • hemelwater vasthouden door hergebruik of infiltratie;
  • hemelwater bergen in open water (of droogvallende watergang);
  • hemelwater bergen in kunstmatige bergingsvoorzieningen (wadi, bassins, kratten, kelders).

Gezien de geohydrologische situatie, met kleigrond en rivierkwel in het plangebied is infiltratie geen optie. Daarom zijn maatregelen in open water en/of droogvallende watergangen overwogen. In nauw overleg met het waterschap is gekozen voor multifunctioneel ruimtegebruik; hetgeen betekent dat de testbaan verdiept wordt aangelegd en zodoende tevens functioneert als opvang in geval van extreme regenbuien. Dit past in de bedrijfsvoering van Vredo, immers de testbaan is niet een bedrijfsonderdeel dat dagelijks van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat in gebruik is. De dubbele invulling heeft geresulteerd in een gewijzigd ontwerp van de testbaan; van een lange strook asfalt over te huren gronden tot aan de Engelandstraat naar een 8-vormige testbaan geheel op eigen terrein (zie afbeelding hieronder). De gemeente heeft onder voorwaarden van landschappelijke inpassing (toepassing elzenhaag rondom de baan) ingestemd met deze wijzigingen. De reden hiervoor is de toegenomen zekerheid over het gebruik van de testbaan doordat huur- en pachtcontracten overbodig worden.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0021.jpg"

Afbeelding 5.7 Ontwerp testbaan

De maximale afvoer van water uit het plangebied mag niet meer zijn dan 1,5 l/s/ha (landelijke afvoernorm). In het beheergebied van waterschap Rivierenland geldt dat bij een bui die eens in de 10 jaar voorkomt, T=10+10 %, het waterpeil in de sloot met 0,30 meter mag stijgen. Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen (T= 100+10 %) het waterpeil mag stijgen tot maaiveld. Gezien de grote drooglegging in het gebied is de peilstijging van 0,30 meter bij T=10+10 % maatgevend. Voor het bergen in open water is de vuistregel dat er 436 m3 water geborgen moet worden per hectare (10.000 m2) verhard oppervlak. Voor het projectgebied komt dit neer op 729 m3. Wanneer dit in open water geborgen wordt, betekent dit dat er 2.431 m2 (berging in m3 / 0,3) openwater gecreëerd moet worden in een retentievoorziening die geknepen afvoert naar het omringende watersysteem. Daarnaast moet voor de demping van de B-watergang en C-watergang worden gecompenseerd in hetzelfde peilvak (dit kan dus niet worden gecombineerd met de retentievoorziening op de testbaan). Hiervoor is 239 m2 en 25 m2 wateroppervlak nodig. Voor de watercompensatie is het volgende systeem voorgesteld:

  • de watercompensatie van de verharding vindt plaats door het verlaagd aanleggen van de testbaan (een concept vergelijkbaar met het 'waterplein' dat in West Nederland momenteel veel wordt toegepast). Hiermee is een overmaat aan berging gerealiseerd;
  • voordat het water in de verlaagde testbaan terecht komt, vindt eerst afvoer plaats op een opslagtank, welke wordt benut voor hergebruik (testen machines). Daarmee wordt voorkomen dat elke kleine regenbui op de testbaan terecht komt en wordt bovendien voorkomen dat oppervlakte- of leidingwater nodig is voor het testen van machines (duurzaamheid);
  • de watercompensatie voor het omleggen en deels dempen van de B-watergang ter plaatse van de geplande testbaan vindt plaats door een verbreding van de B-watergang aan de noordwestzijde (239 m2);
  • de watercompensatie voor het deels dempen van de C-watergang aan de noordoostzijde van het terrein vindt plaats door het verbreden van de C-watergang (25 m2).

De bovengenoemde optie is gekozen ( en afgestemd met het waterschap) op basis van de geohydrologische eigenschappen van het gebied en de landschappelijke inpassing, in overleg met Vredo B.V. en waterschap Rivierenland. De gekozen oplossing biedt als voordeel dat er multifunctioneel gebruik wordt gemaakt van de ruimte, dat het risico op kwel en/of opbarsting op het terrein niet toeneemt door het intact laten van de deklaag terwijl er wel voldoende waterberging wordt gerealiseerd.

5.4 Archeologie en cultuurhistorie

5.4.1 Archeologie

De gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart geeft invulling aan het door Nederland geratificeerde Verdrag van Malta. Dit Verdrag bepaalt dat:

  • in beginsel de waarden in de bodem worden bewaard;
  • bij ruimtelijke planvorming, waarmee het archeologisch bodemarchief is gemoeid, de initiatiefnemer in een vroeg stadium een archeologisch (voor)onderzoek moet hebben uitgevoerd.

Voor onderhavig plangebied is in het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld' een bescherming opgenomen voor de archeologische waarden middels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Gebieden die zijn opgenomen binnen deze dubbelbestemming hebben een hoge archeologische verwachting. Dit wil zeggen dat de kans op het aantreffen van archeologische resten in deze gebieden groot is.

Het bestemmingsplan 'Parapluregeling Archeologie' wordt momenteel voorbereid. In deze parapluregeling ligt op het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Vooruitlopend op de vaststelling van het bestemmingsplan 'Parapluregeling Archeologie' sluit dit bestemmingsplan aan bij de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2', zoals opgenomen in de 'Parapluregeling Archeologie'.

Op grond van de dubbelbestemming geldt voor de nieuw op te richten gebouwen dat een omgevingsvergunning nodig is, indien het te bebouwen oppervlak groter is dan 1000 m² en het bouwen in de bodem dieper dan 30 cm onder het bestaande maaiveld betreft. Bij de aanvraag voor omgevingsvergunning dient op basis van archeologisch onderzoek aangetoond te worden dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.

Inmiddels is een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek verricht waaruit blijkt dat voor het uiterste noordelijke deel van de locatie een lage verwachtingswaarde geldt. Voor de overige delen geldt dat vervolgonderzoek wordt aanbevolen op het moment dat duidelijk is tot welke diepte de bodem geroerd gaat worden. Ter bescherming van de archeologische waarden is een passende dubbelbestemming opgenomen. Het vervolgonderzoek zal onderdeel uitmaken van de aanvraag voor omgevingsvergunning.

5.4.2 Cultuurhistorie

Wely is een bebouwingsconcentratie in het buitengebied van de gemeente Neder-Betuwe. Oudere huizen in het buitengebied zijn vaak direct aan de weg gebouwd, waardoor er weinig ruimte is voor openbaar groen. Wel is er beplanting aanwezig. Het buitengebied is sterk met de buurtschappen verweven, onder andere doordat wielen, bermen, bosjes, boomkwekerijen en boomgaarden tot aan de straat liggen.

De T-boerderij met naastgelegen schuren aan de Welysestraat 27 heeft in het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld 'de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie karakteristiek'. Dit betekent dat bestaande gebouwen niet vernieuwd, veranderd of gewijzigd mogen worden zonder omgevingsvergunning. Deze dubbelbestemming is in voorliggend bestemmingsplan op eenzelfde wijze gehandhaafd.

Het plan bevat het voornemen om het monumentale woonhuis (nr. 27) te renoveren en in te richten als kantoor en de monumentale schuren ten westen van dit woonhuis te renoveren en in gebruik te nemen als showroom. De huidige eigenaar is geboren en getogen op de monumentale T-boerderij. Dit geldt eveneens voor de oprichter van het bedrijf, die in 1947 in de schuren is gestart met het aanpassen van machines voor de zware Betuwse kleigrond. Door de functie van kantoor en showroom toe te kennen aan de oude boerderij met de schuren krijgt het monumentale pand weer zijn centrale rol in het bedrijf terug. Het is de ambitie van Vredo om het monument in zijn geheel in oude glorie te herstellen (zie kader hieronder). Afbeelding 5.8 geeft een impressie van deze ambitie.

Eigenaar Hans de Vree over het monument
De oude monumentale woonboerderij heeft voor ons (mij) een dubbele emotionele waarde: mijn opa heeft het gekocht mijn vader is er geboren. Bovendien is het de plek waar mijn vader het bedrijf Vredo (de Vree Dodewaard) is begonnen. Op pure emotionele gronden heb ik destijds de woonboerderij gekocht. Een louter financiële afweging had vermoedelijk anders uitgepakt. Inmiddels vallen de puzzelstukken op hun plek en is het voor ons ontzettend logisch om het monument weer de centrale rol in het bedrijf te geven die hij altijd gehad heeft. Een rol die passend is bij de huidige omvang van het bedrijf en de huidige tijdsgeest: geen woonboerderij, maar een boerderij met kantoor- en showroom functie.
De boerderij willen wij helemaal in ere te herstellen en de uitstraling geven van begin 1900. Daar hoort ook de oorspronkelijke naam bij: ZELDEN RUST, die we ook op de ouderwets uitziende hekken posten willen zetten. De boerderij moet het letterlijke en figuurlijke visitekaartje van Vredo worden: het hart van ons bedrijf, waar Vredo uit voort is gekomen. De boerderij zal weer gaan opvallen als je aankomt rijden en toont tegelijkertijd trots onze producten. Onze klanten uit het binnen- en buitenland ontvangen wij in dit stuk Oer Hollandse (en Dodewaardse) geschiedenis.
Heel recent heeft, op ons verzoek, een oudheidkundig specialist het een en ander over de boerderij achterhaald. Het blijkt één van de weinige T-boerderijen te zijn die op een terp staat en waarschijnlijk dateert uit begin 1800. Vanuit de boerderij liggen ook weer bepaalde lijnen naar de spanjaards dijk (Nieuwe dijk).
Graag behouden wij de originele en ouderwetse status.  

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0022.jpg"

Afbeelding 5.8 Impressie plannen monumentale T-boerderij

5.5 Flora en Fauna

Er is een bureaustudie natuur uitgevoerd (zie Bijlage 5). In deze paragraaf worden de belangrijkste conclusies weergegeven.

5.5.1 Gebiedsbescherming

Natura 2000

Het plangebied ligt op ongeveer 900 m van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Als gevolg van de tussenliggende afstand (900 m) en het gebruik van tussenliggend gebied (bebouwing, landbouw, bos) zijn directe effecten zoals trillingen, geluid en optische verstoring als gevolg van de geplande werkzaamheden uitgesloten.

De effecten voor de stikstofdepositie zijn in beeld gebracht met een zogenoemde Aerius berekening (Bijlage 6). De berekeningen zijn gebaseerd op worst-case aannames en tonen dat de uitbreiding niet resulteert in een overschrijding van de grenswaarde van 0,05 mol/ha/jaar van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Daarmee kunnen negatieve effecten van de werkzaamheden op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied zodoende worden uitgesloten.

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Het plangebied ligt op minstens 200 m afstand van een NNN-gebied, zie afbeelding 5.9. Als gevolg van onderlinge afstand zijn directe effecten als gevolg van de geplande werkzaamheden uitgesloten. In de provincie Gelderland kent de bescherming van het NNN echter ook externe werking. Doordat de ingreep niet plaatsvindt binnen de begrenzing van de NNN-gebieden én de verdiepte testbaan met een geluidwal wordt omsloten waardoor licht- en geluidafstraling worden afgeschermd zijn effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet aan de orde en worden daarom verder buiten beschouwing gelaten.

afbeelding "i_NL.IMRO.1740.bpDOwelysestr2527-vst1_0023.jpg"

Afbeelding 5.9 Ligging NNN-gebied (bron: gldanders.planoview.nl)

5.5.2 Soortenbescherming

Wet natuurbescherming

De bescherming van soorten is in Nederland geïmplementeerd in de Wet natuurbescherming. Op grond van deze wet is een groot aantal dier- en plantensoorten aangewezen als beschermde inheemse soort. Ten aanzien van de beschermde inheemse diersoorten kent de wet een verbod op het verontrusten, vangen en doden van soorten en het verstoren, vernielen en beschadigen van hun nesten, voortplanting-, rust- en verblijfplaatsen. Ten aanzien van de beschermde inheemse plantensoorten geldt een verbod op het plukken en anderszins beschadigen.

Voor alle soorten (beschermd en onbeschermd) kent de wet een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving.

Bevindingen

Beschermde soorten in het plangebied zijn geïnventariseerd door middel van een bureauonderzoek. In de onderstaande tabel zijn de bevindingen en conclusies ten aanzien van de beschermde soorten samengevat.

Soortgroep   Beschermde soorten in het plangebied of directe omgeving aanwezig?   Kans op overtreding verboden Wnb?   Gevolgen?   Ontheffing aanvragen Wnb?  
vaatplanten   nee   nee   geen, wel zorgplicht   nee  
zoogdieren   Ja, voorkomen van verschillende algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten, zoals egel, konijn en mol.   nee, vrijstelling binnen provincie Gelderland   geen, wel zorgplicht   nee  
vleermuizen   Ja, aanwezigheid van onder andere gewone dwergvleermuis in de directe omgeving van het plangebied.   Ja, bij aangetoonde aanwezigheid van verblijfplaatsen en beschadiging of vernietiging hiervan   Ja, geadviseerd wordt een vleermuisonderzoek conform het vleermuisprotocol 2017 uit te voeren   Ja, indien aanwezigheid van verblijfplaatsen in de bomen binnen het plangebied wordt vastgesteld en beschadiging en/of vernietiging ervan plaatsvindt  
vogels   ja, meerdere algemeen voorkomende broedvogels aanwezig   ja, indien broedgevallen opzettelijk worden verstoord of nesten worden vernietigd   Drie mogelijkheden:
- buiten het broedseizoen werken
- vlak voor het broedseizoen inzetten en dan continue doorwerken, zodat vogels niet gaan broeden
- het plangebied voor het broedseizoen ongeschikt maken voor broedvogels  
nee  
  Ja, geschikt broedgebied voor huismus aanwezig   ja, indien broedgevallen opzettelijk worden verstoord of nesten worden vernietigd   aanbevolen te onderzoeken in hoeverre het plangebied leefgebied vormt voor de huismus en wat de functie is van dit leefgebied. Vervolgens moet worden bepaald of er kans is op overtreding van de bovengenoemde verbodsbepalingen van de Wnb en of er een ontheffing moet worden aangevraagd.   Ja, indien aanwezigheid van verblijfplaatsen binnen het plangebied wordt vastgesteld en beschadiging en/of vernietiging ervan plaatsvindt  
reptielen   nee   nee   geen, wel zorgplicht   nee  
amfibieën   Ja, geschikt leefgebied voor meerkikker   Nee, vrijstelling binnen provincie Gelderland   geen, wel zorgplicht   nee  
dagvlinders, libellen en overige ongewervelde   nee   nee   geen, wel zorgplicht   nee  
vissen   nee   nee   geen, wel zorgplicht   nee  

Tabel 5.4 Bevindingen bureauonderzoek

Wanneer voornoemde maatregelen in acht worden genomen, waaronder de uitvoering van een vleermuisonderzoek, onderzoek naar de huismus en de eventueel benodigde te nemen maatregelen naar aanleiding hiervan (zoals werken buiten het broedseizoen en broedhabitat), is er vanuit de Wet natuurbescherming geen belemmering voor het plan. Voorafgaand aan vaststelling van het definitieve bestemmingsplan wordt het vleermuisonderzoek en het onderzoek naar de huismus uitgevoerd. De inventarisaties hiertoe worden uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 20171 en het Kennisdocument huismus en zijn voor 2018 reeds ingepland. De resultaten worden opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. De eerste veldbezoeken vinden plaats in de periode van 1 april - 15 mei (verkenning aanwezigheid nesten huismussen) en 15 mei - 15 juli (verkenning van de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijven van vleermuizen). De voorlopige resultaten tonen dat naar alle waarschijnlijkheid bij de uitvoering van de plannen rekening gehouden moet worden met de aanwezigheid van twee broedplaatsen van de huismus en verblijfsgebied voor de vleermuis. Een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming zal dan ook noodzakelijk zijn; in dit stadium is ingeschat dat beschadiging en vernietiging van de aanwezige natuurwaarden met mitigerende maatregelen voorkomen kan worden.

1 Het vleermuisprotocol 2017 heeft tot doel het belang van de functies van gebieden voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen voor de Wet natuurbescherming. Het is een hulpmiddel voor deskundige vleermuisonderzoekers en de beoordelaars van vleermuisonderzoek om te bepalen wat een juridisch redelijke onderzoeksinspanning is voor een specifieke locatie.

5.6 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Het bestemmingsplan Welysestraat 25a, 27 en 27a te Dodewaard maakt de uitbreiding van een industrieterrein mogelijk, zoals dat is bedoeld in categorie D.11.3 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. In het kader daarvan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd (zie Bijlage 7), waarbij is nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieueffecten. Op grond van artikel 2 lid 5 van het Besluit milieueffectrapportage is het voornemen getoetst aan de criteria van Bijlage III van de Europese m.e.r. richtlijn. Geconcludeerd wordt dat het plan niet leidt tot grote nadelige gevolgen voor het milieu. Het college van burgemeester en wethouders heeft een mer-beoordelingsbesluit genomen.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn in afdeling 6.4 Grondexploitatie bepalingen opgenomen gericht op het verhalen van kosten door de overheid op particuliere initiatiefnemers. Hierdoor is het voor de overheid mogelijk om afspraken over kostenverhaal af te dwingen binnen de limitatieve bepalingen van de kostensoortenlijst (artikel 6.2.3 tot en met 6.2.6 Bro) zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De vrijwillige overeenkomst (anterieure overeenkomst) staat in de wet voorop. De Gemeente Neder-Betuwe en Vredo hebben een dergelijke anterieure overeenkomst gesloten. De kosten voor de realisatie van het plan zijn voor Vredo Dodewaard B.V. De uitbreiding wordt verevend, waarvoor afspraken zijn gemaakt. In nauw overleg met de gemeente worden een aantal concrete maatregelen getroffen om een impuls te geven aan de Panovensepas.

Hoofdstuk 7 Het juridisch plan

7.1 Algemeen

Het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en de verbeelding. Voor de opbouw, de vorm en de inhoud van de juridisch bindende onderdelen is aangesloten bij het op 30 mei 2013 vastgestelde bestemmingsplan 'Buitengebied Dodewaard en Echteld'.

7.2 Opbouw verbeelding en regels

De basis van de verbeelding is een recente kadastrale ondergrond. Op de verbeelding is de grens van het bestemmingsplangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de toepasselijke (dubbel)bestemmingen in kleur weergegeven. Ook zijn aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen.

De regels in dit bestemmingsplan volgen de standaard opbouw. Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen en een bepaling over de manier waarop de in het plan genoemde maten zijn bepaald. Hoofdstuk 2 bevat de regeling van de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 bevat een aantal algemene en aanvullende bepalingen, waaronder algemene afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden en een gebruiksbepaling. Hoofdstuk 4 tenslotte bevat overgangsbepalingen en de titel van het bestemmingsplan.

7.3 Toelichting afzonderlijke bestemmingen

De hoofdbestemming van voorliggend bestemmingsplan betreft de bestemming Bedrijf. De (dubbel)bestemmingen en specifieke aanduidingen zijn hieronder kort toegelicht.

Bestemming bedrijf

Binnen de bestemming Bedrijf zijn de niet-agrarische bedrijvigheden toegestaan. Op de planlocatie is voor het bedrijf van Vredo de functieaanduiding machinefabriek opgenomen. In afwijking op het vigerende bestemmingsplan en het VAB-beleid is in de bouwregels een bebouwingspercentage van 45 % opgenomen. In paragraaf 4.3.1 is het afwijken van het VAB-beleid nader onderbouwd. Ook zijn er in de verbeelding specifieke bouwaanduidingen opgenomen voor de bouw- en goothoogte.

Dubbelbestemmingen

Binnen het plangebied zijn twee dubbelbestemmingen opgenomen: Waarde - Archeologie 2 en Waarde - Cultuurhistorie karakteristiek. De dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 beschermt de archeologische waarden in het gebied door middel van een vergunningstelsel voor werken en/of werkzaamheden. De dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie karakteristiek beschermt de cultuurhistorische waarden die eigen zijn aan het ter plaatse bestaande gebouw met een vergunningstelsel voor het wijzigen van het bestaande gebouw.

Aanduidingen

In dit artikel zijn regels opgenomen voor algemene, de bestemmingen overstijgende aspecten. In dit geval is dat de aanduiding geluidzone - spoor.

Hoofdstuk 8 Overleg en inspraak

8.1 Overleg

In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg worden gepleegd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Na het bestuurlijk vooroverleg worden de ingekomen reacties toegevoegd aan het bestemmingsplan.

8.2 Inspraak

Met betrekking tot het voorontwerp van het bestemmingsplan Welysestraat 25a, 27 en 27a te Dodewaard heeft inspraak plaatsgevonden overeenkomstig de 'Participatie- en Inspraakverordening Neder-Betuwe 2015'. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van 1 maart 2018 tot en met 28 maart 2018 ter inzage gelegen bij het Omgevingsloket van het gemeentehuis en was tegelijkertijd raadpleegbaar via de gemeentelijke website en op de landelijke website ruimtelijkeplannen.nl.

De terinzagelegging is bekend gemaakt in Hét Gemeentenieuws van 28 februari 2018 en op de gemeentelijke website, waarbij eenieder in de gelegenheid is gesteld mondeling of schriftelijk zijn/haar inspraakreactie over het voorontwerp kenbaar te maken. Daarnaast zijn omwonenden van het plangebied per brief uitgenodigd voor een inloopavond/informatieavond. Deze inloop-/informatieavond is georganiseerd door de gemeente en is gehouden op donderdag 22 maart 2018.

Er is gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het kenbaar maken van een schriftelijke inspraakreactie. In totaal zijn er 8 inspraakreacties ingediend. De schriftelijke inspraakreacties zijn inhoudelijk gemotiveerd en derhalve ontvankelijk. Hoewel niet alle inspraakreacties zijn ingediend voor het einde van de termijn, heeft de gemeente besloten om deze reacties toch inhoudelijk te beoordelen.

Een groot aantal insprekers stelt vragen bij de uitbreiding van het bedrijf op de huidige locatie en stelt vragen over het akoestisch onderzoek. Daarom gaan wij in bijlage 9 eerst in algemene zin in op de voornoemde onderwerpen en motiveren wij waarom wij de uitbreiding van het bedrijf op de huidige locatie passend achten binnen ons ruimtelijk beleid en binnen de bestaande wettelijke akoestisch kaders. Tevens is een uitgebreide reactie op de afzonderlijke inspraakreacties van het college van burgemeester en wethouders in bijlage 9 opgenomen.